Dertigersdilemma’s 
Over verschillende soorten mensen 
en wensen
Motivaction - Mentalitymodel 
in de kern een assenstelsel met 
y-as: socio-economische status (lager, middel of 
hoger) 
x-as: waarden en normen: hoe sta je in je werk, 
geloof, relaties, vriendschappen etc. 
(traditioneel, modern, postmodern)
Mentalities (Motivaction)
Startvragen 
• Schat jezelf socio-economisch in: 
laag, midden of hoog? 
• Schat jezelf ideologisch in: 
behouden, bezitten/verwennen of 
ontplooien/beleven?
Traditionele burgerij 
• Definitie: de moralistische, plichtsgetrouwe en 
op de status quo gerichte burgerij die 
vasthoudt aan tradities en materiële 
bezittingen. 
• Kernwoorden: lokaal gericht, behoudend, 
plichtsgetrouw
Moderne burgerij 
• Definitie: de conformistische, statusgevoelige 
burgerij die het evenwicht zoekt tussen 
traditie en moderne waarden als consumeren 
en genieten. 
• Kernwoorden: familiewaarden, statusgevoelig, 
conformistisch, genieten, zekerheid
Neo-conservatieven 
• Definitie: de liberaal-conservatieve 
maatschappelijke bovenlaag die alle ruimte 
wil geven aan technologische ontwikkeling, 
maar zich verzet tegen sociale en culturele 
vernieuwing. 
• Kernwoorden: techniek, conservatief
Kosmopolieten 
• Definitie: de open en kritische wereldburgers 
die postmoderne waarden als ontplooien en 
beleven integreren met moderne waarden als 
maatschappelijk succes, materialisme en 
genieten. 
• Kernwoorden: wereldburger, ontplooien, 
maatschappelijk succes
Gemaksgeoriënteerden 
• Definitie: de impulsieve en passieve 
consument die in de eerste plaats streeft naar 
een plezierig, onbezorgd en comfortabel 
leven. 
• Kernwoorden: passief, impulsief, plezierig 
leven
Opwaarts mobielen 
• Definitie: de carrièregerichte individualisten 
met een uitgesproken fascinatie voor sociale 
status, nieuwe technologie, risico en spanning. 
• Kernwoorden: carrièregericht, statusgevoelig, 
risico en spanning
Postmaterialisten 
• Definitie: de maatschappijkritische idealisten 
die zichzelf willen ontplooien, stelling nemen 
tegen sociaal onrecht en opkomen voor het 
milieu. 
• Kernwoorden: maatschappijkritisch, 
milieubewust
Postmoderne hedonisten 
• Definitie: de pioniers van de beleveniscultuur 
waarin experiment en het breken met morele 
en sociale conventies doelen op zichzelf zijn 
geworden. 
• Kernwoorden: ontplooien, taboeloos, 
genieten
Mentalities (Motivaction)
(GKV) Nijkerk 
• Wat ben je zelf? 
• Welke groepen zijn er in (GKV) Nijkerk 
opvallend aan- of afwezig? 
• Wat voor gemeente past wel of niet bij dit 
sociologische plaatje?
Babyboomers
Babyboomers (1940-1955) 
• opgegroeid met botsende ideologieën 
• deels: groot gevoel voor vrijheid (’68’) 
• kritisch, onafhankelijk, zelfontplooiing 
• ander (groot) deel: meer terughoudend en 
harmonieus
Generatie Nix
Generatie Nix (1955-1970) 
• niet meer de traditionele oriëntatie van de 
babyboomers, Nederlandse tradities kalven af 
• veel tijd voor opleiding 
• experimenten met nieuwe 
samenlevingsvormen 
• grote nadruk op kwaliteit van bestaan (vooral 
bij yuppen) 
• praktisch, zelfredzaam, relativerend
Pragmatische generatie
Pragmatische generatie (1970-1985) 
• gewenste kinderen (anticonceptie) 
• veel kansen, stimulans van ouders 
• je eigen ding kunnen doen, jezelf zijn 
• open naar de wereld, onderhandelen 
• optimistisch ingesteld, gericht op beleving 
• uitstellen van keuzes, discipline moeilijk
Grenzeloze generatie
Grenzeloze generatie (ong. 1985 - …) 
• Ook wel generatie Y of ‘millennials’ genoemd 
• Opgegroeid met internet en globalisering 
• Enorme hoeveelheid impulsen en invloeden 
• Dominante plek in samenleving 
• Gericht op invloed via onderhandelen
Mentalities én generaties
Meer weten?
Grenzeloos? 
• Waarschuwing van seculiere onderzoekers: 
jongeren individualistisch, hedonistisch en 
escapistisch 
• Hoe bouw je daarmee een samenleving of 
kleiner: hoe vorm je een groep?
Glocalities

Gkv nijkerk

  • 1.
  • 2.
    Motivaction - Mentalitymodel in de kern een assenstelsel met y-as: socio-economische status (lager, middel of hoger) x-as: waarden en normen: hoe sta je in je werk, geloof, relaties, vriendschappen etc. (traditioneel, modern, postmodern)
  • 3.
  • 4.
    Startvragen • Schatjezelf socio-economisch in: laag, midden of hoog? • Schat jezelf ideologisch in: behouden, bezitten/verwennen of ontplooien/beleven?
  • 5.
    Traditionele burgerij •Definitie: de moralistische, plichtsgetrouwe en op de status quo gerichte burgerij die vasthoudt aan tradities en materiële bezittingen. • Kernwoorden: lokaal gericht, behoudend, plichtsgetrouw
  • 6.
    Moderne burgerij •Definitie: de conformistische, statusgevoelige burgerij die het evenwicht zoekt tussen traditie en moderne waarden als consumeren en genieten. • Kernwoorden: familiewaarden, statusgevoelig, conformistisch, genieten, zekerheid
  • 7.
    Neo-conservatieven • Definitie:de liberaal-conservatieve maatschappelijke bovenlaag die alle ruimte wil geven aan technologische ontwikkeling, maar zich verzet tegen sociale en culturele vernieuwing. • Kernwoorden: techniek, conservatief
  • 8.
    Kosmopolieten • Definitie:de open en kritische wereldburgers die postmoderne waarden als ontplooien en beleven integreren met moderne waarden als maatschappelijk succes, materialisme en genieten. • Kernwoorden: wereldburger, ontplooien, maatschappelijk succes
  • 9.
    Gemaksgeoriënteerden • Definitie:de impulsieve en passieve consument die in de eerste plaats streeft naar een plezierig, onbezorgd en comfortabel leven. • Kernwoorden: passief, impulsief, plezierig leven
  • 10.
    Opwaarts mobielen •Definitie: de carrièregerichte individualisten met een uitgesproken fascinatie voor sociale status, nieuwe technologie, risico en spanning. • Kernwoorden: carrièregericht, statusgevoelig, risico en spanning
  • 11.
    Postmaterialisten • Definitie:de maatschappijkritische idealisten die zichzelf willen ontplooien, stelling nemen tegen sociaal onrecht en opkomen voor het milieu. • Kernwoorden: maatschappijkritisch, milieubewust
  • 12.
    Postmoderne hedonisten •Definitie: de pioniers van de beleveniscultuur waarin experiment en het breken met morele en sociale conventies doelen op zichzelf zijn geworden. • Kernwoorden: ontplooien, taboeloos, genieten
  • 13.
  • 14.
    (GKV) Nijkerk •Wat ben je zelf? • Welke groepen zijn er in (GKV) Nijkerk opvallend aan- of afwezig? • Wat voor gemeente past wel of niet bij dit sociologische plaatje?
  • 16.
  • 17.
    Babyboomers (1940-1955) •opgegroeid met botsende ideologieën • deels: groot gevoel voor vrijheid (’68’) • kritisch, onafhankelijk, zelfontplooiing • ander (groot) deel: meer terughoudend en harmonieus
  • 18.
  • 19.
    Generatie Nix (1955-1970) • niet meer de traditionele oriëntatie van de babyboomers, Nederlandse tradities kalven af • veel tijd voor opleiding • experimenten met nieuwe samenlevingsvormen • grote nadruk op kwaliteit van bestaan (vooral bij yuppen) • praktisch, zelfredzaam, relativerend
  • 20.
  • 21.
    Pragmatische generatie (1970-1985) • gewenste kinderen (anticonceptie) • veel kansen, stimulans van ouders • je eigen ding kunnen doen, jezelf zijn • open naar de wereld, onderhandelen • optimistisch ingesteld, gericht op beleving • uitstellen van keuzes, discipline moeilijk
  • 22.
  • 23.
    Grenzeloze generatie (ong.1985 - …) • Ook wel generatie Y of ‘millennials’ genoemd • Opgegroeid met internet en globalisering • Enorme hoeveelheid impulsen en invloeden • Dominante plek in samenleving • Gericht op invloed via onderhandelen
  • 24.
  • 25.
  • 26.
    Grenzeloos? • Waarschuwingvan seculiere onderzoekers: jongeren individualistisch, hedonistisch en escapistisch • Hoe bouw je daarmee een samenleving of kleiner: hoe vorm je een groep?
  • 27.