Gerechtshof ‘s –Hertogenbosch
Inzake : cliënt
Parketnummer : 20 – 001488-09
Pleitnota.
Inhoudsopgave:
1. inleiding
2. Primair:Nietontvankelijkheid
• Inleiding
• Aanhoudingenophoudingvoorverhoor
• In verzekeringstelling
• conclusie
3. subsidiair:ontslagvanalle rechtsvervolgingopgrondvannoodweerdanwel noodweerexces
• Noodweer
i. Feiten
ii. Waarom noodweer?
iii. conclusie
• Noodweerexces
i. Extensief exces
ii. Welke variantvanextensief exces
iii. Hersenschudding
iv. conclusie
Ad 1. Inleiding
Edelachtbaarcollege,geachteOfficiervanJustitie,
In deze zaakwordtmijncliëntdoorhetopenbaarministerie tenlaste gelegdopzettelijke mishandeling
van eenpersoonex artikel 300Sr.
De centrale vraagindit procesis:waar ligtde grens?De grensvoorde overheidvoorwatbetrefthet
oprekkenvande wet,ende grensvoor mijncliëntwaarhetbetreftzijnhandelenineendreigende
situatie.De eerste vraagzal ikbeantwoordenaande handvande formele rechtsvragenende tweede
vraag zal ikbeantwoordenaande handvande materiëlerechtsvragen.
Bij hetbeantwoordenvande formele rechtsvragenex art.348 Sv zal ik primairnietontvankelijkheidvan
hetopenbaarministeriebepleitenomdatindeze specifiekesituatie sprake isvaneenernstige inbreuk
op de beginselenvaneenbehoorlijke procesorde.Daarnaastbepleitiksubsidiairontslagvanalle
rechtsvervolgingopgrondvannoodweer,ex artikel 41lid1 Sr dan wel noodweerexcesex art.41 lid2 Sr
omdatik meendatmijncliënttijdenszijnhandelen verkeerde ineenhevige gemoedstoestand.
Ad 2. Nietontvankelijkheid:
Inleiding:
In onsrechtssysteemwordeninde artikelen348 en350 Svalle vragenbeschrevenwaaroverde rechter
eenbeslissingmoetnemen.Dezevragenstaanookwel bekendalsde formele enmateriële
rechtsvragen.Opgrondvan artikel 348 Sv dienthetHof te oordelen opde grondslagvande
tenlastelegging.Artikel348 Sv steltonderandere ookdatde ontvankelijkheidvande officiervanjustitie
moetwordenvastgesteld.Inmijnbetoogzal ikaantonendatindeze zaakde officiervanjustitieniet
ontvankelijkmoetwordenverklaard.
Aanhoudingenophoudenvoorverhoor:
In deze zaakismijncliëntopzaterdag18 oktober2008 om 01:40 uuraangehoudenendiezelfde dagom
03:10 voorgeleidaaneenhulpofficiervanjustitie tertoetsingvande aanhouding.Totzovergaatalles
goed;de hulpofficiertoetstinditgeval de rechtmatigheidvande aanhoudingende cliëntmag,nadatde
hulpofficierheeftgeconcludeerddatde aanhoudingrechtmatigis,nog6 urenopgehoudenwordenvoor
onderzoek.Deze termijnvangtaanophetmomentdat de hulpofficiervanjustitie beveeltdatde cliënt
wordtopgehoudenvooronderzoek(Hoge RaadLJN AP213, 2004). Inartikel 61 lid2 Sv staat beschreven
dat de urentussen00:00 uur en09:00 uur nietmeegerekendwordenwaardoorde termijnvan
maximaal 6 uur ophoudennietwerdoverschreden,immersom11:30 werdmijncliëntinhetkadervan
de inverzekeringstellingvoorgeleidengehoordenrond13:00 uur werdde cliëntinverzekeringgesteld.
Echter artikel 61 lid1 Svsteltooknog eenandere voorwaarde namelijkdatde verdachte wordt
gehoord.Inhetaanvullendeproces-verbaal vanbevindingend.d.19oktober2008 staatte lezendatde
cliënttijdenszijnophoudingvooronderzoeknietgehoordisomdathij om13:00 uur die dagin
verzekeringisgesteld.Numijncliëntnietgehoordistijdenszijnophoudingheeftde politieeenwettelijk
voorschriftnietnageleefd.Ikkomhierinmijnconclusieverderopterug.
In verzekeringstelling:
Zoalsgezegdisde cliëntop19 oktober2008 omstreeks13:00 uur in verzekeringgesteld.
Artikel 57 lid1 Svsteltdat eencliëntalleeninverzekeringmagwordengesteldwanneerditinhet
belangisvanhet onderzoek.Ermoetdussprake zijnvaneenonderzoeksbelang.Omdatereengetuigeis
gehoordom13:20 uur is ervanaf dattijdstipgeensprake meervaneenonderzoeksbelang.
De cliëntisechterpasop maandagmiddagom13:45 heengezonden.Ditallesinhetkadervaneen
projectvande politie genaamd“eenweekendje weg”waarbij hetdoelvanditprojectisverdachten
gedurende hetweekendvande straatte houdenenhenleedtoe te voegen.
Nude cliëntinhetkadervandit projecthetgehele weekendisvastgehouden,ismijninzienshet
onderzoeksbelanglosgelatenwathetgeleidttothetfeitdatde cliënt1 dag onrechtmatigvanzijn
vrijheidberoofdisgeweest.
Conclusie:
Vastgesteldkanwordendatde cliëntnietisgehoordtijdenszijnophoudingendatde cliënt1 dag
onrechtmatigvanzijnvrijheidberoofdisgeweest.Deze feitenzijnnietalleeninstrijdmethet
Nederlandse rechtmaarookmet Europeesrecht.Hetvoortdurenvande inverzekeringstellingvande
cliëntisnamelijkinstrijdmethetEuropeesVerdragvande Rechtenvande Mens(artikel 5EVRM). Nu
deze schendingenzijngepleegdinhetkadervanhetproject“Weekendjeweg”isermijninzienssprake
van misbruikvanhetprocesrecht.Vande overheidmagverwachtwordendatde burgerseropkunnen
vertrouwendatzij geenmisbruikmaaktvanwet- enregelgeving(détournementde pouvoir).Dit
misbruikmoetmijninziensleidentotniet-ontvankelijkheidvanhetopenbaarministeriewegenseen
ernstige inbreukopde beginselenvaneenbehoorlijke procesorde aangeziende belangenvanmijn
cliëntdoelbewust ernstigte kortzijngedaan.
Ad 3. Ontslagvanalle rechtsvervolgingopgrondvan noodweerdanwel noodweerexces.
Noodweer:
Feiten
In de nacht van vrijdag17 oktoberop zaterdag18 oktoberismijncliëntmetzijnvriendenopstapincafé
Millerinhetcentrumvan Tilburg.Ophetmomentdatmijncliëntbinnenkwamzaghij dateenvriendvan
hem,die opdat momentwerkzaamwasalsportierbij café Miller,werdaangevallendooreenaantal
jongens.Mijncliëntheeftgeprobeerdom, naareigenzeggen,de boel te sussen.Echtertijdenszijn
pogingomde boel te sussenwerdmijncliëntdoorde aangeverinzijngezichtgeslagen.Mijncliëntisop
de grond gevallenenheeftde aangeverteruggeslagenomdatdezedreigendopmijncliëntafkwam.
Waaromnoodweer?
In deze situatie heeftmijncliëntgehandeldvanuiteennoodweersituatie.Ikzal ditalsvolgt
onderbouwen.
Artikel 41 lid1 Sr. steltdat vooreenberoepopnoodweerde situatieaande volgende voorwaarden
moetvoldoen:
1. Ogenblikkelijkeenwederrechtelijke aanranding;
2. Vaneigenof andermanslijf,eerbaarheidof goed;
3. Gebodendooreennoodzakelijke verdediging.
4. De noodzakelijke verdedigingmoetproportioneelensubsidiairzijn.
Mijncliënt,zostaat vast,is geslagendoorde aangever.Ookstaatvastdat mijncliëntdaardooropde
grondis gevallen.Vervolgensisde aangeverdreigendenagressief opmijncliëntafgekomenwaardoor
mijncliëntzichzelf wel moestverdedigen.Immersmijncliëntkon,geziende dreigende enagressieve
houdingvande aangever,verwachtendathij nogmaalsgeslagenzouworden.Mijnstandpuntisdater
dussprake was van eenogenblikkelijkdreigendgevaarwaardoormijncliëntzichgenoodzaaktzagom
zichzelf te verdedigen.Teronderbouwingvanditstandpuntwil ookverwijzennaareenuitspraakvande
Hoge Raad (HR 02 februari 1965 NJ1965 262) waarinwordt gestelddat:”Artikel 41Sr, onderde daar
omschrevenomstandighedenstraffeloosheidverzekerende ingeval van"ogenblikkelijke,
wederrechtelijke aanranding",doeltdaarbij nietalleenopgedragingenwelke kunnenworden
beschouwdalseenfeitelijke aantastingvaneigenof eensanderslijf,eerbaarheidof goed,maarookop
gedragingenwelke eenonmiddellijkdreigendgevaarvoorzodanige aantastingopleveren,(…)”.
Voorwat betrefthetproportionaliteitsvereisteheeftmijncliëntproportioneel geweldaangewend,
aangezienhij de aangeverheeftgeslagen,waarmee mijninziensde verdedigingvanmijncliëntin
verhoudingstaatmetde aanval van de aangever.
Tenaanzienvanhet subsidiariteitsvereiste wilikopmerkendatmijncliëntzichnietkononttrekkenaan
de situatie omdatde aangeversnel opmijncliëntafkwammetzoalsgezegdeendreigende enagressieve
houding.Wanneeruwcollegetotde conclusie komtdatmijncliëntzichwel hadkunnenonttrekkenaan
de situatie danwil iku verwijzennaareenarrestvande Hoge Raad waarinhetsubsidiariteitsbeginsel
wordtgerelativeerd(Hoge Raad28 maart 2006, 172).
Conclusie
De conclusie moetdanookzijndat mijncliënteenberoepkandoenopde rechtvaardigingsgrondvan
noodweerex art.41 lid1 Sr. Het Hof dientmijncliëntte ontslaanvanalle rechtsvervolging.
Noodweerexces
Mocht uw college vindendatmijncliëntte verisdoorgeschoteninde verdediging vanzijnlijf,danstel ik
dat mijncliëntte verisdoorgeschotenomdathij verkeerdeineenhevige gemoedstoestand,waardoor
mijncliënteenberoepkandoenopnoodweerexces.
Artikel 41 lid2 Sr steltdat nietstrafbaarisde overschrijdingvande grenzenvannoodzakelijke
verdediging,indiendeze hetonmiddellijkegevolgisgeweestvaneenhevige gemoedstoestand
Extensief exces
Zoalsu ongetwijfeldweet,maaktde Hoge Raad onderscheidtussen2vormenvannoodweerexces.
Namelijkhetintensief enextensiefexces.
Mijninziensishiersprake vaneenextensief exces.Vaneenextensief excesissprake wanneerde
noodweersituatie isbeëindigdende verdachtede verwetengedragingheeftgepleegdomdatdeze
gedraginghetonmiddellijkgevolgisvaneenhevige gemoedsbewegingveroorzaaktdoorde daaraan
voorafgaande wederrechtelijke gedraging.
Welke variantvan extensief exces?
Het extensiefexceskanmenonderverdelenindrie varianten.Indeze situatie issprake vande variant
waarbij mijncliënthandeltkorte tijdnadatde noodweersituatie isbeëindigd.Mijncliëntheeft
waargenomendatzijnvriendwerdaangevallendooreengroepjongeren.Deze daadvanagressie heeft
mijncliëntooknietonberoerdgelaten.Ukuntzich voorstellendatiederpersoneel bepaalde emoties
ervaart,wanneermenmeteigenogenwaarneemtdatéénpersoonwordtaangevallendooreengroep.
Het behoeftdanookgeenuitlegdatmijncliëntookdeze emotieservoerenhetfeitdatzijnvriendwerd
aangevallenhebbendeze emotiesalleenmaarverstrekt.Tochwaszijnintentie tochomde boel te
sussen.Echterbij deze pogingwerdmijncliëntdoorde aangevertegende grondgeslagen.Deze
wederrechtelijke aanrandingincombinatiemetde dreigende enagressieve houdingdie de aangeverliet
zienende emotiesdie mijncliëntervoer,hebbenertoe geleiddaterenige secondenzatentussende
wederrechtelijke aanrandingende handelingenvanmijncliënt.Mijncliëntwaszoalsmenzegt”evenuit
hetloodgeslagen” (eengetuige beschreef zijnblikalsverbaasd) doordeze heftige emoties,waardoor
er eenzeerkorte tijdzattussende noodweersituatie enzijnhandelen.Volledigeheidshalve wil ikuw
college ooknogverwijzennaareenarrestvande Hoge Raad van 20 februari 2007, 148 waarinnavolging
van hetarrestHR LJN ZC 9359, opnieuwisbepaaltdat:“ophettijdstipvande aan de verdachte
verwetengedragingde onderabedoeldesituatie weliswaarisbeëindigdenderhalve de noodzaaktot
verdedigingnietmeerbestaat,dochniettemindeze gedragingtochhetonmiddellijkgevolgisvaneen
hevige gemoedsbewegingveroorzaaktdoorde daaraanvoorafgaande wederrechtelijke aanranding”.
Hersenschudding
Daarnaast heeftmijncliëntdoorde klaptegenzijnhoofdenhetfeitdathij daardoorop de grond is
gevallen eenhersenschuddingopgelopen.Deze hersenschuddingheeftertoegeleiddatmijncliëntzich
nietskanherinnerenvande periodekortnahetontstaanvan deze hersenschudding.Inde literatuur
staat ditook wel bekendalsPTA watstaat voorposttraumatische amnesie.
De hersenschuddingheeftmijninziensookbijgedragentotde hevige gemoedstoestandwaarinmijn
cliëntkwamte verkeren.
Deze hevige gemoedstoestandverklaartookdatmijncliëntinhetbijzijnvanpolitieagentende aangever
heeftgeslagen.Mijncliëntisimmerseenweldenkendmens.Daarnaaststudeertmijncliënt,eneen
studentbij zijnpositievenzouzoietsnietdoen.Hierbij wilikopgemerkthebbendatmij cliëntgeensnel
ontvlambaarof lichtgeraaktindividuis.Ditwordtmede ondersteunddoordatuitde justitiële
documentatie blijktdatmijncliëntnieteerdervoorsoortgelijke feitenisveroordeeld.
Conclusie
De wetgeverstelteenaantal voorwaardenwaaraaneensuccesvol beroepopnoodweerexcesmoet
voldoen,te weten:
a. Er issprake van eenogenblikkelijkeenwederrechtelijke aanrandingvaneigen/andermanslijf,
eerbaarheidof goed.
b. Er issprake van eennoodzakelijkeverdediging.
c. De verdedigingissubsidiair,maarnietproportioneel
d. De disproportionele verdedigingishetgevolgvaneenhevige gemoedstoestand,die doorde
aanrandingwordtveroorzaakt.
Nuin deze situatie isvoldaanaande eisendie de wetgeveraaneensuccesvol beroepopnoodweerexces
stelt,dientmijncliëntontslagen te wordenvanalle rechtsvervolging.
Prima,je zouer eenvolgende keernogwel aanmogendenkendatje de pleitnotaafsluitmet
bijvoorbeeldeenalgemene slotzin

praktijkopdracht pleitnota

  • 1.
    Gerechtshof ‘s –Hertogenbosch Inzake: cliënt Parketnummer : 20 – 001488-09 Pleitnota. Inhoudsopgave: 1. inleiding 2. Primair:Nietontvankelijkheid • Inleiding • Aanhoudingenophoudingvoorverhoor • In verzekeringstelling • conclusie 3. subsidiair:ontslagvanalle rechtsvervolgingopgrondvannoodweerdanwel noodweerexces • Noodweer i. Feiten ii. Waarom noodweer? iii. conclusie • Noodweerexces i. Extensief exces ii. Welke variantvanextensief exces iii. Hersenschudding iv. conclusie
  • 2.
    Ad 1. Inleiding Edelachtbaarcollege,geachteOfficiervanJustitie, Indeze zaakwordtmijncliëntdoorhetopenbaarministerie tenlaste gelegdopzettelijke mishandeling van eenpersoonex artikel 300Sr. De centrale vraagindit procesis:waar ligtde grens?De grensvoorde overheidvoorwatbetrefthet oprekkenvande wet,ende grensvoor mijncliëntwaarhetbetreftzijnhandelenineendreigende situatie.De eerste vraagzal ikbeantwoordenaande handvande formele rechtsvragenende tweede vraag zal ikbeantwoordenaande handvande materiëlerechtsvragen. Bij hetbeantwoordenvande formele rechtsvragenex art.348 Sv zal ik primairnietontvankelijkheidvan hetopenbaarministeriebepleitenomdatindeze specifiekesituatie sprake isvaneenernstige inbreuk op de beginselenvaneenbehoorlijke procesorde.Daarnaastbepleitiksubsidiairontslagvanalle rechtsvervolgingopgrondvannoodweer,ex artikel 41lid1 Sr dan wel noodweerexcesex art.41 lid2 Sr omdatik meendatmijncliënttijdenszijnhandelen verkeerde ineenhevige gemoedstoestand. Ad 2. Nietontvankelijkheid: Inleiding: In onsrechtssysteemwordeninde artikelen348 en350 Svalle vragenbeschrevenwaaroverde rechter eenbeslissingmoetnemen.Dezevragenstaanookwel bekendalsde formele enmateriële rechtsvragen.Opgrondvan artikel 348 Sv dienthetHof te oordelen opde grondslagvande tenlastelegging.Artikel348 Sv steltonderandere ookdatde ontvankelijkheidvande officiervanjustitie moetwordenvastgesteld.Inmijnbetoogzal ikaantonendatindeze zaakde officiervanjustitieniet ontvankelijkmoetwordenverklaard. Aanhoudingenophoudenvoorverhoor:
  • 3.
    In deze zaakismijncliëntopzaterdag18oktober2008 om 01:40 uuraangehoudenendiezelfde dagom 03:10 voorgeleidaaneenhulpofficiervanjustitie tertoetsingvande aanhouding.Totzovergaatalles goed;de hulpofficiertoetstinditgeval de rechtmatigheidvande aanhoudingende cliëntmag,nadatde hulpofficierheeftgeconcludeerddatde aanhoudingrechtmatigis,nog6 urenopgehoudenwordenvoor onderzoek.Deze termijnvangtaanophetmomentdat de hulpofficiervanjustitie beveeltdatde cliënt wordtopgehoudenvooronderzoek(Hoge RaadLJN AP213, 2004). Inartikel 61 lid2 Sv staat beschreven dat de urentussen00:00 uur en09:00 uur nietmeegerekendwordenwaardoorde termijnvan maximaal 6 uur ophoudennietwerdoverschreden,immersom11:30 werdmijncliëntinhetkadervan de inverzekeringstellingvoorgeleidengehoordenrond13:00 uur werdde cliëntinverzekeringgesteld. Echter artikel 61 lid1 Svsteltooknog eenandere voorwaarde namelijkdatde verdachte wordt gehoord.Inhetaanvullendeproces-verbaal vanbevindingend.d.19oktober2008 staatte lezendatde cliënttijdenszijnophoudingvooronderzoeknietgehoordisomdathij om13:00 uur die dagin verzekeringisgesteld.Numijncliëntnietgehoordistijdenszijnophoudingheeftde politieeenwettelijk voorschriftnietnageleefd.Ikkomhierinmijnconclusieverderopterug. In verzekeringstelling: Zoalsgezegdisde cliëntop19 oktober2008 omstreeks13:00 uur in verzekeringgesteld. Artikel 57 lid1 Svsteltdat eencliëntalleeninverzekeringmagwordengesteldwanneerditinhet belangisvanhet onderzoek.Ermoetdussprake zijnvaneenonderzoeksbelang.Omdatereengetuigeis gehoordom13:20 uur is ervanaf dattijdstipgeensprake meervaneenonderzoeksbelang. De cliëntisechterpasop maandagmiddagom13:45 heengezonden.Ditallesinhetkadervaneen projectvande politie genaamd“eenweekendje weg”waarbij hetdoelvanditprojectisverdachten gedurende hetweekendvande straatte houdenenhenleedtoe te voegen. Nude cliëntinhetkadervandit projecthetgehele weekendisvastgehouden,ismijninzienshet onderzoeksbelanglosgelatenwathetgeleidttothetfeitdatde cliënt1 dag onrechtmatigvanzijn vrijheidberoofdisgeweest. Conclusie: Vastgesteldkanwordendatde cliëntnietisgehoordtijdenszijnophoudingendatde cliënt1 dag onrechtmatigvanzijnvrijheidberoofdisgeweest.Deze feitenzijnnietalleeninstrijdmethet Nederlandse rechtmaarookmet Europeesrecht.Hetvoortdurenvande inverzekeringstellingvande cliëntisnamelijkinstrijdmethetEuropeesVerdragvande Rechtenvande Mens(artikel 5EVRM). Nu deze schendingenzijngepleegdinhetkadervanhetproject“Weekendjeweg”isermijninzienssprake van misbruikvanhetprocesrecht.Vande overheidmagverwachtwordendatde burgerseropkunnen vertrouwendatzij geenmisbruikmaaktvanwet- enregelgeving(détournementde pouvoir).Dit misbruikmoetmijninziensleidentotniet-ontvankelijkheidvanhetopenbaarministeriewegenseen
  • 4.
    ernstige inbreukopde beginselenvaneenbehoorlijkeprocesorde aangeziende belangenvanmijn cliëntdoelbewust ernstigte kortzijngedaan. Ad 3. Ontslagvanalle rechtsvervolgingopgrondvan noodweerdanwel noodweerexces. Noodweer: Feiten In de nacht van vrijdag17 oktoberop zaterdag18 oktoberismijncliëntmetzijnvriendenopstapincafé Millerinhetcentrumvan Tilburg.Ophetmomentdatmijncliëntbinnenkwamzaghij dateenvriendvan hem,die opdat momentwerkzaamwasalsportierbij café Miller,werdaangevallendooreenaantal jongens.Mijncliëntheeftgeprobeerdom, naareigenzeggen,de boel te sussen.Echtertijdenszijn pogingomde boel te sussenwerdmijncliëntdoorde aangeverinzijngezichtgeslagen.Mijncliëntisop de grond gevallenenheeftde aangeverteruggeslagenomdatdezedreigendopmijncliëntafkwam. Waaromnoodweer? In deze situatie heeftmijncliëntgehandeldvanuiteennoodweersituatie.Ikzal ditalsvolgt onderbouwen. Artikel 41 lid1 Sr. steltdat vooreenberoepopnoodweerde situatieaande volgende voorwaarden moetvoldoen: 1. Ogenblikkelijkeenwederrechtelijke aanranding; 2. Vaneigenof andermanslijf,eerbaarheidof goed; 3. Gebodendooreennoodzakelijke verdediging. 4. De noodzakelijke verdedigingmoetproportioneelensubsidiairzijn. Mijncliënt,zostaat vast,is geslagendoorde aangever.Ookstaatvastdat mijncliëntdaardooropde grondis gevallen.Vervolgensisde aangeverdreigendenagressief opmijncliëntafgekomenwaardoor mijncliëntzichzelf wel moestverdedigen.Immersmijncliëntkon,geziende dreigende enagressieve houdingvande aangever,verwachtendathij nogmaalsgeslagenzouworden.Mijnstandpuntisdater dussprake was van eenogenblikkelijkdreigendgevaarwaardoormijncliëntzichgenoodzaaktzagom zichzelf te verdedigen.Teronderbouwingvanditstandpuntwil ookverwijzennaareenuitspraakvande
  • 5.
    Hoge Raad (HR02 februari 1965 NJ1965 262) waarinwordt gestelddat:”Artikel 41Sr, onderde daar omschrevenomstandighedenstraffeloosheidverzekerende ingeval van"ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding",doeltdaarbij nietalleenopgedragingenwelke kunnenworden beschouwdalseenfeitelijke aantastingvaneigenof eensanderslijf,eerbaarheidof goed,maarookop gedragingenwelke eenonmiddellijkdreigendgevaarvoorzodanige aantastingopleveren,(…)”. Voorwat betrefthetproportionaliteitsvereisteheeftmijncliëntproportioneel geweldaangewend, aangezienhij de aangeverheeftgeslagen,waarmee mijninziensde verdedigingvanmijncliëntin verhoudingstaatmetde aanval van de aangever. Tenaanzienvanhet subsidiariteitsvereiste wilikopmerkendatmijncliëntzichnietkononttrekkenaan de situatie omdatde aangeversnel opmijncliëntafkwammetzoalsgezegdeendreigende enagressieve houding.Wanneeruwcollegetotde conclusie komtdatmijncliëntzichwel hadkunnenonttrekkenaan de situatie danwil iku verwijzennaareenarrestvande Hoge Raad waarinhetsubsidiariteitsbeginsel wordtgerelativeerd(Hoge Raad28 maart 2006, 172). Conclusie De conclusie moetdanookzijndat mijncliënteenberoepkandoenopde rechtvaardigingsgrondvan noodweerex art.41 lid1 Sr. Het Hof dientmijncliëntte ontslaanvanalle rechtsvervolging. Noodweerexces Mocht uw college vindendatmijncliëntte verisdoorgeschoteninde verdediging vanzijnlijf,danstel ik dat mijncliëntte verisdoorgeschotenomdathij verkeerdeineenhevige gemoedstoestand,waardoor mijncliënteenberoepkandoenopnoodweerexces. Artikel 41 lid2 Sr steltdat nietstrafbaarisde overschrijdingvande grenzenvannoodzakelijke verdediging,indiendeze hetonmiddellijkegevolgisgeweestvaneenhevige gemoedstoestand Extensief exces Zoalsu ongetwijfeldweet,maaktde Hoge Raad onderscheidtussen2vormenvannoodweerexces. Namelijkhetintensief enextensiefexces.
  • 6.
    Mijninziensishiersprake vaneenextensief exces.Vaneenextensiefexcesissprake wanneerde noodweersituatie isbeëindigdende verdachtede verwetengedragingheeftgepleegdomdatdeze gedraginghetonmiddellijkgevolgisvaneenhevige gemoedsbewegingveroorzaaktdoorde daaraan voorafgaande wederrechtelijke gedraging. Welke variantvan extensief exces? Het extensiefexceskanmenonderverdelenindrie varianten.Indeze situatie issprake vande variant waarbij mijncliënthandeltkorte tijdnadatde noodweersituatie isbeëindigd.Mijncliëntheeft waargenomendatzijnvriendwerdaangevallendooreengroepjongeren.Deze daadvanagressie heeft mijncliëntooknietonberoerdgelaten.Ukuntzich voorstellendatiederpersoneel bepaalde emoties ervaart,wanneermenmeteigenogenwaarneemtdatéénpersoonwordtaangevallendooreengroep. Het behoeftdanookgeenuitlegdatmijncliëntookdeze emotieservoerenhetfeitdatzijnvriendwerd aangevallenhebbendeze emotiesalleenmaarverstrekt.Tochwaszijnintentie tochomde boel te sussen.Echterbij deze pogingwerdmijncliëntdoorde aangevertegende grondgeslagen.Deze wederrechtelijke aanrandingincombinatiemetde dreigende enagressieve houdingdie de aangeverliet zienende emotiesdie mijncliëntervoer,hebbenertoe geleiddaterenige secondenzatentussende wederrechtelijke aanrandingende handelingenvanmijncliënt.Mijncliëntwaszoalsmenzegt”evenuit hetloodgeslagen” (eengetuige beschreef zijnblikalsverbaasd) doordeze heftige emoties,waardoor er eenzeerkorte tijdzattussende noodweersituatie enzijnhandelen.Volledigeheidshalve wil ikuw college ooknogverwijzennaareenarrestvande Hoge Raad van 20 februari 2007, 148 waarinnavolging van hetarrestHR LJN ZC 9359, opnieuwisbepaaltdat:“ophettijdstipvande aan de verdachte verwetengedragingde onderabedoeldesituatie weliswaarisbeëindigdenderhalve de noodzaaktot verdedigingnietmeerbestaat,dochniettemindeze gedragingtochhetonmiddellijkgevolgisvaneen hevige gemoedsbewegingveroorzaaktdoorde daaraanvoorafgaande wederrechtelijke aanranding”. Hersenschudding Daarnaast heeftmijncliëntdoorde klaptegenzijnhoofdenhetfeitdathij daardoorop de grond is gevallen eenhersenschuddingopgelopen.Deze hersenschuddingheeftertoegeleiddatmijncliëntzich nietskanherinnerenvande periodekortnahetontstaanvan deze hersenschudding.Inde literatuur staat ditook wel bekendalsPTA watstaat voorposttraumatische amnesie. De hersenschuddingheeftmijninziensookbijgedragentotde hevige gemoedstoestandwaarinmijn cliëntkwamte verkeren. Deze hevige gemoedstoestandverklaartookdatmijncliëntinhetbijzijnvanpolitieagentende aangever heeftgeslagen.Mijncliëntisimmerseenweldenkendmens.Daarnaaststudeertmijncliënt,eneen studentbij zijnpositievenzouzoietsnietdoen.Hierbij wilikopgemerkthebbendatmij cliëntgeensnel
  • 7.
    ontvlambaarof lichtgeraaktindividuis.Ditwordtmede ondersteunddoordatuitdejustitiële documentatie blijktdatmijncliëntnieteerdervoorsoortgelijke feitenisveroordeeld. Conclusie De wetgeverstelteenaantal voorwaardenwaaraaneensuccesvol beroepopnoodweerexcesmoet voldoen,te weten: a. Er issprake van eenogenblikkelijkeenwederrechtelijke aanrandingvaneigen/andermanslijf, eerbaarheidof goed. b. Er issprake van eennoodzakelijkeverdediging. c. De verdedigingissubsidiair,maarnietproportioneel d. De disproportionele verdedigingishetgevolgvaneenhevige gemoedstoestand,die doorde aanrandingwordtveroorzaakt. Nuin deze situatie isvoldaanaande eisendie de wetgeveraaneensuccesvol beroepopnoodweerexces stelt,dientmijncliëntontslagen te wordenvanalle rechtsvervolging. Prima,je zouer eenvolgende keernogwel aanmogendenkendatje de pleitnotaafsluitmet bijvoorbeeldeenalgemene slotzin