Spelding van deweek: komma In de volgende gevallen gebruik je een komma: In opsommingen: 'Zij schrijft artikelen, essays, romans, verhalen en columns.' Tussen gelijkwaardige bijvoeglijke naamwoorden: 'Oma had een mooie, dure, groene kast.' Voor en na een bijstelling: 'Dekker, de minister van VROM, deed een nieuw voorstel.'
3.
Spelding van deweek: komma Voor en na een uitbreidende bijzin: 'De cursisten, die goed Nederlands spreken, vinden die komma's niet moeilijk.' Voor en/of na een aanspreking: 'Sanne, heb je het naar je zin hier?', 'Luister, jongen, zo werkt dat niet.' Tussen twee naast elkaar staande persoonsvormen. Vóór voegwoorden als hoewel, omdat, zodat, opdat, indien, maar, aangezien en terwijl.
4.
Spelding van deweek: komma Een komma voor ‘en’ gebruik je alleen als het ontbreken ervan kan leiden tot een niet-bedoelde betekenis of leesprobleem. Hij leerde er jongens kennen die dol waren op een biertje en meisjes met blonde haren. Hij schreef over de geschiedenis van handschriften en schoolboeken over de kunst van het schrijven.
5.
Spelding van deweek: komma Onder de gasten zagen we mevrouw Bruinsma, moeder van de jubilaris en de burgemeester. De raad geeft een opsomming van leerstoelen Nederlands en Neerlandistiek is hierbij niet als afzonderlijke studie geteld. In dat rijtje is de eerste groter dan de tweede en de derde groter dan de vierde.
#7 Opdracht 1 Ik heb voor deze keer zelf wat uitingen meegenomen. Vertel eens wat je hier van vindt. Wat zegt het je, wat is de boodschap denk je? Voor wie is het bedoeld? Wat vind je er goed aan? Wat slecht? Zou het werken? [UIT ADCN JAARBOEK 2008]