Lachend wijstSenna naar het kapsel van haar vriendin Werkwoordpakket 6a
3.
Lachend wijstSenna naar het kapsel van haar vriendin Werkwoordpakket 6a Terwijl ze lacht
4.
Lachend wijstSenna naar het kapsel van haar vriendin Werkwoordpakket 6a lachen d - lachen de Mijn lachende vriendin wijst op mijn haren
5.
Lachend wijstSenna naar het kapsel van haar vriendin Werkwoordpakket 6a lachen d - lachen de Je maakt het langer, daardoor weet je, dat het woord op een –d eindigt….
6.
Lachend wijstSenna naar het kapsel van haar vriendin Werkwoordpakket 6a lachend noemen we een tegenwoordig deelwoord
Jarno aarzelt omaan het werk te beginnen Werkwoordpakket 6a Hoe begint Jarno aan zijn werk?
9.
Jarno aarzelt omaan het werk te beginnen Werkwoordpakket 6a Hoe begint Jarno aan zijn werk? Aarzelend begint Jarno aan zijn werk.
10.
Jarno aarzelt omaan het werk te beginnen Werkwoordpakket 6a Hoe begint Jarno aan zijn werk? Aarzelend begint Jarno aan zijn werk. Terwijl Jarno aarzelt, begint hij te werken.
11.
Jarno aarzelt omaan het werk te beginnen Werkwoordpakket 6a Hoe begint Jarno aan zijn werk? Aarzelend begint Jarno aan zijn werk. Terwijl Jarno aarzelt, begint hij te werken. Er gebeuren twee dingen tegelijk: aarzelen en beginnen .
12.
Jarno aarzelt omaan het werk te beginnen Werkwoordpakket 6a Hoe begint Jarno aan zijn werk? Aarzelend begint Jarno aan zijn werk. begint is de persoonsvorm……
13.
Jarno aarzelt omaan het werk te beginnen Werkwoordpakket 6a Hoe begint Jarno aan zijn werk? Aarzelend begint Jarno aan zijn werk. Aarzelend zegt hoe er begonnen wordt
14.
Jarno aarzelt omaan het werk te beginnen Werkwoordpakket 6a Hoe begint Jarno aan zijn werk? Aarzelend begint Jarno aan zijn werk. Aarzelend noemen we het tegenwoordig deelwoord
15.
Het tegenwoordig deelwoordvind je door achter het hele werkwoord een d te zetten (je hoort een t) Werkwoordpakket 6a
16.
Het tegenwoordig deelwoordvind je door achter het hele werkwoord een d te zetten (je hoort een t) Werkwoordpakket 6a Voltooid deelwoord Tegenwoordig deelwoord werkwoord
17.
Het tegenwoordig deelwoordvind je door achter het hele werkwoord een d te zetten (je hoort een t) Werkwoordpakket 6a lopen Voltooid deelwoord Tegenwoordig deelwoord werkwoord
18.
Het tegenwoordig deelwoordvind je door achter het hele werkwoord een d te zetten (je hoort een t) Werkwoordpakket 6a lopen d lopen Voltooid deelwoord Tegenwoordig deelwoord werkwoord
19.
Het tegenwoordig deelwoordvind je door achter het hele werkwoord een d te zetten (je hoort een t) Werkwoordpakket 6a gelopen lopen d lopen Voltooid deelwoord Tegenwoordig deelwoord werkwoord
20.
Het tegenwoordig deelwoordvind je door achter het hele werkwoord een d te zetten (je hoort een t) Werkwoordpakket 6a verbazen oplettend afwisselen gelopen lopen d lopen Voltooid deelwoord Tegenwoordig deelwoord werkwoord
21.
Het tegenwoordig deelwoordvind je door achter het hele werkwoord een d te zetten (je hoort een t) Werkwoordpakket 6a verbaasd verbazend verbazen opgelet oplettend oplettend afgewisseld afwisselend afwisselen gelopen lopen d lopen Voltooid deelwoord Tegenwoordig deelwoord werkwoord