Het Profetisch Woord:
Daniël 12:5 e.v.
Tijd, tijden en een halve tijd
Wonderlijke dingen?
Verstandigen – goddelozen
Wat is het gedurig offer?
Structuur Daniël 12:4-13 - epiloog
•12:4 sluit de woorden en verzegel de boekrol
•12:4 a velen zullen doelloos jagen
•12:4 b kwaad zal toenemen
•12:5-7 de 3,5 jaar
•12:8 wat zal het einde zijn?
•12:9 de woorden toegesloten en verzegeld
•12:10 a velen zullen zich zuiveren
•12:10 b de wettelozen doen wetteloosheid
•12:11,12 twee periodes na de 3,5 jaar
•12:13 je zult staan in je lot(deel) op het einde
Tigris / Hiddekel = doorn
Ik, Daniël zag, en zie! Twee anderen stonden
er; één hier op de oever van de waterweg en
één daar op de oever van de waterweg
Daniël 12:5
oever  Hb: saphah de lip
2 oevers  2 lippen; de mond
water  het woord
boord van het kleed van de hoge-
priester
Twee naamlozen, aan weerszijden
van de rivier Tigris.
+ de man, gekleed in
linnen boven de rivier.
Twee getuigen, die
horen wat gezegd wordt?
(vergelijk Openbaring 11; Zacharia 4)
de man, gekleed in
linnen boven de
waterweg (rivier)
Linnen: beeld van opstanding,
priesterschap; gemaakt van
vlas 
Vlas  linnen
Daniël vraagt aan de man in linnen:
Tot wanneer is het einde van de
wonderen waarvan u tot mij
gesproken hebt en van de reiniging
van dezen?
Daniël 12:6
Jesaja 6:11
Toen zei ik: hoelang, Jahweh?
Hij zei: totdat de steden verwoest
zijn, zodat er geen inwoner is,
en de huizen, zodat er geen mens
is, en het land verworden is tot een
woestenij……
Ik hoorde de Man, gekleed in linnen, die
boven de wateren van de waterweg was:
“7tot het tijdvak (kairos – era) van het einde0”
Daniël 12:7
wateren: zegt iets over de tijd,
majim is volgens rabbijnen
‘wateren van de tijd’
Daniël 12:7
Hij hief zijn rechter- en zijn linkerhand tot
de hemelen en zweert (shbo) bij Hem die
gedurende de eon leeft, dat het is voor:
te aangewezener tijd, aangewezen tijden en
een helft
Tijdvakken – tijdtabel – tot wanneer?
Einde 69e week op 10e nisan (abib)
Lucas 19: tocht over Olijfberg naar
Jeruzalem
2000 jaar
Bazuin van God – 1 Thessalonicenzen 4
70e week van Daniël 9:24-27
2e helft van die week
Bazuin van God –
1 Thessalonicenzen 4:13-18
Begin en 1e helft van de laatste jaarweek:
macht van de Joden neem toe:
- zij zijn financiële heersers te Babylon
- zij oefenen hun religieuze rechten in
Jeruzalem uit
Financiële macht en religie
in ongeloof – Joodse volk
Jesaja 29:1-14 over vandaag
2e helft van de laatste jaarweek:
tijd, tijden en halve tijd (Openbaring 12:14;
Daniël 12:7)
42 maanden (Openbaring 11:2; 13:5)
1260 dagen (Openbaring 11:3; 12:6)
tot wanneer?
Daniël 12:7
[en wanneer] is voleind de hand van het
heilige volk te verbrijzelen, zullen al deze
dingen voleinden
de hand van het heilige volk
 jad/jod/Juda
de dagen zullen “ingekort” worden – tot 1260
Mattheüs 24:22
grote verdrukking
wederkomst van Jezus Christus
als in de dagen van Noach
gelijkenissen
gericht over de volken
dezen gaan in eonisch leven
anderen in eonische afsnijding
Ik hoorde en verstond niet.
Ik zei: Mijn heer, wat is het laatste
van die dingen? Daniël 12:8
de latere dagen
2 Petrus 3:3 Jakobus 5:3 Handelingen 2:17
2 Timotheüs 3:1 Jesaja 2:2 Micha 4:1
Hebreeën 1:1
Hij zei: ga, Daniël! Want toegesloten en
verzegeld zijn de woorden tot op het
tijdvak (era) van het einde. Daniël 12:9
voor wie?
- een bedekking ligt over de Schrift!
* voor de ongelovigen;
* voor hen voor wie het Woord is:
gebod op gebod, regel op regel
de wettelozen zullen wetteloos handelen
geen van de wettelozen zal verstaan
Daniël 12:10
De wetteloosheid zal
toenemen en de
liefde zal verkillen, de
wettelozen
verstaan niet
velen zullen zich zuiveren,
zich wit maken en gelouterd worden
de verstandigen zullen verstaan
Wie zullen verstaan? 
de masjkilim = de gelovigen!
1260 dagen  einde verdrukking
1290 dagen  ritueel hersteld
1335 dagen  opstanding van de
rechtvaardigen
gerekend vanaf het midden
van de 70e jaarweek
Mattheüs 24:15

Profetisch woord20

  • 1.
    Het Profetisch Woord: Daniël12:5 e.v. Tijd, tijden en een halve tijd Wonderlijke dingen? Verstandigen – goddelozen Wat is het gedurig offer?
  • 2.
    Structuur Daniël 12:4-13- epiloog •12:4 sluit de woorden en verzegel de boekrol •12:4 a velen zullen doelloos jagen •12:4 b kwaad zal toenemen •12:5-7 de 3,5 jaar •12:8 wat zal het einde zijn? •12:9 de woorden toegesloten en verzegeld •12:10 a velen zullen zich zuiveren •12:10 b de wettelozen doen wetteloosheid •12:11,12 twee periodes na de 3,5 jaar •12:13 je zult staan in je lot(deel) op het einde
  • 4.
  • 5.
    Ik, Daniël zag,en zie! Twee anderen stonden er; één hier op de oever van de waterweg en één daar op de oever van de waterweg Daniël 12:5
  • 6.
    oever  Hb:saphah de lip 2 oevers  2 lippen; de mond water  het woord boord van het kleed van de hoge- priester
  • 7.
    Twee naamlozen, aanweerszijden van de rivier Tigris. + de man, gekleed in linnen boven de rivier. Twee getuigen, die horen wat gezegd wordt? (vergelijk Openbaring 11; Zacharia 4)
  • 8.
    de man, gekleedin linnen boven de waterweg (rivier) Linnen: beeld van opstanding, priesterschap; gemaakt van vlas 
  • 9.
  • 10.
    Daniël vraagt aande man in linnen: Tot wanneer is het einde van de wonderen waarvan u tot mij gesproken hebt en van de reiniging van dezen? Daniël 12:6
  • 11.
    Jesaja 6:11 Toen zeiik: hoelang, Jahweh? Hij zei: totdat de steden verwoest zijn, zodat er geen inwoner is, en de huizen, zodat er geen mens is, en het land verworden is tot een woestenij……
  • 12.
    Ik hoorde deMan, gekleed in linnen, die boven de wateren van de waterweg was: “7tot het tijdvak (kairos – era) van het einde0” Daniël 12:7
  • 13.
    wateren: zegt ietsover de tijd, majim is volgens rabbijnen ‘wateren van de tijd’
  • 14.
    Daniël 12:7 Hij hiefzijn rechter- en zijn linkerhand tot de hemelen en zweert (shbo) bij Hem die gedurende de eon leeft, dat het is voor: te aangewezener tijd, aangewezen tijden en een helft
  • 15.
    Tijdvakken – tijdtabel– tot wanneer? Einde 69e week op 10e nisan (abib) Lucas 19: tocht over Olijfberg naar Jeruzalem 2000 jaar Bazuin van God – 1 Thessalonicenzen 4 70e week van Daniël 9:24-27 2e helft van die week
  • 16.
    Bazuin van God– 1 Thessalonicenzen 4:13-18
  • 17.
    Begin en 1ehelft van de laatste jaarweek: macht van de Joden neem toe: - zij zijn financiële heersers te Babylon - zij oefenen hun religieuze rechten in Jeruzalem uit
  • 18.
    Financiële macht enreligie in ongeloof – Joodse volk Jesaja 29:1-14 over vandaag
  • 19.
    2e helft vande laatste jaarweek: tijd, tijden en halve tijd (Openbaring 12:14; Daniël 12:7) 42 maanden (Openbaring 11:2; 13:5) 1260 dagen (Openbaring 11:3; 12:6) tot wanneer?
  • 20.
    Daniël 12:7 [en wanneer]is voleind de hand van het heilige volk te verbrijzelen, zullen al deze dingen voleinden
  • 21.
    de hand vanhet heilige volk  jad/jod/Juda
  • 22.
    de dagen zullen“ingekort” worden – tot 1260 Mattheüs 24:22 grote verdrukking wederkomst van Jezus Christus als in de dagen van Noach gelijkenissen gericht over de volken dezen gaan in eonisch leven anderen in eonische afsnijding
  • 23.
    Ik hoorde enverstond niet. Ik zei: Mijn heer, wat is het laatste van die dingen? Daniël 12:8 de latere dagen 2 Petrus 3:3 Jakobus 5:3 Handelingen 2:17 2 Timotheüs 3:1 Jesaja 2:2 Micha 4:1 Hebreeën 1:1
  • 24.
    Hij zei: ga,Daniël! Want toegesloten en verzegeld zijn de woorden tot op het tijdvak (era) van het einde. Daniël 12:9 voor wie?
  • 25.
    - een bedekkingligt over de Schrift! * voor de ongelovigen; * voor hen voor wie het Woord is: gebod op gebod, regel op regel
  • 26.
    de wettelozen zullenwetteloos handelen geen van de wettelozen zal verstaan Daniël 12:10 De wetteloosheid zal toenemen en de liefde zal verkillen, de wettelozen verstaan niet
  • 27.
    velen zullen zichzuiveren, zich wit maken en gelouterd worden de verstandigen zullen verstaan Wie zullen verstaan?  de masjkilim = de gelovigen!
  • 29.
    1260 dagen einde verdrukking 1290 dagen  ritueel hersteld 1335 dagen  opstanding van de rechtvaardigen gerekend vanaf het midden van de 70e jaarweek Mattheüs 24:15