Wie was TitusLivius? Een man die VEERTIG jaar van zijn leven heeft gewijd aan het schrijven van de Geschiedenis van Rome
6.
Titus Livius: 59v.Chr. - 17 n. Chr. Schreef Ab Urbe Condita , een complete geschiedenis van Rome vanaf de stichting van de stad (753 v. Chr.) tot zijn eigen tijd (9 na Chr.) docere en delectare : Het werk dient ter lering ende vermaak Docere: goed voorbeeld doet goed volgen Exempla virtutis Delectare: invloed van de retorica LIVIUS Voor volk en vaderland, hoezee! Normen en waarden!
Dominant gebruikt participium= een participium dat je niet kunt weglaten; nodig om een inhoudelijk goede zin te krijgen.
17.
Bv: Duxfugiens movet cives. Lett: de vluchtende veldheer schokt de burgers. De vlucht van de veldheer schokt de burgers.
18.
In de abl.abscongrueert het ptc met een naamwoord in de ablativus. Carmine finito omnes tacebant. ( Toen het lied afgelopen was , zwegen allen).
19.
Carmine finito omnes tacebant. De abl.abs is een bijwoordelijke bepaling (zegt iets over de persoonsvorm).
20.
Carmine finito omnes tacebant. Wordt meestal vertaald met een bijwoordelijke bijzin, ingeleid door een voegwoord. Het voegwoord wordt bepaald door de context. ( Toen het lied afgelopen was, zwegen allen.)
21.
Carmine finito omnes tacebant. Het naamwoord in de ablativus ( carmine ) wordt onderwerp in de bijzin (het lied); Het participium ( finito ) wordt het gezegde (was afgelopen). ( Toen het lied afgelopen was, zwegen allen.)
22.
Carmine finito omnes tacebant. Het gezegde past zich in tijd aan bij het gezegde van de hoofdzin: tacebant = zij zwegen finito = het was afgelopen ( Toen het lied afgelopen was, zwegen allen.)
23.
Leer voor devolgende keer: S 53-56 (participium en abl.abs.)