LIVIUS
AB VRBE  CONDITA
AB VRBE  CONDITA (vanaf de stichting van de stad)
LIVIUS Voor volk en vaderland, hoezee! Normen en waarden!
Wie was Titus Livius? Een man die VEERTIG jaar van zijn leven heeft gewijd aan het schrijven van de Geschiedenis van Rome
Titus Livius: 59 v.Chr. - 17 n. Chr. Schreef  Ab Urbe Condita ,  een complete geschiedenis van Rome  vanaf de stichting van de stad (753 v. Chr.)  tot zijn eigen tijd (9 na Chr.)  docere   en   delectare : Het werk dient ter lering ende vermaak Docere: goed voorbeeld doet goed volgen Exempla virtutis Delectare: invloed van de retorica LIVIUS Voor volk en vaderland, hoezee! Normen en waarden!
140 boekrollen vol. (is dat veel?)
1 boekrol =  65 pagina’s Dus dat is in totaal  meer dan 9000 pagina’s,  +/- 250 pagina’s per jaar.
Lieve Livius.... Mijn zoon stemt op  een andere  politieke partij dan ik! Wat moet ik doen? Maak ‘m van kant!
Lieve Livius.... Mijn zus zou gaan trouwen  met de vijand die ik  gedood heb en  nu is ze verdrietig...  Wat moet ik doen? Maak ‘r van kant!
Let op
Livius is de koning van de  ablativus absolutus.
Zonder kennis van de  ablativus absolutus geen begrip van Livius.
Wat was de ablativus absolutus ook alweer?
Bijzondere vorm van het  dominant gebruikt  participium. En wat is dat?
Dominant gebruikt participium =  een participium dat je niet kunt weglaten; nodig om een inhoudelijk goede zin te krijgen.
Bv:  Dux fugiens  movet cives. Lett: de vluchtende veldheer schokt de burgers. De  vlucht  van  de veldheer schokt de burgers.
In de abl.abs congrueert het ptc met een naamwoord in de ablativus. Carmine finito  omnes tacebant. ( Toen het lied afgelopen was , zwegen allen).
Carmine finito  omnes tacebant. De abl.abs is een bijwoordelijke bepaling (zegt iets over de persoonsvorm).
Carmine finito  omnes tacebant. Wordt meestal vertaald met een bijwoordelijke bijzin, ingeleid door een voegwoord. Het voegwoord wordt bepaald door de context. ( Toen  het lied afgelopen was,  zwegen allen.)
Carmine finito  omnes tacebant. Het naamwoord in de ablativus ( carmine ) wordt onderwerp in de bijzin (het lied); Het participium ( finito )  wordt het gezegde (was afgelopen). ( Toen  het lied afgelopen was,  zwegen allen.)
Carmine finito  omnes tacebant. Het gezegde past zich in tijd aan bij het gezegde van de hoofdzin: tacebant  = zij zwegen finito = het was afgelopen ( Toen  het lied afgelopen was,  zwegen allen.)
Leer voor de volgende keer: S 53-56  (participium en abl.abs.)

Livius

  • 1.
  • 2.
    AB VRBE CONDITA
  • 3.
    AB VRBE CONDITA (vanaf de stichting van de stad)
  • 4.
    LIVIUS Voor volken vaderland, hoezee! Normen en waarden!
  • 5.
    Wie was TitusLivius? Een man die VEERTIG jaar van zijn leven heeft gewijd aan het schrijven van de Geschiedenis van Rome
  • 6.
    Titus Livius: 59v.Chr. - 17 n. Chr. Schreef Ab Urbe Condita , een complete geschiedenis van Rome vanaf de stichting van de stad (753 v. Chr.) tot zijn eigen tijd (9 na Chr.) docere en delectare : Het werk dient ter lering ende vermaak Docere: goed voorbeeld doet goed volgen Exempla virtutis Delectare: invloed van de retorica LIVIUS Voor volk en vaderland, hoezee! Normen en waarden!
  • 7.
    140 boekrollen vol.(is dat veel?)
  • 8.
    1 boekrol = 65 pagina’s Dus dat is in totaal meer dan 9000 pagina’s, +/- 250 pagina’s per jaar.
  • 9.
    Lieve Livius.... Mijnzoon stemt op een andere politieke partij dan ik! Wat moet ik doen? Maak ‘m van kant!
  • 10.
    Lieve Livius.... Mijnzus zou gaan trouwen met de vijand die ik gedood heb en nu is ze verdrietig... Wat moet ik doen? Maak ‘r van kant!
  • 11.
  • 12.
    Livius is dekoning van de ablativus absolutus.
  • 13.
    Zonder kennis vande ablativus absolutus geen begrip van Livius.
  • 14.
    Wat was deablativus absolutus ook alweer?
  • 15.
    Bijzondere vorm vanhet dominant gebruikt participium. En wat is dat?
  • 16.
    Dominant gebruikt participium= een participium dat je niet kunt weglaten; nodig om een inhoudelijk goede zin te krijgen.
  • 17.
    Bv: Duxfugiens movet cives. Lett: de vluchtende veldheer schokt de burgers. De vlucht van de veldheer schokt de burgers.
  • 18.
    In de abl.abscongrueert het ptc met een naamwoord in de ablativus. Carmine finito omnes tacebant. ( Toen het lied afgelopen was , zwegen allen).
  • 19.
    Carmine finito omnes tacebant. De abl.abs is een bijwoordelijke bepaling (zegt iets over de persoonsvorm).
  • 20.
    Carmine finito omnes tacebant. Wordt meestal vertaald met een bijwoordelijke bijzin, ingeleid door een voegwoord. Het voegwoord wordt bepaald door de context. ( Toen het lied afgelopen was, zwegen allen.)
  • 21.
    Carmine finito omnes tacebant. Het naamwoord in de ablativus ( carmine ) wordt onderwerp in de bijzin (het lied); Het participium ( finito ) wordt het gezegde (was afgelopen). ( Toen het lied afgelopen was, zwegen allen.)
  • 22.
    Carmine finito omnes tacebant. Het gezegde past zich in tijd aan bij het gezegde van de hoofdzin: tacebant = zij zwegen finito = het was afgelopen ( Toen het lied afgelopen was, zwegen allen.)
  • 23.
    Leer voor devolgende keer: S 53-56 (participium en abl.abs.)