Dever Bulletin [2014]
8 Dever Bulletin 25 [2014]
9
D
it jaar is Huis Dever verrijkt met een ’Tuin der
zinnen‘, een kasteeltuin passend bij de late
14e eeuw toen de donjon werd gebouwd.
Met een roofvogel die de sleutel aan Anneke Been­
akker en Lies van der Spruit bracht om het hek te
openen was de feestelijke opening van de tuin op
22 april 2014 dan ook helemaal in stijl. Immers de
jacht was een aloud tijdverdrijf, voorbehouden
aan de adel, waartoe ook de bewoners van Huis
Dever behoorden. Men ging uit jagen in de eigen
omliggende landerijen op herten of everzwijnen
met behulp van honden. Voor kleiner wild werden
valken en andere roofvogels ingezet of er werden
fretten gebruikt. Zowel de valkenjacht als de jacht
met behulp van fretten werd ook bedreven door
edelvrouwen. Zo schijnt in de 15e eeuw jonkvrouw
Clara van Haeften met fretten gejaagd te hebben op
de konijnen in het wilde bos aan de overkant van de
▲
De minnetuin
en de hoofse liefde
in Dever
1 Meester E.S., Minnetuin met schaakspelers, gravure, 1450-68 (publiek domein).
Vrije tijdsb e s te ding
in e en kas te e l
Noten op pagina 10
door Guillaume de Lorris, droomt een hoveling dat
hij op een vroege meimorgen naar buiten is gegaan
om de leeuwerik en de nachtegaal te horen zingen.
Onderweg ziet hij de muren van de tuin der liefde
waarbinnen Blijheid de dans leidt waaraan Amor,
de liefdesgod, Rijkdom, Mildheid, Vrijmoedigheid,
Hoofsheid en Jeugd deelnemen (afb. 3).
Vervolgens wordt hij getroffen door de pijlen van
Amor die hem de regels van de liefde uitlegt en ten
slotte mag hij de roos kussen die zijn geliefde sym­
boliseert. Maar op dat moment wordt hij verhinderd
door Jaloezie die een muur bouwt om de rozen.
Hier wordt het verhaal voortgezet door een andere
schrijver, Jean de Meun, maar ditmaal staat de ero­
tische liefde in het middelpunt van de vertelling en
het einde van het verhaal, het plukken van de roos
dat het winnen van de geliefde symboliseert, is dan
ook een regelrechte seksuele verovering.6
Met deze verandering van toonzetting raken we
aan het veelbesproken probleem van de interpreta­
tie van de hoofse liefde. Ging het uitsluitend om
de platonische verering van een vrouw of was het
uiteindelijke doel ook, of alleen maar, de zinnelijke
verwezenlijking van de liefde? Tegenwoordig wordt
aangenomen dat er sprake was van beide vormen
van liefde en waarschijnlijk alles daartussenin. Dat er
een bijzondere belangstelling was voor de liefde in
adellijke kringen staat vast. Dit uitte zich onder meer
in populaire gezelschapsspelen als De koning die niet
liegt of Het konings- en koninginnespel waarbij vragen
werden gesteld over de liefde aan de speler die tot
koning of koningin was gekozen.7
Het Haagse hof
De Roman de la Rose die als een handleiding voor
de liefde fungeerde, werd geschreven in de tweede
helft van de 13e eeuw, maar bleef tot in de vijftiende
eeuw, ’’een ideaal van de aristocratische liefde en
wereldlijke beschaving”, zoals Huizinga schreef.8
Dit zal ook hebben gegolden ook voor het hof
van de Hollandse graven waar de stichter van
Huis Dever, Reinier Dever (1345-1417) als ridder toe
behoorde.9 We mogen aannemen dat ook Reinier
Dever regelmatig aan dit hof te gast is geweest. Daar
diende hij eerst graaf Willem V (1332-1389) en daarna
diens broer en opvolger, Albrecht van Beieren (1330-
1404)10. De laatste fungeerde al vanaf 1357 als ruw­
aard (regent) voor zijn broer Willem die krankzinnig
was geworden, maar hij liet zich pas als graaf van
Holland huldigen na diens overlijden in 1389.11
Onder Albrecht van Beieren werd het Binnenhof
2 Detail van een miniatuur uit Roman de la Rose, ca. 1340, fol. 9, ms Royal 20 A XVII, Brit. Library (publiek domein).
3 Miniatuur uit Roman de la Rose, 1475, British Library (publiek domein)
Meta Henneke
Heereweg. De eigenaren van Huis Dever hadden het
recht op deze konijnen.1 Maar wat weten we over
de ontspanning die een besloten tuin, een hortus
conclusus, bij het kasteel aan zijn bewoners bood?2
Daarover meer in dit artikel.
Een kasteeltuin bevond zich vaak in een boomgaard
omgeven door een muur met een zogeheten zoden-
­bank om op uit te rusten. Hekjes, latwerk voor klim-
rozen en zodenbanken verdeelden de tuin in com­
partimenten en een fontein of vijver vormde een
bron van verkoeling.3 Men kon zich vermaken met
het zingen van liederen onder begeleiding van
een muziekinstrument (afb. 4) , met dansen (afb. 3)
of een spelletje schaken (afb. 1)4. Het voeren van
gesprekken, het houden van een hoofs debat over
de liefde of amoureuze ontmoetingen, ook te zien
op de gravure van een minnetuin, hoorden ook bij
het adellijke vermaak. En we mogen aannemen dat
men zich ook in het laatmiddeleeuwse Huis Dever
in Lisse zo zal hebben geamuseerd, zoals we nog
zullen zien. Over Huis Dever weten we dat bij het
huis op de voorhof waarschijnlijk een kleine weide
voor de paarden was, verder een kruidentuin en een
boomgaardje met in die tijd geliefde vruchtbomen
als mispels, peren, vijgen en perziken.5
De hoofse liefde en de Roman de la rose
In wat misschien wel de meest invloedrijke tekst van
de middeleeuwen mag worden genoemd, de Ro-
man de la Rose, speelt de kasteeltuin als minnetuin
een belangrijke rol. In het eerste deel, geschreven
Dever Bulletin 25 [2014]
10 Dever Bulletin 25 [2014]
11
in Den Haag verfraaid en vergroot. Er
werden vele feesten en toernooien georga­
niseerd en Albrechts hof stond internationaal in
aanzien.12 Door de bewaard gebleven rekenin­
gen is het nodige bekend over hoe men leefde
aan het hof. Behalve de toernooien die in of
nabij het Binnenhof werden gehouden – het
Toernooiveld herinnert hier nog aan – werd er
veel en goed gegeten, maar ook werd er gevaren
in de hofvijver, werd er gekaatst, gekegeld en aan
andere balspelen gedaan en werd er gedobbeld, ge­
kaart, tric trac gespeeld of geschaakt.13 Verder ging
men uit rijden om vrienden en familie te bezoeken.
De dichter die nauw verbonden was met het hof van
graaf Albrecht van Beieren, Willem van Hildegaers­
berch, beschrijft hoe hij zo’n hoofs gezelschap ont­­-
moet dat op een vroege zomerochtend is uitgere­
den. Men had een keur aan zangers en minstreels
meegenomen en die waren daar op hun plaats, al­
dus de schrijver, want iedereen was vrolijk. Het zoete
geluid van hun snarenspel en de zang die uit hun
kelen klonk, deed jong en oud volgen, het bos in.14
We kunnen zelfs een indruk krijgen van wat
men daar zo zong. Er is namelijk een zestal bladen
met vier liederen in Frans-hoofse stijl afkomstig uit
de regio Holland-Utrecht bewaard gebleven. De
ontstaansdatum ligt kort na 1400 en de teksten
zijn voorzien van een muzieknotatie.15 Allevier de
liederen gaan over de hoofse liefde, waarbij een
ridder minnedienst verricht voor zijn uitverkoren
jonkvrouw. De vrouw is volgens de hoofse opvat­
tingen verheven boven de man, die zich geen groter
geluk kan denken dan haar te dienen in woord en
daad. Zij is een bron van alle deugden waardoor de
man zich inspant om met zijn ridderlijke daden haar
te verdienen. Toch is niet alleen de aanbidder dienst­
baar, de aanbedene hoort haar minnaar te belonen
met wederdiensten. Doet zij dit niet dan beklaagt
de man zich over haar, zoals in het onderstaande
couplet :
’’Genade Venus vrouwe tzart
Want mir op eerden nye en wart
Ye pijn so hart
Als mir ein reyne wijf an doet;
Doch duet sijt, vrou, bi dinene rede,
So neem ix niet in quade,
mer um ghenade
so bid ich dich, dunkt vesen goet”
Of in gewoon Nederlands: ’Genade, lieftallige vrou­
we Venus. Nooit ondervond ik zulke pijn als mij een
edele vrouw berokkent. Omdat zij het op uw advies
doet, neem ik het niet kwaad op, maar smeek ik u
om genade, die ik nodig heb.’16 Maar welke genade
verleende de aanbeden dame?
Soms schrijft de minnaar over zijn lichamelijk
verlangen: Ich wolde in uren arme legen. Het citaat
komt uit het Haags liederenhandschrift met hoofse
liefdespoëzie dat ook wordt gerekend tot de sfeer
van het Haagse hof.17
Liefde in Lisse
Het is moeilijk te bepalen hoe deze hoofse minne­
cultuur zich verhield tot de maatschappelijke werke­
lijkheid. In elk geval leidde de liefde niet tot het
huwelijk. Het huwelijk diende andere doeleinden,
zoals het sluiten van politieke verbintenissen, het in
standhouden of vergroten van het familiebezit en
de bevordering van de maatschappelijke status.18
Buitenechtelijke relaties waren, in het bijzonder voor
mannen, in deze kringen geen probleem. In dat op­
zicht had Albrecht van Beieren een stevige reputatie
en in één bijzonder geval is er een directe link met
de geneugten die ook Huis Dever bood.
De graaf was gewoon om ontspanning te zoeken
op Slot Teylingen. Daar werd hij in het voorjaar van
1388 verliefd op de dochter van de slotheer, Aleid
van Poelgeest (ca. 1370-1392).19 In de rekeningen
wordt vermeld wat er allemaal werd gegeten en ge­
dronken, onder meer bij de jacht mit voghelen ende
mit veel honden, en wat er werd uitgegeven voor het
vercaetsen, verdobbelen, verquarten ende te verspe-
len. Als het zo uitkwam trok hij met een hele groep
naar Leiden of naar het kasteel in Dever. Daar trad
Reinier Dever op als diens gastheer. In de grafelijke
rekeningen zijn de bedragen opgesomd die werden
betaald voor wat myn here [Albrecht van Beieren]
verteerde des anderen dages [6 februari 1388] tot heer
Reyner Devers woning.20 En zo zijn we teruggekeerd
in Dever waar men zich vanzelfsprekend ook op
hoofse wijze vermaakte en misschien was er later in
het jaar, op een warme zomerdag, gelegenheid om
in de tuin van Dever bijeen te komen voor het zin­
gen van minneliederen of zelfs een amoureus tref­
fen tussen de graaf en Aleid van Poelgeest die zijn
maitresse of boele werd. Zij kreeg immers al in juni
van 1388 een eigen gevolg, een huis en een toelage
en vergezelde vanaf 1389 de graaf op zijn reizen.21 n
4 Hollandse goudgulden
van Willem V, Graaf van
Holland, geslagen 1350-
1389 (publiek domein).
Meta Henneke (1950) is kunsthis­
torica en werkzaam als zelfstandig
onderzoeker. In 2009 promoveerde
zij aan de Vrije Universiteit Leiden
op de dissertatie Ritueel in beeld. De
Boerenbruiloften en hun publiek in
de tijd van Bruegel en zijn navolgers.
Zij studeerde kunstgeschiedenis en
archeologie in Leiden.
In dit artikel worden resultaten
van belangrijke, soms al klassieke
studies op het gebied van literatuur,
geschiedenis en kunst aan elkaar
gekoppeld om een beeld te kunnen
schetsen van het leven in Huis Dever
rond 1400.
1 A.M. Hulkenberg, Het Huis Dever
te Lisse, Zaltbommel: Europese
Bibliotheek, 1966, 66 met bronver­
melding. Tussen 1417-1507 was Clara
dochter van de de stichter van Huis
Dever getrouwd met Gysbert van
Haeften en daarna met Walraven
van Brederode, een bastaardzoon.
2 In een handschrift uit de jaren ’40
van de 14e eeuw legde Gerrit den
Ever, heer van Dever, inkomsten en
uitgaven vast die betrekking had­
den op de grafelijke jacht in bossen
en duinen van Holland waarover hij
het toezicht hield als houtvester van
Holland. In deze functie voorzag
hij de graaf van het wild voor diens
maaltijden en van hout en turf.
Hulkenberg, 19-20.
3 Duby, George (red.), A history
of private life. II Revelations of the
medieval world, Cambridge: The
Belknap Press of Harvard University
Press, 1988, 435.
4 Al in de 12e en 13e eeuw werd van
adellijke vrouwen verwacht dat zij
konden schaakspelen en met de
valk konden jagen. Joachim Bumke,
Hoofse cultuur, Utrecht: Uitg. Spec­
trum, II, 438-451 over de opvoeding
van meisjes in de 12de en 13de eeuw,
i.h.b. 443-444.
5 Hulkenberg, 37.
6 Zie bijvoorbeeld Johan Huizinga,
Herfsttij der middeleeuwen. Studie
over levens- en gedachtenvormen
der veertiende en vijftiende eeuw
in Frankrijk en de Nederlanden
(tekstbezorging Anton van der Lem),
z.p.: Olympus, 2013, 150-151.
7 Joachim Bumke, Hoofse cultuur,
Utrecht: Uitg. Spectrum, II, 536. Dit
betreft Frankrijk in de 12de en 13de
eeuw.
8 Meer dan 125 exemplaren zijn
bewaard gebleven volgens de
voorlopige telling op de site: http://
romandelarose.org. Huizinga,
hoofdstuk 8 Stilering der liefde, 143.
9 Zie hierover: Frits van Oostrom,
Het woord van eer. Literatuur aan
het Hollandse hof omstreeks 1400,
Amsterdam: Meulenhoff, 19923
[1987], hoofdstuk 3, i.h.b. 86-93.
Uitgebreide informatie over Reinier
Dever: Hulkenberg, hoofdstuk 2 e.a.
10 Over de relatie van Reinier Dever
met graaf Albrecht van Beieren:
Hulkenberg, 24
11 www.biografischportaal.nl >
Nieuw Nederlandsch Biografisch
Woordenboek (NNBW). Beide
graven zijn de zoons uit het huwelijk
van keizer Lodewijk van Beieren
en gravin Margaretha van Holland,
dochter van Willem III graaf van
Henegouwen, Holland en Zeeland.
12 Nieuw Nederlandsch Biografisch
Woordenboek (NNBW), 4, kol. 25-26
‘Albrecht, Aelbrecht, hertog van
Beieren-Straubing, etc.’
13 Voor een beschrijving van het
hofleven: Van Oostrom, 19923 [1987],
i.h.b. hoofdstuk 1 en 2.
14 ’’Dat zoete gheluut van horen
snaren, Die zanck die si mit kelen
songhen, Die dede den ouden mit­
ten jonghen Volghen mede in dat
foreest.” Citaat en vertaling in: Van
Oostrom, 19923 [1987], 86.
15 De bladen worden bewaard in de
Universiteitsbibliotheek Leiden. Zie
Van Oostrom, 19923 [1987], 87 e.v.
16 Van Oostrom, 19923 [1987], 89.
17 Van Oostrom, 19923 [1987], 92 e.v.
Dit Middelnederlandse verzamel­
handschrift hoort in de omgeving
van de hofliteratuur in Den Haag
thuis.
18 Van Oostrom, 19923 [1987], 121-
122. Zie hierover ook: Janse, Antheu­
nis, ’Marriage and noble lifestyle in
Holland in the late Middle Ages’, in:
Blockmans, W.P.; Janse, Antheun,
Showing status: representation of
social positions in the Late Middle
Ages, Brepols, 1999, 113-138.
19 Dimphéna Groffen, Poelgeest,
Aleid van, in: Digitaal Vrouwenlexi­
con van Nederland. URL: http://re­
sources.huygens.knaw.nl/vrouwen­
lexicon/lemmata/data/Poelgeest,
Aleid van [13/01/2014] 
20 Hulkenberg, 39-40 met bronver­
meldingen.
21 Dimphéna Groffen, Poelgeest,
Aleid van, in: Digitaal Vrouwenlexi­
con van Nederland.
Noten
5 MeesterE.S.,Liefdespaaropeenzodenbank,gravure,1450-68(publiekdomein).

8-11 minnetuin

  • 1.
    Dever Bulletin [2014] 8Dever Bulletin 25 [2014] 9 D it jaar is Huis Dever verrijkt met een ’Tuin der zinnen‘, een kasteeltuin passend bij de late 14e eeuw toen de donjon werd gebouwd. Met een roofvogel die de sleutel aan Anneke Been­ akker en Lies van der Spruit bracht om het hek te openen was de feestelijke opening van de tuin op 22 april 2014 dan ook helemaal in stijl. Immers de jacht was een aloud tijdverdrijf, voorbehouden aan de adel, waartoe ook de bewoners van Huis Dever behoorden. Men ging uit jagen in de eigen omliggende landerijen op herten of everzwijnen met behulp van honden. Voor kleiner wild werden valken en andere roofvogels ingezet of er werden fretten gebruikt. Zowel de valkenjacht als de jacht met behulp van fretten werd ook bedreven door edelvrouwen. Zo schijnt in de 15e eeuw jonkvrouw Clara van Haeften met fretten gejaagd te hebben op de konijnen in het wilde bos aan de overkant van de ▲ De minnetuin en de hoofse liefde in Dever 1 Meester E.S., Minnetuin met schaakspelers, gravure, 1450-68 (publiek domein). Vrije tijdsb e s te ding in e en kas te e l Noten op pagina 10 door Guillaume de Lorris, droomt een hoveling dat hij op een vroege meimorgen naar buiten is gegaan om de leeuwerik en de nachtegaal te horen zingen. Onderweg ziet hij de muren van de tuin der liefde waarbinnen Blijheid de dans leidt waaraan Amor, de liefdesgod, Rijkdom, Mildheid, Vrijmoedigheid, Hoofsheid en Jeugd deelnemen (afb. 3). Vervolgens wordt hij getroffen door de pijlen van Amor die hem de regels van de liefde uitlegt en ten slotte mag hij de roos kussen die zijn geliefde sym­ boliseert. Maar op dat moment wordt hij verhinderd door Jaloezie die een muur bouwt om de rozen. Hier wordt het verhaal voortgezet door een andere schrijver, Jean de Meun, maar ditmaal staat de ero­ tische liefde in het middelpunt van de vertelling en het einde van het verhaal, het plukken van de roos dat het winnen van de geliefde symboliseert, is dan ook een regelrechte seksuele verovering.6 Met deze verandering van toonzetting raken we aan het veelbesproken probleem van de interpreta­ tie van de hoofse liefde. Ging het uitsluitend om de platonische verering van een vrouw of was het uiteindelijke doel ook, of alleen maar, de zinnelijke verwezenlijking van de liefde? Tegenwoordig wordt aangenomen dat er sprake was van beide vormen van liefde en waarschijnlijk alles daartussenin. Dat er een bijzondere belangstelling was voor de liefde in adellijke kringen staat vast. Dit uitte zich onder meer in populaire gezelschapsspelen als De koning die niet liegt of Het konings- en koninginnespel waarbij vragen werden gesteld over de liefde aan de speler die tot koning of koningin was gekozen.7 Het Haagse hof De Roman de la Rose die als een handleiding voor de liefde fungeerde, werd geschreven in de tweede helft van de 13e eeuw, maar bleef tot in de vijftiende eeuw, ’’een ideaal van de aristocratische liefde en wereldlijke beschaving”, zoals Huizinga schreef.8 Dit zal ook hebben gegolden ook voor het hof van de Hollandse graven waar de stichter van Huis Dever, Reinier Dever (1345-1417) als ridder toe behoorde.9 We mogen aannemen dat ook Reinier Dever regelmatig aan dit hof te gast is geweest. Daar diende hij eerst graaf Willem V (1332-1389) en daarna diens broer en opvolger, Albrecht van Beieren (1330- 1404)10. De laatste fungeerde al vanaf 1357 als ruw­ aard (regent) voor zijn broer Willem die krankzinnig was geworden, maar hij liet zich pas als graaf van Holland huldigen na diens overlijden in 1389.11 Onder Albrecht van Beieren werd het Binnenhof 2 Detail van een miniatuur uit Roman de la Rose, ca. 1340, fol. 9, ms Royal 20 A XVII, Brit. Library (publiek domein). 3 Miniatuur uit Roman de la Rose, 1475, British Library (publiek domein) Meta Henneke Heereweg. De eigenaren van Huis Dever hadden het recht op deze konijnen.1 Maar wat weten we over de ontspanning die een besloten tuin, een hortus conclusus, bij het kasteel aan zijn bewoners bood?2 Daarover meer in dit artikel. Een kasteeltuin bevond zich vaak in een boomgaard omgeven door een muur met een zogeheten zoden- ­bank om op uit te rusten. Hekjes, latwerk voor klim- rozen en zodenbanken verdeelden de tuin in com­ partimenten en een fontein of vijver vormde een bron van verkoeling.3 Men kon zich vermaken met het zingen van liederen onder begeleiding van een muziekinstrument (afb. 4) , met dansen (afb. 3) of een spelletje schaken (afb. 1)4. Het voeren van gesprekken, het houden van een hoofs debat over de liefde of amoureuze ontmoetingen, ook te zien op de gravure van een minnetuin, hoorden ook bij het adellijke vermaak. En we mogen aannemen dat men zich ook in het laatmiddeleeuwse Huis Dever in Lisse zo zal hebben geamuseerd, zoals we nog zullen zien. Over Huis Dever weten we dat bij het huis op de voorhof waarschijnlijk een kleine weide voor de paarden was, verder een kruidentuin en een boomgaardje met in die tijd geliefde vruchtbomen als mispels, peren, vijgen en perziken.5 De hoofse liefde en de Roman de la rose In wat misschien wel de meest invloedrijke tekst van de middeleeuwen mag worden genoemd, de Ro- man de la Rose, speelt de kasteeltuin als minnetuin een belangrijke rol. In het eerste deel, geschreven
  • 2.
    Dever Bulletin 25[2014] 10 Dever Bulletin 25 [2014] 11 in Den Haag verfraaid en vergroot. Er werden vele feesten en toernooien georga­ niseerd en Albrechts hof stond internationaal in aanzien.12 Door de bewaard gebleven rekenin­ gen is het nodige bekend over hoe men leefde aan het hof. Behalve de toernooien die in of nabij het Binnenhof werden gehouden – het Toernooiveld herinnert hier nog aan – werd er veel en goed gegeten, maar ook werd er gevaren in de hofvijver, werd er gekaatst, gekegeld en aan andere balspelen gedaan en werd er gedobbeld, ge­ kaart, tric trac gespeeld of geschaakt.13 Verder ging men uit rijden om vrienden en familie te bezoeken. De dichter die nauw verbonden was met het hof van graaf Albrecht van Beieren, Willem van Hildegaers­ berch, beschrijft hoe hij zo’n hoofs gezelschap ont­­- moet dat op een vroege zomerochtend is uitgere­ den. Men had een keur aan zangers en minstreels meegenomen en die waren daar op hun plaats, al­ dus de schrijver, want iedereen was vrolijk. Het zoete geluid van hun snarenspel en de zang die uit hun kelen klonk, deed jong en oud volgen, het bos in.14 We kunnen zelfs een indruk krijgen van wat men daar zo zong. Er is namelijk een zestal bladen met vier liederen in Frans-hoofse stijl afkomstig uit de regio Holland-Utrecht bewaard gebleven. De ontstaansdatum ligt kort na 1400 en de teksten zijn voorzien van een muzieknotatie.15 Allevier de liederen gaan over de hoofse liefde, waarbij een ridder minnedienst verricht voor zijn uitverkoren jonkvrouw. De vrouw is volgens de hoofse opvat­ tingen verheven boven de man, die zich geen groter geluk kan denken dan haar te dienen in woord en daad. Zij is een bron van alle deugden waardoor de man zich inspant om met zijn ridderlijke daden haar te verdienen. Toch is niet alleen de aanbidder dienst­ baar, de aanbedene hoort haar minnaar te belonen met wederdiensten. Doet zij dit niet dan beklaagt de man zich over haar, zoals in het onderstaande couplet : ’’Genade Venus vrouwe tzart Want mir op eerden nye en wart Ye pijn so hart Als mir ein reyne wijf an doet; Doch duet sijt, vrou, bi dinene rede, So neem ix niet in quade, mer um ghenade so bid ich dich, dunkt vesen goet” Of in gewoon Nederlands: ’Genade, lieftallige vrou­ we Venus. Nooit ondervond ik zulke pijn als mij een edele vrouw berokkent. Omdat zij het op uw advies doet, neem ik het niet kwaad op, maar smeek ik u om genade, die ik nodig heb.’16 Maar welke genade verleende de aanbeden dame? Soms schrijft de minnaar over zijn lichamelijk verlangen: Ich wolde in uren arme legen. Het citaat komt uit het Haags liederenhandschrift met hoofse liefdespoëzie dat ook wordt gerekend tot de sfeer van het Haagse hof.17 Liefde in Lisse Het is moeilijk te bepalen hoe deze hoofse minne­ cultuur zich verhield tot de maatschappelijke werke­ lijkheid. In elk geval leidde de liefde niet tot het huwelijk. Het huwelijk diende andere doeleinden, zoals het sluiten van politieke verbintenissen, het in standhouden of vergroten van het familiebezit en de bevordering van de maatschappelijke status.18 Buitenechtelijke relaties waren, in het bijzonder voor mannen, in deze kringen geen probleem. In dat op­ zicht had Albrecht van Beieren een stevige reputatie en in één bijzonder geval is er een directe link met de geneugten die ook Huis Dever bood. De graaf was gewoon om ontspanning te zoeken op Slot Teylingen. Daar werd hij in het voorjaar van 1388 verliefd op de dochter van de slotheer, Aleid van Poelgeest (ca. 1370-1392).19 In de rekeningen wordt vermeld wat er allemaal werd gegeten en ge­ dronken, onder meer bij de jacht mit voghelen ende mit veel honden, en wat er werd uitgegeven voor het vercaetsen, verdobbelen, verquarten ende te verspe- len. Als het zo uitkwam trok hij met een hele groep naar Leiden of naar het kasteel in Dever. Daar trad Reinier Dever op als diens gastheer. In de grafelijke rekeningen zijn de bedragen opgesomd die werden betaald voor wat myn here [Albrecht van Beieren] verteerde des anderen dages [6 februari 1388] tot heer Reyner Devers woning.20 En zo zijn we teruggekeerd in Dever waar men zich vanzelfsprekend ook op hoofse wijze vermaakte en misschien was er later in het jaar, op een warme zomerdag, gelegenheid om in de tuin van Dever bijeen te komen voor het zin­ gen van minneliederen of zelfs een amoureus tref­ fen tussen de graaf en Aleid van Poelgeest die zijn maitresse of boele werd. Zij kreeg immers al in juni van 1388 een eigen gevolg, een huis en een toelage en vergezelde vanaf 1389 de graaf op zijn reizen.21 n 4 Hollandse goudgulden van Willem V, Graaf van Holland, geslagen 1350- 1389 (publiek domein). Meta Henneke (1950) is kunsthis­ torica en werkzaam als zelfstandig onderzoeker. In 2009 promoveerde zij aan de Vrije Universiteit Leiden op de dissertatie Ritueel in beeld. De Boerenbruiloften en hun publiek in de tijd van Bruegel en zijn navolgers. Zij studeerde kunstgeschiedenis en archeologie in Leiden. In dit artikel worden resultaten van belangrijke, soms al klassieke studies op het gebied van literatuur, geschiedenis en kunst aan elkaar gekoppeld om een beeld te kunnen schetsen van het leven in Huis Dever rond 1400. 1 A.M. Hulkenberg, Het Huis Dever te Lisse, Zaltbommel: Europese Bibliotheek, 1966, 66 met bronver­ melding. Tussen 1417-1507 was Clara dochter van de de stichter van Huis Dever getrouwd met Gysbert van Haeften en daarna met Walraven van Brederode, een bastaardzoon. 2 In een handschrift uit de jaren ’40 van de 14e eeuw legde Gerrit den Ever, heer van Dever, inkomsten en uitgaven vast die betrekking had­ den op de grafelijke jacht in bossen en duinen van Holland waarover hij het toezicht hield als houtvester van Holland. In deze functie voorzag hij de graaf van het wild voor diens maaltijden en van hout en turf. Hulkenberg, 19-20. 3 Duby, George (red.), A history of private life. II Revelations of the medieval world, Cambridge: The Belknap Press of Harvard University Press, 1988, 435. 4 Al in de 12e en 13e eeuw werd van adellijke vrouwen verwacht dat zij konden schaakspelen en met de valk konden jagen. Joachim Bumke, Hoofse cultuur, Utrecht: Uitg. Spec­ trum, II, 438-451 over de opvoeding van meisjes in de 12de en 13de eeuw, i.h.b. 443-444. 5 Hulkenberg, 37. 6 Zie bijvoorbeeld Johan Huizinga, Herfsttij der middeleeuwen. Studie over levens- en gedachtenvormen der veertiende en vijftiende eeuw in Frankrijk en de Nederlanden (tekstbezorging Anton van der Lem), z.p.: Olympus, 2013, 150-151. 7 Joachim Bumke, Hoofse cultuur, Utrecht: Uitg. Spectrum, II, 536. Dit betreft Frankrijk in de 12de en 13de eeuw. 8 Meer dan 125 exemplaren zijn bewaard gebleven volgens de voorlopige telling op de site: http:// romandelarose.org. Huizinga, hoofdstuk 8 Stilering der liefde, 143. 9 Zie hierover: Frits van Oostrom, Het woord van eer. Literatuur aan het Hollandse hof omstreeks 1400, Amsterdam: Meulenhoff, 19923 [1987], hoofdstuk 3, i.h.b. 86-93. Uitgebreide informatie over Reinier Dever: Hulkenberg, hoofdstuk 2 e.a. 10 Over de relatie van Reinier Dever met graaf Albrecht van Beieren: Hulkenberg, 24 11 www.biografischportaal.nl > Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW). Beide graven zijn de zoons uit het huwelijk van keizer Lodewijk van Beieren en gravin Margaretha van Holland, dochter van Willem III graaf van Henegouwen, Holland en Zeeland. 12 Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW), 4, kol. 25-26 ‘Albrecht, Aelbrecht, hertog van Beieren-Straubing, etc.’ 13 Voor een beschrijving van het hofleven: Van Oostrom, 19923 [1987], i.h.b. hoofdstuk 1 en 2. 14 ’’Dat zoete gheluut van horen snaren, Die zanck die si mit kelen songhen, Die dede den ouden mit­ ten jonghen Volghen mede in dat foreest.” Citaat en vertaling in: Van Oostrom, 19923 [1987], 86. 15 De bladen worden bewaard in de Universiteitsbibliotheek Leiden. Zie Van Oostrom, 19923 [1987], 87 e.v. 16 Van Oostrom, 19923 [1987], 89. 17 Van Oostrom, 19923 [1987], 92 e.v. Dit Middelnederlandse verzamel­ handschrift hoort in de omgeving van de hofliteratuur in Den Haag thuis. 18 Van Oostrom, 19923 [1987], 121- 122. Zie hierover ook: Janse, Antheu­ nis, ’Marriage and noble lifestyle in Holland in the late Middle Ages’, in: Blockmans, W.P.; Janse, Antheun, Showing status: representation of social positions in the Late Middle Ages, Brepols, 1999, 113-138. 19 Dimphéna Groffen, Poelgeest, Aleid van, in: Digitaal Vrouwenlexi­ con van Nederland. URL: http://re­ sources.huygens.knaw.nl/vrouwen­ lexicon/lemmata/data/Poelgeest, Aleid van [13/01/2014]  20 Hulkenberg, 39-40 met bronver­ meldingen. 21 Dimphéna Groffen, Poelgeest, Aleid van, in: Digitaal Vrouwenlexi­ con van Nederland. Noten 5 MeesterE.S.,Liefdespaaropeenzodenbank,gravure,1450-68(publiekdomein).