RESI PAAS
Hoofdstuk 4:
Paus versus
keizer
Paus versus keizer
 Tijd
 Ruimte
Heilige Roomse Rijk
 Maatschappelijk domein
Politiek en cultureel
11e -12e eeuw
Verbetering
1) Wat was de reden voor het Oosters Schisma in 1052?
De paus en de Byzantijnse keizer waren het oneens over
wie van hen de meeste macht had. Ze wilden allebei boven
de andere staan. (zie tweezwaardenleer) Omdat ze het
nooit eens werden, gingen ze allebei hun eigen weg.
2) Wat wordt er bedoelt met “Rijkskerk”?
De keizer van het Heilige Roomse Rijk benoemt
bisschoppen tot vazallen door hen een leen te geven. De
bisschoppen krijgen zo – naast geestelijke macht – ook
wereldlijke macht. Na de dood van de bisschoppen krijgt
de keizer het leen weer terug omdat er geen officiële
erfgenamen zijn.
Verbetering
3) Leg de “tweezwaardenleer” in eigen woorden uit.
God deelde 2 zwaarden uit: 1 aan de paus en 1 aan de
keizer.
De paus moet de Kerk (het christelijke instituut)
beschermen.
De keizer moet het christelijke rijk (het christelijk
territorium) beschermen.
De paus en de keizer moeten dus samenwerken om het
imperium christianum te behouden en te verdedigen.
Maar er kwam onenigheid over wie er nu machtiger was:
de paus of de keizer? Wie staat boven wie?
4) Leg de betekenis van het woord “investituurstrijd”
uit.
- Investituur: het benoemen van een bisschop.
- Investituurstrijd: de paus en de keizer strijden om het
recht op investituur/om bisschoppen te benoemen.
Verbetering
5) Wat is het verband tussen de
“tweezwaardenleer” en de “investituurstrijd”?
Door de tweezwaardenleer krijgen zowel paus als
keizer macht van God. Er was echter ruzie over wie
de meeste macht had. Stond de paus boven de keizer
of stond de keizer boven de paus?
Daarom meende de keizer ook het recht te hebben
bisschoppen te benoemen en wilde hij zelfs pausen
benoemen.
De paus was het hier niet mee eens en verzette zich
tegen de keizer.
Conclusie?
6) Conclusie!
6.1) Wie had de meeste macht in het
Heilige Roomse Rijk: paus of keizer?
6.2) Door wie werd hij gesteund?
Bisschoppen, de Duitse adel,
(grote of kleine) Noord-Italiaanse
steden
Concordaat van Worms 1122
7) Waarom was het Concordaat van Worms in 1122
een compromis tussen de keizer en de paus?
Tijdens het Concordaat van Worms in 1122 kwamen
de paus en de keizer tot een overeenkomst.
Voortaan mocht alleen de paus nieuwe bisschoppen
benoemen, en niet meer de keizer.
De keizer mocht de bisschoppen wel nog tot vazal
nemen door ze een leen te geven.
De echte winnaars waren de Duitse edelen. Omdat de
keizer niet meer zo goed uit de bisschoppen kon kiezen
en één van hen als vazal moest nemen.
Probleemstelling
8) In het Heilige Roomse Rijk ontstonden spanningen
tussen de geestelijke en de wereldlijke macht. Op welke
manier zijn die spanningen ontstaan? En hoe zijn ze
geëvolueerd?
Al lang bestond de tweezwaardenleer waarin zowel
pausen als vorsten macht kregen van God.
Door de Rijkskerk had de keizer zijn greep op de
bisschoppen vergroot.
In de 12e eeuw wilden enkele sterke pausen (vb. Gregorius
VII) hun monopolie op de geestelijke macht herstellen.
Met het Concordaat van Worms kwamen paus en keizer
tot een compromis.

Ppt 3 ae - paus vs keizer vervolg

  • 1.
  • 2.
    Paus versus keizer Tijd  Ruimte Heilige Roomse Rijk  Maatschappelijk domein Politiek en cultureel 11e -12e eeuw
  • 3.
    Verbetering 1) Wat wasde reden voor het Oosters Schisma in 1052? De paus en de Byzantijnse keizer waren het oneens over wie van hen de meeste macht had. Ze wilden allebei boven de andere staan. (zie tweezwaardenleer) Omdat ze het nooit eens werden, gingen ze allebei hun eigen weg. 2) Wat wordt er bedoelt met “Rijkskerk”? De keizer van het Heilige Roomse Rijk benoemt bisschoppen tot vazallen door hen een leen te geven. De bisschoppen krijgen zo – naast geestelijke macht – ook wereldlijke macht. Na de dood van de bisschoppen krijgt de keizer het leen weer terug omdat er geen officiële erfgenamen zijn.
  • 4.
    Verbetering 3) Leg de“tweezwaardenleer” in eigen woorden uit. God deelde 2 zwaarden uit: 1 aan de paus en 1 aan de keizer. De paus moet de Kerk (het christelijke instituut) beschermen. De keizer moet het christelijke rijk (het christelijk territorium) beschermen. De paus en de keizer moeten dus samenwerken om het imperium christianum te behouden en te verdedigen. Maar er kwam onenigheid over wie er nu machtiger was: de paus of de keizer? Wie staat boven wie? 4) Leg de betekenis van het woord “investituurstrijd” uit. - Investituur: het benoemen van een bisschop. - Investituurstrijd: de paus en de keizer strijden om het recht op investituur/om bisschoppen te benoemen.
  • 5.
    Verbetering 5) Wat ishet verband tussen de “tweezwaardenleer” en de “investituurstrijd”? Door de tweezwaardenleer krijgen zowel paus als keizer macht van God. Er was echter ruzie over wie de meeste macht had. Stond de paus boven de keizer of stond de keizer boven de paus? Daarom meende de keizer ook het recht te hebben bisschoppen te benoemen en wilde hij zelfs pausen benoemen. De paus was het hier niet mee eens en verzette zich tegen de keizer.
  • 6.
    Conclusie? 6) Conclusie! 6.1) Wiehad de meeste macht in het Heilige Roomse Rijk: paus of keizer? 6.2) Door wie werd hij gesteund? Bisschoppen, de Duitse adel, (grote of kleine) Noord-Italiaanse steden
  • 7.
    Concordaat van Worms1122 7) Waarom was het Concordaat van Worms in 1122 een compromis tussen de keizer en de paus? Tijdens het Concordaat van Worms in 1122 kwamen de paus en de keizer tot een overeenkomst. Voortaan mocht alleen de paus nieuwe bisschoppen benoemen, en niet meer de keizer. De keizer mocht de bisschoppen wel nog tot vazal nemen door ze een leen te geven. De echte winnaars waren de Duitse edelen. Omdat de keizer niet meer zo goed uit de bisschoppen kon kiezen en één van hen als vazal moest nemen.
  • 8.
    Probleemstelling 8) In hetHeilige Roomse Rijk ontstonden spanningen tussen de geestelijke en de wereldlijke macht. Op welke manier zijn die spanningen ontstaan? En hoe zijn ze geëvolueerd? Al lang bestond de tweezwaardenleer waarin zowel pausen als vorsten macht kregen van God. Door de Rijkskerk had de keizer zijn greep op de bisschoppen vergroot. In de 12e eeuw wilden enkele sterke pausen (vb. Gregorius VII) hun monopolie op de geestelijke macht herstellen. Met het Concordaat van Worms kwamen paus en keizer tot een compromis.