Die Deutsche Verben
Das Vollverb
 De meeste werkwoorden zijn Vollverben(= volledige werkwoorden)
 Alleen met onderwerp in de zin
 Voorbeelden zijn:
 Schreiben
 Tanzen
 Lesen
 Fahren
 Heiraten
Das Hilfsverb
 Staat bijna altijd samen met een volledig werkwoord
 De drie Hilfsverben(= hulpwerkwoorden) zijn:
Haben
Sein
Werden
 Ich werde lesen
 Hilfsverb werden + Vollverb lesen
 Ich habe eine Katze
 Hilfsverb haben als Vollverb
Das Modalverb
 Modalverben(= modale hulpwerkwoorden) beschrijven een verhouding
tussen persoon en handeling
 Ze drukken bijvoorbeeld een vaardigheid of noodzaak uit;
 Ich kann sehr gut kochen (vaardigheid
 Ich muss einen Brief schreiben (noodzaak)
 De Modalverben zijn:
 Können
 Müssen
 Sollen
 Dürfen
 Mögen
 Wollen
Das Mischverb
 Een Mischverb(= mix werkwoord) heeft de eigenschap van een
stamverandering van de sterke werkwoorden en de uitgangen
van de zwakke werkwoorden in de verleden tijd.
 Voorbeelden zijn:
Brennen
Bringen
Kennen
Nennen
Rennen
Wissen

Die deutsche verben

  • 1.
  • 2.
    Das Vollverb  Demeeste werkwoorden zijn Vollverben(= volledige werkwoorden)  Alleen met onderwerp in de zin  Voorbeelden zijn:  Schreiben  Tanzen  Lesen  Fahren  Heiraten
  • 3.
    Das Hilfsverb  Staatbijna altijd samen met een volledig werkwoord  De drie Hilfsverben(= hulpwerkwoorden) zijn: Haben Sein Werden  Ich werde lesen  Hilfsverb werden + Vollverb lesen  Ich habe eine Katze  Hilfsverb haben als Vollverb
  • 4.
    Das Modalverb  Modalverben(=modale hulpwerkwoorden) beschrijven een verhouding tussen persoon en handeling  Ze drukken bijvoorbeeld een vaardigheid of noodzaak uit;  Ich kann sehr gut kochen (vaardigheid  Ich muss einen Brief schreiben (noodzaak)  De Modalverben zijn:  Können  Müssen  Sollen  Dürfen  Mögen  Wollen
  • 5.
    Das Mischverb  EenMischverb(= mix werkwoord) heeft de eigenschap van een stamverandering van de sterke werkwoorden en de uitgangen van de zwakke werkwoorden in de verleden tijd.  Voorbeelden zijn: Brennen Bringen Kennen Nennen Rennen Wissen