Lachend wijst Senna naar het kapsel van haar vriendin Werkwoordpakket 6a
Lachend  wijst Senna naar het kapsel van haar vriendin Werkwoordpakket 6a
Lachend  wijst Senna naar het kapsel van haar vriendin Werkwoordpakket 6a Terwijl ze lacht
Lachend  wijst Senna naar het kapsel van haar vriendin Werkwoordpakket 6a lachen d  - lachen de Mijn lachende vriendin wijst op mijn haren
Lachend  wijst Senna naar het kapsel van haar vriendin Werkwoordpakket 6a lachen d  - lachen de Je maakt het langer, daardoor weet je, dat het woord op een –d eindigt….
Lachend  wijst Senna naar het kapsel van haar vriendin Werkwoordpakket 6a lachend  noemen we een  tegenwoordig deelwoord
Jarno aarzelt om aan het werk te beginnen Werkwoordpakket 6a
Jarno aarzelt om aan het werk te beginnen Werkwoordpakket 6a Hoe begint Jarno aan zijn werk?
Jarno aarzelt om aan het werk te beginnen Werkwoordpakket 6a Hoe begint Jarno aan zijn werk? Aarzelend  begint Jarno aan zijn werk.
Jarno aarzelt om aan het werk te beginnen Werkwoordpakket 6a Hoe begint Jarno aan zijn werk? Aarzelend  begint Jarno aan zijn werk. Terwijl Jarno aarzelt, begint hij te werken.
Jarno aarzelt om aan het werk te beginnen Werkwoordpakket 6a Hoe begint Jarno aan zijn werk? Aarzelend  begint Jarno aan zijn werk. Terwijl Jarno aarzelt, begint hij te werken. Er gebeuren  twee  dingen tegelijk:  aarzelen  en  beginnen .
Jarno aarzelt om aan het werk te beginnen Werkwoordpakket 6a Hoe begint Jarno aan zijn werk? Aarzelend  begint  Jarno aan zijn werk. begint  is de persoonsvorm……
Jarno aarzelt om aan het werk te beginnen Werkwoordpakket 6a Hoe begint Jarno aan zijn werk? Aarzelend  begint Jarno aan zijn werk. Aarzelend  zegt hoe er begonnen wordt
Jarno aarzelt om aan het werk te beginnen Werkwoordpakket 6a Hoe begint Jarno aan zijn werk? Aarzelend  begint Jarno aan zijn werk. Aarzelend  noemen we het  tegenwoordig deelwoord
Het tegenwoordig deelwoord vind je door achter  het hele werkwoord een  d  te zetten (je hoort een t) Werkwoordpakket 6a
Het tegenwoordig deelwoord vind je door achter  het hele werkwoord een  d  te zetten (je hoort een t) Werkwoordpakket 6a Voltooid deelwoord Tegenwoordig deelwoord werkwoord
Het tegenwoordig deelwoord vind je door achter  het hele werkwoord een  d  te zetten (je hoort een t) Werkwoordpakket 6a lopen Voltooid deelwoord Tegenwoordig deelwoord werkwoord
Het tegenwoordig deelwoord vind je door achter  het hele werkwoord een  d  te zetten (je hoort een t) Werkwoordpakket 6a lopen d lopen Voltooid deelwoord Tegenwoordig deelwoord werkwoord
Het tegenwoordig deelwoord vind je door achter  het hele werkwoord een  d  te zetten (je hoort een t) Werkwoordpakket 6a gelopen lopen d lopen Voltooid deelwoord Tegenwoordig deelwoord werkwoord
Het tegenwoordig deelwoord vind je door achter  het hele werkwoord een  d  te zetten (je hoort een t) Werkwoordpakket 6a verbazen oplettend afwisselen gelopen lopen d lopen Voltooid deelwoord Tegenwoordig deelwoord werkwoord
Het tegenwoordig deelwoord vind je door achter  het hele werkwoord een  d  te zetten (je hoort een t) Werkwoordpakket 6a verbaasd verbazend verbazen opgelet oplettend oplettend afgewisseld afwisselend afwisselen gelopen lopen d lopen Voltooid deelwoord Tegenwoordig deelwoord werkwoord

Werkwoordpakket6a

  • 1.
    Lachend wijst Sennanaar het kapsel van haar vriendin Werkwoordpakket 6a
  • 2.
    Lachend wijstSenna naar het kapsel van haar vriendin Werkwoordpakket 6a
  • 3.
    Lachend wijstSenna naar het kapsel van haar vriendin Werkwoordpakket 6a Terwijl ze lacht
  • 4.
    Lachend wijstSenna naar het kapsel van haar vriendin Werkwoordpakket 6a lachen d - lachen de Mijn lachende vriendin wijst op mijn haren
  • 5.
    Lachend wijstSenna naar het kapsel van haar vriendin Werkwoordpakket 6a lachen d - lachen de Je maakt het langer, daardoor weet je, dat het woord op een –d eindigt….
  • 6.
    Lachend wijstSenna naar het kapsel van haar vriendin Werkwoordpakket 6a lachend noemen we een tegenwoordig deelwoord
  • 7.
    Jarno aarzelt omaan het werk te beginnen Werkwoordpakket 6a
  • 8.
    Jarno aarzelt omaan het werk te beginnen Werkwoordpakket 6a Hoe begint Jarno aan zijn werk?
  • 9.
    Jarno aarzelt omaan het werk te beginnen Werkwoordpakket 6a Hoe begint Jarno aan zijn werk? Aarzelend begint Jarno aan zijn werk.
  • 10.
    Jarno aarzelt omaan het werk te beginnen Werkwoordpakket 6a Hoe begint Jarno aan zijn werk? Aarzelend begint Jarno aan zijn werk. Terwijl Jarno aarzelt, begint hij te werken.
  • 11.
    Jarno aarzelt omaan het werk te beginnen Werkwoordpakket 6a Hoe begint Jarno aan zijn werk? Aarzelend begint Jarno aan zijn werk. Terwijl Jarno aarzelt, begint hij te werken. Er gebeuren twee dingen tegelijk: aarzelen en beginnen .
  • 12.
    Jarno aarzelt omaan het werk te beginnen Werkwoordpakket 6a Hoe begint Jarno aan zijn werk? Aarzelend begint Jarno aan zijn werk. begint is de persoonsvorm……
  • 13.
    Jarno aarzelt omaan het werk te beginnen Werkwoordpakket 6a Hoe begint Jarno aan zijn werk? Aarzelend begint Jarno aan zijn werk. Aarzelend zegt hoe er begonnen wordt
  • 14.
    Jarno aarzelt omaan het werk te beginnen Werkwoordpakket 6a Hoe begint Jarno aan zijn werk? Aarzelend begint Jarno aan zijn werk. Aarzelend noemen we het tegenwoordig deelwoord
  • 15.
    Het tegenwoordig deelwoordvind je door achter het hele werkwoord een d te zetten (je hoort een t) Werkwoordpakket 6a
  • 16.
    Het tegenwoordig deelwoordvind je door achter het hele werkwoord een d te zetten (je hoort een t) Werkwoordpakket 6a Voltooid deelwoord Tegenwoordig deelwoord werkwoord
  • 17.
    Het tegenwoordig deelwoordvind je door achter het hele werkwoord een d te zetten (je hoort een t) Werkwoordpakket 6a lopen Voltooid deelwoord Tegenwoordig deelwoord werkwoord
  • 18.
    Het tegenwoordig deelwoordvind je door achter het hele werkwoord een d te zetten (je hoort een t) Werkwoordpakket 6a lopen d lopen Voltooid deelwoord Tegenwoordig deelwoord werkwoord
  • 19.
    Het tegenwoordig deelwoordvind je door achter het hele werkwoord een d te zetten (je hoort een t) Werkwoordpakket 6a gelopen lopen d lopen Voltooid deelwoord Tegenwoordig deelwoord werkwoord
  • 20.
    Het tegenwoordig deelwoordvind je door achter het hele werkwoord een d te zetten (je hoort een t) Werkwoordpakket 6a verbazen oplettend afwisselen gelopen lopen d lopen Voltooid deelwoord Tegenwoordig deelwoord werkwoord
  • 21.
    Het tegenwoordig deelwoordvind je door achter het hele werkwoord een d te zetten (je hoort een t) Werkwoordpakket 6a verbaasd verbazend verbazen opgelet oplettend oplettend afgewisseld afwisselend afwisselen gelopen lopen d lopen Voltooid deelwoord Tegenwoordig deelwoord werkwoord