Openbaring 14:6-13
studie 37
OP37
Openbaring 14:5
in hun mond is geen bedrog gevonden:
ze verkondigen de waarheid
Maleachi 2:7; Zefanja 3:13
(Jesaja 53:9; 1 Petrus 2:22; 1 Johannes 3:5)
 nu: evangelie van de voorhuid
 dan: evangelie van de besnijdenis
OP37
Openbaring 12, 13 en 14 – onderwerp:
de religieuze (godsdienstige) verlossing van Israël.
OP37
En ik zag een andere boodschapper die in het midden
van de hemel vloog Openbaring 14:6
OP37
die had het eeuwig evangelie
evangelie van de besnijdenis
evangelie van de voorhuid
evangelie van het koninkrijk
geheimenis van het evangelie
eonisch: behorend bij
een tijdperk
OP37
te verkondigen aan hen die op de aarde zitten
zitten op een troon:
Openb. 4:2,3,4,9; 5:13; 7:10,15; 11:16; 19:4
20:11; 21:5
OP37
te verkondigen aan hen die op de aarde zitten
zitten op een paard:
Openb. 6:2,4,5,8; 9:17; 19:11,18,19,21
zitten op een wolk:
Openb. 14:14,15,16
OP37
zitten:
niet rusten, maar in autoriteit en macht
 troon, paard, wolk
vergelijk: de grote hoer die zit op vele wateren - Openb. 17:1
een vrouw zit op een scharlakenrood beest - Openb. 17:3
de zeven hoofden zijn zeven bergen waar
de vrouw op zit …… - Openb. 17:9,10
de wateren …. waar de hoer op zit, zijn
volken en menigten en natiën en talen - Openb. 17:15
…ik zit, een koningin… - Openb. 18:7
OP37
OP37
hen, die op de aarde zitten (Openbaring 14:6)
de leiders van de grote Babylonische afvalligheid!
 komt over: elke natie en stam en taal en volk
(zie opsomming 17:15)
 het beest heeft autoriteit op (13:7) …..
OP37
wie worden aangesproken door de boodschapper?
* De met sterren gekroonde vrouw is veilig
* De mannelijke zoon: ook veilig
* De 144.000 worden beschermd
 wat gebeurt met (Openbaring 12:17):
‘de rest van haar zaad die de geboden van
God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben’?
OP37
‘de rest van haar zaad die de geboden van
God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben’
14:7 het eonische evangelie aan hen gericht
14:8 zij worden gewaarschuwd – de val van Babylon
14:9 zij worden met pijniging bedreigd als zij het beest aanbidden
14:13 uit hen komen de martelaren van die dagen
14:15,16 zij worden geoogst
14:17-20 en het wijnjaar, of: wijnpersbak
OP37
kom uit uit haar, Mijn volk, zodat je geen deel hebt aan haar
zonden en evenmin aan haar plagen Openbaring 18:4
OP37vreest God! - Openbaring 14:7
elementair – voor de vrome Jood
die gelooft dat God is (Hebr.11:6)
 leeft door kopen en verkopen
en kan dat niet meer (13:17)
de vrees van Jahweh is het startpunt van de wijsheid
– onder de Torah Spreuken 9:10, Psalm 111:10
OP37en geef heerlijkheid/eer aan Hem, ziende dat het uur van Zijn
gericht kwam - Openbaring 14:7
Gods macht en kracht als Richter erkend,
niet Zijn liefde en genade
(genadetijd: geloof - Rom.4:16;
pinksteren: bekering - Ha.2:38)
OP37
en aanbid de -Maker van de hemel en het land en de zee
en de bronnen van wateren - Openbaring 14:7
God als Schepper/Maker
niet als Vader
OP37
eonisch evangelie = God als Maker
afvallige Jood in de eindtijd zegt:
2 Petrus 3:4
waar is de belofte van Zijn aanwezigheid?
want sinds de vaderen ontsliepen blijft alles voortdurend zoals
vanaf het begin van de schepping…
uniformitarianisme + langzame evolutie
OP37
eonisch evangelie = vreest God als Maker en Richter
 algemeen principe door de eonen heen:
* Adam en Eva
* Noach
* Onder Torah: vrees van Jahweh
* Romeinen 1-3 (gericht)
* Binnenkort era van gericht
OP37Openbaring 14:8
Boodschapper 2 spreekt
OP37
14:8 - de tweede boodschapper volgt en zegt: het valt! het valt!
Babylon de grote deed alle natiën drinken uit de wijn van de
gramschap van haar hoererij! (Op.18:2; Jesaja 21:9; Jeremia 51:8)
korte omschrijving;
gaat hier over de ge-
trouwen van Israël
God houdt Zijn ver-
bond met hen
OP37
het valt! het valt! Babylon de grote deed alle natiën drinken uit de
wijn van de gramschap van haar hoererij! (ook: Jeremia 50-52)
later, in Op17+18
over ontrouwen van
Israël die door de wet
gericht worden, een
uitvoerige beschrijving
OP37Openbaring 14:9
Boodschapper 3 spreekt
OP37
en de derde boodschapper volgde
hen en zegt met luide stem: als
iemand het beest en zijn beeld aan-
bidt en het merkteken op zijn voor-
hoofd of op zijn hand ontvangt
Openbaring 14:9
OP37Openbaring 14:10 - het gericht
zal hij ook drinken van de wijn van de gramschap van God, die onver-
mengd is ingeschonken in de drinkbeker van Zijn verontwaardiging
hij: de aanbidder van het beest (en van de draak) drinkt uit twee bekers
zie ook: Psalm 60:5; 75:9; Jesaja 51:17-23; Jeremia 25:15,16
OP37Openbaring 14:10 - het gericht
en hij zal gepijnigd worden in vuur en zwavel…
pijnigen = basanizo –
kwellen, beproeven
toetssteen = basanos 
OP37Openbaring 14:10 - het gericht
en hij zal gepijnigd worden
ziel, lichaam, geest(en) e.d.
Mt.8:6 knecht verlamd met pijn
Mt.8:29 demonen in twee mensen
Mt.14:24 schip
2 Pe.2:8 de ziel, Lot
Op.9:5 lichaam door schorpioen
11:10 aardebewoners
12:2 de vrouw bij geboorte
20:12 de satan in poel van vuur
OP36Openbaring 14:10 - het gericht
en hij zal gepijnigd worden in vuur en zwavel voor het oog van de
heilige boodschappers en voor het oog van het Lam(metje)
openlijk, voor de ogen van
de onzichtbare hemelse
machten, zwaarste gericht
OP37
Openbaring 14:11
en de rook van hun pijniging stijgt op
tot in alle eeuwigheden
?
OP37
Openbaring 14:11aen de rook van hun pijniging stijgt op
tot in de eonen van de eonen
OP36
Openbaring 14:11
geen rust die het beeld en zijn beeld aanbidden, dag en nacht en
indien iemand het merkteken van zijn naam krijgt
geen rust : kenmerk van alle religie, het is nooit genoeg
specifiek voor Israël: geweten zal spreken  geen rust
rust: door geloof in de kracht en heerlijkheid van de Schepper

Openbaring37a

  • 1.
  • 2.
    OP37 Openbaring 14:5 in hunmond is geen bedrog gevonden: ze verkondigen de waarheid Maleachi 2:7; Zefanja 3:13 (Jesaja 53:9; 1 Petrus 2:22; 1 Johannes 3:5)  nu: evangelie van de voorhuid  dan: evangelie van de besnijdenis
  • 3.
    OP37 Openbaring 12, 13en 14 – onderwerp: de religieuze (godsdienstige) verlossing van Israël.
  • 4.
    OP37 En ik zageen andere boodschapper die in het midden van de hemel vloog Openbaring 14:6
  • 5.
    OP37 die had heteeuwig evangelie evangelie van de besnijdenis evangelie van de voorhuid evangelie van het koninkrijk geheimenis van het evangelie eonisch: behorend bij een tijdperk
  • 6.
    OP37 te verkondigen aanhen die op de aarde zitten zitten op een troon: Openb. 4:2,3,4,9; 5:13; 7:10,15; 11:16; 19:4 20:11; 21:5
  • 7.
    OP37 te verkondigen aanhen die op de aarde zitten zitten op een paard: Openb. 6:2,4,5,8; 9:17; 19:11,18,19,21 zitten op een wolk: Openb. 14:14,15,16
  • 8.
    OP37 zitten: niet rusten, maarin autoriteit en macht  troon, paard, wolk vergelijk: de grote hoer die zit op vele wateren - Openb. 17:1 een vrouw zit op een scharlakenrood beest - Openb. 17:3 de zeven hoofden zijn zeven bergen waar de vrouw op zit …… - Openb. 17:9,10 de wateren …. waar de hoer op zit, zijn volken en menigten en natiën en talen - Openb. 17:15 …ik zit, een koningin… - Openb. 18:7
  • 9.
  • 10.
    OP37 hen, die opde aarde zitten (Openbaring 14:6) de leiders van de grote Babylonische afvalligheid!  komt over: elke natie en stam en taal en volk (zie opsomming 17:15)  het beest heeft autoriteit op (13:7) …..
  • 11.
    OP37 wie worden aangesprokendoor de boodschapper? * De met sterren gekroonde vrouw is veilig * De mannelijke zoon: ook veilig * De 144.000 worden beschermd  wat gebeurt met (Openbaring 12:17): ‘de rest van haar zaad die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben’?
  • 12.
    OP37 ‘de rest vanhaar zaad die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben’ 14:7 het eonische evangelie aan hen gericht 14:8 zij worden gewaarschuwd – de val van Babylon 14:9 zij worden met pijniging bedreigd als zij het beest aanbidden 14:13 uit hen komen de martelaren van die dagen 14:15,16 zij worden geoogst 14:17-20 en het wijnjaar, of: wijnpersbak
  • 13.
    OP37 kom uit uithaar, Mijn volk, zodat je geen deel hebt aan haar zonden en evenmin aan haar plagen Openbaring 18:4
  • 14.
    OP37vreest God! -Openbaring 14:7 elementair – voor de vrome Jood die gelooft dat God is (Hebr.11:6)  leeft door kopen en verkopen en kan dat niet meer (13:17) de vrees van Jahweh is het startpunt van de wijsheid – onder de Torah Spreuken 9:10, Psalm 111:10
  • 15.
    OP37en geef heerlijkheid/eeraan Hem, ziende dat het uur van Zijn gericht kwam - Openbaring 14:7 Gods macht en kracht als Richter erkend, niet Zijn liefde en genade (genadetijd: geloof - Rom.4:16; pinksteren: bekering - Ha.2:38)
  • 16.
    OP37 en aanbid de-Maker van de hemel en het land en de zee en de bronnen van wateren - Openbaring 14:7 God als Schepper/Maker niet als Vader
  • 17.
    OP37 eonisch evangelie =God als Maker afvallige Jood in de eindtijd zegt: 2 Petrus 3:4 waar is de belofte van Zijn aanwezigheid? want sinds de vaderen ontsliepen blijft alles voortdurend zoals vanaf het begin van de schepping… uniformitarianisme + langzame evolutie
  • 18.
    OP37 eonisch evangelie =vreest God als Maker en Richter  algemeen principe door de eonen heen: * Adam en Eva * Noach * Onder Torah: vrees van Jahweh * Romeinen 1-3 (gericht) * Binnenkort era van gericht
  • 19.
  • 20.
    OP37 14:8 - detweede boodschapper volgt en zegt: het valt! het valt! Babylon de grote deed alle natiën drinken uit de wijn van de gramschap van haar hoererij! (Op.18:2; Jesaja 21:9; Jeremia 51:8) korte omschrijving; gaat hier over de ge- trouwen van Israël God houdt Zijn ver- bond met hen
  • 21.
    OP37 het valt! hetvalt! Babylon de grote deed alle natiën drinken uit de wijn van de gramschap van haar hoererij! (ook: Jeremia 50-52) later, in Op17+18 over ontrouwen van Israël die door de wet gericht worden, een uitvoerige beschrijving
  • 22.
  • 23.
    OP37 en de derdeboodschapper volgde hen en zegt met luide stem: als iemand het beest en zijn beeld aan- bidt en het merkteken op zijn voor- hoofd of op zijn hand ontvangt Openbaring 14:9
  • 24.
    OP37Openbaring 14:10 -het gericht zal hij ook drinken van de wijn van de gramschap van God, die onver- mengd is ingeschonken in de drinkbeker van Zijn verontwaardiging hij: de aanbidder van het beest (en van de draak) drinkt uit twee bekers zie ook: Psalm 60:5; 75:9; Jesaja 51:17-23; Jeremia 25:15,16
  • 25.
    OP37Openbaring 14:10 -het gericht en hij zal gepijnigd worden in vuur en zwavel… pijnigen = basanizo – kwellen, beproeven toetssteen = basanos 
  • 26.
    OP37Openbaring 14:10 -het gericht en hij zal gepijnigd worden ziel, lichaam, geest(en) e.d. Mt.8:6 knecht verlamd met pijn Mt.8:29 demonen in twee mensen Mt.14:24 schip 2 Pe.2:8 de ziel, Lot Op.9:5 lichaam door schorpioen 11:10 aardebewoners 12:2 de vrouw bij geboorte 20:12 de satan in poel van vuur
  • 27.
    OP36Openbaring 14:10 -het gericht en hij zal gepijnigd worden in vuur en zwavel voor het oog van de heilige boodschappers en voor het oog van het Lam(metje) openlijk, voor de ogen van de onzichtbare hemelse machten, zwaarste gericht
  • 28.
    OP37 Openbaring 14:11 en derook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheden ?
  • 29.
    OP37 Openbaring 14:11aen derook van hun pijniging stijgt op tot in de eonen van de eonen
  • 30.
    OP36 Openbaring 14:11 geen rustdie het beeld en zijn beeld aanbidden, dag en nacht en indien iemand het merkteken van zijn naam krijgt geen rust : kenmerk van alle religie, het is nooit genoeg specifiek voor Israël: geweten zal spreken  geen rust rust: door geloof in de kracht en heerlijkheid van de Schepper