1
⢠Instituties enhun werkwijze
⢠Gezichten
⢠Voordenkers
⢠Verdragen: de weg naar de EU
3.
Instituties
2
⢠Besluitvormingsdriehoek: Commissie,Raad en
Europees Parlement. Continue botsing
machtsverhoudingen
⢠ECB, Hof van Justitie, Rekenkamer en
adviesorganen
⢠Machtenscheiding Montesquieu
⢠Belangenvertegenwoordiging: lidstaten, burgers,
de Europese Unie
4.
Instituties: Europese Commissie
3
ā¢28 leden, voorgezeten door Jean-Claude Juncker
(primus inter pares)
⢠Commissarissen conform verkiezingsuitslag
(Lissabon, 2007)
⢠Directoraten-Generaal (Mandarijnen)
⢠Taken:
- Recht van initiatief
- Uitvoering (monitoring en implementatie)
- Bemiddelen
- Gezicht naar buiten
- Beleidsstukken Europese Integratie
Wetgeving EU
7
⢠Verordening(regulation): bindend en algemeen
geldend;
⢠Richtlijn (directive): bindend aan de hand van
resultaat;
⢠Beschikking/besluit (decision): bindend, maar
alleen voor betreffende partijen.
9.
Besluitvorming: procedures
8
1. Codecisie
Normaleof gewone methode
2. Raadpleging
Geldt alleen voor GVDB
3. Goedkeuring
a. Indien een land wil toetreden tot EU
b. Andere bijzondere gevallen. Parlement heeft
vetorecht
4. Open Coƶrdinatiemethode
Voordenkers
13
⢠EU-gedachte alsreactie op Nazisme
Naziās hadden zelf ook Europees ideaal
⢠Coudenhove-Kalergiās Paneuropa: anti-
communistisch vredesideaal, bovenpolitieke
utopie, armoede als voedingsbodem voor kwaad
⢠Naziās: multilateral clearing. Economische
benadering van Europese Integratie
⢠Luns en Homan
15.
Begin Europese Integratie
14
ā¢Marshallhulp 1947 ā dollarhulp: Europa kon
importeren, VS kregen grotere afzetmarkt. OESO.
⢠Raad van Europa ā āmisluktā, te ideologisch
⢠EGKS: Schuman en Monet
Schumanverklaring 9 mei 1950: samenwerking
kolen en staal. Vrede en Franse belangen.
EGKS 1952. Hoge Autoriteit: controle op
kolen- en staalindustrie. Functionele
gemeenschap
16.
Europeanisering
15
⢠Federalisme
Europese Superstaat.Supranationaal.
⢠Functionalisme
Supranationalisme op afgebakende gebieden.
Spillover-effect.
⢠Intergouvernmentalisme (unionisme,
churchillianen)
Samenwerking met behoud van nationale
soevereinitiet
Europa van deZes: 1950 ā 1973
17
⢠Benelux, Italië, Frankrijk, West-Duitsland
⢠EEG: douane-unie: wegnemen handelsbarrières.
Vrij verkeer goederen en personen.
Gemeenschappelijk buitentarief. Voltooid in
1968.
⢠EEG: Commissie, Parlement (nog niet gekozen) en
Raad.
⢠Landbouwpolitiek. Sicco Mansholt. Overproductie
(wijnplassen en boterbergen). Opkoping en
vernietiging.
19.
Europa van deZes: 1950 ā 1973
18
⢠Charles de Gaulle
āDe man die nee zeiā. Nee tegen de naziās, nee tegen
degenen die Algerije bij Frankrijk wilde houden en
nee tegen Britse toetreding. āNeeā tegen
kunstmatigheid en dominantie VS.
⢠Franse grandeur herstellen
⢠Bondgenoten Franse veiligheid
⢠Franse leiding in Europa, Frankrijk als wereldleider
⢠EEG als kunstmatige constructie
⢠Intergouvernmentalist
⢠Fouchet-plan
20.
Europa van deZes: 1950 ā 1973
19
⢠Lege stoel-crisis 1965
Voorzitter zag EEG als natiestaat in wording,
wilde Commissie meer macht geven (meer
geld). Unanimiteit zou veranderen in majority
voting.
- De Gaulle boycotte de Raad. Kwamen niet
meer opdagen op vergaderingen, een half jaar
lang.
Resultaat: Compromis van Luxemburg (veto)
21.
Europa van deZes: 1950 ā 1973
20
⢠Lege stoel-crisis vervolg:
- Luuk van Middelaar: compromis betekende
dat er geen echte eenheid was, maar het
bleek ook dat ze niet zonder elkaar konden.
- Hoffmann: Europese Integratie als mix van
Jean Monet (communautair) en de Gaulle
(intergouvernementeel). Middenweg.
Europese Integratie
22
⢠DuitseKwestie en Lege Stoel-crisis cruciale
momenten Europese Integratie
⢠Duitse Kwestie: wat te doen met Duitsland?
Frankrijk streefde naar dominantie. In 1963
vriendschapsverdrag de Gaulle & Adenauer. Door
verleden Duitsland āverlegenā, Frankrijk dominant.
Kleinere lidstaten: VK bij EEG voor balans.
⢠Britten hadden commonwealth. EFTA (EVA)
mislukte > toetredingsaanvraag. Veto de Gaulle
via nationale tv.
24.
Brits lidmaatschap EEG
23
ā¢1963, 1967: veto de Gaulle
⢠1967 aftreding de Gaulle na referendum
⢠Pompidou opvolger de Gaulle: weg vrij voor
VK om zich aan te sluiten bij EEG
25.
Europese Integratie: jaren60
24
⢠1965 Merger Treaty: EEG, Euratom en EGKS
samengevoegd
⢠1968: voltooiing douane-unie ā gevoel van
mislukking en crisis. Schaalvergroting ānot
doneā
⢠Geest van den Haag 1969: topconferentie over
gemeenschap en lidmaatschap VK
26.
Europese integratie: jaren70
25
⢠Renationalisering Europa
Machtscentrum bij DE en FR
Margareth Thatcher
⢠Achtergronden:
Algemene somberheid (Club van Rome)
Economische crises (oliecrisis)
VS trokken zich terug uit Europa
Crisis landbouwbeleid: boterbergen, wijnplassen
27.
Anti-Europese sentimenten
26
⢠Eurosklerose
Tragevoortgang proces Europeanisering,
ādemocratic deficitā, EU als ziek organisme
⢠Europessimisme
Ongeloof in bereidheid lidstaten
⢠Euroscepsis
- Afkeer Europees beleid
- Afkeer aan Europa toegeschreven
eigenschappen
28.
Kritiek op Europa
27
ā¢Europakritiek wordt gebruikt als ātoolā voor
binnenlandse politiek
⢠EU als zondebok
⢠Of: EU-prestaties afgeschilderd als nationale
prestaties
29.
Europese Integratie: jaren70
28
⢠Renationalisering Europa
- Commissie werd minder belangrijk: secretariaat
- Raad van Europa (1974): belangen lidstaten
⢠Politieke ambiguïteit en institutionele hybriditeit
- AmbiguĆÆteit: moeilijk te labelen, onderhevig aan
interpretatie
- Hybriditeit: mix van elementen, mix Monnet en
de Gaulle
⢠1979: parlement op eigen benen; eerste directe
verkiezingen
30.
Europese Integratie: jaren80
29
⢠British Rebate 1984: Thatcher, korting
Fontainebleu
⢠Hernieuwde energie integratie:
- 1984 Altiero Spinelli
- 1987 Jacques Delors (voorzitter Comissie) White
Paper. Technocratische verpakking interne markt.
⢠Europese Akte 1987 (Single European Act)
- Einde compromis Luxemburg
- Samenwerkingsprocedure Commissie en Raad
31.
Jaren 90: Verdragvan Maastricht
30
⢠Hereniging Duitsland & Monetaire Unie (FR)
⢠Helmut Kohl en Francois Mitterand
⢠Euro gevolg Duitse eenwording
⢠Belangrijkste punten Maastricht:
- EMU en ECB
- Nieuwe instituties (Court of Auditors,
Committee of Regions): subsidiariteit en
proximiteit
- Co-decisie
- Pijlerstructuur
32.
Maastricht: pijlerstructuur
⢠Eerstepijler
EG, Euratom, EGKS
Co-decisie
⢠Tweede pijler
Gemeenschappelijk Defensie en Veiligheidsbeleid
ā intergouvernementeel
⢠Derde pijler
O.a. justitieel gezag, onafhankelijk en
intergouvernementeel
⢠Zwarte Maandag
31
Jaren 90: Kopenhagencriteria
33
⢠Europees land
⢠Democratisch
⢠Rechtsstaat
⢠Mensenrechten dienen te worden gerespecteerd
⢠Minderheden dienen te worden beschermd
⢠Functionerende, concurrerende markteconomie
⢠Acquis communautaire
Verdrag van Maastricht1992: Breuk?
35
⢠Nieuwe beleidsterreinen
⢠Two-speeds
⢠Opt-out
⢠Mislukt: Politieke Unie, Sociaal Europa,
Economische Unie
⢠āGeluktā: Monetaire Unie
⢠Al met al: mislukt verdrag. Nederland
teleurgesteld, Frankrijk blij
⢠Paradox: verdragen succesvol in geval van
teleurstelling
37.
Verdrag van Amsterdam1997
36
⢠Waarom?
Mislukking Maastricht, nog veel onopgelost:
⢠Lidmaatschap Oost-Europese landen
⢠Buitenlands beleid
⢠Burgeroorlogen
⢠Wat hield Amsterdam in?
- Parlement max. 700 - Herziening Schengen
- Uitbreiding bevoegdheden EP
- Derde pijler minder ābinnenlandsā
- Hoge Vertegenwoordiger Extern Beleid: Solana
- (West-Europese Unie / Petersbergtaken)
38.
Verdrag van Nice2001
37
⢠Context:
- Kandidaat-lidstaten
- Kosovo (defensie)
- Lissabon Agenda: cohesie en competitiviteit
- Val commissie Santer
Corruptie, Edith Cresston
⢠Door val commissie geen goed voorwerk verricht;
Nice gedoemd te mislukken
Grondwettelijk Verdrag
39
⢠EuropeseConventie bereidde dit voor (met
toetreders/kandidaten)
⢠Eigenlijk geen grondwet, maar regulier verdrag
⢠Voor het eerst geen herziening, maar nieuw
⢠Referenda in lidstaten
⢠Leermoment:
- Geen referenda
- Einde legitimiteit WOII
- Nationale politiek gebruikt Europa
41.
Grondwettelijk Verdrag
40
Struikelblokken:
⢠Constitutionelenotie
⢠Aanwezigheid ministers BuZa
⢠Symbolen (vlag, hymne)
⢠Handvest fundamentele rechten
⢠Kopenhagen Criteria als rem op integratie
Succes van Lissabon was de onduidelijkheid en
onbegrijpelijkheid. Grondwet was duidelijk en
symbolisch, wat men bang maakte.
42.
Verdrag van Lissabon2007
41
⢠Einde Pijlerstructuur
⢠Besluitvorming veranderd
Meer bij Raad: QMV als standaard
⢠Gecertificeerde meerderheid
55% lidstaten, 65% burgers
⢠Defensie
⢠EVRM toetreden
⢠Co-decisie als standaard
⢠Kopenhagenverdragen niet opgenomen
⢠Burgerinitiatief
Europees Parlement
43
⢠1952:Eerste Parlement ā louter adviserend
⢠1979: Directe verkiezingen, prominente figuren in
Parlement
⢠1986: Wetgevende macht voor EP via Europese
Akte.
⢠1992: Co-decisie
⢠Tot 2007: uitbreiding omvang EP en aantal
dossiers waarin co-decisie wordt gebruikt
45.
Macht Europees Parlement
44
ā¢Europese Democratie
⢠Democratie versus legitimiteit (federalisme)
⢠Federalisme van Altiero Spinelli
Ventotene Manifesto
Federalistisch, links-communistisch
⢠1980 Crocodile Club: federalistische integratie
Europese Akte niet federalistisch, Maastricht al
iets meer
46.
Legitimiteit Europese Parlement
45
ā¢Ratio achter Europees Parlement. Burgers
voorop?
⢠Tindemans Rapport 1976: Citizenās Europe
Kritiek: Europa van staatshoofden en EPās
⢠Adonnino Rapport 1985: Peopleās Europe
Gemeenschappelijke natie
⢠Meer solidariteit, een Europa-gevoel. Vlag en
hymne om Europa dichter bij de burger te
brengen.
Breukmomenten EP
47
⢠Hogemate van continuïteit sinds begin:
Data-uitwisseling en uitbreiding klassieke EP-
themaās
⢠Breukmomenten
- Commissie Santer: begroting afgekeurd door EP
- Rocco Buttiglione afgewezen als Commissaris
49.
Partijen in hetEuropees Parlement
48
⢠Political Groups: minstens 25 leden en minstens
¼ van de lidstaten gerepresenteerd
⢠Blokken
7 blokken
Verschillende politieke stromingen vanuit
verschillende lidstaten bundelen krachten
Probleem: interne tegenstellingen
⢠Niet-ingeschreven partijen (PVV, Vlaams Belang)
⢠Allianties (geen budget vanuit EU)
50.
Problemen in EP
49
ā¢Taal
⢠Commissies
Onderhandelingen Brussel, stemming Straatsburg
⢠Parlement vs. Raad
Europarlementariƫrs Eurogezind en eensgezind
⢠Samenstelling:
Idealisten, carriĆØrepolitici en marginalen
Bonte samenstelling, verschillende tradities
51.
Democratisch tekort?
50
⢠Tegenstanders:
-Tweede Kamer-model
EP is Tweede Kamer
Raad van Europa is Eerste Kamer
- Dubbele democratische controle
Europese burger kiest EP
Nationale regeringen in Raad van EU
⢠Voorstanders:
- Pro-Europese stemming EP
- Macht bij Raad
- Gebrekkige betrokkenheid EP
- Taken die ontbreken EP
52.
Landbouw- en cohesiebeleid
51
ā¢Ā¾ gehele EU-begroting
⢠Landbouw als blindedarm EU-integratie
Het is er, maar geeft geen voordelen, zal
uiteindelijk ontsteken
⢠Landbouw als motor EU
Frans-Duitse as in begin integratie
Houdt de EU staande
⢠Cohesie als bijproduct uitbreiding
Neoliberaal?
⢠Landbouw en cohesie vaste waarden begroting
53.
Geschiedenis landbouwbeleid
52
⢠Landbouwbeleidhand in hand met uitbreiding
⢠Spil van de integratie
⢠In Verdrag van Rome:
- Productiviteit
- Levensvatbaarheid landbouwsector
- Stabiliseren markt
- Voedselvoorziening garanderen
- Redelijke prijzen
⢠1962 o.l.v. Sicco Mansholt
⢠Nu vooral voordelig voor Oost-Europese lidstaten
54.
Omvang en instrumenten
landbouwbeleid
53
ā¢3% Europees BNP, 5% totale arbeid
⢠Status aparte tot Lissabon
- Consultation
- Geen CoRePer
- Frequentere bijeenkomsten
⢠Instrumenten:
- Prijsgaranties
- Interventie
- Importtarieven en importquota
- Exportsubsidies
55.
Waarom landbouw?
54
⢠Historischekwestie DE en FR
⢠Product
- Kwestbaar
- Voedselveiligheid
- Onafhankelijkheid
- Sociale kwesties en milieu
⢠Politiek
Landbouwsector goed georganiseerd
Sterke lobby
56.
Landbouwbeleid: hervormingen
55
⢠1980:quotaās
⢠1992: productiebeperkingen (MacSharry Reforms)
⢠Agenda 2000
- Rurale ontwikkeling & type producten subsidie
⢠Hervormingen 2003
- Aanbod naar vraag; productie naar boer; product
naar duurzaamheid
⢠Minimumprijs naar minimale prijs
⢠Productiesteun naar inkomenssteun
⢠Duurzaamheid en veiligheid
57.
Landbouwbeleid
56
⢠Liberaal intergouvernementalisme:
Landbouwerg belangrijk voor lidstaten,
soevereiniteit bleef behouden
⢠Multi-level governance
Lobby, experts, partijen en belangenbehartiging
⢠Epimestic communities
⢠Neo-functionalisme (spillover)
Effect van de uitbreiding
Cohesiebeleid: oorsprong
58
⢠EuropeseAkte ā Jacques Delors
Herziening concept regio
Economic and Social Cohesion
⢠Wel bleven structuurfondsen bestaan
- Verdrag van Rome
- Specifieke regioās in lidstaten
⢠Twee fondsen:
- European Social Fund 1958
- European Regional and Development Fund 1975
60.
Cohesiebeleid: oorsprong
59
⢠Delorshervormde de fondsen: Cohesion Fund. Niet
meer voor specifieke regioās. Daarvoor zijn er nog wel
de structuurfondsen.
⢠European Solidarity Fund ā 2002
Natuurrampen
⢠Globalization Adjustment Fund ā 2007
Gevolgen van handelsliberalisering
⢠European Fisheries Fund ā 2007
⢠Nog aantal andere fondsen voor landbouw
⢠2007 ā 2013: 350 miljard = ā¬700 per inwoner
⢠2014 ā 2020: Terugschroeving cohesie-uitgaven
61.
Uitbreiding
60
⢠Niet echteen beleidsterrein; meestal ad hoc.
⢠Uitbreiding als motor van integratie
- Verdieping
- Grotere rol Commissie
- Nieuw beleid
⢠Neo-functionalistische gedachte
⢠Paradox uitbreiding en besturing
⢠Verdieping en uitbreiding hand in hand
62.
Uitbreiding: waarom?
61
⢠ErnstHaas: uitbreiding en geographical spillover
leiden tot verdieping. Grondlegger neo-
functionalisme.
⢠Politieke verhoudingen
Onderlinge verhoudingen
⢠Beleid
Grensbeleid; handel; landbouw; mensenrechten
⢠Institutionele structuur
⢠Wet van Haas kreeg keer op keer gelijk. Blijft dit zo
in de toekomst?
63.
Uitbreiding 1973
62
⢠Groot-Brittanië,Denemarken, Ierland
⢠Drie dwarsliggers (uitsluiting eerste integratie)
⢠Noorwegen nooit toegetreden
- Referendum: Nee
- Pro-regering, anti-bevolking
⢠GB diende al in 1961 aanvraag in: veto de Gaulle
⢠Ook: ander idee van Europese Integratie
64.
Groot-Brittaniƫ buiten deEEG
63
Waarom bleef Groot-Brittaniƫ buiten de EEG?
⢠Commonwealth
⢠Landbouwbeleid
⢠Alternatief EFTA
⢠Andere integratieopvatting
⢠Frankrijk
65.
Mediterrane toetredingsronde
64
⢠1981en 1986
⢠Griekenland, Spanje, Portugal
⢠Constitutionaliteit ingevoerd
Landen kwamen net uit dictatoriale regimes
NAVO-lidmaatschap
⢠Democratisering
⢠Structuurfondsen
Eerste boost voor deze fondsen. āBeginā
cohesiebeleid.
66.
Uitbreiding 1995
65
⢠ToetredingsrondeOostenrijk, Finland en Zweden
⢠Rijke, welvarende landen
⢠Weinig raars aan de hand
⢠Zweden doet niet mee aan Euro
⢠GB en Denemarken opt-out, Zweden āillegaleā
manier
⢠Uitbreiding EFTA
⢠Einde Koude Oorlog: neutraliteit
67.
Uitbreiding 2004-2007: deBig Bang
66
⢠2004: Estland, Letland, Litouwen, Polen, Tsjechië,
Slowakije, Hongarije, Sloveniƫ, Malta, Cyprus
⢠2007: Roemenië en Bulgarije
⢠+/- 100 miljoen inwoners erbij in EU
⢠Niet pragmatisch. Wat wil EU bereiken?
- Jaren 90: Europees cultuurdiscours
Rechtzetten historisch onrecht, Europese
aansluiting.
68.
Uitbreiding 2004-2007: deBig Bang
67
⢠Culturele en historische impuls
⢠Conditionaliteit
⢠PHARE
Poland and Hungary: Assistance for Reconstructing Economies
1989: carrot-methode
Vergelijkbaar met huidige OekraĆÆense situatie
Politiek gevoelig, vooral wanneer geĆÆnitieerd door Commissie
⢠Geïnstitutionaliseerd proces
Vraagt meer dan een serie handtekeningen
Posities lidstaten BigBang
69
⢠Duitsland: voor
- Economische belangen
- Centrale Duitse positie
- Voorstander voor buurlanden
⢠Frankrijk: aftastend
- Niet of allemaal
- Machtspositie Frankrijk
- Gelijkheidsbeginsel
⢠Groot-Brittanie: voor
- Allemaal
- EU als vrijhandelszone
- Hoe groter EU, hoe minder sterk politiek gezien
71.
Posities lidstaten BigBang ā vervolg
70
⢠Zuid-Europese lidstaten: zeer terughoudend
- Bang voor verlies speciale positie
- Niet langer āarmsteā landen
- Hulpgoederen en cohesie
72.
Verklaring Big Bang:Entrapment
71
⢠Frank Schimmelfenning: Entrapment analyse
⢠EU is in een val terecht gekomen:
- Commissie middelpunt
- Legitimiteit integratie
- Cultuur in uitbreidingsproces
⢠Retoriek van eenheid en rechtvaardigheid wordt
vaste waarheid
⢠Geloofwaardigheid en legitimiteit
73.
Strategieƫn uitbreiding
72
⢠ClaimingEuropean Identity
Alle landen van Europa in de EU; Europees geheel
⢠Manipulating membership rules
Geen bureaucratisch proces
⢠Exposing inconsistencies
Problemen wordt mee gedeald vóór toetreding
(Spanje en Portugal)
⢠Van politiek naar bureaucratisch proces:
Wanneer uitbreiding voltooid is, gaan instituties
andere activiteiten verzinnen. Voorbeeld: European
Neighbourhood Policy
74.
Kopenhagen criteria: neutraal?
73
ā¢Politiek
Wel criteria/democratietoets voor nieuwe
toetreders, maar niet voor āoudeā lidstaten
⢠Economisch
Concurrerende economie
Concurrerend/functionerend?
Post-communisme
⢠Acquis communautaire
Geen opt-outs voor nieuwkomers
⢠Kopenhagencriteria zorgden voor ongelijkheid
75.
Toetreding: procedure
74
⢠Aanvraagbij Raad
⢠Commissie toets vermogen om te voldoen aan de
volwaarden (bureaucratisch proces begint)
⢠Raad verleent kandidaatstatus
⢠Onderhandelingen
Commissie: screening, gemeenschappelijk
standpunt, controle voortgang
⢠Raad beslist met Parlement
⢠Ratificatie lidstaat