SKILLS / maart 2011 - 2012
   Inleiding.
   Venapunctie.
   Soorten bloedonderzoek.
   Bloedkweek.
   Algemeen bloedonderzoek.
   Aandachtspunten venapunctie.
   Verplichte proeve- opdracht.
   Voorbehouden handeling.
We kennen in ons vaatstelsel 2 soorten
 bloedvaten te weten:

   Arteriën.
   Venen.

Allen zijn met elkaar verbonden middels een
“buizen-systeem”
   Arteriën voeren zuurstofrijk bloed naar de
    organen toe.

   Venen voeren zuurstofarm bloed van de
    organen af naar het hart terug.
Een venapunctie is het aanprikken (punctie)
van een ader (vene) met een holle naald.


Door middel van een venapunctie kunnen we
bloed afnemen wat daardoor onderzocht kan
worden op tal van verschillende bloedwaarden
en/of ziekten c.q. aandoeningen.
   Onderzoek van bloedbepalingen bijv. het HB
    gehalte: algemeen bloedonderzoek.

   Bloedkweek.
Daarnaast kunnen we via een venapunctie ook
bloed afnemen t.b.v. kweken.
We noemen dat een bloedkweek.

Een bloedkweek is een microbiologische kweek
van het bloed.
Het wordt gebruikt om micro-organismen aan
te tonen die zich via de bloedbaan verspreiden
(bacteriemie, sepsis).
Wat kunnen we nu uit het bloed halen als er
bloed bij ons geprikt wordt?

•   Plasma en/of bloedcellen worden
    geïsoleerd voor verdere analyse.

•   Bloedbuisje bevat heparine aan is
    toegevoegd zodat het bloed niet kan stollen.
•   Buisjes bloed zonder heparine toegevoegd,
    betekent dat het bloed stolt.
•   Dan wordt serum (bloed) geïsoleerd voor
    verdere analyse.
•   Er zijn meerdere kleuren buisjes die ieder
    specifiek zijn voor bepaalde bepalingen!
•   Kleuren zijn soms per ziekenhuis verschillend.
Dit kunnen we op 2 manieren afnemen te
    weten:

1.   M.b.v. een “huls” met naald en de buisjes
     waar je het bloed rechtstreeks na het
     aanprikken van het vat in laat lopen.
2.   M.b.v. een “intramusculaire-naald”(groene
     naald) en spuit waarna je de buisjes m.b.v.
     een naald vult met bloed.
•   De meeste venapuncties vinden plaats in de
    elleboogplooi. Hier loopt de Vena Brachialis
    die vrij gemakkelijk bij iedereen aan te
    prikken is.
•   Maar ook andere venen in de arm, op de hand
    en zelfs op de voet kunnen gebruikt worden.
•   Op het laboratorium en door beoefende
    verpleegkundigen wordt geprikt m.b.v. de
    “huls en naald” techniek.
•   De verpleegkundige die niet vaak bloed prikt
    of de beginnend beroepsbeoefenaar kan
    makkelijker prikken m.b.v. een naald en spuit.
•   Wordt afgenomen als de patiënt verdacht
    wordt van een sepsis (bloedvergiftiging =
    ruim begrip).

•   Bij deze vorm van bloedafnemen is het heel
    belangrijk dat er steriel gewerkt wordt opdat
    je geen bacteriën van buiten af, en/of van jou,
    in het bloedkweek flesje krijgt.
•   Door middel van een vena- punctie, wordt
    ongeveer 20 cc bloed afgenomen onder
    aseptische omstandigheden.

•   1 bloedkweek bestaat uit 2 flesjes!
    In de praktijk nemen we vaak 2 bloedkweken
    af met een tussentijd van ongeveer een half
    uur.
Organismen kunnen gedijen onder invloed van
zuurstof en zonder zuurstof.
Onder invloed van zuurstof noemen we de:
 Aerobe (flesje met groene dop).
 Als eerste vullen.

Zonder zuurstof noemen we de:
 Anaerobe (flesje met rode dop).
 De rest van het bloed mee vullen.
 De flesjes met een ingevuld formulier (codeer de
  flesjes en het ingevulde formulier), waarop staat
  wat er onderzocht moet worden, op een
  afgesproken plaats in het ziekenhuis neergezet.
 Deze worden dan opgehaald door het
  streeklaboratorium waar de kweken worden
  ingezet.
 Vervolgens onderzoek of er bacteriën groeien en
  welke!
•   Indien men weet welke bacterie(n) de patiënt
    ziek maken, kan men eventueel gericht
    antibiotica geven! (= “smal spectrum”).
•   Daarom is het beter om eerst bloedkweken af
    te nemen voordat men met een “breed-
    spectrum antibiotica” start.
•   Bloedkweken afnemen terwijl de patiënt al
    antibiotica kreeg kan ook.
Helaas niet!

•   Soms kan men bij een zieke patiënt helemaal
    “niets” vinden ondanks koorts, en algehele
    malaise.
•   Soms zijn meerdere bloedkweken, dagelijks
    en soms gedurende weken nodig om iets te
    vinden.
        Prik NOOIT in een aangedane arm van de
         patiënt te weten:
    1.    Patiënten met fracturen.
    2.    Patiënten na Mamma-amputatie.
    3.    “infuus-arm”.
    4.    Trombose arm.
    5.    Flebitis aan de arm.
    6.    Dialyse patiënt met shunts in de arm.
   Neem nooit zomaar bloed af uit een infuus
    waar ook medicatie (denk aan actrapid =
    insuline, of kalium) wat de bloeduitslagen
    kunnen beïnvloeden.
   Hoe moet het wel en hoe moet het niet??

Zie het volgende filmpje…….
Vragen?

Venapunctie 2012

  • 1.
    SKILLS / maart2011 - 2012
  • 2.
    Inleiding.  Venapunctie.  Soorten bloedonderzoek.  Bloedkweek.  Algemeen bloedonderzoek.  Aandachtspunten venapunctie.
  • 3.
    Verplichte proeve- opdracht.  Voorbehouden handeling.
  • 5.
    We kennen inons vaatstelsel 2 soorten bloedvaten te weten:  Arteriën.  Venen. Allen zijn met elkaar verbonden middels een “buizen-systeem”
  • 6.
    Arteriën voeren zuurstofrijk bloed naar de organen toe.  Venen voeren zuurstofarm bloed van de organen af naar het hart terug.
  • 7.
    Een venapunctie ishet aanprikken (punctie) van een ader (vene) met een holle naald. Door middel van een venapunctie kunnen we bloed afnemen wat daardoor onderzocht kan worden op tal van verschillende bloedwaarden en/of ziekten c.q. aandoeningen.
  • 8.
    Onderzoek van bloedbepalingen bijv. het HB gehalte: algemeen bloedonderzoek.  Bloedkweek.
  • 10.
    Daarnaast kunnen wevia een venapunctie ook bloed afnemen t.b.v. kweken. We noemen dat een bloedkweek. Een bloedkweek is een microbiologische kweek van het bloed. Het wordt gebruikt om micro-organismen aan te tonen die zich via de bloedbaan verspreiden (bacteriemie, sepsis).
  • 11.
    Wat kunnen wenu uit het bloed halen als er bloed bij ons geprikt wordt? • Plasma en/of bloedcellen worden geïsoleerd voor verdere analyse. • Bloedbuisje bevat heparine aan is toegevoegd zodat het bloed niet kan stollen.
  • 12.
    Buisjes bloed zonder heparine toegevoegd, betekent dat het bloed stolt. • Dan wordt serum (bloed) geïsoleerd voor verdere analyse. • Er zijn meerdere kleuren buisjes die ieder specifiek zijn voor bepaalde bepalingen! • Kleuren zijn soms per ziekenhuis verschillend.
  • 13.
    Dit kunnen weop 2 manieren afnemen te weten: 1. M.b.v. een “huls” met naald en de buisjes waar je het bloed rechtstreeks na het aanprikken van het vat in laat lopen. 2. M.b.v. een “intramusculaire-naald”(groene naald) en spuit waarna je de buisjes m.b.v. een naald vult met bloed.
  • 14.
    De meeste venapuncties vinden plaats in de elleboogplooi. Hier loopt de Vena Brachialis die vrij gemakkelijk bij iedereen aan te prikken is. • Maar ook andere venen in de arm, op de hand en zelfs op de voet kunnen gebruikt worden.
  • 15.
    Op het laboratorium en door beoefende verpleegkundigen wordt geprikt m.b.v. de “huls en naald” techniek. • De verpleegkundige die niet vaak bloed prikt of de beginnend beroepsbeoefenaar kan makkelijker prikken m.b.v. een naald en spuit.
  • 16.
    Wordt afgenomen als de patiënt verdacht wordt van een sepsis (bloedvergiftiging = ruim begrip). • Bij deze vorm van bloedafnemen is het heel belangrijk dat er steriel gewerkt wordt opdat je geen bacteriën van buiten af, en/of van jou, in het bloedkweek flesje krijgt.
  • 17.
    Door middel van een vena- punctie, wordt ongeveer 20 cc bloed afgenomen onder aseptische omstandigheden. • 1 bloedkweek bestaat uit 2 flesjes! In de praktijk nemen we vaak 2 bloedkweken af met een tussentijd van ongeveer een half uur.
  • 18.
    Organismen kunnen gedijenonder invloed van zuurstof en zonder zuurstof. Onder invloed van zuurstof noemen we de:  Aerobe (flesje met groene dop). Als eerste vullen. Zonder zuurstof noemen we de:  Anaerobe (flesje met rode dop). De rest van het bloed mee vullen.
  • 20.
     De flesjesmet een ingevuld formulier (codeer de flesjes en het ingevulde formulier), waarop staat wat er onderzocht moet worden, op een afgesproken plaats in het ziekenhuis neergezet.  Deze worden dan opgehaald door het streeklaboratorium waar de kweken worden ingezet.  Vervolgens onderzoek of er bacteriën groeien en welke!
  • 21.
    Indien men weet welke bacterie(n) de patiënt ziek maken, kan men eventueel gericht antibiotica geven! (= “smal spectrum”). • Daarom is het beter om eerst bloedkweken af te nemen voordat men met een “breed- spectrum antibiotica” start. • Bloedkweken afnemen terwijl de patiënt al antibiotica kreeg kan ook.
  • 22.
    Helaas niet! • Soms kan men bij een zieke patiënt helemaal “niets” vinden ondanks koorts, en algehele malaise. • Soms zijn meerdere bloedkweken, dagelijks en soms gedurende weken nodig om iets te vinden.
  • 23.
    Prik NOOIT in een aangedane arm van de patiënt te weten: 1. Patiënten met fracturen. 2. Patiënten na Mamma-amputatie. 3. “infuus-arm”. 4. Trombose arm. 5. Flebitis aan de arm. 6. Dialyse patiënt met shunts in de arm.
  • 25.
    Neem nooit zomaar bloed af uit een infuus waar ook medicatie (denk aan actrapid = insuline, of kalium) wat de bloeduitslagen kunnen beïnvloeden.
  • 26.
    Hoe moet het wel en hoe moet het niet?? Zie het volgende filmpje…….
  • 27.