OP54
Jeremia treurt
over de
verwoesting
van Jeruzalem
Openbaring,
01-07-2020
OP54
Babylon
Jeremia 51
Overzicht:
51:1-14 Gericht over Babylon
51:15-19 Lofrede, apologie
51:20-26 Verwoester zelf verwoest
51:27-33 Internationale strijd tegen Babylon
51:34-44 Verlossing uit Babel
51:45-58 Geloof in Babels einde
51:59-64 Laatste symbolische handeling
OP54
Zo zegt Jahweh:
Zie, Ik wek tegen Babylon op
en tegen de bewoners van Lev
Kamai een ruïnerende wind
- Jeremia 51:1
Lev Kamai = hart van Mijn tegenwerkers
vergelijk: 4 winden = 4 geesten –
Daniel 7:3 e.v.
OP54
Ik zend wanners naar Babylon
en zij zullen haar wannen en zij
zullen haar land leeg maken want zij
zullen rondom tegen haar komen op
de dag van het kwaad -
Jeremia 51:2
De dorsvloer =
beeld van
gericht,
Gideon, Arauna
OP54
Laat de boogschutter de positie innemen
met zijn boog tegen hen die staan, en
tegen hem die zich verheft met de wapen-
rusting. Spaar haar uitgekozen jonge man-
nen niet! Jeremia 51:3
met afstand aan
kunnen vallen,
d.m.v. raketten?
OP54
En geslagenen zullen vallen in het
land van de Chaldeeën, en zij die
doorstoken zijn, in haar straten
Jeremia 51:4
OP54
Want Israël en Juda zijn geen
weduwe geworden door Elohim,
door Jahweh van de menigten.
Maar hun land is vol schuld voor
de Heilige van Israël. Jeremia 51:5
Oude verbond was een huwelijk;
door afgoderij verbroken door
Israël en Juda; het nieuwe verbond
is weer een huwelijk van Jahweh
met alle 12 stammen, heel Israël
OP54
Vlucht uit het midden van Babylon,
en ontsnap, ieder zijn ziel, wees niet
verslagen door hun slechtheid, want
het is een era van vergelding* voor Jahweh;
Hij zal haar terugbetalen. Jeremia 51:6
vergelding*
Hebreeuws: naqam
OP54
Jeremia 51:7
Babylon was een gouden beker in
de hand van Jahweh; die de hele
aarde dronken maakte; de natiën
dronken haar wijn; daarom
zwalken de natiën.
Openbaring 17:2,4
de koningen van de aarde,
de gouden beker vol van
gruwelen
OP54 Ineens viel Babylon en werd gebroken; huilt
over haar! Neem balsem voor haar pijn; mis-
schien zal zij heel worden; wij zouden Babylon
geheeld hebben. Verlaat haar! En laten we
gaan, ieder naar het eigen land. Want haar ge-
richt reikt tot aan de hemelen en is verheven
tot de luchten. Jeremia 51:8,9
Gevallen!
Openbaring 18:2
Openbaring 14:8
OP54
Jeremia 51:10
Jahweh heeft onze gerechtigheid voortge-
bracht; kom en laat ons vertellen, in Sion, de
daad van Jahweh onze God (Elohim)
OP54
Maak de pijlen gereed! Vul de pijlkokers! Jahweh
heeft de geest van de koningen van de Meden
gewekt, want Zijn plan is tegen Babylon, om dat te
ruïneren, want het is de vergelding van Jahweh, de
vergelding voor Zijn tempel
de Meden =
de Koerden(?)
Jeremia 51:11
OP54
Hef een banier op tegen de muren van
Babylon; maak de wacht standvastig,
zet de bewakers neer, maak de aanvallers
gereed, want Jahweh heeft het plan zowel
gemaakt als uitgevoerd, dat Hij gesproken
heeft tegen de inwoners van Babylon.
Jeremia 51:12
de muren van Babylon:
stad 1000 hectare groot, 2
muren van steen + leem;
binnenste : 7 meter dik
buitenste : 4 meter dik
OP54
Jullie die tabernakelen bij grote wateren, groot in schatten, jullie einde is
gekomen, de volle lengte van jullie winsten; Jahweh van de menigten
heeft bij Zijn ziel gezworen*: jullie zullen gevuld worden met de mensen
als jonge sprinkhanen, en zij zullen tegen jullie antwoorden met een
vreugderoep. Jeremia 51:13,14
*Zweren bij Zichzelf:
zie Jer. 22:5; 49:13
Gen.22:16; Jes.45:2; 62:8;
Amos 4:2; 6:8; Hebr.6:13
OP54
Jahweh is de Maker van de aarde door Zijn kracht,
de Vaststeller van het bewoonde door Zijn wijsheid.
En door Zijn inzicht strekte Hij de hemelen uit.
Wanneer Hij Zijn stem doet klinken is daar geruis van
wateren in de hemelen, en Hij doet misten opkomen vanaf
het einde van de aarde, Hij doet het bliksemen voor regen en
brengt winden voort uit Zijn schatkamers Jeremia 51:15,16
OP54
Ieder mens is onverstandig, zonder kennis, elke goudsmid
wordt te schande door zijn inkerving, want zijn (afgods)beeld
is vals, er is geen geest in hen; leeg zijn ze, werk van afwijkingen,
in de era van hun bezoeking zullen zij ver(loren)gaan.
Jeremia 51:17,18
 Enlil, god
van de wind,
aarde, lucht
Ekur tempel in Nippur
OP54
Niet zoals deze is Jakobs deel, want Hij vormt allen,
en Israël is de stam van Zijn lotdeel, Jahweh van de
menigten is Zijn Naam. Jij bent een sleger* voor Mij,
Mijn instrument van oorlog: met jou zal Ik natiën ver-
pletteren en met jou zal Ik koninkrijken ruïneren;
met jou zal Ik paard en zijn ruiter verpletteren, en met
jou zal Ik verpletteren strijdwagen en zijn berijder.
Jeremia 51:19-21
*sleger =
houten voorhamer
of knots; ander
woord dan in 50:23
OP54
en met jou zal Ik verpletteren man en vrouw
en met jou zal Ik verpletteren oudere en jongere
en met jou zal Ik verpletteren jongeman en maagd
en met jou zal Ik verpletteren herder en zijn kudde
en met jou zal Ik verpletteren agrariër en zijn team
en met jou zal Ik verpletteren onderkoning en hoge
ambtenaar, en Ik zal terugbetalen: Babylon en al de
inwoners van Chaldea, voor al het kwaad dat zij Sion
hebben aangedaan voor jullie ogen, verklaart Jahweh
Jeremia 51:22-24
OP54
Zie, Ik ben tegen jou, ruïnerende berg, verklaart
Jahweh; de ruïneerder van heel de aarde, Ik zal
Mijn hand tegen jou uitstrekken, en jou van de
steile rotsen afrollen; en jou tot een brandende
(afval)berg maken; en zij zullen van jou geen steen
voor hoeksteen meer afnemen, of voor een funda-
mentsteen; want jij zult tot eonische woestenij
worden, verklaart Jahweh.
Jeremia 51:25-26
OP54
Hef een banier op in de aarde!
Blaast de trompet onder de natiën!
Heilig natiën tegen haar, Ararat,
Minni en Askenaz! Stel een regent
tegen hen aan! Doe paarden op-
komen als jonge sprinkhanen!Jeremia 51:27

Openb54 dg001072020

  • 1.
    OP54 Jeremia treurt over de verwoesting vanJeruzalem Openbaring, 01-07-2020
  • 2.
    OP54 Babylon Jeremia 51 Overzicht: 51:1-14 Gerichtover Babylon 51:15-19 Lofrede, apologie 51:20-26 Verwoester zelf verwoest 51:27-33 Internationale strijd tegen Babylon 51:34-44 Verlossing uit Babel 51:45-58 Geloof in Babels einde 51:59-64 Laatste symbolische handeling
  • 3.
    OP54 Zo zegt Jahweh: Zie,Ik wek tegen Babylon op en tegen de bewoners van Lev Kamai een ruïnerende wind - Jeremia 51:1 Lev Kamai = hart van Mijn tegenwerkers vergelijk: 4 winden = 4 geesten – Daniel 7:3 e.v.
  • 4.
    OP54 Ik zend wannersnaar Babylon en zij zullen haar wannen en zij zullen haar land leeg maken want zij zullen rondom tegen haar komen op de dag van het kwaad - Jeremia 51:2 De dorsvloer = beeld van gericht, Gideon, Arauna
  • 5.
    OP54 Laat de boogschutterde positie innemen met zijn boog tegen hen die staan, en tegen hem die zich verheft met de wapen- rusting. Spaar haar uitgekozen jonge man- nen niet! Jeremia 51:3 met afstand aan kunnen vallen, d.m.v. raketten?
  • 6.
    OP54 En geslagenen zullenvallen in het land van de Chaldeeën, en zij die doorstoken zijn, in haar straten Jeremia 51:4
  • 7.
    OP54 Want Israël enJuda zijn geen weduwe geworden door Elohim, door Jahweh van de menigten. Maar hun land is vol schuld voor de Heilige van Israël. Jeremia 51:5 Oude verbond was een huwelijk; door afgoderij verbroken door Israël en Juda; het nieuwe verbond is weer een huwelijk van Jahweh met alle 12 stammen, heel Israël
  • 8.
    OP54 Vlucht uit hetmidden van Babylon, en ontsnap, ieder zijn ziel, wees niet verslagen door hun slechtheid, want het is een era van vergelding* voor Jahweh; Hij zal haar terugbetalen. Jeremia 51:6 vergelding* Hebreeuws: naqam
  • 9.
    OP54 Jeremia 51:7 Babylon waseen gouden beker in de hand van Jahweh; die de hele aarde dronken maakte; de natiën dronken haar wijn; daarom zwalken de natiën. Openbaring 17:2,4 de koningen van de aarde, de gouden beker vol van gruwelen
  • 10.
    OP54 Ineens vielBabylon en werd gebroken; huilt over haar! Neem balsem voor haar pijn; mis- schien zal zij heel worden; wij zouden Babylon geheeld hebben. Verlaat haar! En laten we gaan, ieder naar het eigen land. Want haar ge- richt reikt tot aan de hemelen en is verheven tot de luchten. Jeremia 51:8,9 Gevallen! Openbaring 18:2 Openbaring 14:8
  • 11.
    OP54 Jeremia 51:10 Jahweh heeftonze gerechtigheid voortge- bracht; kom en laat ons vertellen, in Sion, de daad van Jahweh onze God (Elohim)
  • 12.
    OP54 Maak de pijlengereed! Vul de pijlkokers! Jahweh heeft de geest van de koningen van de Meden gewekt, want Zijn plan is tegen Babylon, om dat te ruïneren, want het is de vergelding van Jahweh, de vergelding voor Zijn tempel de Meden = de Koerden(?) Jeremia 51:11
  • 13.
    OP54 Hef een banierop tegen de muren van Babylon; maak de wacht standvastig, zet de bewakers neer, maak de aanvallers gereed, want Jahweh heeft het plan zowel gemaakt als uitgevoerd, dat Hij gesproken heeft tegen de inwoners van Babylon. Jeremia 51:12 de muren van Babylon: stad 1000 hectare groot, 2 muren van steen + leem; binnenste : 7 meter dik buitenste : 4 meter dik
  • 14.
    OP54 Jullie die tabernakelenbij grote wateren, groot in schatten, jullie einde is gekomen, de volle lengte van jullie winsten; Jahweh van de menigten heeft bij Zijn ziel gezworen*: jullie zullen gevuld worden met de mensen als jonge sprinkhanen, en zij zullen tegen jullie antwoorden met een vreugderoep. Jeremia 51:13,14 *Zweren bij Zichzelf: zie Jer. 22:5; 49:13 Gen.22:16; Jes.45:2; 62:8; Amos 4:2; 6:8; Hebr.6:13
  • 15.
    OP54 Jahweh is deMaker van de aarde door Zijn kracht, de Vaststeller van het bewoonde door Zijn wijsheid. En door Zijn inzicht strekte Hij de hemelen uit. Wanneer Hij Zijn stem doet klinken is daar geruis van wateren in de hemelen, en Hij doet misten opkomen vanaf het einde van de aarde, Hij doet het bliksemen voor regen en brengt winden voort uit Zijn schatkamers Jeremia 51:15,16
  • 16.
    OP54 Ieder mens isonverstandig, zonder kennis, elke goudsmid wordt te schande door zijn inkerving, want zijn (afgods)beeld is vals, er is geen geest in hen; leeg zijn ze, werk van afwijkingen, in de era van hun bezoeking zullen zij ver(loren)gaan. Jeremia 51:17,18  Enlil, god van de wind, aarde, lucht Ekur tempel in Nippur
  • 17.
    OP54 Niet zoals dezeis Jakobs deel, want Hij vormt allen, en Israël is de stam van Zijn lotdeel, Jahweh van de menigten is Zijn Naam. Jij bent een sleger* voor Mij, Mijn instrument van oorlog: met jou zal Ik natiën ver- pletteren en met jou zal Ik koninkrijken ruïneren; met jou zal Ik paard en zijn ruiter verpletteren, en met jou zal Ik verpletteren strijdwagen en zijn berijder. Jeremia 51:19-21 *sleger = houten voorhamer of knots; ander woord dan in 50:23
  • 18.
    OP54 en met jouzal Ik verpletteren man en vrouw en met jou zal Ik verpletteren oudere en jongere en met jou zal Ik verpletteren jongeman en maagd en met jou zal Ik verpletteren herder en zijn kudde en met jou zal Ik verpletteren agrariër en zijn team en met jou zal Ik verpletteren onderkoning en hoge ambtenaar, en Ik zal terugbetalen: Babylon en al de inwoners van Chaldea, voor al het kwaad dat zij Sion hebben aangedaan voor jullie ogen, verklaart Jahweh Jeremia 51:22-24
  • 19.
    OP54 Zie, Ik bentegen jou, ruïnerende berg, verklaart Jahweh; de ruïneerder van heel de aarde, Ik zal Mijn hand tegen jou uitstrekken, en jou van de steile rotsen afrollen; en jou tot een brandende (afval)berg maken; en zij zullen van jou geen steen voor hoeksteen meer afnemen, of voor een funda- mentsteen; want jij zult tot eonische woestenij worden, verklaart Jahweh. Jeremia 51:25-26
  • 20.
    OP54 Hef een banierop in de aarde! Blaast de trompet onder de natiën! Heilig natiën tegen haar, Ararat, Minni en Askenaz! Stel een regent tegen hen aan! Doe paarden op- komen als jonge sprinkhanen!Jeremia 51:27