Successfully reported this slideshow.
Your SlideShare is downloading. ×

2015-11-30 Het nieuwe bodemdecreet, bodem in beweging

Ad

Understanding Today
Improving Tomorrow
Het nieuwe bodemdecreet,
bodem in beweging
30 november 2015

Ad

Programma
- Wijziging bodemdecreet
- Impact Vlarem trein 2013
- Webtools ‘Hulp bij overdracht’ – ‘Risico-inrichtingen
tool...

Ad

Wijziging bodemdecreet
- Publicatie B.S. 04/09/2014
- Van kracht 01/01/2015
(excl. delen van project-MER integratie)

Ad

Ad

Ad

Ad

Ad

Ad

Ad

Ad

Ad

Ad

Ad

Ad

Ad

Ad

Ad

Ad

Ad

Ad

Ad

Ad

Ad

Ad

Ad

Ad

Ad

Ad

Ad

Ad

Loading in …3
×

Check these out next

1 of 31 Ad
1 of 31 Ad

More Related Content

2015-11-30 Het nieuwe bodemdecreet, bodem in beweging

  1. 1. Understanding Today Improving Tomorrow Het nieuwe bodemdecreet, bodem in beweging 30 november 2015
  2. 2. Programma - Wijziging bodemdecreet - Impact Vlarem trein 2013 - Webtools ‘Hulp bij overdracht’ – ‘Risico-inrichtingen tool’ - Wijziging Vlarebo - Voorontwerp van decreet
  3. 3. Wijziging bodemdecreet - Publicatie B.S. 04/09/2014 - Van kracht 01/01/2015 (excl. delen van project-MER integratie)
  4. 4. Onteigening van gronden - Bodemdecreet van 27 oktober 2006: overeenkomstig art. 120 en 121 moet de onteigenende overheid voorafgaand aan de onteigening van een risicogrond op eigen kosten een OBO en desgevallend een BBO uitvoeren. - De regeling is dermate ingeburgerd bij de onteigenende overheden dat het niet langer noodzakelijk is om de voorafgaandelijke uitvoering van bodemonderzoeken bij onteigening van risicogronden verder uitdrukkelijk als decretale verplichting op te leggen  de onteigening van gronden wordt niet langer als een overdracht van grond beschouwd, responsabilisering van de onteigenende overheid - MAAR: onteigening brengt een (weliswaar gedwongen) eigendomsoverdracht onder levenden met zich  dit zou betekenen dat de onteigende persoon de bodemonderzoeken op eigen kosten zou moeten uitvoeren  de onteigening van grond wordt ook uitgesloten van het toepassingsgebied van het begrip ‘overdracht van gronden’ - zelfstandige saneringsplicht voor onteigenende overheid – impact op onteigeningsvergoeding (niet indien saneringsplichtige exploitant <> eigenaar)
  5. 5. Overdracht van gronden - melding van overdracht wordt opgeheven - zelfstandige saneringsplicht (uitvoering BBO) – specifieke aanmaning verdwijnt - versnelde overdrachtsprocedure: melding aan OVAM hoeft niet meer gezamenlijk en second opinion door tweede eBSD in opdracht van verwerver niet langer noodzakelijk - mogelijkheid tot verplichting van vroegere eigenaar tot uitvoering van OBO,… bij miskenning van de bijzondere overdrachtsverplichtingen voor de overdracht van risico-gronden
  6. 6. Bodemattesten - Bodemdecreet van 27 oktober 2006: - Geen uitdrukkelijk decretale afleveringstermijn voor vrijwillige aanvragen van een bodemattest - In art. 101 (overdracht) en art. 199 (onteigening) is de termijn voor het afleveren van een bodemattest verschillend naargelang de aanvraag betrekking heeft op een risico-grond (zestig dagen) of een niet-risicogrond (30 dagen) - Wijzigingen - Veralgemeende termijnregeling (vrijwillig en verplicht) - Behandelingstermijn afhankelijk gemaakt van het feit of de grond al dan niet opgenomen is in het Grondeninformatieregister (14 of 60 dagen)  in zekere mate een inkorting van de maximumtermijn
  7. 7. Opdeling /vrijstelling saneringsplicht - voorwaarde m.b.t. risico-inrichting op terrein sinds 1 januari 1993 vervalt voor vrijstelling van eigenaar voor nieuwe bodemverontreiniging  mogelijkheid tot vrijstelling van de saneringsplichtige eigenaars is verruimd - mogelijkheid tot vrijstelling van saneringsplicht voor deel van verontreiniging (zowel in ruimte als in tijd) - voorbeeld - periode 1960-1985: exploitant 1 = eigenaar 1 - periode 1985-2009: exploitant 2 = eigenaar 2 - periode 2009-heden: exploitant 3 / eigenaar 2 - elke exploitant veroorzaakt verontreiniging - huidige regelgeving: exploitant 3 kan geen vrijstelling saneringsplicht bekomen - zowel voor nieuwe, historische en gemengde bodemverontreiniging – alle aanleidinggevende feiten (éénmalig, periodiek, overdracht, sluiting,...) - onteigening - complexiteit stijgt, onbillijkheid daalt - samenwerking saneringsplichtigen  vermengde bodemverontreiniging
  8. 8. Zijsprong: cofinanciering - sinds 01/09/2013: mogelijkheid tot aanvraag van subsidie voor de sanering van historische bodemverontreiniging, zowel voor particulieren, ondernemingen als openbare besturen - subsidiepercentage: 35 of 50% , naargelang de aanvrager al dan niet een onderneming is - max. 200.000 € over een periode van 3 jaar - principe ‘vervuiler betaalt’: eigenaars die de historische verontreiniging minder dan 30 jaar geleden hebben veroorzaakt komen niet in aanmerking, wegens potentieel saneringsaansprakelijk MAAR OOK HIER OPDELING VAN VERONTREINIGING MOGELIJK (< of > 30 jaar) - overige voorwaarden blijven onverminderd van toepassing http://www.ovam.be/cofinanciering
  9. 9. Vermengde bodemverontreiniging - definitie - bodemverontreiniging waarvoor verschillende personen als saneringsplichtige werden aangewezen en waarbij niet exact kan worden bepaald voor welk deel van de bodemverontreiniging elke plichtige saneringsplichtig is - Vermenging van bodemverontreiniging afkomstig van verschillende verontreinigingskernen - Eén verontreinigingskern waarvoor verschillende saneringsplichtigen bestaan (bv. exploitant is saneringsplichtig voor het deel van de bodemverontreiniging die tot stand gekomen is sinds hij exploitant is op het terrein, de eigenaar is saneringsplichtig voor het deel van de bodemverontreiniging die tot stand gekomen is voor de huidige exploitant op het terrein aanwezig was) - of waarbij dat wel kan worden bepaald, maar het niet mogelijk is om door het gebruik van het BATNEEC-principe, voor elk deel van de bodemverontreiniging een afzonderlijk beschrijvend bodemonderzoek of een afzonderlijke bodemsanering uit te voeren - Bv. op een voormalige stortplaats die is verkaveld en intussen meerdere eigenaars heeft, is elke eigenaar saneringsplichtig voor de verontreiniging die voorkomt op zijn perceel. Het zou niet efficiënt zijn dat elke eigenaar zijn perceel onafhankelijk van de andere percelen zou saneren. Een gezamenlijke aanpak van de bodemverontreiniging is hier meer aangewezen.
  10. 10. Vermengde bodemverontreiniging - zowel voor nieuwe, historische als gemengde (water)bodemverontreiniging - vaststelling van verdeelsleutel voor (pre)financiering – evaluatie per fase - criteria - de historiek en de aard van de veroorzakendeactiviteiten - de bodemgesteldheid - de fysische en chemische eigenschappen van de verontreinigende stoffen - huidig verspreidingspatroon van de verontreiniging - gezamenlijk / voortouw door één der saneringsplichtigen / voortouw door OVAM - beroepsmogelijkheid tegen vaststelling door OVAM - vermengde bodemverontreiniging - verdeelsleutel
  11. 11. Site-onderzoek - definitie - bodemonderzoek dat uitgevoerd wordt op een site om de bodemverontreiniging of potentiële bodemverontreiniging afkomstig van de bodemverontreinigende activiteit waarvoor de site is vastgesteld in kaart te brengen en om de ernst ervan vast te stellen - het site-onderzoek voldoet aan de doelstellingen van een oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek voor de bodemverontreinigende activiteit waarvoor de site is vastgesteld
  12. 12. Site-onderzoeken - de bevoegdheid van de OVAM en de Vl. Reg. om een verzameling van (potentieel) verontreinigde gronden als site te kwalificeren, blijft behouden – vooral ingezet voor verontreinigde woonzones - vrijwel alle ambtshalve uitgevoerd  vaststelling van site van rechtswege tot gevolg dat OVAM site-onderzoek uitvoert, maar ook mogelijkheid voor andere partijen, bv. potentieel aansprakelijke - ‘OBBO’ beperkt tot de verontreinigende activiteit waarvoor de site is vastgesteld, bv. verkaveling op stortplaats  niet iedere mazouttank dient te worden onderzocht - vrijstelling van onderzoeks- en saneringsplicht mogelijk voor grond die deel uitmaakt van site, tenzij andere bodembedreigende activiteiten dan diegene waarvoor site is vastgesteld
  13. 13. Varia - bijkomende doelstelling bodemdecreet - het duurzame gebruik van uitgegraven bodem wordt aangemoedigd zodat de uitgegraven bodem maximaal wordt ingezet als alternatief voor primaire oppervlaktedelfstoffen - mogelijkheid tot risicobeheer wordt opgeheven - bestaande risicobeheerplannen worden als gefaseerd BSP beschouwd waardoor - deze aanpak nu ook mogelijk is voor nieuwe verontreiniging - Impact op FZ (nog enkel voor uitvoering gefaseerd BSP) - evaluatie afzonderlijke behandelbaarheid van delen van gemengde verontreiniging wordt opgeheven - evaluatietermijn (periodiek) OBO: 60 dagen incl. vastlegging aard verontreiniging en al dan niet overschrijding van het saneringscriterium - bevoegdheid voor Vlaamse Regering om te bepalen welke niet-risicogronden in gemeentelijke inventaris moeten worden opgenomen (bv. leerlooierijen, gasfabrieken, loodwitfabrieken,… < ARAB (11 feb. 1946))  programmatorische aanpak van OVAM
  14. 14. Varia - Opheffing bodemonderzoeksplicht bij vereffening van een vennootschap met een risicogrond  eigendomsoverdracht onder levenden - OVAM kan aanmanen tot uitvoeren van OBO buiten kader van verplichte onderzoeksmomenten - bv. risico-inrichting zonder periodieke onderzoeksplicht en zonder intentie tot overdracht, maar gelegen nabij drinkwatergebied - Nieuwe bodemverontreiniging = zelfstandige saneringsplicht. Als sanerings- plichtige te lang in gebreke dan mogelijkheid voor OVAM tot aanmaning, tevens beroepsmogelijkheid voor saneringsplichtige - Historische bodemverontreiniging = op voorstel van OVAM aanwijzing door Vlaamse Regering van prioritair te saneren gronden  betekening beslissing Vlaamse Regering aan eigenaar en gebruiker door Vlaamse minister, bevoegd voor Omgeving  aanmaning saneringsplichtige persoon door OVAM, incl. indienings- termijnen BBO en BSP
  15. 15. Varia - Eindverklaring bodemsanering  niet alleen meer aan opdrachtgever voor de sanering en de saneringsplichtige persoon, maar ook aan eigenaars, gebruikers en exploitanten voor zover bekend - Toepassingsgebied schadegeval  uiterste termijn voor het behandelen van de bodemverontreiniging is 180 dagen te rekenen vanaf de dag na ontvangst door de plichtige van de beslissing van de bevoegde overheid over de vaststelling van het schadegeval en de behandeling van de bodemverontreiniging (180 dagen voorheen gekoppeld aan de melding van het schadegeval of de vaststelling van het schadegeval door de overheid)
  16. 16. Programma - Wijziging bodemdecreet - Impact Vlarem trein 2013 - Webtools ‘Hulp bij overdracht’ – ‘Risico-inrichtingen tool’ - Wijziging Vlarebo - Voorontwerp van decreet
  17. 17. Impact met Vlarem trein 2013 - impact CLP verordening – wijziging indelingslijst - nieuwe rubriek 17 - opslag (alle) gevaarlijke producten (vaste stoffen, vloeistoffen maar ook gassen en aërosolen) - m.u.v. Seveso rubriek (omvat ook aanwezigheid in (proces)installaties)) – loopt parallel met Seveso III bepalingen - indeling op basis van minstens één gevarenpictogram
  18. 18. Vlarem trein 2013 - wijziging indelingslijst – kolom 8 “Vlarebo” - vanaf 1 juni 2015: toevoeging van symbolen A* en B* - A* is inrichting waarvoor - bij uitsluitend bovengrondse opslag een OBO verplicht bij overdracht, onteigening, sluiting en faillissement - bij ondergrondse opslag of bij combinatie van ondergrondse of bovengrondse opslag een OBO verplicht bij overdracht, sluiting en faillissement en om de twintig jaar - B* is inrichting waarvoor - bij uitsluitend bovengrondse opslag een OBO verplicht bij overdracht, sluiting en faillissement en om de twintig jaar - bij ondergrondse opslag of bij combinatie van ondergrondse of bovengrondse opslag een OBO verplicht bij overdracht, sluiting en faillissement en om de tien jaar
  19. 19. Vlarem trein 2013 - wijziging indelingslijst – kolom 8 “Vlarebo” - A* en B* vnl. in rubrieken 6 en 17 - voor > 50 rubrieken wordt de letter “O” opgeheven - voor > 10 rubrieken wordt de letter “A” opgeheven - voor enkele rubrieken wordt de letter “B” vervangen door de letter “A” of wordt de letter “B” opgeheven - voor enkele rubrieken wordt de letter “A” vervangen door de letter “B” - Oeps! Wat met de gemeentelijke inventarissen?
  20. 20. Vlarem trein 2013 - betonnering indelingslijst – bijlage 1 Vlarebo - voor inrichtingen waarvan de exploitatie is aangevat vóór 1 juni 2015 is de lijst van risico-inrichtingen terug te vinden als bijlage 1 van het VLAREBO – niet relevant voor GPBV-onderzoeksplicht - voor inrichtingen waarvan de exploitatie is aangevat na 31 mei 2015 is de lijst van risico-inrichtingen terug te vinden als bijlage 1 van VLAREM I (kolom 8) Let op! Het is mogelijk dat door uitbreiding van de activiteiten risico-inrichtingen worden geëxploiteerd met verschillende opstartdata voor en na 1 juni 2015. In dat geval bepaalt u eveneens de strengste categorie die geldt voor de risico-inrichtingen voor de onderzoekslocatie. In de praktijk betekent dit dus dat moet gecontroleerd worden of door nieuwe activiteiten of aanvullende vergunningen vanaf 1 juni 2015 een strengere VLAREBO-categorie van toepassing is geworden volgens de recente VLAREM-indelingslijst. Omgekeerd komen de onderzoeksverplichtingen van de bestaande vergunning vóór 1 juni 2015 niet zo maar te vervallen als de vergunning volledig hernieuwd wordt.
  21. 21. Programma - Wijziging bodemdecreet - Impact Vlarem trein 2013 - Webtools ‘Hulp bij overdracht’ – ‘Risico-inrichtingen tool’ - Wijziging Vlarebo - Voorontwerp van decreet
  22. 22. Webtools ‘Hulp bij overdracht’ – ‘Risico- inrichtingen tool’ - Hulp bij overdracht: http://www.ovam.be/toepassing-hulp-bij-overdracht Overdracht deel van een perceel: geen bodemattest voor “prekadastrale percelen”, wel bodemattest voor deel van een perceel - Risico-inrichtingen tool: http://toep.ovam.be/jahia/Jahia/pid/2571
  23. 23. Programma - Wijziging bodemdecreet - Impact Vlarem trein 2013 - Webtools ‘Hulp bij overdracht’ – ‘Risico-inrichtingen tool’ - Wijziging Vlarebo - Voorontwerp van decreet
  24. 24. Wijziging Vlarebo - stand van zaken: - definitief goedgekeurd, wachten op publicatie B.S. - voornaamste wijzigingen: - opheffing uitvoeringsbepalingen risicobeheer - opheffing meldingen overdracht en onteigening - verfijning inhoud gemeentelijke inventaris van risicogronden - vaststelling van de criteria en de procedure voor de verdeelsleutel bij vermengde bodemverontreiniging (!) - een aantal verbeteringen mbt regeling overdracht vrijstelling saneringsplicht en regeling verplichting nieuw OBO
  25. 25. Programma - Wijziging bodemdecreet - Impact Vlarem trein 2013 - Webtools ‘Hulp bij overdracht’ – ‘Risico-inrichtingen tool’ - Wijziging Vlarebo - Voorontwerp van decreet
  26. 26. Voorontwerp van decreet - voornaamste drijfveren: - het halen van de beleidsdoelstelling om in 2036 de sanering van alle historische bodemverontreiniging in Vlaanderen te hebben opgestart - responsabilisering van de bodemsaneringsdeskundigen - voornaamste wijzigingen: - de opheffing van de conformverklaring van de bodemonderzoeken - de verplichting tot opmaak van een oriënterend bodemonderzoek tegen 2025 voor gronden met een mogelijke historische bodemverontreiniging - de bijstelling van de voorwaarden voor de bodemsaneringsorganisaties - de bundeling van het beschrijvend bodemonderzoek en het (beperkt) bodemsaneringsproject in een verslag van onderzoeks- en saneringsproject.
  27. 27. Oriënterend bodemonderzoek voor 31 december 2025 - welke gronden en op wiens initiatief/kosten? - risicogronden waarop een risico-inrichting aangeduid met kenletter ‘O’ wordt geëxploiteerd met aanvang van de exploitatie vóór 29 oktober 1995  de exploitant van de risico-inrichting
  28. 28. Oriënterend bodemonderzoek voor 31 december 2025 - welke gronden en op wiens initiatief/kosten? - risicogronden waarop een risico-inrichting werd geëxploiteerd met aanvang van de exploitatie vóór 29 oktober 1995  de eigenaar van de risicogrond, tenzij cumulatief voldaan aan de volgende voorwaarden • de eigenaar heeft de risico-inrichting niet zelf geëxploiteerd • de risico-inrichting werd op de grond geëxploiteerd vooraleer hij eigenaar werd van de grond • sinds de verwerving heeft de eigenaar de grond enkel aangewend voor particulier gebruik • Als de eigenaar het eigendomsrecht op de risicogrond ingevolge vererving heeft verworven: in hoofde van de erflater is voldaan aan de vrijstellingsvoorwaarden, vermeld in voorgaande punten  vrijstelling kan overgaan op verwerver  tevens vrijstelling van onderzoeksplicht bij overdracht als sedert vrijstelling geen risico-inrichting
  29. 29. Bundeling BBO en (b)BSP - bevat een onderzoeksdeel (BBO) en een projectdeel ((b)BSP) - uitspraak door OVAM m.b.t. conformiteit - projectdeel = BSP  uiterlijk 90 dagen na ontvangst - projectdeel = bBSP  uiterlijk 60 dagen na ontvangst
  30. 30. Varia - Leesbaarheid bodemattest  enkel relevante informatie uit het Gronden- informatieregister - Bijkomende mogelijkheid tot aanmaning door OVAM tot uitvoering van beschrijvend bodemonderzoek voor ernstige historische bodemverontreiniging - andere persoon dan exploitant, gebruiker, eigenaar - Termijn voor melding van schadegevallen: “veertien dagen” wordt vervangen door “dertig dagen”
  31. 31. Understanding Today Improving Tomorrow We are looking forward … Kurt Bouckenooghe Tel +32 9 276 64 34 kurt.bouckenooghe@anteagroup.com www.anteagroup.com

×