BLOKFLUIT en IERSEFLUIT
Vergelijking
in
Oorsprong
Bouw
Materiaal
Speelwijze
2.
Geschiedenis
Dit zijnde oudste instrumenten die
teruggevonden zijn tijdens de Prehistorie
Ze zijn gevonden in een grot in het Duitse
Geissenklösterle
Ze zijn ongeveer 36.800 jaar oud
Ze zijn gemaakt van de vleugel van een
zwaan.
3.
Houten fluit
Ditis de oudste houten fluit die
teruggevonden is.
Ze dateert uit ongeveer 1050 v. Chr.
Ze is gemaakt uit een vliertak, waarvan het
zachte merg werd verwijderd.
Ze is bovenaan schuin afgesneden om op
te blazen
Hier komt het word “flierefluiten” vandaan:
fluiten op een v(f)liertak.
4.
Middeleeuwen
Tijdens demiddeleeuwen zijn talloze benen
fluiten teruggevonden
Ze hebben meestal drie vingergaten
Ze zijn waarschijnlijk gemaakt door
herders.
Ze zijn meestal gemaakt uit
schapenbeendere.n
5.
Eenhandsfluit
Dit ishet oudste voorbeeld uit de 11de eeuw na Chr.
Deze fluitjes zijn vooral veel gevonden in België en
Nederland, vooral van de 14de tot 17de eeuw
Ze werden met één hand bespeeld en met de andere
hand bespeelde men een trommel.
Op deze fluitjes werd veel gespeeld door het gewone
volk, maar ook aan het hof.
6.
Middeleeuwse blokfluit
Erzijn slechts twee (echte) middeleeuwse blokfluiten bekend
Ze dateren uit de 14de eeuw
Later werd veel meer opgegraven, zowel in renaissance als barok
Er werden veel verschillende soorten fluitjes gevonden: flageoletten, houten
signaalfluitjes, lokfluitjes, fopspeenfluitjes enz.
7.
Europese folkloristische
instrumenten
Dit zijnallemaal instrumenten die nu nog
worden bespeeld in Europa.
① Noorse fluit met 6 gaten
② Blokfluit uit Noorwegen
③ Baskische fluit
④ Tsjechische fluit
⑤ Joegoslavische fluit
⑥ Joegoslavische dubbelfluit
8.
Blokfluitfamilie
Adriana
Breukinck naam ookwel laagste toon
sopranino f2
sopraan c2
alt f1
tenor c1
bas basset f
grootbas c
Contrabas subbas F
Subgrootbas C
subcontraba
s
subsubbas F1
9.
Blokfluitfamilie:
tussenvormen
En deze bestaanook nog:
Gar klein Flötlein of exilent.
Sixt flute: een sopraan in d
Discant Fluit in d: een sopraan in d
Fourth flute: sopraan in bes
Alt in g: een g-alt
Voice flute: een tenor in d
Fourth flute: een tenor in bes
Basset in g
Bas Fluit in Bes: een toon lager dan de
huidige grootbas
10.
Familie Tin Whistles
TenorD
Baritone C sharp
Baritone C
Baritone B
Bass B flat
Bass A
Bass G
HIGH WHISTLES
Soprano E flat
Soprano D
Soprano C sharp
Soprano C
Mezzo Soprano B
Mezzo Soprano B flat
Mezzo Soprano A
LOW WHISTLES
Alto G sharp
Alto G
Alto F sharp
Alto F
Tenor E
Tenor E flat
Bouw
Conisch (vanbreed
naar smal) :
barokinstrument:
speelt gemakkelijk in de
hoogte, weinig klank in
de laagte.
Cilindrisch: (rechte buis)
renaissanceinstrument
en Tin Whistle:
Prachrige volle klank in
de laagte. Moeilijker om
hoge noten op te
spelen.
Mysterie van hetvijfde en
het zevende gaatje
Vroeger werden de blokfluiten
gemaakt met twee zevende
gaatjes onderaan voor je pink
(zie afbeelding).
Je kon dan zelf bepalen of je je
fluit links-, of rechtshandig wilde
bespelen.
Het gaatje dat je niet nodig had
diende je dan met was toe te
stoppen.
15.
Barok versus Duitsefluit
Aan het vijfde gaatje op je blokfluit kan je zien of je een Barokke of Duitse
boring hebt. Als het gaatje merkelijk kleiner is dan de andere gaat het om
een Duitse fluit. (die gebruikt wordt in veel dagscholen) Als het gaatje
integendeel veel groter is gaat het om een barokke fluit. (diegene die wij
gebruiken in de academie)
Twee Duitsers in begin 20ste eeuw: Max Seiffert en Peter Harlan kochten
een blokfluit van Carl Dolmetsch in Engeland en waren zeer enthousiast
over de mogelijkheden van dit instrument. Ze wilden in Duitsland ook
blokfluiten gaan bouwen. Helaas hadden ze niet goed opgelet en
maakten het vijfde gaatje veel te klein. Daar pas onstond dus de Duitse
fluit. Historisch heeft die nooit bestaan.
16.
Versieringen
BLOKFLUIT IERSE FLUIT
Versieringenin de Renaissance:
nootherhaling.
Cut: met de bovennoot
Baroktriller: altijd beginnen met de
bovennoot
Tap of Strike: met de ondernoot
Franse barok: battement, port de voix,
coulé de tierce, flattement
Roll: long roll: noot-cut-strike
short roll: cut-strike
Moderne versieringen: glissando,
dubbeltonen, labiumvibrato,
flatterzunge
Cranns: roll met enkel cuts
Vibrato (adem) Slides: =glissando
Vibrato: met de vingers of met de
17.
Spelers
Luisteren naar: (allemaalte vinden op spotify)
Flanders recorder quartet (blokfluitkwartet)
Marion Verbruggen (blokfluit)
Michala Petri (blokfluit)
Joe McKenna (Ierse fluit)
Brian Finnegan (Ierse fluit)
Michael McGoldrick (Ierse fluit)
Barthold Kuijken (traverso)
Editor's Notes
#8 1: fluit met zes gaten uit Noorwegen, 2: blokfluit uit Noorwegen 3: fluit uit het Baskenland 4Tsjechische fluit (mondstuk achteraan) 5: Joegoslavische fluit met 5 gaten 6: Joegoslavische Dubbelfluit.