Efeziërs - 37
9-11-2023
gebondene van
Christus Jezus
Efeziërs 3
ten behoeve hiervan is het -
Efeziërs 3:1a
toutou charin
dezelfde gunst (genade)
dat ík, Paulus
‘mijn evangelie’
- van de voorhuid
- apostelschap
Petrus en de 11:
evangelie van de
- Besnijdenis
- apostelschap
gebondene van
Christus Jezus:
onderwijs
Efeze 3:1; Filemon 1:1,9
zijn banden/ketenen:
Fil.1:7,13,14,17; Kol.4:18;
2Tim.2:9; Ha.28:20; Ef.6:20; 2Tim.1:16
gebondene in de Heer Efeze 4:1
van Zijn Heer 2Tim.1:8
in de Heer:
wandel, gedrag
pauo:
onderbreking/pauze
2 dagen, 2000 jaar
Paulus, apostel
roeping gemeente LvC
roeping Abram
de belofte(n) +
besnijdenis
volk Israël als
zoon uit Egypte
geroepen tot licht
van de natiën
Jezus Christus’
kruisdood en
opstanding
Israël: licht
van de volkeren
1000 jaar +
nwe aarde
Paulus, de gebondene van Christus
Jezus voor jullie, de natiën – Efe.3:1
ook jullie ... 1:13
geloof, dat jullie
aangaat ... 1:15
ook jullie .... 2:1
eens jullie, de
natiën in vlees 2:11
ook jullie 2:22
aangezien jullie horen van het beheer van de genade van
de God, dat mij gegeven is voor jullie Efeziërs 3:2
jullie horen – (1:13)
door deze ‘Efeze’brief
het beheer
(administratie)
oikonomia = huis-wet,
huishouding van de
genade (3:2), van het
geheimenis (3:9)
dat mij gegeven
is (door wie?)
voor jullie
beheer van de genade aan
Paulus gegeven voor de natiën
genade naar de natiën
--> gevolg van
Israëls ongeloof:
met als een toppunt:
steniging van Stefanus
door de Joden in het land
--> zag Hem staan als Zoon
des mensen : gericht
Saulus dan was instemmend met zijn executie
Hand.8:1
roeping betekende
lijden voor Paulus
want Ík zal hem te kennen
geven hoeveel
hij voor Mijn naam
moet lijden – Hand.9:16
Damascus, de rechte straat
Israëls
ongeloof:
een volgend toppunt:
steniging van Paulus door de Joden buiten
het land in de verstrooiing --> niets gezegd over wat hij zag
deze Joden konden geen deel hebben aan de kruisiging
aanleiding van
reis naar Rome:
o.a. ruzie tussen
de farizeeën en
de sadduceeën
Hand.23:1-10
Paulus komt voor de
pas aangestelde
Romeinse procurator
Porcius Festus
Hand.25:9-12
Na voor Agrippa (II) te zijn geweest vinden zij niets dat
te veroordelen is en Paulus beroept zich op de keizer,
gaat naar Rome.
Het gebeurde nu na drie dagen dat hij de voornaamsten van de Joden
samenriep. Terwijl zij nu samenkwamen zei hij tegen hen:
“Ík, mannen, broeders, heb níets tegengesteld aan het volk of aan de
vaderlijke gewoonten gedaan Hand.28:17
In Rome
maar werd gebonden overgegeven uit Jeruzalem in de handen van
de Romeinen, die, mij beoordelend, de bedoeling hadden mij los te
laten, omdat er geen enkele oorzaak tot de doodstraf was in mij.
Hand.28:17,18
Omdat er echter tegenspraak was van de Joden, werd ik genoodzaakt mij
op de keizer te beroepen, niet alsof ik iets had om de natie te
beschuldigen. Om deze reden dan verzocht ik jullie, om jullie te zien
en te spreken, want omwille van de verwachting van Israël ligt deze
keten om mij.” Hand.28:19-20
Israëls afwijzing
in ongeloof:
- de Heer gekruisigd
- Stefanus gestenigd
- Paulus gestenigd en
overal afgewezen
- Rome wilde hem vrijlaten
- Zijn eigen natie ketende hem
het beheer van het
geheimenis
Efeze 3:9
toedeling:
genade
Efeze 3:2
toevertrouwd: het beheer van de
geheimenissen van God 1Kor.4:1
de geheimenissen
buiten Paulus’ brieven:
*van het koninkrijk
van de hemelen (8)
* van de 7 sterren
* van God
* Babylon
de geheimenissen
door Paulus genoemd:
* van het evangelie: * de duur van Israëls
verzoening blindheid
* van de opstanding * het geheimenis (Efeze) * wetteloosheid
* van Christus * huwelijk * godsvrucht
meer onthullingen van
de Heer aan Paulus ná
zijn roeping:
Hand.26:16
’daartoe ben Ik aan jou verschenen,
....alsook datgene waarvoor Ik nog
aan jou verschijnen zal’
Indien er geroemd moet worden, al is het inderdaad niet bevorderlijk,
zal ik toch ook komen met visioenen en onthullingen van de Heer
2 Kor.12:1

20231109Efe37a.pptx

  • 1.
    Efeziërs - 37 9-11-2023 gebondenevan Christus Jezus Efeziërs 3
  • 2.
    ten behoeve hiervanis het - Efeziërs 3:1a toutou charin dezelfde gunst (genade)
  • 3.
    dat ík, Paulus ‘mijnevangelie’ - van de voorhuid - apostelschap Petrus en de 11: evangelie van de - Besnijdenis - apostelschap
  • 4.
    gebondene van Christus Jezus: onderwijs Efeze3:1; Filemon 1:1,9 zijn banden/ketenen: Fil.1:7,13,14,17; Kol.4:18; 2Tim.2:9; Ha.28:20; Ef.6:20; 2Tim.1:16
  • 5.
    gebondene in deHeer Efeze 4:1 van Zijn Heer 2Tim.1:8 in de Heer: wandel, gedrag
  • 6.
    pauo: onderbreking/pauze 2 dagen, 2000jaar Paulus, apostel roeping gemeente LvC roeping Abram de belofte(n) + besnijdenis volk Israël als zoon uit Egypte geroepen tot licht van de natiën Jezus Christus’ kruisdood en opstanding Israël: licht van de volkeren 1000 jaar + nwe aarde
  • 7.
    Paulus, de gebondenevan Christus Jezus voor jullie, de natiën – Efe.3:1 ook jullie ... 1:13 geloof, dat jullie aangaat ... 1:15 ook jullie .... 2:1 eens jullie, de natiën in vlees 2:11 ook jullie 2:22
  • 8.
    aangezien jullie horenvan het beheer van de genade van de God, dat mij gegeven is voor jullie Efeziërs 3:2 jullie horen – (1:13) door deze ‘Efeze’brief
  • 9.
    het beheer (administratie) oikonomia =huis-wet, huishouding van de genade (3:2), van het geheimenis (3:9)
  • 10.
    dat mij gegeven is(door wie?) voor jullie beheer van de genade aan Paulus gegeven voor de natiën
  • 11.
    genade naar denatiën --> gevolg van Israëls ongeloof: met als een toppunt: steniging van Stefanus door de Joden in het land --> zag Hem staan als Zoon des mensen : gericht
  • 12.
    Saulus dan wasinstemmend met zijn executie Hand.8:1
  • 13.
    roeping betekende lijden voorPaulus want Ík zal hem te kennen geven hoeveel hij voor Mijn naam moet lijden – Hand.9:16 Damascus, de rechte straat
  • 14.
    Israëls ongeloof: een volgend toppunt: stenigingvan Paulus door de Joden buiten het land in de verstrooiing --> niets gezegd over wat hij zag deze Joden konden geen deel hebben aan de kruisiging
  • 15.
    aanleiding van reis naarRome: o.a. ruzie tussen de farizeeën en de sadduceeën Hand.23:1-10
  • 16.
    Paulus komt voorde pas aangestelde Romeinse procurator Porcius Festus Hand.25:9-12
  • 17.
    Na voor Agrippa(II) te zijn geweest vinden zij niets dat te veroordelen is en Paulus beroept zich op de keizer, gaat naar Rome.
  • 18.
    Het gebeurde nuna drie dagen dat hij de voornaamsten van de Joden samenriep. Terwijl zij nu samenkwamen zei hij tegen hen: “Ík, mannen, broeders, heb níets tegengesteld aan het volk of aan de vaderlijke gewoonten gedaan Hand.28:17 In Rome
  • 19.
    maar werd gebondenovergegeven uit Jeruzalem in de handen van de Romeinen, die, mij beoordelend, de bedoeling hadden mij los te laten, omdat er geen enkele oorzaak tot de doodstraf was in mij. Hand.28:17,18
  • 20.
    Omdat er echtertegenspraak was van de Joden, werd ik genoodzaakt mij op de keizer te beroepen, niet alsof ik iets had om de natie te beschuldigen. Om deze reden dan verzocht ik jullie, om jullie te zien en te spreken, want omwille van de verwachting van Israël ligt deze keten om mij.” Hand.28:19-20
  • 21.
    Israëls afwijzing in ongeloof: -de Heer gekruisigd - Stefanus gestenigd - Paulus gestenigd en overal afgewezen - Rome wilde hem vrijlaten - Zijn eigen natie ketende hem
  • 22.
    het beheer vanhet geheimenis Efeze 3:9 toedeling: genade Efeze 3:2 toevertrouwd: het beheer van de geheimenissen van God 1Kor.4:1
  • 23.
    de geheimenissen buiten Paulus’brieven: *van het koninkrijk van de hemelen (8) * van de 7 sterren * van God * Babylon
  • 24.
    de geheimenissen door Paulusgenoemd: * van het evangelie: * de duur van Israëls verzoening blindheid * van de opstanding * het geheimenis (Efeze) * wetteloosheid * van Christus * huwelijk * godsvrucht
  • 25.
    meer onthullingen van deHeer aan Paulus ná zijn roeping: Hand.26:16 ’daartoe ben Ik aan jou verschenen, ....alsook datgene waarvoor Ik nog aan jou verschijnen zal’
  • 26.
    Indien er geroemdmoet worden, al is het inderdaad niet bevorderlijk, zal ik toch ook komen met visioenen en onthullingen van de Heer 2 Kor.12:1

Editor's Notes