Taalstoornis

859 views

Published on

Afasie, A (=niet) fasie (=spreken) betekent dat iemand niet meer kan zeggen wat hij wil. Praten, het vinden van de juiste woorden, begrijpen wat een ander zegt, lezen, schrijven en gebaren maken zijn onderdelen van onze taal. Wanneer als gevolg van hersenletsel één of meer onderdelen van de taal niet goed meer functioneren, noemt men dit afasie. Men kan de taal niet meer gebruiken.

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
859
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
2
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Taalstoornis

  1. 1. Taalstoornis Afasie patiënteninformatie
  2. 2. 2 In deze folder geeft de afdeling logopedie van Maasstad Ziekenhuis u informatie over een taalstoornis ten gevolge van een neurologische stoornis (afasie). Wij adviseren u deze informatie zorgvuldig te lezen. Wat is afasie? Afasie, A (=niet) fasie (=spreken) betekent dat iemand niet meer kan zeggen wat hij wil. Praten, het vinden van de juiste woorden, begrijpen wat een ander zegt, lezen, schrijven en gebaren maken zijn onderdelen van onze taal. Wanneer als gevolg van hersenletsel één of meer onderdelen van de taal niet goed meer functioneren, noemt men dit afasie. Men kan de taal niet meer gebruiken. Geen twee mensen met afasie zijn gelijk, afasie is bij iedereen anders. De ernst en de omvang van de afasie zijn onder andere afhankelijk van de plaats en de ernst van het hersenletsel, het vroegere taalvermogen en iemands persoonlijkheid. Sommige mensen met afasie kunnen taal wel goed begrijpen, maar moeite hebben met de opbouw van zinnen doordat zij moeite hebben met het vinden of kiezen van de woorden (bijvoorbeeld: stoel in plaats van tafel). Woorden kunnen verkeerd worden uitsproken (bijvoorbeeld: schaaf of smaar in plaats van schaar) of verkeerd worden geschreven. Deze mensen hebben vaak wel een goed inzicht in hun taalproblemen. Zij horen en begrijpen wat er fout gaat, maar kunnen zichzelf niet verbeteren. Anderen kunnen juist grote problemen hebben met het begrijpen van taal, kunnen niet lezen en spreken juist veel. Maar wát zij zeggen kan Taalstoornis Afasie
  3. 3. 3 voor de gesprekspartner niet of moeilijk te begrijpen zijn doordat de woorden die zij gebruiken niet in onze taal voorkomen. De taal bestaat uit nonsenswoorden. Deze mensen hebben vaak geen goed inzicht in hun taalproblemen omdat zij niet horen en begrijpen wat er fout gaat. Indien mensen taal niet of zeer slecht begrijpen en er weinig tot geen mogelijkheden zijn om zich te uiten, dan is er sprake van een zeer ernstige taalstoornis waarbij communicatie nauwelijks mogelijk is. Het taalvermogen van de meeste mensen met en afasie bevindt zich ergens tussen deze uitersten. Let wel: Afasie betekent niet dat de patiënt zijn verstand verloren heeft of “niet goed meer bij zijn hoofd is”. Iemand met een afasie beschikt over het algemeen nog volledig over zijn intellectuele capaciteiten. Hoe ontstaat afasie? Afasie ontstaat door hersenletsel. De oorzaak van hersenletsel is meestal een bloedvataandoening. In medische termen heet het een CVA; een Cerebro (=hersenen) Vasculair (=bloedvat) Accident (=ongeval). Letterlijk dus een ongeval in een bloedvat van de hersenen. Een CVA wordt in de volksmond vaak een beroerte genoemd. Soms is een verwonding van de hersenen (trauma) of een gezwel in de hersenen (een hersentumor) de oorzaak. Door een beroerte of door één van de andere oorzaken, wordt de bloedsomloop in de hersenen verstoord. Op de plaats waar te weinig bloed komt, ontstaat zuurstofgebrek. Hierdoor sterven de hersencellen op die plaats af. Hoe erg de gevolgen zijn, hangt onder andere af van de grootte van het getroffen gebied in
  4. 4. 4 de hersenen. De gebieden voor de taal liggen bij de meeste mensen in de linker helft van de hersenen. Bij letsel in het taalgebied spreken we van afasie. Logopedie Van alle mensen die getroffen worden door afasie wordt 60 tot 70% opgenomen in een ziekenhuis. Voor veel mensen zal hier het eerste contact met een logopedist plaatsvinden. Een logopedist houdt zich bezig met het onderzoeken van de onderdelen van de taal. Door dit onderzoek wordt er inzicht verkregen in de beperkingen van de taal, de mogelijkheden voor communicatie en het verloop van de afasie tijdens de opname. Bijna altijd is er na het ontstaan van de afasie enig spontaan herstel. Zelden is het herstel volledig; er zijn immers hersencellen in het taalcentrum afgestorven die niet terugkomen. Toch is er met veel oefenen, telkens weer proberen en volhouden vaak verbetering te krijgen. Binnen het revalidatieproces geeft de logopedist onder andere taaltherapie. Bij deze therapie staat het weer kunnen communiceren voorop. Bij de verbetering van de communicatie kan de gesprekspartner hulp bieden. De behandelend logopedist kan hiervoor aanwijzingen geven en begeleiden. Ook de eventuele partner en kinderen van de afasiepatiënt zullen bij de behandeling en begeleiding betrokken worden. Als iemand afasie krijgt treft dit immers het hele gezin.
  5. 5. 5 Communicatie bij afasie Afasie betekent dat er problemen zijn met het communiceren; dus met het uitwisselen van gedachten, gevoelens en ervaringen. Dit is te merken in de communicatie met anderen. Bij afasie vraagt praten met elkaar veel geduld. Lang niet iedereen heeft dat geduld. Het is heel belangrijk om bij de persoon met afasie duidelijk te krijgen op welke manier de communicatie het makkelijkst verloopt. Beide gesprekspartners kunnen veel doen om een gesprek zo goed mogelijk te laten verlopen. Adviezen om de communicatie te verbeteren De adviezen zijn bedoeld om de communicatie met mensen met afasie beter te laten verlopen. Het gebruik maken van de adviezen is echter geen garantie voor communicatie op het niveau van voor de taalstoornis. Algemene adviezen Iemand met een taalstoornis is niet doof. Spreek daarom niet−− automatisch zeer luid en behandel hem met respect. Spreek niet over, maar mét de persoon.−− Zorg voor een rustige omgeving. Geluiden van radio, televisie of−− ander achtergrond lawaai kan storend zijn. Maak goed oogcontact.−− Neem de tijd voor een gesprek.−−
  6. 6. 6 Adviezen bij een slecht taalbegrip Spreek zoveel mogelijk in korte, eenvoudige zinnen.−− Benadruk de belangrijkste woorden uit een zin (trefwoorden) en−− schrijf deze op. Maak een eenvoudige tekening. Dat helpt de boodschap te−− begrijpen en te onthouden. Bovendien kan het later gebruikt worden om duidelijk te maken wat er besproken is. Controleer altijd of een boodschap begrepen is.−− Herhaal eventueel het gesprokene aan de hand van datgene wat u−− opgeschreven heeft. Stimuleer ‘te praten met handen en voeten’. Het gaat er niet om−− hoe iets duidelijk gemaakt wordt, als u het maar begrijpt. Het stimuleert vaak om ondersteunende gebaren te maken als u zelf ook gebaren maakt en aanwijst waarover u praat. Stel eenvoudige vragen.−− Breng structuur aan in het gesprek. Vraag eerst over wie het gaat,−− daarna wat er gebeurd is en eventueel waar of wanneer. Als u er echt niet uitkomt, kan u het onderwerp even laten rusten en er later op terug komen. Misschien lukt het dan wel. Soms kan het handig zijn om bij het praten met elkaar gebruik te maken van ondersteunende communicatiemiddelen. Het vergt enige tijd om gewend te raken aan het gebruik van een ondersteunend middel. De logopedist adviseert en begeleidt u hierin.
  7. 7. 7 Zo kunt u, eventueel samen met uw gesprekspartner, een communicatieschrift maken. Dit is een schrift waarin de mensen uit de omgeving van de patiënt kunnen opschrijven of tekenen wat er besproken is. Er is dan altijd een geheugensteuntje bij de hand. Ook kunnen in het schrift al bekende dingen geschreven worden of foto’s worden opgeplakt. Dan hoeft deze informatie alleen nog maar te worden opgezocht en aangewezen. Hoe moeilijk het soms ook is: geef in ieder geval de communicatie nooit op. Het is belangrijk dat u blijft proberen met elkaar te praten, immers communicatie is voor iedereen van levensbelang. Nazorg Indien logopedische nazorg nodig is, zorgt de afdeling logopedie voor een verwijzing. Tevens zorgt de afdeling ervoor dat u terecht kunt bij een logopedist bij u in de buurt. Alle logopedische gegevens worden dan naar de betreffende logopedist gestuurd. Binnen Maasstad Ziekenhuis is er ook een mogelijkheid om poliklinisch logopedisch behandeld te worden. Wij bespreken tijdens opname alle mogelijkheden met u, aan de hand van dit gesprek kunt u een keuze maken over uw nazorg. Tot slot Wij hopen dat deze folder u inzicht in de taal- en communicatieproble- men bij afasie heeft gegeven. Mocht u naar aanleiding van deze informatie nog vragen hebben, stelt u die dan gerust aan de logopedist.
  8. 8. Maasstad Ziekenhuis Postbus 9100, 3007 AC Rotterdam Telefoon 010 – 291 19 11 www.maasstadziekenhuis.nl info@maasstadziekenhuis.nl Locatie Zuider Groene Hilledijk 315, 3075 EA Rotterdam Locatie Clara Olympiaweg 350, 3078 HT Rotterdam mzp2169 oktober 2008

×