• Save
Saskia Borgers, Samenwerken aan de realisatie van Gideon
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Saskia Borgers, Samenwerken aan de realisatie van Gideon

on

  • 1,082 views

 

Statistics

Views

Total Views
1,082
Views on SlideShare
1,075
Embed Views
7

Actions

Likes
1
Downloads
0
Comments
1

3 Embeds 7

http://www.slideshare.net 5
http://kortsteroutes.wordpress.com 1
http://results.myway.com 1

Accessibility

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment
  • Samen werken, samen leven is het motto van het huidige kabinet. Het woord samen neemt een belangrijke rol in in het regeringsbeleid. Het is ook een sleutelwoord voor het gericht werken aan de toekomst van de geo-informatie in Nederland. Ik heb mijn presentatie dan ook de titel meegegeven: Samen oogsten, samen bakken. In de afgelopen jaren hebben vooral in het teken van zaaien staan: het werkveld geo-informatie organisatorisch op orde brengen en het vormgeven van het beleid. Ik denk daarbij aan de instelling van het Beraad voor Geo-informatie, de oprichting van Geonovum en het opstellen van de nota GIDEON. Dat hebben we voor een belangrijk deel in gezamenlijkheid gedaan. Voor het oogsten van het resultaat zal die samenwerking nog verder vorm moeten krijgen. Vooral in de samenwerking met beroepsgroep en met het bedrijfsleven is nog veel winst te halen. Ik wil daar vanochtend een eerste aanzet toe doen. Ik zal eerst kort stilstaan bij hetgeen we de afgelopen periode gezaaid hebben. Hoe staat het geo-veld erbij? De nadruk zal echter liggen op het oogsten en wat we vervolgens met die oogst doen. Hoe zorgen we ervoor dat we zoveel mogelijk rendement halen uit hetgeen we geïnvesteerd hebben? Wat hebben we daarvoor nodig? En misschien belangrijker: wie hebben we daarvoor nodig? Ik heb met de titel van mijn bijdrage waarschijnlijk het antwoord al verklapt: ik heb u allemaal nodig. En ik wil er graag voor u zijn. Alleen samen lukt het om het hoge ambitieniveau dat we in Nederland met betrekking tot de geo-informatie hebben te halen. Foto: Sindala (Flickr)
  • Om met het veld te beginnen: Het geo-veld staat er goed bij! Ik ben er trots op hoe we in Nederland het geo-veld de afgelopen jaren hebben georganiseerd. Als ik dicht bij huis begin, constateer ik dat VROM haar rol als coördinerend ministerie van geo-informatie goed heeft vormgegeven en verder blijft ontwikkelen. Sinds 1 januari richt een kleine, inspirerende afdeling zich volledig op deze taak. Hoewel ik veel vertrouwen heb in de kunde van mijn mensen, opereert VROM gelukkig niet alleen. Wij zetten weliswaar de beleidskaders uit, maar doen dit in nauw overleg met onder andere onze collega-departementen. Die samenwerking heeft concrete vorm gekregen in de oprichting van Geonovum. Met de oprichting van deze stichting hebben we een stevige partij neergezet die kwartier kan maken voor belangrijke pijlers uit de nationale beleidsnota voor geo-informatie – GIDEON. Denk bijvoorbeeld aan de programma’s Publieke Dienstverlening op de kaart en INSPIRE. Geonovum ziet verder toe op de totstandkoming en de handhaving van geo-standaarden en weet waar nodig partijen in de uitvoering aan elkaar te verbinden. Het speelveld is echter niet tot de rijksoverheid beperkt. Alle bestuurslagen, maar ook bedrijfsleven en wetenschap dragen in belangrijke mate bij aan de verdere ontwikkeling en uitvoering van het geo-informatiebeleid. Zo zijn de gemeenten, het Kadaster en TNO belangrijke partners bij de uitvoering van de basisregistraties. Met name op decentrale overheden komen momenteel veel geo-verantwoordelijkheden af. Vanzelfsprekend zal VROM deze partijen bij hun taken (blijven) ondersteunen. Verder spelen organisaties als GeoBusiness Nederland, de Nederlandse Commissie voor Geodesie en natuurlijk ook de Vereniging Geo-Informatie Nederland hun rol. Uit hun werkzaamheden en ambities voor de toekomst blijkt een grote betrokkenheid bij de geosector. Al deze partijen weten elkaar in toenemende mate te vinden. Ik tel het tot een van de successen dat we met het GI-beraad en de Geomeeting twee goede platforms hebben gecreëerd, waarop respectievelijk overheden en overheden, bedrijfsleven en wetenschap gezamenlijk elkaar weten te vinden. Foto: dotman (Flickr)
  • Hoewel het met elkaar in gesprek zijn belangrijk is, komt het uiteindelijk aan op de resultaten. Heeft het veld een goede oogst opgebracht? Foto: Rick Harrison (Flickr)
  • De gewenste oogst staat beschreven in de beleidsnota GIDEON. In het kort: een duurzame basisvoorziening geo-informatie voor alle partijen in Nederland. Na het aanloop jaar 2008 zijn dit jaar de eerste resultaten geboekt. Het meest in het oog springende zijn wellicht de geobasisregistraties. De eerste registraties (Kadaster en Topografie) zijn inmiddels volledig gerealiseerd. Andere bevinden zich midden in hun implementatiefase (Adressen en Gebouwen), terwijl de laatste steeds meer concrete vormen krijgen (Grootschalige Topografie en Ondergrond). Een ander hoogtepunt in het afgelopen jaar vormde de feestelijke opening van het Nationale Georegister (NGR) tijdens het GSDI-congres. Het NGR speelt een belangrijke rol bij de ontsluiting van beschikbare geo-informatie. Het is daarmee een onmisbare schakel in onze nationale infrastructuur. Verder wil ik de voorbereidingen voor de implementatie van INSPIRE noemen. Op 1 september is de wet INSPIRE van kracht geworden. Tevens zijn de dataproviders voor Annex I bekend. Daarmee lopen we goed op schema bij de uitvoering van de deze Europese richtlijn.
  • Over het algemeen ben ik verheugd over hetgeen er in het afgelopen jaar is gepresteerd. Niettemin valt de oogst op een aantal terreinen wat tegen. Dit blijkt ook uit het resultaat van de monitor, die Geonovum jaarlijks voor ons uitvoert. Het gebruik van geo-informatie buiten de traditionele sectoren als water, ruimtelijke ordening, milieu, mobiliteiten en openbare orde en veiligheid is nog steeds beperkt. Verder lukt het nog niet zo goed om over organisatiegrenzen heen te kijken en tot sectorbrede geografische data-infrastructuren te komen. Het denken en samenwerken in ketens blijkt weerbarstig. Het thema waardecreatie door het bedrijfsleven is onvoldoende uit de verf gekomen. Hoe zorgen we ervoor dat de groei van de bedrijfstak geo-informatie beter ondersteund kan worden? In het afgelopen jaar hebben we weliswaar een goede beleidsregel voor de beschikbaarstelling van geo-informatie van de overheid opgesteld, maar tot concrete afspraken tussen markt en overheid heeft dit nog niet geleid. Verder constateer ik dat het (nog) niet gelukt om een vervolg op het RGI vorm te geven. Samenvattend zou je kunnen stellen dat de plannen ten aanzien van de aanbodzijde goed op schema liggen. Dat betekent niet dat we op onze lauweren kunnen rusten. Er zal nog veel werk verzet moeten worden om op planning te blijven. Ik denk bijvoorbeeld aan de flinke inspanningen die met de implementatie van de basisregistraties en INSPIRE zijn gemoeid. Niettemin heb ik er alle vertrouwen in dat dit gaat lukken. Aan de ontwikkeling van de vraagkant ligt terrein braak. We moeten blijven zoeken naar manieren om het gebruik en toepassing van geo-informatie te stimuleren. Hier ligt voor de komende periode de uitdaging. Ik wil die uitdaging ook graag uitgaan, maar wel met u.
  • Oogsten houdt misschien op bij het binnenhalen van het graan, maar daarmee zijn we er nog niet. Het gaat erom dat we van dat graan mooie broden gaan bakken. Dat geldt ook voor de behaalde resultaten (het koren). Ik denk dat we -met vallen en opstaan- redelijk onder knie hebben gekregen hoe we in geo-informatieland het veld moeten vormgeven en de oogst kunnen binnenhalen. Waarin we nog kunnen groeien, is het maken van iets moois van die oogst; het verzilveren van onze instrumenten en onze kennis. Zorgen dat we nog meer nuttige dingen met geo-informatie gaan doen. In de eerste plaats valt er nog veel te winnen met het beter gebruiken van geo-informatie binnen de overheid. Concreet denk ik daarbij voorbeeld aan het beter samenbrengen van vraag en aanbod. Wie heeft welke informatie beschikbaar en wie heeft welke informatie nodig? Hiertoe moeten we het aanbod nog beter te structureren. De gezamenlijke ontsluiting van gegevens via het NGR draagt daaraan bij. Het komt er nu op aan om onze gegevens ook daadwerkelijk via dat NGR te ontsluiten. Ik roep alle overheden op hun geo-informatiebestanden zo snel mogelijk in het NGR vindbaar te maken. Als voorzitter van het GI-beraad ga ik mij er sterk voor maken dat eind volgend jaar een groot deel, zo niet alle geobestanden in het NGR zijn opgenomen. Deze oproep wil ik niet beperken tot de overheid. Iedere organisatie die zijn gegevens met de juiste standaarden wil beschrijven en aanbieden, kan deze wil het NGR ontsluiten. Naast het ontsluiten van geo-informatie moeten we ook de vraag stimuleren. Wij zullen duidelijk moeten maken dat geo-informatie een belangrijke bijdrage kan leveren aan het realiseren van veel beleidsdoelstellingen. We zullen geo-informatie nog beter voor het voetlicht moeten brengen. Op de vraag hoe? heb ik nog geen kant-en-klaar antwoord. Ik constateer wel dat binnen de overheid het bewustzijn groeit van onze afhankelijkheid van een adequate informatievoorziening. De discussie over bijvoorbeeld de nut en noodzaak van een Chief Information Officer binnen de rijksoverheid getuigt daarvan. Ik zie daar mogelijkheden door aan te sluiten bij deze ontwikkeling. Mijn stelling is dat een overheidsorganisatie haar zaken niet op orde heeft indien geo-informatie geen integraal onderdeel uitmaakt van haar informatiebeleid. De vraagkant zal deels ook afgedwongen worden door de inwerkingtreding van de wetten op de geobasisregistraties. De gebruiksplicht voor overheden zal meehelpen het bewustwordingsproces verder te helpen. Ik zie het daarbij overigens niet als mijn taak daarbij de stok te hanteren; ik wil vooral de wortel te laten zien. De ervaringen met BAG laten bijvoorbeeld zien dat gemeenten ook daadwerkelijk vruchten plukken van hun inspanningen. Ik besef dat wij vanuit het Rijk moeten zorgen dat de beschikbare basisvoorzieningen van de e-Overheid op elkaar aan moeten sluiten. Ik maak mij daar sterk voor in de Bestuurlijke Regiegroep waar alle overheidslagen met elkaar overleggen over die e-Overheid. Voor het stimuleren van de vraag kijk ik ook naar de wetenschap en het bedrijfsleven. Dat brengt mij bij het volgende punt. Foto: Roel Groeneveld (Flickr)
  • Ik zie graag dat het bedrijfsleven mij helpt met het ontwikkelen van nieuwe toepassingen voor de overheid. Dit gebeurt al volop en ik wil dat graag versterken. Het creëren van waarde beperkt zich uiteraard niet tot het ontwikkelen van toepassingen voor de overheid. Ook in de private sector zijn volop toepassingsmogelijkheden. Het verruimen van de mogelijkheden van hergebruik van overheidsinformatie kan de ontwikkeling van nieuwe toepassingen een vliegende start geven. Daarnaast moet er duidelijkheid bestaan over de voorwaarden waaronder deze informatie hergebruikt kan worden. Hoewel de Eerste Kamer het wetstraject Markt en Overheid nog moet afronden, hebben we met dit voorstel een duidelijk richtsnoer in handen. Ik noemde al eerder dat het GI-beraad een beleidsregel voor het beschikbaar stellen van geo-informatie van de overheid heeft vastgesteld. Het komt nu op de uitvoering aan. Ik nodig het bedrijfsleven uit om samen met mij te kijken hoe we beleid praktisch handen en voeten kunnen geven. Ik stel mij voor dat we daarbij niet alleen met elkaar praten, maar ook tot strategische en praktische afspraken komen. In het ideale geval zullen we in de vorm van gezamenlijke werkgroepen bewerkstelligen dat het thema waardecreatie inhoud gaat krijgen, zodat straks voor elke smaak een lekker geo-broodje op de markt verkrijgbaar is.
  • Het project RGI is afgerond. VROM heeft in samenspraak met andere departementen besloten geen afzonderlijk vervolgprogramma voor geo-innovatie in te richten, maar het onderdeel te laten zijn van het nieuwe programma Duurzame Dynamiek in de Delta. Dit dwingt ons goed aan te sluiten bij de ontwikkelingen rond klimaat, water en ruimte. Niettemin zie ik ruimte voor een geo-specifieke kennis- en innovatieagenda. Ik ben daarom blij dat de Nederlandse Commissie voor Geodesie samen met mij opdracht heeft verleend om tot een nieuwe kennis- en innovatieagenda te komen. Het is mijn uitdrukkelijke wens dat bij de uitvoering van deze nieuwe agenda in gezamenlijkheid wordt opgetrokken. Om bij mijn beeldtaal te blijven: we hebben meer producten als broodmachines nodig. Een paar jaar geleden was een dergelijke machine aan een paar enthousiastelingen voorbehouden. Tegenwoordig is zo’n ding in bijna elk huishouden te vinden. Het voorbeeld van de broodmachine onderstreept in mijn ogen het belang van permanente innovatie. Als ik me niet vergis, is de broodmachinehype over zijn hoogtepunt heen en staan de machines in veel gevallen al weer op zolder. Zonder nieuwe impulsen verliest de consument snel zijn interesse. Innovaties zijn lastig af te dwingen, maar bloeien wel op in situaties waar partijen met elkaar werken aan een gezamenlijk doel. In dit verband vind ik de zojuist verschenen strategische koers van het Geo-Informatie Nederland (GIN) interessant. Dit document scherpt de missie van GIN op een drietal punten aan. In de eerste plaats wil GIN haar aandachtsveld verbreden naar een ieder die zich professioneel met geo-informatie inclusief de groep ontwetenden die zich (nog) niet bewust zijn welke voordelen het gebruik van geo-informatie in hun werk kan opleveren. Dit sluit goed aan bij mijn inzet op het verbreden van het gebruik. In de tweede plaats wil GIN het uitwisselen van kennis en ervaring stimuleren en faciliteren. Nauw daaraan verbonden is het derde punt: het inzetten van nieuwe media om mensen sneller aan elkaar te verbinden. Ik herken daarin de nadruk op het samen werken.
  • Ik begon mijn presentatie met een verwijzing naar het kabinetsmotto. Ik wil daar ook mee afsluiten. Ik wil benadrukken dat onze kracht in de gezamenlijkheid zit. Niemand van ons is alleen in staat om geo-informatie in Nederland op een hoger plan te brengen, maar samen gaat het lukken. In het afgelopen jaar heb ik de geo-wereld leren kennen als een bevlogen groep mensen. Ik heb veel enthousiasme gezien. Ik deel dat enthousiasme. Ik geloof in een mooie toekomst voor de sector. Ik wil graag met u samenwerken aan die toekomst. Werkt u ook mee? Foto: Sindala (Flicker)

Saskia Borgers, Samenwerken aan de realisatie van Gideon Saskia Borgers, Samenwerken aan de realisatie van Gideon Presentation Transcript

  • Samen oogsten, samen bakken Saskia Borgers
  • Het veld
  • De oogst
  • De oogst
    • Basisregistraties
    • Nationaal Georegister
    • INSPIRE
    25-01-10
  • Nog binnen te halen oogst
    • Gebruik
    • Waardecreatie
    • Kennis, educatie en innovatie
    25-01-10
  • Het brood
  • Samen waarde creëren 25-01-10
  • Samen innoveren 25-01-10
  • Samen werken