EHBO THEORIE
Overhoor jezelf!
Vraag 1
Noem de vijf belangrijke punten van
EHBO
Vraag 1
1. Let op gevaar
2. Ga na wat er gebeurd is en wat het
slachtoffer mankeert
3. Stel het slachtoffer gerust en zorg...
Vraag 2
Wat is een ander woord voor
bacterievrij of
kiemvrij?
Vraag 2
Steriel
Vraag 3
Welke doek wordt gebruikt voor het
aanleggen van een brede das?
Vraag 3
Driekante doek
Vraag 4
Er zit een reddingsdeken (isoleerdeken)
in de verbanddoos. Je wilt je
slachtoffer beschermen tegen de kou,
wind en...
Vraag 4
Goud
Vraag 5
Er zit een reddingsdeken (isoleerdeken)
in de verbanddoos. Je wilt je
slachtoffer beschermen tegen de
warmte. Welk...
Vraag 5
zilver
Vraag 6
Waarmee kun je een schaafwond
ontsmetten?
Vraag 6
Betadinejodium (of sterilon)
Vraag 7
Waaruit bestaat een dekverband?
Vraag 7
 steriel, niet-verklevend gaas
(kompres)
 witte watten
 hydrofiele elastische zwachtel
 (eventueel nog een kle...
Vraag 8
Hoe dik is de huid?
Vraag 8
1 mm
Vraag 9
Welke vier functies heeft je huid?
Vraag 9
 beschermt je lichaam
 regelt je lichaamstemperatuur
 je kunt voelen door de zenuwen in je
huid
 via de poriën...
Vraag 10
Welke lagen heeft je huid? Begin bij de
bovenste.
Vraag 10
opperhuid, lederhuid, onderhuids
bindweefsel
Vraag 11
Waarom zitten er vetkliertjes in je huid?
Vraag 11
Om de huid soepel te houden.
Vraag 12
Wat moet je doen als iemand een
brandwond heeft?
Vraag 12
1. Koel de wond onder lauw, zacht stromend water,
voor minstens 10 minuten. (Zeg dit tegen het
slachtoffer, dit i...
Vraag 13
Hoeveel botten heeft een mens
ongeveer?
Vraag 13
200
Vraag 14
Wat zijn de taken van je geraamte?
Vraag 14
Het geraamte:
 geeft vorm
 geeft stevigheid
 beschermt kwetsbare
organen/zenuwbanen
 zorgt dat je kunt bewegen
Vraag 15
Hoe kun je zien dat iemand iets heeft
gebroken?
Vraag 15
Het slachtoffer heeft veel pijn,kan het
gebroken lichaamsdeel niet of
nauwelijks meer gebruiken. Huid
wordt op pl...
Vraag 16
Wat moet je doen als iemand zijn been
heeft gebroken?
Vraag 16
 Zorg ervoor dat het gebroken lichaamsdeel
zo stil mogelijk wordt gehouden.
 Geef het gebroken lichaamsdeel rus...
Vraag 17
Wat moet je doen als iemand een vuiltje
in
het oog heeft?
Vraag 17
 Vraag het slachtoffer om niet in het oog te wrijven.
 Laat het slachtoffer zitten.
 Trek met je duim en wijsv...
Vraag 18
Wat moet je doen als iemand een
bloedneus
heeft?
Vraag 18
 Laat het slachtoffer zitten, met het hoofd een beetje
voorover (schrijfhouding).
 Laat een keer goed snuiten. ...
Vraag 19
Wat doe je als je oppaskindje een klein
voorwerp in de neus of in het oor
heeft gestopt?
Vraag 19
Probeer het er niet zelf uit te krijgen, ga
ermee naar de dokter. Laat het kindje
er
zelf ook niet aanzitten.
Vraag 20
Wat kun je doen als iemand een tand
door de lip heeft?
Vraag 20
 Pak een steriel gaasje. Druk de wond
dicht. Doe dit een paar minuten.
 Kijk of de tand niet beschadigd is en
o...
Vraag 21
Wat moet je doen als iemand zijn tand
eruit is geslagen?
Vraag 21
 Blijf bij het slachtoffer, zorg ervoor dat iemand een afspraak bij de
tandarts regelt. Vraag iemand een beker m...
Vraag 22
Wat doe je als iemand gestoken is door
een bij?
Vraag 22
 Vraag waar het slachtoffer is gestoken en of het erg
pijn doet.
 Haal voorzichtig de angel uit de huid. Strijk...
Vraag 23
Wat doe je als iemand gebeten is door
een teek?
Vraag 23
 Verwijder de teek met een
tekenverwijderaar. Pas daarna
ontsmet je het wondje.
 Komt er een rode plek/circel o...
Vraag 24
Wat doe je met een splinter in de huid?
Vraag 24
 Kijk of er een punt uitsteekt die je
met een pincet kan pakken.
 Trek met de pincet de splinter uit de
huid. D...
Vraag 25
Noem de drie verschillende vormen
waarin gif kan bestaan en geef bij
elke vorm een voorbeeld.
Vraag 25
 vaste vorm (slaappillen)
 vloeibare vorm
(schoonmaakmiddelen)
 gas- en dampvorm (rook)
Vraag 26
Op welke drie manieren kun je giftige
stoffen binnen krijgen?
Vraag 26
 via het spijsverteringskanaal
 via de luchtweg
 via de huid
Vraag 27
Noem drie voorbeelden van een bijtend
gif.
Vraag 27
 afwasmachinemiddel
 chloor
 ammonia
 andere schoonmaakmiddelen
Vraag 28
Noem twee voorbeelden van een
petroleumproduct.
Vraag 28
 lampenolie
 terpentine
Vraag 29
Noem drie voorbeelden van een niet-
bijtend gif.
Vraag 29
 geneesmiddelen
 alcohol
 sommige planten
 sommige bessen
 sommige paddenstoelen
 drugs
Vraag 30
Wat doe je als iemand een giftige stof
heeft binnen gekregen via het
spijsverteringskanaal?
Vraag 30
 Probeer uit te zoeken welke stof het was.
 Bel 112. De meldkamercentralist vertelt je
wat je moet doen. Geef d...
Vraag 31
Wat doe je als iemand bewusteloos is
geraakt door het inademen van een
giftige stof in een ruimte?
Vraag 31
Laat het slachtoffer liggen maar laat de
deur open staan… Neem zelf afstand.
De gassen kunnen ook voor jou
gevaar...
Vraag 32
Wat doe je als iemand giftig poeder op
de huid heeft gekregen?
Vraag 32
 Borstel het van de huid, raak het gif niet
aan. Is de stof ook op de kleding gekomen?
Doe het dan snel uit. Als...
Vraag 33
Hoe weet je of iemand bewusteloos is?
Vraag 33
Schud zachtjes aan de schouders en
spreek het slachtoffer aan. Als het
slachtoffer helemaal niet reageert, is
er ...
Vraag 34
Wat gebeurt er als iemand flauw valt?
Vraag 34
De hersenen hebben even te weinig
zuurstof.
Vraag 35
Waardoor kunnen mensen flauwvallen?
Vraag 35
 Schrikken
 Angst
 Spanning
 Benauwde ruimtes
 Het zien van bloed
 Door erge pijn
Vraag 36
Wat moet je doen als iemand
flauwgevallen is?
Vraag 36
 Leg het slachtoffer plat neer.
 Zorg voor frisse lucht
 Stel het slachtoffer gerust
 Laat het slachtoffer 10...
Vraag 37
Wat gebeurt er als je je verslikt?
Vraag 37
Er schiet dan een kruimeltje of
druppeltje (of iets anders) in je
luchtpijp in plaats van in je slokdarm.
Vraag 38
De ademhalingsorganen zorgen voor
vier dingen. Welke dingen zijn dat?
Vraag 38
 zuurstof wordt uit de lucht
opgenomen
 het zuurstof komt in het bloed terecht
 het koolzuur wordt uit het blo...
Vraag 39
Noem de drie verschillende soorten
bloedvaten en leg uit waarvoor ze
zijn.
Vraag 39
 slagaders (brengen het bloed vanaf
het hart naar de rest van je lichaam)
 haarvaten (hele dunne vaatjes)
 ade...
Vraag 40
Waaruit bestaat het zenuwstelsel?
Vraag 40
 zenuwen
 ruggenmerg
 hersenen
Vraag 41
Waaruit bestaat je luchtweg?
(Waar komt de lucht langs op weg naar
de longen?)
Vraag 41
 neus
 keelholte
 luchtpijp
Ehbo theorie
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Ehbo theorie

888
-1

Published on

Published in: Education
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
888
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
6
Actions
Shares
0
Downloads
10
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Ehbo theorie

  1. 1. EHBO THEORIE Overhoor jezelf!
  2. 2. Vraag 1 Noem de vijf belangrijke punten van EHBO
  3. 3. Vraag 1 1. Let op gevaar 2. Ga na wat er gebeurd is en wat het slachtoffer mankeert 3. Stel het slachtoffer gerust en zorg voor beschutting 4. Zorg voor professionele hulp 5. Help het slachtoffer op de plaats waar hij ligt of zit
  4. 4. Vraag 2 Wat is een ander woord voor bacterievrij of kiemvrij?
  5. 5. Vraag 2 Steriel
  6. 6. Vraag 3 Welke doek wordt gebruikt voor het aanleggen van een brede das?
  7. 7. Vraag 3 Driekante doek
  8. 8. Vraag 4 Er zit een reddingsdeken (isoleerdeken) in de verbanddoos. Je wilt je slachtoffer beschermen tegen de kou, wind en regen. Welke kleur moet aan de buitenkant?
  9. 9. Vraag 4 Goud
  10. 10. Vraag 5 Er zit een reddingsdeken (isoleerdeken) in de verbanddoos. Je wilt je slachtoffer beschermen tegen de warmte. Welke kleur moet aan de buitenkant?
  11. 11. Vraag 5 zilver
  12. 12. Vraag 6 Waarmee kun je een schaafwond ontsmetten?
  13. 13. Vraag 6 Betadinejodium (of sterilon)
  14. 14. Vraag 7 Waaruit bestaat een dekverband?
  15. 15. Vraag 7  steriel, niet-verklevend gaas (kompres)  witte watten  hydrofiele elastische zwachtel  (eventueel nog een kleefpleister)
  16. 16. Vraag 8 Hoe dik is de huid?
  17. 17. Vraag 8 1 mm
  18. 18. Vraag 9 Welke vier functies heeft je huid?
  19. 19. Vraag 9  beschermt je lichaam  regelt je lichaamstemperatuur  je kunt voelen door de zenuwen in je huid  via de poriën kunnen schadelijke stoffen uit gezweet worden
  20. 20. Vraag 10 Welke lagen heeft je huid? Begin bij de bovenste.
  21. 21. Vraag 10 opperhuid, lederhuid, onderhuids bindweefsel
  22. 22. Vraag 11 Waarom zitten er vetkliertjes in je huid?
  23. 23. Vraag 11 Om de huid soepel te houden.
  24. 24. Vraag 12 Wat moet je doen als iemand een brandwond heeft?
  25. 25. Vraag 12 1. Koel de wond onder lauw, zacht stromend water, voor minstens 10 minuten. (Zeg dit tegen het slachtoffer, dit is best lang) 2. Verbind de brandwonden met niet-verklevend gaas (of beter nog, metallineverband). Doe het verband niet te strak! Dat doet zeer en de blaren kunnen kapot gaan. 3. Tweede en derdegraads brandwonden? Ga dan naar de dokter. 4. LET OP! Geen zalf op de wond en als de kleren vastzitten aan de wond, niet lostrekken.
  26. 26. Vraag 13 Hoeveel botten heeft een mens ongeveer?
  27. 27. Vraag 13 200
  28. 28. Vraag 14 Wat zijn de taken van je geraamte?
  29. 29. Vraag 14 Het geraamte:  geeft vorm  geeft stevigheid  beschermt kwetsbare organen/zenuwbanen  zorgt dat je kunt bewegen
  30. 30. Vraag 15 Hoe kun je zien dat iemand iets heeft gebroken?
  31. 31. Vraag 15 Het slachtoffer heeft veel pijn,kan het gebroken lichaamsdeel niet of nauwelijks meer gebruiken. Huid wordt op plaats van de breuk vaak dikker.
  32. 32. Vraag 16 Wat moet je doen als iemand zijn been heeft gebroken?
  33. 33. Vraag 16  Zorg ervoor dat het gebroken lichaamsdeel zo stil mogelijk wordt gehouden.  Geef het gebroken lichaamsdeel rust en steun, bijvoorbeeld door een dekenrol of tassen.  Bel 112  Dek het slachtoffer zo nodig toe met een jas of deken. Blijf bij het slachtoffer tot de ambulance er is.
  34. 34. Vraag 17 Wat moet je doen als iemand een vuiltje in het oog heeft?
  35. 35. Vraag 17  Vraag het slachtoffer om niet in het oog te wrijven.  Laat het slachtoffer zitten.  Trek met je duim en wijsvinger de oogleden van het slachtoffer van elkaar. Kijk of je het vuiltje ziet.  Veeg het vuiltje met de punt van een schoon doekje naar de dichtstbijzijnde ooghoek. Als het vuiltje vastzit, moet het slachtoffer naar de huisarts. LET OP! Je mag alleen vegen over het oogwit. Als het vuiltje daar niet zit, laat je het slachtoffer het oog dichthouden. Meestal verschuift het vuiltje dan vanzelf en kun je het alsnog weghalen.
  36. 36. Vraag 18 Wat moet je doen als iemand een bloedneus heeft?
  37. 37. Vraag 18  Laat het slachtoffer zitten, met het hoofd een beetje voorover (schrijfhouding).  Laat een keer goed snuiten. (NIET ALS DE BLOEDNEUS IS ONTSTAAN DOOR EEN HARDE KLAP OP HET HOOFD!  Laat het slachtoffer met platte duim en wijsvinger de neus onder het neusbot dichtknijpen. Doe dit ongeveer 10 minuten.  Laat nu voorzichtig de neus los en vertel dat het slachtoffer de neus niet mag snuiten.  Stopt het bloeden niet na 10 minuten? Ga naar de huisarts.
  38. 38. Vraag 19 Wat doe je als je oppaskindje een klein voorwerp in de neus of in het oor heeft gestopt?
  39. 39. Vraag 19 Probeer het er niet zelf uit te krijgen, ga ermee naar de dokter. Laat het kindje er zelf ook niet aanzitten.
  40. 40. Vraag 20 Wat kun je doen als iemand een tand door de lip heeft?
  41. 41. Vraag 20  Pak een steriel gaasje. Druk de wond dicht. Doe dit een paar minuten.  Kijk of de tand niet beschadigd is en of er geen stukje tand of iets anders in de lip zit. LET OP! Als de wond groot is, moet hij misschien worden gehecht. Ga dan naar de dokter.
  42. 42. Vraag 21 Wat moet je doen als iemand zijn tand eruit is geslagen?
  43. 43. Vraag 21  Blijf bij het slachtoffer, zorg ervoor dat iemand een afspraak bij de tandarts regelt. Vraag iemand een beker melk te halen.  Pak de uitgeslagen tand aan de kroon (niet bij de wortel!)  Spoel vuil dat je kunt zijn met melk van de tand af. Geen melk? Gebruik dan water. De tand mag worden teruggeplaatst als je goed kunt zien hoe hij precies heeft gezeten.  Doe de tand in een bekertje melk of gebruik speeksel van het slachtoffer (bij ouder slachtoffer kan tand ook in de wangzak bewaard worden). Als dit allemaal niet kan, bewaar de tand dan in water.  Veeg het gezicht en de mond van het slachtoffer voorzichtig schoon. Ga eventueel met slachtoffer mee naar de tandarts. LET OP! Melktanden niet terug plaatsen. Pas op dat de tand niet in het putje verdwijnt bij het schoonspoelen. Doe eerst de stop in de afvoer.
  44. 44. Vraag 22 Wat doe je als iemand gestoken is door een bij?
  45. 45. Vraag 22  Vraag waar het slachtoffer is gestoken en of het erg pijn doet.  Haal voorzichtig de angel uit de huid. Strijk deze uit met je nagel of gebruik een pincet. Voorzichtig! Het gifblaasje moet je niet leegknijpen!  Leg een natte washand, een natte theedoek of nat gaasje op de plek van de steek. Maak deze eventueel vast met een zwachtel. LET OP! Ga meteen naar het ziekenhuis als iemand in de mond of keel is gestoken of bel 112. Bel ook als het slachtoffer zich niet goed voelt, slap en vermoeid is. Wordt de plek erg dik? Dan kun je ook beter naar de dokter gaan. Misschien is het slachtoffer gevoelig of allergisch voor insectensteken.
  46. 46. Vraag 23 Wat doe je als iemand gebeten is door een teek?
  47. 47. Vraag 23  Verwijder de teek met een tekenverwijderaar. Pas daarna ontsmet je het wondje.  Komt er een rode plek/circel om de wond? Ga dan naar de huisarts. Sommige tekenbeten kun je erg ziek van worden.
  48. 48. Vraag 24 Wat doe je met een splinter in de huid?
  49. 49. Vraag 24  Kijk of er een punt uitsteekt die je met een pincet kan pakken.  Trek met de pincet de splinter uit de huid. Dit doe je in de richting waarin de splinter wijst.  Plak zo nodig een pleister. LET OP! Dieper zittende voorwerpen mag je niet uit de huid halen. Dat moet in het ziekenhuis gebeuren.
  50. 50. Vraag 25 Noem de drie verschillende vormen waarin gif kan bestaan en geef bij elke vorm een voorbeeld.
  51. 51. Vraag 25  vaste vorm (slaappillen)  vloeibare vorm (schoonmaakmiddelen)  gas- en dampvorm (rook)
  52. 52. Vraag 26 Op welke drie manieren kun je giftige stoffen binnen krijgen?
  53. 53. Vraag 26  via het spijsverteringskanaal  via de luchtweg  via de huid
  54. 54. Vraag 27 Noem drie voorbeelden van een bijtend gif.
  55. 55. Vraag 27  afwasmachinemiddel  chloor  ammonia  andere schoonmaakmiddelen
  56. 56. Vraag 28 Noem twee voorbeelden van een petroleumproduct.
  57. 57. Vraag 28  lampenolie  terpentine
  58. 58. Vraag 29 Noem drie voorbeelden van een niet- bijtend gif.
  59. 59. Vraag 29  geneesmiddelen  alcohol  sommige planten  sommige bessen  sommige paddenstoelen  drugs
  60. 60. Vraag 30 Wat doe je als iemand een giftige stof heeft binnen gekregen via het spijsverteringskanaal?
  61. 61. Vraag 30  Probeer uit te zoeken welke stof het was.  Bel 112. De meldkamercentralist vertelt je wat je moet doen. Geef de rest van het gif en/of de verpakking mee als het slachtoffer naar het ziekenhuis moet.  Als iemand bewusteloos raakt of de ademhaling stopt, verleen je eerste hulp zoals omschreven in hoofdstuk 4. (stabiele zijligging of reanimatie)
  62. 62. Vraag 31 Wat doe je als iemand bewusteloos is geraakt door het inademen van een giftige stof in een ruimte?
  63. 63. Vraag 31 Laat het slachtoffer liggen maar laat de deur open staan… Neem zelf afstand. De gassen kunnen ook voor jou gevaarlijk zijn. Bel 112.
  64. 64. Vraag 32 Wat doe je als iemand giftig poeder op de huid heeft gekregen?
  65. 65. Vraag 32  Borstel het van de huid, raak het gif niet aan. Is de stof ook op de kleding gekomen? Doe het dan snel uit. Als ze vastzitten, mogen ze zelfs losgetrokken worden. Ook schoenen en sieraden moeten af. Daarna 30 minuten douchen.  Stof in de ogen? Houd de ogen met de vingers goed open tijdens het douchen, zodat het water goed in de ogen loopt. Probeer het spoelwater niet over de rest van het lichaam te laten lopen.
  66. 66. Vraag 33 Hoe weet je of iemand bewusteloos is?
  67. 67. Vraag 33 Schud zachtjes aan de schouders en spreek het slachtoffer aan. Als het slachtoffer helemaal niet reageert, is er een stoornis in het bewustzijn.
  68. 68. Vraag 34 Wat gebeurt er als iemand flauw valt?
  69. 69. Vraag 34 De hersenen hebben even te weinig zuurstof.
  70. 70. Vraag 35 Waardoor kunnen mensen flauwvallen?
  71. 71. Vraag 35  Schrikken  Angst  Spanning  Benauwde ruimtes  Het zien van bloed  Door erge pijn
  72. 72. Vraag 36 Wat moet je doen als iemand flauwgevallen is?
  73. 73. Vraag 36  Leg het slachtoffer plat neer.  Zorg voor frisse lucht  Stel het slachtoffer gerust  Laat het slachtoffer 10 minuten liggen en daarna moet het slachtoffer eerst even zitten. Niet meteen opstaan! Wordt het slachtoffer dan toch weer duizelig en misselijk? Laat hem dan nog 10 minuten liggen. LET OP! Komt het slachtoffer niet bij binnen twee minuten? Bel dan 112!
  74. 74. Vraag 37 Wat gebeurt er als je je verslikt?
  75. 75. Vraag 37 Er schiet dan een kruimeltje of druppeltje (of iets anders) in je luchtpijp in plaats van in je slokdarm.
  76. 76. Vraag 38 De ademhalingsorganen zorgen voor vier dingen. Welke dingen zijn dat?
  77. 77. Vraag 38  zuurstof wordt uit de lucht opgenomen  het zuurstof komt in het bloed terecht  het koolzuur wordt uit het bloed verwijderd  het koolzuur gaat weer terug naar de lucht (en adem je uiteindelijk weer uit)
  78. 78. Vraag 39 Noem de drie verschillende soorten bloedvaten en leg uit waarvoor ze zijn.
  79. 79. Vraag 39  slagaders (brengen het bloed vanaf het hart naar de rest van je lichaam)  haarvaten (hele dunne vaatjes)  aders (brengen het bloed terug naar het hart)
  80. 80. Vraag 40 Waaruit bestaat het zenuwstelsel?
  81. 81. Vraag 40  zenuwen  ruggenmerg  hersenen
  82. 82. Vraag 41 Waaruit bestaat je luchtweg? (Waar komt de lucht langs op weg naar de longen?)
  83. 83. Vraag 41  neus  keelholte  luchtpijp
  1. A particular slide catching your eye?

    Clipping is a handy way to collect important slides you want to go back to later.

×