Bevelen en verbieden
1.Imperatief zonder subject
Kom hier!
Loop niet weg!
Haast je!
Wees stil!
2. Imperatief met subject
Jan, blijf jij zitten!
Komt u binnen,
mevrouw! Blijven jullie daar, kinderen!
3. Infinitief (voor kinderen, dieren, politie)
Hier komen, kinderen!
eten spelen!
Niet met je
4.
Kom toch maareens even hier!
Kom!
(politie)
tegen kinderen en dieren
streng bevel
Kom maar!
belangrijk voor de ander
advies, aanmoediging, hulp
Kom eens (even)!
belangrijk voor de spreker
vriendelijk bevel
Kom toch (alsjeblieft)!
geïrriteerd
ongeduldig bevel