Le Marche, of in het Nederlands de Marken, is een van de mooiste, maar
tegelijk ook een van de minst bekende regio’s van Italië. Iedereen looft
en prijst Toscane en Umbrië, terwijl het naburige Le Marche voor velen
onbekend en dus onbemind is. Ook in reisgidsen komt Le Marche er
bekaaid af, als een voetnoot bij Toscane of Umbrië. En dat is volstrekt
onterecht, want deze regio – ingeklemd tussen de Apennijnen en de
Adriatische Zee - combineert het beste van beide werelden. De natuur is
er overrompelend mooi en gevarieerd. In het noorden heb je het ruige
Montefeltro, in het westen de Sibillijnse bergen, in het zuiden stuit je op
het massief van de Gran Sasso en in het oosten schittert de Adria. Elf
valleien doorkruisen het gebied van de bergen richting zee, met op de
kammen ommuurde stadjes, die de sfeer van de Middeleeuwen en de Renaissance ademen. Urbino
is een van de mooiste kunststeden ter wereld, met de schilder Rafaël als bekendste exponent, terwijl
de vele badplaatsen langs de Adria de toerist verlokken tot het dolce far niente. Over deze heerlijke
streek is nu bij Uitgeverij Edicola een boek verschenen onder de titel Le Marche, ongekend mooi. En
omdat al het moois van Le Marche niet in één boek past, komt er na dit eerste deel (met de twee
noordelijke provincies Pesaro-Urbino en Ancona) in het najaar van 2014 nog een tweede deel,
waarin Macerata, Fermo en Ascoli Piceno aan bod komen.