Afasie

1,078 views

Published on

i have aphasie.

1 Comment
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
1,078
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
6
Actions
Shares
0
Downloads
9
Comments
1
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Afasie

  1. 1. Afasie<br />Je zal het maar hebben!<br />
  2. 2. Afasie?<br /><ul><li>Slecht kunnen praten.
  3. 3. Niet goed kunnen begrijpen.
  4. 4. Geen initiatieven kunnen nemen.</li></li></ul><li>Gevolgen van afasie:<br /><ul><li>Niet geaccepteerd worden.
  5. 5. Je raakt geïsoleerd.</li></li></ul><li>Hoe kun je dat veranderen?<br /><ul><li>Er over praten.
  6. 6. Voorlichting geven.</li></li></ul><li>Afasie<br /><ul><li>Ontstaat door hersenletsel.
  7. 7. De taalgebieden voor het taalgebruik liggen in de linker hersenhelft.
  8. 8. Bij een letsel in deze taalgebieden spreken we van afasie.</li></li></ul><li>Mensen hebben zelden alleen afasie:<br />Daarnaast hebben mensen:<br /><ul><li>Een halfzijdige verlamming. (dat heb ik)
  9. 9. Uitval van het gezichtsveld.
  10. 10. Niet meer weten hoe bepaalde handelingen moeten worden uitgevoerd. (koffie)
  11. 11. Problemen met eten, drinken en slikken.
  12. 12. Problemen met onthouden. (verjaardagen, heb ik ook)
  13. 13. Anders reageren. (heb ik ook)
  14. 14. Epilepsie. (heb ik ook)
  15. 15. Concentratie vermindert. (heb ik ook)</li></li></ul><li>Afasie, hoe herken je dat?<br /><ul><li>Iemand kan moeilijk praten. Kan niet op woorden komen.
  16. 16. Kan geen goede zinnen vormen. Kan de woorden niet goed uitspreken.
  17. 17. De meeste mensen met afasie kunnen de taal niet meer helemaal goed begrijpen. (zoals wij een andere taal begrijpen, zonder ondertiteling)
  18. 18. Onzeker worden.
  19. 19. Weinig initiatief.
  20. 20. In gezelschap niet meer mee kunnen doen.</li></li></ul><li>Waarom ik dit vertel…<br /><ul><li>Het is heel moeilijk om afasie te hebben.
  21. 21. Mensen herkennen het niet.
  22. 22. Ze denken dat je stom bent.
  23. 23. Maar ik weet alles heel goed.
  24. 24. Kan er alleen niet over praten. Praten kost mij extra tijd.
  25. 25. Ik ben bang dat mensen daar geen tijd voor hebben. Of vergis ik me soms…</li></li></ul><li>Specifiek:<br /><ul><li>Neem de tijd, als je geen tijd hebt: stel dan het gesprek dan uit. Wees hier vooral duidelijk over.
  26. 26. Stel vragen.
  27. 27. Help me de draad weer van het verhaal op te pakken, al pratend raak ik dit wel eens kwijt.
  28. 28. Vraag mij of ik iets te vragen heb.</li></li></ul><li>Samenvattend.<br /><ul><li>Neem de tijd voor iemand. Ga rustig bij hem zitten en maak eerst oogcontact.
  29. 29. Als u opziet tegen het gesprek, vertel dan eerst iets over u zelf. En stel daarna vragen, waarop u zelf het antwoord weet. (weer, wat iemand zoal gedaan heeft)
  30. 30. Spreek langzaam en in korte zinnen. (niet kinderlijk)
  31. 31. Benadruk de trefwoorden uit uw zinnen:</li></ul> a) deze woorden met nadruk uit te spreken.<br /> b) indien mogelijk aan te wijzen, uit te beelden, te tekenen.<br /> c) de woorden onder elkaar op te schrijven. <br />

×