Welkom

 Voorganger dhr de Lange
Organist Johannes de Vries
VDD ELB 299
Welk een vriend is onze Jezus
Welk een vriend is onze Jezus (EL 299)   t. J. Scriver; m. C.C. Converse; v. Joh. De Heer
Welk een vriend is onze Jezus (EL 299)   t. J. Scriver; m. C.C. Converse; v. Joh. De Heer
Welk een vriend is onze Jezus (EL 299)   t. J. Scriver; m. C.C. Converse; v. Joh. De Heer
Welk een vriend is onze Jezus (EL 299)   t. J. Scriver; m. C.C. Converse; v. Joh. De Heer
Welk een vriend is onze Jezus (EL 299)   t. J. Scriver; m. C.C. Converse; v. Joh. De Heer
Welk een vriend is onze Jezus (EL 299)   t. J. Scriver; m. C.C. Converse; v. Joh. De Heer
Welkom

 Voorganger dhr de Lange
Organist Johannes de Vries
P 103 – 7, 3
Maar ‘s Heren gunst
Psalm 103 (LvdK)   t. J.W. Schulte Nordholt; m. Straatsburg 1539/1543
Psalm 103 (LvdK)   t. J.W. Schulte Nordholt; m. Straatsburg 1539/1543
Psalm 103 (LvdK)   t. J.W. Schulte Nordholt; m. Straatsburg 1539/1543
Psalm 103 (LvdK)   t. J.W. Schulte Nordholt; m. Straatsburg 1539/1543
Votum en groet

    Ere zij de Vader en de Zoon
        En de Heilige Geest,
 Als in den beginne, nu en immer,
En van eeuwigheid tot eeuwigheid.
                Amen.
Richtlijnen voor het leven,
   daarna G 314 – 1, 3
allen:




Gij die gelooft, verheugt u samen (LvdK 314)   v. R. Bennink Janssonius; m. J.B. König (?)
Gij die gelooft, verheugt u samen (LvdK 314)   v. R. Bennink Janssonius; m. J.B. König (?)
Gij die gelooft, verheugt u samen (LvdK 314)   v. R. Bennink Janssonius; m. J.B. König (?)
Gij die gelooft, verheugt u samen (LvdK 314)   v. R. Bennink Janssonius; m. J.B. König (?)
Gebed
Als je geen liefde hebt
      voor elkaar
allen:




                                                             volgende: allen


Als je geen liefde hebt voor elkaar (AWN 3.19)(EL 422)   t. H. Lam; m. W. ter Burg
allen:




                                                         volgende: vrouwen


Als je geen liefde hebt voor elkaar (AWN 3.19)(EL 422)   t. H. Lam; m. W. ter Burg
vrouwen:




                                                             volgende: allen


Als je geen liefde hebt voor elkaar (AWN 3.19)(EL 422)   t. H. Lam; m. W. ter Burg
allen:




                                                         volgende: mannen


Als je geen liefde hebt voor elkaar (AWN 3.19)(EL 422)   t. H. Lam; m. W. ter Burg
mannen:




                                                             volgende: allen


Als je geen liefde hebt voor elkaar (AWN 3.19)(EL 422)   t. H. Lam; m. W. ter Burg
allen:




                                                             volgende: allen


Als je geen liefde hebt voor elkaar (AWN 3.19)(EL 422)   t. H. Lam; m. W. ter Burg
allen:




                                                             volgende: allen


Als je geen liefde hebt voor elkaar (AWN 3.19)(EL 422)   t. H. Lam; m. W. ter Burg
allen:




Als je geen liefde hebt voor elkaar (AWN 3.19)(EL 422)   t. H. Lam; m. W. ter Burg
Wij gaan, tot straks!!
Lezen OT Exod. 3 : 1 t/m 12
1 Mozes was gewoon de schapen en
geiten van zijn schoonvader Jetro, de
Midjanitische priester, te weiden. Eens
dreef hij de kudde tot voorbij het
steppeland, en zo kwam hij bij de
Horeb, de berg van God. 2 Daar
verscheen de engel van de HEER aan
hem in een vuur dat uit een
doornstruik opvlamde. Mozes zag dat
de struik in brand
stond en toch niet door het vuur werd
verteerd. 3 Hoe kan het dat die struik
niet verbrandt? dacht hij. Ik ga dat
wonderlijke verschijnsel eens van
dichtbij bekijken. 4 Maar toen de HEER
zag dat Mozes dat ging doen, riep hij
hem vanuit de struik: ‘Mozes! Mozes!’
‘Ik luister,’ antwoordde Mozes. 5 ‘Kom
niet dichterbij,’
waarschuwde de HEER, ‘en trek je sandalen
uit, want de grond waarop je staat, is heilig.
6 Ik ben de God van je vader, de God van
Abraham, de God van Isaak en de God van
Jakob.’ Mozes bedekte zijn gezicht, want hij
durfde niet naar God te kijken.
7 De HEER zei: ‘Ik heb gezien hoe ellendig
mijn volk er in Egypte aan toe is,
ik heb hun jammerklachten over hun
onderdrukkers gehoord, ik weet hoe ze
lijden. 8 Daarom ben ik afgedaald om
hen uit de macht van de Egyptenaren
te bevrijden, en om hen uit Egypte
naar een mooi en uitgestrekt land te
brengen, een land dat overvloeit van
melk en honing, het gebied van de
Kanaänieten, de Hethieten, Amorieten,
Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten.
9 De jammerklacht van de Israëlieten is
tot mij doorgedrongen en ik heb
gezien hoe wreed de Egyptenaren hen
onderdrukken. 10 Daarom stuur ik jou
nu naar de farao: jij moet mijn volk, de
Israëlieten, uit Egypte wegleiden.’
11 Mozes zei: ‘Maar wie ben ik dat ik
naar de farao zou gaan en de
Israëlieten uit Egypte zou leiden?’
12 God antwoordde: ‘Ik zal bij je zijn.
En dit zal voor jou het teken zijn dat ik
je heb gestuurd: als je het volk uit
Egypte hebt weggeleid, zullen jullie
God bij deze berg vereren.’
Lezen NT Johannes 2 : 1 t/m 11
1 Op de derde dag was er een bruiloft
in Kana, in Galilea. De moeder van
Jezus was er, 2 en ook Jezus en zijn
leerlingen waren op de bruiloft
uitgenodigd. 3 Toen de wijn bijna op
was, zei de moeder van Jezus tegen
hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’ 4
‘Wat wilt u van me?’ zei Jezus. ‘Mijn
tijd is nog niet gekomen.’ 5 Daarop
sprak zijn moeder de bedienden aan
‘Doe maar wat hij jullie zegt, wat het
ook is.’ 6 Nu stonden daar voor het
Joodse reinigingsritueel zes stenen
watervaten, elk met een inhoud van
twee à drie metrete. 7 Jezus zei tegen
de bedienden: ‘Vul de vaten met water.’
Ze vulden ze tot de rand. 8 Toen zei hij:
‘Schep er nu wat uit, en breng dat naar
de ceremoniemeester.’ Dat deden ze.
9 En toen de ceremoniemeester het
water dat wijn geworden was, proefde
– hij wist niet waar die vandaan kwam,
maar de bedienden die het water
geschept hadden wisten het wel – riep
hij de bruidegom 10 en zei tegen hem:
‘Iedereen zet zijn gasten eerst de
goede wijn voor en als ze dronken zijn
de minder goede.
Maar u hebt de beste wijn tot nu
bewaard!’ 11 Dit heeft Jezus in Kana, in
Galilea, gedaan als eerste
wonderteken; hij toonde zo zijn
grootheid en zijn leerlingen geloofden
in hem.
G 326 – 1, 4
Een rijke schat van Wijsheid
allen:




Een rijke schat van wijsheid (LvdK 326)   v. A.C. den Besten; m. Neurenberg 1527
Een rijke schat van wijsheid (LvdK 326)   v. A.C. den Besten; m. Neurenberg 1527
Een rijke schat van wijsheid (LvdK 326)   v. A.C. den Besten; m. Neurenberg 1527
Een rijke schat van wijsheid (LvdK 326)   v. A.C. den Besten; m. Neurenberg 1527
Verkondiging
JdH 54 – 1, 2, 4
Hoort Jezus noodt u
1 Hoort, Jezus noodt u:
komt tot het feest,
komt, alle dingen zijn gereed.
Voor arm en rijk is er plaats bereid,
trek aan thans het bruiloftskleed.
Elk die wil mag komen,
gaat in de Koningszaal.
O, zwakken en vermoeiden,
daar 's plaats aan't Bruiloftsmaal.
2 Hoort, Jezus noodt u:
komt tot het feest,
kom, o mijn vriend nog is het tijd,
ga binnen blijf toch niet buiten staan,
voor u is ook plaats bereid.
Elk die wil mag komen,
gaat in de Koningszaal.
O, zwakken en vermoeiden,
daar 's plaats aan't Bruiloftsmaal.
4 Hoort. Jezus noodt u:
komt tot het feest, kom, arme zondaar
stel niet uit,
de Vader roept u een welkom toe,
kom, neem nu een vast besluit.
Elk die wil mag komen,
gaat in de Koningszaal.
O, zwakken en vermoeiden,
daar 's plaats aan't Bruiloftsmaal.
Geloofsbelijdenis
    (gelezen)
ELB 413 – 1, 2, 4
 De Lichtstad
allen:




Lichtstad met uw paarlen poorten (EL 413)   t. M.A. Alt
Lichtstad met uw paarlen poorten (EL 413)   t. M.A. Alt
Lichtstad met uw paarlen poorten (EL 413)   t. M.A. Alt
Lichtstad met uw paarlen poorten (EL 413)   t. M.A. Alt
Lichtstad met uw paarlen poorten (EL 413)   t. M.A. Alt
Lichtstad met uw paarlen poorten (EL 413)   t. M.A. Alt
Dankgebed en voorbeden
Collecte
 1ste voor evangelisatie
2de voor eigen gemeente
ELB 212 – 1, 2
Wat een voorrecht
allen:




Heer wat een voorrecht (EL 212)   t. & m. W.J. en B. Gaither; v. H. Lieberton
Heer wat een voorrecht (EL 212)   t. & m. W.J. en B. Gaither; v. H. Lieberton
Heer wat een voorrecht (EL 212)   t. & m. W.J. en B. Gaither; v. H. Lieberton
Heer wat een voorrecht (EL 212)   t. & m. W.J. en B. Gaither; v. H. Lieberton
Zegenbede
 3 x amen
Wilhelmus
allen:




Wilhelmus van Nassouwe (LvdK 411)   t. M. van st. Aldegonde (?); m. Valerius
Wilhelmus van Nassouwe (LvdK 411)   t. M. van st. Aldegonde (?); m. Valerius
Wilhelmus van Nassouwe (LvdK 411)   t. M. van st. Aldegonde (?); m. Valerius
Wilhelmus van Nassouwe (LvdK 411)   t. M. van st. Aldegonde (?); m. Valerius
Roeping

Roeping

  • 1.
    Welkom Voorganger dhrde Lange Organist Johannes de Vries
  • 2.
    VDD ELB 299 Welkeen vriend is onze Jezus
  • 3.
    Welk een vriendis onze Jezus (EL 299) t. J. Scriver; m. C.C. Converse; v. Joh. De Heer
  • 4.
    Welk een vriendis onze Jezus (EL 299) t. J. Scriver; m. C.C. Converse; v. Joh. De Heer
  • 5.
    Welk een vriendis onze Jezus (EL 299) t. J. Scriver; m. C.C. Converse; v. Joh. De Heer
  • 6.
    Welk een vriendis onze Jezus (EL 299) t. J. Scriver; m. C.C. Converse; v. Joh. De Heer
  • 7.
    Welk een vriendis onze Jezus (EL 299) t. J. Scriver; m. C.C. Converse; v. Joh. De Heer
  • 8.
    Welk een vriendis onze Jezus (EL 299) t. J. Scriver; m. C.C. Converse; v. Joh. De Heer
  • 9.
    Welkom Voorganger dhrde Lange Organist Johannes de Vries
  • 10.
    P 103 –7, 3 Maar ‘s Heren gunst
  • 11.
    Psalm 103 (LvdK) t. J.W. Schulte Nordholt; m. Straatsburg 1539/1543
  • 12.
    Psalm 103 (LvdK) t. J.W. Schulte Nordholt; m. Straatsburg 1539/1543
  • 13.
    Psalm 103 (LvdK) t. J.W. Schulte Nordholt; m. Straatsburg 1539/1543
  • 14.
    Psalm 103 (LvdK) t. J.W. Schulte Nordholt; m. Straatsburg 1539/1543
  • 15.
    Votum en groet Ere zij de Vader en de Zoon En de Heilige Geest, Als in den beginne, nu en immer, En van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
  • 16.
    Richtlijnen voor hetleven, daarna G 314 – 1, 3
  • 17.
    allen: Gij die gelooft,verheugt u samen (LvdK 314) v. R. Bennink Janssonius; m. J.B. König (?)
  • 18.
    Gij die gelooft,verheugt u samen (LvdK 314) v. R. Bennink Janssonius; m. J.B. König (?)
  • 19.
    Gij die gelooft,verheugt u samen (LvdK 314) v. R. Bennink Janssonius; m. J.B. König (?)
  • 20.
    Gij die gelooft,verheugt u samen (LvdK 314) v. R. Bennink Janssonius; m. J.B. König (?)
  • 21.
  • 22.
    Als je geenliefde hebt voor elkaar
  • 23.
    allen: volgende: allen Als je geen liefde hebt voor elkaar (AWN 3.19)(EL 422) t. H. Lam; m. W. ter Burg
  • 24.
    allen: volgende: vrouwen Als je geen liefde hebt voor elkaar (AWN 3.19)(EL 422) t. H. Lam; m. W. ter Burg
  • 25.
    vrouwen: volgende: allen Als je geen liefde hebt voor elkaar (AWN 3.19)(EL 422) t. H. Lam; m. W. ter Burg
  • 26.
    allen: volgende: mannen Als je geen liefde hebt voor elkaar (AWN 3.19)(EL 422) t. H. Lam; m. W. ter Burg
  • 27.
    mannen: volgende: allen Als je geen liefde hebt voor elkaar (AWN 3.19)(EL 422) t. H. Lam; m. W. ter Burg
  • 28.
    allen: volgende: allen Als je geen liefde hebt voor elkaar (AWN 3.19)(EL 422) t. H. Lam; m. W. ter Burg
  • 29.
    allen: volgende: allen Als je geen liefde hebt voor elkaar (AWN 3.19)(EL 422) t. H. Lam; m. W. ter Burg
  • 30.
    allen: Als je geenliefde hebt voor elkaar (AWN 3.19)(EL 422) t. H. Lam; m. W. ter Burg
  • 31.
    Wij gaan, totstraks!!
  • 32.
    Lezen OT Exod.3 : 1 t/m 12
  • 33.
    1 Mozes wasgewoon de schapen en geiten van zijn schoonvader Jetro, de Midjanitische priester, te weiden. Eens dreef hij de kudde tot voorbij het steppeland, en zo kwam hij bij de Horeb, de berg van God. 2 Daar verscheen de engel van de HEER aan hem in een vuur dat uit een doornstruik opvlamde. Mozes zag dat de struik in brand
  • 34.
    stond en tochniet door het vuur werd verteerd. 3 Hoe kan het dat die struik niet verbrandt? dacht hij. Ik ga dat wonderlijke verschijnsel eens van dichtbij bekijken. 4 Maar toen de HEER zag dat Mozes dat ging doen, riep hij hem vanuit de struik: ‘Mozes! Mozes!’ ‘Ik luister,’ antwoordde Mozes. 5 ‘Kom niet dichterbij,’
  • 35.
    waarschuwde de HEER,‘en trek je sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig. 6 Ik ben de God van je vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.’ Mozes bedekte zijn gezicht, want hij durfde niet naar God te kijken. 7 De HEER zei: ‘Ik heb gezien hoe ellendig mijn volk er in Egypte aan toe is,
  • 36.
    ik heb hunjammerklachten over hun onderdrukkers gehoord, ik weet hoe ze lijden. 8 Daarom ben ik afgedaald om hen uit de macht van de Egyptenaren te bevrijden, en om hen uit Egypte naar een mooi en uitgestrekt land te brengen, een land dat overvloeit van melk en honing, het gebied van de Kanaänieten, de Hethieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten.
  • 37.
    9 De jammerklachtvan de Israëlieten is tot mij doorgedrongen en ik heb gezien hoe wreed de Egyptenaren hen onderdrukken. 10 Daarom stuur ik jou nu naar de farao: jij moet mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte wegleiden.’ 11 Mozes zei: ‘Maar wie ben ik dat ik naar de farao zou gaan en de Israëlieten uit Egypte zou leiden?’
  • 38.
    12 God antwoordde:‘Ik zal bij je zijn. En dit zal voor jou het teken zijn dat ik je heb gestuurd: als je het volk uit Egypte hebt weggeleid, zullen jullie God bij deze berg vereren.’
  • 39.
    Lezen NT Johannes2 : 1 t/m 11
  • 40.
    1 Op dederde dag was er een bruiloft in Kana, in Galilea. De moeder van Jezus was er, 2 en ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd. 3 Toen de wijn bijna op was, zei de moeder van Jezus tegen hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’ 4 ‘Wat wilt u van me?’ zei Jezus. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen.’ 5 Daarop sprak zijn moeder de bedienden aan
  • 41.
    ‘Doe maar wathij jullie zegt, wat het ook is.’ 6 Nu stonden daar voor het Joodse reinigingsritueel zes stenen watervaten, elk met een inhoud van twee à drie metrete. 7 Jezus zei tegen de bedienden: ‘Vul de vaten met water.’ Ze vulden ze tot de rand. 8 Toen zei hij: ‘Schep er nu wat uit, en breng dat naar de ceremoniemeester.’ Dat deden ze.
  • 42.
    9 En toende ceremoniemeester het water dat wijn geworden was, proefde – hij wist niet waar die vandaan kwam, maar de bedienden die het water geschept hadden wisten het wel – riep hij de bruidegom 10 en zei tegen hem: ‘Iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor en als ze dronken zijn de minder goede.
  • 43.
    Maar u hebtde beste wijn tot nu bewaard!’ 11 Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als eerste wonderteken; hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in hem.
  • 44.
    G 326 –1, 4 Een rijke schat van Wijsheid
  • 45.
    allen: Een rijke schatvan wijsheid (LvdK 326) v. A.C. den Besten; m. Neurenberg 1527
  • 46.
    Een rijke schatvan wijsheid (LvdK 326) v. A.C. den Besten; m. Neurenberg 1527
  • 47.
    Een rijke schatvan wijsheid (LvdK 326) v. A.C. den Besten; m. Neurenberg 1527
  • 48.
    Een rijke schatvan wijsheid (LvdK 326) v. A.C. den Besten; m. Neurenberg 1527
  • 49.
  • 50.
    JdH 54 –1, 2, 4 Hoort Jezus noodt u
  • 51.
    1 Hoort, Jezusnoodt u: komt tot het feest, komt, alle dingen zijn gereed. Voor arm en rijk is er plaats bereid, trek aan thans het bruiloftskleed.
  • 52.
    Elk die wilmag komen, gaat in de Koningszaal. O, zwakken en vermoeiden, daar 's plaats aan't Bruiloftsmaal.
  • 53.
    2 Hoort, Jezusnoodt u: komt tot het feest, kom, o mijn vriend nog is het tijd, ga binnen blijf toch niet buiten staan, voor u is ook plaats bereid.
  • 54.
    Elk die wilmag komen, gaat in de Koningszaal. O, zwakken en vermoeiden, daar 's plaats aan't Bruiloftsmaal.
  • 55.
    4 Hoort. Jezusnoodt u: komt tot het feest, kom, arme zondaar stel niet uit, de Vader roept u een welkom toe, kom, neem nu een vast besluit.
  • 56.
    Elk die wilmag komen, gaat in de Koningszaal. O, zwakken en vermoeiden, daar 's plaats aan't Bruiloftsmaal.
  • 57.
  • 58.
    ELB 413 –1, 2, 4 De Lichtstad
  • 59.
    allen: Lichtstad met uwpaarlen poorten (EL 413) t. M.A. Alt
  • 60.
    Lichtstad met uwpaarlen poorten (EL 413) t. M.A. Alt
  • 61.
    Lichtstad met uwpaarlen poorten (EL 413) t. M.A. Alt
  • 62.
    Lichtstad met uwpaarlen poorten (EL 413) t. M.A. Alt
  • 63.
    Lichtstad met uwpaarlen poorten (EL 413) t. M.A. Alt
  • 64.
    Lichtstad met uwpaarlen poorten (EL 413) t. M.A. Alt
  • 65.
  • 66.
    Collecte 1ste voorevangelisatie 2de voor eigen gemeente
  • 67.
    ELB 212 –1, 2 Wat een voorrecht
  • 68.
    allen: Heer wat eenvoorrecht (EL 212) t. & m. W.J. en B. Gaither; v. H. Lieberton
  • 69.
    Heer wat eenvoorrecht (EL 212) t. & m. W.J. en B. Gaither; v. H. Lieberton
  • 70.
    Heer wat eenvoorrecht (EL 212) t. & m. W.J. en B. Gaither; v. H. Lieberton
  • 71.
    Heer wat eenvoorrecht (EL 212) t. & m. W.J. en B. Gaither; v. H. Lieberton
  • 72.
  • 73.
  • 74.
    allen: Wilhelmus van Nassouwe(LvdK 411) t. M. van st. Aldegonde (?); m. Valerius
  • 75.
    Wilhelmus van Nassouwe(LvdK 411) t. M. van st. Aldegonde (?); m. Valerius
  • 76.
    Wilhelmus van Nassouwe(LvdK 411) t. M. van st. Aldegonde (?); m. Valerius
  • 77.
    Wilhelmus van Nassouwe(LvdK 411) t. M. van st. Aldegonde (?); m. Valerius