We kennen inons vaatstelsel 2 soorten
bloedvaten te weten:
Arteriën.
Venen.
Allen zijn met elkaar verbonden middels een
“buizen-systeem”
6.
Arteriën voeren zuurstofrijk bloed naar de
organen toe.
Venen voeren zuurstofarm bloed van de
organen af naar het hart terug.
7.
Een venapunctie ishet aanprikken (punctie)
van een ader (vene) met een holle naald.
Door middel van een venapunctie kunnen we
bloed afnemen wat daardoor onderzocht kan
worden op tal van verschillende bloedwaarden
en/of ziekten c.q. aandoeningen.
8.
Onderzoek van bloedbepalingen bijv. het HB
gehalte: algemeen bloedonderzoek.
Bloedkweek.
10.
Daarnaast kunnen wevia een venapunctie ook
bloed afnemen t.b.v. kweken.
We noemen dat een bloedkweek.
Een bloedkweek is een microbiologische kweek
van het bloed.
Het wordt gebruikt om micro-organismen aan
te tonen die zich via de bloedbaan verspreiden
(bacteriemie, sepsis).
11.
Wat kunnen wenu uit het bloed halen als er
bloed bij ons geprikt wordt?
• Plasma en/of bloedcellen worden
geïsoleerd voor verdere analyse.
• Bloedbuisje bevat heparine aan is
toegevoegd zodat het bloed niet kan stollen.
12.
• Buisjes bloed zonder heparine toegevoegd,
betekent dat het bloed stolt.
• Dan wordt serum (bloed) geïsoleerd voor
verdere analyse.
• Er zijn meerdere kleuren buisjes die ieder
specifiek zijn voor bepaalde bepalingen!
• Kleuren zijn soms per ziekenhuis verschillend.
13.
Dit kunnen weop 2 manieren afnemen te
weten:
1. M.b.v. een “huls” met naald en de buisjes
waar je het bloed rechtstreeks na het
aanprikken van het vat in laat lopen.
2. M.b.v. een “intramusculaire-naald”(groene
naald) en spuit waarna je de buisjes m.b.v.
een naald vult met bloed.
14.
• De meeste venapuncties vinden plaats in de
elleboogplooi. Hier loopt de Vena Brachialis
die vrij gemakkelijk bij iedereen aan te
prikken is.
• Maar ook andere venen in de arm, op de hand
en zelfs op de voet kunnen gebruikt worden.
15.
• Op het laboratorium en door beoefende
verpleegkundigen wordt geprikt m.b.v. de
“huls en naald” techniek.
• De verpleegkundige die niet vaak bloed prikt
of de beginnend beroepsbeoefenaar kan
makkelijker prikken m.b.v. een naald en spuit.
16.
• Wordt afgenomen als de patiënt verdacht
wordt van een sepsis (bloedvergiftiging =
ruim begrip).
• Bij deze vorm van bloedafnemen is het heel
belangrijk dat er steriel gewerkt wordt opdat
je geen bacteriën van buiten af, en/of van jou,
in het bloedkweek flesje krijgt.
17.
• Door middel van een vena- punctie, wordt
ongeveer 20 cc bloed afgenomen onder
aseptische omstandigheden.
• 1 bloedkweek bestaat uit 2 flesjes!
In de praktijk nemen we vaak 2 bloedkweken
af met een tussentijd van ongeveer een half
uur.
18.
Organismen kunnen gedijenonder invloed van
zuurstof en zonder zuurstof.
Onder invloed van zuurstof noemen we de:
Aerobe (flesje met groene dop).
Als eerste vullen.
Zonder zuurstof noemen we de:
Anaerobe (flesje met rode dop).
De rest van het bloed mee vullen.
20.
De flesjesmet een ingevuld formulier (codeer de
flesjes en het ingevulde formulier), waarop staat
wat er onderzocht moet worden, op een
afgesproken plaats in het ziekenhuis neergezet.
Deze worden dan opgehaald door het
streeklaboratorium waar de kweken worden
ingezet.
Vervolgens onderzoek of er bacteriën groeien en
welke!
21.
• Indien men weet welke bacterie(n) de patiënt
ziek maken, kan men eventueel gericht
antibiotica geven! (= “smal spectrum”).
• Daarom is het beter om eerst bloedkweken af
te nemen voordat men met een “breed-
spectrum antibiotica” start.
• Bloedkweken afnemen terwijl de patiënt al
antibiotica kreeg kan ook.
22.
Helaas niet!
• Soms kan men bij een zieke patiënt helemaal
“niets” vinden ondanks koorts, en algehele
malaise.
• Soms zijn meerdere bloedkweken, dagelijks
en soms gedurende weken nodig om iets te
vinden.
23.
Prik NOOIT in een aangedane arm van de
patiënt te weten:
1. Patiënten met fracturen.
2. Patiënten na Mamma-amputatie.
3. “infuus-arm”.
4. Trombose arm.
5. Flebitis aan de arm.
6. Dialyse patiënt met shunts in de arm.
25.
Neem nooit zomaar bloed af uit een infuus
waar ook medicatie (denk aan actrapid =
insuline, of kalium) wat de bloeduitslagen
kunnen beïnvloeden.
26.
Hoe moet het wel en hoe moet het niet??
Zie het volgende filmpje…….