EUPHORIA BETEKENIS :HET GEVOEL VAN DE OVERWINNING OF NA BEHAALDE WINST Euforie bereiken tezamen met de cliënt of opdrachtgever !
3.
MANAGEMENT & CAREERFILOSOFIE TOEVOEGING Consultancy ten behoeve van het Management : Inzichten Processen Innovatie Functionaliteit Kwalificaties Competenties Dus : relatie Management en Carrière
4.
VOORKENNIS Voor hetdaadwerkelijk begrijpen van Synergie is enig inzicht en wetenschap nodig van : Psychologie (gedragskunde) Energie (thermodynamica, kernfysica) Biologie (vorm & functie) Geschiedkundige fenomenen
5.
INHOUD UITEENZETTING VAN: SYNERGIE Wat houdt het in ? Waar heeft het mee te maken ? Zijn er kenmerken ? Hoe te benaderen ? Hoe mee om te gaan ?
6.
SYNERGIE BETEKENIS :Het op een natuurlijke en onbeschreven wijze van samenwerken, waarbij of waardoor de afzonderlijke functies worden overtroffen. Vanuit Griekse taal : syn– samen- (prefix) ergie werken (ergo-)
7.
SAMENWERKING Samenwerking vloeitvoort uit de beschrijvingen van : Structuren Systemen Processen Procedures Werkinstructies Het zijn aanvullingen van elkaar.
8.
ultieme SAMENWERKING Wanneeris er sprake van de ultieme samenwerking ? Optimalisatie van : Efficacy Effectivity Efficiency
9.
SYNERGIE (1)KENMERK van SYNERGIE : De ultieme samenwerking met een overtreffend resultaat, voortkomend uit emergent gedrag, door het samengaan van verschillende bijdragen of functies (dus vooraf onbeschreven)
10.
Waarin ligt hetwezenlijke verschil ten opzichte van ultieme samenwerking ? Minimale investering van : Materie Energie Informatie (MEI) door natuurlijke zelfordening. SYNERGIE (2)
SYNERGIE (4)Voedingsbodem voor synergie, intuïtie of ….
13.
SYNERGIE (5)splijter verstarder aantrekker van het “dynamiekvlak vallen” betekent veelal een catastrofe en in chaos terechtkomen Organisatievlak
14.
MOTIVATIE GROEP Watis de primaire reden van groepsvormingen ? HANDHAVING of ZELFREDZAAMHEID zich willen profileren op basis van hun eigen identiteit (ook wel “gelukkig willen zijn”) daarmee vaak een andere functie naar de omgeving willen vervullen
15.
EFFICIENCY Efficiency bijhet ontstaan van een (nieuwe) “groep” binnen een organisatie. In hoeverre dient efficiency geoptimaliseerd te worden bij deze groep ? Wat is de mate van deze efficiency ?
16.
MEI-aspecten Bij groepengaat het om een minimaal verbruik in de combinatie van : M aterie E nergie I nformatie (MEI) Juist vanwege het emergente karakter is de efficiency daardoor hoog ! (inherente eigenschap)
17.
ADAPTIEF GEDRAG (1) Hoe daar mee om te gaan ? Intelligente organisaties begrijpen de complexiteit en het dynamische gedrag van groepsvormingen Het antwoord is het toestaan van ADAPTIEF GEDRAG.
18.
Wat betekent hettoestaan van adaptief gedrag ? Dat houdt in : nieuwe creatie nieuwe mogelijkheid nieuwe functie naar de directe omgeving toe. ADAPTIEF GEDRAG (2)
19.
VOORDEEL Uitbaten vanADAPTIEF gedrag van een groep ten gunste van de organisatie. De intelligente organisaties kunnen dat. Intelligentie staat daarmee los aan machtslust of maximale controle en sturing willen uitoefenen over die groep !
20.
INTELLIGENTE ORGANISATIE BETEKENIS: Alle competenties binnen een organisatie, die tezamen een creatief en probleem oplossend vermogen vormen (Competentie : het vermogen om op een gegeven moment en in bepaalde situaties de juiste handelingen te verrichten)
CATASTROPHE BETEKENIS :Vernietiging van (een deel van) het organisme VOORDEEL : Ruimte voor een nieuwe ontspruiting binnen het organisme of systeem
26.
CHAOS BETEKENIS :Voor de objectieve observant een willekeurig samenspel, zonder enig herkenbare vorm van samenhang of patroon ! Is er echt sprake van chaos ? Voor deze observant wel en voor een andere observant ?
27.
EMERGENTIE BETEKENIS :Een ontspruiten van een creatie, echter 1 vanuit een noodzakelijke oorzaak ontstaan zijnde “het overleven” (potentiaal/druk) vanuit de in chaos verkerende “organisatie”
28.
AUTOPOIESIS BETEKENIS :Het vermogen tot zelf(re)-productie door een organisme , veelal opgelegd onder druk van de omgeving. DOEL : Handhaving, van binnenuit gereguleerd ! Lees organisme, lees organisatie !
29.
MORFOGENESE BETEKENIS :Zelfordening ofwel een groeiende stroom van materie, energie en informatie, welke zichzelf op basis van de hoogste efficiency ordent. (Het gaat om een nieuwe orde met een nieuw en onverwacht emergent gedrag)
30.
FUNCTIE BETEKENIS :Dat, waarin het organisme van binnenuit meerwaarde levert naar de omgeving toe, met als doel te overleven of zich te handhaven. Dus : externe projectie ! Lees organisme, lees organisatie !
31.
FRACTALS BETEKENIS :Dat gebied, waarin het organisme van binnenuit “contact” heeft/maakt en “communiceert” met de omgeving (interactie : eg semi-permeabele celwand) Lees organisme, lees organisatie !
32.
BETEKENIS : Eenenorme momentele opzweping van materie en energie ( e.g. donderbui, chaos ) emergent gedrag discontinuïteit in de dynamiek macroscopisch gedrag dat niet uit microscopisch gedrag is af te leiden DISSIPATIEVE STRUCTUREN (1)
33.
OPTREDENDE FLUCTATIES Zolang deze fluctuaties nog gedempt kunnen worden, blijft het verschijnsel emergentie of (nieuwe) structurele stabiliteit buiten beschouwing. DISSIPATIEVE STRUCTUREN (2)
34.
PRODUCT Een mogelijkproduct is het ontstaan binnen een C omplex A daptief S ysteem, mits de omstandigheden het vereisen als ook willen toestaan ! CAS gedraagt zich als een dissipatieve structuur. Hoe ziet dat eruit ?
35.
Wat zoekt CAS? Een complex adaptief systeem zoekt steeds naar efficiëntere oplossingen voor het doorgeven van Materie, Energie en Informatie (MEI). Waar leidt dit toe ?
KADERS COMPLEXE DYNAMIEK (2) CHAOS Verstarringen en interventies Collectief coherent gedrag Condities voor zelfordening SYNERGIE Kiemen van nieuwe orde Conditie van voorspelbaarheid Secundaire golf