Welke soorten woningentreffen we aan? - kenmerken in verband met comfort - onderscheid rijk - arm De Romeinse woning:
5.
1. Inde stad. - huurkazernes - herenhuizen 2. Op het platteland. - eenvoudige woningen - herenhuizen De Romeinse woning:
6.
2. Wandelingdoor een Romeinse villa. - > zie maquette De Romeinse woning:
7.
3. Wandelingdoor de Romeinse straat. “ Een nacht van Rome zat vol gevaarlijk en onaangename verrassingen. Wie niet buiten moest, bleef thuis en grendelde stevig zijn deur …” - > zie tekening De Romeinse woning:
De Romeinse man:Contrast tussen rijke en arme Romeinse man. Romeinse kledij:
10.
De Romeinse man:- Keizer: Hij mocht zich als enige helemaal in het paars kleden (een paarse toga). Romeinse kledij:
11.
De Romeinse man:Deze mensen droegen een witte toga, eventueel met een rode rand. Deze werd gedragen over een tunica. Vaak droegen de mannen ook een lauwerkrans op het hoofd. -> zie “standbeeldje” De tunica was het populairste kledingstuk, bijna iedereen droeg een wollen of linnen tuniek (van verschillende lengtes). Ze droegen ook stevige sandalen. -> demonstratie toga - Vooraanstaande Romeinse Burger: Romeinse kledij:
12.
De Romeinse man:Romeinse mannen besteedden ook enorm veel tijd aan hun uiterlijk. Ze bezochten bijna elke ochtend de barbier, waar alle laatste roddels en nieuws te horen waren. De barbier schoor zijn klanten, trimde hun baard, verfde hun haar of besprenkelde hen met parfum. Romeinse kledij:
13.
De Romeinse man:De slaven droegen meestal gewoon een tunica. De gladiatoren hadden 2 voornaamste attributen: een gekuifde helm en beenbeschermers. Zij waren ook voorzien van allerlei wapens. weetje: Er waren 16 verschillende soorten gladiatoren. Bij de laagste stand hoorde ook de vrouw! - De laagste stand: Romeinse kledij:
14.
De Romeinse vrouw:Contrast tussen rijke en arme Romeinse vrouw. De rol van de vrouw in de samenleving hing af van die van haar echtgenoot. Romeinse kledij:
15.
De Romeinse vrouw:- De rijke vrouw: Zij was getrouwd met een keizer. Zij droegen een tunica, maar langer dan bij de man, met een beha eronder of erboven. In plaats van een toga, droegen ze een stola. Dit is een lang kleed met een riem. Daarover werd bij koud weer een mantel gedragen. -> zie “standbeeldje” -> demonstratie kledij Romeinse kledij:
16.
De Romeinse vrouw:Ook de opsmuk was voor de Romeinse vrouwen heel belangrijk. Zij hielden van juwelen en make-up. Rijke vrouwen besteedden vooral veel aandacht aan hun kapsel, dat achterover gekamd werd en in een dot opgestoken werd met een pin of een haarnet. Romeinse kledij:
17.
De Romeinse vrouw:- De arme vrouw: Zij droegen meestal gewoon een tunica. Romeinse kledij:
Werken om televen: - De landbouw: - belangrijke bron van inkomsten - 90 % van de mensen leefde van de landbouw vooral een handel- maar ook een agrarische maatschappij In het begin van de Romeinse Tijd = kwaliteit belangrijker dan de kwantiteit. Vanaf de eerste eeuw voor Christus = kwantiteit belangrijker .
20.
Werken om televen: - Groot Romeins bedrijf: Villa (voor de eerste eeuw) - op een vlak land of een heuvelland liggen - dicht bij de zee vanwege gematigde temperaturen - in de buurt een bron of stroom of aquaduct - een goede weg die naar het dorp loopt - kwaliteit!!!
21.
Werken om televen: - Groot Romeins bedrijf: Latifundia (vanaf eerste eeuw) - grote landgoederen met landheren - VILLA URBANA: buitenverblijf in de stad (privaat - luxe) VILLA RUSTICA: gebouw gericht op de landbouw, verblijf voor werkers (bij bedrijf) - grootgrondbezitters in de politiek - ironisch: brood en spelen: voor de arme boeren werk was afgenomen door grootgrondbezitter - kwantiteit!!!
22.
Werken om televen: - Wat bracht de Romeinse landbouw voort? werkgelegenheid opbrengsten: -groententuin -boomgaard -kruidentuin -bloementuin (werd gebruikt om bloemenkransen te kunnen leggen op de familiealtaren) -veeteelt -luxeproducten: wijn & olijven
23.
Werken om televen: - Welke methoden en werktuigen? tuingereedschap vb.: snoeimes, hark, schoffel om te wieden, bijl, schop, kleine schop, hoekige schop plaustrum = een stevige boerenkar met een ploeg en een ijzeren ploegschaar - ploegen getrokken door dieren en irrigatiesystemen -bomen geënt : de kleine twijgjes worden een nieuwe boom
24.
Werken om televen: - Wie werkte er? slaven 1 op 3 mensen waren slaaf (slavenplaatje) werkers (plebejers) opzichters de landheer (patriciër) – dominus (“meester”) Evolutie: kleine boeren als dagloners (werkers) grootgrondbezitters
25.
Werken om televen: - Handel en nijverheid: vooral in de steden werkplaatsen: direct achter de winkeltjes import groter dan export heirbanen = economische functie rivieren = snelwegen de munt!
26.
Werken om televen: - Verkeer in het Romeinse rijk: Wat voor verkeer? -voetgangers -lastdieren -scheepvaart -allerlei wagens met trekdieren
27.
Werken om televen: - Verkeer in het Romeinse rijk: Wat zijn heirbanen? -brede banen die steeds rechtdoor lopen -verbindingsweg tussen 2 belangrijke steden -naam: snelweg => leger -doorsnede: -bewerkte stenen -goot -fijne stenen -grotere stenen -grote vlakken stenen met mortel
28.
Gedicht: het aanleggenvan een weg ‘Statius’. Het werk begint allereerst met het maken van groeven, het banen van een weg en met het door diep spitwerk geheel en al uithollen van de grond; het volgende werk is het op andere wijze weer vullen van de uitgegraven groeven en een fundament leggen voor het gebogen wegdek, opdat de grond niet bezwijkt en een verraderlijke bodem niet een onbetrouwbare basis is voor de bovenop gelegen stenen. Het afsluitende werk is het bijeenhouden van de weg door middel van steenblokken, aan beide zijden bij elkaar gelegd, en talrijke wigvormige keien.