The origin ofspecies Het concept van natuurlijke selectie als oorzaak van adaptieve evolutie
3.
Waarnemingen voor detheorie -1 alle soorten produceren meer dan noodzakelijk en toch blijft de omvang van de populatie binnen zekere grenzen stabiel De beperkte beschikbaarheid van levensbronnen(voeding, voortplanting, ruimte etc.)
4.
gevolgtrekkingen Uit 1en 2: er ontstaat concurrentie tussen soortgenoten en tussen soorten, zodat een klein gedeelte van de nakomelingen zich voortplant
5.
Waarnemingen voor detheorie- 2 3) Variatie tussen individuen van een soort 4)Variatie is erfelijk
6.
Gevolgtrekking vervolg Uit3 en 4: overleving is niet toevallig, maar wordt mede bepaalt door de “outfit” van het individu. Het individu dat het best aan de omgeving is aangepast heeft grootste kans op voortplanting door overerving van de beste aanpassingen verandert geleidelijk over generaties de kenmerken van de populatie, waardoor een nieuwe soort ontstaat
7.
waarnemingen voor detheorie alle soorten produceren meer dan noodzakelijk en toch blijft de omvang van de populatie binnen zekere grenzen stabiel De beperkte beschikbaarheid van levensbronnen(voeding, voortplanting, ruimte etc.) Variatie tussen individuen van een soort Variatie is erfelijk
8.
De kleinste eenheidvan evolutie Evolutie is zichtbaar op populatie niveau en NIET op individueel niveau.. Op de kleinste schaal: Micro evolutie Genetische samenstelling en veranderingen daarvan van generatie op generatie .
9.
Evolutie van populatiesVolgens Darwin ontstaan nieuwe soorten door adaptieve ontwikkelingen binnen een populatie veroorzaakt door genetische veranderingen Darwin kende de basis niet van deze veranderingen. Mendel had daarover WEL de nodige kennis opgebouwd 1930: proces van samensmelting van beide theorien vanwege opkomst van de populatiegenetica om in 1940 te spreken van de moderne synthese = NEODARWINISME EN LATER: Gould, Dawkins,…
10.
definities Populatie: eengroep organismen van 1 soort in een geografisch definieerbare of begrensde ruimte Soort: een groep van populaties van individuen, die onderling zich voortplanten met een fertiel(vruchtbaar) nakomelingenschap
11.
genenpool Zichtbaar bestaat een populatie uit organismen, maar het is de weerslag van de genetische samenstelling van de populatie, in het bijzonder van de verhouding tussen de aanwezige verschillende allelen Fixed allel: alle dragers zijn homozygoot
12.
Populatie genetica en Hardy-Weinberg Genetica volgens Mendel “ Versus “ Populatie genetica
13.
Hardy-Weinberg theorie Dezetheorie beschrijft een STABIELE populatie Opgebouwd uit 2 onderdelen: Hardy-weinberg evenwicht Hardy-weinberg vergelijking
14.
15.
16.
17.
Hadrdy - WeinbergSTABIELE populatie m.b.t. de allelenverhouding in de populatie, die in de tijd niet verandert. met andere woorden geen verandering in de soort, geen evolutie van de soort
18.
Voorwaarden voor hetvoorgaande Omvangrijke populatie Geen emigratie of immigratie van allelen Geen mutaties Random (toevallige) voortplanting Geen natuurlijke selectie
19.
Vervolg oorzaken Geneflow: emigratie en immigratie van individuen in een populatie, waarmee verschuivingen in allelfrequentie optreden.Op grote schaal krijg je nivellering van genetische verschillen tussen populaties Mutaties: trage verandering, tenzij een disproportioneel nageslacht.
20.
En dan nu:EVOLUTIE Evolutie is mogelijk door Mutaties - Punt mutaties - Chromosoom mutaties En/maar: HOE VAAK? (mutatie frequentie) Recombinatie door geslachtelijke voortplanting Hierdoor VARIATIE …
21.
PUNTMUTATIES Veranderingen inhet DNA (chemische verandering in de base paren), ander aminozuur, ander eiwit: sikkelcel anemie resistentie HIV virussen: + resistent, - langzamer voortplanting Veranderingen in niet coderend DNA: regelgenen, die niet meer regelen…
22.
Chromosoom mutaties Veranderingenin genen: aantal, volgorde,… vb: reukreceptoren Veranderingen in chromosoom aantallen: - trisomie 21 bij mensen - 4n planten (granen)…
23.
Microevolutie Evolutieop populatieniveau:veranderingen in de allelfrequenties in een populatie, die van generatie op generatie worden overgedragen Ook wel micro evolutie genoemd Onderzoek: adelie-pinguins
24.
En als endan VARIATIE is… NATUURLIJKE SELECTIE GENETIC DRIFT Bottleneck effect Founder effect GENE FLOW Dus geen Hardy Weinberg…
25.
NATTURLIJKE SELECTIE Natuurlijkeselectie: positieve of negatieve eigenschappen van een individu, in relatie met zijn omgeving, bepaalt de kans op nageslacht.
26.
Genetic drift genetic drift Veranderingen in de allelenfrequenties (genfrequenties) binnen een bepaalde populatie tengevolge van toevalsfluctuaties. In kleine populaties speelt toeval een grotere rol dan in een grote populatie: kans op veranderingen in allelfrequentie is groter
27.
Genetic drift -2-Van grote naar kleine populatie Bottleneck-effect : door rampen ontstaat een gedecimeerde populatie. grote verschuivingen in allelfrequentie treden op
28.
Genetic drift -3-VAN KLEIN NAAR GROOT Founder effect: een kleine populatie vormt de basis waaruit de populatie zich verder ontwikkelt. Het basis genetisch materiaal is beperkt, risico op afwijkingen (positief als negatief) groot (prewalski paarden en vossen)
29.
GENE FLOW Gene flow: emigratie en immigratie van individuen in een populatie, waarmee verschuivingen in allelfrequentie optreden.Op grote schaal krijg je nivellering van genetische verschillen tussen populaties
30.
Micro-evolutie is veranderingin genfrequenties binnen de soort. Voor onderzoek is DNA van lang geleden nodig en ook nog van goede kwaliteit en voldoende kwantiteit. Dankzij de leefwijze van Adelie-pinguïns ( Pygoscelis adeliae ) is het David Lambert en zijn collega’s gelukt om aan dergelijk DNA te komen. Adelie-pinguïns leven in kolonies, dus met duizenden op één plek. Om zich voort te planten keren ze meestal terug naar de kolonie waar ze geboren zijn. Daardoor ontstaat er in de loop van de tijd een laag overblijfselen (beenderen, poep, veren, stukjes eischaal e.d.) van de voorouders van de huidige pinguïns, die door de kou goed bewaard is gebleven.
31.
De Nieuw-Zeelandse wetenschappershebben op Inexpressible Island, Antartica, genoeg DNA uit de pinguïnbotten weten te halen. Zij hebben 9 stukjes van dit 6000 jaar oude DNA vergeleken met het DNA van de huidige pinguïnkolonie en zij vonden duidelijke verschillen in genfrequentie. De onderzochte stukjes DNA codeerden niet voor eiwitten, waardoor ze zeker wisten dat de veranderingen niet veroorzaakt waren door ……….. Het zou wel door ……. en …………….. kunnen komen. Maar niet door …,want dat zal niet vaak gebeuren, omdat de pinguïns meestal teruggaan naar hun oude kolonie..
32.
Daarom hadden Lamberten zijn groep verwacht dat de genetische samenstelling in 6000 jaar niet zoveel veranderd zou zijn. Toch heeft men een mogelijke oorzaak gevonden voor de gevonden resultaten. De onderzoekers volgden grote aantallen pinguïns, nadat zij ze als jong hadden geringd. In 2001 is een enorm stuk ijsberg afgebroken van het Ross IJsplateau en richting de nestkolonies gedreven. De ijsberg sneed de route naar hun oude stekkie af, waardoor sommige pinguïns in andere kolonies teruggevonden werden. Waarschijnlijk is er in de loop van de geschiedenis vaker een ijsberg afgebroken en heeft dit de micro-evolutie versneld, als gevolg van