De eenheid van de geest
Efeziërs 4:1-6
Gezegend is de God en Vader van onze Heer
Jezus Christus,
Die ons zegent met
iedere geestelijke zegen
te midden van de hemelingen,
in Christus Efeziërs 1:3
geestelijke zegen : niet materieel
te midden van de hemelingen : niet op aarde
bede aan de Vader
3:14-21 LEER
aansporing voor de heiligen
4:1-6 WANDEL
Ik, de gebondene in de Heer 4:1
Paulus, de gebondene van Christus Jezus 3:1
de gemeente, het lichaam van Christus:
*uitgekozen in Christus vóór de nederwerping van de wereld
*heeft met Hem de hoogste plaats in het universum
*is gered in genade, door geloof, niet uit jullie, Gods
naderingsgave, niet uit werken, opdat niemand roemen zal
*is geroepen om de veelvuldige wijsheid van God bekend te
maken aan de hemelse machten en krachten
Ik, de gebondene in de Heer 4:1
spreek jullie dan aan
langsbij-roepen
waardig te wandelen
vanwege de roeping
waarmee jullie werden geroepen:
he-
melse
roe-
ping
waardig = in evenwicht met
je roeping
Efeziërs 1:5  in liefde
tevoren bestemd tot
de plaats van zoon
waardig te wandelen:
met alle ootmoedige gezindheid
omhoog?
omlaag!
zachtmoedigheid
 ontvankelijkheid,
open staan voor,
willen luisteren,
welwillend
(in besef van de genade)
de Heer Jezus zei:
leert van Mij,
want Ik ben zachtmoedig
en ootmoedig van hart,
en jullie zullen rust vinden voor
jullie zielen
Mattheüs 11:28,29
met geduld …….
elkaar verdragend
in liefde
je beijverend
de eenheid van de geest
te bewaren
God, de
Vader
te bewaren in
de band van de vrede
gezamenlijk-band : vrede
Christus Jezus is onze vrede
één lichaam : van Christus
gezamenlijk-lichaam
uit Israël en de volkeren
Efeziërs 3:6
-de eenheid van de geest-
Lichaam: organisme
één geest,
- de heilige geest
van de belofte
waarmee wij verzegeld zijn –
wij leven in de ‘atmosfeer’ van de
gevangenis van Paulus te Rome
-de eenheid van de geest-
geroepen in één verwachting
van jullie roeping
-de eenheid van de geest-
één verwachting :
te wachten op Zijn Zoon
uit de hemelen,
wegrukking tot hemelse bediening,
niet gesteld tot verontwaardiging
(1 Thessalonicenzen 1:9,10; 4:13-18; 5:9,10)
één Heer
-de eenheid van de geest-
talloze groepen met allerlei heren
straks:
Koninkrijk op aarde in de 1000 jaar en
op de nieuwe aarde:
Israël: 12 apostelen regeren
Israël regeert als koningen en priesters
over de volkeren
Christus regeert door veel onder-heren
nu: één Heer
één Heer
niemand tussen Hem en de gelovige
elke gelovige met Hem verbonden
-de eenheid van de geest-
één geloof
-de eenheid van de geest-
de Thora?
de evangeliën?
brieven van Petrus, Johannes?
Handelingen?
brieven van Paulus!
één doop
in water?
in geest?
-de eenheid van de geest-
“ook wij allen zijn immers in één geest
naarbinnen één lichaam gedoopt, hetzij
Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij
vrijen; en wij allen zijn met één geest
doordrenkt” 1 Corinthiërs 12:13
één doop
één God en Vader van allen,
Die is over allen en door allen en in allen
Alles is uit God (Romeinen 11:36)
Hij bewerkt alles in overeenstemming
met de raad van Zijn wil (Efeziërs 1:11)
God zal zijn: alles in allen (1 Corinthiërs 15:28)
-de eenheid van de geest-

Dienst050513 dg

  • 1.
    De eenheid vande geest Efeziërs 4:1-6
  • 2.
    Gezegend is deGod en Vader van onze Heer Jezus Christus, Die ons zegent met iedere geestelijke zegen te midden van de hemelingen, in Christus Efeziërs 1:3 geestelijke zegen : niet materieel te midden van de hemelingen : niet op aarde
  • 3.
    bede aan deVader 3:14-21 LEER aansporing voor de heiligen 4:1-6 WANDEL
  • 4.
    Ik, de gebondenein de Heer 4:1 Paulus, de gebondene van Christus Jezus 3:1
  • 5.
    de gemeente, hetlichaam van Christus: *uitgekozen in Christus vóór de nederwerping van de wereld *heeft met Hem de hoogste plaats in het universum *is gered in genade, door geloof, niet uit jullie, Gods naderingsgave, niet uit werken, opdat niemand roemen zal *is geroepen om de veelvuldige wijsheid van God bekend te maken aan de hemelse machten en krachten
  • 6.
    Ik, de gebondenein de Heer 4:1 spreek jullie dan aan langsbij-roepen
  • 8.
    waardig te wandelen vanwegede roeping waarmee jullie werden geroepen: he- melse roe- ping
  • 9.
    waardig = inevenwicht met je roeping Efeziërs 1:5  in liefde tevoren bestemd tot de plaats van zoon
  • 10.
    waardig te wandelen: metalle ootmoedige gezindheid omhoog? omlaag!
  • 11.
    zachtmoedigheid  ontvankelijkheid, open staanvoor, willen luisteren, welwillend (in besef van de genade)
  • 12.
    de Heer Jezuszei: leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en ootmoedig van hart, en jullie zullen rust vinden voor jullie zielen Mattheüs 11:28,29
  • 13.
    met geduld ……. elkaarverdragend in liefde
  • 15.
    je beijverend de eenheidvan de geest te bewaren God, de Vader
  • 16.
    te bewaren in deband van de vrede gezamenlijk-band : vrede Christus Jezus is onze vrede
  • 17.
    één lichaam :van Christus gezamenlijk-lichaam uit Israël en de volkeren Efeziërs 3:6 -de eenheid van de geest- Lichaam: organisme
  • 18.
    één geest, - deheilige geest van de belofte waarmee wij verzegeld zijn – wij leven in de ‘atmosfeer’ van de gevangenis van Paulus te Rome -de eenheid van de geest-
  • 19.
    geroepen in éénverwachting van jullie roeping -de eenheid van de geest-
  • 20.
    één verwachting : tewachten op Zijn Zoon uit de hemelen, wegrukking tot hemelse bediening, niet gesteld tot verontwaardiging (1 Thessalonicenzen 1:9,10; 4:13-18; 5:9,10)
  • 21.
    één Heer -de eenheidvan de geest- talloze groepen met allerlei heren
  • 22.
    straks: Koninkrijk op aardein de 1000 jaar en op de nieuwe aarde: Israël: 12 apostelen regeren Israël regeert als koningen en priesters over de volkeren Christus regeert door veel onder-heren nu: één Heer
  • 23.
    één Heer niemand tussenHem en de gelovige elke gelovige met Hem verbonden -de eenheid van de geest-
  • 24.
    één geloof -de eenheidvan de geest- de Thora? de evangeliën? brieven van Petrus, Johannes? Handelingen? brieven van Paulus!
  • 25.
    één doop in water? ingeest? -de eenheid van de geest-
  • 26.
    “ook wij allenzijn immers in één geest naarbinnen één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen; en wij allen zijn met één geest doordrenkt” 1 Corinthiërs 12:13 één doop
  • 27.
    één God enVader van allen, Die is over allen en door allen en in allen Alles is uit God (Romeinen 11:36) Hij bewerkt alles in overeenstemming met de raad van Zijn wil (Efeziërs 1:11) God zal zijn: alles in allen (1 Corinthiërs 15:28) -de eenheid van de geest-