Wees een OEN
Wees open, eerlijk en
nieuwsgierig.
Laat iemand uitspreken en neem
een geïnteresseerde houding aan.
Observeer non-verbale elementen
en moedig ook non-verbaal aan.
Spreek duidelijk, vermijd dialect
wanneer uw gesprekspartner dit
niet beheerst.
Laat OMA thuis
Vermijd om uw oordelen,
meningen en aannames te delen.
Uw eigen referentiekader is niet de
maatstaf. Wees oprecht en open
wanneer u in gesprek gaat. Wees
bewust van het eigen
referentiekader en
waardeoordelen.
Neem ANNA mee
Altijd navragen, nooit aannemen.
Wanneer u iets niet begrijpt, vraag dan verder. Ga bij
twijfel na, of het wel klopt. Vraag verder naar de
achtergrond van iemands mening.
Geef LSD
Luisteren, samenvatten en
doorvragen.
Luister aandachtig, vertrek niet
van stereotypen, vat samen en
vraag door om het beter te
begrijpen. Laat uw
gesprekspersoon reageren.
Maak je DIK
Denk in kwaliteiten.
Probeer telkens een positief
punt te herkennen in een
gesprek. Ga ervan uit dat
iemand gedreven wordt door
een wil tot verbetering. Zelfs
als het fout ging, kan u er nog
iets uit leren. Zoek naar
gemeenschappelijke
elementen.
Smeer NIVEA
Niet Invullen Voor Een Ander.
Stel u luisterend op en leg
geen woorden in de mond.
Laat mensen uitspreken.
Oordeel niet over wat ze
zeggen, maar tracht te
begrijpen waarom ze dat
zeggen. Stel bijkomende
vragen om te verduidelijken.
Gebruik een WOK
Woorden kunnen kwetsen.
Gebruik bij voorkeur termen die gemeenschappen en
groepen zelf gebruiken en respectvol vinden. Gebruik
geen veralgemeningen maar benoem specifiek
landen, talen, culturen en wees duidelijk over tijd en
plaats. Woorden zeggen iets over
de tijdsgeest, maar ze
kunnen ook veranderen
door de tijd.

Tips voor verbindende gesprekken

  • 1.
    Wees een OEN Weesopen, eerlijk en nieuwsgierig. Laat iemand uitspreken en neem een geïnteresseerde houding aan. Observeer non-verbale elementen en moedig ook non-verbaal aan. Spreek duidelijk, vermijd dialect wanneer uw gesprekspartner dit niet beheerst.
  • 2.
    Laat OMA thuis Vermijdom uw oordelen, meningen en aannames te delen. Uw eigen referentiekader is niet de maatstaf. Wees oprecht en open wanneer u in gesprek gaat. Wees bewust van het eigen referentiekader en waardeoordelen.
  • 3.
    Neem ANNA mee Altijdnavragen, nooit aannemen. Wanneer u iets niet begrijpt, vraag dan verder. Ga bij twijfel na, of het wel klopt. Vraag verder naar de achtergrond van iemands mening.
  • 4.
    Geef LSD Luisteren, samenvattenen doorvragen. Luister aandachtig, vertrek niet van stereotypen, vat samen en vraag door om het beter te begrijpen. Laat uw gesprekspersoon reageren.
  • 5.
    Maak je DIK Denkin kwaliteiten. Probeer telkens een positief punt te herkennen in een gesprek. Ga ervan uit dat iemand gedreven wordt door een wil tot verbetering. Zelfs als het fout ging, kan u er nog iets uit leren. Zoek naar gemeenschappelijke elementen.
  • 6.
    Smeer NIVEA Niet InvullenVoor Een Ander. Stel u luisterend op en leg geen woorden in de mond. Laat mensen uitspreken. Oordeel niet over wat ze zeggen, maar tracht te begrijpen waarom ze dat zeggen. Stel bijkomende vragen om te verduidelijken.
  • 7.
    Gebruik een WOK Woordenkunnen kwetsen. Gebruik bij voorkeur termen die gemeenschappen en groepen zelf gebruiken en respectvol vinden. Gebruik geen veralgemeningen maar benoem specifiek landen, talen, culturen en wees duidelijk over tijd en plaats. Woorden zeggen iets over de tijdsgeest, maar ze kunnen ook veranderen door de tijd.