OP50
18. En devrouw die jij waargenomen hebt is de grote stad die
een koninkrijk heeft over de koningen van de aarde.
Openbaring 17:18, pNCV
3.
OP50
17:18. En devrouw die jij waargenomen hebt is de grote stad die
een koninkrijk heeft over de koningen van de aarde.
18:1 Na deze dingen nam ik een andere boodschapper waar,
afdalend uit de hemel, grote volmacht hebbend. En de aarde werd
verlicht door zijn heerlijkheid.
2 En hij schreeuwde met een sterke stem, zeggend: "Gevallen!
Gevallen is het grote Babylon! En het is een woonplaats geworden
van demonen en een gevangenis van iedere onreine geest en een
gevangenis van iedere onreine en gehate vogel,
Openbaring 17:18-18:2, pNCV
4.
OP50
4 En ikhoorde een andere stem uit de hemel, zeggend: "Komt uit haar,
Mijn volk, opdat jullie niet tezamen deelnemen aan haar zonden, en
opdat jullie niet uit haar slagen ontvangen,
5 want haar zonden reiken tot de hemel, en God heeft zich haar
onrechten herinnerd.
3 want door de wijn van de gramschap van haar hoererij zijn alle
natiën gevallen, en de koningen van de aarde hebben met haar
gehoereerd, en de koopmannen van de aarde zijn rijk uit de kracht
van haar weelde
Openbaring 18:3-5, pNCV
5.
OP50 Profetie engericht over Babylon in Tenach
Genesis 10:8 Cham-Kusj-Nimrod
Nimrod (opstandige) = geweldenaar en jager,
beginsel van zijn koninkrijk is Babel (in-desintegratie)
Sinear: dubbele stad
6.
OP50
Genesis 11:
bouwen vaneen stad – 1 volk, 1 taal, 1 stad
met kleitabletten bouwen
God verwart – desintegreert (BLL) de taal
7.
OP50
Jesaja 13,14 overBabel en de koning van Babel
De lasten en weeën die de profeten moesten
doorgeven, zijn voorbereidende ervaringen op
de zegen die uiteindelijk komt.
Jesaja: redder-zal-
zijn: Jahweh
8.
Jesaja 13:1,2, delast van Babel.
= op de profeet, ook op Babel.
Jahweh van de legermachten roept Zijn
instrumenten: Babel zelf door:
1. een banier op de berg (van ver te zien)
2. met luide stem (als ze al dichterbij zijn)
3. met wenkende hand
NB: ze zouden niet vrezen om rijke steden in te nemen
OP50
9.
OP50
Babel wordt doorJahweh geleid, 13:3
Zijn geheiligden
Zijn geroepenen
Zijn helden
Zijn verheuging
Zijn trots
normaal over Israël gezegd,
nu over Babel!
10.
OP50
Jahweh roept Israëlom de volkeren te onderschikken; Babel komt
om Israël te verootmoedigen en te prepareren voor hun taak.
de bergen – die ten noorden van Babel
typologisch: de hogere delen van aarde = de hogere machten
Jesaja 13:4,5
11.
Huilt! Want dedag
van Jahweh is nabij!
Jesaja 13:6; Joël 1:15
OP50
Huilt = JLL, zelfde woord als in 14:12
12.
de dag vanJahweh, de Genoegzame (Sjaddai)
Jesaja 13:6: nabij, 13:9: komt:
ware tevredenheid komt alleen door gehoorzaamheid aan Hem
OP50
13.
OP50
zal men ervarenwanneer de zegels van
Openbaring 6 verbroken worden
Jesaja 13:7,8
handen verslappen
harten smelten,
verschrikking en krampen
14.
OP50
Jesaja 13:9-12
- vervolgingvan de heiligen
- 13:9 gevolg: gericht over de zondaren
- 13:10 gebeurtenissen onder het 6e zegel
- lees je ook in Mattheüs 24:29,30
doel: trots van de mens wegnemen
15.
OP50
Jesaja 13:13-18 woede= wegbereider tot het koninkrijk
13:13 de hemelen zal Hij verstoren
de aarde schudt van haar plaats
Vergelijk:
Jesaja 24:18b-20 rechtzetten van de aarde
Jesaja 34:1-4 rechtzetten van de natiën
Jesaja 26:19,20 bescherming van Zijn volk
16.
OP50
Jesaja 13:14-18 dewoestheid van de Meden,
die meedogenloos te keer gaan.
verpletteren, vers 16,18
= Hb: ratasj 2 Koningen 8:12;
Jesaja 13:16,18; Hosea 10:14;
14:1; Nahum 3:10
17.
OP50
Jesaja 13:19,20
Babylon washoofdstad van het rijk van Babel onder Nebukadnezar
onder Cyrus (Kores) en onder Alexander de Grote; werd wel verslagen
maar verdween nooit zo als Sodom en Gomorra.
In Petrus’ dagen was er een ekklesia in Babylon (1 Pet.5:13)
Daarom is Jesaja 13:19-22 profetie voor de toekomst!
OP50
Israëls voorrechten –Jesaja 14:1-3 (vgl.24-27)
Barmhartigheid – Jakob
Kiezen – in Israël
Hun eigen grond (adamah)
20.
OP50
Jesaja 14:4-8
koning vanBabylon – vers 4
Een spreuk (masjal)
Jahweh verbreekt de heerschappij – vers 5,6
de hele aarde in rust – vers 7 (het koninkrijk)
vreugde onder de bomen – vers 8
21.
OP50
Jesaja 14:9-11
sheol =onwaarneembaar, vraagteken, afleiding van sha’al
daarom zelfde beeldspraak als de Heer in Lucas 16 vertelt,
rijke man en Lazarus
klassieke voorstelling sheol
in het christendom
22.
OP50
Jesaja 14:9-11 dedood van de koning van Babel
in perspectief van sheol (beneden) – figuurlijk
Jesaja 14:16-20 de dood van de koning van Babel
in perspectief op de aarde
dit gedeelte 14:9-20 is een parabel
23.
OP50
Jesaja 14:12-15
huilt, zoonvan de dageraad
huilt : JLL , zelfde woord als
Jesaja 13:6, alwaar in meervoud
gebruikt.
Lucifer = lichtdrager, heeft geen
basis in de grondtekst (Hebreeuws)
OP50
18:1 Na dezedingen nam ik een andere boodschapper waar,
afdalend uit de hemel, grote volmacht hebbend.
En de aarde werd verlicht door zijn heerlijkheid.
#11 Babel was verheugd en trots dat zij de bergen konden veroveren, maar ook machtige volken,ze waren zich niet bewust dat zij alleen een instrument in Gods hand was om Zijn dreigement uit te voeren.
#13 Dit prepareert voor het koninkrijk van Christus! Is nog niet gekomen op aarde.Ware tevredenheid komt alleen in gehoorzaamheid aan Jahweh, en door het gericht over ongehoorzaamheid aan Hem.
#15 Kan in miniatuur in je eigen leven gebeuren, trots weg te nemen en Zijn regering ervoor in de plaats.