INLEIDING
• Mycoplasmata zijnde kleinste prokaryoten (0,3 tot 0,8 µm diameter) die
op celvrije bodems kunnen groeien.
• Behoren tot de Mycoplasmataceae met twee genera : Mycoplasma en
Ureaplasma
• Ze hebben geen celwand, wat hen toelaat zeer snel van vorm te
veranderen.
• Vereisen zeer rijke voedingsbodem met dierlijk serum, onverzadigde
vetzuren, sterolen en gistextract.
• Facultatief anaërobe micro-organismen
• op vaste bodem : “fried egg”-aspect :
- centrale, granulaire opake zone door groei in de agar
- doorschijnende, perifere rand door groei over het oppervlak van
de bodem
2
3.
20.1
MYCOPLASMA PNEUMONIAE
• Oorzaakvan “atypische pneumonie” : gekenmerkt door hevige hoestbuien
met een zeer geringe sputumproductie
• Uitzonderlijk verwikkeld met arthritis, meningitis en hemolytische anemie
• Vooral frequent op het einde van de zomer en tijdens de herfst
• Vooral bij kinderen en jonge volwassenen
• Diagnose :
- cultuur : vereist complexe bodems en is zeer tijdrovend
- serologische test :
- complementfixatietest : viervoudige titerstijging
- opsporen van “koude agglutinines”
- moleculaire tests in ontwikkeling
3
20.2
MYCOPLASMA HOMINIS, MYCOPLASMAGENITALIUM EN
UREAPLASMA UREALYTICUM
Pathogeen vermogen
• 20 % van de gezonde volwassen vrouwen is drager van M. hominis in
vagina
• 60 % van de gezonde volwassen vrouwen is drager van U. urealyticum
• M. hominis en U. urealyticum zijn verwekkers van :
- pyelonefritis
- pelvic inflammatory disease (PID)
- tijdens zwangerschap : chorio-amnionitis met vroeggeboorte
- bij prematuren : pneumonie
• U. urealyticum en M. genitalium : verwekker van nietgonokokkenurethritis
7
8.
Diagnose
De diagnose kangesteld worden door cultuur.
• Afname :
- urethrale wisser (man) of vaginale wisser (vrouw)
- urine, etter uit adnexitis, vruchtwater
• Speciaal transportmedium vereist
• Voedingsbodem bestaande uit dierlijk serum en sterolen, met toevoeging
van glucose, arginine, ureum en fenolrood
- M. genitalium : glucose + : geel
- M. hominis : arginine + : roodpaars
- U. urealyticum : urease + : roodpaars
• Overenting op aangepaste agar : A7-bodem (bioMérieux) en na enkele
dagen microscopisch onderzoek van de kolonies :
- M. hominis : “fried egg”-aspect
- U. urealyticum : - kleine, met aspect van stofpartikels
- groot : vlechtwerk met zwart centrum
8
20.3
•
•
•
•
CHLAMYDIA
Strikt intracellulaire ,Gramnegatieve bacteriën
Bezitten een eigen metabolisme en vermenigvuldigen zich onafhankelijk
Bezitten DNA en RNA
Unieke groeicyclus :
- aanhechting van elementair lichaampje (EB) aan gastheercel
- binnendringen in de gastheercel
- evolutie tot reticulair lichaampje (RB)met intracellulaire groei en
replicatie
- evolutie tot elementaire lichaampjes
- vrijkomen van deze infectieuze partikels
12
20.3.1
Chlamydia trachomatis
• 18serovariëteiten (A tot K)
• In ontwikkelingslanden : “trachoom” die na 25 tot 30 jaar leidt tot
blindheid (serovar A, B, Ba en C)
• In geïndustrialiseerde wereld : seksueel overdraagbare aandoening (SOA)
(serovar D tot K en Da, Ia en Ja)
- bij de man : niet-gonokokkenurethritis
- bij de vrouw :
- asymptomatisch
- cervicitis, vaginitis, urethritis
- endometritis, salpingitis en perihepatitis
- bij pasgeborene : neonatale inclusieconjunctivitis en pneumonie
• Serotypen L1, L2a en L3 in tropen : lymphogranuloma venereum : kleine,
oppervlakkige ulceratie van de genitaliën, later regionale lymfadenitis
(bubo) die kan abcederen en perforeren
14