Internet Infrastructuur

1,946 views
1,863 views

Published on

Onderdeel van het vak informatica aan het KATongeren.

Published in: Technology
6 Comments
1 Like
Statistics
Notes
  • 'Routers zorgen ervoor dat de informatie daargeraakt waar ze nodig is'
    'Routers zorgen ervoor dat de informatie niet daargeraakt waar ze niet nodig is '

    Erm ..

    Alles bij mekaar was het toch zeer leerzaam.
    Bedankt voor de informatie Dirk.
       Reply 
    Are you sure you want to  Yes  No
    Your message goes here
  • bah man ... vieze nest :s
    dit bekijk ik nooit meer na deze test he
       Reply 
    Are you sure you want to  Yes  No
    Your message goes here
  • man dit was ferm ambetant om te lere !
       Reply 
    Are you sure you want to  Yes  No
    Your message goes here
  • das kweenie hoeveel mn punte zijn navenant zeker
       Reply 
    Are you sure you want to  Yes  No
    Your message goes here
  • Doe het nog wa moeilijker!! Ni??
    Ik begrijp er NIKS meer van
       Reply 
    Are you sure you want to  Yes  No
    Your message goes here
No Downloads
Views
Total views
1,946
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
10
Actions
Shares
0
Downloads
78
Comments
6
Likes
1
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Internet Infrastructuur

  1. 1. Internet Infrastructuur
  2. 2. <ul><li>Eén van de straffe zaken aan “Internet” is dat niemand eigenaar is van het Internet. Het is een verzameling van allemaal netwerken, zowel grote als kleine netwerken. </li></ul><ul><li>Deze netwerken zijn op veel verschillende manieren met elkaar verbonden om in z’n geheel uiteindelijk het “internet” te vormen. </li></ul><ul><li>De naam “Internet” komt daar ook vandaan: “INTERconnected NETworks” (Onderling verbonden netwerken). </li></ul><ul><li>Sinds het ontstaan van internet in 1969 is het internet gegroeid van 4 computers tot 100 miljoenen computers. </li></ul><ul><li>Hoewel niemand eigenaar is van het internet wordt het toch - op verschillende manieren - erg in de gaten gehouden en onderhouden. Elk afzonderlijk netwerk heeft z’n eigen netwerkbeheerder. </li></ul><ul><li>The internet society, welke een non-profit organisatie is (een vzw dus), werd opgericht in 1992. Deze instantie houdt in de gaten welke protocollen er gedefinieerd zijn. Deze protocollen definieren hoe we internet gebruiken en ermee interageren. (IP = Internet Protocol, gekend van TCP/IP; waarvoor staat TCP? Opzoeken tegen volgende les!) </li></ul>
  3. 4. <ul><li>We zullen nu leren over de toestellen die de fundamenten vormen van het “Internet”. </li></ul><ul><li>Je zal leren over : </li></ul><ul><ul><li>“ domain name servers” </li></ul></ul><ul><ul><li>“ network access points” en over </li></ul></ul><ul><ul><li>“ backbones”. </li></ul></ul><ul><li>Maar eerst gaan we eens kijken hoe jouw computer verbonden is met andere computers. </li></ul>
  4. 5. Computer netwerk hierarchie <ul><li>Elke computer – verbonden met het internet – is onderdeel van een netwerk. Dus ook de computer bij je thuis. </li></ul><ul><li>Je computer thuis is immers verbonden met het netwerk van Telenet of Belgacom. </li></ul><ul><li>Telenet en Belgacom zijn ISP. </li></ul><ul><li>Internet Service Provider (ze bieden je de dienst internet aan). </li></ul><ul><li>Opdat Telenet en Belgacom je de dienst « internet » kunnen aanbieden, moeten ze beschikken over een netwerk dat over héél Vlaanderen vertakt is. </li></ul>
  5. 6. <ul><li>In onze school hangt elke computer aan de school-LAN. </li></ul><ul><li>LAN staat voor Local Area Network. (een lokaal netwerk) </li></ul><ul><li>De 20 computers van de computerklas zijn niet elk afzonderlijk met elkaar verbonden, neen, elk van deze computers is verbonden met wat men een « switch » noemt. Elk van deze 20 PC’s kan met elke andere PC in contact komen via de switch. </li></ul><ul><li>Als we met een computer van de school ook op internet willen, dan moet de school-LAN ook verbonden zijn met het netwerk van een ISP (Belgacom of Telenet). </li></ul><ul><li>De school heeft dus net zo goed een contract met Belgacom als Telenet als jezelf – thuis. </li></ul><ul><li>Op het moment dat je connectie maakt met de ISP wordt je onderdeel van het ISP netwerk. </li></ul><ul><li>Het ISP netwerk kan op z’n beurt weer connectie maken met een groter netwerk en zo deel worden van dat groter netwerk. </li></ul>
  6. 7. <ul><li>De meeste grote communicatie bedrijven (Belgacom bijvoorbeeld) hebben hun eigen backbone (hun eigen ruggengraat!). </li></ul><ul><li>Deze ruggengraat dient om verschillende netwerkgebieden met elkaar te verbinden. </li></ul><ul><li>In elk netwerkgebied heeft de ISP zijn Point of Presence (POP). </li></ul><ul><li>De POP is een plaats waar lokale gebruikers op het netwerk van dit communicatiebedrijf kunnen connecteren. </li></ul><ul><li>Gelukkig is dat tegenwoordig niet meer via een telefoon en een modem maar via ADSL of een andere techniek. </li></ul><ul><li>Er is - op het einde van de rit - geen alles controlerend netwerk, Neen, er zijn verschillende high-level netwerken die met elkaar verbonden zijn via Network Access Points of NAPs. </li></ul>
  7. 9. Opdracht <ul><li>Zoek op wat een T1-lijn is. </li></ul><ul><li>Zoek thuis op wat een T3-lijn is. </li></ul>
  8. 10. De functie van een internet ROUTER. <ul><li>Alle netwerken hangen af van NAP’s, backbones en routers om met elkaar gegevens uit te wisselen. </li></ul><ul><li>Gegevens kunnen verstuurd worden vanop één computer, de halve wereld rondrijzen en een fraktie van een seconde later arriveren op een andere computer. </li></ul><ul><li>De ROUTER’s bepalen via welke weg gegevens verstuurd worden over het netwerk. </li></ul><ul><li>ROUTER’s zijn gespecialiseerde computers, die zorgen voor de snelle versturing van jouw boodschappen (en die van anderen) naar hun bestemming via duizenden mogelijke wegen. </li></ul><ul><li>Een ROUTER heeft 2 verschillende – doch gerelateerde – jobs: </li></ul><ul><ul><li>De ROUTER garandeert dat informatie niet naar daar gaat waar ze niet nodig is. Dat is van groot belang anders zou zinloze data de verbinding van niet betrokken netwerkgebruikers nodeloos vertragen. </li></ul></ul><ul><ul><li>De ROUTER garandeert dat de informatie daar aankomt waar ze naartoe moest. </li></ul></ul><ul><li>Terwijl de ROUTER deze taken uitvoert, is hij extreem handig als tussenpersoon tussen 2 verschillende netwerken. </li></ul><ul><li>De ROUTER verbindt de 2 netwerken, en geeft informatie door tussen de 2 netwerken. </li></ul><ul><li>De ROUTER beschermt ook de 2 netwerken. Informatie van het ene netwerk dat niet nodig is in het andere netwerk wordt niet doorgegeven. Er is dus geen vervuiling van data. </li></ul><ul><li>Los van het aantal netwerken er verbonden zijn, de basis opdracht en functie van de ROUTER blijft altijd dezelfde. </li></ul><ul><li>Gezien het internet opgebouwd is uit duizenden verschillende kleinere netwerken is het gebruik van ROUTER’s noodzakelijk. </li></ul>
  9. 12. <ul><li>De eerste hoge snelheid backbone werd gebouwd in 1987. </li></ul><ul><li>In internet-terminologie is een backbone een stelsel van zeer snelle computerverbindingen waarlangs het gegevensverkeer loopt van de netwerken die op de backbone zijn aangesloten. Een aangesloten netwerk kan zelf ook weer een backbone hebben. </li></ul><ul><li>Het Nederlandse woord voor backbone is 'ruggengraat'. </li></ul><ul><li>Die eerste backbone – anno 1987 - was een T1-lijn die 170 kleinere netwerken verbond en een snelheid had van 1,544 Mbps. </li></ul><ul><li>Een jaar later werd een backbone gecreerd gebaseerd op een T3-lijn met een snelheid van 45Mbps. </li></ul><ul><li>Backbones zijn meestal optische glasvezel kabels. Zo’n kabel bestaat uit verschillende glasvezeladers die bij elkaar zitten. </li></ul><ul><li>Optische glasvezel kabel wordt aangeduid als OC (staat voor Optical Carrier) zoals OC-3, OC-12, OC-48 </li></ul><ul><li>Een OC-3-lijn kan 155 Mbps versturen, een OC-48-lijn 2488 Mbps. (2,488 Gbps) </li></ul><ul><li>Vergelijk dat maar eens met een typische 56K-modem, die kan 56000 bps versturen. </li></ul><ul><li>Vandaag zijn er vele bedrijven die hun eigen hoge capaciteit backbone beheren. Al deze backbones connecteren op verschillende NAP’s over de hele wereld. Op deze manier is iedereen met iedereen verbonden. </li></ul><ul><li>MBps = Mega Byte per seconde </li></ul><ul><li>Mbps = Mega bit per seconde </li></ul><ul><li>1 Byte bestaat uit 8 bits. </li></ul>
  10. 13. <ul><li>Elke computer die is aangesloten op het internet of netwerk heeft een nummer waarmee deze zichtbaar is voor alle andere computers op het internet. </li></ul><ul><li>Men kan dit vergelijken met telefoonnummers. </li></ul><ul><li>Om het mogelijk te maken dat computers elkaar kunnen vinden en identificeren hebben deze hun eigen nummer nodig. </li></ul><ul><li>Zo’n nummers noemt men een IP-adres. </li></ul><ul><li>Een IP-adres op internet is meestal gekoppeld aan een bedrijf. </li></ul><ul><li>Zo is het te achterhalen waar bewerkingen onder een IP-adres vandaan komt. </li></ul><ul><li>Bij mensen die vanuit huis werken identificeert het IP-adres hun internet provider. Bijdragen op het Internet zijn hierdoor bijna nooit werkelijk anoniem. De persoon achter een IP-adres is in de meeste gevallen te achterhalen, soms direct, maar soms alleen via medewerking van justitie. </li></ul>Het IP-adres
  11. 14. <ul><li>Elke machine (computer) op het internet heeft dus een IP-adres als unieke identificatie. </li></ul><ul><li>IP staat voor Internet Protocol. </li></ul><ul><li>Het Internet Protocol is het geheel aan afspraken die elke machine/applicatie – verbonden aan het internet – kent en waaraan deze zich houdt als hij van een bepaalde service gebruik wil maken. Het is – maw - de taal die de computers met elkaar spreken. </li></ul><ul><li>Zo’n typische applicatie is de webbrowser. </li></ul><ul><li>Dit is een typisch IP-adres: </li></ul><ul><li>216.27.61.137 </li></ul><ul><li>Om het voor ons – mensen – gemakkelijker te maken om te onthouden, worden IP adressen meestal uitgedrukt in een decimale vorm met “punten” als scheidingsteken. Computers werken niet met de decimale vorm maar met de binaire vorm. In binaire vorm ziet bovenstaande IP-adres er als volgt uit: </li></ul><ul><li>11011000.00011011.00111101.10001001 </li></ul><ul><li>De 4 – door punten gescheiden getallen – in een IP adres noemt men oktetten, omdat ze elk uit acht tekens bestaan in hun binaire vorm. </li></ul><ul><li>In het totaal bestaat een IP-adres in binaire vorm dus uit 4 x 8 tekens. 32 tekens dus in het totaal. </li></ul><ul><li>Vermits elk van deze 8 posities 0 of 1 kan zijn, zijn er in het totaal 256 combinaties mogelijk. Elk oktet heeft dus een waarde tussen 0 en 255. </li></ul><ul><li>Als je de 4 oktetten combineert krijg je 2 32 (= 4,3 miljard) unieke waarden. </li></ul>
  12. 18. <ul><li>Van deze 4,3 miljard mogelijke combinaties, zijn er een aantal voorbehouden. </li></ul><ul><ul><li>Het IP-adres 0.0.0.0 is gereserveerd voor het standaard netwerk. </li></ul></ul><ul><ul><li>Het IP-adres 255.255.255.255 wordt gebruikt voor broadcasts. </li></ul></ul><ul><li>De oktetten dienen voor meer dan voor het scheiden van de getallen. </li></ul><ul><li>De oktetten worden gebruikt om de IP adressen op te delen in verschillende “klassen” (Eng. Classes) Een IP-class kan toegekend worden aan een bedrijf of overheid of andere entiteit gebaseerd op de grootte en behoefte. </li></ul><ul><li>In principe bestaat een IP-adres uit een netwerkgedeelte, gevolgd door een hostgedeelte. </li></ul><ul><li>Zoals een GSM-nr ook bestaat uit een netwerkgedeelde 0475 en het eigenlijke nummer 896745 </li></ul><ul><li>Het netwerkgedeelte omvat altijd minstens het eerste oktet. </li></ul><ul><li>Het netwerkgedeelte geeft aan welk netwerk bedoeld is </li></ul><ul><li>Het hostgedeelte geeft de host (bv. een specifieke pc) aan binnen dat netwerk. </li></ul><ul><li>De Host sectie omvat altijd minstens het laatste oktet. </li></ul><ul><li>Er zijn 5 IP-classes. (klasse A, B, C, D & E) </li></ul>
  13. 19. <ul><li>Voor een 'klasse A'-netwerk geldt dat de eerste 8 bits netwerkbits zijn, en de overige 24 zijn hostbits. </li></ul><ul><li>In een 'klasse B'-netwerk bestaat het IP-adres uit 16 netwerkbits gevolgd door 16 hostbits. </li></ul><ul><li>Een adres in een 'klasse C'-netwerk bestaat uit 24 netwerkbits gevolgd door 8 hostbits. </li></ul><ul><li>Of we te maken hebben met een klasse A, B of C netwerk is op te maken uit de eerste byte van het IP-adres. Onderstaande tabel geeft steeds een waardebereik binnen de eerste byte, gevolgd door de bijbehorende netwerkklasse. </li></ul>110***** 10****** 0****** 1° byte 3 C 192-223 2 B 128-191 1 A 0-126 aantal bytes in netwerk-adres netwerk-klasse waardebereik eerste byte
  14. 21. <ul><li>Een klasse A is voor héél grote netwerken, enkel héél grote internationale bedrijven kunnen de noodzaak hebben om over een klasse A netwerk te beschikken. </li></ul><ul><li>IP adressen waarbij het eerste octet een waarde heeft tussen 1 en 126 worden geklasseerd als klasse A adressen. </li></ul><ul><li>De andere 3 oktetten worden gebruikt om elke host te identificeren. </li></ul><ul><li>Dit betekent dat er in totaal 126 A klasse netwerken zijn. </li></ul><ul><li>Dit betekent dat we 2 24 (of 16 777 216) apparaten kunnen voorzien van een IP adres per klasse A-subnet. </li></ul><ul><li>In het totaal krijgen we dus 2 31 (of 2 147 483 648) unieke adressen behorende tot klasse A netwerken. </li></ul><ul><li>Klasse A adressen beslaan dus de helft van alle beschikbare IP adressen. Een voorbeeld van een klasse A adres is 113.64.23.156 . Hierbij is 113 het subnetgedeelte, terwijl 64.23.156 het host-gedeelte is. </li></ul><ul><li>In Klasse A netwerken is het allereerste bit altijd 0. </li></ul><ul><li>Subnet  113. </li></ul><ul><li>Host or Node  64.23.156 </li></ul>Klasse A-netwerk
  15. 22. <ul><li>Class B (klasse B) : Adressen uit de klasse B worden gebruikt voor middelgrote netwerken. In de klasse B vinden we IP adressen terug waarbij het eerste octet een waarde heeft tussen 128 en 191. De laatste twee octetten worden gebruikt als hostgedeelte. Hierdoor krijgen we 2 14 (of 16 384) netwerken die elk 2 16 -2 (of 65 534) apparaten kunnen bevatten. Hierdoor krijgen we 230 (of 1 073 741 824) verschillende IP adressen. Een voorbeeld van een klasse B adres is 165.64.23.156 . Hierbij is 165.64 het subnetgedeelte, terwijl 23.156 het host-gedeelte is. </li></ul><ul><li>Class C (klasse C) : Adressen uit de klasse C worden gebruikt voor kleine netwerken, bijvoorbeeld netwerken bij je thuis. In klasse C kunnen we het grootste aantal netwerken van hosts voorzien. Het aantal hosts is echter wel relatief klein, hierover zo dadelijk meer. In de klasse C vinden we IP adressen terug waarbij het eerste octet een waarde heeft tussen 192 en 223. Enkel het laatste octet wordt gebruikt als hostgedeelte. Hierdoor krijgen we 221 (of 2 097 152) netwerken die elk 28-2 (of 254) apparaten kunnen bevatten. Hierdoor krijgen we 229 (of 536 870 912) verschillende IP adressen. Een voorbeeld van een klasse C adres is 192.64.23.156 . Hierbij is 192.64.23 het subnetgedeelte, terwijl 156 het host-gedeelte is. </li></ul>
  16. 23. <ul><li>Class D (klasse D) : Adressen uit de klasse D zijn multicast adressen. Klasse D adressen verschillen van de adressen uit klasse A, B en C in die zin dat de eerste drie bits altijd 1 zijn en de vierde bit altijd de waarde 0 draagt. De 28 resterende bits worden gebruikt te bepalen naar welke computers de multicast gestuurd dient te worden. Klasse D bevat in het totaal 228 (of 268 435 456) verschillende IP adressen. Een voorbeeld van een klasse D adres is 224.64.23.156 . Hierbij is 224 het subnetgedeelte, terwijl 64.23.156 het host-gedeelte is. </li></ul><ul><li>Class E (klasse E) : Adressen uit de klasse E zijn gereserveerd. Deze adressen mogen niet gebruikt worden om verkeer te genereren over het Internet, aangezien dit niet correct zal functioneren. IP adressen uit de klasse E worden door sommigen gebruikt om zaken uit te testen. Klasse E adressen verschillen eveneens van de adressen uit klasse A, B en C in die zin dat de eerste vier bits altijd de waarde 1 krijgen. De 28 resterende bits worden gebruikt te bepalen naar welke computers de multicast gestuurd dient te worden. Klasse E bevat in het totaal 228 (of 268 435 456) verschillende IP adressen. </li></ul>
  17. 24. <ul><li>Toen het internet nog in z’n kinderschoenen stond, bestond het uit slechts enkele computers die aan elkaar verbonden waren met telefoonlijnen en modems. </li></ul><ul><li>Je kon enkel maar contact opnemen met een computer als je het IP adres van die computer kende. </li></ul><ul><li>We weten al dat een typisch IP-adres er als volgt uitziet: 216.27.22.162. </li></ul><ul><li>Toen er – bij het ontstaan van het internet – slechts enkele hosts waren, kon men nog een poging doen om de IP-adressen van buiten te kennen. Dit werd – door de snelle groei – al snel onhoudbaar. </li></ul><ul><li>De eerste oplossing voor dit probleem was een simpel tekstbestandje, dat werd bijgehouden door het « Network Information Center » dat een lijstje bijhield van IP adressen en de bijhorende naam. </li></ul><ul><li>Al snel werd dit tekstbestandje zo groot dat het niet meer te beheren was. </li></ul><ul><li>In 1983 werd in de universiteit van Wisconsin het Domain Name System (DNS) ontwikkeld. </li></ul><ul><li>Dit systeem koppelt het IP-adres automatisch aan een domeinnaam. </li></ul><ul><li>Als gebruiker moest je dus enkel nog de domeinnaam van een website kennen en niet langer het IP-adres van de webserver waarop deze website opgeslagen was. Je moest dus niet langer de IP-adressen kennen. </li></ul><ul><li>Een domeinnaam, wat is dat? </li></ul><ul><li>Een domeinnaam is een naam – gebruikt in het Domain Name System (DNS). </li></ul>IP-adressen mag je vergeten …
  18. 25. <ul><li>Het Domain Name System is het naamgevingssysteem op internet waarmee netwerken, computers, webservers, mailservers en andere toepassingen worden geïdentificeerd. </li></ul><ul><li>Meestal is de domeinnaam de naam van de persoon of het bedrijf waarover de pagina gaat, soms is het ook het thema van de website. </li></ul><ul><li>Enkele domeinnamen: </li></ul><ul><ul><li>www.google.com (waarschijnlijk de bekendste domeinnaam) </li></ul></ul><ul><ul><li>www.facebook.com (een typische domeinnaam) </li></ul></ul><ul><ul><li>www.mit. edu (niet alle domeinnamen eindigen op .com) </li></ul></ul><ul><ul><li>Encarta .msn.com (niet alle domeinnamen beginnen met www.) </li></ul></ul><ul><ul><li>www.bbc.co.uk (een domeinnaam die uit 4 delen bestaat ipv uit 3) </li></ul></ul><ul><ul><li>ftp .microsoft.com ( een ftp server, en dus geen webserver) </li></ul></ul><ul><li>In principe zijn alle namen mogelijk, zolang de naam bestaat uit een combinatie van twee of meer tekens. De combinatie mag bestaan uit de letters a tot en met z, eventueel aangevuld met cijfers 0 tot en met 9 of een streepje -. </li></ul><ul><li>Om een domeinnaam vast te leggen is een registratie vereist. </li></ul><ul><li>De verschillende delen van een domein worden van elkaar gescheiden door punten. </li></ul><ul><li>het meest rechtse gedeelte in een internetdomeinnaam is het topleveldomein of TLD (letterlijk hoogste-niveaudomein). </li></ul><ul><li>Een domeinnaam kan in verschillende niveaus worden opgesplitst. Zo bestaat er 'top level', 'second level', 'third level', etc. De verschillende niveaus worden aangegeven door een punt in de domeinnaam, en het level is te achterhalen door de verschillende delen van het domein van rechts naar links te lezen. </li></ul><ul><li>In het voorbeeld nl.wikipedia.org is org het top level , wikipedia is het second level en nl het third level . </li></ul>
  19. 26. <ul><li>Het Domain Name System (DNS) is het systeem en protocol dat op het internet voornamelijk gebruikt wordt om domeinnamen naar IP-adressen te vertalen en omgekeerd. </li></ul><ul><li>Een Domain Name Server (DNS- server ) is een computer - op het internet – die op deze technologie gebaseerd is. Hij maakt deze vertalingen, zodat computers niet alleen via het (onpraktische) IP-adres benaderd kunnen worden, maar ook via een hostname (computernaam). </li></ul><ul><li>het DNS systeem is een hiërarchische, gedistribueerde en redundante database, die goed onderhoudbaar is en bestand tegen groei. </li></ul><ul><li>Als je naar een bepaalde website wil, typ je in je browser de o.a. de domeinnaam in, je computer krijgt dan van een DNServer, het IP-adres en kan zo met de bedoelde website in contact komen. </li></ul><ul><li>De domeinnaam is slechts een onderdeel van de URL’s die je bovenaan in je internet-browser tegenkomt. </li></ul>
  20. 27. <ul><li>Een Uniform Resource Locator (afgekort URL ) is een label dat verwijst naar een informatiebron, bijvoorbeeld een webpagina of een ander bestand. </li></ul><ul><li>URL's zijn opgebouwd uit de volgende onderdelen: </li></ul><ul><ul><li>Een protocol. </li></ul></ul><ul><ul><li>Authenticatiegegevens, zoals een gebruikersnaam en wachtwoord. </li></ul></ul><ul><ul><li>Een domeinnaam. </li></ul></ul><ul><ul><li>Een poortnummer. </li></ul></ul><ul><ul><li>Een padnaam. </li></ul></ul><ul><ul><li>Een zgn. querystring. </li></ul></ul><ul><ul><li>Een zgn. fragmentidentifier. </li></ul></ul>URL: Uniform Resource Locator <ul><li>Het HyperText Transfer Protocol (HTTP) is het protocol voor de communicatie tussen een webclient (meestal een webbrowser) en een webserver. </li></ul>
  21. 28. <ul><li>Wanneer je naar een website surft, of wanneer je een mailtje verstuurt, gebruik je een URL. (daarin zit ergens de domeinnaam). </li></ul><ul><li>Neem bijvoorbeeld de Uniform Resource Locator (URL) http://www.howstuffworks.com . </li></ul><ul><li>Hierin herken je: “howstuffworks.com” </li></ul><ul><li>Ook het e-mail adres: [email_address] bevat dezelfde tekst. </li></ul>URL: Uniform Resource Locator
  22. 29. <ul><li>The .com, .org, .be onderdelen van domeinnamen noemt men top-level domeinnamen (ook wel ” first level ” domeinnamen . Er zijn honderden verschillende top-level domein namen zoals: .com, .org, .net, .mil, alsook unieke 2 letter combinaties voor elk land (.be). </li></ul><ul><li>In elk “top-level” bestaat er een gigantische lijst van ”second level ” domeinnamen. </li></ul><ul><li>Gekende voorbeelden uit het “ .com ”-domein zijn: </li></ul><ul><ul><li>facebook </li></ul></ul><ul><ul><li>google </li></ul></ul><ul><ul><li>msn </li></ul></ul><ul><ul><li>En miljoenen andere … </li></ul></ul><ul><li>Elke naam in het “ .com ”-domein moet uniek zijn. </li></ul><ul><li>! Google.com en google.be zijn totaal verschillende machines!!!! </li></ul><ul><li>In het geval “www. bbc.co.uk”, is “bbc.co.uk” een “third-level” domein. Men kan zo 127 “levels” gebruiken, al is meer dan 4 echt uitzonderlijk. </li></ul><ul><li>Het meest linkse woord - dikwijls “ www ”, al zijn andere ook mogelijk (bijvoorbeeld encarta) - is de “host name”. </li></ul><ul><li>De “host name” duidt één specifieke machine (met z’n eigen IP-adres) aan in een bepaald domein. In een bepaald domein kunnen er miljoenen host names zijn, zolang ze maar allemaal uniek zijn binnen dat domein. </li></ul><ul><li>Omdat alle namen in een gegeven domein uniek moeten zijn, moet er IETS/IEMAND zijn die er op toeziet dat er in de lijst geen dubbels mogelijk zijn. </li></ul><ul><li>Iedere keer als je een domeinnaam gebruikt, dan maak je gebruik van één van de DNS servers op het internet. Deze DNS-server gaat de door jouw gebruikte – en dus leesbare domeinnaam vertalen in een, door een machine te lezen, IP-adres. </li></ul>URL: Uniform Resource Locator
  23. 30. <ul><li>Het “.COM” domein kan geen dubbels bevatten. </li></ul><ul><li>De firma genaamd “Network Solutions” is verantwoordelijk voor het onderhoud van de lijst van domeinnamen op het “.COM” -domein. </li></ul><ul><li>Wanneer je een bepaalde “.COM” naam registreert dan wordt die naam bekend gemaakt aan een groot aantal DNServers, zodat als iemand deze naam intikt men kan terugvinden welk IP-adres er achter deze naam zit. </li></ul><ul><li>Wil je het IP-adres kennen van een bepaald IP-adres, dan kan je voor elk TLD terecht in de “whois”-database. </li></ul><ul><li>Ga op zoek naar de whois database voor de ccTLD ” .be ”. </li></ul><ul><li>Zoek eens uit of je kan te weten komen wie de domeinnaam ” studio100.be ”  heeft geregistreerd. </li></ul><ul><li>Kan je ook het IP-adres terugvinden? </li></ul><ul><li>Hoeveel kost het je (per jaar) als je de domeinnaam ” dirkpeeters.be ” wil registreren?   </li></ul>

×