• Share
  • Email
  • Embed
  • Like
  • Save
  • Private Content
Afasie
 

Afasie

on

  • 944 views

i have aphasie.

i have aphasie.

Statistics

Views

Total Views
944
Views on SlideShare
943
Embed Views
1

Actions

Likes
0
Downloads
2
Comments
0

1 Embed 1

http://sitebuilder.yola.com 1

Accessibility

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

    Afasie Afasie Presentation Transcript

    • Afasie
      Je zal het maar hebben!
    • Afasie?
      • Slecht kunnen praten.
      • Niet goed kunnen begrijpen.
      • Geen initiatieven kunnen nemen.
    • Gevolgen van afasie:
      • Niet geaccepteerd worden.
      • Je raakt geïsoleerd.
    • Hoe kun je dat veranderen?
      • Er over praten.
      • Voorlichting geven.
    • Afasie
      • Ontstaat door hersenletsel.
      • De taalgebieden voor het taalgebruik liggen in de linker hersenhelft.
      • Bij een letsel in deze taalgebieden spreken we van afasie.
    • Mensen hebben zelden alleen afasie:
      Daarnaast hebben mensen:
      • Een halfzijdige verlamming. (dat heb ik)
      • Uitval van het gezichtsveld.
      • Niet meer weten hoe bepaalde handelingen moeten worden uitgevoerd. (koffie)
      • Problemen met eten, drinken en slikken.
      • Problemen met onthouden. (verjaardagen, heb ik ook)
      • Anders reageren. (heb ik ook)
      • Epilepsie. (heb ik ook)
      • Concentratie vermindert. (heb ik ook)
    • Afasie, hoe herken je dat?
      • Iemand kan moeilijk praten. Kan niet op woorden komen.
      • Kan geen goede zinnen vormen. Kan de woorden niet goed uitspreken.
      • De meeste mensen met afasie kunnen de taal niet meer helemaal goed begrijpen. (zoals wij een andere taal begrijpen, zonder ondertiteling)
      • Onzeker worden.
      • Weinig initiatief.
      • In gezelschap niet meer mee kunnen doen.
    • Waarom ik dit vertel…
      • Het is heel moeilijk om afasie te hebben.
      • Mensen herkennen het niet.
      • Ze denken dat je stom bent.
      • Maar ik weet alles heel goed.
      • Kan er alleen niet over praten. Praten kost mij extra tijd.
      • Ik ben bang dat mensen daar geen tijd voor hebben. Of vergis ik me soms…
    • Specifiek:
      • Neem de tijd, als je geen tijd hebt: stel dan het gesprek dan uit. Wees hier vooral duidelijk over.
      • Stel vragen.
      • Help me de draad weer van het verhaal op te pakken, al pratend raak ik dit wel eens kwijt.
      • Vraag mij of ik iets te vragen heb.
    • Samenvattend.
      • Neem de tijd voor iemand. Ga rustig bij hem zitten en maak eerst oogcontact.
      • Als u opziet tegen het gesprek, vertel dan eerst iets over u zelf. En stel daarna vragen, waarop u zelf het antwoord weet. (weer, wat iemand zoal gedaan heeft)
      • Spreek langzaam en in korte zinnen. (niet kinderlijk)
      • Benadruk de trefwoorden uit uw zinnen:
      a) deze woorden met nadruk uit te spreken.
      b) indien mogelijk aan te wijzen, uit te beelden, te tekenen.
      c) de woorden onder elkaar op te schrijven.