Your SlideShare is downloading. ×
Universiteit Antwerpen Eindverhandeling Ken Lawrence
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×

Saving this for later?

Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime - even offline.

Text the download link to your phone

Standard text messaging rates apply

Universiteit Antwerpen Eindverhandeling Ken Lawrence

7,115
views

Published on

Published in: Technology, Business

1 Comment
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
7,115
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
23
Comments
1
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Academiejaar 2004-2005 Universiteit Antwerpen Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen Het Economisch en Cultureel Belang van Filmfestivals Ken Lawrence Verhandeling voorgedragen tot het bekomen Promotor: van de graad van: Prof. dr. E. Faucompret Licentiaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen Major: Internationale Handels- en Diplomatieke Relaties
  • 2. Academiejaar 2004-2005 Universiteit Antwerpen Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen Het Economisch en Cultureel Belang van Filmfestivals Ken Lawrence Verhandeling voorgedragen tot het bekomen Promotor: van de graad van: Prof. dr. E. Faucompret Licentiaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen Major: Internationale Handels- en Diplomatieke Relaties
  • 3. Voorwoord Dit academiejaar stond voor mij in het teken van mijn passie voor film. Hoewel ik doorheen de jaren een aanzienlijke filmkennis heb opgebouwd, waren filmfestivals voor mij quasi onbekend terrein. Deze eindverhandeling bood me de mogelijkheid deze evenementen nauwgezet te onderzoeken. Het spreekt voor zich dat de hulp van anderen hierbij onmisbaar was. Eerst en vooral wil ik mijn promotor Prof. dr. E. Faucompret bedanken. Niet zelden mondden besprekingen i.v.m. de eindverhandeling uit in gesprekken over films die we recent zagen en elkaar aanraadden. Hij las ook mijn teksten geduldig na, corrigeerde waar nodig en gaf suggesties die de tekst zakelijker en krachtiger maakten. De steun van mijn ouders was erg belangrijk voor me. Niet alleen dit academiejaar stonden ze volop achter me, maar ook tijdens de voorgaande jaren waren ze mijn rots in de branding. Speciale dank gaat uit naar Joke Vangheluwe van het Europees Jeugdfilmfestival die grote interesse toonde voor het eindresultaat van mijn harde werk en daardoor voor een extra bron van motivatie zorgde. Verder mag ik de volgende personen niet vergeten te bedanken: Chris Orgelt van het Brussels International Festival of Fantastic Film, mijn eerste contactpersoon binnen de wereld van filmfestivals; Myriam Segers die me geduldig, vriendelijk en behulpzaam hielp met het on- line zetten van de enquête; Freddy Sartor en zijn collega, mij enkel bekend onder de naam John, om mijn korte tekst in Film/TV/DVD te publiceren; de medewerkers van het Europees Jeugfdilmfestival voor het uitdelen van flyers en hun interesse voor mijn onderzoek; de webmasters van het filmfestival van Gent en de moovy.be site die mijn banner publiceerden; iedereen die mijn enquête invulde en tenslotte Franzi, het levende bewijs dat globalisering ook positieve kanten heeft.
  • 4. Inhoudsopgave Algemene inleiding 1 Hoofdstuk 1: Het artistiek kernproduct en het complementair product 4 1.1 Theorie 4 1.2 De theorie toegepast op filmfestivals 4 1.2.1 Het artistiek kernproduct 4 1.2.2 Het complementair product 5 1.2.2.1 Ticketing 6 1.2.2.2 Inleidingen bij de getoonde films 6 1.2.2.3 Programmabrochures 7 1.2.2.4 Informatie voor leerkrachten 7 1.2.2.5 Winkel 7 1.2.2.6 Vestiaire 8 1.2.2.7 Toiletten 8 1.2.2.8 Horecafaciliteiten in de omgeving 9 Hoofdstuk 2: Filmfestivals en de marketingmix 10 2.1 Productbeleid 10 2.1.1 Theorie 10 2.1.2 Toepassing op filmfestivals – Vereisten voor een goed evenement 10 2.1.2.1. Een filmfestival dient uitzonderlijk te zijn 11 2.1.2.2. De vereiste van een doordacht visitors management 11 2.1.2.3. Mogelijkheden tot samenwerking 13 2.1.2.4. Aantrekken van een nieuw publiek 18 2.2 Prijsbeleid 20 2.2.1 Theorie 20 2.2.2 Toepassing op filmfestivals 21 2.2.2.1 Prijsbepaling op basis van de marktsituatie 21 2.2.2.2 Filmfestivals en de te volgen prijsstrategie 25 2.3 Plaatsbeleid 26
  • 5. 2.4 Promotiebeleid 27 2.4.1 Met betrekking tot het prijsbeleid 27 2.4.1.1 Filmfestivals en kortingen 27 2.4.1.2 Filmfestivals en peak load pricing 28 2.4.2 Met betrekking tot het plaatsbeleid 29 2.4.3 Met betrekking tot het communicatiebeleid 29 Hoofdstuk 3: De impact van elektronische media 30 3.1 Websites – Een vergelijkend onderzoek 30 3.2 Opmerkingen en aanbevelingen 46 Hoofdstuk 4: Bespreking schema economische impactanalyse 50 Hoofdstuk 5: Nevenactiviteiten 53 5.1 Vaak voorkomende nevenactiviteiten 53 5.1.1 Panelgesprek met gasten 53 5.1.2 Tentoonstellingen 55 5.1.3 Receptie 56 5.1.4 Themadagen 56 5.1.5 Kiezen van de beste film 56 5.1.6 Workshops/ateliers 57 5.1.7 Party 58 5.1.8 Chatten met VIP’s 59 5.2 Andere nevenactiviteiten 59 5.2.1 Hommages en retrospectieven 59 5.2.2 Concerten 61 Hoofdstuk 6: Het cultureel belang van filmfestivals 62 6.1 Aankaarten van wantoestanden 62 6.2 Controverses en discussies 65 6.3 Ondersteunen van Derde Wereld films 66 6.4 Didactische evenementen 68 6.4.1 Kennisoverdracht 69 6.4.1.1 Studenten 69
  • 6. 6.4.1.2 Academisch: Colloquium 69 6.4.1.3 Filmsector: Conferentie 70 6.4.2 Workshops en ateliers 70 6.4.3 Analyseren van de filmgeschiedenis 71 6.5 Kansen bieden aan nieuw talent 71 Hoofdstuk 7: Publieksonderzoek 74 7.1 Segmenten en doelgroepen 74 7.2 Onderzoek 75 7.2.1 Inleiding 75 7.2.2 Doelgroepen van het publieksonderzoek 76 7.2.3 Gevolgde methodologie 76 7.2.3.1 Blok 1 77 7.2.3.2 Blok 2 78 7.2.3.3 Blok 3 en Blok 4 82 7.2.3.4 Blok 5 83 7.2.3.5 Blok 6 en Blok 7 83 7.2.4 Het benaderen van de doelgroep 83 7.2.4.1 Algemeen 83 7.2.4.2 De technische uitwerking 84 7.2.5 Het probleem van de non-respons 84 7.3 Resultaten publieksonderzoek 86 7.3.1 Ja-versie 86 7.3.2 Nee-versie 102 Algemeen besluit 110 Bibliografie 115 Bijlage I: Obesity Button Bijlage II: UGC 5-kaart en UGC 7-kaart Bijlage III: Promoties via communicatie Bijlage IV: Enquête in het Nederlands en codeboek Bijlage V: Lijst met forums Bijlage VI: Banner, forumteksten, flyer en tekst in Film/TV/DVD
  • 7. Algemene inleiding De aantrekkingskracht van filmfestivals neemt voortdurend toe. Vele filmliefhebbers kijken reikhalzend uit naar deze evenementen om hun passie voor film ten volle te beleven. Over de hele wereld worden jaarlijks duizenden festivals georganiseerd en die vereisen een aanzienlijke inzet van middelen, een gestroomlijnde organisatie en een verzameling enthousiaste medewerkers. Deze eindverhandeling wil de fascinerende wereld van de filmfestivals belichten, de aspecten die eigen zijn aan hun organisatie en de rol die ze spelen op economisch en cultureel gebied. Doorheen deze eindverhandeling wordt bijzondere aandacht besteed aan de Belgische festivals, meerbepaald door het toetsen van theorieën en ideeën aan de praktijk. Bovendien worden deze festivals geëvalueerd door middel van een publieksonderzoek. Volgens L’Encyclopédie Du Cinéma is een filmfestival ‘(une) Manifestation périodique et temporaire consacrée à la projection de films’. De Vlaamse regering hanteert de volgende definitie m.b.t. het subsidiëren van filmfestivals: ‘Een audiovisueel festival is een meerdaags (minimum 3 dagen) en aaneensluitend vertoningsinitiatief van audiovisuele creaties op een centrale locatie, met bovenlokale uitstraling en publieksbereik, en met een omkadering die een culturele meerwaarde vertegenwoordigt.’ In deze eindverhandeling worden de organisatie, de werking en het belang van filmfestivals behandeld. Er wordt een antwoord gezocht op de vraag welke elementen ertoe bijdragen dat het evenement als een succes wordt beschouwd. Het gevoerde beleid en de differentiatie van de concurrentie zijn daarbij van doorslaggevend belang. Daarenboven wordt nagegaan wat de culturele impact is van filmfestivals. Een publieksonderzoek laat ons toe de festivalbezoeker te profileren evenals een evaluatie te geven van het Belgisch festivallandschap. Er werd tewerk gegaan volgens de ‘Desk-Research’-methode. Vermits het aanbod aan wetenschappelijke boeken over het onderwerp vrij klein is werden voornamelijk krantenartikels, webpagina’s en tijdschriftartikels gebruikt. Het omvangrijke publieksonderzoek werd uitgevoerd tussen december 2004 en april 2005. In het eerste hoofdstuk worden de concepten ‘artistiek kernproduct’ en ‘complementair product’ toegepast op filmfestivals. Hoe belangrijk zijn beiden voor de festivalorganisatie? 1
  • 8. Wat doet de organisatie met het deel van het complementair product dat ze niet zelf onder controle heeft? Er wordt ook een antwoord geformuleerd op de vraag wat de belangrijkste complementaire producten zijn voor een filmfestival en hoe deze het best door het management worden uitgewerkt en geïmplementeerd. Praktijkvoorbeelden ontbreken uiteraard niet. Hiermee wordt de basis gelegd voor een bespreking van het efficiënt managen van dit soort evenementen. In hoofdstuk twee komt de marketingmix aan bod. Dit hoofdstuk is onderverdeeld in het productbeleid, prijsbeleid, plaatsbeleid en promotiebeleid. Centraal staat de vraag hoe de organisatie een succesvol evenement kan garanderen en op welke manier de gekozen locatie, de prijszetting, de gevoerde promotie en de aangegane partnerships daarbij een rol spelen. Vooral bij deze samenwerkingsverbanden wordt uitgebreid stilgestaan. De vraag is welke samenwerkingen en strategische allianties een positieve impact hebben op de beoordeling van het festival door de bezoekers. Via een vergelijkend onderzoek wordt de vraag beantwoord of filmfestivals in hun prijszetting rekening houden met concurrenten. Ook het plaatsbeleid wordt behandeld. Waarmee dient de festivalorganisatie rekening te houden bij de keuze van een locatie? Andere elementen die aan bod komen zijn de problematiek van het visitors management en de verschillende soorten promoties die het festival kan voeren. Hoofdstuk drie bevat een vergelijkend onderzoek van vijftien festivalwebsites. Zijn filmfestivals zich bewust van het belang van een goede website? Welke elementen komen op alle festivalsites terug? Welke lacunes kunnen we vaststellen? Op het einde van dit hoofdstuk worden een aantal concrete aanbevelingen gedaan naar de verschillende festivals toe om de efficiënte inzet van dit elektronisch medium te optimaliseren. Een schematische analyse van de economische impact van een filmfestival vormt het onderwerp van het vierde hoofdstuk. Hoe kunnen we de economische impact van een filmfestival meten? Welke elementen dienen we bij de analyse te betrekken en hoe verhouden ze zich tot elkaar? Er wordt gestreefd naar een globaal overzicht van de diverse bestedingen en hun samenhang. Het uiteindelijke doel is het vastleggen van domeinen waarover verder onderzoek moet worden verricht. De noodzaak voor filmfestivals om zich van de concurrentie te onderscheiden heeft zijn weerslag op de invulling van de georganiseerde nevenactiviteiten. In hoofdstuk vijf 2
  • 9. beschouwen we de nevenactiviteiten die het vaakst worden georganiseerd. Hoe tracht de festivalorganisatie met deze activiteiten een meerwaarde te geven aan het festival? Welke fouten moet ze vermijden? Al deze vragen worden beantwoord en uitgebreid geïllustreerd aan de hand van voorbeelden. Het cultureel belang van filmfestivals komt uitgebreid aan bod in hoofdstuk zes. Op welke manier kunnen een reeks filmvertoningen een culturele impact hebben? Wat is daarvoor nodig en welke rol speelt het management daarin? Het antwoord op deze vragen brengt ons tot de kern van filmfestivals. Het laatste hoofdstuk bevat het publieksonderzoek dat werd uitgevoerd. Het onderzoek wil een antwoord geven op de vraag waarom mensen een filmfestival bezoeken. Welke initiatieven dragen hun voorkeur weg? Hoe evalueren ze het huidige aanbod? Is er ruimte voor verbetering en zoja, waar? Een deel van het publieksonderzoek vergelijkt de opvattingen van festivalbezoekers met filmliefhebbers die de stap naar het festivalbezoek nog niet zetten. Het analyseren hiervan kan een leidraad zijn voor het management om nieuwe bezoekers aan te trekken. 3
  • 10. Hoofdstuk 1: Het artistiek kernproduct en het complementair product Bij de cultuurindustrie in het algemeen dienen we een onderscheid te maken tussen het artistiek kernproduct en het complementair product. In dit hoofdstuk wordt dit onderscheid uitgewerkt voor een filmfestival teneinde beter weer te geven welke activiteiten een filmfestival vervult. 1.1 Theorie Het artistiek kernproduct is datgene wat de kunstenaar schept. Het gaat met andere woorden om een schilderij, een boek, een muziekstuk, een film, … Het artistiek kernproduct is ook datgene waar de bezoeker in essentie voor komt. Het artistiek kernproduct wordt gedomineerd door artistieke en culturele waarden. Onder culturele waarden verstaan we zaken als authenticiteit, schoonheid, vaardigheid, maatschappelijke betrokkenheid, creativiteit, politieke relevantie, internationale uitstraling, …Deze waarden zijn in principe autonoom. ( De Brabander, G., 2004 ) Onder het complementair product verstaan we alle producten en diensten die een organisatie werkzaam in de cultuurindustrie inzet ter ondersteuning van haar hoofdactiviteiten die geconcentreerd zijn rond het artistiek kernproduct. De inhoud van de term zal voor de lezer nog duidelijker worden wanneer die in de volgende paragraaf specifiek wordt toegepast op filmfestivals. 1.2 De theorie toegepast op filmfestivals 1.2.1. Het artistiek kernproduct Het moge duidelijk zijn dat het artistiek kernproduct van een filmfestival betrekking heeft op de vertoonde films. De bezoekers worden aangetrokken door de selectie van films die alle geacht worden een reeks artistieke en culturele waarden te weerspiegelen. Het is ook voornamelijk op het vlak van de films dat een festival als een succes of een flop door het publiek zal worden ervaren. Een sterke selectie is ook het beste middel om klantentrouw te realiseren. Wil men als filmfestival een sterk retentiebeleid voeren dan zal men jaar na jaar het beste van het filmaanbod dat beantwoordt aan de behoeften van de doelgroep moeten zoeken. 4
  • 11. Toch mag men de invloed van het complementair product niet onderschatten. In de bespreking van het productbeleid ( cfr. infra blz. 10 ) van een filmfestival zal blijken dat een evenement in de praktijk vaak staat of valt op basis van de uitwerking van de complementaire diensten. 1.2.2. Het complementair product Het management van een filmfestival zal erover moeten waken dat het complementair product tot in de puntjes wordt verzorgd. Een deel van het complementair product heeft men echter niet zelf onder controle. Daarom dient men vaak aan externe lobbying te doen. Zo is er de Europese lobbying groep ‘European Coordination of Film Festivals’. De ECFF is een lobbying groep bestaande uit 200 Europese filmfestivals. Ze werd in 1995 opgericht en heeft als missie diensten en projecten uit te werken die de leden in staat stellen de Europese filmindustrie te promoten. Om dit te bereiken worden zes doelstellingen opgesomd op de officiële site ( European Coordination of Film Festivals, 2005 ): - uitwisseling, samenwerking en ervaring delen met andere festivals - het aanmoedigen van internationale samenwerkingsverbanden tussen leden - globale oplossingen zoeken voor gemeenschappelijke problemen - de collectieve impact van festivals op de promotie en verdeling van het Europese bewegende beeld bevorderen - het promoten van de culturele dimensie en de socio-economische rol van festivals - het informeren van Europese en internationale instellingen over activiteiten en kwesties in verband met festivals Het moge duidelijk zijn dat ernaar gestreefd wordt aan networking te doen. Men ijvert ervoor op globaal niveau problemen aan te pakken en activiteiten op touw te zetten die de promotie van de Europese film via festivals vergemakkelijken. Ook de rol van filmfestivals op het culturele en socio-economische front wordt niet uit het oog verloren. In 1997 wordt het ECFF geïncorporeerd als een ‘European Economic Interest Grouping’ ( EEIG ), een ‘Europese Economische Belangengroep’. Hierdoor is het nog beter in staat op Europees niveau de behoeften van haar leden aan te kaarten. ( European Coordination of Film Festivals, 2005 ) 5
  • 12. Hoewel het geenszins een uitputtende lijst betreft volgt hierna een overzicht van een aantal complementaire diensten die allen bijdragen tot een positieve festivalervaring. 1.2.2.1 Ticketing De organisatie dient te beslissen op welke manier men tickets aan de man zal brengen. De beslissing hierover dient in samenspraak te gebeuren met het management van de diverse festivallocaties. Zo kan worden afgesproken dat de tickets aan dezelfde kassa’s dienen te worden gekocht waar ook de tickets voor de andere voorstellingen van de betreffende instelling worden verkocht. Vaak wordt gekozen om een tijdelijke balie te voorzien. Deze tijdelijke balie vervult niet alleen de ticketingfunctie, maar wordt ook een onderdeel van de communicatie en promotie. Zo wordt het voor het publiek duidelijk dat ze niet alleen voor tickets, maar ook met hun vragen terecht kunnen bij het personeel achter de balie. Voor het management is het de taak ervoor te zorgen dat aan deze verwachting wordt voldaan door competent personeel tewerk te stellen. ( De Brabander, G., 2004 ) De tijdelijke balie kan ook een promotiefunctie vervullen. Door middel van posters, affiches en ander promotiemateriaal wordt de aandacht van de gewoonlijke bezoeker van de locatie op het speciale evenement getrokken. ( De Brabander, G., 2004 ) Een goed voorbeeld van een tijdelijke balie vormde die van het Europees Jeugdfilmfestival in de UGC bioscoop in Antwerpen dit jaar. De UGC bioscoop was slechts een van de verschillende festivallocaties. Om gezien te worden naast de nieuwste Hollywood- blockbusters koos het festival ervoor een opvallende tijdelijke balie te plaatsen. Hoewel tickets konden gekocht worden aan de reguliere kassa’s was dit ook mogelijk aan die tijdelijke balie. Bovendien stonden daar steeds medewerkers van het festival klaar om vragen te beantwoorden. Het programma voor alle andere locaties van het festival was er ook beschikbaar. 1.2.2.2 Inleidingen bij de getoonde films De meningen over het belang van zulke inleidingen in het kader van filmfestivals lopen sterk uiteen. Traditioneel worden de festivalfilms voorafgegaan door een korte inleiding. Deze situeert het verhaal, introduceert de protagonisten, plaatst de film in de context van het land van herkomst, het genre of het oeuvre van de cineast. 6
  • 13. Tijdens mijn bezoek aan het Filmfestival van Gent kreeg ik diverse meningen te horen. Sommigen apprecieerden de introductie; anderen waren er tegen daar ze bewust zonder enige voorkennis de film wilden zien. 1.2.2.3 Programmabrochures Programmabrochures informeren het publiek over de festivallocaties en hun bereikbaarheid, vertoningen ( filmselectie, zaal, aanvangstijd, … ), toegangsprijzen, nevenactiviteiten, … 1.2.2.4 Informatie voor leerkrachten Films op een filmfestival zijn vaak provocerend en controversieel. Het kan dan ook nuttig zijn om voor leerkrachten een informatiepakket op te stellen omtrent films die zich uitstekend lenen tot een klassikaal debat. Het Internationaal Kortfilmfestival Leuven organiseert het hele jaar door op vraag van scholen voorstellingen van kortfilms. Ook tijdens het filmfestival is dit mogelijk, maar dan staat een grotere zaal ter beschikking. Het festival stelt ook DVD’s met kortfilms ( ‘Selected Shorts’ ) ter beschikking aan scholen zodat zij deze in klasverband als didactisch materiaal kunnen vertonen en bespreken. ( International Short Film Festival Leuven, 2005) Het Open Doek filmfestival in Turnhout zet de leerkracht centraal tijdens het zogenaamde ‘filmhoppen’. Het is een eendaags gebeuren dat de ingeschreven leerkrachten de kans biedt om reeds een deel van de films van het echte festival te bekijken. Zodoende kan men bepalen welke voorstellingen men met de leerlingen wil bijwonen. Plaatsen reserveren voor de groep kan ook tijdens het ‘filmhoppen’. Bovendien worden een aantal workshops georganiseerd die in nog meer leerkrachtenbegeleiding voorzien. Dit is een bewonderenswaardig initiatief om te proberen de jeugd te sensibiliseren voor de betere film. ( Open Doek – Filmeducatie sch-O- len, 2005 ) 1.2.2.5 Winkel Het lijkt op het eerste gezicht niet zo vanzelfsprekend in het kader van een filmfestival een winkel in te richten, maar musea bijvoorbeeld bieden al jaren een groot assortiment van producten aan in een museumwinkel. Zo kan de bezoeker boeken en catalogi, reproducties 7
  • 14. van de bekendste geëtaleerde werken in postkaartvorm, postervorm of op diverse bedrukte materialen zoals theekoppen, handdoeken, … kopen. De jongste jaren is men met dat soort van winkels zeer ‘creatief’: het kunstenfestival deNachten heeft een winkel boordevol boeken die de ‘typische’ deNachten bezoeker zouden kunnen interesseren: poëzie, klassieke romans en andersglobalistenliteratuur. Met enige inventiviteit kan ook een filmfestival een geslaagde winkel opzetten. Zaak is die producten in het gamma op te nemen die het publiek interesseren. Dit kan een bijkomende bron van financiering zijn voor het festival. Op het Filmfestival van Gent in 2004 werd bijvoorbeeld de mogelijkheid geboden zich de DVD’s van Cinema16 aan te schaffen. Cinema16 is een organisatie die ernaar streeft kortfilms te promoten. De DVD’s bevatten het vroegere werk van bekende Britse en Europese cineasten. Dit is een typisch voorbeeld van een aangeboden product dat perfect aansluit bij de meerwaardezoekende festivalbezoeker. ( Cinema16, 2005 ) 1.2.2.6 Vestiaire Het lijkt me volstrekt onnodig om hier lang bij stil te staan. Een vestiaire is zowat hét meest vanzelfsprekende complementaire product voor een filmfestival. Het komt de hele uitstraling van een festival ten goede. Mits een efficiënte organisatie zal deze bijkomende dienstverlening door het publiek bijzonder geapprecieerd worden. Een treffend voorbeeld van zo’n efficiënte uitwerking kon men zien op het filmfestival van Gent. Men werkte met een soort ‘mobiele vestiaire’. Voor de aanvang van de avondvertoning bevond deze zich aan de ingang van de zalen. Na afloop kon men zijn jas opnieuw ophalen of men kon ervoor opteren eerst naar de receptie te gaan die op de desbetreffende avond werd georganiseerd. De festivalmedewerkers verplaatsten tijdens de receptie de vestiaire van de ingang van de zalen tot een locatie dicht bij de receptie. Zo kon men de jas ophalen bij het verlaten van de receptie. Zulke details in de dienstverlening komen het algemene beeld van het festival ten goede. 1.2.2.7 Toiletten Waarschijnlijk met ruime voorsprong het vaakst gebruikte complementaire product van elk evenement. Uiteraard dient het management een locatie uit te kiezen waar de sanitaire 8
  • 15. voorzieningen voldoende groot en verzorgd zijn om de verwachte publieksstroom op te vangen. ( De Brabander, G., 2004 ) 1.2.2.8 Horecafaciliteiten in de omgeving De voorstellingen op een filmfestival vinden traditioneel gedurende de hele dag plaats. De nood aan voldoende horecafaciliteiten in de nabije omgeving van het festival dringt zich dan ook op. Bij het selecteren van een geschikte festivallocatie dient het management dit aspect zeker niet over het hoofd te zien. Soms beschikt de locatie zélf over een foyer, een bar of een restaurant, maar kan men onvoldoende bezoekers tegelijkertijd opvangen of zal het drank-en voedselaanbod beperkt zijn tot enkele snacks en versnaperingen. ( De Brabander, G., 2004 ) Daarom zal uitgekeken moeten worden naar horecafaciliteiten in de nabijheid van de festivallocaties. Deze dienen snel en eenvoudig bereikbaar te zijn. Nuttig is ook dat er een aanbod is dat alle budgetten dekt. Soms is het voor een festivalorganisatie mogelijk een tijdelijke samenwerking aan te gaan met de horeca in de buurt. Bepaalde horecazaken zouden aantrekkelijk geprijsde menu’s kunnen aanbieden voor festivalbezoekers. Een andere mogelijkheid is het aanbieden van een korting op vertoon van een toegangsticket. Deze acties zouden via reclame in de programmabrochures of op ter plaatse uitgedeelde flyers bekend kunnen gemaakt worden. 9
  • 16. Hoofdstuk 2: Filmfestivals en de marketingmix De marketingmix bestaat uit vier onderdelen: het productbeleid, het prijsbeleid, het plaatsbeleid en het promotiebeleid. Deze vier elementen worden kortweg de vier P’s genoemd. In wat volgt zal ik vooreerst elk onderdeel van de marketingmix theoretisch schetsen. Nadien geef ik weer hoe de organisatoren van een filmfestival de marketingmix in de praktijk kunnen omzetten. Waar mogelijk geef ik concrete voorbeelden om de praktische relevantie weer te geven. 2.1 Productbeleid 2.1.1. Theorie In de cultuurindustrie heeft het productbeleid voornamelijk betrekking op het complementair product. Het artistiek kernproduct wordt gedomineerd door artistieke en culturele waarden waarvan de autonomie zoveel mogelijk dient te worden gegarandeerd. ( De Brabander, G., 2004 ) Receptieve instellingen, zoals filmfestivals, vormen een uitzondering op deze regel. Een van de hoofdfuncties van zo’n instelling is het bevorderen van de spreidingsfunctie. De totaliteit van de bevolking dient toegang te hebben tot de kunstwerken die een receptieve instelling tentoonstelt of, in het geval van filmfestivals, vertoont. 2.1.2. Toepassing op filmfestivals – Vereisten voor een goed evenement Een filmfestival is een evenement. Evenementen zijn een bijzondere vorm van het kernproduct. Ze zijn – of beter moeten dit zijn – uitzonderlijk en hebben een eenmalig of repetitief karakter. Een evenement is een concentratie van het kernproduct in tijd en ruimte dat de organisatie een aantal kansen biedt. Uiteraard is niet het hele verhaal positief. Slordig geplande evenementen kunnen het voortbestaan van de organisatie bedreigen en kunnen zelfs een negatieve impact hebben op de locaties waar het evenement werd georganiseerd. ( De Brabander, G., 2004) De festivalorganisatie zal eerst en vooral zorgvuldig de complementaire diensten zoals toiletten, drankgelegenheden, veiligheidsvoorzieningen, … moeten verzorgen. Een evenement 10
  • 17. kan slechts succesvol zijn wanneer deze diensten optimaal functioneren. ( De Brabander, G.; Gore, C., 2004 ) 2.1.2.1. Een filmfestival dient uitzonderlijk te zijn Cruciaal voor eender welk evenement is het in de verf zetten van het uitzonderlijke karakter ervan. Ook een filmfestival verhoogt zijn aantrekkingskracht als het kan aantonen dat het ‘ a once in a lifetime experience is’. Hier komt de mate van inventiviteit en creativiteit van de festivalorganisatoren het beste tot uiting. Hen staat een breed gamma aan mogelijkheden ter beschikking om de aandacht van de doelgroep te trekken. Uiteraard kan een festivalprogramma boordevol exclusieve avant-premières van langverwachte films het uitzonderlijke element vormen. In de praktijk zijn er grenzen aan het aantal van zulke films dat men kan en wil aantrekken. Daarom moet ook via andere wegen de aandacht van de doelgroep getrokken worden. Deze elementen worden besproken in het deel over de nevenactiviteiten ( cfr. infra blz. 54 ) die een filmfestival organiseert. ( De Brabander, G., 2004 ) 2.1.2.2. De vereiste van een doordacht visitors management Recent was er de tragische gebeurtenis op het Fespaco (‘Le Festival Panafricain du Cinéma et de la Télévision de Ouagadougou’ ) filmfestival in Burkina Faso. Daar veroorzaakte de gratis openingsceremonie zo’n toeloop dat twee mensen in de menigte werden vertrappeld. ( Two Die at Gala Opening of African Film Festival, 2005 ) Het kan ook minder dramatisch: de Belgische regisseur Eric Van Looy werd geconfronteerd met heuse vechtpartijen op het filmfestival van Palm Springs toen vele bezoekers wanhopig in de filmzaal een plaatsje wensten te bemachtigen om ‘De Zaak Alzheimer’ te zien. ( De Foer, S., 2005) Om zulke scènes te voorkomen dient de festivalorganisatie er zich eerst en vooral van bewust te zijn welke films grote publiekstrekkers zullen zijn. De vertoning van zulke films lokt een massa publiek. Soms is het eenvoudig te weten welke films zo’n toeloop op gang zullen brengen. Nieuwe werken van Almodovar, Amenabar, Wong-Kar-Wai, Kim Ki-Duk en andere klinkende namen uit de auteurscinema veroorzaken lange rijen aan de festivalkassa’s en aan de zalen. Het gaat om de nieuwe werken van cineasten die een vaste waarde in het festivalcircuit zijn geworden. Ook de betere film die een reeks bekende acteurs heeft kunnen 11
  • 18. engageren ( vaak door hen een gage te betalen die veel lager ligt dan wat de acteur gewend is te krijgen ) zal een groot publiek op de been kunnen brengen. Hierbij denken we bijvoorbeeld aan de Kroatische productie ‘Matilda’ waarin Jeremy Irons de hoofdrol van VN soldaat speelt ten tijde van de recentste oorlog in de Balkan. ( Djurica, R., 2004 ) Andere films lijken op het eerste gezicht niet zoveel aandacht te zullen krijgen. Desalniettemin gebeurt het dat er tijdens het festival een zekere ‘buzz’ gecreëerd wordt rond een film die dan onverwacht veel bezoekers begint te trekken. Zo kon niemand voorspellen dat eind jaren ’90 ‘The Blair Witch Project’ zo’n immens succes zou worden. De zalen op het Cannes Festival liepen alsmaar voller en een hype was geboren nadat de film ook nog eens de Youth Award mee naar huis nam. Een recenter voorbeeld is ‘Super Size Me’, de kritische kijk op de fastfood industrie van regisseur Morgan Spurlock. Ook deze film werd een ware hype op het Sundance Festival en trok (over)volle zalen. De onvoorspelbaarheid van het succes van een festivalfilm kunnen we voornamelijk toeschrijven aan de promotiecampagne die wordt gevoerd. Sommige kleinschalige producties zetten allerlei guerilla-reclametechnieken in om de aandacht te trekken. Hierbij denk ik bijvoorbeeld aan de wijze waarop Morgan Spurlock promotie maakte voor zijn fastfood documentaire ‘Super Size Me’. Hij besefte dat T shirts niet langer origineel waren. Teneinde de boodschap uit de film weer te geven maakte hij 1500 ‘Obesity buttons’ ( zie bijlage I ), 250 ‘Unhappy Meals’ en 100 ‘Fat Ronald’ poppen. De ‘Unhappy Meals’ zijn een parodie op de bekende kindermenu’s van McDonalds en Ronald is de clown die McDonalds producten in alle reclamefilmpjes aanprijst. Het werden allen echte gadgets en de film trok volle zalen en lange wachtrijen. Bij The Blair Witch Project betrof het een ingenieus opgebouwde website die perfect in het ‘mockumentary’ element van de eigenlijke film paste. Men trachtte met de site twijfel te doen ontstaan of de gebeurtenissen uit de film echt waren dan wel opgezet. ( Gore, C., 2004, blz.138-139, Obesity Button, 2005, The Blair Witch Project, 2005 ) Welke ingrepen kan de festivalorganisatie uitvoeren om de publieksstroom hanteerbaar te maken? Eerst worden een aantal algemene richtlijnen gegeven die steeds zouden moeten worden gevolgd. Nadien wordt ingegaan op de problematiek van het opvangen van een publiekstoeloop. 12
  • 19. Om in het algemeen onprofessioneel duw-en-trekwerk te voorkomen zal de organisatie vooreerst moeten bepalen wat de capaciteit van een bepaalde zaal is. De ticketverkoop moet hierop nauwkeurig worden afgestemd. Wanneer de publiekstoeloop groter wordt dan verwacht dienen er extra maatregelen getroffen te worden. Indien er voldoende zalen voorhanden zijn zou men ervoor kunnen opteren extra vertoningen in te leggen. Zo merkte het Europees Jeugdfilmfestival op dat bij de openingsfilm ‘Pluk van de Petteflet’ mensen moesten geweigerd worden omdat de vertoning volledig uitverkocht was. Gelukkig merkte men de teleurstelling op en besloot men extra vertoningen te organiseren. Films die verwachte publiekstrekkers zijn zou men in meerdere zalen tegelijkertijd kunnen programmeren. Bovendien zal de bewegwijzering optimaal moeten zijn om een hoop verdwaalde bezoekers te voorkomen. De festivalmedewerkers – liefst herkenbaar door een met het festivallogo bedrukt T-shirt – dienen ook allen op de hoogte te zijn van de zaal waarin de film speelt om zodoende vragen van de bezoekers te kunnen beantwoorden. 2.1.2.3. Mogelijkheden tot samenwerking Theorie Elke evenement is een uitgelezen gelegenheid voor samenwerkingsverbanden. Er zijn samenwerkingen mogelijk met collega’s, sponsors, de overheid, verenigingen, dienstverleners, … Vermits men voor een goede samenwerking vaak met verschillende actoren en belangengroepen aan de onderhandelingstafel moet zitten houdt dit een proces van networking in. Men legt nuttige contacten die later alle partijen nog voordelen kunnen opbrengen. ( De Brabander, G., 2004 ) Het doel van het aangaan van samenwerkingsverbanden is het ontwikkelen van synergieën. Een synergie houdt in dat het geheel meer is dan de som van de afzonderlijke delen waaruit het is opgebouwd. Synergieën creëren ook goodwill tussen de verschillende partijen wat latere contacten vergemakkelijkt. Men tracht te komen tot een win-win situatie voor alle partijen. ( De Brabander, G., 2004 ) Het belang van partnerships De meeste filmfestivals bestaan uit zo’n complex netwerk van samenwerkingen en bijdragen. Er zijn verschillende voordelen verbonden aan het aangaan van partnerships bij het 13
  • 20. organiseren van een filmfestival. Zo kunnen partnerships geloofwaardigheid verlenen aan het festival. Partnerships kunnen ook bepaalde vaardigheden aanreiken die ontbreken bij het management team van de festivalorganisatie. Ook kan informatie worden uitgewisseld en advies worden verstrekt. Partnerships kunnen bovendien nuttig zijn voor het vastleggen van de festivalprogrammatie evenals de marketingactiviteit die zal worden ontplooid. Bijzondere aandacht vereisen partnerships die steun verlenen aan de bijkomende activiteiten van een filmfestival. Sprekers en workshopleiders kunnen zo worden benaderd. De rol van partnerships voor het bereiken van bepaalde niche-publieken kan aanzienlijk groot zijn. Tenslotte kunnen partnerships in enkele gevallen tot sponsorschap leiden. ( Alle, S., 2001, blz.4 ) Enkele voorbeelden maken duidelijk hoe de festivalorganisatie nuttige samenwerkingsverbanden kan sluiten. Toronto Het filmfestival van Toronto heeft erg uiteenlopende samenwerkingsverbanden met diverse partners. Eerst en vooral werd ‘Air Canada’ aangeduid als de officiële luchtvaartmaatschappij van het filmfestival. Bezoekers kunnen hun tickets bij Air Canada reserveren via een gratis telefoonnummer. Bovendien genieten ze een bijkomende korting op hun toegangsticket voor het filmfestival. ( Travel and Accomodations, 2005 ) Het filmfestival van Toronto werkt al een paar jaren samen met diverse vrijwilligersgroepen. Op de website worden zij uitvoerig bedankt ( ‘As a charitable, not-for-profit organization, we are grateful for the considerable contributions made by our many volunteers, and know that we could not present the Festival without them’). Bovendien werden zij in 2001 extra in de bloemetjes gezet toen er een documentaire over hen werd gemaakt die nadien vertoond werd op een evenement van de Verenigde Naties ter ere van het begin van het Internationale Jaar van de Vrijwilliger. ( Volunteer Info, 2005, Volunteer Documentary, 2005 ) Een laatste partnership m.b.t. het filmfestival van Toronto betreft de samenwerking met lokale hotels. Deze bieden gunstige arrangementen aan voor bezoekers van het filmfestival. De hotels worden opgenomen op de officiële kaart van het festival waarop de diverse festivallocaties staan. ( Publicmap 2004, 2004 ) 14
  • 21. Berlinale Het filmfestival van Berlijn heeft ook diverse samenwerkingsverbanden afgesloten. Eén daarvan is het zogenaamde ‘Fresh From Sundance’. De Berlinale heeft een samenwerking afgesloten met het Sundance filmfestival. Zodoende worden in Berlijn een aantal films vertoond die een maand voordien te bewonderen waren op Sundance. Het is het management van het Sundance festival dat de films selecteert, in onderling akkoord met de cineasten. Zo waren er in 2004 maar liefst 16 films – allen zogenaamde ‘indies’ ( independents’ – van de officiële Sundance selectie te zien in ‘Fresh From Sundance’. ( Special Programmes, 2005 ) Het voordeel voor de Berlinale is dat het festival kan uitpakken met een reeks films waar de Berlinale-bezoeker vaak halsreikend naar heeft uitgekeken omwille van lovende recensies op het Sundance festival. Sundance Een ander soort samenwerkingsverband vinden we bij het Sundance festival. Het betreft een partnership met verschillende organisaties om te komen tot een geïntegreerd arrangement. Het gaat om ‘DESTINATION: Sundance Film Festival’ dat van de organisatoren het label ‘the official travel service of the Sundance Film Festival’ meekrijgt. Sundance werkt hiervoor samen met een luchtvaartmaatschappij ( Delta Air Lines ), diverse aanbieders van hotelkamers, flats en luxe-residenties die soms ook ruimte ter beschikking hebben voor zakelijke conferenties of private persvertoningen van festivalfilms ( o.a. David Holland’s Resort Lodging and Conference Center, Deer Valley Lodging, Park City Marriott, The Yarrow Resort Hotel & Conference Center ) en vervoersmaatschappijen die auto’s verhuren of een shuttle dienst onderhouden tussen de Salt Lake luchthaven en de zogenaamde ‘Sundance Village’ (Thrifty Car Rental, Express Shuttle ) ( DESTINATION: Sundance Film Festival, 2005 ) Volgens Sundance zijn er een aantal voordelen verbonden aan deze manier van werken. Eerst en vooral krijgt de bezoeker een gepersonaliseerde dienstverlening. Ten tweede biedt men een heel gamma aan van verblijfsmogelijkheden gaande van hotels en flats tot luxeappartementen en –residenties. Ook het vervoer van en naar de verschillende festivallocaties en de luchthaven wordt geregeld in deze partnerships. Bovendien werkt men met mensen die een zekere expertise hebben opgebouwd op dat specifieke terrein en die daarenboven vertrouwd 15
  • 22. zijn met de Park City omgeving en het filmfestival. ( DESTINATION: Sundance Film Festival, 2005 ) Samenwerking met de media Ook met de media zijn strategische allianties mogelijk. Zorgvuldig uitgekozen allianties met de media kunnen erg interessante voordelen bieden voor beide partijen. Uiteraard dient de festivalorganisatie zich ervan te vergewissen dat ze samenwerking zoekt met die media die de doelgroep het beste bereiken. Zo zijn er sommige filmtijdschriften die erg aanleunen bij het profiel van de meerwaardezoeker. We denken hierbij voornamelijk aan Film/TV/DVD ( het vroegere Film en Televisie ) in Vlaanderen, Cahiers du Cinéma in Frankrijk en The Independent Video and Film in de Verenigde Staten. Ook sommige kranten hebben cultuurkaternen die nuttig kunnen zijn voor de festivalorganisatie. We zitten hier duidelijk op het raakvlak met het promotiebeleid. Strategische allianties met de media laten namelijk toe om via bijvoorbeeld advertenties de doelgroep het beste te benaderen. Wat in de cultuurindustrie ook gebeurt is dat men in een tijdschrift of krant een advertentie combineert met een kortingsbon op de toegangsprijs. Een recent voorbeeld- weliswaar niet op het domein van de filmfestivals – is de combinatie advertentie-korting voor de Congo-tentoonstelling die in de cultuurbijlage van de Standaard zat. Mijns inziens werd deze piste nog te weinig bewandeld door de festivalorganisaties. Vooral in de cultuurindustrie is de stap die een potentieel bezoeker dient te nemen om over te gaan van een ‘non-user’ naar een ‘light user’ erg groot. Een korting aangeboden in de vorm hierboven besproken kan een mooie drempeloverwinnende aanzet vormen. ( De Brabander, G., 2004 ) Wat krijgt de krant of het tijdschrift in het kader van een samenwerkingsverband? De return kan komen in de vorm van een prominente aanwezigheid op het festival waar de bezoeker bijvoorbeeld tegen gunstige voorwaarden een abonnement zou kunnen nemen op het desbetreffende tijdschrift of de krant in kwestie. Twee praktijkvoorbeelden tonen aan op welke manier een media-alliantie kan ingevuld worden. Eerst wordt de Focus-festivaldag besproken. Nadien wordt nader ingegaan op de wijze waarop de Berlinale de media betrekt in haar evenementstrategie. 16
  • 23. Vb.1 van een strategische alliantie met de media: de FOCUS-festival dag De FOCUS-festivaldag is een initiatief van de cultuur-en media-bijlage FOCUS van het tijdschrift Knack. In samenwerking met het Filmfestival van Gent worden op de laatste dag van het festival vijf films vertoond uit het festivalprogramma die een staalkaart bieden van datgene waarvoor het festival staat. Het is weliswaar de eindredacteur van FOCUS, Patrick Duynslaegher, die de selectie maakt. Omdat de selectie slechts de dag zelf bekend wordt gemaakt is dit initiatief duidelijk toegespitst op diegenen die wel geïnteresseerd zijn in het festival,maar niet de kans hebben om vertoningen bij te wonen. De prijs van de FOCUS- festivaldag wordt bewust laag gehouden: € 25 voor de vijf films. FOCUS Knack versterkt zijn imago van kwalitatief hoogstaande cultuurbijlage. Het Filmfestival van Gent heeft ook vruchten kunnen plukken van de samenwerking. De redactie van FOCUS Knack brengt een speciale festivalbijlage op de markt met alle informatie omtrent het grootste filmfestival van België. Bovendien wordt ook in de reguliere uitgave van FOCUS Knack uitgebreid aandacht besteed aan het festival. Vb.2 van een strategische alliantie met de media: Media Partners van de Berlinale De Berlinale heeft vier mediapartners, Der Tagesspiegel, Radioeins, Deutsche Welle TV en RBB Television. In wat volgt zal ik de samenwerking tussen het festival en de mediapartners belichten. Der Tagesspiegel is een krant. Het officiële festivalprogramma wordt bij de krant geleverd de dag nadat de festivalorganisatie een grote persconferentie geeft. Het programma bevat ook enkele festival-‘highlights’ en wordt gratis verspreid op de verschillende festivallocaties, in bioscopen, hotels en het perscentrum. Tijdens het festival ligt Der Tagesspiegel gratis ter beschikking van de bezoekers. Bovendien zullen artikels in de krant over het festival steeds voorzien worden van een webadres waar de lezer terecht kan voor meer informatie. Dit is écht een nuttige samenwerking die voor beide partners vruchten afwerpt. De Berlinale komt in het nieuws en kan de kosten van het drukken van het festivalprogramma delen met Der Tagesspiegel. De krant bereikt op een korte tijd een erg groot publiek en zal misschien nieuwe lezers kunnen werven. ( Media Partners, 2005 ) De radiozender Radioeins is al acht jaar een partner van de Berlinale. Tijdens het festival worden diverse programma’s gewijd aan het festival. Ook worden er interviews met 17
  • 24. festivalgasten uitgezonden. Radioeins biedt op zijn website ook tips aan voor bezoekers, onderhoudt een ‘Ticket-Info-Hotline’ en reikt samen met het tijdschrift Tip een eigen prijs uit. Ook dit lijkt me een interessant samenwerkingsverband daar het festival hier weer een nieuwe manier heeft om potentiële bezoekers te overtuigen. De radiozender komt zelf ook weer in de belangstelling te staan, vooral op de avond van het uitreiken van de eigen ‘Panorama Audience Award’. ( Media Partners, 2005 ) De samenwerking met de televisiezender Deutsche Welle TV heeft twee doelstellingen. Ten eerste dient de belangrijke nevenactiviteit ‘Berlinale Talent Campus’ in de verf gezet te worden. Ten tweede zorgt Deutsche Welle TV ervoor dat het filmfestival internationaal aandacht krijgt. Deutsche Welle TV wijdt verscheidene programma’s aan de ‘Berlinale Talent Campus’ en ondersteunt ook de eerste fase, de aanvraag tot participatie. Het is ook deze zender die de officiële festivaltrailer ter promotie uitzendt in maar liefst 190 landen. Daar de ‘Talent Campus’ een van de paradepaardjes is van de Berlinale en bijgevolg ook een manier is om zich van de concurrentie te onderscheiden lijkt me dit partnership cruciaal. Ook het immense bereik van de festivaltrailer die Deutsche Welle TV kan verzekeren is van groot belang voor een festival met internationale ambities. ( Media Partners, 2005 ) De Berlinale heeft met nog een televisiezender, RBB Television, een samenwerkingsakkoord afgesloten. RBB Television staat onder andere in voor de live reportage en ‘video streaming’ van de openingsceremonie, dagelijkse reportages omtrent het festival en het uitzenden van de festivaltrailer. ’s Nachts zendt RBB Television de persconferenties integraal uit. Het rechtstreeks uitbrengen van een verslag van de openingsceremonie vereist een zekere expertise. Het is duidelijk dat de festivaldirectie daarvoor een betrouwbare partner heeft gevonden. Dagelijkse reportages vestigen de aandacht op het festival en de festivaltrailer vervult zijn promotionele functie uiteraard beter wanneer meerdere televisiestations die uitzenden. ( Media Partners, 2005 ) 2.1.2.4. Aantrekken van een nieuw publiek Een evenement kan ervoor zorgen dat een nieuw publiek wordt aangetrokken voor andere activiteiten van de organiserende instelling. Indien het management dit voor ogen houdt kan het ervoor zorgen dat het drempelverlagend effect ten volle benut wordt. In de niet- 18
  • 25. festivalsector denk ik bijvoorbeeld aan deNachten dat jaarlijks georganiseerd wordt in deSingel. De mengeling van mainstream en alternatieve muziekgroepen en schrijvers in één locatie zorgt ervoor dat ook de minder bekenden een kans maken om hun doelgroep te bereiken. Ongetwijfeld zal dit evenement ook nieuwe bezoekers naar de andere voorstellingen in deSingel lokken. ( De Brabander, G., 2004 ) Ook voor filmfestivals lijkt dit een belangrijk element. Een filmfestival zou de ‘betere’ film onder de aandacht kunnen brengen en zou ook de alternatieven voor de commerciële bioscoopcomplexen in de schijnwerpers kunnen zetten. In België nog te weinig bekeken lijkt me de samenwerking tussen filmfestivals en arthouse cinema’s. Het lijkt me voor de hand liggend dat de doelgroep van de arthouse cinema’s grotendeels overlapt met die van filmfestivals ( met als nuance dat dit misschien minder het geval is voor festivals rond nichegenres zoals animatie- of horrorfilms ). Volgens mij zou het een goed idee zijn het management van de arthouse cinema’s rond de tafel te zetten met de organisatoren van filmfestivals in dezelfde regio. De arthouse cinema’s zijn eerst en vooral uitstekende festivallocaties. Ze beschikken over de ( technische ) expertise om projecties te verzorgen. Bovendien hebben ze een loyaal publiek dat ongetwijfeld ook aangetrokken zal zijn tot de festivalselectie. Vaak hebben ze in de loop der jaren een netwerk van contactpersonen opgebouwd waardoor ze makkelijker aan bijvoorbeeld oude films kunnen geraken waar nog maar weinig exemplaren van bestaan. Een samenwerking zou ook voor de arthouse cinema’s voordelen kunnen opleveren. Men krijgt nieuwe bezoekers over de vloer die een zekere interesse hebben voor de auteurscinema. Hen trachten te overhalen vaker de arthouse cinema te bezoeken is de boodschap. Rest me nog om kort in te gaan op de moeilijke beschikbaarheid van oudere films. Ik wees reeds op de contacten van de arthouse bioscopen om aan deze prints te geraken. Ook een samenwerking met bijvoorbeeld een filmmuseum kan vruchten afwerpen. Deze musea beschikken over uitgebreide archieven boordevol unieke stukken. Een filmfestival dat in samenspraak met het museum zo’n films kan vertonen kan het uitzonderlijke karakter van het evenement bij de doelgroep sterk in de verf zetten. Men dient echter wel rekening te houden met de problematiek van het verzekeren van de museumstukken tegen verlies, diefstal of beschadiging. Het management van het filmfestival zal dergelijke verzekeringen in de kostenberekening niet mogen vergeten. Ook voor het museum biedt zo’n samenwerking tal van perspectieven voor het aantrekken van een nieuw publiek. Mensen kunnen op het 19
  • 26. filmfestival namelijk geïnteresseerd raken in de filmgeschiedenis. Vooral wanneer het filmmuseum als festivallocatie kan ingezet worden, is de link snel gelegd. Momenteel zien we op kleine schaal een dergelijke samenwerking in Antwerpen. Daar hebben we het Filmmuseum – zelf gehuisvest in het gebouw van het Fotomuseum – dat in 2003 fusioneerde met het MuHKA ( Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen ). MuHKACinema vertoont wekelijks enkele recente films alsook oude werken uit de auteurscinema. Hiervoor werkt men samen met het Filmmuseum. Ook worden regelmatig films vertoond van het Internationaal Filmfestival van Rotterdam. Bovendien wordt het Filmmuseum ook ingezet als locatie voor het Europees Jeugdfilmfestival. Ik pleit er openlijk voor dat er meer creatieve partnerships tot stand komen in de sector van de filmfestivals. 2.2 Prijsbeleid 2.2.1 Theorie De grootste drempel voor cultuurparticipatie is en blijft de prijs. Het is algemeen bekend dat de betalingsbereidheid van mensen voor cultuurproducten erg laag ligt. Uiteraard is dit ook de hoofdreden waarom de overheid subsidies toekent . Dit kadert opnieuw in het sociale mix debat. De overheid legt beleidsdoelen vast waaruit duidelijk naar voren komt dat het haar taak is ervoor te zorgen dat niemand wordt uitgesloten van cultuurparticipatie. Het is de logica zelve dat mensen met een lager inkomen andere prioriteiten hebben en dus een lage betalingsbereidheid hebben voor producten uit de kunst- en cultuurindustrie. ( De Brabander, G., 2004 ) Bij het vastleggen van de prijs kan het management een verband leggen met de kosten of kan ze kijken naar de marktsituatie. Het spreekt voor zich dat de organisatie op korte en lange termijn kostendekkend moet werken. Ook de marksituatie kan een goede richtlijn zijn voor de prijsbepaling. Men kan bijvoorbeeld nagaan wat concurrenten in de sector als prijs hanteren. ( De Brabander, G., 2004 ) Een belangrijke factor bij de prijsbepaling is de betalingsbereidheid van de doelgroep. Afhankelijk hiervan leert de klassieke marketing-theorie ons dat drie verschillende strategieën 20
  • 27. kunnen gehanteerd worden: een penetratiestrategie, een afroomstrategie en een strategie waarbij een snob/prestige-effect wordt nagestreefd. Bij een penetratiestrategie zal men vooreerst de prijs laag zetten om mensen te overhalen het product of de dienst te proberen. Vervolgens wordt de prijs stelselmatig verhoogd. Bij een afroomstrategie vertrekt men van een dure prijs waarbij men dus veel winst maakt. Zodra men merkt dat de doelgroep zich niet langer bereid verklaart de hoge prijs te aanvaarden zal men deze verlagen. Indien men bewust een hoge prijs blijft hanteren om aldus aan het product of dienst een zeker prestige mee te geven dan spreekt men van een prijsstrategie die uitgaat van het zogenaamde snobeffect. ( Bruyland, M, 2001; Leibenstein, H, 1950 ) Het prijsbeleid kunnen we ook in verband brengen met het realiseren van klantentrouw. Zo kan men bijvoorbeeld met abonnementen werken. Toch dienen we te beseffen dat klantentrouw het beste bereikt wordt door het nastreven van publiekstevredenheid over het kernproduct. De prijs is een uitermate krachtig instrument in de promotie van het evenement. De lezer vindt deze toepassing verder in de tekst bij het onderdeel ‘Promotiebeleid’. 2.2.2 Toepassing op filmfestivals 2.2.2.1 Prijsbepaling op basis van de marktsituatie Om na te gaan of filmfestivals rekening houden met de prijzen van concurrenten werd een schema opgesteld met een aantal prijzen. De lezer dient de volgende elementen in acht te nemen: - het schema bevat enkel de Belgische festivals die ook besproken worden in andere hoofdstukken van deze eindverhandeling, - de prijzen werden steeds opgezocht op de officiële site of in het programmaboekje - de prijzen hebben slechts betrekking op de hoofdlocatie van het festival - enkel de prijzen voor het kernproduct, de filmvertoningen, staan vermeld - een zwart vlak wil zeggen dat de desbetreffende prijs niet meegedeeld werd 21
  • 28. Gent Anima BIFFF Afrika Leuven Kort Open Doek Jeugd Algemeen € 8,50 € 6,50 ( met €7 € 6,50 € 5,50 € 7 ( € voor (6) ) € 7,70 ( € 5,90 (€ 6.50 met korting (1) € ( € 6 voor (2) ) ( € 5,50 voor (4); ( € 4 voor (5) ) voor (7), gratis korting*) 5,50 ) € 5 voor films op voor na 18u maandag ) leerkrachten Algemeen vóór € 5,50 €5 €5 € 4,90 bepaald uur (€ 4,40 met ( € 4,50 voor voor 20u voor 11u korting*) (2) ) voor 18u voor 20u30 en na 22u30 Kinderen € 5,50 € 5,50 €5 € 5,90 met korting (1) : € 4,50 -16 jaar Opening en slot € 12 ( € 11 € 10 ( opening ) voor (2) ) Meerdere tickets € 60 € 25 voor € 15 € 24 € 5 per ticket voor € 28,40 volwassenen 5 vertoningen 6 groepen van UGC 5-kaart € 20 voor € 25 vertoningen minstens 12 € 34,50 # =10 kinderen 10 vertoningen personen ) UGC 7-kaart 5 vertoningen Wild Card € 6 voor 2 tickets Ongelimiteerd € 60 Kortfilms € 3 ( € 2 voor (3) ) 22
  • 29. Antwerpen Novo Viewpoint Algemeen € 7,70 ( € 5,90 € 6 ( € 5 voor (9) ) voor (8) ) Algemeen vóór bepaald uur Kinderen € 5,90 € 5,50 met korting (1) : € 4,50 -16 jaar Opening en slot € 5,90 ( € 10 ( opening ) opening ) Meerdere tickets € 28,40 € 30 UGC 5- 6 vertoningen kaart € 43 € 34,50 10 vertoningen UGC 7- kaart Wild Card Ongelimiteerd € 14,90 per € 110 maand (UGC Unlimited ) Kortfilms *Kortingtarief voor -26, 55+ en werkzoekenden, Fortis bankkaarthouders, Fnac en Knack Clubleden en Vrienden van het Festival (1) Korting kan verkregen worden op vertoon van de studentenkaart, CJP-pas, genietersbon Delhaize, lidkaart FNAC, lidkaart Ligue des Familles of De Bond, Knack-clubleden. Cultuurwaardebons worden aanvaard. (2) Werklozen, Studenten, Mindervaliden, 65+ ers (3) Werklozen, Studenten, Mindervaliden, 65+ ers, Fnac (4) Kinderen, studenten, 60+ (5) Met STUK-kaart 23
  • 30. (6) Houders van een abonnement, -25 jarigen (7) Kinderen, groepen, studenten (8) Studenten (9) Studenten en groepen vanaf 15 personen Bron: Officiële festivalsites en programmaboekjes 24
  • 31. Het schema leert ons dat over het algemeen de prijzen vrij gelijklopend zijn. Het gemiddelde van de algemene prijzen is € 7. Wanneer een korting voor dit tarief wordt toegekend zakt de prijs tot gemiddeld € 5,5. Bij sommige festivals is een ticket voor voorstellingen vóór een bepaald uur goedkoper. De prijs is dan gemiddeld € 5. Kinderen kunnen voor gemiddeld € 5,5 een filmvertoning bijwonen, hoewel de prijs nog lager ligt bij sommige festivals voor –16 jarigen. Openings-en slotfilms zijn hoger geprijsd bij BIFFF, Open Doek en Novo. De meeste festivals houden gewoon hun standaardprijzen voor die vertoningen. Enkel het filmfestival van Antwerpen kiest ervoor de openingsfilm voor iedereen aan een gunstig tarief aan te bieden. Er zijn ook enkele opmerkelijke verschillen tussen de prijzen m.b.t. zogenaamde ‘volume- aankopen’, met andere woorden indien men meerdere tickets koopt. Bij het filmfestival van Gent kan men voor € 60 tien vertoningen bekijken. De eenheidsprijs is dus € 6. Wanneer we op een analoge manier rekenen vinden we bij Anima een eenheidsprijs van € 5 voor volwassenen en € 4 voor kinderen. Het Afrika filmfestival is erg voordelig voor wie meerdere tickets koopt: € 3 per ticket voor wie een kaart van 5 vertoningen koopt en € 2,5 per ticket voor een kaart van 10 vertoningen. Bij het kortfilmfestival van Leuven is de eenheidsprijs € 4. Voor het Europees Jeugdfilmfestival en het filmfestival van Antwerpen is dit € 6,9 of € 5,68 naargelang de gekozen formule. Door tenslotte bij Cinema Novo meerdere tickets te kopen doet men de eenheidsprijs dalen tot € 5 of € 4,3 naargelang het aantal vertoningen. Uiteindelijk kan men concluderen dat filmfestivals rekening houden met elkaars prijzen om niet als opvallend duur te worden gepercipieerd. Toch kan men zeker niet spreken van een situatie waarin ze elkaar met argusogen volgen. Het is namelijk zo dat de opgesomde festivals zich willen differentiëren en daardoor kiezen voor een bepaald nichepubliek. Daardoor kan men hen geen rechtstreekse concurrenten noemen en heeft het ene festival ten opzichte van het andere wat speling om in functie van de doelgroep de prijs iets hoger of iets lager te zetten. 2.2.2.2 Filmfestivals en de te volgen prijsstrategie Bij vele organisaties is het bepalen van de juiste prijs voor hun producten of diensten cruciaal voor het voortbestaan. Het is opmerkelijk dat deze problematiek voor de festivalorganisatie een minder grote rol zal spelen. Zij zal zich hoofdzakelijk moeten bezighouden met een programma dat de doelgroep aanspreekt, het vastleggen van de locaties, het actief zoeken van 25
  • 32. strategische partnerships en allianties, het organiseren van de nevenactiviteiten, het plannen van de reclame-inspanningen en het verzorgen van de complementaire producten. De prijs kan kaderen in een overkoepelende strategie m.b.t. promotie, maar het is heel moeilijk voor de festivalorganisatie om een algemene prijs vast te leggen die hoger is dan de prijs van een gewone filmvoorstelling. Dit is bijvoorbeeld erg opvallend bij de prijzen van het Europees Jeugdfilmfestival en het Filmfestival van Antwerpen. Voor beiden is de hoofdlocatie van het festival de UGC bioscoop in Antwerpen en hanteert men ook de gangbare UGC-prijzen voor de festivaltickets. 2.3 Plaatsbeleid Het plaatsbeleid voor een filmfestival lijkt op het eerste zicht een rechttoe-rechtaan gelegenheid: de locaties dienen in staat te zijn films te projecteren. Toch komt er voor het management meer bij kijken. De grootste bekommernis voor de festivalorganisatie is de fysieke toegankelijkheid van de locatie(s). In de eerste plaats wordt hiermee de bereikbaarheid van het festival bedoeld. De organisatie dient ernaar te streven een locatie te kiezen die zowel met de wagen als met het openbaar vervoer vlot bereikbaar is voor de doelgroep. Een tweede element van de fysieke toegankelijkheid betreft de speciale voorzieningen op de locatie zelf. Hierbij denken we bijvoorbeeld aan liften en hellende vlakken voor rolstoelgebruikers evenals een speciale toegang en begeleiding voor mensen die slecht te been zijn. ( De Brabander, G., 2004 ) Andere elementen waarmee het management rekening moet houden zijn het imago en de uitstraling. Een arthouse cinema als locatie kiezen voor het festival zendt een duidelijk signaal uit m.b.t. het soort films dat er vertoond zullen worden. De verwachtingen die bij het publiek heersen moeten ingelost worden. Het spreekt voor zich dat de locatie moet aangepast zijn aan het gewenste publieksbereik. Het betreft een keuze die de festivalorganisatie moet maken en die bepalend is voor het feit of men een samenwerking nastreeft met een grote bioscoop dan wel met een kleiner zalencomplex. Tenslotte zal ook de financiële kost een belangrijke factor zijn voor het management in het keuzeproces. 26
  • 33. 2.4 Promotiebeleid Het promotiebeleid is de laatste marketingmixvariabele. Promotie kan zowel strategisch als tactisch zijn. Een strategisch promotiebeleid houdt een lange termijn visie in. Een tactisch promotiebeleid tracht in te spelen op korte termijn opportuniteiten. In dit deel zal het promotiebeleid besproken worden m.b.t. het prijsbeleid, het plaatsbeleid en het communicatiebeleid. De praktische relevantie wordt zoveel mogelijk benadrukt door de theorieën te illustreren aan de hand van recente voorbeelden. 2.4.1 Met betrekking tot het prijsbeleid De prijs is een vaak gebruikt instrument voor het promotiebeleid. De mogelijkheden zijn legio: volumekortingen, kortingen voor bepaalde groepen ( jongeren, ouderen, gehandicapten, werklozen enz. ), kortingen in ruil voor strategische allianties, … In het kader van het productbeleid werden strategische allianties behandeld ( cfr. supra blz. 13 ). Het ging om samenwerkingen met bijvoorbeeld de media, collega’s, de overheden, … teneinde synergieën te creëren die tot een win-win-situatie leiden voor beide partijen. In deze paragraaf ligt de nadruk op het gebruik van kortingen om de participatie van de doelgroep te bevorderen. Ook wordt aandacht besteed aan het principe van ‘peak load pricing’. 2.4.1.1 Filmfestivals en kortingen Een filmfestival kan verschillende kortingssystemen hanteren. Ik illustreer ze allen aan de hand van enkele voorbeelden waarbij wordt verwezen naar het schema op bladzijden 22, 23 en 24. Een eerste soort kortingen zijn de volumekortingen. Deze worden toegekend wanneer meerdere tickets in één keer worden gekocht. Er zijn in de praktijk twee soorten volumekortingen: een eerste wanneer men in groep tickets koopt, een tweede wanneer men eenvoudigweg meerdere tickets in één keer koopt, ongeacht of men ze nu allen alleen gebruikt of in groep. Op het schema zien we dat beide soorten volumekortingen vaak voorkomen. Een voorbeeld van het eerste type is het prijsbeleid van het filmfestival Open Doek. Voor Open Doek is het normale toegangstarief € 7,70. Wanneer men voor een groep van minstens 12 personen tickets koopt, daalt de eenheidsprijs tot € 5. Een voorbeeld van het tweede type vinden we bij het Europees Jeugdfilmfestival en het Filmfestival van Antwerpen. Voor beide 27
  • 34. festivals kan de bezoeker gebruik maken van de UGC5- en UGC7-kaarten. Beide kaarten bevatten 5 toegangstickets en bieden een volumekorting. De UGC-5-kaart doet de prijs per ticket dalen van € 7,70 tot € 5,68; de UGC-7-kaart doet de prijs slechts dalen tot € 6,9, maar kan in tegenstelling tot de UGC-5-kaart ook in het weekend gebruikt worden. Verdere informatie over deze kaarten kan de lezer vinden in bijlage II. Een tweede soort kortingen zijn de kortingen voor bepaalde groepen. Hierbij denken we aan jongeren, ouderen, gehandicapten, werklozen, … Men gaat ervan uit dat het aanbieden van een aantrekkelijke prijs noodzakelijk is om deze doelgroepen aan te zetten tot ( een hogere ) participatie. Zo hanteerde het Europees Jeugdfilmfestival een korting voor kinderen en studenten. Deze betaalden slechts € 5,90 in plaats van € 7,70 voor een ticket. In het kader van dit festival waar films vaak erg bruikbaar zijn om in een klassikale context te bespreken was de toegang voor leerkrachten op vertoon van hun leerkrachtenkaart helemaal gratis. Algemeen kunnen we op basis van de tabel besluiten dat studenten, kinderen, werklozen en 60/65- plussers de meest begunstigde groepen zijn bij dit soort kortingen. 2.4.1.2 Filmfestivals en peak load pricing Peak load pricing wil zeggen dat men een hogere prijs hanteert voor momenten met een grote vraag. In de praktijk stelt men vast dat een aantal filmfestivals inderdaad een hogere prijs vragen voor de drukke momenten. De grens waarbij men overgaat van een lagere naar een hogere prijs verschilt van festival tot festival. Voor het Europees Jeugdfilmfestival ligt de grens op 11u omwille van het jonge publiek. Voor het filmfestival van Gent markeert 18u de overgang van een gunstig tarief naar het duurdere tarief. Open Doek en BIFFF gebruiken respectievelijk 20u en 20u30 als grens. De laatavondvoorstellingen ( later dan 22u30 ) zijn bij BIFFF opnieuw lager geprijsd. Vermits de desbetreffende locatie voor de duur van het festival wordt gebruikt is het noodzakelijk dat de zalen niet leeg blijven staan. Werken via het principe van peak load pricing laat de festivalorganisatie toe door middel van een lagere prijs de vertoningen op ongewone tijdstippen aantrekkelijker te maken. 28
  • 35. 2.4.2 Met betrekking tot het plaatsbeleid Om de bereikbaarheid van de festivallocatie(s) te bevorderen kan de organisatie overwegen samenwerkingsverbanden te sluiten met de openbare vervoersmaatschappijen om zogenaamde combitickets aan te bieden. Dit soort ticket is een combinatie van een toegangsticket tot het festival en een tram-, bus-, of treinticket. Het tarief van het combiticket is gunstiger dan het apart aanschaffen van de verschillende tickets. 2.4.3 Met betrekking tot het communicatiebeleid Promotie voeren via communicatie is het meest gevoerde promotiebeleid. Het betreft alle vormen van promotie via bijvoorbeeld affiches, advertenties, televisiespots enz. Het programmaboekje kan ook als communicatie-instrument worden ingezet. Vereist is dat het verspreid wordt op plaatsen waar het de doelgroep van het festival kan bereiken. In bijlage III vindt de lezer voorbeelden van promoties via communicatie. 29
  • 36. Hoofdstuk 3: De impact van elektronische media De laatste jaren heeft de razendsnelle evolutie in de informatietechnologie iedereen met verstomming geslagen. Niet alleen voor de profitsector, maar ook voor de gesubsidieerde sector hebben de elektronische media nieuwe opportuniteiten en nieuwe bedreigingen in het leven geroepen. Dit hoofdstuk gaat dieper in op de vraag hoe filmfestivals heden ten dage het belangrijkste nieuwe media-instrument, een website, inzetten. 3.1 Websites – Een vergelijkend onderzoek Niemand kan in twijfel trekken dat het hebben van een website een absolute must is geworden voor elke organisatie. Ook de sector van filmfestivals is goed vertegenwoordigd op het wereldwijde web. Een website kan de beleveniswaarde van het evenement maximaliseren wanneer de uitwerking tot in de puntjes is verzorgd. Hieronder volgt een lijst met rubrieken die ik terugvond op diverse officiële websites van filmfestivals. Ik bespreek steeds de invulling ervan, waarom naar mijn mening de festivalorganisatie ze opnam op de website en welke verbeteringen ik eventueel zou aanbrengen. Op het einde duid ik de lacunes aan van sommige filmfestivals op dit aspect en geef ik aanbevelingen. Ik heb steeds de volgende sites geraadpleegd ( op 15 februari 2005 ) Naam festival URL website Internationaal Filmfestival van Vlaanderen – http://www.filmfestival.be/ Gent Anima - Brussels Cartoon and Animated http://www.awn.com/folioscope/ Film Festival Brussels International Festival of Fantastic http://www.bifff.org/ Film Internationaal Filmfestival van Brussel Dit filmfestival bestaat niet meer! Afrika Filmfestival http://www.afrikafilmfestival.be/ Leuven Kort http://www.kortfilmfestival.be/ Open Doek(het vroeger Focus op het Zuiden) http://www.opendoek.be Europees Jeugdfilmfestival http://www.kidfilm.be Filmfestival Antwerpen http://www.filmfestivalantwerpen.be/ 30
  • 37. Cinema Novo http://www.cinemanovo.be/ Viewpoint - Documentair Filmfestival http://www.studioskoop.be/Vp2004/info.htm Cannes http://www.festival-cannes.fr/ Berlijn http://www.berlinale.de/ Toronto http://www.e.bell.ca/filmfest/2004/default.asp en http://www.tiffg.ca/ Sundance http://www.sundance.org/ Venetië http://www.labiennale.org/ 31
  • 38. Gent Anima BIFFF Afrika Leuven Open Jeugd Antwerpen Novo Viewpoint Cannes Berlinale Toronto Sundance Biennale Kort Doek Talen Nieuws- Rubriek Nieuws- Archief Nieuws-brief Contact Sponsors… Kalender Programma huidig Programma vorig Filminfo Ticketinfo Tickets on- line Locatie-info 32
  • 39. Gent Anima BIFFF Afrika Leuven Open Jeugd Antwerpen Novo Viewpoint Cannes Berlinale Toronto Sundance Biennale Kort Doek Locatie bereikbaar Palmares Huidig Palmares Vorige Juryleden Filmmarkt- Info Nevenact. Info over hotels Info over rest. Pers Gasten Geschiedenis Missie Zoekmachine Programma Zoekmachine site 33
  • 40. Gent Anima BIFFF Afrika Leuven Open Jeugd Antwerpen Novo Viewpoint Cannes Berlinale Toronto Sundance Biennale Kort Doek Foto-gallerij Video’s Dagverslagen Live video streaming On-line winkel Externe links FAQ Forum/Gas- tenboek Scholen Vacatures Eigen filmlijst Bijkomende info Dresscode, veiligheid Wedstrijden Reportage bezoekers 34
  • 41. Gent Anima BIFFF Afrika Leuven Open Jeugd Antwerpen Novo Viewpoint Cannes Berlinale Toronto Sundance Biennale Kort Doek Gebruik logo’s Wireless LAN, GSM’s TV-zendtijd Filmmaker’s blog Legende: Geel=aanwezig op de site; Groen=niet aanwezig op de site Som ( op een totaal van 46 ) Gent Anima BIFFF Afrika Leuven Open Jeugd Antwerpen Novo Viewpoint Cannes Berlinale Toronto Sundance Biennale Kort Doek 28 21 22 14 19 15 14 12 19 11 33 29 28 30 27 Uiteindelijke volgorde: 1.Cannes 7.Anima 2.Sundance 8.Leuven Kort/Novo 3.Berlinale 9.Open Doek 4.Toronto/gent 10.Afrika/Jeugd 5.Biennale 11.Anwterpen 6.BIFFF 12.Viewpoint 35
  • 42. Site beschikbaar in meerdere talen Aanwezig op de sites van: Gent, EJFF, Anima, BIFFF, Afrika, Leuven, Novo, Cannes, Berlinale, Biennale Het beschikbaar stellen van de officiële website in verschillende talen is cruciaal indien men buitenlandse bezoekers adequaat wil informeren. Een groot aantal filmfestivals bieden hun site dan ook in meerdere talen aan. Buiten Open Doek, Antwerpen en Cinema Novo boden de Belgische filmfestivals uit mijn analyse allen een meertalige site aan ( meestal Nederlands, Frans en Engels ). Van de internationaal belangrijkste festivals bieden de Europese festivals een site aan in zowel de ‘eigen’ taal ( Frans voor Cannes, Duits voor de Berlinale en Italiaans voor de Biennale ) als in het Engels. Nieuwsrubriek Aanwezig op de sites van: Gent, EJFF, Anima, BIFFF, Afrika, Leuven, Open Doek, Antwerpen, Novo, Viewpoint, Cannes, Berlinale, Toronto, Sundance, Biennale Elke site die ik bezocht had een nieuwsrubriek. Een nieuwsrubriek bevat alle up-to-date informatie over het festival. Het is in de nieuwsrubriek dat ook zaken vermeld worden zoals het wegvallen van een bepaalde film en welke vervangfilm vertoond wordt. Wanneer een gast plots afzegt of men op het laatste nippertje in staat is een extra gast te boeken is de nieuwsrubriek de plaats bij uitstek om de bezoekers hiervan op de hoogte te brengen. Een nieuwsarchief Aanwezig op de sites van: Gent, Afrika, Cannes, Berlinale, Toronto, Sundance, Biennale In een nieuwsarchief vindt de bezoeker alle berichten uit de nieuwsrubriek. Sommige sites houden enkel de berichten bij van de nieuwsrubriek van de lopende/laatste editie. Anderen, vooral de internationaal belangrijkste festivals, stellen de ganse site van vroegere edities ter beschikking waaronder uiteraard een volledig nieuwsarchief. Een nieuwsbrief Aanwezig op de sites van: Gent, Open Doek ( maar functioneert momenteel niet (e-zine) ), Novo, Cannes, Toronto, Sundance Nieuwsbrieven werken steeds op dezelfde manier: de bezoeker geeft zijn/haar e-mail adres en krijgt op geregelde tijdstippen een mail van het filmfestival met de nieuwste informatie. Het is 36
  • 43. vooral een middel om mensen op de hoogte te houden van het jongste nieuws zonder te verwachten dat men elke dag de officiële festivalsite raadpleegt. ‘Contacteer ons’ – pagina Aanwezig op de sites van: Gent, EJFF, Anima, BIFFF, Afrika, Leuven, Open Doek, Antwerpen, Novo, Viewpoint, Cannes, Berlinale, Toronto, Sundance, Biennale Met een ‘Contacteer ons’-pagina bedoelt men een lijst met contactgegevens zoals het adres, telefoonnumer, faxnummer, mail-adres, … van de festivalorganisatie. Elke festivalsite die werd geraadpleegd had zo’n pagina. Lijst met de sponsors, subsidiënten, donoren, partners, … Aanwezig op de sites van: Gent,EJFF, Anima, BIFFF, Afrika, Leuven, Open Doek, Antwerpen, Novo, Viewpoint, Cannes, Berlinale, Toronto, Sundance, Biennale Elke site uit het onderzoek vermeldde duidelijk haar financiers en partners. Festivalagenda/kalender Aanwezig op de sites van: Gent, EJFF, Anima, BIFFF, Afrika, Leuven, Antwerpen, Novo, Viewpoint, Berlinale, Toronto, Sundance, Biennale Hiermee bedoelt men een kleine kalender waar de bezoeker een bepaalde dag kan aanklikken om vervolgens een overzicht te krijgen van alle vertoningen en activiteiten van die bewuste dag, liefst met aanvangsuur en locatie erbij vermeld. Met uitzondering van Open Doek en Cannes hadden alle bezochte sites een festivalagenda/kalender. Het programma van de eerstvolgende editie/huidige editie Aanwezig op de sites van: Gent, EJFF, Anima, BIFFF, Afrika, Leuven, Open Doek, Antwerpen, Novo, Cannes, Berlinale, Toronto, Sundance, Biennale Het programma geeft weer welke films er zullen vertoond worden, waar dit zal gebeuren en wanneer. Het programma van de vorige editie(s) Aanwezig op de sites van: Gent, Anima, BIFFF, Afrika, Antwerpen, Novo, Viewpoint, Cannes, Sundance, Biennale Op de sites die een archief van vorige edities ter beschikking stellen kan men ook het programma van de vorige editie(s) bekijken. 37
  • 44. Informatie over de verschillende festivalfilms Aanwezig op de sites van: Gent, EJFF, Anima, BIFFF, Afrika, Leuven, Open Doek, Antwerpen, Novo, Viewpoint, Cannes, Berlinale, Toronto, Sundance, Biennale De meeste sites vermelden de regisseur, acteurs, land van herkomst, duur en taal. De inhoud wordt ook kort geschetst. De Biennale doet dit laatste niet, vermoedelijk om niets in verband met de inhoud te verklappen. Wel heeft ze als enige van de geraadpleegde sites een apart deel met een lijst van ‘production and distribution companies, and press attachés’. ( La Biennale - List of production and distribution companies, and press attachés, 2005 ) Informatie over de ticketverkoop Aanwezig op de sites van: Gent, EJFF, Anima, BIFFF, Afrika, Leuven, Open Doek, Antwerpen, Novo, Berlinale, Toronto, Sundance, Biennale On-line ticketverkoop Aanwezig op de sites van: Berlinale ( mét restricties ), Toronto, Biennale Slechts drie sites bieden de mogelijkheid on-line tickets te bestellen voor de diverse vertoningen. De Berlinale vermeldt expliciet dat slechts een beperkt aantal tickets on-line worden verkocht zodat wanneer er ‘uitverkocht’ zou staan er nog steeds de mogelijkheid is voor de vastberaden bezoeker om in de rij aan te schuiven op het festival zelf. Hoewel niet expliciet vermeld op de sites van Toronto en de Biennale kan men nauwelijks geloven dat men alle tickets voor een voorstelling on-line zou verkopen. Uitleg over de verschillende festivallocaties ( adres, zalen, … ) Aanwezig op de sites van: Gent, EJFF, Anima, BIFFF, Afrika, Leuven, Open Doek, Antwerpen, Novo, Viewpoint, Cannes, Berlinale, Toronto, Sundance, Biennale Alle sites geven voldoende uitleg over de festivallocaties. Waar sommige sites tekortschieten is bij het volgende punt. Uitleg over de bereikbaarheid van de verschillende festivallocaties ( met de auto en het openbaar vervoer ) Aanwezig op de sites van: Gent, EJFF, Anima, Leuven, Open Doek, Antwerpen, Novo, Cannes, Berlinale, Toronto, Sundance, Biennale 38
  • 45. Hierbij moet men denken aan gedetailleerde routebeschrijvingen voor wie met de auto komt, een kaartje met de verschillende locaties op aangeduid, een overzicht voor wie gebruik zal maken van het openbaar vervoer, …De meeste sites voorzagen in deze informatie, maar bij drie ( BIFFF, Afrika en Viewpoint ) ontbrak ze. Palmares van het huidige jaar Aanwezig op de sites van: Gent, EJFF, Anima, BIFFF, Leuven, Open Doek, Antwerpen, Novo, (?Viewpoint?), Cannes, Berlinale, Toronto, Sundance, Biennale Het palmares ontbreekt enkel op de site van het Afrika Filmfestival. Palmares van vorige edities Aanwezig op de sites van: Gent, Anima, BIFFF, Antwerpen, Novo, Viewpoint, Cannes, Toronto, Sundance, Biennale Slechts tweederde van de sites houdt een archief bij van de winnaars van afgelopen edities. Leden van de jury Aanwezig op de sites van: Gent, Anima, BIFFF, Leuven, Open Doek, Novo, Cannes, Berlinale, Sundance We stellen vast dat slechts tweederde van de onderzochte sites vermelden wie de leden van jury zijn. Toch zegt de samenstelling van de jury veel over de kansen van verschillende films. Op het eerste gezicht moeilijk te verantwoorden keuzes voor het palmares worden plots veel duidelijker wanneer men ze in het perspectief ziet van de juryleden. Informatie over de filmmarkt Aanwezig op de sites van: Cannes, Berlinale, Sundance, Biennale Enkel ’s wereld belangrijkste filmfestivals uit het onderzoek hebben informatie omtrent de filmmarkt verbonden aan het festival. Cannes heeft een site die geheel gewijd is aan de filmmarkt. De Berlinale houdt het op een erg uitgebreid deel van de hoofdsite dat handelt over de ‘European Film Market’. De Biennale heeft de zogenaamde ‘Venice Screenings’ waarover men meer vindt op de site. Opmerkelijk is dat Sundance zijn eigen filmmarkt die erg belangrijk is nauwelijks op de site vermeldt. Men verwijst enkel kort naar de SIO, het ‘Sundance Industry Office’. Sundance tracht krampachtig vast te houden aan zijn imago van alternatief festival hoewel de ‘big business’ er wel degelijk is neergestreken, cfr. de ontelbare zakendeals. ( Cannes – Marché du Film, 2005; Sundance Industry Office, 2005 ) 39
  • 46. Informatie over de nevenactiviteiten ( inhoud, tarieven, … ) Aanwezig op de sites van: Gent, EJFF, Anima, BIFFF, Afrika, Leuven, Open Doek, Antwerpen, Novo, Viewpoint, Cannes, Berlinale, Biennale Informatie over de inhoud van de georganiseerde nevenactiviteiten, evenals praktische informatie zoals tarieven, locatie, aanvangstijden, … vindt men op de meeste festivalsites. Enkel Toronto en Sundance blijken zich volledig op het vertonen van films te concentreren. De beschrijving van de nevenactiviteiten is het meest uitgebreid op de site van de Biennale. Dit filmfestival is historisch gegroeid uit een gans kunstenfestival dat o.a. architectuur, dans, muziek en theater herbergt. De site van het filmfestival is dan ook onderbracht onder de koepel van het hele kunstenfestival. Informatie over hotels waar men tijdens het festival kan logeren Aanwezig op de sites van: Anima, Cannes, Berlinale, Toronto, Sundance, Biennale Filmfestivals die zich expliciet richten naar buitenlandse bezoekers doen er best aan de hotelaccomodatie op de site te zetten. Voor de Belgische filmfestivals doet enkel het animatiefilmfestival Anima dit. Alle wereldspelers integreerden hotelinformatie op hun site. ( Oltrex - Venice Hotel Reservation System, 2005 ) Informatie over restaurants in de buurt van de festivallocaties Aanwezig op de sites van: BIFFF, Novo, Cannes, Toronto, Sundance Het is opmerkelijk dat zo weinig sites dit vermelden. Afzonderlijk deel van de site voor de pers Aanwezig op de sites van: Gent , EJFF, BIFFF, Afrika, Novo, Cannes, Berlinale, Sundance, Biennale De media kunnen ( een evenement ) maken of kraken. Het is dan ook van het grootste belang zo goed mogelijk aan hun wensen tegemoet te komen. De meeste sites voorzien in een persdossier en een aparte pagina met persmededelingen. Uiteraard mag ook de informatie omtrent accreditatie niet ontbreken. Sommige sites gaan nog verder en bieden de mogelijkheid voor persmedewerkers om een deel van de site te bezoeken met informatie die volledig op hun specifieke behoeften is afgestemd. Daar staan onder andere informatie over persconferenties en aparte vertoningen en een hele reeks foto’s en film stills. 40
  • 47. Lijst van de gasten die het festival in de voorbije edities bijwoonden of de eerstvolgende editie zullen bijwonen Aanwezig op de sites van: Gent, Anima, BIFFF, Afrika, Leuven, Antwerpen, Viewpoint, Cannes Ongeveer de helft van de sites geven een overzicht van de gasten die worden uitgenodigd. Dit creëert een prestige-effect en is goed voor de internationale uitstraling. Geschiedenis van het festival Aanwezig op de sites van: Gent, BIFFF, Leuven, Open Doek, Cannes, Berlinale, Toronto, Sundance, Biennale Het is duidelijk dat de festivals die al een aantal jaren bestaan er goed aan doen om hun geschiedenis op de site te zetten. Het kan boeiend zijn om te lezen hoe een filmfestival gegroeid is. Het is geen cruciaal onderdeel van de site, maar wel een leuke aanvulling. Mission statement Aanwezig op de sites van: Gent, BIFFF, Cannes, Toronto, Biennale Opmerkelijk is dat enkel het Filmfestival van Gent expliciet gewag maakt van een mission statement. Bij het BIFF vinden we datgene wat als missie kan beschouwd worden terug onder de ‘About’-pagina. Bij Cannes zou het ‘Article 1’ van de reglementen kunnen beschouwd worden als de missie. Bij de Biennale is dit ‘Regolamento 2’. Bij Toronto kan men de missie vinden op de site van de overkoepelende organisatie, de ‘Toronto International Film Festival Group’. Zoekmachine binnen de filmprogrammatie Aanwezig op de sites van: Gent, BIFFF, Leuven, Berlinale, Toronto, Sundance Daar sommige grootschalige filmfestivals honderden films vertonen is het voor de bezoekers handig wanneer men in het programma kan grasduinen via enkele zoektermen. Nog niet de helft van de bezochte sites biedt deze mogelijkheid. Zoekmachine over de ganse site Aanwezig op de sites van: Cannes, Berlinale, Biennale Nog interessanter voor de bezoekers is de optie om de hele site te doorzoeken. Slechts drie sites bieden dit aan. 41
  • 48. Foto-galerijen Aanwezig op de sites van: Gent, Anima, Novo, Viewpoint, Cannes, Berlinale, Toronto, Sundance, Biennale Met het gezegde ‘Een beeld zegt meer dan 1000 woorden’ in het achterhoofd is het niet meer dan normaal dat een filmfestival foto’s on-line zet van het evenement. Sommige sites gebruiken de afbeeldingen om hun pagina’s op te fleuren. Interessanter is om alle foto’s ook netjes in thematische galerijen aan te bieden zoals de hierboven opgesomde festivals doen. Op dit vlak zijn er een behoorlijk aantal Belgische filmfestivals die tekort schieten. Videofragmenten Aanwezig op de sites van: Gent, Leuven, Cannes ( met zoekmachine ), Berlinale, Toronto, Biennale Slechts zes filmfestivals bieden videofragmenten aan van persconferenties, ceremonies en andere bijzondere gelegenheden. De website van Cannes voorziet in een zoekmachine voor de videofragmenten. Toronto zet reportages en documentaires over het festival ook on-line. Dagverslagen Aanwezig op de sites van: Leuven, Cannes, Berlinale, Toronto, Sundance Een dagverslag is een korte reportage over wat er die dag te zien is/was. Van de Belgische festivals heeft enkel het Kortfilmfestival van Leuven dagverslagen op zijn website. Live video streaming Aanwezig op de sites van: Cannes, Berlinale, Sundance ‘Live video streaming’ is tijdens een bepaalde activiteit op het festival beelden doorsturen die de gebruiker via de website kan bekijken. Men neemt als het ware vanuit de bureaustoel even deel aan het gebeuren. Toch hanteert enkel de Berlinale deze formule. De andere twee festivals in het lijstje verzenden hun live beelden direct de huiskamer in via de televisie. Zo heeft Cannes in samenwerking met de betaalzender ‘Canal Satellite’ een ‘The Festival de Cannes Television Channel’. Dit kanaal werkt alleen tijdens het festival. Sundance gaat nog een stap verder. Het hele jaar door kan men op het ‘Sundance Channel’ films bekijken die verbonden zijn aan het Sundance filmfestival. Tijdens het eigenlijke evenement dient het kanaal dan om alle live verslaggeving uit te zenden. ( Sundance Channel, 2005 ) 42
  • 49. Link met een on-line winkel/on-line festivalgerelateerde zaken te koop Aanwezig op de sites van: Anima, BIFFF, Leuven, Open Doek, Cannes, Berlinale, Toronto, Sundance Acht van de vijftien sites die ik bezocht hebben een on-line winkel waar men zaken vindt als DVD’s, T shirts ( de Berlinale had er van Hugo Boss ), posters, … Het filmfestival van Toronto had een link naar een www.zip.ca, een site waar men films kan huren. Uiteraard waren daar ook recente Toronto-winnaars bij. ( Zip.ca, 2005 ) Link-pagina Aanwezig op de sites van: Gent, Anima, BIFFF, Afrika, Open Doek, Toronto Het is teleurstellend dat zovele festivals navelstaren. Nauwelijks zes festivals hadden links naar bijvoorbeeld filmdatabases, distributeurs, andere festivals, … Een FAQ ( Frequently Asked Questions ), rubriek met vaakgestelde vragen Aanwezig op de sites van: Gent, Anima, Sundance ( insider’s scoop ), Biennale Een FAQ is een vraag-antwoord rubriek die erg heldere en korte antwoorden geeft op vaak gestelde vragen. Slechts vier sites hebben dit. Discussieforum/Gastenboek Aanwezig op de sites van: Gent, BIFFF, EJFF Slechts drie sites nemen de moeite om interactiviteit in hun sites te implementeren. Afzonderlijk deel van de site voor scholen Aanwezig op de sites van: Leuven, Open Doek, Novo Voorzieningen voor scholen, zowel leerkrachten als leerlingen, zijn slechts te vinden op drie sites. Opmerkelijk is dat geen enkele wereldspeler oog heeft voor de educatieve kant van het festival. Jobaanbiedingen, stages, oproep voor vrijwilligers, … Aanwezig op de sites van: Gent, Toronto, Sundance 43
  • 50. Vacatures zijn slechts voorhanden op drie sites. Het is begrijpelijk dat de meeste filmfestivals hun personeel via andere kanalen trachten aan te werven. Bij Toronto en Sundance gaat het ook hoofdzakelijk om een oproep voor vrijwilligers. Opstellen van een eigen lijst met films die men wil zien tijdens het festival Aanwezig op de sites van: Berlinale, Toronto, Sundance Dit element moet verder toegelicht worden aan de hand van een voorbeeld: de ‘My Film List’ van het filmfestival van Toronto. De systemen van de Berlinale en Sundance werken op een gelijkaardige manier. Met ‘My Film List’ stel je als het ware je eigen programma samen dat je wil bekijken. Men kan ingeven welke films uit de festivalselectie men wil bekijken. ‘My Film List’ geeft weer waar er overlappingen zijn en hoe men een parcours kan uitstippelen om die overlappingen te vermijden. Ook de locaties en aanvangstijden van de vertoningen worden netjes bijgehouden. De volgende elementen zijn niet cruciaal voor een goede website, maar wel leuk of handig. Voor de volledigheid geef ik ze weer. Bijkomende informatie ( ziekenhuizen, politiekantoren, postkantoren, wisselkantoren, verloren voorwerpen, apotheken, … ) Aanwezig op de sites van: Cannes, Sundance Uitleg over dresscodes, veiligheidsvoorschriften, … Aanwezig op de sites van: Cannes, Biennale Wedstrijden Aanwezig op de sites van: Gent Het is vrij opvallend dat enkel Gent wedstrijden organiseert. Tijdens het festival kan men elke dag tickets winnen. Reportages van bezoekers Aanwezig op de sites van: EJFF 44
  • 51. Deze reportages zijn door de jongeren uitgewerkt in het kader van één van de nevenactiviteiten van het festival. Regels in verband met het correcte gebruik van het officiële logo/de officiële logo’s Aanwezig op de sites van: Cannes Aanbieden van Wireless LAN, verhuur van mobiele telefoons, Aanwezig op de sites van: Berlinale Dit is vooral voor professionals belangrijk. Het geeft alleszins het festival een zeker professionalisme om het te vermelden. Informatie over welke tv-programma’s zendtijd wijden aan het festival Aanwezig op de sites van: Berlinale ( weliswaar alleen regionale en nationale zenders ) Als alternatief voor het hebben van een eigen televisiekanaal zoals Cannes en Sundance is dit geen slecht idee van de Berlinale. Jammer dat men het alleen heeft uitgewerkt voor de nationale en regionale zenders. Filmmaker’s blog Aanwezig op de sites van: Toronto Blog is afgeleid van het woord ‘weblog’. Het is ‘an online diary or journal, typically documenting the day-to-day life of an individual.’ Op de site van Toronto kan men de blog volgen van Rob Stefaniuk die dag na dag vertelt hoe hij werkt aan zijn eigen independent film. Het recentste bericht dateert van 18 september 2004 en begint met de woorden die elke jonge cineast wil horen ‘We signed a deal with Lion’s Gate yesterday to distribute our movie across Canada.’ ( Cyber Business Centre Glossary, 2005; Toronto International Film Festival, 2005 ) In wat volgt worden een aantal opmerkingen besproken en aanbevelingen gegeven naar het management van filmfestivals toe over hoe ze de effectiviteit van hun site kunnen verhogen. 45
  • 52. 3.2 Opmerkingen en aanbevelingen Het is opvallend dat slechts weinig Belgische festivals een nieuwsarchief hebben. Nochtans is dit belangrijk omdat tijdens een festival oudere berichten vaak nog van toepassing zijn. Opslagruimte voor computerdata is momenteel erg goedkoop waardoor er geen reden is om geen nieuwsarchief te hebben. Een nieuwsbrief daarentegen vereist wel een behoorlijk financiële inzet daar men een team zal moeten samenstellen dat zich specifiek hiermee bezighoudt, tenzij men het haalbaar acht om bijvoorbeeld het team dat verantwoordelijk is voor het onderhoud van de website ook de nieuwsbrief in handen te geven. Vaak is dit laatste niet mogelijk omdat de website wordt onderhouden door een bedrijf dat hierin gespecialiseerd is. Indien het ( bijvoorbeeld financieel ) niet haalbaar is om het hele jaar door een nieuwsbrief te onderhouden, is het toch aanbevolen om in de periode rond het eigenlijke festival de noodzakelijke middelen vrij te maken om de doelgroep op de hoogte te houden door middel van een dergelijke nieuwsbrief. Het moge duidelijk zijn dat er behoorlijk wat tijd en middelen kruipen in het uitwerken van een informatieve nieuwsbrief wat mee verklaart dat slechts enkele van de bezochte sites de mogelijkheid benutten. Op elke site staat een lijst met sponsors, subsidiënten, donoren en partners. De festivalorganisatie onderschat het belang ervan duidelijk niet. Een ‘contacteer ons’ – pagina is ook altijd terug te vinden. Het is cruciaal voor een culturele instelling om ervoor te zorgen dat het potentiële publiek niet met onbeantwoorde vragen blijft zitten. Het programma is waarschijnlijk de belangrijkste informatie die men ter beschikking moet stellen aan de bezoekers. Het betreft het artistiek kernproduct, de reden waarom mensen naar een filmfestival gaan. Niet alleen het huidige programma, maar ook dat van vorige edities zou op de site moeten staan. Dit is vooral interessant als festivalorganisatie omdat het een prestige- effect creëert wanner men een bepaalde film geprogrammeerd heeft die later een immense hit wordt. Het toont aan dat de verantwoordelijken van de festivalselectie een ‘zesde zintuig’ hebben om dit soort films uit de vele inzendingen te kunnen halen. Alle festivals zijn het erover eens dat men informatie dient te geven over de verschillende festivalfilms. Daar vele films op het programma van een festival gloednieuw zijn en niet de marketingmachine achter zich hebben zoals een Hollywood-productie is het niet meer dan logisch dat de festivalorganisatie iets zegt over de inhoud van de films. 46
  • 53. Wat de ticketverkoop betreft is het opmerkelijk dat men nergens op de site van het filmfestival van Cannes informatie over tickets kan vinden! Zelfs bij het onderdeel ‘Festival Pratique’ vindt de bezoeker uitsluitend informatie over de festivallocaties en de zogenaamde ‘points d’informations’. Misschien wil Cannes een erg hoog exclusiviteitsgehalte behouden en is publiek niet gewenst? On-line ticketverkoop m.b.t. filmfestivals staat duidelijk nog in de kinderschoenen. Uiteraard spelen de noodzakelijke investeringen om veilig betalingsverkeer te garanderen daarbij een belangrijke rol. In de komende jaren zullen vele festivals nochtans deze weg moeten bewandelen daar de doelgroep het alsmaar meer voor de hand liggend zal vinden om on-line tickets te kopen. Stichtend voorbeeld in België is de Ancienne Belgique. Op de site kan men tickets voor een bepaald concert kopen, evenals drankbonnen en AB concert cheques ( geldig voor alle AB-concerten ). Het is aangewezen voor de organisatoren van een filmfestival om nu al na te denken over de noodzakelijke infrastructuur en hoe men die zal ondersteunen om de feiten niet achterna te hollen. Het volstaat niet om louter het adres en een telefoonnummer van de festivallocaties op de site te zetten. De bereikbaarheid van de diverse locaties dient ook opgenomen te worden. Deze informatie zou men kunnen combineren met het promotiebeleid. Er zijn vele mogelijkheden om nuttige samenwerkingsverbanden aan te gaan. Wat te denken bijvoorbeeld van de mogelijkheid om onmiddellijk treintickets te bestellen, misschien zelfs met een korting? Ook zou een toegangsticket het recht kunnen geven op het gratis gebruik van tram en bus. Deze plaats op de site zou uitgelezen zijn om dergelijke acties onder de aandacht te brengen. Het palmares is een belangrijk onderdeel van de festivalsite. De films die de jury en het publiek hebben weten te bekoren verdienen het om uitgebreid te worden vermeld. Een duidelijke vermelding op de hoofdpagina van de site is dan ook in de meeste gevallen de eer die hen toebedeeld wordt. Vaak worden ook foto’s getoond van de uitreiking aan de winnaars. Voor de bezoekers van de site kan het palmares van de vorige edities eveneens interessant zijn. Bovendien verhoogt het het prestige van het filmfestival wanneer uit het palmares blijkt dat het filmfestival de afgelopen jaren een sterke selectie kon presenteren aan haar publiek. Te weinig festivals voorzien in een adequaat archief van de sites van afgelopen edities. Uiteraard horen daar de palmaressen bij. Er bestaan geen argumenten om niet in een archief te voorzien. Vooral op het vlak van de kosten kan men vaststellen dat opslagruimte voor computerdata 47
  • 54. alsmaar goedkoper wordt. Het on-line plaatsen van alle onderdelen van de sites van afgelopen edities is een uitstekende manier om nieuwe bezoekers kennis te laten maken met de geschiedenis van het festival. Bovendien is het erg makkelijk te implementeren. Op een derde van de sites kan de bezoeker niet te weten komen wie zetelt in de jury. Om de transparantie in verband met de toekenning van de festivalprijzen te verhogen zou dit toch duidelijk moeten weergegeven worden. Het al dan niet opnemen van informatie omtrent hotelaccomodatie hangt af van de ambities die het festival koestert. Sommige filmfestivals hebben zich bijvoorbeeld op een nichegenre gericht dat zich niet leent tot het ontvangen van vele buitenlandse bezoekers. Hierbij denken we bijvoorbeeld aan het Europees Jeugdfilmfestival. Het grootste deel van het publiek wordt door de ouders naar de vertoningen gebracht. Hotels doen dan inderdaad niet terzake. Ook is het onduidelijk of men in België daadwerkelijk festivalbezoekers heeft die naar de organiserende stad gaan en daar een aantal dagen logeren om films te bekijken op het festival. Hoewel men als management misschien de indruk heeft dat de doelgroep geen behoefte heeft aan overnachtingsmogelijkheden kan het allesbehalve kwaad deze informatie toch te verstrekken. Het opsommen van enkele eetgelegenheden in de nabijheid van de festivallocaties is eveneens een goed idee. Echt interessant wordt het natuurlijk als men met die restaurants een promotie kan uitwerken. Zes van de vijftien bezochte sites hadden geen informatie beschikbaar voor de pers. Sites die hier in gebreke zijn beseffen niet wat de impact kan zijn van zogenaamde free publicity. Onder ‘free publicity’ verstaan we zaken zoals reportages, recensies, interviews, … De tegenhanger van free publicity is paid publicity. Dit laatste houdt bijvoorbeeld affiches, brochures en adverenties in. In tegenstelling tot ‘paid publicity’ heeft ‘free publicity’ een beeld van hoge betrouwbaarheid. Men vertrouwt eerder het oordeel over een evenement van een journalist dan een reclameboodschap die de organisator zélf de wereld instuurt. Het is dan ook de taak van het management om er alles aan te doen om de ‘free publicity’ zo goed als kan te sturen. De website kan hierbij een rol spelen evenals avant-première persvoorstellingen. We denken ook bijvoorbeeld aan het zo snel mogelijk on-line zetten van de persmededelingen en informatie over persconferenties. Sommige sites bieden ook foto’s aan die de pers kan gebruiken in haar recensies en reportages. Het absolute minimum dat een lid van de pers mag verwachten te vinden op de site is informatie over de accreditatie. 48
  • 55. Niet alleen voorzieningen voor de pers verdienen een plaats op de festivalsite, ook een zoekmachine zou niet mogen ontbreken. Het snel kunnen terugvinden van relevante informatie is belangrijk. Een eerste stap is ervoor te zorgen dat de filmprogrammatie kan worden doorzocht. In een later stadium zou de zoekmachine moeten worden uitgebreid naar de hele website. Sommige sites stellen gratis zoektechnologie ter beschikking: http://www.google.com/searchcode.html, http://www.searchblox.com/ en http://www.fusionbot.com/ zijn drie voorbeelden. Foto-galerijen en videofragmenten zijn een nuttige aanvulling op de website van een filmfestival. Het spreekt voor zich dat dit soort extra’s vaker zullen terug te vinden zijn bij festivals die internationale sterren uitnodigen. Wie kent de foto’s niet van de rode loper in Cannes? Toch kan een filmfestival ook pronken met foto’s van de vele bezoekers, de verschillende festivallocaties, de nevenactiviteiten, enz. Dagverslagen en een rubriek met vaak gestelde vragen ( FAQ ) ontbreken vaak op de festivalsites. Dat dagverslagen een meerwaarde zijn voor een site van een filmfestival blijkt uit het feit dat de grote spelers bijna allen dagverslagen aanbieden. De interactieve component via bijvoorbeeld een discussieforum waarbij men snel feedback kan krijgen van bezoekers of de beleveniswaarde van het evenement kan verhogen was ook op bitter weinig sites opgenomen. Discussiefora zijn bijzonder eenvoudig te implementeren. Bovendien ligt de kost erg laag. Sommige sites bieden zelfs de mogelijkheid om gratis aan een forum te raken. Twee voorbeelden zijn http://www.6k2.com/ en http://www.forumsplace.com/ . Het feit dat men een moderator zal moeten aanstellen die de berichten bekijkt en naleest om ervoor te zorgen dat ze beantwoorden aan de forumregels zal uiteraard wel kosten met zich meebrengen. Een laatste algemene aanbeveling betreft initiatieven zoals de ‘My Film List’ van Toronto. Hoewel het kostenplaatje hiervan waarschijnlijk behoorlijk groot zal uitvallen is het voor de grotere festivals een must. Het is voor de bezoekers een handig instrument om het festivalbezoek te plannen. Men zou een professioneel informaticabedrijf onder de arm moeten nemen om een oplossing op de maat van het festival uit te werken. 49
  • 56. Hoofdstuk 4: Bespreking schema economische impactanalyse Omwille van de geringe beschikbaarheid van cijfermateriaal is het op dit moment niet mogelijk een economische impactanalyse van een filmfestival uit te werken. In dit deel zal aan de hand van een eigen schema kort een eerste aanzet gegeven worden om deze impact te onderzoeken. Gepoogd wordt domeinen vast te leggen waarover onderzoek zou moeten worden verricht. Er zal gewezen worden op het cijfermateriaal dat systematisch dient verzameld te worden. Bovenal wordt een filmfestival als evenement in een globaal kader geplaatst. Het schema ( cfr.infra blz.52 ) bestaat uit vier delen die elk voorzien zijn van een aparte kleur: - Rood = het filmfestival - Geel = de finale vraag of A-bestedingen - Groen = de intermediaire vraag of B-bestedingen - Blauw = de indirecte vraag of C-bestedingen Een economische impactanalyse begint bij de finale vraag. Er zijn drie goepen verantwoordelijk voor de finale vraag en de hoogte van de zogenaamde A-bestedingen: subsidiënten, sponsors en gebruikers. Over het algemeen kan men zeggen dat voor evenementen het aandeel van de subsidiënten en de sponsors groter zal zijn dan dat van de gebruikers. Vermits de overheid rekenschap moet geven van de aanwending van haar middelen zouden de subsidies aan de filmfestivals helder en duidelijk in de overheidsrekeningen moeten weergegeven worden. De sponsorgelden zouden in de boekhoudingen van de festivals moeten teruggevonden kunnen worden. Wat de vraag van de gebruikers betreft kan ook verwezen worden naar de boekhouding. Het is echter moeilijk vast te leggen of het om een binnenlandse of een buitenlandse gebruiker gaat. In het eerste geval doet er zich in de economie louter een verschuivingseffect voor. De bestedingen van een buitenlandse gebruiker daarentegen zorgen voor een injectie in de economie. Eens de finale vraag berekend is komt men terecht bij het festivalevenement zelf. De A- bestedingen creëren er directe werkgelegenheid voor alle personen die meewerken aan het tot stand brengen van het kernproduct en complementair product. De filmvertoningen zijn het kernproduct. Zij vereisen personeel en locaties. Het complementair product wordt uitgesplitst naar enerzijds een aantal praktische elementen zoals ticketverkoop, toiletten en vestiaire en anderzijds de nevenactiviteiten die het festival kan organiseren. Zoals alle elementen op het 50
  • 57. schema dient de lezer er rekening mee te houden dat dit verre van een uitputtende lijst is. Alle nevenactiviteiten vereisen een locatie en personeel. Om in haar werking te voorzien moet het festival beroep doen op een reeks leveranciers. Aldus komt men in de analyse terecht bij de intermediaire vraag. De B-bestedingen die uitgaan van het filmfestival creëren indirecte werkgelegenheid. Op het schema werden bijvoorbeeld de media, de vervoersmaatschappijen en de drukkerijen opgenomen. Uiteraard zijn dit slechts een paar onderdelen van de intermediaire vraag. Het laatste deel van het schema is de indirecte vraag. Deze komt tot stand door zowel de directe werkgelegenheid als de indirecte werkgelegenheid. Iedereen die namelijk direct of indirect met het filmfestival verbonden is verricht zelf uiteraard ook bestedingen. Deze bestedingen noemt men de C-bestedingen en zij brengen de geïnduceerde werkgelegenheid tot stand. Hoewel op het schema dit laatste element het minst is uitgewerkt, moet de lezer voor ogen houden dat dit het meest verregaande is. Het is de indirecte vraag die voor de grootste impact zorgt op de economie. Het is omwille van de immense omvang dat het onmogelijk is om dit op een schema voor te stellen vermits zowat alle sectoren van de economie erbij betrokken kunnen zijn. Indien we het iets minder groots zien zou de horeca in de omgeving van het filmfestival een uitstekend voorbeeld zijn. Omwille van het feit dat de meeste economische impacten gerealiseerd worden ter hoogte van de C-bestedingen kunnen we stellen dat het merendeel van de baten van het evenement terecht komen bij zij die niet verbonden zijn aan het festival. Het is juist daarom dat de festivalorganisatie verwacht dat zij het festival sponsoren. Dit toont opnieuw het belang aan van goede strategische allianties. Een laatste element dat in de analyse moet opgenomen worden is de impact van alle bestedingen ( A, B en C ) op de fiscale opbrengsten. 51
  • 58. 52
  • 59. Hoofdstuk 5: Nevenactiviteiten Een filmfestival is meer dan een reeks filmvertoningen. In de marge van een filmfestival zorgt de festivalorganisatie voor een breed gamma aan nevenactiviteiten. Deze verhogen de beleveniswaarde van het festival, stellen het in staat zich te differentiëren van de concurrentie en bevorderen de internationale uitstraling. In dit hoofdstuk worden een aantal van deze nevenactiviteiten besproken. Een eerste deel behandelt de nevenactiviteiten die het meest worden ingericht door filmfestivals. Het zijn deze nevenactiviteiten die in het publieksonderzoek werden opgenomen en waar gepeild werd naar de interesse ervoor vanwege bezoekers en potentiële bezoekers. Het tweede deel van dit hoofdstuk bevat minder vaak voorkomende nevenactiviteiten. Er wordt steeds naar gestreefd verhelderende voorbeelden in de tekst op te nemen. 5.1 Vaak voorkomende nevenactiviteiten 5.1.1 Panelgesprek met gasten Gasten kunnen een uitstekende manier zijn om mensen aan te trekken die aanvankelijk niet van plan waren het festival te bezoeken. Men mag echter niet vervallen in de fout die al te veel filmfestivals maken: gasten uitnodigen om te kunnen zeggen dat men een gast heeft. De gast in kwestie moet echt belangrijk zijn en een sterke uitstraling hebben. Teneinde de aanwezigheid van een gast maximaal ter promotie van het festival in te zetten worden regelmatig panelgesprekken gehouden. Het doel is de cineast, acteur of actrice benaderbaar te maken voor het publiek. Niet enkel aan cinefielen, maar ook aan de minder fanatieke filmkenner wordt de mogelijkheid geboden een vraag te stellen of in discussie te treden met de gasten. De rol van de moderator zal bepalend zijn voor het succes van het panelgesprek. Meestal zijn het acteurs, actrices of regisseurs die door de festivalorganisatie worden uitgenodigd. Sommige festivals nodigen ook anderen, vaak componisten, die betrokken waren bij het produceren van een film als gast uit. Soms nodigt men hen uit naar aanleiding van een nieuwe film. Een andere mogelijkheid is dat hun ganse carrière in het kader van bijvoorbeeld een retrospectieve of hommage wordt belicht. Drie recente voorbeelden kunnen panelgesprekken met gasten illustreren. 53
  • 60. Filmfestival van Gent - 2004 Op het filmfestival van Gent van 2004 werd de Britse acteur en regisseur Lord Richard Attenborough uitgenodigd voor een gesprek over zijn werk, leven en banden met Zuid-Afrika. Het gesprek ging door in de Vooruit en werd aangevuld met filmclips, anekdotes en ooggetuigenverslagen. Het publiek werd uitgenodigd vragen aan de gast voor te leggen. Het geheel werd gemodereerd door de hoofdredacteur van het tijdschrift FOCUS Knack, Patrick Duynslaegher. ( An evening with Lord Richard Attenborough, 2005 ) Het is belangrijk dat men voldoende tijd voorziet om een panelgesprek ten volle tot zijn recht te laten komen. Tijdens de FOCUS-festivaldag op het filmfestival van Gent was dit bijvoorbeeld niet het geval. Het strakke tijdsschema zorgde ervoor dat het gesprek met de gebroeders Frazzi, regisseurs van ‘Certi Bambini’, afgehaspeld werd. De ‘moderator’ nam in feite een interview af waarbij publieksinput onmogelijk was. Nochtans had een bespreking van het heersende, blijkbaar repressieve klimaat binnen de Italiaanse filmindustrie een boeiende en levendige discussie kunnen opleveren. Dit is dus zeker een gemiste kans voor het festival. Europees Jeugdfilmfestival - 2005 Hoewel de interactie met het publiek op het Europees Jeugdfilmfestival ook minimaal was, had dit een heel andere oorzaak: niet tijdsdruk, maar de jeugdige samenstelling van het publiek. Het festival loste dit goed op. Het had de kindsterren, een hoofdactrice en één van de regisseurs van de film ‘Pluk van de Petteflet’ uitgenodigd voor de avant-première van de film die de festivaleditie van 2005 opende. Na de vertoning was er een gesprek met deze gasten. De festivalorganisatie deed er goed aan een gepaste moderator te vinden, met name een presentatrice van de jongerenzender Ketnet. Zij stelde vragen op maat van het festivalpubliek wat zeker een absolute vereiste is voor een goed panelgesprek. Niet alleen aan de jonge acteurs werden vragen gesteld. De aanwezige regisseur mocht kort zijn ervaringen delen in verband met zijn specialisatie in het maken van jeugdfilms. Brussels International Festival of Fantastic Film - 2005 Een festival dat er prat op kan gaan een grote hoeveelheid gasten aan te trekken is het Brussels International Festival of Fantastic Film ( BIFFF ). In 2005 waren dit er maar liefst 44. Dankzij de goede organisatie heeft het festival twee locaties die perfect zijn voor 54
  • 61. interacties met de gasten ( Auditorium Passage 44 en Cinema Nova ). Het management slaagde erin regisseurs, acteurs, actrices, scenaristen, cinematografen enz. uit te nodigen die bij de doelgroep een grote bekendheid genieten. De mogelijkheid om hen te ontmoeten vormt zeker een impuls om het festival bij te wonen. Interessant was bijvoorbeeld de aanwezigheid van Paul Schrader. Hij schreef ‘Taxi Driver’, en werkte als scenarist mee aan ‘Raging Bull’ en ‘The Last Temptation of Christ’. Het festival nodigde hem echter uit naar aanleiding van de wereldpremière van zijn film ‘Exorcist: The Original Prequel’. Zijn ervaringen met Hollywood leverden een uitermate boeiend panelgesprek op. Schrader kon uitgebreid vertellen over hoe zijn oorspronkelijke film door de studio’s werd geweigerd, hoe hij ontslagen werd, de film bijna volledig opnieuw werd opgenomen door een andere regisseur en herdoopt als ‘Exorcist: The Beginning’ in de zalen kwam. Nu werd hem de kans geboden om zijn versie van de film te vertonen. De doelgroep van het festival zal zeker ook aangesproken zijn door de aanwezigheid van bijvoorbeeld Hideo Nakata, de Japanse regisseur wiens oudere ‘Ring-trilogie’ momenteel furore maakt in een reeks Hollywood-remakes. ( Guests BIFFF, 2005; Paul Schrader – BIFFF Guest, 2005; Hideo Nakata – BIFFF Guest, 2005 ) 5.1.2 Tentoonstellingen Filmfestivals kunnen ook tentoonstellingen organiseren. Zo organiseerde het filmfestival van Gent in 2004 een fototentoonstelling van Kris Dewitte. Deze Gentse fotograaf is gespecialiseerd in het fotograferen van de gasten op festivals over de hele wereld. Het Brussels International Festival of Fantastic Film vertoonde werk van de kunstenaar Jean-Paul Baibay wiens bevreemdende creaturen en fantasierijke constructies ook perfect aansluiten bij de interesses van de doelgroep van het festival. Ook werken van de plastisch kunstenaar Michel Dircken waren te bezichten op de meest recente editie van het festival. Het Europees Jeugdfilmfestival gebruikte het cinécafé van de Antwerpse UGC-bioscoop voor een leuke tentoonstelling rond walvissen. Een belangrijke beslissing die de festivalorganisatie moet nemen is of ze al dan niet de festivalbezoeker zal laten betalen voor de tentoonstelling. In de hierboven aangehaalde voorbeelden had men er steeds voor geopteerd om de tentoonstellingen gratis te maken voor de reguliere festivalbezoeker. ( Tentoonstelling – Kris Dewitte, 2005; Tentoonstelling – Jean-Claude Baibay, 2005; Europees Jeugdfilmfestival – Officiële site, 2005 ) 55
  • 62. 5.1.3 Receptie Een receptie is een nevenactiviteit die vaak niet aangekondigd wordt op bijvoorbeeld de officiële website van het festival daar ze weggelegd is voor genodigden. Een receptie is een uitgelezen gelegenheid om aan networking te doen. Producenten, distributeurs, uitbaters, cineasten, festivalorganisatoren, sponsors en subsidiënten kunnen contactgegevens uitwisselen, toekomstige projecten bespreken, aan financiering geraken enz. Soms worden ook recepties georganiseerd die voor festivalbezoekers toegankelijk zijn. Dit is vaak het geval bij de officiële opening van het festival. Het spreekt voor zich dat een receptie nooit iets mag kosten voor wie erop uitgenodigd wordt. 5.1.4 Themadagen Themadagen laten het festival toe een reeks films gecentraliseerd rond een gemeenschappelijk thema als een pakket aan het festivalpubliek te vertonen. Het biedt meer kleinschalige producties de kans om zich schouder aan schouder met een thematisch-gerelateerde film met een zekere uitstraling in de belangstelling te zetten. Een mooi voorbeeld was het Japanse animatiefilmweekend van BIFFF. Niet alleen kon uitgebreid aandacht worden besteed aan dit soort films, maar de festivalorganisatie zorgde ook voor een kleine filmmarkt waar DVD’s en verwante producten rond dit genre konden gekocht en verkocht worden. ( BIFFF – Events pagina, 2005 ) Het filmfestival van Antwerpen werkt graag rond thema’s. Zo organiseert het de zogenaamde ‘Week van de Sociale Film’ en de ‘cult-dag’. Op de recentste editie van de ‘Week van de Sociale Film’ werden films vertoond die door een vakjury werden gekozen. Op de ‘cult-dag’ konden de bezoekers dan weer het ‘meest bizarre, eigenzinnige en vreemde dat de Europese cinema te bieden heeft’ bekijken. De films waren afkomstig uit Nederland, België ( ‘Calvaire’ ), Spanje en Polen. ( Filmfestival Antwerpen – Officiële site, 2005 ) 5.1.5 Kiezen van de beste film Voor vele festivals is het geven van een publieksprijs de beste manier om iets over de smaak en verwachtingen van bezoekers evenals de evaluatie van het festival te weten te komen. Een film die de publieksprijs wint heeft het vaak minder moeilijk om een distributeur te vinden. Bovendien engageren vele festivals zich om de publiekswinnaar financieel te ondersteunen. 56
  • 63. Een voorbeeld van een efficiënte implementatie vinden we op het filmfestival van Gent. Tickets voor vertoningen van films die voor een publieksprijs in aanmerking komen hebben op de achterzijde een stemformulier. Men vult na afloop van de film dit formulier in en deponeert het in de urne aan de uitgang van de zaal. 5.1.6 Workshops/ateliers Omwille van de interactiviteit van workshops en ateliers verhogen zij uitermate de beleveniswaarde van het festival. In de volgende paragraaf worden kort drie verschillende workshops besproken waarbij opnieuw de nadruk dient gelegd te worden op het vinden van workshops die nauw aansluiten bij de wensen van de doelgroep, het imago dat het festival wil uitstralen en de kernpunten waarop ze zich van concurrerende festivals wil onderscheiden. Europees Jeugdfilmfestival - 2004 Ten eerste was er voor de allerkleinsten rond Valentijn een workshop omtrent verliefdheid waar de kinderen via kortfilms uitgenodigd werden zelf verhaallijnen te bedenken. Ten tweede was er een vierdaagse workshop waar men zelf een film maakte. Een derde workshop had als thema het leren maken van een trailer. Tenslotte was er ook een tweedaagse workshop waar men een animatiefilm maakte. Deze werden vóór de slotfilm van het festival vertoond en op internet gezet. Voor de workshops diende men vooraf te reserveren. Bovendien waren ze niet gratis. ( Europees Jeugdfilmfestival – Officiële site, 2005 ) Anima - 2005 Het Brusselse animatiefilmfestival Anima organiseerde in 2005 drie verschillende workshops: een € 150-kostende professionele workshop poppenanimatie met als lesgever Barry Purves, een kinderworkshop ‘Zelf een animatiefilm maken’ die € 4 kostte en twee dagen duurde en tenslotte een reeks gratis initiaties in de animatiefilm. Voor alle activiteiten diende vooraf te worden ingeschreven. Voor de gratis initiaties kon men zich de dag zelf ook nog inschrijven. ( Anima 2005 – Workshops, 2005 ) Berlinale - 2005 Het filmfestival van Berlijn wijdde in 2005 een groot deel van zijn programma aan de Afrikaanse cinema. In het kader van deze hernieuwde interesse voor cinematografische werken van dit continent werd ook een workshop georganiseerd, getiteld ‘We Want You to 57
  • 64. Want Us – Smart Ways of Marketing Cinema’. Doel was regisseurs, producenten en festivalorganisatoren uit een reeks Afrikaanse landen rond de tafel te krijgen om strategieën te bespreken over hoe men het beste in eigen land de Afrikaanse filmproductie onder de aandacht brengt. De nadruk lag op het zogenaamde ‘audience development’. Hiermee bedoelt men de problematiek van het stimuleren van een filmcultuur in landen waar cinematografische werken verre van alledaags zijn. ( Berlinale Events, 2005 ) 5.1.7 Party Vele festivals organiseren feestjes om de uitstraling van hun evenement te verhogen. Er zijn twee soorten feestjes: de ene zijn weggelegd voor de professionals uit de filmsector; op de andere kan de gewone festivalbezoeker terecht. De festival-party’s van het eerste type zijn de vele exclusieve feestjes die een grote public-relations functie hebben: men brengt bijvoorbeeld een bepaalde film onder de aandacht door een feestje met de hoofdacteurs als gasten, een geselecteerd groepje persmensen en bekende dj’s die voor de muziek instaan. De festival-party’s van het tweede type zijn voornamelijk bedoeld om een meerwaarde aan het festival te geven naar de bezoekers toe. Drie voorbeelden kunnen dit illustreren. Het Brussels Festival of Fantastic Film ( BIFFF ) organiseert jaarlijks als afsluiter van het festival het zogenaamde ‘Vampierenbal’. Dit is een feest waarbij men enkel wordt toegelaten indien men verkleed is als een personage dat zou kunnen weggelopen zijn uit een ‘fantastische’ ( horror, science fiction, fantasy ) film. De festivalorganisatie verzorgt de maquillage van de bezoekers ter plaatse. Elk jaar is dit evenement een groot succes omdat het zo goed kadert in het thema dat het festival onderscheidt van de concurrentie. Een tweede voorbeeld van een feest voor het festivalpubliek biedt het Afrika Filmfestival. Op de officiële site lezen we dat de dj’s veel funk, soul, jazz en afrobeat voor de dansende menigte zullen draaien. Feestjes worden echter niet altijd gekaderd binnen datgene wat het festival differentieert van de concurrentie. De ‘Poplife-party’ van het filmfestival van Gent in 2004 koos als thema ‘They always wear skirts and know how to use guns' en sloot daarmee aan bij de festivalfilm D.E.B.S., volgens de site een ‘lesbische Charlie’s Angels en ‘absolute culthit’. Men koos er dus voor om één film in de belangstelling te zetten op het feest. Een leuk idee was het feit dat de eerste 300 festivalbezoekers die een kaartje voor de film hadden gekocht daarmee gratis toegang kregen tot de ‘Poplife-party’. ( BIFFF – Vampierenbal, 2005; Afrika Filmfestival – Evenementen, 2005; Poplife-party, 2005 ) 58
  • 65. Hoewel we ervan kunnen uitgaan dat het recept voor een succesvolle party inhoudt dat er voldoende aanwezigen zijn, dat de muziek in de smaak valt en de sfeer goed zit, is er volgens Chris Gore, de auteur van een reeks succesvolle filmfestivalgidsen, één constante voor beide typen feesten opdat ze geslaagd zouden zijn: een gratis bar. Zijn mening over drankjes waarvoor men dient te betalen liegt er niet om: ‘It’s bound to end in weak press and leave a bad taste in the mouths of festivalgoers’. ( Gore, 2004, blz. P.38 ) 5.1.8 Chatten met VIP's Het is vaak onmogelijk voor een uitgebreide interactie tussen het festivalpubliek en de gasten te zorgen. Bovendien toont de praktijk aan dat zelfs wanneer die mogelijkheid geboden wordt tijdens een panelgesprek de schroom bij de bezoekers vaak te hoog ligt om rechtstreeks vragen te stellen of in debat te gaan met deze of gene regisseur of acteur. Een chatsessie kan een oplossing zijn omdat men minder verlegen is. Jammer genoeg toont een recent voorbeeld aan dat er nog een lange weg zal moeten afgelegd worden vooraleer er nuttige gesprekken via deze weg tot stand kunnen komen. Tijdens een door het filmfestival van Gent in 2004 georganiseerde chatsessie met Lieven Debrauwer, regisseur van ‘Pauline & Paulette’ en ‘Confituur’ zorgden de gebrekkige organisatie en technische problemen voor een waar fiasco. Hoewel de regisseur wegens het drukke verkeer meer dan een half uur te laat op de Gentse Kinepolis aankwam, was de internetaansluiting daar nog steeds niet operationeel. ( Filmfestival Gent – Nieuwspagina, 2004; VIP-chat met Lieven Debrauwer, 2004 ) 5.2 Andere nevenactiviteiten 5.2.1 Hommages en retrospectieven Hoewel op filmfestivals nieuwe producties centraal staan, kiezen vele festivals ervoor een deel van de filmgeschiedenis opnieuw onder de aandacht te brengen. Dit kan onder de vorm van een tentoonstelling, maar hommages en retrospectieven zijn er het meest geschikt voor. Tijdens een hommage huldigt men meestal een bepaalde acteur, actrice of regisseur en presenteert men diens levenswerk. Retrospectieven zijn een reeks filmvertoningen van klassiekers, meestal gegroepeerd rond een thema of regisseur. Ze bieden de mogelijkheid om meesterwerken in de schijnwerper te zetten en hun historische relevantie door een nieuw 59
  • 66. publiek van filmliefhebbers te laten ontdekken. In de volgende paragraaf worden vier voorbeelden, twee hommages en twee retrospectieven, kort behandeld. Op het 62ste filmfestival van Venetië in september 2005 zal Hayao Miyazaki, de Japanse animatiefilmregisseur, een Gouden Leeuw – meerbepaald de ‘Golden Lion for Lifetime Achievement’ – ontvangen voor zijn carrière. De jury prijst zijn fantasierijk oeuvre waarmee hij de wereld veroverde evenals zijn voortdurende inzet en begeleiding van nieuw talent in zijn ‘Studio Ghibli’ animatiestudio’s. De Gouden Leeuw zal overhandigd worden op de zogenaamde ‘Miyazaki Day’, 9 september 2005. Die dag zal het festival een aantal van zijn films vertonen die nog nooit in Europa te zien waren. Een ander voorbeeld van hommages vinden we op het filmfestival van Gent. In 2003 werden de actrices Jeanne Moreau en Vanessa Redgrave evenals de regisseur Federico Fellini in de bloemen gezet. ( Hayao Miyazaki to receive the Golden Lion for Lifetime Achievement, 2005; Bespreking Filmfestival Gent Editie 2003, 2005 ) Wat retrospectieven betreft kunnen twee recente voorbeelden worden aangehaald: het Anima filmfestival en de Berlinale. Het retrospectievenprogramma van het filmfestival van Berlijn behoort tot de meest uitgebreide van de wereld. Het festival werkt nauw samen met het Berlijnse filmmuseum en die samenwerking werpt duidelijk haar vruchten af. De titel van de editie van 2005 luidde: ‘Schauplätze – Drehorte – Spielräume. Production Design + Film’. Deze focus op het onderdeel ‘production design’ werd door het festival op de volgende manier behandeld: ongeveer veertig filmvoorstellingen waaronder het ganse oeuvre van Stanley Kubrick, een 194-pagina’s tellend boek over de retrospectieve, een reeks voordrachten en debatten, een aantal gasten zoals de vrouw van Kubrick en de production designers van ‘Minority Report’ en ‘The Terminal’, presentaties omtrent restaureringstechnieken van oude films en een aantal tentoonstellingen. ( Berlinale – Retrospective & Homage, 2005; Filmmuseum Berlin - RETROSPEKTIVE 2005, 2005 ) Het Brusselse animatiefilmfestival Anima organiseert ook retrospectieven. In 2005 gaf het festival een overzicht van de Koreaanse 3D-animatie en de Portugese animatiefilm. Bovendien ging bijzondere aandacht uit naar de animatiefilmstudio’s van Shangai, die reeds sinds 1950 actief zijn, maar onder andere door de culturele revolutie in de vergetelheid zijn geraakt.( Anima 2005 – Retrospectieven, 2005 ) 60
  • 67. 5.2.2 Concerten De festivalorganisatie kan ervoor opteren concerten te organiseren die aansluiten bij het festival. Het filmfestival van Gent is hier duidelijk een voorloper. Reeds vier jaar organiseren zij de ‘World Soundtrack Awards’ waarbij vele genomineerde componisten hun muziek live voor het publiek brengen. Een ander voorbeeld is het Afrika Filmfestival dat jaarlijks een reeks concerten met Afrikaanse muziek programmeert. ( World Soundtrack Awards, 2005; Afrika Filmfestival – Evenementen, 2005 ) 61
  • 68. Hoofdstuk 6: Het cultureel belang van filmfestivals 6.1 Aankaarten van wantoestanden Filmfestivals vormen een goede gelegenheid om economische, sociale en politieke wantoestanden aan te kaarten. Het klimaat op een filmfestival creëert een sfeer waarin deze onder de aandacht kunnen gebracht worden en bediscussieerd worden. De filmfestivalbezoeker moet zich desalniettemin bewust zijn van het feit dat politieke agenda’s een belangrijke rol spelen. Niet alleen het filmfestival zal proberen zich op een bepaalde manier te profileren, ook de cineasten gaan onvermijdelijk hun films ‘kleuren’ vanuit hun eigen standpunt. Een kritische ingesteldheid is dan ook vereist. In de volgende paragrafen zal ik het eerst en vooral hebben over de politieke dimensie van filmfestivals. Talrijke voorbeelden zullen weergeven hoe filmfestivals hun steentje kunnen bijdragen tot het bespreekbaar maken van bepaalde politieke thema’s. Vervolgens zal ik het hebben over de rol van filmfestivals bij het aanpakken van enkele hete hangijzers in onze samenleving. Nadien zal ik het ook hebben over hoe zij bewust controverse-uitlokkende films in het programma opnemen en wat hiervan het resultaat kan zijn. De vele discussies omtrent globalisering vinden weerklank in de zalen op filmfestivals. Zo werd de film ‘The Corporation: The Pathological Pursuit of Profit and Power’ bijzonder goed onthaald op het Sundance filmfestival van 2004 waar de film de ‘Documentary Audience Award for World Cinema’ won. De film is nauw verbonden met een boek van de cineast Joel Bakan met dezelfde titel. De pijlen van de cineast zijn voornamelijk gericht op de grote bedrijven en hoe ze hun verantwoordelijkheden ontlopen ten aanzien van bijvoorbeeld het milieu. Ook onderhandse marketing technieken, ver doorgedreven consumptiegedrag en de al te lakse en kritiekloze media komen aan bod. Het valt nog af te wachten of het hele opzet van Bakan een lange termijn impact kan hebben, maar het staat alleszins vast dat de film verwelkomd zal worden in het huidige andersglobalistenklimaat. ( Spring, N., 2004 ) In 2004 stond de film ook op het programma van het filmfestival van Gent. Politiek-getinte films rond het thema ‘globalisering’ waren er nog wel meer in Gent. Zo was er de film ‘The Yes Men’ over twee mannen die zich voordoen als vertegenwoordigers van de Wereldhandelsorganisatie. Op verschillende conferenties geven ze presentaties over zogenaamde nieuwe plannen en concepten van de WHO. Pijnlijk is om vervolgens vast te 62
  • 69. stellen hoe hun ethisch betwistbare voorstellen op instemmende en geïnteresseerde reacties kunnen rekenen van de aanwezige zakenlui. ( FOCUS Knack Special, 2004 ) Acties brengen reacties voort en dat geldt ook in de wereld van de filmfestivals. Vele festivals meten zichzelf bewust een links, progressief imago aan. Daarbij denken we aan maatschappijkritische films die bijvoorbeeld politiek beleid, globalisering, wapenwetgeving, tabaksreglementering, houding ten opzichte van religieuze, raciale of seksuele minderheden enzovoort hekelen. Een reactie op dit soort festivals vinden we bijvoorbeeld bij het in 2004 opgerichte ‘Liberty Film Festival’. Dit festival noemt zichzelf op de officiële website ‘Hollywood’s first conservative film festival’. Veel aandacht gaat uit naar documentaires die ingaan tegen de stellingen van Michael Moore’s films ‘Fahrenheit 911’ en ‘Bowling for Columbine’. Het festival brengt een hommage aan Ronald Reagan, evenals een documentaire over de impact van ‘The Passion of the Christ’. Ook aan een retrospectieve is gedacht: de bijbelfilm ‘The Ten Commandments’ met de voorzitter van de National Rifle Association ( een conservatief bolwerk ) Charlton Heston in de hoofdrol.( Thomas, K., 2004, Liberty Film Festival, 2005 ) Soms kan een filmfestival een groot publiek op de been brengen door het vertonen van films die lange tijd verboden waren. Dit gebeurde bijvoorbeeld in 2000 toen de film ‘The Year of Living Dangerously’ van de Australiër Peter Weir eindelijk te zien was op het filmfestival van Jakarta. De film die zich afspeelt tegen de achtergrond van de staatsgreep van generaal Soeharto was door deze laatste zeventien jaar lang verboden in Indonesië. ( Dépêches Cinéma, 2000 ) Films die verboden worden omwille van de politieke boodschap die ze uitdragen vinden we niet alleen in dictatoriale regimes. Zo wijdde het filmfestival van Wenen in 2000 een retrospectieve aan de filmslachtoffers van het maccarthyisme. Hiermee doelt men op de vele jonge cineasten en scenaristen die verdacht werden van communistische sympathieën omdat hun ideeën veel te links werden bevonden. De carrière van de ‘Hollywood Ten’ – die weigerden te getuigen op de hoorzittingen van de HUAC ( House of Un-American Activities Committee ) – werd erdoor gekraakt: ze kwamen terecht op de beruchte zwarte lijst. Het filmfestival besteedde aan hun werk aandacht, maar ook aan dat van een aantal filmmakers die op een soort ‘grijze lijst’ terechtkwamen. Ze werden niet expliciet beschuldigd, maar waren toch gebrandmerkt en hadden de grootste moeite om aan werk te geraken. 63
  • 70. Overheidsinmenging in de culturele sector was in 2000 trouwens een reële vrees voor velen in Oostenrijk daar de extreem-rechtse partij FPÖ rond Jörg Haider in de regering zat. De festivaldirecteur Hans Hurch vond dan ook dat de retrospectieve er was gekomen vanuit het verlangen ‘( .. ) à la fois de permettre au public de prendre la mesure des dégâts causés à son époque par la liste noire, et d’envisager sa portée métaphorique,dans un contexte politique où l’extrême-droite autrichienne participe au gouvernement.’ ( Blumenfeld, S., 2000 ) Recente voorbeelden vinden we enerzijds op het filmfestival van Pyongyang in Noord-Korea, anderzijds op de laatste edities van de filmfestivals van Toronto, Berlijn en Sundance. De leidende communistische partij in Noord-Korea zorgde er steeds voor dat haar onderdanen afgeschermd bleven van alle cultuuruitingen die niet strookten met de ideeën van leider Kim Jong-il. Het is dan ook op zijn minst opmerkelijk te noemen dat het negende Pyongyang filmfestival een onverwacht diverse programmering kende. Men toonde Indonesische sitcoms, Oostenrijkse documentaires, Hong Kong actiefilms en zelfs een Britse film, de luchtige komedie ‘Bend It Like Beckham’. Er was ook een retrospectieve rond de Duitse filmmaker Margarethe von Trotta. Even opvallend was de officiële uitnodiging van Uwe Schmelter, het hoofd van het gloednieuwe Goethe Instituut in Pyongyang. Dit instituut is het eerste buitenlandse culturele centrum in Noord-Korea en is vrij toegankelijk voor elke Noord- Koreaan. Wie dacht dat de notoire cinefiel en Noord-Koreaanse leider Kim Jong-il hiermee een einde maakte aan het isolement van zijn land had het bij het verkeerde eind. Het festivalpalmares was nog steeds voorbehouden aan films uit China, Iran en Syrië. Toch is het een stap in de goede richting en een mooie illustratie van hoe een evenement als een filmfestival wel degelijk een politieke impact kan hebben of alleszins een zekere openheid kan bewerkstelligen door middel van culturele uitwisselingen. ( To Pyongyang with love, 2004 ) Filmfestivals kunnen er ook voor zorgen dat bepaalde gebeurtenissen nooit vergeten worden en zich nimmer herhalen. De Rwanda-genocide in 1994 is een treffend voorbeeld. Niet alleen op de meest recente editie van het filmfestival van Toronto, maar ook op de filmfestivals van Berlijn en Sundance werd er aandacht aan besteed. In Toronto speelden ‘Hotel Rwanda’ en ‘Shake Hands with the Devil: The Journey of Roméo Dallaire’. Vooral ‘Hotel Rwanda’ werd warm onthaald en won de belangrijkste prijs, de “People’s Choice Award”. Op Sundance viel 64
  • 71. ‘Shake Hands with the Devil: The Journey of Roméo Dallaire’ in de prijzen. De film ging naar huis met de ‘Audience Award’ in de categorie ‘World Cinema-Documentary’. Op de Berlinale 2005 werden ‘Hotel Rwanda’ vertoond en een derde film over de genocide in Rwanda, ‘Sometimes in April’ die genomineerd was voor een Gouden Beer. Het filmfestivalpubliek heeft duidelijk oor naar de boodschap van dergelijke films. Het feit dat ze erg confronterend zijn, een beschuldigende vinger richten op het westen – dat het drama veelal negeerde – en toch op veel bijval kunnen rekenen op de filmfestivals is een teken dat dit soort films een ruimer publiek verdient. Met name in het licht van de huidige humanitaire crisis in Darfur zou het nuttig zijn om de Westerse onverschilligheid te bekampen door middel van een confrontatie met de gevolgen van een dergelijke houding. ( Johnson, B.D., 2004; Berlinale Press Releases Competition, 2005; IMDB’s Hotel Rwanda informatiepagina, 2005; IMDB’s Shake Hands with the Devil, 2005; IMDB’s Sometimes in April informatiepagina, 2005 ) 6.2 Controverses en discussies Films die bewust de controverse zoeken en discussies willen uitlokken kunnen het erg goed doen op filmfestivals. Niet alleen bepaalde beelden kunnen controversieel zijn. Veel vaker situeert de controverse zich op het niveau van het verhaal dat de cineast vertelt. In deze paragraaf geef ik enkele voorbeelden van films die men recent kon terugvinden op nationale en internationale filmfestivals. Er wordt aangegeven op welke manier zij een discussie uitlokten. Ook wordt er aandacht besteed aan de impact die sommige van deze films hebben. De steun die zij genoten op de filmfestivals die hen in hun programmatie opnamen is vaak van erg groot belang. Het filmfestival van Gent in 2004 projecteerde onder andere ‘Control Room’ een film waarrond vele discussies konden gevoerd worden. De film behandelt de oorlogsverslaggeving tijdens de recente oorlog tegen Irak. Het is verhelderend om te zien hoe de media hun verslaggeving kleuren, getuige de duidelijke verschillen tussen het Amerikaanse nieuws en de berichtgeving op de Arabische zender Al-Jazeera. Ook ‘Death In Gaza’ kon verhitte discussies uitlokken. Hoewel de film gaat over de journalist James Miller die tijdens het draaien van een documentaire over Palestijnse kinderen neergeschoten werd door een Israëlisch konvooi werden de gesprekken achteraf vooral gevoerd over het Israël-Palestina conflict. ( FOCUS Knack Special, 2004 ) 65
  • 72. Controverses op filmfestivals hoeven niet enkel om oorlog te draaien. De Spaanse euthanasiefilm ‘Mar Adentro’ won eerst drie prijzen op het filmfestival van Venetië en kaapte de hoofdprijs weg op het Palm Springs International Film Festival. Het succes van de film in de Verenigde Staten – de film won de Oscar voor Best Foreign Language Film of the Year – toont aan dat de publieke opinie nood heeft aan films die euthanasie bespreekbaar maken. De attitudes omtrent de vrijwillige levensbeëindiging wijzigen langzaam maar zeker ook in de VS. Uiteraard dient men de impact van ‘Mar Adentro’ niet te overschatten; de film is niet op haar eentje verantwoordelijk voor deze evolutie. Het is eerder een wijziging in de invulling van bepaalde normen en waarden in een samenleving die het succes van de film verklaart. ( Johnson, B.D., 2004 ) Een andere film die het zeer goed deed op filmfestivals en bewust de controverse zocht was ‘Super Size Me’. In deze documentaire beslist regisseur Morgan Spurlock een maand lang enkel bij McDonald’s te eten. Bovendien mag hij niet weigeren wanneer de McDonaldsmedewerker aanbiedt om een Super Size portie – de grootste – te nemen in plaats van een gewoon menu. Het resultaat was dat de gezondheidstoestand van Spurlock sterk achteruit ging. Verscheidene dokters drukten hem op het hart om te stoppen met het ganse experiment omdat het nefaste gevolgen kon hebben. De impact van de film was overweldigend. Nadat Morgan Spurlock aan de haal ging met de ‘Best Director’ prijs op het Sundance filmfestival besloot McDonald’s om te stoppen met de Super Size porties. Uiteraard ontkende McDonald’s woordvoerders ten stelligste dat de heftige reacties die de film losweekte deze beslissing hadden beïnvloed. Daar bleef het echter niet bij. McDonald’s begon een agressieve reclamecampagne om de aandacht te vestigen op de gezonde schotels op haar menu ( de “I’m lovin’ it”-campagne ). Bovendien werden fruitsalades geïntroduceerd in de kindermenu’s, kwamen er meer groentensalades en werd er meer promotie gemaakt voor melk en water. Sceptici menen dat McDonald’s enkel het imago trachtte op te poetsen en nog steeds veel te ongezond eten op de markt brengt. ( Read, M., 2005; Gore, C., 2004 ) 6.3 Ondersteunen van Derde Wereld films Er zijn een groot aantal voorbeelden van filmfestivals die de filmproductie van Derde Wereldlanden ondersteunen. In deze paragraaf worden er drie behandeld. Eerst en vooral bespreek ik de activiteiten van het ‘Festival des Trois Continents’ te Nantes. Vervolgens behandel ik het Afrika Filmfestival in Leuven. Een laatste voorbeeld is het filmfestival Open Doek. 66
  • 73. Het ‘Festival des Trois Continents’ is een filmfestival dat zich beperkt tot films uit Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Het werd in 1979 door de gebroeders Jalladeau voor het eerst georganiseerd. Ze hadden drie doelen voor ogen: ‘to discover, meet, recognize’. Soms ligt de nadruk op een specifiek land, soms op een bepaalde culturele entiteit of een studio. Steeds tracht men het publiek een blik te gunnen op de culturele diversiteit in de wereld en promoot men een sfeer van openheid en respect. Ook commercieel blijkt deze aanpak een schot in de roos, getuige de 35000 bezoekers in 2003. In 2000 werd bijzondere aandacht besteed aan Afrika. Er was een hommage aan Cheick Oumar Sissoko, cineast uit Mali. Deze greep dan ook de kans om in interviews de problemen van de Afrikaanse filmproductie aan te kaarten en eventuele oplossingen voor te stellen. ( The Festival of the 3 Continents – History, 2005; Mandelbaum, J., 2000b ) Het filmfestival biedt cineasten die vaak onder moeilijke omstandigheden hun werk verrichten de mogelijkheid het resultaat van hun creatieve inspanningen aan een groot publiek te tonen. Bovendien kunnen ze de distributie van hun films promoten en financiering bekomen voor volgende projecten. ( The Festival of the 3 Continents – History, 2005 ) Ook het Afrika Filmfestival in Leuven zet zich actief in om films uit de Derde Wereld een ruggesteun te geven. Niet alleen door filmpareltjes van dit continent te vertonen, maar ook door de talrijke nevenactiviteiten en initiatieven. Zo gaf het festival in 2004 een brochure uit over Afrikaanse acteurs in België (‘African Cast – Acteurs van Afrikaanse Origine in België’). Men stelde vast dat er bij ons zowel op podia als op het witte doek en het televisiescherm nog bitter weinig Afrikanen te zien zijn. Volgens de festivalorganisatie vindt men hen ook te vaak terug in clichématige, eenvoudige rollen. De brochure heeft als doel ervoor te zorgen dat Afrikaanse acteurs in België een meer prominente rol krijgen toegewezen. ( African Cast, 2005 ) Het Afrika Filmfestival organiseert ook een ganse reeks activiteiten die de filmvertoningen aanvullen. Zo zijn er bijvoorbeeld gratis concerten van wereldmuziek, worden Afrikaanse actrices en regisseurs uitgenodigd om te komen spreken en worden er fototentoonstellingen gehouden. In 2004 waren dit twee reportages uit Kinshasa, een over aids en prostitutie, de andere over straatkinderen. ‘Afreaka’ is een ‘bonte mix van activiteiten met een Afrikaans tintje’ dat georganiseerd wordt in samenwerking met Kura (Kultuurraad der Leuvense 67
  • 74. studenten). Op het programma in 2004 stonden onder andere workshops, concerten en kortfilmprojecties. ( Evenementen op het Afrika Filmfestival – Concerten, 2005; Gasten van het festival, 2005; Evenementen op het Afrika Filmfestival – Fototentoonstelling, 2005; Evenementen op het Afrika Filmfestival – AfreakA, 2005 ) Het laatste festival dat besproken wordt is Open Doek. Dit festival werd in 1992 opgericht en heette oorspronkelijk ‘Focus op het Zuiden’. Naar aanleiding van het tienjarig bestaan werd besloten de naam te wijzigen in Open Doek omdat die naam geschikter bleek om weer te geven dat men films uit alle continenten vertoonde. Open Doek verzorgt jaarlijks een uitgebreid programma voor scholen omdat het voor de festivalorganisatie belangrijk is dat ‘kinderen en jongeren een realistischer beeld krijgen over andere culturen en inzicht krijgen in een aantal mondiale thema's en een bredere kijk krijgen op films.’ Open Doek ondersteunt de Derde Wereldfilms door ervoor te zorgen dat de winnaars van het festival met de steun van DGOS ( Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking ) verdeeld worden in België. Ook worden voor elke editie regisseurs uitgenodigd. Net als het Afrika Filmfestival spant Open Doek zich in om via nevenactiveiten de beleveniswaarde van het evenement te verhogen. Zo staan er concerten, tentoonstellingen en diverse artistieke projecten op het programma. ( Geschiedenis van Open Doek, 2005 ) 6.4 Didactische evenementen Een vaak ingerichte nevenactiviteit zijn de zogenaamde didactische evenementen. Voorbeelden zijn ateliers, forums, rondetafel- en panelgesprekken met professionals uit de filmsector, workshops, tentoonstellingen, colloquia, … In de volgende paragraaf worden de doelen van didactische evenementen besproken. Nadien volgen voorbeelden ter illustratie. De didactische evenementen hebben verschillende doelen. Eerst en vooral bieden ze aan studenten en relatieve nieuwkomers in de filmindustrie de mogelijkheid om vragen te stellen aan mensen met ervaring binnen de sector. Ten tweede kunnen bepaalde concepten uit filmopleidingen ‘tastbaar’ gemaakt worden. Zo kan men festivalfilms als voorbeelden hanteren in lessen. Praktijkoefeningen komen dan weer aan bod in de diverse workshops en ateliers. Een derde doel van didactische evenementen is de kennisoverdracht. Deze kan zowel tussen academici als tussen professionals uit de filmsector. Zo kunnen colloquia, fora en conferenties georganiseerd worden rond bepaalde thema’s. Ten slotte kan de filmgeschiedenis een prominente plaats krijgen op een didactisch evenement. 68
  • 75. 6.4.1 Kennisoverdracht 6.4.1.1 Studenten Het Festival de Sarlat is een jaarlijks kunstenfestival met een filmcomponent. In het kader van een kortfilmfestival worden elk jaar vijfhonderd Franse studenten uitgenodigd die hun eindexamen in een filmstudierichting voorbereiden. Het doel is drieledig. Eerst en vooral kunnen de jongeren een groot aantal films in avant-première bekijken. Ten tweede wordt van hen verwacht dat ze hun eigen werk vertonen. Ten laatste biedt het festival hen de mogelijkheid in een ontspannen sfeer gesprekken aan te knopen met professionelen uit de filmsector. Zo was in 2000 de beroemde Franse cineast Jean-Luc Godard uitgenodigd om de studenten te woord te staan. ( Frodon, J.M., 2000b; Festival du Film de Sarlat, 2003 ) Hoewel het debat – rond de kracht van woorden en het uitputtende gebruik van relatiemodellen – ongetwijfeld leerrijk was, kan men dit didactisch evenement geen onverwijld succes noemen. Daar waren twee factoren voor die beiden te maken hebben met de persoon van de cineast. Diens vedettenstatus zorgde er eerst en vooral voor dat de studenten behoorlijk terughoudend waren in hun vragen waardoor men nooit tot echt kritische standpunten of de kern van de zaak kwam. Ten tweede bleef de festivalorganisatie ook in gebreke. Zij had de massaal toegestroomde pers toegestaan plaats te nemen in de zaal. Het voortdurende camerageflits van de persfotografen creëerde allesbehalve de ontspannen sfeer die het festival voor ogen had. ( Frodon, J.M., 2000b; Festival du Film de Sarlat, 2003 ) 6.4.1.2 Academisch: Colloquium De Universiteit van Washington organiseert jaarlijks een kortfilmfestival waaraan twee nevenactiviteiten zijn verbonden: een interdisciplinaire filmconferentie en een filmcolloquium. Er is steeds één hoofdonderwerp dat tijdens het colloquium wordt behandeld. Het colloquium is nauw verbonden met de conferentie waar de ideeën uit het colloquium opnieuw behandeld worden. Een reeks papers vult het ‘education event’ aan. ( University of Washington Homepage, 2005; UPDATE: Emerging Forms Film Conference, 2001 ) In 2001 was het onderwerp van het colloquium ‘EMERGING FORMS: Media, Narrative and Technique in the Twenty-First Century’. De conferentie ‘explores the ways in which new 69
  • 76. forms, evolutions of traditional forms, and expansions within an international arena alter the cinematic landscape.’ (UPDATE: Emerging Forms Film Conference, 2001 ) 6.4.1.3 Filmsector: Conferentie Een mooi voorbeeld van een conferentie waar professionals uit de filmsector zich buigen over een bepaalde problematiek vinden we terug op het filmfestival ‘Les Rencontres Internationales de Cinéma’ in Parijs. Dit festival wordt georganiseerd door het ‘Forum des Images’, ‘un espace unique pour explorer le cinéma, la vidéo, et le multimédia, un lieu entièrement consacré à l'image, depuis les frères Lumière jusqu'aux derniers films d'auteurs en passant par les créations les plus contemporaines.’ ( Cherchoo – Forum des Images, 2005; Forum des Images Homepage, 2005 ) In 2000 organiseerde het festival een rondetafelconferentie over de hedendaagse onafhankelijke filmproductie in Iran. Interessant was zeker dat men de leidende Iranese cineast Jafar Panahi had uitgenodigd. De film van deze laatste, ‘Dayereh’ ( ‘The Circle’ ) kaapte datzelfde jaar maar liefst vijf prijzen weg op het filmfestival van Venetië, waaronder de Gouden Leeuw. Het gesprek kon dan ook uitgaan van een reeks vragen over Panahi’s moeilijkheden om in het streng-Islamietische Iran van de ayatollah’s een film over de onderdrukking van vrouwen te maken. ( Mandelbaum, J., 2000a ) 6.4.2 Workshops en ateliers Sommige filmfestivals organiseren workshops en ateliers als een aanvulling op het festivalprogramma. Voor hen zijn het nevenactiviteiten die de kern van het festival aanvullen. Er bestaan echter ook festivals die zichzelf trachten te differentiëren van de concurrentie door deze nevenactiviteiten centraal te stellen. Het Amerikaanse ‘Sedona International Film Festival and Workshop’ is er zo een. Uit de naam blijkt duidelijk dat de workshops een integraal deel uitmaken van de festivalervaring. Dat vindt ook de programmadirecteur Frank Warner: ‘I believe that what we are doing is truly unique in the world of film festivals.’ Hij begon in 1997 met de jaarlijkse workshops over onder andere cinematografie, muziek en geluidseffecten, scenarioschrijven, editing, … Het thema voor 2005 was regisseren. ( The Festival Workshop, 2005 ) Warner zorgt ervoor dat er een panel van zes tot acht professionelen uit die branche van de filmsector aanwezig zijn om vragen te beantwoorden van debuterende filmmakers. Warner 70
  • 77. vindt de interactie tussen panelleden en studenten het beste en meest dankbare aspect van de workshop. Volgens hem zijn‘the panelists and audiences (… ) on the same ground. The panel members are real people that had to crawl before they started running.’ ( The Festival Workshop, 2005 ) 6.4.3 Analyses van de filmgeschiedenis Het analyseren van de filmgeschiedenis laat toe bepaalde aanbevelingen te maken naar de toekomst toe. Zo werd in het kader van het San Sebastian filmfestival van 2000 een analyse gemaakt van de Spaanse filmproductie. Men concludeerde dat deze financieel sterk stond, maar kwalitatief nog een lange weg had af te leggen. Door de grote investeringen van Telefonica ( een recent geprivatiseerde telecomgigant ) en Sogécable ( o.a. gefinancierd door de persgroep Prisa en het bekende Canal+ ) krijgt de Spaanse filmproductie, maar ook de distributie en exploitatie een stevige duw in de rug. Daarenboven legt de overheid op dat de publieke televisiezenders 5% van hun zakencijfer dienen te investeren in de filmproductie. De analyse op het San Sebastian filmfestival was niet mals: ‘la faiblesse artistique du cinéma espagnol apparaît inversement proportionnelle à son dynamisme économique’. Men pleitte dan ook voor het actief bevorderen van talentvolle cineasten teneinde een filmproductie te bekomen die niet met het enkele woord ‘Almodovar’ kon samengevat worden. ( Frodon, J.M., 2000a ) 6.5 Kansen bieden aan nieuw talent Filmfestivals kunnen jonge cineasten de mogelijkheid bieden hun werk onder de aandacht te brengen. In deze paragraaf bespreek ik twee festivals die ieder op hun manier jong talent aanmoedigen en hun creaties ondersteunen. Eerst bespreek ik het filmfestival van Cannes dat op verschillende manieren producties van debuterende regisseurs ondersteunt. Vervolgens zal de ‘Berlinale Talent Campus’ behandeld worden. Wat het filmfestival van Cannes betreft zijn er twee faciliteiten voor beginnende cineasten in het leven geroepen. Eerst en vooral is er de ‘Caméra d’Or’. Deze wordt uitgereikt voor de beste debuutfilm van het festival. Recenter is Cannes begonnen met de ‘Cinéfondation’. Sinds 1998 biedt ‘Cinéfondation’ een platform voor nieuw talent door een vijftiental kortfilms en films van gemiddelde duur te vertonen die worden ingediend door filmscholen van over de hele wereld. Deze films worden beoordeeld door dezelfde jury die verantwoordelijk is voor de beoordeling van de kortfilms in de officiële festivalselectie. De winnaars van ‘Cinéfondation’ 71
  • 78. krijgen niet alleen financiële steun voor het realiseren van toekomstige projecten, maar krijgen ook aanzienlijke media-aandacht. Bovendien belooft het filmfestival van Cannes hen volledig te ondersteunen met hun eerste langspeelfilm waarvan geacht wordt dat de laureaten die samen maken. Aanvankelijk was het opzet erg betuttelend. ‘Cinéfondation’ wou de jonge cineasten zo goed begeleiden dat het een verstikkend klimaat creëerde. In 2000 heeft men deze aanpak gewijzigd. Dat jaar mochten voor het eerst de zes laureaten hun intrek nemen in een groot appartement van de ‘Cité Malesherbes’ in de buurt van Montmartre met als doel gezamenlijk een langspeelfilm te produceren. Ook het zich vertrouwd maken met Frankrijk, diens cinema en diens cinematografische productie stonden op het programma. ( Sotinel, T., 2000; Cinéfondation, 2005 ) Een laatste festival dat hier besproken wordt omwille van de geboden steun aan jonge cineasten is het filmfestival van Berlijn. De infrastructuur die de Berlinale hiervoor heeft uitgebouwd is zonder twijfel de meest professionele en beste in de hele sector. Op een zogenaamde ‘Vision Day’ in 2002 besprak de festivaldirecteur Dieter Kosslick voor het eerst het opzet van de ‘Berlinale Talent Campus’. Het project is mogelijk dankzij de samenwerking van het festival met het Europese MEDIA-programma, het Medienboard Berlin-Brandenburg, Skillset, de UK Film Council, Volkwagen AG en veertig andere partners, ambassades en culturele instituten. ( What is the Berlinale Talent Campus?, 2005 ) Gelijktijdig met het gewone festival werd dit initiatief gelanceerd in 2003. Gedurende vijf dagen worden vijfhonderd jonge talenten uitgenodigd om tijdens panelgesprekken, lezingen en workshops te debatteren en te communiceren met professionelen uit de filmsector, professoren en gastsprekers uit de filmwereld. Op de officiële site van de Berlinale wordt de nadruk gelegd op kennisoverdracht, creativiteit, bekwaamheid, respect, groepswerk evenals nieuwsgierigheid naar andermans ideeën. De ‘Berlinale Talent Campus’ heeft een eigen website waar kortfilms van de geselecteerde kandidaten kunnen bekeken worden. Bovendien kan men interviews en lesmateriaal downloaden. De site bevat ook uitgebreide informatie over een recent initiatief: ‘Campus Abroad’. Op een aantal filmfestivals in Argentinië, Zuid- Afrika, Oekraïne en India treedt de Berlinale op als adviseur om het concept van de ‘Talent Campus’ in die landen te introduceren ten einde op lokaal niveau jonge filmmakers te ondersteunen. ( What is the Berlinale Talent Campus?, 2005; Berlinale Talent Campus – Homepage, 2005; Campus Abroad, 2005 ) 72
  • 79. Voor de deelnemers zijn er ook verschillende prijzen te winnen. Eerst en vooral is er de Volkswagen Score Competition. De winnaars van deze wedstrijd voor geluidsontwerpers en componisten mogen hun compositie produceren met het Babelsberg filmorkest. Een tweede prijs is de Talent Movie of the Week. In een eerste stadium selecteert het festival uit alle inzendingen vier kortfilms. Vervolgens worden de makers uitgenodigd om samen met een ervaren cineast de film volledig af te werken. Het zijn uiteindelijk de deelnemers aan de ‘Talent Campus’ die de winnaar aanduiden. Een derde prijs is de Berlin Today Award. Hiervoor worden eerst internationale teams samengesteld die samen een idee voor een kortfilm rond Berlijn moeten bedenken. Drie teams mogen vervolgens hun project uitwerken. Het eindresultaat wordt het daaropvolgende jaar vertoond en de jury kiest één van de drie werken om de prijs in ontvangst te nemen. Een laatste prijs is de Planet Documentary Film Award. Uit de talrijke ingezonden documentaires kiest de jury er één uit om samen met de documentaire televisiezenders Planet TV en Focus TV verder te produceren. ( What is the Berlinale Talent Campus?, 2005 ) 73
  • 80. Hoofdstuk 7: Publieksonderzoek Dit hoofdstuk behandelt eigen onderzoek omtrent filmfestivals. Eerst wordt de terminologie toegelicht. Vervolgens komen de methodologie en de werkwijze van het onderzoek aan bod. Nadien volgen de resultaten van het onderzoek. 7.1 Segmenten en doelgroepen Elke organisatie, zowel in de profit als in de gesubsidieerde sector, doet er goed aan haar publiek in segmenten onder te verdelen. Een marktsegment is een subgroep van de hele markt die voldoet aan de volgende eisen: intern homogeen, voldoende omvangrijk, identificeerbaar, stabiel en bereikbaar. Men kan op twee manieren aan segmentatie doen. De eerste wijze is een a priori segmentatie via bepaalde socio-demografische kenmerken zoals leeftijd, geslacht, scholing, beroep, … De tweede manier waarop men tewerk kan gaan is op basis van bepaalde gedragsverschillen zoals bijvoorbeeld de frequentie van gebruik van het product of de dienst, de behoefte aan informatie, de levensstijl. Al deze elementen zijn mogelijke segmentatiecriteria. ( Market Segment, 2005; De Brabander, G., 2005 ) Uit de verschillende segmenten kiest men dan die doelgroepen waarvan men de participatie wil bevorderen of die men niet wil uitsluiten. Met het laatste wordt het zogenaamde ‘sociale- mix debat’ bedoeld. Vooral de overheid zal trachten een sociale mix te creëren in de cultuurparticipatie. Het gaat er concreet om mensen uit verschillende sociale klassen en/of met een verschillende achtergrond op het vlak van bijvoorbeeld religie of etnische origine te doen participeren. ( De Brabander, G., 2004 ) Het vastleggen van de doelgroepen waarop men het beleid zal toespitsen betreft een strategische keuze. Het vereist een zeker tijdsperspectief: het specifieke beleid met het oog op de gekozen doelgroepen kan niet op korte termijn worden gewijzigd. In de profitsector is de keuze van doelgroepen gebaseerd op het potentieel rendement van deze groepen. Binnen de gesubsidieerde sector spelen bepaalde maatschappelijke en politieke elementen een hoofdrol. Het gaat hier met name over het hierboven aangehaalde participatie- en sociale mix-debat. ( De Brabander, G., 2005 ) 74
  • 81. 7.2 Onderzoek Eerst en vooral dienen we een onderscheid te maken tussen marktonderzoek en marketingonderzoek. Bij een marktonderzoek gaat de aandacht uit naar de verschillende spelers op de markt en hun gedrag. Marketingonderzoek daarentegen streeft ernaar het gedrag van de verschillende actoren te verklaren. In het kader van de kunst- en cultuurindustrie gaat het dan om het verklaren waarom men al dan niet participeert aan kunst en cultuur. Een goed uitgevoerd marketingonderzoek zorgt ervoor dat de diverse belanghebbenden ( overheid, sponsors, subsidiënten, organisatoren ) hun beleid beter kunnen afstemmen op de behoeften van het publiek. Met name de culturele instellingen die evenementen organiseren hebben er baat bij. Zij hebben nood aan publieksonderzoek om te weten wat er bij hun bestaand en potentieel publiek leeft. Een goed begrip en een diepgaande kennis van de doelgroepen leiden tot een optimale inzet van de marketing-mix instrumenten. De beste manier om nuttige informatie te bekomen over de doelgroepen is het voeren van een publieksonderzoek. Erg belangrijk is dat dit onderzoek volgens een bepaalde methodologie verloopt zodat men op het einde van de rit over betrouwbare data beschikt. Voor mijn onderzoek heb ik me voornamelijk gebaseerd op twee boeken: het recente ‘Publiek belicht: Handboek publieksonderzoek voor culturele instellingen’ van Henk Roose en Hans Waege en ‘Handleiding publieksonderzoek voor podia en musea’ van Letty Ranshuysen. De theoretische uiteenzetting over publieksonderzoek die door prof. dr. G. De Brabander werd behandeld in het opleidingsonderdeel ‘Kunst en Cultuur’ is ook zeer nuttig gebleken tijdens het onderzoek. In de volgende paragrafen komt het door mij gevoerde publieksonderzoek aan bod. Eerst geef ik een korte inleiding. Vervolgens bespreek ik de gevolgde methodologie. Problemen waarmee ik geconfronteerd werd tijdens het onderzoek komen daarna aan bod. Nadien ga ik uitgebreid in op de resultaten van het onderzoek. 7.2.1 Inleiding De geringe beschikbaarheid van nuttige, relevante en bruikbare gegevens omtrent participatie waarmee een individuele cultuurinstelling geconfronteerd wordt is meestal te verklaren doordat de onderzoeker overhaast tewerk gaat in de voorbereidende fase. Men stelt vaak een enquête op die een aantal interessante vragen bevat, maar die over het algemeen zo onevenwichtig is en niet beantwoordt aan de wensen van de instelling dat ze zo goed als 75
  • 82. nutteloos is. Roose en Waege stellen voor dat men stapsgewijs werkt om dit te voorkomen. Ik geef aan hoe ik hun stappen heb gevolgd en ik motiveer bepaalde keuzes die ik maakte. 7.2.2 Doelgroepen van het publieksonderzoek De doelgroepen zijn die segmenten die men wil aanzetten tot ( meer ) participeren of die men niet wil uitsluiten. Een goed publieksonderzoek legt de elementen bloot waarvoor de filmfestivalganger gevoelig is en die verklaren waarom hij een bepaald participatiegedrag vertoont. In het kader van mijn onderzoek koos ik ervoor – in samenspraak met mijn contactpersonen binnen de verschillende instellingen – mijn aandacht te richten op de volgende twee doelgroepen: a. filmfestivalgangers b. zij die in het medium film geïnteresseerd zijn doch nog geen filmfestival bezochten Een goed begrip van de eerste groep is in het kader van het retentiebeleid voor een culturele instelling van primordiaal belang. De tweede doelgroep is ook interessant. Het gaat om mensen die weliswaar een duidelijke voorkeur hebben om een deel van hun vrije tijd te besteden aan het medium film, maar toch ( nog ) niet de stap hebben gezet om een filmfestival te bezoeken. Hun drijfveren kunnen als leidraad voor de toekomst dienen. Het is interessant om na te gaan wat ze nu juist verwachten van een filmfestival, welke factoren hen van participatie weerhouden en welke initiatieven hen zouden kunnen overhalen om een festival te bezoeken. 7.2.3 Gevolgde methodologie Roose en Waege geven een stapsgewijze aanpak weer bestaande uit 7 ‘blokken’: Blok 1: Wat wil ik te weten komen van het publiek? Blok 2: Hoe stel ik een vragenlijst op? Blok 3: Hoe trek ik een steekproef? Blok 4: Hoe verzamel ik de data? Blok 5: Hoe voer ik de data in? 76
  • 83. Blok 6: Hoe verwerk ik de data? Blok 7: Wat vang ik aan met de resultaten? 7.2.3.1 Blok 1 Bij het eerste blok voor een geslaagd publieksonderzoek dient men zich de vraag te stellen wat men wil te weten komen van het publiek ( Roose en Waege, p.9 ). Roose en Waege splitsen dit eerste blok in 4 stappen: 1. het opstellen van een planningsteam 2. het bepalen van het beschikbaar budget en personeel 3. het definiëren van de doelstellingen van het onderzoek 4. het definiëren van de onderzoeksvragen 1.Planningsteam Een planningsteam betrekt idealiter mensen uit de culturele instellingen bij het onderzoek teneinde een voldoende draagvlak te creëren. In de woorden van Roose en Waege: ‘Door een aantal personen uit de culturele instelling te betrekken bij het beslissingsproces schep je een gunstig klimaat en maximaliseer je de kans dat de resultaten uit de publieksstudie ook daadwerkelijk het publieksbeleid van de instelling mee gaan bepalen.’ ( Roose en Waege, 2004, blz. 11 ) Voor mijn onderzoek heb ik contact gezocht met diverse instellingen die filmfestivals organiseren. Meer bepaald contacteerde ik de volgende festivals: Anima, Viewpoint, het filmfestival van Gent, Europees Jeugdfilmfestival, Courtisane, Festival van de Fantastische Film en het filmfestival van Brussel. De gunstigste antwoorden kreeg ik van Chris Orghelt van het Brussels International Festival of Fantastic Film en van Joke Vangheluwe van het Europees Jeugdfilmfestival. 2.Beschikbaar budget en personeel Als student werkte ik alleen aan het publieksonderzoek. Uiteraard had ik slechts een beperkt beschikbaar budget. 3.Doelstellingen van het onderzoek Het doel van het uitvoeren van het onderzoek dient men in samenspraak met het planningsteam vast te leggen. 77
  • 84. Een eerste afspraak had ik met Chris Orgelt. Ik vroeg hem wat hij van het publiek van het festival te weten wou komen. Het leek hem het meest interessant een globaal beeld te krijgen van wie de bezoekers waren, waarvoor ze kwamen en hoe ze hun festivalbezoek evalueerden. We bespraken ook de vorm van de enquête en de taalkeuze. Het gesprek met Joke Vangheluwe zorgde ervoor dat ik nog een aantal elementen toevoegde aan de vragenlijst. Ze was ook bereid om de enquête te promoten. 4.Definiëren van de onderzoeksvragen Tijdens de gesprekken met Chris Orgelt en Joke Vangheluwe werd het duidelijk dat het mogelijk was een studie uit te voeren die zowel een algemeen beeld gaf van de bezoekers van filmfestivals als een genuanceerd beeld per festival. Ik koos ervoor een reeks algemene vragen te stellen omtrent filmfestivals. Indien men een bepaald filmfestival had bezocht werd men naar een bijkomende reeks vragen geleid die peilden naar de tevredenheid over dit bezoek. Als antwoord op de vraag ‘wat willen u (mijn contactpersonen) en ik te weten komen over het publiek?’ werden de volgende onderzoeksvragen gedefinieerd: 1. Wie zijn ze en waar komen ze vandaan? ( = socio-demografische samenstelling ) 2. Wat vinden ze van het aanbod en de dienstverlening? ( = publieksevaluatie ) 3. Waarom komen ze en wat verwachten ze? ( = bezoekmotivatie en verwachtingen ) 4. Via welke kanalen zijn ze in contact gekomen met het aanbod? ( = informatiekanalen ) 5. Wat bezoeken/doen ze nog meer? ( = publieksverloop en andere activiteiten ) 6. Hoe vaak komen ze en welke diensten zouden ze op prijs stellen? ( = bezoekfrequentie en extra diensten ) Bron: Roose en Waege, 2004, blz. 12 7.2.3.2 Blok 2 Inleiding Het tweede blok gaat over de praktische uitwerking van de vragenlijst. Eerst dienen echter drie kernelementen van een weldoordachte enquête te worden besproken. 78
  • 85. Het uitwerken van de enquête In dit stadium mag men absoluut niet overhaast tewerk gaan. Alvorens de eigenlijke vragenlijst op stellen dient men een aantal belangrijke beslissingen te nemen die een grote impact hebben op de representativiteit van het onderzoek. Drie grote keuzes dienen gemaakt te worden: 1. Welke vorm zal de enquête aannemen? 2. In welke taal zal de enquête opgesteld worden? 3. Bestaat de enquête uit een homogene of een heterogene vragenlijst? De vorm Er werd voor gekozen te enquêteren via een webenquête. Hierbij wordt via speciale software een enquête uitgewerkt die vervolgens door potentiële respondenten kan geraadpleegd worden via een website. Voordelen van deze methode zijn de snelheid waarmee gegevens kunnen worden gecapteerd en waarmee grote hoeveelheden data vrij eenvoudig kunnen worden geïncorporeerd in statistische programma’s. Mogelijke nadelen zijn het feit dat vooral hogeropgeleiden terug te vinden zijn op de digitale informatiesnelweg en dat niet iedereen beschikt over een computer. Voor dit publieksonderzoek is de eventueel hogere opleidingsgraad minder relevant. Hogeropgeleiden participeren nu eenmaal meer aan kunst en cultuur dan lageropgeleiden dus was het onvermijdelijk dat het merendeel van de respondenten zouden behoren tot deze groep Om de representativiteit te verhogen werd ernaar gestreefd een site te ontwerpen die de toegankelijkheid vooropstelde. De taal Een tweede belangrijke keuze die men moet maken vooraleer daadwerkelijk een vragenlijst op te stellen betreft de taal van het publieksonderzoek. Tijdens het gesprek met Chris Orgelt van het Brussels International Festival of Fantastic Film kwam de taalkeuze ter sprake. Hij vertelde me hoe een paar jaar geleden een Waalse studente een enquête enkel in het Frans had opgesteld. Ze had daarbij een grote kans laten liggen om de Nederlandstalige bezoekers van het festival in haar studie te betrekken. Ik koos dan ook resoluut voor een Nederlandstalige en Franstalige versie. Uiteindelijk besloot ik voor alle zekerheid ook een Engelstalige versie op te stellen. De lezer kan in bijlage IV de enquête in het Nederlands nalezen. 79
  • 86. Een homogene of een heterogene vragenlijst Een homogene vragenlijst bevat vragen over een welbepaald onderwerp. Een heterogene vragenlijst snijdt een heel gamma aan thema’s aan. Een homogene vragenlijst verdient de voorkeur wanneer men een erg specifiek element wil onderzoeken. Zo kan men bijvoorbeeld nagaan wat bezoekers vinden van de officiële website van de organiserende instelling, wat men van de bereikbaarheid vindt of wat men vindt van de officiële selectie van het festival. In een heterogene vragenlijst daarentegen zouden al deze zaken aan bod kunnen komen. Nadeel is dat men niet steeds diepgaande vragen kan stellen over een bepaald aspect. Het voornaamste voordeel van een heterogene vragenlijst is dat men snel een globaal beeld verkrijgt van hoe verschillende facetten van het beleid door het bestaand en potentieel publiek gepercipieerd en geëvalueerd worden. In samenspraak met Chris Orgelt en Joke Vangheluwe werd besloten een heterogene vragenlijst op te stellen. Wanneer men bij een van de onderdelen verbaasd is over de resultaten en de conclusie van het onderzoek kan men in een volgend stadium via een bijkomend onderzoek de aandacht op dat (probleem)gebied toespitsen. De zeven stappen in detail Roose en Waege splisten het tweede blok in 7 stappen: 1. Neem de enquêtevragen exact over 2. Minimaliseer de lengte van de vragenlijst 3. Formuleer een informerende en wervende introductie 4. Voorzie de vragenlijst van administratieve informatie 5. Bepaal de volgorde van de vragen in de vragenlijst 6. Verzorg de opmaak van de vragenlijst 7. Leg de vragenlijst voor aan het planningsteam 1.Neem de enquêtevragen exact over Roose en Waege raden aan om de enquêtevragen letterlijk over te nemen. Zij geven hier drie redenen voor: ( Roose en Waege, 2004, blz. 15 ) a. de inspiratie voor de vragen komt van de recentste cultuursociologische literatuur over de participatie in de kunst-en cultuurindustrie. Daardoor kan men beter verbanden leggen met ander, gelijkaardig onderzoek. 80
  • 87. b. De vragen werden al door Roose en Waege in een onderzoek gebruikt en bleken uitermate geschikt voor de taak die ze dienden te vervullen c. Standaardvragen laten een vergelijking toe tussen culturele instellingen in de tijd. Bovendien kan men door een vergelijking met de resultaten van de grootschalige onderzoeken van de overheid komen tot uitspraken over de non-participatie 2.Minimaliseer de lengte van de vragenlijst Vragen die aan de uiteindelijke resultaten en conclusie niets zouden toevoegen werden weggelaten. Zowel op de site die de verbinding vormde met de enquête, alsook op de flyers en in de teksten gebruikt om het publieksonderzoek te promoten werd duidelijk gemaakt dat het oplossen van de enquête zo’n 10 minuten in beslag neemt. 3.Formuleer een informerende en wervende introductie Volgens Roose en Waege zal een goede introductie de volgende elementen bevatten: ( Roose en Waege, 2004, blz. 16 ) a. voorstellen van de identiteit van de onderzoeksorganisatie, de sponsor, het thema en doel van het onderzoek b. de privacy-bescherming c. de geschatte duur van de enquête d. een algemene taakinstructie Op de website die de verbinding vormde met de enquête stelde ik mezelf voor als laatstejaarsstudent aan de Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Vermits het niet om een commercieel onderzoek ging stelde het de potentiële respondent ook geruster over hoe zijn persoonlijke gegevens zouden worden gebruikt. Zowel de geschatte invultijd als een algemene taakinstructie werden op de site vermeld. 4.Voorzie vragenlijst van administratieve informatie Deze stap was voor mijn onderzoek irrelevant. Het gaat om het aanbrengen van een uniek identificatienummer voor elke respondent, maar de gebruikte software doet dit automatisch. 5.Bepaal de volgorde van de vragen in de vragenlijst 81
  • 88. De algemene richtlijn is dat ‘de volgorde van de vragen logisch opgebouwd moet zijn en dat de enquête in zijn totaliteit een zinnig geheel moet vormen’ ( Roose, Waege, 2004, blz. 17 ) De volgorde van de vragen in het gevoerde publieksonderzoek: 1.Heeft men al een filmfestival bezocht? 2.Welke festivals heeft men al bezocht? 3.Beoordeling van een bezocht festival 4.Algemene vragen omtrent filmfestivals 5.Socio-demografische vragen 6.Verzorg de opmaak van de vragenlijst De lay-out is belangrijk om te vermijden dat de respondenten bijvoorbeeld fouten maken of vragen overslaan. Er werd gekozen voor een helder lettertype en er werd steeds voor gezorgd dat door gebruik te maken van de opties ‘vet’, ‘onderlijnd’ en ‘cursief’ duidelijk was wat de instructies en wat de vragen waren. De noodzaak om voldoende ruimte te laten tussen de verschillende vragen was minder relevant daar een webenquête steeds een nieuw scherm toont met één vraag op. Om dezelfde reden waren doorverwijzingen makkelijk te implementeren. Vragen die de respondent omwille van een bepaald antwoord op een voorgaande vraag niet hoefde in te vullen werden niet aan hem/haar gesteld. Om naar een volgende vraag te gaan was er een duidelijk knop met ‘Volgende’, ‘Question suivante’ of ‘Next’. 7.Leg de vragenlijst voor aan het planningsteam Zodra ik een eerste vragenlijst klaar had, heb ik die besproken met Chris Orgelt en Joke Vangheluwe. Zo werden nog een aantal zaken opgenomen. 7.2.3.3 Blok 3 en Blok 4 Blok 3 in het boek van Roose en Waege gaat over het trekken van een steekproef. Blok 4 gaat over het verzamelen van de data. De wijze waarop in dit onderzoek de doelgroep werd benaderd en hoe het probleem van de non-respons werd behandeld vindt de lezer verderop in de tekst ( cfr. infra blz. 85 ). 82
  • 89. 7.2.3.4 Blok 5 Dit blok bestaat uit twee stappen: 1. Leg een codeboek aan 2. Voer de data in 1.Leg een codeboek aan Een codeboek geeft op een overzichtelijke manier weer welke variabelen in het onderzoek werden opgenomen en welke waarden ze kunnen aannemen. Het codeboek voor dit publieksonderzoek kan de lezer vinden in bijlage IV. 2.Voer de data in De data bij een webenquête kan eenvoudig geïmporteerd worden in een statistisch programma zoals SPSS. 7.2.3.5 Blok 6 en Blok 7 Blokken 6 en 7 handelen over de dataverwerking en de vertaling van de resultaten naar het beleid. Beiden komen aan bod bij de bespreking van de resultaten van het onderzoek. 7.2.4 Het benaderen van de doelgroep 7.2.4.1 Algemeen Het benaderen van de doelgroep werd op vier manieren gedaan. Ten eerste zorgde ik ervoor dat er een banner verscheen op een aantal film(festival)sites. Een banner is ‘an interactive ad placed on a webpage that is linked to an external advertiser's website or another internal page within the same website’. De banner belandde op de officiële site van het Filmfestival van Gent, de filmsite www.moovy.be en de officiële site van het Europees Jeugdfilmfestival. Ten tweede promootte ik de enquête op film-en cultuurgerelateerde forums. De lijst van deze forums staat in bijlage V. Ten derde verspreidde ik een aantal flyers op plaatsen waar de doelgroepen vaak vertoeven: het bioscoopcomplex UGC Antwerpen, het Filmmuseum in Antwerpen en de Cartoon’s bioscoop. Tenslotte contacteerde ik ook het filmtijdschrift Film/TV/DVD. In het maart-nummer verscheen een korte tekst over mijn publieksonderzoek onder de rubriek ‘Agenda’. ( E-Commerce Glossary Of Terms, 2005 ) 83
  • 90. De banner, forumteksten, flyer en tekst uit Film/TV/DVD kan de lezer vinden in bijlage VI. 7.2.4.2 De technische uitwerking De manier waarop het publieksonderzoek wordt uitgevoerd is van groot belang voor de benadering van de doelgroep. De site die gemaakt werd als verbinding met de enquête in de verschillende talen had als adres http://users.telenet.be/ken.lawrence1/Index.html. Er werd geopteerd voor een registratie bij http://www.dot.tk/. Daardoor kon het eenvoudige adres http://thesisken.tk onder de aandacht van de doelgroepen worden gebracht. 7.2.5 Het probleem van de non-respons Bij publieksonderzoek wordt men jammer genoeg maar al te vaak geconfronteerd met de weigering om mee te werken. Daarom is het aangewezen een beloning te voorzien bij deelname aan het publieksonderzoek. Erg belangrijk is dat deze beloning in natura wordt gegeven. Zo zal een instelling die concerten organiseert vaak drankbonnetjes of gratis tickets in het vooruitzicht stellen. Globaal gezien kan men de beloningen in twee grote groepen verdelen: 1. symbolische beloningen 2. beloningen van enige betekenis De symbolische beloningen worden gegeven aan elke respondent. Het zijn zaken zoals drankbonnetjes, stickers, een balpen, … die een geringe geldelijke waarde hebben. De beloningen van enige betekenis worden meestal onder de respondenten verloot. Het gaat om prijzen met een behoorlijke geldelijke waarde zoals toegangstickets, reischeques, … Om mensen over de streep te trekken werd gekozen voor de tweede soort beloningen. Ik was ervan overtuigd dat een weloverwogen prijzenpakket de respons zou verhogen. Daarom koos ik voor DVD’s met werk van het bekendere doch alternatieve filmcircuit. Om te vermijden dat mensen de indruk kregen dat de enquête al was afgerond vermeldde ik er bij dat op latere datum meer prijzen zouden worden toegevoegd. Uiteraard diende ik contactgegevens te vragen teneinde de prijzen naar de winnaars te sturen. Deze mail-adressen zijn een prachtig marketing-instrument, maar dienen natuurlijk met de grootste omzichtigheid te worden behandeld. Om te wijzen op het zuiver academische doel 84
  • 91. van de enquête en de betrouwbaarheid van het onderzoek te benadrukken werd ervoor gekozen het logo van de Universiteit Antwerpen op te nemen in banner, flyers, portaalsite en de enquête zelf. 85
  • 92. 7.3. Resultaten publieksonderzoek 7.3.1 Ja-versie Er waren 205 antwoorden voor de versie van de enquête die bedoeld was voor mensen die reeds een Belgisch filmfestival hadden bezocht. 86
  • 93. 3.1.1 De bezochte festivals: 87
  • 94. 0 20 40 60 80 100 120 140 Gent Anima BIFFF Int.FF Brussel Afrika Leuven Kort Open Doek Europees Jeugdfilmfestival De bezochte festivals FF Antwerpen Cinema Novo Viewpoint Andere Series1 88
  • 95. 0 20 40 60 80 100 120 Gent Anima BIFFF Int.FF Brussel 3.1.2. De beoordeelde festivals Afrika Leuven Kort Open Doek Europees Jeugdfilmfestival De beoordeelde festivals FF Antwerpen Cinema Novo Viewpoint Andere Series1 89
  • 96. 3.1.3. Resultaten over alle festivals heen Vermits de helft van alle respondenten het filmfestival van Gent heeft beoordeeld zal de evaluatie van dit festival zijn stempel drukken op de hierna volgende resultaten. De Belgische filmfestivals worden erg positief beoordeeld. We zien dat aan maar liefst 75% een rapportcijfer wordt toegekend van 8 of hoger. Zo’n 60% van de filmfestivalbezoekers betaalt zelf hun ticket of abonnement. Een grote groep van maar liefst 40% komt dus naar een filmfestival met een uitnodiging. De meeste personen in de dataset zijn toeschouwers. 90
  • 97. Meer dan driekwart van de respondenten gaat met anderen naar een filmfestival. Redenen om naar een filmfestival te gaan: Het kunnen bekijken van films in avant-première vindt 43% een belangrijke tot zeer belangrijke reden om naar een filmfestival te gaan. Het wordt als eerder belangrijk ervaren door 23,4% van de respondenten. Ongeveer een derde geeft de antwoorden ‘Zeer onbelangrijk’, ‘Onbelangrijk’ of ‘Eerder onbelangrijk’. Ongeveer een derde van de bezoekers vindt deze factor belangrijk tot zeer belangrijk. Tweederde vindt het geen doorslaggevende reden om naar een filmfestival te gaan. 91
  • 98. Filmfestivalbezoekers zijn niet erg prijsgevoelig. De groep die ‘Zeer onbelangrijk’, ‘Onbelangrijk’ of ‘Eerder onbelangrijk’ antwoordde vertegenwoordigt bijna 40% van de antwoorden. De groep die het ‘Eerder belangrijk’ vindt vertegenwoordigt 32,7%. Dat wil dus zeggen dat minder dan een derde van de bezoekers de prijs een reden vindt die zwaar genoeg doorweegt om al dan niet naar een filmfestival te gaan. De aanwezigheid van gasten vindt men iets belangrijker dan de prijs. Ongeveer een derde vindt het belangrijk tot zeer belangrijk. Toch zien we dat opnieuw een aanzienlijke groep van 40% ‘Zeer onbelangrijk’, ‘Onbelangrijk’ of ‘Eerder onbelangrijk’ antwoordde. We zitten duidelijk nog niet bij de kernreden om naar een filmfestival te gaan. 92
  • 99. Uit de resultaten m.b.t. het profiel van de bezoekers blijkt dat slechts 23,9% van de respondenten geen toeschouwer of abonnee zijn, maar journalisten, gasten of medewerkers. Het ontmoeten van professionals uit de filmsector is logischerwijze geen prioriteit voor gewone festivalbezoekers ( toeschouwers en abonnees ). Dit blijkt dan ook uit het publieksonderzoek: bijna 50% antwoordt ‘Zeer onbelangrijk’, ‘Onbelangrijk’ of ‘Eerder onbelangrijk’. Een kwart van de respondenten antwoordt ‘Eerder belangrijk’. Er blijven dus 25,8% geïnteresseerden over wat ongeveer gelijk is aan het percentage professionals in de dataset. De antwoorden ‘Eerder belangrijk’, ‘Belangrijk’ en ‘Zeer belangrijk’ vertegenwoordigen samen 96%. Het ontspanningselement van een filmfestival is met andere woorden de absolute prioriteit voor bezoekers. De aandacht die een filmfestival krijgt in de media wordt door meer dan de helft van de respondenten onbelangrijk gevonden in de beslissing om er naartoe te gaan. Een kwart vindt het ‘Eerder belangrijk’. Het is alleszins geen doorslaggevende factor in het al dan niet bezoeken van een filmfestival. 93
  • 100. Iets meer dan 40% vindt het feit dat iemand hen het festival aanraadt ‘Zeer onbelangrijk’, ‘Onbelangrijk’ of ‘Eerder onbelangrijk’. Toch moeten we mond-tot-mond reclame bij filmfestivals niet afschrijven, wel integendeel. Een derde van de respondenten duidt met het antwoord ‘Eerder belangrijk’ aan gevoelig te zijn voor dit element. Bovendien vindt een kwart van de respondenten het belangrijk tot zeer belangrijk. Het sociale element wordt nog belangrijker wanneer men deze cijfers bekijkt. Hieruit blijkt dat meer dan een derde meegevraagd worden een belangrijke tot zeer belangrijke reden vindt om naar een filmfestival te gaan. De groep die het ‘Eerder belangrijk’ vindt is goed voor een derde van de antwoorden. 94
  • 101. Uit de dataset blijkt dat bijna 45% van de festivalbezoekers niet meer dan drie films zien tijdens hun festivalbezoek. Een kwart van de respondenten bekijkt vier tot zes films. Deze resultaten dient men te relativeren omdat er nauwelijks beoordelingen van kortfilmfestivals in de dataset zitten. Uiteraard krijgt men dan een vertekend beeld. Interesse in nevenactiviteiten: Bijna 40% van de respondenten is slechts matig in deze nevenactiviteit geïnteresseerd, maar meer dan 45% antwoordt dan weer sterk tot zeer sterk geïnteresseerd te zijn. Iets meer dan een derde is te vinden voor tentoonstellingen die kaderen binnen een filmfestival. Tweederde is er niet of slechts matig door geboeid. Het organiseren van een receptie kan op veel instemming rekenen van 40% van de respondenten. Er is dus een groot aantal bezoekers waarvoor een receptie geen meerwaarde toevoegt aan het evenement. 95
  • 102. De mening over themadagen is vrijwel volledig verdeeld. Voor de ene helft is het niet of slechts matig interessant. De andere helft vindt het dan weer ( erg ) interessant. Mensen willen hun stem duidelijk laten horen. Zestig percent van de respondenten is sterk tot zeer sterk geïnteresseerd in het kiezen van de beste film die op het festival werd vertoond. Aangezien de dataset voornamelijk uit niet-professionals bestaat is het niet opmerkelijk dat voor bijna 70% van de respondenten workshops of ateliers absoluut niet noodzakelijk zijn voor een geslaagd filmfestival. Toch blijkt uit meer dan een kwart van de antwoorden dat er interesse bestaat voor dit soort nevenactiviteiten. 96
  • 103. De interesse voor een party verbonden aan een filmfestival is iets hoger dan de interesse voor een receptie. Iets meer dan 43% is geïnteresseerd. Het percentage volstrekt niet- geïnteresseerden ligt bij een party hoger dan bij een receptie. Hoewel sommige filmfestivals dit aanbieden loopt hun doelgroep er duidelijk niet warm voor. Bijna 60% is hoegenaamd niet geïnteresseerd in een chat-sessie met een VIP. Een kwart zegt slechts matig geïnteresseerd te zijn. De groep die geboeid naar een dergelijke nevenactiviteit uitkijkt representeert 15,2%. Andere activiteiten van filmfestivalbezoekers: De volgende tabellen bevatten de resultaten van het onderzoek m.b.t. een uitputtende lijst van activiteiten die werd voorgelegd aan de festivalbezoekers. Weinig spectaculair is de vaststelling dat bijna alle filmfestivalbezoekers vaak naar de bioscoop gaan. Daarenboven antwoordt bijna 70% dat ze naar rock-of popconcerten/festivals gaan. Zestig percent bezoekt musea, tentoonstellingen of galerijen. Meer dan 50% verklaart regelmatig naar een toneelvoorstelling te gaan. Opvallend is dat sportwedstrijden hoger scoren dan vrijwel alle soorten concerten en muziekfestivals, ballet en opera. 97
  • 104. 98
  • 105. 99
  • 106. Demografische kenmerken: De dataset bestond uit ongeveer 60% mannen en 40% vrouwen. Zeventig percent van de respondenten was tussen 19 en 30 jaar oud. We merken op dat de groep van 18 jaar of jonger slechts 5,4% vertegenwoordigt, daar waar de groep van ouder dan 30 jaar goed is voor ongeveer een kwart van de festivalbezoekers uit de dataset. 100
  • 107. Filmfestivalgangers zijn hoofdzakelijk hogeropgeleiden. Ongeveer 64% studeert aan een hogeschool of universiteit. Bijna 18% van de respondenten zit in het hoger secundair, algemeen vormend. Iets meer dan de helft van de festivalbezoekers heeft betaald werk. Een derde volgt dagonderwijs. 101
  • 108. 7.3.2 Nee-versie Er waren 423 antwoorden voor de versie van de enquête die bedoeld was voor mensen die nog nooit een Belgisch filmfestival hadden bezocht. De resultaten van de nee-versie van de enquête worden onmiddellijk vergeleken met de resultaten van de ja-versie in de volgende paragraaf. Uiteraard komen niet alle elementen aan bod. Gepoogd werd te ontdekken welke elementen niet-festivalgangers interessant vinden aan filmfestivals en welke nevenactiviteiten hen interesseren. Aldus kan men aanbevelingen doen aan het management van festivals. Interessant is ook om na te gaan of er verschillen zijn tussen festivalbezoekers en niet- festivalgangers m.b.t. de demografische kenmerken en de interesse in culturele activiteiten. Redenen om naar een filmfestival te gaan: Films in avant-première zien 35,00% 30,00% 25,00% 20,00% Festivalgangers Niet-festivalgangers 15,00% 10,00% 5,00% 0,00% Zeer Onbelangrijk Eerder Eerder Belangrijk Zeer onbelangrijk onbelangrijk belangrijk belangrijk Festivalgangers hechten hier meer belang aan dan niet-festivalgangers. Mensen ontmoeten ( die ook door film gepassioneerd zijn ) 35,00% 30,00% 25,00% 20,00% Festivalgangers Niet-festivalgangers 15,00% 10,00% 5,00% 0,00% Zeer Onbelangrijk Eerder Eerder Belangrijk Zeer onbelangrijk onbelangrijk belangrijk belangrijk 102
  • 109. Niet-festivalgangers vinden het ontmoeten van cinefielen geen goede reden om een filmfestival te bezoeken. De gunstige ticketprijs 35,00% 30,00% 25,00% 20,00% Festivalgangers Niet-festivalgangers 15,00% 10,00% 5,00% 0,00% Zeer Onbelangrijk Eerder Eerder Belangrijk Zeer onbelangrijk onbelangrijk belangrijk belangrijk Niet-festivalgangers zijn veel prijsgevoeliger dan festivalgangers. De prijs speelt een doorslaggevende rol in het bepalen of ze al dan niet naar een filmfestival zullen gaan. Het is mogelijk dat zij filmfestivals, al dan niet gerechtvaardigd, als dure evenementen percipiëren. De aanwezigheid van een gast ( acteur, regisseur, ... ) 30,00% 25,00% 20,00% Festivalgangers 15,00% Niet-festivalgangers 10,00% 5,00% 0,00% Zeer Onbelangrijk Eerder Eerder Belangrijk Zeer onbelangrijk onbelangrijk belangrijk belangrijk Hier is het verschil in voorkeur tussen beide groepen minder uitgesproken. Enerzijds is het percentage dat ‘Belangrijk’ antwoordt groter bij de niet-festivalgangers. Anderzijds zien we dat dit element ‘Eerder belangrijk’ en ‘Zeer belangrijk’ wordt genoemd door een hoger percentage aan festivalgangers dan niet-festivalgangers. Professionals uit de filmsector te ontmoeten 30,00% 25,00% 20,00% Festivalgangers 15,00% Niet-festivalgangers 10,00% 5,00% 0,00% Zeer Onbelangrijk Eerder Eerder Belangrijk Zeer onbelangrijk onbelangrijk belangrijk belangrijk 103
  • 110. Het ontmoeten van professionals wordt door niet-festivalgangers overwegend ‘Eerder onbelangrijk’ genoemd en door festivalgangers ‘Eerder belangrijk’. Toch merken we dat de percentages bij ‘Belangrijk’ en ‘Zeer belangrijk’ nagenoeg even hoog zijn. Als ontspanning 45,00% 40,00% 35,00% 30,00% 25,00% Festivalgangers 20,00% Niet-festivalgangers 15,00% 10,00% 5,00% 0,00% Zeer Onbelangrijk Eerder Eerder Belangrijk Zeer onbelangrijk onbelangrijk belangrijk belangrijk De algemene tendens is bij beide groepen dezelfde, hoewel het vrij opmerkelijk is vast te stellen dat het percentage festivalgangers dat ‘Zeer belangrijk’ antwoordt hoger is dan het percentage niet-festivalgangers. Het is dus zeker een mythe om te beweren dat de cinefiele meerwaardezoeker op een filmfestival ontspanning niet voorop stelt. Aandacht in de media 35,00% 30,00% 25,00% 20,00% Festivalgangers Niet-festivalgangers 15,00% 10,00% 5,00% 0,00% Zeer Onbelangrijk Eerder Eerder Belangrijk Zeer onbelangrijk onbelangrijk belangrijk belangrijk Festivalgangers zijn iets gevoeliger voor media-aandacht voor een bepaald filmfestival dan niet-festivalgangers. Media-aandacht is vrij onbelangrijk in de beslissing van deze laatste groep om het bezoek aan een filmfestival te overwegen. 104
  • 111. Iemand die het me aanraadt 45,00% 40,00% 35,00% 30,00% 25,00% Festivalgangers 20,00% Niet-festivalgangers 15,00% 10,00% 5,00% 0,00% Zeer Onbelangrijk Eerder Eerder Belangrijk Zeer onbelangrijk onbelangrijk belangrijk belangrijk Het belang van mond-tot-mond reclame blijkt nog nadrukkelijker voor niet-festivalgangers dan dat we zagen bij de festivalbezoekers. Het feit dat iemand hen wegwijs maakt doorheen het festivalaanbod wordt beschouwd als een grote incentive om eens een filmfestival uit te proberen. Iemand die me meevraagt 50,00% 45,00% 40,00% 35,00% 30,00% Festivalgangers 25,00% Niet-festivalgangers 20,00% 15,00% 10,00% 5,00% 0,00% Zeer Onbelangrijk Eerder Eerder Belangrijk Zeer onbelangrijk onbelangrijk belangrijk belangrijk Voor niet-festivalgangers is niet alleen een aanbeveling door iemand, maar vooral het meegevraagd worden uitermate belangrijk in de overweging om een filmfestival te bezoeken. Interesse in nevenactiviteiten: Panelgesprek met gasten ( acteur, regisseur, ... ) 50,00% 45,00% 40,00% 35,00% 30,00% Festivalgangers 25,00% Niet-festivalgangers 20,00% 15,00% 10,00% 5,00% 0,00% Niet Matig Sterk Zeer sterk geïnteresseerd geïnteresseerd geïnteresseerd geïnteresseerd 105
  • 112. Hoewel niet-festivalgangers best wel een bekende acteur of regisseur op een festival willen zien hoeft een panelgesprek voor ongeveer tweederde niet. Tentoonstellingen 60,00% 50,00% 40,00% Festivalgangers 30,00% Niet-festivalgangers 20,00% 10,00% 0,00% Niet Matig Sterk Zeer sterk geïnteresseerd geïnteresseerd geïnteresseerd geïnteresseerd Het percentage dat antwoordt sterk tot zeer sterk geïnteresseerd te zijn in tentoonstellingen in het kader van een filmfestival is groter bij de festivalgangers dan bij de niet-festivalgangers. Receptie 50,00% 45,00% 40,00% 35,00% 30,00% Festivalgangers 25,00% Niet-festivalgangers 20,00% 15,00% 10,00% 5,00% 0,00% Niet Matig Sterk Zeer sterk geïnteresseerd geïnteresseerd geïnteresseerd geïnteresseerd De interesse voor een receptie loopt ongeveer gelijk tussen beide groepen. Themadagen 60,00% 50,00% 40,00% Festivalgangers 30,00% Niet-festivalgangers 20,00% 10,00% 0,00% Niet Matig Sterk Zeer sterk geïnteresseerd geïnteresseerd geïnteresseerd geïnteresseerd 106
  • 113. De interesse voor themadagen ligt opmerkelijk hoger bij de festivalgangers. Kiezen van de beste film 60,00% 50,00% 40,00% Festivalgangers 30,00% Niet-festivalgangers 20,00% 10,00% 0,00% Niet Matig Sterk Zeer sterk geïnteresseerd geïnteresseerd geïnteresseerd geïnteresseerd Het kiezen van de beste film die werd vertoond vinden beide groepen vrijwel even belangrijk. Workshops/ateliers 50,00% 45,00% 40,00% 35,00% 30,00% Festivalgangers 25,00% Niet-festivalgangers 20,00% 15,00% 10,00% 5,00% 0,00% Niet Matig Sterk Zeer sterk geïnteresseerd geïnteresseerd geïnteresseerd geïnteresseerd Vrij opmerkelijk is dat de interesse voor interactieve workshops en ateliers bij beide groepen ongeveer even groot is. Party 45,00% 40,00% 35,00% 30,00% 25,00% Festivalgangers 20,00% Niet-festivalgangers 15,00% 10,00% 5,00% 0,00% Niet Matig Sterk Zeer sterk geïnteresseerd geïnteresseerd geïnteresseerd geïnteresseerd 107
  • 114. De niet-festivalgangers zijn meer geïnteresseerd dan de festivalgangers in een party die het festival organiseert. Chatten met VIP's ( via PC ) 70,00% 60,00% 50,00% 40,00% Festivalgangers Niet-festivalgangers 30,00% 20,00% 10,00% 0,00% Niet Matig Sterk Zeer sterk geïnteresseerd geïnteresseerd geïnteresseerd geïnteresseerd Een kleiner percentage niet-festivalgangers antwoordt ‘Niet geïnteresseerd’ dan festivalgangers. Toch zien we dat ze naar ‘Matig geïnteresseerd’ tenderen. Ze lopen dus met andere woorden ook niet warm voor het idee. Andere activiteiten: De volgende grafieken bevatten de resultaten van het onderzoek m.b.t. een uitputtende lijst van activiteiten. We stellen erg gelijklopende resultaten vast. Alleen blijken niet- festivalgangers vaker naar een sportwedstrijd en rock-of popconcerten te gaan. We stellen ook kleinere verschillen vast die in vraag durven stellen of er wel zoiets bestaat als een cultuuromnivoor. Zo ligt het percentage niet-festivalgangers dat naar klassieke concerten, folkoristische festivals en toneelvoorstellingen gaat hoger dan het percentage festivalgangers. Wat betreft musea, tentoonstellingen, galerijen en jazz-of bluesconcerten ligt het dan weer hoger bij de festivalgangers. Opmerkelijk is het resultaat op de activiteit ‘Naar de bioscoop gaan’. Dit percentage ligt hoger bij de niet-festivalgangers dan de festivalgangers. Een mogelijke verklaring zou kunnen liggen in het specifieke karakter van de festivalfilms. Misschien vindt de festivalbezoeker zijn gading niet in het filmaanbod van de bioscopen en neemt hij vaker zijn toevlucht tot het thuis bekijken van films. 108
  • 115. Naar een sportwedstrijd gaan Naar een klassiek concert/festival gaan Naar een opera gaan 90,00% 90,00% 100,00% 80,00% 80,00% 90,00% 70,00% 70,00% 80,00% 70,00% 60,00% 60,00% 60,00% 50,00% Festivalgangers 50,00% Festivalgangers Festivalgangers 50,00% 40,00% Niet-festivalgangers 40,00% Niet-festivalgangers Niet-festivalgangers 40,00% 30,00% 30,00% 30,00% 20,00% 20,00% 20,00% 10,00% 10,00% 10,00% 0,00% 0,00% 0,00% Ja Neen Ja Neen Ja Neen Naar een rock-of popconcert/festival gaan Naar een jazz-of bluesconcert/festival gaan Naar een folkloristisch of traditioneel concert/festival gaan 90,00% 90,00% 100,00% 80,00% 80,00% 90,00% 70,00% 70,00% 80,00% 70,00% 60,00% 60,00% 60,00% 50,00% Festivalgangers 50,00% Festivalgangers Festivalgangers 50,00% 40,00% Niet-festivalgangers 40,00% Niet-festivalgangers Niet-festivalgangers 40,00% 30,00% 30,00% 30,00% 20,00% 20,00% 20,00% 10,00% 10,00% 10,00% 0,00% 0,00% 0,00% Ja Neen Ja Neen Ja Neen Naar een toneelvoorstelling gaan Naar de bioscoop gaan Een museum, tentoonstelling of galerij bezoeken 60,00% 120,00% 70,00% 100,00% 60,00% 50,00% 50,00% 40,00% 80,00% 40,00% Festivalgangers Festivalgangers Festivalgangers 30,00% 60,00% Niet-festivalgangers Niet-festivalgangers Niet-festivalgangers 30,00% 20,00% 40,00% 20,00% 10,00% 20,00% 10,00% 0,00% 0,00% 0,00% Ja Neen Ja Neen Ja Neen 109
  • 116. Algemeen besluit Voor vele filmliefhebbers vormt een filmfestival de uitgelezen gelegenheid om films te bekijken die ze in hun lokale bioscoop niet te zien krijgen. Vaak gaat het om films die omwille van hun inhoud weinig kansen krijgen in het gewone circuit waar commerciële belangen primeren. In de gesubsidieerde sector staat deze economische leefbaarheid minder centraal. De marktlogica is niet volledig afwezig binnen deze sector. Wil het festival blijven voorbestaan dan zal het jaar na jaar succesvol moeten zijn. De elementen die ertoe bijdragen dat het festival uitmondt in een succes werden doorheen deze eindverhandeling uitgebreid besproken. We zagen dat zowel het artistiek kernproduct als het complementair product de perfectie moeten benaderen. Een sterke filmprogrammatie volstaat niet; ook de ticketing, inleidingen en programmabrochures moeten zorgvuldig worden uitgewerkt. Zo kan een tijdelijke balie een promotionele functie vervullen, mogen inleidingen bij de films niet te veel van de inhoud prijsgeven en moeten programmabrochures duidelijk zijn opgesteld. Het management moet bovendien voldoende drank-en eetgelegenheden voorzien. Samenwerking met de lokale horeca is aan te raden. Sommige elementen van het complementair product vallen buiten de invloedssfeer van het individuele filmfestival. We zien dan ook de tendens tot groepering in lobbying-groepen waarvan de behandelde ‘European Coordination of Film Festivals’ op Europees niveau de belangrijkste is. Al de elementen van de marketingmix dragen hun steentje bij tot het succes van een filmfestival. Wat het productbeleid betreft onthouden we vooral dat het uitzonderlijke karakter van het evenement in de verf moet worden gezet, dat de publieksstroom hanteerbaar moet blijven om frustraties bij de bezoekers te voorkomen en dat het management strategische allianties moet aangaan die synergieën creëren. Uit het grote aantal praktijkvoorbeelden hiervan onthouden we samenwerkingen met vervoersmaatschappijen, vrijwilligersgroepen en de media. Het voorbeeld van de Berlinale toont aan dat zelfs een samenwerking met een ander filmfestival voor beide partijen voordelig kan zijn. In België nog vrij uitzonderlijk is de samenwerking met arthouse cinema’s en filmmusea. Omwille van enerzijds de expertise en 110
  • 117. het loyale publiek en anderzijds de toegang tot filmarchieven zou men hieraan vaker moeten denken. Bij het prijsbeleid zochten we een antwoord op de vraag of filmfestivals in hun prijszetting rekening houden met concurrenten. Het vergelijkend onderzoek heeft aangetoond dat over het algemeen de filmfestivals vrij gelijklopende tarieven hanteren. Met betrekking tot volume- aankopen worden wél aanzienlijke prijsverschillen genoteerd. Er kan sprake zijn van een prijsstrategie met bijvoorbeeld bepaalde kortingen, maar over het algemeen zal de organisatie een prijs moeten vastleggen die nauw aanleunt bij die van een gewoon filmticket. Sommige festivals werken met het systeem van de ‘peak load pricing’ waarbij de prijs voor een ticket hoger is op momenten waarbij de vraag hoger is. Uiteraard laat dit de organisatie toe door middel van een lagere prijs de vertoningen op ongewone tijdstippen aantrekkelijker te maken. Met betrekking tot het plaatsbeleid werd de vraag gesteld waarmee de festivalorganisatie rekening moet houden bij de keuze van een locatie. De volgende zaken moeten in acht worden genomen: technische geschiktheid, bereikbaarheid, toegankelijkheid, imago, uitstraling, gewenst publieksbereik en financiële kost. Om de bereikbaarheid te bevorderen kan men ervoor opteren zogenaamde combi-tickets aan te bieden. Een website wordt door de meeste festivals naar zijn juiste waarde geschat. Vragen in dit deel hadden betrekking op de elementen die op alle festivalsites terugkwamen en de lacunes die konden worden vastgesteld. Onderzoek toont aan dat de meeste websites de volgende zaken bevatten: het nieuws omtrent het festival, het programma, informatie over de toegangstickets, de verschillende locaties en nevenactiviteiten, het palmares en informatie over de vertoonde films. De grootste lacunes zijn het gebrek aan interactiviteit met het publiek, een adequaat archief van de sites van voorbije edities en voldoende media zoals foto’s en video-verslagen. Informatie over hotels en restaurants in de buurt van het festival wordt ook te weinig on-line gezet. Zoekmachines, een on-line ticketverkoop en functies waarmee bezoekers hun festivalbezoek kunnen plannen vinden we op de huidige websites onvoldoende terug. In een volgend deel werd de vraag gesteld hoe de economische impact van een filmfestival kan worden gemeten. De bespreking toont de noodzaak aan van betrouwbare kwantitatieve informatie. Om een beter overzicht te geven van de elementen die bij de analyse betrokken zijn en hun verhouding tot elkaar werd een schema opgesteld. Het schema geeft aan op welke 111
  • 118. domeinen informatie moet worden verzameld teneinde de impact van de finale vraag op de directe, indirecte en geïnduceerde werkgelegenheid te berekenen. Omwille van haar subsidiërende taak is hiervoor een belangrijke rol weggelegd voor de overheid. Zij zal de noodzakelijke inspanningen moeten verrichten om een cijfermatige analyse van de economische impact van filmfestivals in de toekomst mogelijk te maken. De rol die filmfestivals spelen mogen we niet louter reduceren tot de impact op de economie van een land. Hun activiteiten hebben ook een groot cultureel belang. Niet alleen de selectie van de films, maar ook de georganiseerde nevenactiviteiten dragen hiertoe bij. Hoe de organisatie met deze activiteiten een meerwaarde tracht te geven aan het festival en welke fouten ze daarbij moet vermijden zijn vragen die in het deel over de nevenactiviteiten werden beantwoord. Het management zal moeten beslissen welke activiteiten gratis zullen zijn voor de festivalbezoeker en voor welke activiteiten zal moeten worden bijbetaald. De nevenactiviteiten die doorheen deze eindverhandeling werden besproken waren: panelgesprekken, tentoonstellingen, recepties, themadagen, het kiezen van de beste film, workshops/ateliers, feestjes, VIP-chatsessies, hommages, retrospectieven en concerten. Twee activiteiten worden nog even aangehaald: panelgesprekken en het kiezen van de beste film. Bij panelgesprekken is de keuze van de moderator doorslaggevend voor het succes van het gesprek. Bovendien moet de organisatie voldoende tijd ter beschikking hebben om het gesprek tot zijn recht te laten komen. De mogelijkheid bieden aan het publiek om zijn stem uit te brengen voor de beste festivalfilm is op twee vlakken interessant. Ten eerste kan het management een beeld krijgen van de verwachtingen en de tevredenheid van de bezoekers. Opmerkelijke bevindingen kunnen aanleiding zijn voor een gericht publieksonderzoek. Ten tweede zullen films die een prijs wegkapen op een festival gemakkelijker een distributeur vinden. Aldus ondersteunt het festival producties die anders weinig kans hebben om in het commerciële filmcircuit terecht te komen. Deze verhandeling formuleerde ook een antwoord op de vragen hoe filmvertoningen een culturele impact kunnen hebben, wat daarvoor nodig is en welke rol het management daarbij speelt. Het cultureel belang van filmfestivals schuilt in de mogelijkheid doorheen hun diverse activiteiten politieke, economische en sociale wantoestanden aan te kaarten, controverses en discussies uit te lokken en Derde Wereld films te ondersteunen. Didactische evenementen en het bieden van kansen aan nieuw talent behoren tot de kern van de filmfestivals. Onder didactische evenementen verstaan we ateliers, fora, rondetafel- en panelgesprekken, 112
  • 119. workshops, tentoonstellingen, colloquia, ... waarbij de kennisoverdracht centraal staat. Succesvolle didactische evenementen vereisen een uitgekiende planning en een uitstekende organisatie. Het is de taak van het management hiervoor te zorgen. Dit management moet ook een actieve rol vervullen in de zoektocht naar nieuw talent. Zo kan het festival een competitie voor debuterende cineasten organiseren waarbij de winnaar financieel wordt ondersteund bij de distributie van zijn werk. Een andere mogelijkheid is dat het festival nieuwe projecten van beloftevol talent doorheen de festivalselectie programmeert waardoor ze een groot publiek bereiken. Het laatste deel van de eindverhandeling was een publieksonderzoek gericht op twee doelgroepen. De eerste groep werd de ‘festivalgangers’ genoemd. Zij hadden reeds een Belgisch filmfestival bezocht. De tweede groep werd de ‘niet-festivalgangers’ genoemd. Deze groep hield weliswaar van film, maar had de stap naar een Belgisch filmfestival nog niet gezet. Met betrekking tot de eerste groep was het doel van het onderzoek na te gaan waarom mensen een filmfestival bezoeken, welke initiatieven hun voorkeur wegdragen en hoe ze het huidige aanbod evalueren. Hun opvattingen werden vergeleken met de tweede groep uit het onderzoek. Aldus kon worden nagegaan of er opmerkelijke verschillen waren. Voor de festivalorganisatie zijn de antwoorden van de tweede groep interessant als leidraad om nieuwe bezoekers aan te trekken. Wat betreft de groep van de festivalgangers concluderen we dat het vooral hogeropgeleiden zijn, vaak studenten, die meestal in groep naar een filmfestival gaan. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat ze het huidige aanbod erg positief evalueren. De belangrijkste redenen om een festival te bezoeken vinden zij in het feit dat het festival ontspanning biedt en dat ze films in avant-première kunnen zien. Mond-tot-mond reclame is belangrijk.Vooral wanneer iemand hen meevraagt aarzelen ze vrijwel niet om naar een filmfestival te gaan. Ze zijn niet erg prijsgevoelig. Met betrekking tot de nevenactiviteiten die een filmfestival kan organiseren blijken ze vooral geïnteresseerd in het kunnen kiezen van de beste film, panelgesprekken met acteurs en regisseurs en themadagen. Ze lopen niet hoog op met recepties, workshops/ateliers en computerchatsessies met VIP’s. Buiten filmfestivals gaan ze voornamelijk naar de bioscoop. Rock-of popconcerten, musea, tentoonstellingen, galerijen en toneelvoorstellingen zijn ook behoorlijk populair. Andere concerten en festivals evenals ballet-en operavoorstellingen bezoeken ze veel minder. 113
  • 120. Indien men de groep van de niet-festivalgangers wil overhalen om een festival te bezoeken moeten de volgende elementen in het achterhoofd worden gehouden. Ten eerste zijn ze erg prijsgevoelig. Misschien hebben ze de indruk dat filmfestivals een duur evenement zijn. De aanwezigheid van gasten vinden ze belangrijk, maar panelgesprekken met hen vinden ze niet interessant. Ze willen dus vooral iemand uit de filmsector zien. Avant-premières of aandacht voor het evenement in de media zijn voor hen geen doorslaggevende elementen om een festival te bezoeken. Erg belangrijk voor deze groep is dat iemand hen het evenement aanraadt of hen meevraagt. Het ontspanningselement is evenwel de topprioriteit. Ze hebben een grotere interesse voor recepties en feestjes dan de festivalgangers. Het kunnen kiezen van de beste film vinden ze net als de festivalgangers de interessantste nevenactiviteit. Het deel van het onderzoek dat peilt naar een reeks culturele activiteiten naast filmfestivals brengt aan het licht dat festivalgangers en niet-festivalgangers ongeveer dezelfde interesses hebben. Opmerkelijk is dat de niet-festivalgangers sommige culturele activiteiten vaker bijwonen dan festivalgangers. Het bioscoopbezoek staat voor beiden bovenaan de lijst. Naar mijn mening zal het succes van een filmfestival worden bepaald door drie factoren. Ten eerste de kennis die men heeft van de doelgroep en de manier waarop men hierop inspeelt. Ten tweede het inzicht in de sterkten en zwakten van het festival en de mate waarin men zich van de concurrentie kan onderscheiden. Ten derde een nauwgezette organisatie die de ontspanning van het publiek centraal stelt zonder de didactische, sociaal-economische of culturele rol van het festival te verwaarlozen. Indien ze deze drie elementen in beschouwing nemen is voor filmfestivals een mooie toekomst weggelegd. 114
  • 121. Bibliografie African Cast, 22 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://www.afrikafilmfestival.be/2004/nl/africancast.htm Afrika Filmfestival – Evenementen, 29 april 2005, On-line beschikbaar op: http://www.afrikafilmfestival.be/2005/nl/evenementen_blacksoul.htm Afrika Filmfestival – Officiële site, 15 februari 2005, On-line beschikbaar op: http://www.afrikafilmfestival.be/ Allen, S. e.a., How to set up a Film Festival, 2001, On-line beschikbaar op: http://www.bfi.org.uk/facts/publications/howto/index.html An evening with Lord Richard Attenborough, 29 april 2005, On-line beschikbaar op: http://filmfestival.telenet.be/modules/contentpage/index.php?file=evenementen/event2_en.ht ml Anima 2005 – Officiële site, 15 februari 2005, On-line beschikbaar op: http://www.awn.com/folioscope/ Anima 2005 – Retrospectieven, 25 april 2005, On-line beschikbaar op: http://www.awn.com/folioscope/anima2005/index.php?page=prog_speciaux&lang=ne&top=2 Anima 2005 – Workshops, 29 april 2005, On-line beschikbaar op: http://www.awn.com/folioscope/anima2005/index.php?page=stages&lang=ne&top=2 Berlinale Events, 29 april 2005, On-line beschikbaar op: http://www.berlinale.de/en/presse/pressemitteilungen/zusaetzliches/weiteres-presse- detail_2250.html Berlinale – Officiële site, 15 februari 2005, On-line beschikbaar op: http://www.berlinale.de/ 115
  • 122. Berlinale Press Releases Competition - 16 World Premieres and 5 Debuts in the Competition of the Berlinale 2005, 20 januari 2005, On-line beschikbaar op: http://www.berlinale.de/en/presse/pressemitteilungen/wettbewerb/wettbewerb-presse- detail_2150.html Berlinale – Retrospective & Homage, 25 april 2005, On-line beschikbaar op: http://www.berlinale.de/en/das_festival/sektionen_und_reihen/retrospektive_hommage/Retros pektive.html Berlinale Talent Campus – Homepage, 22 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://www.berlinale-talentcampus.de/ Bespreking Filmfestival Gent Editie 2003, 25 april 2005, On-line beschikbaar op: http://www.kutsite.com/festival/gent2003/ BIFFF – Events pagina, 29 april 2005, On-line beschikbaar op: http://www.bifff.org/nl/festival/events.php BIFFF – Vampierenbal, 29 april 2005, On-line beschikbaar op: http://www.bifff.org/nl/festival/event1.php?eventnr=137 Blumenfeld, S., 2000, L’Autriche dans le reflet de la liste noire, Le Monde, 25 oktober 2000, blz. 38 Boussinot, R., 1967, L’Encyclopédie Du Cinéma, Frankrijk, Bordas Brussels International Festival of Fantastic Film – Officiële site, 15 februari 2005, On-line beschikbaar op: http://www.bifff.org/ Bruyland, M., Spin-Offs Als Valorisatiemechanisme Van Universitair Onderzoek: Een Managementmodel, 15 mei 2001, On-line beschikbaar op: http://people.mech.kuleuven.be/~kgadeyne/marjan/node10.html 116
  • 123. Campus Abroad, 22 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://www.berlinale-talentcampus.de/chl/44.php Cannes – Marché du Film, 15 feburari 2005, On-line beschikbaar op: http://www.cannesmarket.com Cherchoo – Forum des Images, 22 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://www.cherchoo.com/fiches/forum_des_images.html Cinéfondation, 22 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://www.festival-cannes.fr/films/index.php?langue=6002&categorie=cf Cinema16, 2 maart 2005, On-line beschikbaar op: www.cinema16.org Cinema Novo – Officiële site, 15 februari 2005, On-line beschikbaar op: http://www.cinemanovo.be/ Cyber Business Centre Glossary, 15 februari 2005, On-line beschikbaar op: http://www.nottingham.ac.uk/cyber/fullglos.html De Brabander, G., 2004, Kunst en Cultuur: Economie en Management De Foer, S., 2005, Werken aan de Oscardroom, De Standaard – Cultuur & Media bijlage, 24 januari 2005 Dépêches Cinéma: après dix-sept ans d’interdiction L’Année de tous les Dangers a été projeté en Indonésie, Le Monde, 13 november 2000, blz. 25 DESTINATION: Sundance Film Festival, 2 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://128.121.9.61/index.jsp De waarheid en niets dan de waarheid – 5x Politiek, FOCUS Knack Special: De Officiële Festival Programmagids Met Volledige Kalender , 2004, blz. 32 117
  • 124. Djurica, R., 2004, Pula Film Festival, Afterimage, Jul/Aug 2004, Vol. 32 n°1, blz.17 E-Commerce Glossary Of Terms, 21 april 2005, On-line beschikbaar op: http://www.datex.net/ecommerce/glossary.htm European Coordination of Film Festivals, 2 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://www.eurofilmfest.org/ Europees Jeugdfilmfestival – Officiële site, 22 april 2005, On-line beschikbaar op: http://www.kidfilm.be/flash/menu.html Evenementen op het Afrika Filmfestival – AfreakA, 22 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://www.afrikafilmfestival.be/2004/nl/afrika.htm Evenementen op het Afrika Filmfestival – Concerten, 22 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://www.afrikafilmfestival.be/2004/nl/concerten.htm Evenementen op het Afrika Filmfestival – Fototentoonstelling, 22 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://www.afrikafilmfestival.be/2004/nl/fototent.htm Festival de Cannes – Officiële site, 15 februari 2005, On-line beschikbaar op: http://www.festival-cannes.fr/ Festivel du Film de Sarlat, 2003, On-line beschikbaar op: http://www.ac-nancy- metz.fr/cinemav/sarlat/ Filmfestival Antwerpen – Officiële site, 29 april 2005, On-line beschikbaar op: http://www.filmfestivalantwerpen.be/ Filmfestival Gent – Nieuwspagina, 15 oktober 2004, On-line beschikbaar op: http://filmfestival.telenet.be/modules/news/?ma=3&subid=0&l=NL Filmmuseum Berlin - RETROSPEKTIVE 2005, 25 april 2005, On-line beschikbaar op: http://www.filmmuseum-berlin.de/ 118
  • 125. Forum des Images Homepage, 22 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://www.forumdesimages.net/ Frodon, J.M., 2000a, Le cinéma espagnol apparaît en retrait à Saint-Sébastien, Le Monde, 4 oktober 2000, blz. 6 Frodon, J.M., 2000b, Godard et les lycéens, un cérémonial pédagogique ambigu et pourtant fecond, Le Monde, 13 november 2000, blz. 25 Gasten van het festival, 22 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://www.afrikafilmfestival.be/2004/nl/gasten.htm Geschiedenis van Open Doek, 22 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://www.opendoek.be/v2/pagina.asp?id=60&site=1 Gore, C., 2004, Ultimate Film Festival Survival Guide 3rd Edition, Hollywood, Lone Eagle Publishing Company Guests BIFFF, 29 april 2005, On-line beschikbaar op: http://www.bifff.org/nl/festival/guest.php Hayao Miyazaki to receive the Golden Lion for Lifetime Achievement, 9 februari 2005, On- line beschikbaar op: http://www.labiennale.org/en/cinema/news/2005/02-09.html Hideo Nakata – BIFFF Guest, 29 april 2005, On-line beschikbaar op: http://www.bifff.org/nl/archive/person1.php?id=354 IMDB’s Hotel Rwanda informatiepagina, 22 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://imdb.com/title/tt0395169/ IMDB’s Shake Hands with the Devil: The Journey of Roméo Dallaire informatiepagina, 22 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://imdb.com/title/tt0424435/ 119
  • 126. IMDB’s Sometimes in April informatiepagina, 22 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://imdb.com/title/tt0400063/ Internationaal Filmfestival van Vlaanderen – Gent – Officiële site, 15 februari 2005, On-line beschikbaar op: http://www.filmfestival.be/ Internationaal Kortfilmfestival Leuven – Officiële site, 15 februari 2005, On-line beschikbaar op: http://www.kortfilmfestival.be/ International Short Film Festival Leuven, 2 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://www.kortfilmfestival.be/ Johnson, B.D., 2004, Beyond Boffo, Maclean’s, 20 september 2004, Vol. 117 n° 38, blz. 44 La Biennale di Venezia, 15 februari 2005, On-line beschikbaar op: http://www.labiennale.org/ La Biennale - List of production and distribution companies, and press attachés, 15 februari 2005, On-line beschikbaar op: http://www.labiennale.org/en/cinema/61miac/prod-distr/index.html Leibenstein, H., 1950, Bandwagon, Snob, and Veblen Effects in the Theory of Consumers’ Demand’, Q. J. of Economics, mei 1950, vol. 64, nr. 2, blz. 183-207. Liberty Film Festival, 22 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://www.libertyfilmfestival.com/ Mandelbaum, J., 2000a, Les Rencontres internationales de cinéma à Paris tiennent leurs promesses, Le Monde, 25 oktober 2000, blz. 38 Mandelbaum, J., 2000b, Un hommage à Cheick Oumar Sissoko, Le Monde, 29 november 2000, blz. 32 120
  • 127. Market Segment, 21 april 2005, On-line beschikbaar op: http://en.wikipedia.org/wiki/Market_segment Media Partners, 2 maart 2005, On-line beschikbaar op http://www.berlinale.de/en/das_festival/business_to_business/medienpartner/medienpartner.ht ml Obesity button, 2 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://goodgrief.typepad.com/goodgrief/graphics/obesity.jpg Oltrex - Venice Hotel Reservation System, 15 februari 2005, On-line beschikbaar op: http://www.oltrex.it/ Open Doek – Filmeducatie sch-O-len, 2 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://www.opendoek.be/v2/pagina.asp?id=3&site=3 Open Doek – Officiële site, 15 februari 2005, On-line beschikbaar op: http://www.opendoek.be Paul Schrader – BIFFF Guest, 29 april 2005, On-line beschikbaar op: http://www.bifff.org/nl/archive/person1.php?id=340 Poplife-party, 29 april 2005, On-line beschikbaar op: http://filmfestival.telenet.be/modules/contentpage/index.php?file=evenementen/event8_nl.htm l Publicmap 2004, 1 september 2004, On-line beschikbaar op: http://www.e.bell.ca/filmfest/2004/pdf/publicmap2004_reduced.pdf Ranshuysen, L., 1999, Handleiding publieksonderzoek voor podia en musea, Amsterdam, Boekmanstudies Read, M., 9 maart 2005, McDonald's Unveils Healthy Living Campaign, On-line beschikbaar op: http://www.supersizeme.com/home.aspx?page=archived/03_09_05_appealdem 121
  • 128. Roose, H., Waege, H., 2004, Publiek belicht – Handboek publieksonderzoek voor culturele instellingen, Antwerpen, De Boeck Sotinel, T., 2000, Le Festival de Cannes héberge six cinéastes etrangers, Le Monde, 29 november 2000, blz. 35 Special Programmes, 2 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://www.berlinale.de/en/filmmarkt/profil_efm/sonderprogramme/Sonderprogramme.html Spring, N., 2004, Are Corporations Pathological?, Communication World, juli/augustus 2004, Vol.21 n°4, blz.32 Sundance Channel, 15 februari 2005, On-line beschikbaar op: http://www.sundancechannel.com Sundance Industry Office, 15 februari 2005, On-line beschikbaar op: http://festival.sundance.org/2005/?=sio&70 Sundance Institute, 15 februari 2005, On-line beschikbaar op: http://www.sundance.org/ Tentoonstelling – Jean-Claude Baibay, 29 april 2005, On-line beschikbaar op: http://www.bifff.org/nl/festival/event1.php?eventnr=136 Tentoonstelling – Kris Dewitte, 29 april 2005, On-line beschikbaar op: http://filmfestival.telenet.be/modules/contentpage/index.php?file=evenementen/event9_nl.htm l The Blair Witch Project, 2 maart 2005, On-line beschikbaar pop http://www.blairwitch.com/ The Festival of the 3 Continents – History, 22 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://www.3continents.com/festival/eng_history.html 122
  • 129. The Festival Workshop, 22 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://www.sedonafilmfestival.com/workshops.html Thomas, K., 2004, Right Now: ‘Celsius 41.11’, USA Today, 1 oktober 2004 To Pyongyang with love, Economist, 15 oktober 2004, Vol. 373 n° 8397, blz. 40 Toronto International Film Festival, 15 februari 2005, On-line beschikbaar op: http://www.e.bell.ca/filmfest/2004/default.asp Toronto International Film Festival Group, 15 februari 2005, On-line beschikbaar op: http://www.tiffg.ca Travel and Accommodations 2004, 2 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://www.e.bell.ca/filmfest/2004/festivalinformation/planyourstay.asp Two Die at Gala Opening of African Film Festival, 26 februari 2005, On-line beschikbaar op: http://entertainment.tv.yahoo.com/entnews/va/20050226/110946852300.html University of Washington Homepage, 22 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://www.washington.edu/ UPDATE: Emerging Forms Film Conference, 25 juli 2001, On-line beschikbaar op: http://cfp.english.upenn.edu/archive/2001-07/0101.html Viewpoint Documentair Filmfestival – Officiële site, 15 februari 2005, On-line beschikbaar op: http://www.studioskoop.be/Vp2004/info.htm VIP-chat met Lieven Debrauwer, 17 oktober 2005, On-line beschikbaar op: http://vip.chat.be Vlaanderen – Festivalregeling 2005, 5 mei 2005, On-line beschikbaar op: http://www2.vlaanderen.be/ned/sites/media/FILM/festivalregeling%202005pdf 123
  • 130. Volunteer Documentary, 2 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://www.e.bell.ca/filmfest/2004/getinvolved/volunteerdocumentary.asp Volunteer Info, 2 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://www.e.bell.ca/filmfest/2004/getinvolved/volunteerinfo.asp Werbrouck, S., 2005, 250.000, FOCUS Knack, Bijlage bij het tijdschrift Knack nr.06 van 9 tot 15 februari 2005, blz.4 What is the Berlinale Talent Campus?, 22 maart 2005, On-line beschikbaar op: http://www.berlinale.de/en/das_festival/berlinale_talent_campus/profil_/Berlinale_Talent_Ca mpus.html World Soundtrack Awards, 25 april 2005, On-line beschikbaar op: http://filmfestival.telenet.be/modules/contentpage/index.php?file=evenementen/event1_en.ht ml Zip.ca, 15 februari 2005, On-line beschikbaar op: www.zip.ca 124
  • 131. Bijlage I: ‘Obesity Button’
  • 132. Bijlage II: UGC 5-kaart en UGC 7-kaart
  • 133. Bijlage III: Promoties via communicatie Affiche BIFFF
  • 134. Advertentie in FOCUS Knack
  • 135. Affiche Anima 2005
  • 136. Advertentie in Film/TV/DVD
  • 137. Advertentie in Film/TV/DVD
  • 138. Bijlage IV: Enquête in het Nederlands en codeboek JA-versie Vraag 1: Welk(e) festivals hebt u bezocht? Naam van de variabele: Welkefestiva Antwoordmogelijkheden: 1: Internationaal Filmfestival van Vlaanderen - Gent ( Gent ) 2: Anima - Brussels Cartoon and Animated Film Festival ( Brussel ) 3: Brussels International Festival of Fantastic Film ( Brussel ) 4: Internationaal Filmfestival van Brussel ( Brussel ) 5: Afrika Filmfestival ( Leuven ) 6: Leuven Kort ( Leuven ) 7: Open Doek ( Turnhout ) 8: Europees Jeugdfilmfestival ( Antwerpen ) 9: Filmfestival Antwerpen ( Antwerpen ) 10: Cinema Novo ( Brugge ) 11: Viewpoint - Documentair Filmfestival ( Gent ) 12: Andere Welke andere festivals waren dit? ( Welkeandere ) In SPSS: 0 voor niet geselecteerd, 1 voor wel geselecteerd Vraag 2: Welk festival dat u bezocht hebt wenst u te beoordelen? Naam van de variabele: Fkeuzebeoord Antwoordmogelijkheden: 1: Internationaal Filmfestival van Vlaanderen - Gent ( Gent ) 2: Anima - Brussels Cartoon and Animated Film Festival ( Brussel ) 3: Brussels International Festival of Fantastic Film ( Brussel ) 4: Internationaal Filmfestival van Brussel ( Brussel ) 5: Afrika Filmfestival ( Leuven ) 6: Leuven Kort ( Leuven ) 7: Open Doek ( Turnhout ) 8: Europees Jeugdfilmfestival ( Antwerpen ) 9: Filmfestival Antwerpen ( Antwerpen ) 10: Cinema Novo ( Brugge ) 11: Viewpoint - Documentair Filmfestival ( Gent ) 12: Andere Indien u hierboven "Andere" selecteerde, gelieve hier dan te schrijven welk filmfestival u zal beoordelen. ( Fkeuzeandere ) Vraag 3: Welke editie van het bewuste festival zal u beoordelen? Naam van de variabele: Welkeed 1
  • 139. Antwoordmogelijkheden: 1: 1996 2: 1997 3: 1998 4: 1999 5: 2000 6: 2001 7: 2002 8: 2003 9: 2004 10: 2005 Vraag 4: Indien u met een rapportcijfer het filmfestival in zijn geheel zou moeten beoordelen, hoeveel zou u dan geven op een schaal van 1 tot 10? Naam van de variabele: SPbeoord Antwoordmogelijkheden: 1: 1 2: 2 3: 3 4: 4 5: 5 6: 6 7: 7 8: 8 9: 9 10: 10 Vraag 5: Met welk toegangsticket bent u naar dit filmfestival gegaan? Naam van de variabele: SPticket Antwoordmogelijkheden: 1: Abonnement 2: Los ticket 3: Uitnodiging Vraag 6: Bent u? Naam van de variabele: SPprofiel Antwoordmogelijkheden: 1: Toeschouwer 2: Abonnee 3: Journalist 4: Gast 5: Sponsor 6: Verdeler 7: Medewerker 8: Uitbater 2
  • 140. Vraag 7: Kan u aangeven in hoeverre u tevreden of ontevreden bent met de hieronder opgesomde aspecten van het filmfestival? Naam van de variabele: SPtevreden_r1 tot SPtevreden_r9 Met: SPtevreden_r1= Ticketreservatie SPtevreden_r2= Bereikbaarheid per auto SPtevreden_r3= Bereikbaarheid met openbaar vervoer SPtevreden_r4= Wachttijd bij de kassa SPtevreden_r5= Zitcomfort van de zitplaatsen SPtevreden_r6= Filmprogrammering SPtevreden_r7= Toegangsprijs SPtevreden_r8= De aanwezige gasten (acteur, regisseur, ... ) SPtevreden_r9= Klantvriendelijkheid van het personeel Antwoordmogelijkheden: 1: Zeer ontevreden 2: Ontevreden 3: Eerder ontevreden 4: Eerder tevreden 5: Tevreden 6: Zeer tevreden 7: Niet van toepassing Vraag 8: Hoeveel kosten heeft u in totaal gemaakt voor uw bezoek aan dit filmfestival? Naam van de variabele: SPkosten1 tot Spkosten7 Met: SPkosten1= Aantal personen dat in de berekening is opgenomen: Spkosten2= Voor de inkom: Spkosten3= Voor het vervoer: Spkosten4= Voor de diverse consumpties ( drank, eten ): Spkosten5= Voor de aanschaf van de catalogus of het programmaboekje: Spkosten6= Voor een eventuele overnachting: Spkosten7= Voor een eventuele babysit: Antwoorden zijn cijfers Vraag 9: Via welk kanaal hoorde u voor het eerst van het bestaan van dit filmfestival? Naam van de variabele: Infokanaal1 Antwoordmogelijkheden: 1: Brochure/folder 2: Krant/tijdschrift 3: Vrienden of familie 4: Flyers 5: Uithangborden/affiches in de organiserende instelling 6: Affiches elders 7: Website van de organiserende instelling 8: Andere website 9: Televisie 10: Radio 3
  • 141. 11: Andere ( Gelieve dan hieronder te specifiëren waar u precies voor het eerst van het festival hoorde ) ( Infokanaal2 ) Vraag 10: Heeft u nog verdere informatie opgezocht over het festival? Naam van de variabele: Infokanaal3_1 tot Infokanaal3_9 Met: Infokanaal3_1= Via krant/tijdschrift Infokanaal3_2= Via brochures/folders Infokanaal3_3= Via een programmaboek Infokanaal3_4= Via vrienden of familie Infokanaal3_5= Via boeken Infokanaal3_6= Via de website van de organiserende instelling Infokanaal3_7= Via een andere website Infokanaal3_8= Via televisie/radio Infokanaal3_9 = Neen, ik heb geen extra informatie opgezocht In SPSS: 0 voor niet geselecteerd, 1 voor wel geselecteerd Vraag 11: Via welke kanalen zou in de toekomst bij voorkeur geïnformeerd willen worden over dit filmfestival? Naam van de variabele: Infokanaal4_1 tot Infokanaal4_6 Met: Infokanaal4_1= Per brief Infokanaal4_2= Per e-mail Infokanaal4_3= Via de website Infokanaal4_4= Via brochure/folder Infokanaal4_5= Via affiches Infokanaal4_6= Andere In SPSS: 0 voor niet geselecteerd, 1 voor wel geselecteerd Indien Andere gekozen ( Infokanaal4_6 heeft waarde 1 ): Aan welk ander kanaal had u dan gedacht? ( Infokanaal5 ) Vraag 12: Hieronder vindt u een aantal redenen waarom mensen naar een filmfestival gaan. Kunt u voor elke reden aangeven in hoeverre die bij u belangrijk of onbelangrijk is bij uw beslissing om al dan niet naar een bepaald filmfestival te gaan? Naam van de variabele: Bijwonenalg_r1 tot Bijwonenalg_r9 Met: Bijwonenalg_r1= Films in avant-première zien Bijwonenalg_r2= Mensen ontmoeten ( die ook door film gepassioneerd zijn ) Bijwonenalg_r3= De gunstige ticketprijs Bijwonenalg_r4= De aanwezigheid van een gast ( acteur, regisseur, ... ) Bijwonenalg_r5= Professionals uit de filmsector te ontmoeten Bijwonenalg_r6= Als ontspanning Bijwonenalg_r7= Aandacht in de media Bijwonenalg_r8= Iemand die het me aanraadt 4
  • 142. Bijwonenalg_r9= Iemand die me meevraagt Antwoordmogelijkheden: 1: Zeer onbelangrijk 2: Onbelangrijk 3: Eerder onbelangrijk 4: Eerder belangrijk 5: Belangrijk 6: Zeer belangrijk Vraag 13: Hoeveel films bekijkt u gemiddeld gedurende een filmfestival? Naam van de variabele: Aantalfilms Antwoordmogelijkheden: 1: 1 tot 3 2: 4 tot 6 3: 7 tot 9 4: 10 tot 12 5: 13 tot 15 6: meer dan 15 Vraag 14: In welke mate bent u geïnteresseerd in de volgende nevenactiviteiten van filmfestivals? Naam van de variabele: Nevenact_r1 tot Nevenact_r8 Met: Nevenact_r1= Panelgesprek met gasten ( acteur, regisseur, ... ) Nevenact_r2= Tentoonstellingen Nevenact_r3= Receptie Nevenact_r4= Themadagen Nevenact_r5= Kiezen van de beste film Nevenact_r6= Workshops/ateliers Nevenact_r7= Party Nevenact_r8= Chatten met VIP's ( via PC ) Antwoordmogelijkheden: 1: Niet geïnteresseerd 2: Matig geïnteresseerd 3: Sterk geïnteresseerd 4: Zeer sterk geïnteresseerd Vraag 15: Gaat u meestal alleen of met anderen naar een filmfestival? Naam van de variabele: Gezelschap Antwoordmogelijkheden: 1: Meestal alleen 2: Meestal met anderen 5
  • 143. Vraag 16: Welke activiteiten ontplooit u buiten het gaan naar een filmfestival? Naam van de variabele: Andereact_1 tot Andereact_10 Met: Andereact_1= Naar een sportwedstrijd gaan Andereact_2= Naar een klassiek concert/festival gaan Andereact_3= Naar een opera gaan Andereact_4= Naar een rock-of popconcert/festival gaan Andereact_5= Naar een jazz-of bluesconcert/festival gaan Andereact_6= Naar een folkloristisch of traditioneel concert/festival gaan Andereact_7= Naar een ballet of dansuitvoering gaan Andereact_8= Naar een toneelvoorstelling gaan Andereact_9= Naar de bioscoop gaan Andereact_10= Een museum, tentoonstelling of galerij bezoeken In SPSS: 0 voor niet geselecteerd, 1 voor wel geselecteerd Vraag 17: Wat is uw geslacht? Naam van de variabele: Geslacht Antwoordmogelijkheden: 1: Man 2: Vrouw Vraag 18: Wat is uw leeftijd? Naam van de variabele: Leeftijd Antwoordmogelijkheden: 1: Jonger dan 16 2: 16 tot 18 3: 19 tot 21 4: 22 tot 25 5: 26 tot 30 6: 31 tot 35 7: 36 tot 45 8: Ouder dan 45 Vraag 19: Wat is het hoogste diploma dat u hebt behaald? Naam van de variabele: Opleiding Antwoordmogelijkheden: 1: Geen 2: Lager onderwijs 3: Lager secundair beroeps ( BSO ) 4: Lager secundair technisch ( TSO ) ( A3 ) 5: Lager secundair kunstonderwijs ( KSO ) 6: Lager secundair algemeen vormend ( ASO ) 7: Hoger secundair beroeps ( BSO ) ( A3 ) 8: Hoger secundair handel, technisch ( TSO ), zevende jaar beroepsonderwijs ( A2 ) 9: Hoger secundair kunstonderwijs ( KSO ) 10: Hoger secundair algemeen vormend ( ASO ) 6
  • 144. 11: Niet universitair hoger onderwijs van het korte type ( A1 ) 12: Niet universitair hoger onderwijs van het lange type 13: Universitair onderwijs Vraag 20: Wat is uw huidige beroepstoestand? Naam van de variabele: Beroep Antwoordmogelijkheden: 1: Heb betaald werk 2: Volg dagonderwijs 3: Gepensioneerd ( brugpensioen, prépensioen, ... ) 4: Huisvrouw/huisman 5: Op ziekte-, bevallings- of ouderschapsverlof 6: Met verlof zonder wedde/loopbaanonderbreking 7: Arbeidsongeschikt 8: Op zoek naar eerste job ( niet werkloos ) 9: Werkloos Vraag 21: Hoe bent u op deze enquête terechtgekomen? Naam van de variabele: Wegenquete Antwoordmogelijkheden: 1: Via de website van het Brussels International Festival of Fantastic Film 2: Via de website van het Europees Jeugdfilmfestival 3: Andere ( Gelieve hieronder te specifiëren ) Indien Andere gekozen: Wegenquete2 Vraag 22: Als u kans wil maken op één van de prijzen verbonden aan deze enquête; gelieve dan uw e-mail adres of contactgegevens te vermelden! Naam van de variabele: Wedstrijd 7
  • 145. NEE-versie Vraag 1( = Vraag 12 JA-versie ): Hieronder vindt u een aantal redenen waarom mensen naar een filmfestival gaan. Kunt u voor elke reden aangeven in hoeverre die bij u belangrijk of onbelangrijk is bij uw beslissing om al dan niet naar een bepaald filmfestival te gaan? Naam van de variabele: Bijwonenalg_r1 tot Bijwonenalg_r9 Met: Bijwonenalg_r1= Films in avant-première zien Bijwonenalg_r2= Mensen ontmoeten ( die ook door film gepassioneerd zijn ) Bijwonenalg_r3= De gunstige ticketprijs Bijwonenalg_r4= De aanwezigheid van een gast ( acteur, regisseur, ... ) Bijwonenalg_r5= Professionals uit de filmsector te ontmoeten Bijwonenalg_r6= Als ontspanning Bijwonenalg_r7= Aandacht in de media Bijwonenalg_r8= Iemand die het me aanraadt Bijwonenalg_r9= Iemand die me meevraagt Antwoordmogelijkheden: 1: Zeer onbelangrijk 2: Onbelangrijk 3: Eerder onbelangrijk 4: Eerder belangrijk 5: Belangrijk 6: Zeer belangrijk Vraag 2( = Vraag 14 JA-versie ): In welke mate bent u geïnteresseerd in de volgende nevenactiviteiten van filmfestivals? Naam van de variabele: Nevenact_r1 tot Nevenact_r8 Met: Nevenact_r1= Panelgesprek met gasten ( acteur, regisseur, ... ) Nevenact_r2= Tentoonstellingen Nevenact_r3= Receptie Nevenact_r4= Themadagen Nevenact_r5= Kiezen van de beste film Nevenact_r6= Workshops/ateliers Nevenact_r7= Party Nevenact_r8= Chatten met VIP's ( via PC ) Antwoordmogelijkheden: 1: Niet geïnteresseerd 2: Matig geïnteresseerd 3: Sterk geïnteresseerd 4: Zeer sterk geïnteresseerd Vraag 3( antwoorden van Vraag 16 JA-versie + extra: ‘Andere’, hoewel dit laatste geen extra variabele is ): Kan u aangeven aan welke activiteiten uit deze lijst u deelneemt. Naam van de variabele: Andereact_1 tot Andereact_10 Met: 8
  • 146. Andereact_1= Naar een sportwedstrijd gaan Andereact_2= Naar een klassiek concert/festival gaan Andereact_3= Naar een opera gaan Andereact_4= Naar een rock-of popconcert/festival gaan Andereact_5= Naar een jazz-of bluesconcert/festival gaan Andereact_6= Naar een folkloristisch of traditioneel concert/festival gaan Andereact_7= Naar een ballet of dansuitvoering gaan Andereact_8= Naar een toneelvoorstelling gaan Andereact_9= Naar de bioscoop gaan Andereact_10= Een museum, tentoonstelling of galerij bezoeken Extra: Andere activiteiten waaraan u deelneemt in uw vrije tijd kan u hieronder vermelden als u dat wenst. Vraag 4(=Vraag 17 JA-versie ): Wat is uw geslacht? Naam van de variabele: Geslacht Antwoordmogelijkheden: 1: Man 2: Vrouw Vraag 5(=Vraag 18 JA-versie ): Wat is uw leeftijd? Naam van de variabele: Leeftijd Antwoordmogelijkheden: 1: Jonger dan 16 2: 16 tot 18 3: 19 tot 21 4: 22 tot 25 5: 26 tot 30 6: 31 tot 35 7: 36 tot 45 8: Ouder dan 45 Vraag 6(=Vraag 19 JA-versie ): Wat is het hoogste diploma dat u hebt behaald? Naam van de variabele: Opleiding Antwoordmogelijkheden: 1: Geen 2: Lager onderwijs 3: Lager secundair beroeps ( BSO ) 4: Lager secundair technisch ( TSO ) ( A3 ) 5: Lager secundair kunstonderwijs ( KSO ) 6: Lager secundair algemeen vormend ( ASO ) 7: Hoger secundair beroeps ( BSO ) ( A3 ) 8: Hoger secundair handel, technisch ( TSO ), zevende jaar beroepsonderwijs ( A2 ) 9: Hoger secundair kunstonderwijs ( KSO ) 10: Hoger secundair algemeen vormend ( ASO ) 11: Niet universitair hoger onderwijs van het korte type ( A1 ) 9
  • 147. 12: Niet universitair hoger onderwijs van het lange type 13: Universitair onderwijs Vraag 7(=Vraag 20 JA-versie ): Wat is uw huidige beroepstoestand? Naam van de variabele: Beroep Antwoordmogelijkheden: 1: Heb betaald werk 2: Volg dagonderwijs 3: Gepensioneerd ( brugpensioen, prépensioen, ... ) 4: Huisvrouw/huisman 5: Op ziekte-, bevallings- of ouderschapsverlof 6: Met verlof zonder wedde/loopbaanonderbreking 7: Arbeidsongeschikt 8: Op zoek naar eerste job ( niet werkloos ) 9: Werkloos Vraag 8(=Vraag 21 JA-versie ): Hoe bent u op deze enquête terechtgekomen? Naam van de variabele: Wegenquete Antwoordmogelijkheden: 1: Via de website van het Brussels International Festival of Fantastic Film 2: Via de website van het Europees Jeugdfilmfestival 3: Andere ( Gelieve hieronder te specifiëren ) Indien Andere gekozen: Wegenquete2 Vraag 9(=Vraag 22 JA-versie ): Als u kans wil maken op één van de prijzen verbonden aan deze enquête; gelieve dan uw e-mail adres of contactgegevens te vermelden! Naam van de variabele: Wedstrijd 10
  • 148. Bijlage V: Lijst met forums 1.Forum Filmfestival Gent 2.Forum.driekant.be 3.Forum Moviegids.be 4.Cuttingedge.be forum 5.Culturele studies.be forum 6.Dit.is/filmkomeet 7.Unifac-forum.be 8.Filmfan.be forum 9.Midsplatternight.be forum 10.Come.to/gandascoop 11.Digg.be forum 12.Tew-hir.be forum 13.Bifff.org forum 14. Filmfreak.be forum 15. Telenet.be filmforum 16.Keynetforum.tv
  • 149. Bijlage VI: Banner, forumteksten, flyer en tekst in Film/TV/DVD Flyer: Korte enquête MET prijzen! http://thesisken.tk
  • 150. Banner ( geanimeerd ):
  • 151. Forumteksten: Universiteit Antwerpen – Thesis: korte film-enquête MET prijzen/short film-survey WITH prizes Hallo iedereen, Als student aan de faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen heb ik in het kader van mijn eindverhandeling ( ‘Het Economisch en Cultureel Belang van Filmfestivals’ ) een web-enquête uitgewerkt. Deze duurt slechts 10 minuten om op te lossen – ik hou zelf ook niet van tijdrovende enquêtes! – en bovendien heb ik een aantal DVD’s die je kan winnen. Surf dus naar http://thesisken.tk en veel succes! Bedankt, Ken Lawrence Hello everyone, As a student of Applied Economics at the University of Antwerp I have designed a web-survey to complement my thesis paper ( ‘The Economic and Cultural Significance of Film Festivals’ ). Answering it takes only 10 minutes as I myself am not fond of lengthy surveys! Moreover there are DVD’s you could win. Check it out at http://thesisken.tk and good luck! Thanks, Ken Lawrence Université d’Anvers – Thèse: enquête courte AVEC prix Bonjour tout le monde, Comme étudiant à la faculté de Sciences Economiques Appliquées à l’Université d’Anvers j’ai dessiné une enquête Web dans le cadre de ma thèse finale ‘L’importance Economique et Culturelle des Festivals de Film’. Il ne faut pas plus de 10 minutes pour y répondre; je n’aime pas les enquêtes longues moi-même! En plus il y a un nombre de DVD à gagner! Surfez donc à http://thesisken.tk et bonne chance! Merci beaucoup, Ken
  • 152. Tekst in Film/TV/DVD