1Ik geloof inGod de Vaderdie een bron van vreugde is,louter goedheid en genade,licht in onze duisternis.Hij, de Koning van de kosmos,het gesternte zingt zijn eerheeft uit liefde mij geschapenen tot liefde keer ik weer.
4.
2Ik geloof inJezus Christusdie voor ons ter wereld kwam.Zoon van God en Zoon des Mensengoede Herder, Offerlam.Door te lijden en te stervengroot is het geheimenisschenkt Hij mij het eeuwig leven,dat uit God en tot God is.
5.
3Ik geloof datmijn Verlosserdoor de dood is heengegaanen op Pasen, God zij glorie,uit het graf is opgestaan.Door het brood, dit is mijn lichaamdoor de wijn, dit is mijn bloedgeeft de Vredevorst mij vrede,maakt Hij alle dingen goed.
1Loof de Koning,heel mijn wezen,gij bestaat in zijn geduld,want uw leven is genezenen vergeven is uw schuld.Loof de Koning, loof de Koning,tot gij Hem ontmoeten zult.
9.
2Looft Hem alsuw vaadren deden,eigent u zijn liefde toe,want Hij bergt u in zijn vrede,zegenend wordt Hij niet moe.Looft uw Vader, looft uw Vader,tot uw laatste adem toe.
10.
3Ja, Hij spaartons en Hij redt ons,Hij kent onze broze kracht.Hij bewaart ons, Hij ontzet onsvan de boze en zijn macht.Looft uw Heiland, looft uw Heiland,die het licht is in de nacht.
11.
Stil gebedVotum engroetEre zij de Vader en de ZoonEn de Heilige Geest,Als in den beginne, nu en immer,En van eeuwigheid tot eeuwigheid.Amen.
Ps. 32 :2Nu heb ik, HEER, mijn zonde U beleden:ik weet dat ik uw wet heb overtreden.Ik was ontrouw, ik was van kwaad vervuld,maar Gij vergaaft het, Gij verzoent mijn schuld.
14.
Laat daarom totU komen uw beminden,stoot hen niet af, doch laat U door hen vinden.Duistere vloeden stormen op hen aan,Gij stelt een perk, Gij zult ons vast doen staan.
Ps. 32 :3Gij zijt, o HEER, mijn schuilplaats en mijn haven,Gij zult aan mij al uw beloften staven.Wat mij benauwt, Gij stelt U aan mijn zij,omringt met liedren van bevrijding mij!
17.
Gij zult mijvoortaan door uw trouw bewaken,Gij zult mijn leven vol van vreugde maken.Ik zal mijn weg lichtvoetig verder gaan,Gij gaat mij voor, Gij maakt voor mij ruim baan.
Een wijs manbouwde zijn huis op de rots,een wijs man bouwde zijn huis op de rots,een wijs man bouwde zijn huis op de rotsen de regen stroomde neeren de regen stroomde neer en de vloed kwam open de regen stroomde neer en de vloed kwam open de regen stroomde neer en de vloed kwam open het huis op de rots stond vast.
21.
Een dwaas manbouwde zijn huis op het zandeen dwaas man bouwde zijn huis op het zandeen dwaas man bouwde zijn huis op het zanden de regen stroomde neeren de regen stroomde neer en de vloed kwam open de regen stroomde neer en de vloed kwam open de regen stroomde neer en de vloed kwam open het huis stortte in met een plof.
22.
Dus bouw jehuis op Jezus, de Rots,dus bouw je huis op Jezus, de Rots,dus bouw je huis op Jezus, de Rotsen de zegen daalt dan neeren de zegen daalt dan neer en 't gebed stijgt op,en de zegen daalt dan neer en 't gebed stijgt op,en de zegen daalt dan neer en 't gebed stijgt op. Bouw je levenshuis op Hem.
9 Ik weetuw verdrukking en armoede, hoewel gij rijk zijt, en de laster van hen, die zeggen, dat zij Joden zijn, doch het niet zijn, maar een synagoge des satans. 10 Wees niet bevreesd voor hetgeen gij lijden zult. Zie, de duivel zal sommigen uwer in de gevangenis werpen, opdat gij verzocht wordt,
26.
en gij zulteen verdrukking hebben van tien dagen. Wees getrouw tot de dood en Ik zal u geven de kroon des levens. 11 Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, zal van de tweede dood geen schade lijden.
Machtig God, sterkeRots,U alleen bent waardig.Aard' en hemel prijzen U,glorie voor uw Naam.Lam van God, hoogste Heer,heilig en rechtvaardig,stralend Licht, Morgenster,niemand is als U.Prijst de Vader, prijst de Zoon,prijst de Geest die in ons woont.Prijst de Koning der heerlijkheid,prijst Hem tot in eeuwigheid.
2Ik roep totGod, de heerser van 't heelal,de Here, die 't voor mij voleinden zal;Hij zal zijn redding zenden, mij bevrijdenvan allen die bedacht zijn op mijn val.Zijn waarheid en zijn trouw staan mij terzijde.
2Gij hebt mij,Heer, geroepen aan uw dis,het heilig feest van uw gedachtenis;schenk mij uw Geest, opdat ik U ontmoetin 't teken van uw lichaam en uw bloed.
3Gij, die voorarmen rijkdom hebt bereid,voor onrechtvaardigen gerechtigheid,zie, hoe naar U zich mijn verlangen wendten leid mij zelf, Heer, tot uw sacrament.
37.
4Wie geeft hetbrood, dat hongerigen voedt,waar is de bron waaruit ik drinken moet?Gij, Heer, alleen kunt mijn genezing zijn;voed mij en drenk mij met uw brood en wijn.
5Nu ik mijnhand strek naar 't gebroken brooden neem de beker, die Gij zelf mij boodt,hoe komt Gij met uw goedheid mij nabij;berg me in uw liefde, Heer, en zegen mij.
3Hij is goedgunstigin gerechtigheid,Hij wil zich altijd over ons ontfermen.Zijn kracht kwam mij, eenvoudige, beschermen.Rust nu, mijn ziel, de HEER heeft u bevrijd.
6U wil ikdanken, grote Levensvorst;Gij hebt gestild mijn honger en mijn dorst.Uw kracht, uw leven daalde in mij neer;in uw gemeenschap wil ik blijven, Heer.
G 312 –1, 2, 3Behoed uw kerk, zet uit, o God, haar palen,
47.
1Behoed uw kerk,zet uit, o God, haar palen,zij kenn' eerlang geen grenzen meer!Dat elk in naam van onze Heerde knieen voor U buig', en alle talenuw lof herhalen.
48.
2Door Hem gekocht,door Hem verlost zijn we allenals kindren van één groot gezin.Ontgloei' heel de aard in broedermin!Moog' elke muur, die nog haar duizendtallenvaneen scheidt, vallen!
49.
3Blijf door uwtrouw ons zwak geloof beschamen,ontfermend Vader, de aard' word' éénin uwe Zoon, door Hem alleen!Breng in uw huis eens al uw kindren samenvoor eeuwig! Amen!