21
Op dat ogenblikgenas Hij velen van
ziekten en plagen en boze geesten en aan
vele blinden schonk Hij het gezicht.
Lucas 7
5
6.
24
en hij (=engel)heeft gezegd: Wees niet
bevreesd, Paulus, want gij moet voor de
keizer staan; en zie, allen, die met u
varen, heeft God u geschonken.
Handelingen 27
6
7.
40
En Jezus antwoorddeen zeide tot hem:
Simon, Ik heb u iets te zeggen. Hij zeide:
Meester, zeg het.
41
Een schuldeiser had twee schuldenaars.
De een was hem vijfhonderd schellingen
schuldig, de ander vijftig. >>
Lucas 7
7
8.
42
Toen zij nietkonden betalen, schonk hij
het hun beiden. Wie van hen zal hem dan
het meest liefhebben?
43
Simon antwoordde en zeide: Ik
onderstel, hij, aan wie hij het meeste
geschonken heeft. Hij zeide tot hem: Gij
hebt juist geoordeeld.
Lucas 7
8
9.
31
Wat zullen wijdan van deze dingen
zeggen? Als God voor ons is, wie zal
tegen ons zijn?
32
Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon
niet gespaard, maar voor ons allen
overgegeven heeft, ons met Hem ook niet
alle dingen schenken?
Romeinen 8
9
10.
29
Want aan uis de genade verleend, voor
Christus, niet alleen in Hem te geloven,
maar ook voor Hem te lijden,
30
in dezelfde strijd, die gij eens van mij
hebt gezien en nu van mij hoort.
Filippi 1
10
11.
18
Immers, als deerfenis van de wet
afhangt, dan niet van de belofte; en juist
door een belofte heeft God aan Abraham
zijn gunst bewezen.
Galaten 3
11
12.
13
Verdraagt elkander envergeeft
elkander, indien de een tegen de ander
een grief heeft; gelijk ook de Here u
vergeven heeft, doet ook gij evenzo.
Kolosse 3
12
13.
12
... de werkingGods, die Hem uit de
doden heeft opgewekt. 13
Ook u heeft Hij,
hoewel gij dood waart in uw misdaden
(...) levend gemaakt met Hem, toen Hij
ons [in] al onze misdaden kwijtschold
(=genade schonk) ...
Kolosse 2
13
14.
8
... heeft HijZich vernederd en is
gehoorzaam geworden tot de dood, ja,
tot de dood des kruises. 9
Daarom heeft
God Hem ook uitermate verhoogd en Hem
de naam boven alle naam geschonken...
>>
Filippi 2
14
15.
10
opdatopdat in denaam van Jezus zich alle
knie zou buigen van hen, die in de hemel
en die op de aarde en die onder de aarde
zijn, 11
en alle tong zou belijden: Jezus
Christus is Here, tot eer van God, de
Vader!
Filippi 2
15