Marc Chagall
In dit uur zijn wij gekomen
met zovele kleuren
van herfst en winter,
duister en kou in je hart
met geloof, met hoop,
dat dromen hier weer gaan gebeuren
dat ooit, dat weldra,
God weer als mens wordt herkend.
1. (Tamar)
Recht mag je eisen
alles wat krom is moet buigen.
Recht doen in Gods naam
is doen wat ondenkbaar is.
2. (Rachab)
Durven vooruitzien
doorheen de muren van wanhoop.
Vensters geopend
met liefdeslinten geknoopt.
3. (Ruth)
Liefde is meegaan,
grenzen verleggen en zoeken,
voelen, ontdekken
dat ieder een vreemde is
4. (Batseba)
Waarheid komt boven,
leugens en listen verzinken.
Steel van geen ander
en kies voor waarachtigheid.
5. Kerst
God onder mensen
liefde in waarheid geboren.
Recht voor misdeelden
zo zal de Messias zijn!
In dit uur zijn wij gekomen
met zovele kleuren
van herfst en winter,
duister en kou in je hart
met geloof, met hoop,
dat dromen hier weer gaan gebeuren
dat ooit, dat weldra,
God weer als mens wordt herkend.
1. (Tamar)
Recht mag je eisen
alles wat krom is moet buigen.
Recht doen in Gods naam
is doen wat ondenkbaar is.
2. (Rachab)
Durven vooruitzien
doorheen de muren van wanhoop.
Vensters geopend
met liefdeslinten geknoopt.
3. (Ruth)
Liefde is meegaan,
grenzen verleggen en zoeken,
voelen, ontdekken
dat ieder een vreemde is
4. (Batseba)
Waarheid komt boven,
leugens en listen verzinken.
Steel van geen ander
en kies voor waarachtigheid.
5. Kerst
God onder mensen
liefde in waarheid geboren.
Recht voor misdeelden
zo zal de Messias zijn!
In dit uur zijn wij gekomen
met zovele kleuren
van herfst en winter,
duister en kou in je hart
met geloof, met hoop,
dat dromen hier weer gaan gebeuren
dat ooit, dat weldra,
God weer als mens wordt herkend.
1. (Tamar)
Recht mag je eisen
alles wat krom is moet buigen.
Recht doen in Gods naam
is doen wat ondenkbaar is.
2. (Rachab)
Durven vooruitzien
doorheen de muren van wanhoop.
Vensters geopend
met liefdeslinten geknoopt.
3. (Ruth)
Liefde is meegaan,
grenzen verleggen en zoeken,
voelen, ontdekken
dat ieder een vreemde is
4. (Batseba)
Waarheid komt boven,
leugens en listen verzinken.
Steel van geen ander
en kies voor waarachtigheid.
5. Kerst
God onder mensen
liefde in waarheid geboren.
Recht voor misdeelden
zo zal de Messias zijn!
Als vrouw van lichte zeden,
als hoer sta ik te boek,
maar wie kent ook de reden,
wie kent mij droef gezoek ?
Ik ging door hoge zeeën
en kende veel verdriet;
veel pijn en toch geen weeën,
bij mij geen wiegelied.
Door mannen steeds verlaten,
bleef ik volstrekt alleen;
ik was in alle staten,
zeg mij : waar moest ik heen ?
En God ons maar beloven:
voorwaar, het komt ooit goed.
Ik bleef in Hem geloven,
Hij die ons leven doet.
Dus trok ik stoute schoenen,
een pruik en bellen aan,
voor meer dan om te zoenen.
Zal men mij nu zien staan ?
Zo ging ik langs de wegen,
ik ging om Juda's kroost.
Hij zelf kwam mij daar tegen,
ik was op zoek naar troost.
En ik die met hem meeging,
ik bracht de ommekeer:
een nieuw verhaal, een tweeling, -
in hen leven wij weer!
Mijn volk kan uit de voeten,
het kan weer rechtop gaan;
de dag van God begroeten,
en weer in vrede gaan.
Als vrouw van lichte zeden,
als hoer sta ik te boek,
maar wie kent ook de reden,
wie kent mij droef gezoek ?
Ik ging door hoge zeeën
en kende veel verdriet;
veel pijn en toch geen weeën,
bij mij geen wiegelied.
Door mannen steeds verlaten,
bleef ik volstrekt alleen;
ik was in alle staten,
zeg mij : waar moest ik heen ?
En God ons maar beloven:
voorwaar, het komt ooit goed.
Ik bleef in Hem geloven,
Hij die ons leven doet.
Dus trok ik stoute schoenen,
een pruik en bellen aan,
voor meer dan om te zoenen.
Zal men mij nu zien staan ?
Zo ging ik langs de wegen,
ik ging om Juda's kroost.
Hij zelf kwam mij daar tegen,
ik was op zoek naar troost.
En ik die met hem meeging,
ik bracht de ommekeer:
een nieuw verhaal, een tweeling, -
in hen leven wij weer!
Mijn volk kan uit de voeten,
het kan weer rechtop gaan;
de dag van God begroeten,
en weer in vrede gaan.
Als vrouw van lichte zeden,
als hoer sta ik te boek,
maar wie kent ook de reden,
wie kent mij droef gezoek ?
Ik ging door hoge zeeën
en kende veel verdriet;
veel pijn en toch geen weeën,
bij mij geen wiegelied.
Door mannen steeds verlaten,
bleef ik volstrekt alleen;
ik was in alle staten,
zeg mij : waar moest ik heen ?
En God ons maar beloven:
voorwaar, het komt ooit goed.
Ik bleef in Hem geloven,
Hij die ons leven doet.
Dus trok ik stoute schoenen,
een pruik en bellen aan,
voor meer dan om te zoenen.
Zal men mij nu zien staan ?
Zo ging ik langs de wegen,
ik ging om Juda's kroost.
Hij zelf kwam mij daar tegen,
ik was op zoek naar troost.
En ik die met hem meeging,
ik bracht de ommekeer:
een nieuw verhaal, een tweeling, -
in hen leven wij weer!
Mijn volk kan uit de voeten,
het kan weer rechtop gaan;
de dag van God begroeten,
en weer in vrede gaan.
Als vrouw van lichte zeden,
als hoer sta ik te boek,
maar wie kent ook de reden,
wie kent mij droef gezoek ?
Ik ging door hoge zeeën
en kende veel verdriet;
veel pijn en toch geen weeën,
bij mij geen wiegelied.
Door mannen steeds verlaten,
bleef ik volstrekt alleen;
ik was in alle staten,
zeg mij : waar moest ik heen ?
En God ons maar beloven:
voorwaar, het komt ooit goed.
Ik bleef in Hem geloven,
Hij die ons leven doet.
Dus trok ik stoute schoenen,
een pruik en bellen aan,
voor meer dan om te zoenen.
Zal men mij nu zien staan ?
Zo ging ik langs de wegen,
ik ging om Juda's kroost.
Hij zelf kwam mij daar tegen,
ik was op zoek naar troost.
En ik die met hem meeging,
ik bracht de ommekeer:
een nieuw verhaal, een tweeling, -
in hen leven wij weer!
Mijn volk kan uit de voeten,
het kan weer rechtop gaan;
de dag van God begroeten,
en weer in vrede gaan.
Als vrouw van lichte zeden,
als hoer sta ik te boek,
maar wie kent ook de reden,
wie kent mij droef gezoek ?
Ik ging door hoge zeeën
en kende veel verdriet;
veel pijn en toch geen weeën,
bij mij geen wiegelied.
Door mannen steeds verlaten,
bleef ik volstrekt alleen;
ik was in alle staten,
zeg mij : waar moest ik heen ?
En God ons maar beloven:
voorwaar, het komt ooit goed.
Ik bleef in Hem geloven,
Hij die ons leven doet.
Dus trok ik stoute schoenen,
een pruik en bellen aan,
voor meer dan om te zoenen.
Zal men mij nu zien staan ?
Zo ging ik langs de wegen,
ik ging om Juda's kroost.
Hij zelf kwam mij daar tegen,
ik was op zoek naar troost.
En ik die met hem meeging,
ik bracht de ommekeer:
een nieuw verhaal, een tweeling, -
in hen leven wij weer!
Mijn volk kan uit de voeten,
het kan weer rechtop gaan;
de dag van God begroeten,
en weer in vrede gaan.
Als vrouw van lichte zeden,
als hoer sta ik te boek,
maar wie kent ook de reden,
wie kent mij droef gezoek ?
Ik ging door hoge zeeën
en kende veel verdriet;
veel pijn en toch geen weeën,
bij mij geen wiegelied.
Door mannen steeds verlaten,
bleef ik volstrekt alleen;
ik was in alle staten,
zeg mij : waar moest ik heen ?
En God ons maar beloven:
voorwaar, het komt ooit goed.
Ik bleef in Hem geloven,
Hij die ons leven doet.
Dus trok ik stoute schoenen,
een pruik en bellen aan,
voor meer dan om te zoenen.
Zal men mij nu zien staan ?
Zo ging ik langs de wegen,
ik ging om Juda's kroost.
Hij zelf kwam mij daar tegen,
ik was op zoek naar troost.
En ik die met hem meeging,
ik bracht de ommekeer:
een nieuw verhaal, een tweeling, -
in hen leven wij weer!
Mijn volk kan uit de voeten,
het kan weer rechtop gaan;
de dag van God begroeten,
en weer in vrede gaan.
Dan nog, dan nog klamp ik mij
klamp ik mij vast aan jou,
of je wil of niet,
op ongenade of genade,
Ik zal red mij, red mij roepen
of zoiets als heb mij lief.
(Oosterhuis Huub / Huijbers Bernard)
Alleluja. Alleluja. Alleluja. Alleluja
Ik zal de Heer vieren, omdat hij goed is;
omdat zijn genade eeuwig is;
mijn kracht en mijn lied is de Heer,
hij was mijn redding.
Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt:
laten we ons verheugen en verheugen.
Geef, Heer, uw redding,
geef, Heer, uw overwinning.
Redding, glorie en kracht zijn van onze God;
zijn oordelen zijn waar en rechtvaardig.
Loof onze God, u al zijn dienaren,
u die hem vreest, klein en groot.
De Heer,
onze God de Almachtige, heeft bezit genomen van zijn koninkrijk .
Laten we ons verheugen en verheugen, laten we hem de eer geven.
De bruiloft van het Lam is gekomen,
zijn bruid is klaar.
Wees glorie aan de Vader, wees glorie aan de Zoon
en de Heilige Geest,
zoals het was in het begin, nu en voor altijd
en voor altijd en altijd. Amen.
[Vg]
Wij geloven in God,
Vader en Moeder van mensen.
Geloofsbelevenis
[Al.]
Wij geloven in een God van het Leven.
Wij geloven in een God die ons doet geboren worden,
een God die ons uitnodigt
nieuwe dingen te doen ontstaan.
Wij geloven in een God die ons roept,
elke dag van ons leven,
om deel te nemen
aan de opbouw van een betere wereld.
[Vg.]
Wij geloven in Jezus de Christus,
net als wij mens geworden,
die een nieuwe wereld heeft doen ontstaan,
die velen rondom Hem
in beweging heeft gebracht,
die de machtigen van de aarde
heeft doen beven.
[Al.]
Wij geloven in Jezus
die mannen en vrouwen heeft doen opstaan
om op te komen voor gerechtigheid en vrede;
die mensen aanmaande
om voor zijn weg te kiezen,
om de richting van het Rijk Gods te gaan.
Daarom werd Hij gedood.
Maar Hij blijft leven, Hij leeft vandaag onder ons.
[Vg.]
Wij geloven in die Geest van liefde,
die ons ook nu nog oproept tot inzet, vrijheid,
en delen onder mekaar.
[Al.]
Zij is een kracht die ons in staat stelt
van elkaar te houden met Jezus’ maat.
Wij geloven in de toekomst
die voor ons open ligt:
een nieuwe dag,
een nieuwe wereld,
een nieuwe mens.
(Zagers Marcel / Siemansma Johan)
Gij die onze gedachten raadt, ons bidden woordeloos verstaat.
Als Jij ons niet hoort, wie dan wel?
Tamar, moedig en zachtmoedig,
zou in eigen kwetsbaarheid,
hoop en leven trots behoeden
op een kruispunt van de tijd.
Stille dagen, stille nachten,
stille vrouw met vrouwenrecht,
scheurde sluiers van verwachten
wetend wat is toegezegd.
En zij koos met open ogen
voor een toekomst naar haar hand,
tot de grens van haar vermogen
nam zichzelf als onderpand.
Ademloos een mens bevragen,
recht doen aan gerechtigheid
zal het leven verder dragen,
blaast nieuw leven in de tijd
Tamar, moedig en zachtmoedig,
zou in eigen kwetsbaarheid,
hoop en leven trots behoeden
op een kruispunt van de tijd.
Stille dagen, stille nachten,
stille vrouw met vrouwenrecht,
scheurde sluiers van verwachten
wetend wat is toegezegd.
En zij koos met open ogen
voor een toekomst naar haar hand,
tot de grens van haar vermogen
nam zichzelf als onderpand.
Ademloos een mens bevragen,
recht doen aan gerechtigheid
zal het leven verder dragen,
blaast nieuw leven in de tijd
Tamar, moedig en zachtmoedig,
zou in eigen kwetsbaarheid,
hoop en leven trots behoeden
op een kruispunt van de tijd.
Stille dagen, stille nachten,
stille vrouw met vrouwenrecht,
scheurde sluiers van verwachten
wetend wat is toegezegd.
En zij koos met open ogen
voor een toekomst naar haar hand,
tot de grens van haar vermogen
nam zichzelf als onderpand.
Ademloos een mens bevragen,
recht doen aan gerechtigheid
zal het leven verder dragen,
blaast nieuw leven in de tijd
Tamar, moedig en zachtmoedig,
zou in eigen kwetsbaarheid,
hoop en leven trots behoeden
op een kruispunt van de tijd.
Stille dagen, stille nachten,
stille vrouw met vrouwenrecht,
scheurde sluiers van verwachten
wetend wat is toegezegd.
En zij koos met open ogen
voor een toekomst naar haar hand,
tot de grens van haar vermogen
nam zichzelf als onderpand.
Ademloos een mens bevragen,
recht doen aan gerechtigheid
zal het leven verder dragen,
blaast nieuw leven in de tijd
[Voorganger]
Goede God, wij zijn dankbaar
dat Gij een God van mensen zijt,
dat wij U mogen noemen: onze God en onze Vader,
dat onze toekomst in uw handen ligt,
dat deze wereld U ter harte gaat.
Gij hebt ons tot leven gewekt.
Gezegend zijt Gij, Bron van al wat bestaat.
Daarom prijzen wij uw naam, Heer onze God,
en danken U met de woorden:
Rond de tafel
Heilig, heilig, heilig,
geheiligd zij de Heer.
De hemel en de aarde,
getuigen van zijn eer.
Heilig, heilig, heilig,
de Naam van onze Heer,
U loven alle machten,
hosanna voor de Heer
[Vg.]
Tot Jou bidden wij
Schepper van den beginne tot op vandaag:
beziel ons met Jouw begeestering
voor een aarde die mild is:
een land van belofte
waar het goed leven is voor planten en dieren
en voor mensen, ieder naar zijn aard.
[Al.]
Houd ons in beweging,
roep ons in Jouw richting,
zodat wij blijven zoeken naar Jouw droom,
dat we stenen verleggen voor een betere wereld
waar ieder tot zijn recht kan komen
Trek ons daarom uit de klei
van angst en zelfzuchtigheid
en boetseer ons tot mensen
op weg naar mensen.
[Vg.]
Adem ons open
tot een veelbelovend volk,
mensen in vrede.
[Al.]
Tot Jou bidden wij,
Jezus, mens uit een ver verleden,
maar nog steeds ons ver vooruit:
mens uit God, geboren
en getogen uit heimwee naar de toekomst,
uit mededogen voor de minste mens.
[Vg.]
Geboren uit een lange lijn van kleurrijke figuren,
zijt Gij uiteindelijk heel dichtbij gekomen,
in onze wereld, in ons leven.
Zo zijt Gij met ons op weg gegaan,
en hebt ons al doende alles getoond.
Zo zijt Gij met ons aan tafel gegaan,
ook op die laatste avond voor lijden en dood….
[consecratie]
Daarom bidden wij tot Jou,
scheppende Geest, ziel van de schepper,
bezieler van Jezus en van zovelen in zijn voetspoor.
[Al.] Stuw ons en duw ons, troost ons,
houd ons onrustig en tegelijk volhardend.
Maak ons creatief
en leer ons om niet stil te staan.
Leer ons brood te vermenigvuldigen door het te delen.
Help ons leven scheppen in doodgewaande situaties,
maak ons buigzaam, maak ons leerzaam in recht doen;
blaas ons bijeen van alle kanten
tot het land van belofte
waar brood en liefde in overvloed is voor allen.
Onze Vader, die in de hemel zijt,
uw naam worde geheiligd,
uw rijk kome,
uw wil geschiede
op aarde zoals in de hemel.
Geef heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven
aan onze schuldenaren,
en breng ons niet in beproeving,
maar verlos ons van het kwade.
Want van U is het koninkrijk
en de kracht en de heerlijkheid
tot in eeuwigheid. Amen.
Dona la pace Signore,
a chi confida in te,
Dona, dona la pace Signore,
dona la pace
Geef ons Uw vrede,
geef vrede aan wie op U vertrouwt.
Geef ons Uw vrede, geef vrede.
Als je alle hoop verliest
en de kou je hart bevriest,
als de kilte je doordringt,
als cynisme je omringt
Fluisterdan datje gelooft
in een nieuwbegin;
dat Hij weergeborenwordt,
ergensdichtbij alseen kind.
Is het vuur in jou gedoofd
zoek dan tot je weer gelooft
mensen geven elkaar kracht:
ook al klinkt hun stem soms zacht.
Warmte, licht, geborgenheid,
tafels vol gezelligheid,
kerstmis dat zit binnenin:
in een hemels nieuw begin!w
Als je alle hoop verliest
en de kou je hart bevriest,
als de kilte je doordringt,
als cynisme je omringt
Fluisterdan datje gelooft
in een nieuwbegin;
dat Hij weergeborenwordt,
ergensdichtbij alseen kind.
Is het vuur in jou gedoofd
zoek dan tot je weer gelooft
mensen geven elkaar kracht:
ook al klinkt hun stem soms zacht.
Warmte, licht, geborgenheid,
tafels vol gezelligheid,
kerstmis dat zit binnenin:
in een hemels nieuw begin!w
Als je alle hoop verliest
en de kou je hart bevriest,
als de kilte je doordringt,
als cynisme je omringt
Fluisterdan datje gelooft
in een nieuwbegin;
dat Hij weergeborenwordt,
ergensdichtbij alseen kind.
Is het vuur in jou gedoofd
zoek dan tot je weer gelooft
mensen geven elkaar kracht:
ook al klinkt hun stem soms zacht.
Warmte, licht, geborgenheid,
tafels vol gezelligheid,
kerstmis dat zit binnenin:
in een hemels nieuw begin!w
Tamar. De stamboom van Jezus (C Eerste Adventszondag 2021)
Tamar. De stamboom van Jezus (C Eerste Adventszondag 2021)
Tamar. De stamboom van Jezus (C Eerste Adventszondag 2021)

Tamar. De stamboom van Jezus (C Eerste Adventszondag 2021)

  • 1.
  • 2.
    In dit uurzijn wij gekomen met zovele kleuren van herfst en winter, duister en kou in je hart met geloof, met hoop, dat dromen hier weer gaan gebeuren dat ooit, dat weldra, God weer als mens wordt herkend. 1. (Tamar) Recht mag je eisen alles wat krom is moet buigen. Recht doen in Gods naam is doen wat ondenkbaar is. 2. (Rachab) Durven vooruitzien doorheen de muren van wanhoop. Vensters geopend met liefdeslinten geknoopt. 3. (Ruth) Liefde is meegaan, grenzen verleggen en zoeken, voelen, ontdekken dat ieder een vreemde is 4. (Batseba) Waarheid komt boven, leugens en listen verzinken. Steel van geen ander en kies voor waarachtigheid. 5. Kerst God onder mensen liefde in waarheid geboren. Recht voor misdeelden zo zal de Messias zijn!
  • 3.
    In dit uurzijn wij gekomen met zovele kleuren van herfst en winter, duister en kou in je hart met geloof, met hoop, dat dromen hier weer gaan gebeuren dat ooit, dat weldra, God weer als mens wordt herkend. 1. (Tamar) Recht mag je eisen alles wat krom is moet buigen. Recht doen in Gods naam is doen wat ondenkbaar is. 2. (Rachab) Durven vooruitzien doorheen de muren van wanhoop. Vensters geopend met liefdeslinten geknoopt. 3. (Ruth) Liefde is meegaan, grenzen verleggen en zoeken, voelen, ontdekken dat ieder een vreemde is 4. (Batseba) Waarheid komt boven, leugens en listen verzinken. Steel van geen ander en kies voor waarachtigheid. 5. Kerst God onder mensen liefde in waarheid geboren. Recht voor misdeelden zo zal de Messias zijn!
  • 4.
    In dit uurzijn wij gekomen met zovele kleuren van herfst en winter, duister en kou in je hart met geloof, met hoop, dat dromen hier weer gaan gebeuren dat ooit, dat weldra, God weer als mens wordt herkend. 1. (Tamar) Recht mag je eisen alles wat krom is moet buigen. Recht doen in Gods naam is doen wat ondenkbaar is. 2. (Rachab) Durven vooruitzien doorheen de muren van wanhoop. Vensters geopend met liefdeslinten geknoopt. 3. (Ruth) Liefde is meegaan, grenzen verleggen en zoeken, voelen, ontdekken dat ieder een vreemde is 4. (Batseba) Waarheid komt boven, leugens en listen verzinken. Steel van geen ander en kies voor waarachtigheid. 5. Kerst God onder mensen liefde in waarheid geboren. Recht voor misdeelden zo zal de Messias zijn!
  • 6.
    Als vrouw vanlichte zeden, als hoer sta ik te boek, maar wie kent ook de reden, wie kent mij droef gezoek ? Ik ging door hoge zeeën en kende veel verdriet; veel pijn en toch geen weeën, bij mij geen wiegelied. Door mannen steeds verlaten, bleef ik volstrekt alleen; ik was in alle staten, zeg mij : waar moest ik heen ? En God ons maar beloven: voorwaar, het komt ooit goed. Ik bleef in Hem geloven, Hij die ons leven doet. Dus trok ik stoute schoenen, een pruik en bellen aan, voor meer dan om te zoenen. Zal men mij nu zien staan ? Zo ging ik langs de wegen, ik ging om Juda's kroost. Hij zelf kwam mij daar tegen, ik was op zoek naar troost. En ik die met hem meeging, ik bracht de ommekeer: een nieuw verhaal, een tweeling, - in hen leven wij weer! Mijn volk kan uit de voeten, het kan weer rechtop gaan; de dag van God begroeten, en weer in vrede gaan.
  • 7.
    Als vrouw vanlichte zeden, als hoer sta ik te boek, maar wie kent ook de reden, wie kent mij droef gezoek ? Ik ging door hoge zeeën en kende veel verdriet; veel pijn en toch geen weeën, bij mij geen wiegelied. Door mannen steeds verlaten, bleef ik volstrekt alleen; ik was in alle staten, zeg mij : waar moest ik heen ? En God ons maar beloven: voorwaar, het komt ooit goed. Ik bleef in Hem geloven, Hij die ons leven doet. Dus trok ik stoute schoenen, een pruik en bellen aan, voor meer dan om te zoenen. Zal men mij nu zien staan ? Zo ging ik langs de wegen, ik ging om Juda's kroost. Hij zelf kwam mij daar tegen, ik was op zoek naar troost. En ik die met hem meeging, ik bracht de ommekeer: een nieuw verhaal, een tweeling, - in hen leven wij weer! Mijn volk kan uit de voeten, het kan weer rechtop gaan; de dag van God begroeten, en weer in vrede gaan.
  • 8.
    Als vrouw vanlichte zeden, als hoer sta ik te boek, maar wie kent ook de reden, wie kent mij droef gezoek ? Ik ging door hoge zeeën en kende veel verdriet; veel pijn en toch geen weeën, bij mij geen wiegelied. Door mannen steeds verlaten, bleef ik volstrekt alleen; ik was in alle staten, zeg mij : waar moest ik heen ? En God ons maar beloven: voorwaar, het komt ooit goed. Ik bleef in Hem geloven, Hij die ons leven doet. Dus trok ik stoute schoenen, een pruik en bellen aan, voor meer dan om te zoenen. Zal men mij nu zien staan ? Zo ging ik langs de wegen, ik ging om Juda's kroost. Hij zelf kwam mij daar tegen, ik was op zoek naar troost. En ik die met hem meeging, ik bracht de ommekeer: een nieuw verhaal, een tweeling, - in hen leven wij weer! Mijn volk kan uit de voeten, het kan weer rechtop gaan; de dag van God begroeten, en weer in vrede gaan.
  • 9.
    Als vrouw vanlichte zeden, als hoer sta ik te boek, maar wie kent ook de reden, wie kent mij droef gezoek ? Ik ging door hoge zeeën en kende veel verdriet; veel pijn en toch geen weeën, bij mij geen wiegelied. Door mannen steeds verlaten, bleef ik volstrekt alleen; ik was in alle staten, zeg mij : waar moest ik heen ? En God ons maar beloven: voorwaar, het komt ooit goed. Ik bleef in Hem geloven, Hij die ons leven doet. Dus trok ik stoute schoenen, een pruik en bellen aan, voor meer dan om te zoenen. Zal men mij nu zien staan ? Zo ging ik langs de wegen, ik ging om Juda's kroost. Hij zelf kwam mij daar tegen, ik was op zoek naar troost. En ik die met hem meeging, ik bracht de ommekeer: een nieuw verhaal, een tweeling, - in hen leven wij weer! Mijn volk kan uit de voeten, het kan weer rechtop gaan; de dag van God begroeten, en weer in vrede gaan.
  • 10.
    Als vrouw vanlichte zeden, als hoer sta ik te boek, maar wie kent ook de reden, wie kent mij droef gezoek ? Ik ging door hoge zeeën en kende veel verdriet; veel pijn en toch geen weeën, bij mij geen wiegelied. Door mannen steeds verlaten, bleef ik volstrekt alleen; ik was in alle staten, zeg mij : waar moest ik heen ? En God ons maar beloven: voorwaar, het komt ooit goed. Ik bleef in Hem geloven, Hij die ons leven doet. Dus trok ik stoute schoenen, een pruik en bellen aan, voor meer dan om te zoenen. Zal men mij nu zien staan ? Zo ging ik langs de wegen, ik ging om Juda's kroost. Hij zelf kwam mij daar tegen, ik was op zoek naar troost. En ik die met hem meeging, ik bracht de ommekeer: een nieuw verhaal, een tweeling, - in hen leven wij weer! Mijn volk kan uit de voeten, het kan weer rechtop gaan; de dag van God begroeten, en weer in vrede gaan.
  • 11.
    Als vrouw vanlichte zeden, als hoer sta ik te boek, maar wie kent ook de reden, wie kent mij droef gezoek ? Ik ging door hoge zeeën en kende veel verdriet; veel pijn en toch geen weeën, bij mij geen wiegelied. Door mannen steeds verlaten, bleef ik volstrekt alleen; ik was in alle staten, zeg mij : waar moest ik heen ? En God ons maar beloven: voorwaar, het komt ooit goed. Ik bleef in Hem geloven, Hij die ons leven doet. Dus trok ik stoute schoenen, een pruik en bellen aan, voor meer dan om te zoenen. Zal men mij nu zien staan ? Zo ging ik langs de wegen, ik ging om Juda's kroost. Hij zelf kwam mij daar tegen, ik was op zoek naar troost. En ik die met hem meeging, ik bracht de ommekeer: een nieuw verhaal, een tweeling, - in hen leven wij weer! Mijn volk kan uit de voeten, het kan weer rechtop gaan; de dag van God begroeten, en weer in vrede gaan.
  • 13.
    Dan nog, dannog klamp ik mij klamp ik mij vast aan jou, of je wil of niet, op ongenade of genade, Ik zal red mij, red mij roepen of zoiets als heb mij lief. (Oosterhuis Huub / Huijbers Bernard)
  • 15.
    Alleluja. Alleluja. Alleluja.Alleluja Ik zal de Heer vieren, omdat hij goed is; omdat zijn genade eeuwig is; mijn kracht en mijn lied is de Heer, hij was mijn redding. Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt: laten we ons verheugen en verheugen. Geef, Heer, uw redding, geef, Heer, uw overwinning. Redding, glorie en kracht zijn van onze God; zijn oordelen zijn waar en rechtvaardig. Loof onze God, u al zijn dienaren, u die hem vreest, klein en groot. De Heer, onze God de Almachtige, heeft bezit genomen van zijn koninkrijk . Laten we ons verheugen en verheugen, laten we hem de eer geven. De bruiloft van het Lam is gekomen, zijn bruid is klaar. Wees glorie aan de Vader, wees glorie aan de Zoon en de Heilige Geest, zoals het was in het begin, nu en voor altijd en voor altijd en altijd. Amen.
  • 17.
    [Vg] Wij geloven inGod, Vader en Moeder van mensen. Geloofsbelevenis
  • 18.
    [Al.] Wij geloven ineen God van het Leven. Wij geloven in een God die ons doet geboren worden, een God die ons uitnodigt nieuwe dingen te doen ontstaan. Wij geloven in een God die ons roept, elke dag van ons leven, om deel te nemen aan de opbouw van een betere wereld.
  • 19.
    [Vg.] Wij geloven inJezus de Christus, net als wij mens geworden, die een nieuwe wereld heeft doen ontstaan, die velen rondom Hem in beweging heeft gebracht, die de machtigen van de aarde heeft doen beven.
  • 20.
    [Al.] Wij geloven inJezus die mannen en vrouwen heeft doen opstaan om op te komen voor gerechtigheid en vrede; die mensen aanmaande om voor zijn weg te kiezen, om de richting van het Rijk Gods te gaan. Daarom werd Hij gedood. Maar Hij blijft leven, Hij leeft vandaag onder ons.
  • 21.
    [Vg.] Wij geloven indie Geest van liefde, die ons ook nu nog oproept tot inzet, vrijheid, en delen onder mekaar.
  • 22.
    [Al.] Zij is eenkracht die ons in staat stelt van elkaar te houden met Jezus’ maat. Wij geloven in de toekomst die voor ons open ligt: een nieuwe dag, een nieuwe wereld, een nieuwe mens.
  • 24.
    (Zagers Marcel /Siemansma Johan) Gij die onze gedachten raadt, ons bidden woordeloos verstaat. Als Jij ons niet hoort, wie dan wel?
  • 26.
    Tamar, moedig enzachtmoedig, zou in eigen kwetsbaarheid, hoop en leven trots behoeden op een kruispunt van de tijd. Stille dagen, stille nachten, stille vrouw met vrouwenrecht, scheurde sluiers van verwachten wetend wat is toegezegd. En zij koos met open ogen voor een toekomst naar haar hand, tot de grens van haar vermogen nam zichzelf als onderpand. Ademloos een mens bevragen, recht doen aan gerechtigheid zal het leven verder dragen, blaast nieuw leven in de tijd
  • 27.
    Tamar, moedig enzachtmoedig, zou in eigen kwetsbaarheid, hoop en leven trots behoeden op een kruispunt van de tijd. Stille dagen, stille nachten, stille vrouw met vrouwenrecht, scheurde sluiers van verwachten wetend wat is toegezegd. En zij koos met open ogen voor een toekomst naar haar hand, tot de grens van haar vermogen nam zichzelf als onderpand. Ademloos een mens bevragen, recht doen aan gerechtigheid zal het leven verder dragen, blaast nieuw leven in de tijd
  • 28.
    Tamar, moedig enzachtmoedig, zou in eigen kwetsbaarheid, hoop en leven trots behoeden op een kruispunt van de tijd. Stille dagen, stille nachten, stille vrouw met vrouwenrecht, scheurde sluiers van verwachten wetend wat is toegezegd. En zij koos met open ogen voor een toekomst naar haar hand, tot de grens van haar vermogen nam zichzelf als onderpand. Ademloos een mens bevragen, recht doen aan gerechtigheid zal het leven verder dragen, blaast nieuw leven in de tijd
  • 29.
    Tamar, moedig enzachtmoedig, zou in eigen kwetsbaarheid, hoop en leven trots behoeden op een kruispunt van de tijd. Stille dagen, stille nachten, stille vrouw met vrouwenrecht, scheurde sluiers van verwachten wetend wat is toegezegd. En zij koos met open ogen voor een toekomst naar haar hand, tot de grens van haar vermogen nam zichzelf als onderpand. Ademloos een mens bevragen, recht doen aan gerechtigheid zal het leven verder dragen, blaast nieuw leven in de tijd
  • 31.
    [Voorganger] Goede God, wijzijn dankbaar dat Gij een God van mensen zijt, dat wij U mogen noemen: onze God en onze Vader, dat onze toekomst in uw handen ligt, dat deze wereld U ter harte gaat. Gij hebt ons tot leven gewekt. Gezegend zijt Gij, Bron van al wat bestaat. Daarom prijzen wij uw naam, Heer onze God, en danken U met de woorden: Rond de tafel
  • 32.
    Heilig, heilig, heilig, geheiligdzij de Heer. De hemel en de aarde, getuigen van zijn eer. Heilig, heilig, heilig, de Naam van onze Heer, U loven alle machten, hosanna voor de Heer
  • 33.
    [Vg.] Tot Jou biddenwij Schepper van den beginne tot op vandaag: beziel ons met Jouw begeestering voor een aarde die mild is: een land van belofte waar het goed leven is voor planten en dieren en voor mensen, ieder naar zijn aard.
  • 34.
    [Al.] Houd ons inbeweging, roep ons in Jouw richting, zodat wij blijven zoeken naar Jouw droom, dat we stenen verleggen voor een betere wereld waar ieder tot zijn recht kan komen Trek ons daarom uit de klei van angst en zelfzuchtigheid en boetseer ons tot mensen op weg naar mensen.
  • 35.
    [Vg.] Adem ons open toteen veelbelovend volk, mensen in vrede.
  • 36.
    [Al.] Tot Jou biddenwij, Jezus, mens uit een ver verleden, maar nog steeds ons ver vooruit: mens uit God, geboren en getogen uit heimwee naar de toekomst, uit mededogen voor de minste mens.
  • 37.
    [Vg.] Geboren uit eenlange lijn van kleurrijke figuren, zijt Gij uiteindelijk heel dichtbij gekomen, in onze wereld, in ons leven. Zo zijt Gij met ons op weg gegaan, en hebt ons al doende alles getoond. Zo zijt Gij met ons aan tafel gegaan, ook op die laatste avond voor lijden en dood…. [consecratie] Daarom bidden wij tot Jou, scheppende Geest, ziel van de schepper, bezieler van Jezus en van zovelen in zijn voetspoor.
  • 38.
    [Al.] Stuw onsen duw ons, troost ons, houd ons onrustig en tegelijk volhardend. Maak ons creatief en leer ons om niet stil te staan. Leer ons brood te vermenigvuldigen door het te delen. Help ons leven scheppen in doodgewaande situaties, maak ons buigzaam, maak ons leerzaam in recht doen; blaas ons bijeen van alle kanten tot het land van belofte waar brood en liefde in overvloed is voor allen.
  • 40.
    Onze Vader, diein de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Amen.
  • 42.
    Dona la paceSignore, a chi confida in te, Dona, dona la pace Signore, dona la pace Geef ons Uw vrede, geef vrede aan wie op U vertrouwt. Geef ons Uw vrede, geef vrede.
  • 44.
    Als je allehoop verliest en de kou je hart bevriest, als de kilte je doordringt, als cynisme je omringt Fluisterdan datje gelooft in een nieuwbegin; dat Hij weergeborenwordt, ergensdichtbij alseen kind. Is het vuur in jou gedoofd zoek dan tot je weer gelooft mensen geven elkaar kracht: ook al klinkt hun stem soms zacht. Warmte, licht, geborgenheid, tafels vol gezelligheid, kerstmis dat zit binnenin: in een hemels nieuw begin!w
  • 46.
    Als je allehoop verliest en de kou je hart bevriest, als de kilte je doordringt, als cynisme je omringt Fluisterdan datje gelooft in een nieuwbegin; dat Hij weergeborenwordt, ergensdichtbij alseen kind. Is het vuur in jou gedoofd zoek dan tot je weer gelooft mensen geven elkaar kracht: ook al klinkt hun stem soms zacht. Warmte, licht, geborgenheid, tafels vol gezelligheid, kerstmis dat zit binnenin: in een hemels nieuw begin!w
  • 48.
    Als je allehoop verliest en de kou je hart bevriest, als de kilte je doordringt, als cynisme je omringt Fluisterdan datje gelooft in een nieuwbegin; dat Hij weergeborenwordt, ergensdichtbij alseen kind. Is het vuur in jou gedoofd zoek dan tot je weer gelooft mensen geven elkaar kracht: ook al klinkt hun stem soms zacht. Warmte, licht, geborgenheid, tafels vol gezelligheid, kerstmis dat zit binnenin: in een hemels nieuw begin!w