Dromen en verlangen boekje 2010

890 views

Published on

Published in: Education
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
890
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
14
Actions
Shares
0
Downloads
2
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Dromen en verlangen boekje 2010

  1. 1. 2
  2. 2. Voorwoord 3
  3. 3. ‘Bekend maakt bemind’ In Wageningen komen veel mensen samen uit allerlei landen. Dat zie je op straat, op de markt, in winkels, op de universiteit. In dit wereldstadje met ongeveer 160 nationaliteiten, past een jaarlijks terugkerend meertalig literair festival. Als samenwerkende organisaties bieden wij graag een podium aan mensen die in hun moedertaal iets laten horen , iets van hun cultuur laten zien, in de vorm van een vers, een gedicht, een verhaal, een lied. “Meertalig literaire festival” in Wageningen is een perfecte gelegenheid om mensen uit verschillende kringen bij elkaar te brengen. Tijdens deze bijeenkomst doen zich mooie kansen voor om elkaar beter te leren kennen, ideeën met elkaar te delen en sociale cohesie te bevorderen. De middag staat onder de regie van Khalid Boudou, schrijver van ‘Het Schnitzelparadijs’. Ook hebben we dit jaar een rondetafelgesprek georganiseerd onder leiding van Jack Bogers. Daarin gaat een aantal mensen met elkaar in gesprek over gewoontes en rituelen, die te maken hebben met het dagelijks leven. Bijvoorbeeld: hoe gaan we om met familiebanden, ouderen, vriendschap en liefde, maar ook : hoe verloopt een trouwerij, een begrafenis, wat zijn de eetgewoontes, de feesten die worden gevierd? Dit alles onder het motto ‘bekend maakt bemind’, een uitspraak van Mustafa Çelik, die wij van harte onderschrijven en uitdragen. Met dank aan alle deelnemers, namens de organisatoren, 4
  4. 4. Marian Heij, coördinator Mustafa Çelik – Solidez Masood Eslami – Chip Shop Betsy Zaayer – bblthk… Greet van Erp Christ Elsten – Stichting Vluchtelingenwerk Midden Gelderland Bert van Dorsten – Het Gilde-Samenspraak Fred van der Knaap – Humanstisch Verbond PROGRAMMA Opening van het festival door Mustafa Saeed Khatermehr en Alireza Kanaklu Iraanse Muziek Jacinta Vigelandzoon Nederlands Gedicht Sharita Gopal en Sadhna Sewpersad Hindi Gedicht Mustafa Şahinturk Turks Gedicht Ruth Eisen Duits Gedicht Karim Hajji Marokkaanse Muziek Jing Hang Guan Chinees Gedicht Massimo Cavallini Italiaans Gedicht Sarah El Farri Arabisch Gedicht 5
  5. 5. Vesna Gulin Kroatisch Gedicht Mark Constandse Muziek (Bandoneon) Pauze Met lekkere hapjes Interview met Eyuo Baykus (Turks), Vesna Gulin (Kroatisch), Dora Euson(Surinaams), Daniel Jelders (Chileens) en Lucas Grus (Pools) door Jack Boogers. Lina van der Leeuw Amerikaans Lied Ansa Baykus-Wasim Urdu Gedicht Wijnand Klaver Nederlandse Gedichten Ali Hosine Iranese Muziek Saeed Khatermehr Farsi Gedicht Hindia Haji Ahmed Somalisch Lied Maria Elisabeth Thwaites Spaans Gedicht 6
  6. 6. Dora Eeuson Papiamento Gedicht Saeed Khatermehr en Alireza Kanaklu Iraanse Muziek Afsluiting 7
  7. 7. 8
  8. 8. 9
  9. 9. Jacinta Vigelandzoon Vriendschap Het onaantastbare Is het meest waardevolle Dat een mens een ander kan geven Aandacht, Er zijn, Tijd vrij maken Wederkerigheid Is de essentie Van een hechte band tussen mensen Er zijn grenzen Aan wat een mens kan geven Een mens is een mens Mooie woorden Zijn loos Als het woorden zijn Zonder inhoud Goedmakertjes Voor het niet geven Afstand Is de remedie Voor verdriet 10
  10. 10. De liefde blijft In stilte voortbestaan 2003 11
  11. 11. Sharita Gopal en Sadhna Sewpersad Gebeds liedje of versje: Om Jai Jagdish Om jai Jagdish hare Swãmi jai Jagdish hare Bhakt jano ke sankat Dãs jano ke sankat Kshañ men door kare Om jai Jagdish hare Jo dhyãve phal pãve Dukh bin se man kã Swami dukh bin se man kã Sukh sampati ghar ãve Sukh sampati ghar ãve Kasht mite tan kã Om jai Jagdish hare Mãt pitã tum mere Sharañ paðoon main kiski Swãmi sharañ paðoon main kiski Tum bin aur na doojã Prabhu bin aur na doojã Ãs karoon main jiski Om jai Jagdish hare 12
  12. 12. Om jai jagdish hare 13
  13. 13. Sharita Gopal en Sadhna Sewpersad Gebeds liedje of versje: Om Jai Jagdish O, Heer van het hele heelal! Machtige Heer van het hele heelal, al onze kwellingen zijn U toegewijd. Al onze smarten zijn U toegewijd. Ontneem ons alle zorgen, o, Heer van het hele heelal. Hij, die is ondergedompeld in devotie, hij plukt de vruchten van Uw liefde. Heer, hij plukt de vruchten van Uw liefde, zwevend op een wolk van comfort, zwevend op een wolk van comfort, vrij van alle wereldse problemen. O, Heer van het hele heelal! Gij zijt Moeder en Vader. Aan Uw voeten zoek ik eeuwige waarheid, Heer, aan Uw voeten zoek ik eeuwige waarheid. Er is niemand anders dan U, Heer. Er is niemand anders dan U, Heer. 14
  14. 14. U, Hoeder van al onze hoop, O, Heer van het hele heelal. 15
  15. 15. Mustafa Şanhinturk Birliğe Ulaş Beri gel, daha beri, daha beri. Bu yol vuruculuk nereye dek böyle? Bu hır gür, bu savaş nereye dek? Sen bensin işte, ben senim işte. Ne diye bu direnme böyle, ne diye? Ne diye aydınlıktan kaçar aydınlık, ne diye? Topumuz bir tek olgun kişiyiz, bir tek, ne diye böyle şaşı olmuşuz, ne diye? Zengin yoksulu hor görür, ne diye? Sağ soluna yan bakar, ne diye? İkisi de senin elin, ikiside, peki, kutlu ne, kutsuz ne? Topumuz bir tek inciyiz, bir tek. başımız da tek, aklımız da tek. Ne diye iki görür olup kalmışız iki büklüm gökkubbenin altında, ne diye? Sen habire gevele dur bakalım, habire 'usul boylu birlik çam ağacı' de, sonu nereye varır bunun, nereye? 16
  16. 16. Şu beş duyudan, altı yönden varını yoğunu birliğe çek, birliğe. Kendine gel, benlikten çık, uzak dur, insanlara karıl, insanlara, insanlarla bir ol. İnsanlarla bir oldun mu bir madensin, bir ulu deniz. Kendinde kaldın mı bir damlasın, bir dane. Erkek arslan dilediğini yapar, dilediğini. Köpek köpekliğini ede durur, köpekliğini. Tertemiz can canlığını işler, canlığını. Beden de bedenliğini yapar, bedenliğini. Ama sen canı da bir bil, bedeni de, yalnız sayıda çoktur onlar, alabildiğine, hani bademler gibi, bademler gibi. Ama hepsindeki yağ bir. Dünyada nice diller var, nice diller, ama hepsin de anlam bir. Sen kapları, testileri hele bir kır, sular nasıl bir yol tutar, gider. Hele birliğe ulaş, hır gürü, savaşı bırak, can nasıl koşar, bunu canlara iletir. Mevlana Celaleddin Rumi 17
  17. 17. 18
  18. 18. Mustafa Şanhinturk Kom tot verbinding Kom, kom dichterbij. Dichterbij! Woekerwinst en buit: hoe lang nog? De ruzie, de oorlog, hoe lang nog? Jij bent ik en ik ben jij. Waarom deze weerstand? Waarom verdwijnt er licht uit het licht? We komen allemaal van dezelfde geest, onze hersenen en hoofden ook. Waarom zien wij dat niet, waarom? De rijken vernederen de armen, waarom? Rechts kijkt met een vreemde blik naar links, waarom? Beiden zijn aan je eigen hand, allebei, Zeg maar, wat is noblesse en wat is dat niet? Samen zijn wij één parel, slechts één. Wij zijn één, met hoofd, met één verstand. Waarom blijven wij steken in het wij en het zij? Onder de koepel van de hemel groeit een kloof, waarom? Steeds weer vertel je waanzin, zoals “ regels lengte samen dennenboom ” Waartoe dient die, waartoe? 19
  19. 19. Vijf zintuigen, zes aanwijzingen brengen het zelf naar het land der Vereniging. Wees helder bewust, verlaat je ego en neem afstand. Toon interesse voor iedereen en verbind je met hen. Steeds als je met iemand je verenigt, ben je een oceaan. In je eentje slechts een druppel, een korrel graan. Een leeuw doet wat die wil, wat die wil. De hond gedraagt zich als een hond. Een schone geest werkt aan de schoonheid. Het lichaam doet zijn werk. Geloof dat alle geesten één zijn. Geloof dat alle lichamen één zijn, Net als amandelen, duizenden tegelijk. Als olie gedeeld door allen. In de wereld zijn er veel talen, zoveel. Ze hebben maar één betekenis: als de beker breekt, mag het water weer samen stromen. Verenig je dus met iedereen, laat ruzie, stop oorlog. Zie hoe de geest verder spoedt om dit door te vertellen aan andere geesten. Mevlana Celaleddin Rumi 20
  20. 20. 21
  21. 21. Elsa Eisen Herbstfärbung Die Sommerzeit, sie ist vorbei, mit ihr die Blütenzeit, die Blumenpracht, der Herbst kommt schleichend übernacht. Das viele Grün hat er nun satt, bunt färbt er kurzerhand das Blatt. Malerisch, bezaubernd schön, kann man die Bäume, Sträucher sehn. In bunten Farben, rot, gelb, braun, ein Genuss für’s Auge anzuschau’n. Leider ist von kurzer Dauer diese Pracht. Der Herbstwind braust, und übernacht sind die Bäume kahl und leer. Die bunten Blätter sind nicht mehr. Doch in der Wurzel steckt die Kraft, die neues Leben wieder schafft. Des Menschen Herz ist traurig gestimmt, weil der Sommer nun Abschied nimmt. Doch nach der kalten Winterzeit ist der Frühling nicht mehr weit. 22
  22. 22. Herfst Het gedicht van mijn moeder Elsa Eisen (Zuid Duitsland) gaat samengevat over de vergankelijkheid van de natuur als symbool voor het menselijk leven. De zomer met al zijn mooie bloemen en genot wijkt voor de kleurenpracht van de herfst. Stevige stormen blazen echter in de nacht de bomen kaal. Wat blijft is de kracht die in de wortel schuilgaat en het vertrouwen dat na elke winter weer een nieuwe lente komt. Jing Hang Guan 23
  23. 23. Op de Stork Toren De zon is ver achter de bergen. De gele rivier vloeit naar zee. Om verder zicht te kunnen kijken, moet je een stap hoger in de toren. 24
  24. 24. Massimo Cavallini 25
  25. 25. Sarah El Farri Dima kantmena nensak walakin 9albi kayfekarni fik , ana 9albi mat nsa alayaam ana mabghit nerja3lik li baynatna koulchi fate, ila kanet ghalta mandichi 3liha neghdeb o nweli lik, bel7a9 ntina bi3ti 7obi o gonti 3ahdi ntina kedab o ana ba9a mtiy9a fik, ana nfedal jra7 o manwelichi lik!!!! Ik had altijd gehoopt je te kunnen vergeten, maar mijn hart staat dat niet toe. Mijn hart is diep gekwetst. Vergeet maar de leuke tijd die we samen hebben beleefd. Ik wil niet meer terug naar jou! Alles wat tussen ons was, is voorbij! Als het verkeerd is wat ik zeg, dan keer ik op mijn schreden terug, dan zie ik deze misstap door de vingers. Maar ik zie het niet verkeerd, want jij bent mij vergeten en hebt iemand anders mijn plaats in je hart laten innemen. Ik neem liever de pijn voor lief, dan terug te keren naar jou!!!! 26
  26. 26. Vesna Gulin NE ZAPOCINJI SVADJU Ne zapocinji svadju Svadja pravi buku Buka kida zivac Zivac vuce noz Noz sijece glavu Glava ima brata Brat trazi svadju Ne zapocinji GEEN RUZIE BEGINNEN Geen ruzie beginnen. Ruzie maakt herrie. Herrie knipt een zenuw door. Die zenuw trekt aan het mes. Het mes hakt een hoofd af. Het hoofd heeft een broer. Die broer zoekt weer ruzie: Niet beginnen. Vesna Gulin 27
  27. 27. Vesna Gulin ZADNJA LJUBAVNA RIJEC U bolnici, u tudjoj zemlji. Nije li bila sudbina da se dvoje davnih ljubavnika sretnu ostarjeli u prepunoj ambulanti pred vratima lijecnika? Ona nista ne vidi niti s ocalima, on ne moze sjesti od boli u kuku. Razmislja, koje im bijahu zadnje rijeci, nekoc? Prva je usla lijecniku i vise se nije vratila. On je izmislio zadnju rijec i napustio bolnicu ozdravljen. HET LAATSTE LIEFDESWOORD In een ziekenhuis, in een vreemd land- Wilde het lot dat twee geliefden van weleer en bejaard nu elkaar zouden ontmoeten in een overvolle kliniek, voor de deur van een dokter? Zij zei niets, ondanks haar bril. Hij kon niet zitten van de pijn in de zij. Hij dacht na – wat waren hun laatste woorden, ooit, lang geleden? Zij ging als eerste bij de dokter naar binnen, 28
  28. 28. maar kwam niet meer terug. Hij verzon het laatste woord en verliet hersteld het ziekenhuis. Slavko Mihalic 29
  29. 29. Lina van der Leeuw Amazing grace Amazing grace, how sweet the sound That saved a wretch like me I once was lost, but now I'm found Was blind, but now I see 't Was grace that tought my heart to fear And grace my fears relieved How precious did that grace appear the hour I first believed Through many dangers, toils and snares I have already come It's grace that brought me save thus far and grace will lead me home Amazing grace, how sweet the sound That saved a wretch like me I once was lost, but now I'm found was blind, but now I see Was blind, but now I see! 30
  30. 30. Lina van der Leeuw Geweldige genade Geweldige genade, hoe zoet is het geluid Dat een zondaar als ik redde. Ooit was ik verloren, maar nu ben ik gevonden. Ik was blind, maar nu kan ik zien Het was genade die mijn hart leerde te vrezen En genade die mijn angsten verlichtte. Hoe wonderlijk openbaarde zich die genade Het uur dat ik voor het eerst geloofde. Door vele gevaren, moeiten en valkuilen Ben ik al gegaan. Het is genade die me veilig zover bracht En genade zal me thuisbrengen. Geweldige genade, hoe zoet is het geluid Dat een zondaar als ik redde. Ooit was ik verloren, maar nu ben ik gevonden. Ik was blind, maar nu kan ik zien. Ik was blind, maar nu kan ik zien! 31
  31. 31. Ansa Baykus-Wasim 32
  32. 32. Ansa Baykus-Wasim Een Ik weet niet wie ik ben. Ik ben geen gelovige op weg naar de moskee, noch een goddeloze. Ik ben niet schoon, niet vuil, geen Mozes en geen Farao. Ik weet niet wie ik ben. Ik ga niet om met zondaars, noch met heiligen. Ben gelukkig noch ongelukkig. Ik behoor niet tot ‘t water, noch de aarde, ook niet ‘t vuur of lucht. Ik weet niet wie ik ben. Ook ken ik niet het wonder van religie. Ik stam niet af van Adam, niet van Eva. Ik gaf mezelf geen naam. Hoor niet bij hen die smeken en die bidden, noch bij die verdwaalden. Ik weet niet wie ik ben. Ik was er in ’t begin, ik zal er zijn aan ’t eind. Ik ken niemand anders dan de Ene. Wie kan er wijzer zijn dan Bulleh Shah? Wiens Meester zal me steeds behoeden? 33
  33. 33. Ik weet niet wie ik ben. 34
  34. 34. Wijnand Klaver TREMOLO Tussen aloës, cacteeën, zingt hij zijn lied, een jeremiade van verdriet. Melodie gebaard uit weeën rilt zijn gitaar; een klankmyriade klaagt om haar. Zij heeft ogen, zwarte zeeën, zwelgende vloed en als een tornado jaagt haar bloed. Twee ivoren orchideeën staan in het haar, een zwarte cascade vol gevaar. Zijn haar kussen Elyseeën, zo warm en rond, vol Amontillado is haar mond. 35
  35. 35. Tussen hoge Pyreneeën gaapt haar ravijn zo glanzend als jade, donkere wijn. Daarom dragen zij getweeën, hij, zijn gitaar, een klaagserenade op aan haar. 36
  36. 36. Wijnand Klaver HARTSVRIENDEN (1) Toen ik schiep “Tussen aloës, cacteeën, zingt hij zijn lied, een jeremiade van verdriet”, was ik toen dichter bij Uw verlangen dat met mij wandelde in de hof, onze hemel in de ochtend, en bent U nu verder met mijn verwachting van Uw komst, of dragen wij getweeën nog steeds “een klaagserenade op aan HAAR”? HARTSVRIENDEN (2) Toen Ik schiep de hemel en de aarde en de wateren onder de aarde en de hof, jouw hemels paradijs en je vrouw Eva, was Ik toen dichter bij je verlangen dat met Mij wandelde in de avondkoelte, en ben jij nu verder met je verwachting van Mijn komst, en dragen Wij getweeën nog immer het loflied op aan HEM....?! 37
  37. 37. Saeed Khatermehr 38
  38. 38. 39
  39. 39. Saeed Khatermehr 40
  40. 40. Saeed Khatermehr 41
  41. 41. Saeed Khatermehr 42
  42. 42. 43
  43. 43. Saeed Khatermehr 44
  44. 44. Saeed Khatermehr 45
  45. 45. Saeed Khatermehr 46
  46. 46. Saeed Khatermehr 47
  47. 47. 48
  48. 48. Hindia Haji Ahmed BAAQA NABADA Donayaayoo doonayaa, nabad-nabad nabadaan doonayaa daa' imoow Allahayoow, daa'imoow Allahayoow noo daryeeloo Dalkeenoo nabad nabad ah, dadkeeno nabad nabda ah Dalkeenoo nabad nabad ah, dadkeeno nabad nabda ah Doonayaayoow dadoow dadoow duul Alloow soo duceeya aamiin aamiin Doonayaayoo doonayaayoo, nabad nabad nabadaan doonayaa Nolol daacadeedoo lagu wadadegaa baan doonayaa Dalkeenoo nabad nabad ah, dadkeeno nabad nabda ah Dalkeenoo nabad nabad ah, dadkeeno nabad nabda ah Doonayaayoow dadoow dadoow duul Alloow soo duceeya aamiin aamiin Doonayaayoo doonayaayoo, nabad nabad nabadaan doonayaa 49
  49. 49. Qabiilkoon dabar gooynoo danta guud lagu dadaalaan doonayaa doonayaa Dalkeenoo nabad nabad ah, dadkeeno nabad nabda ah Dalkeenoo nabad nabad ah, dadkeeno nabad nabda ah Doonayaayoow dadoow dadoow duul Alloow soo duceeya aamiin aamiin 50
  50. 50. Hindi Haji Ahmed Oproep voor vrede Ik wil graag vrede, vrede, vrede. Moge Allah ons zegenen. Vrede, vrede voor ons land, vrede voor ons volk. Vrede, vrede voor ons land, vrede voor ons volk. Bidden voor ons land, voor vrede, amen, amen. Ik wil graag vrede, vrede, vrede. Ik wens een goed en rechtvaardig bestaan voor iedereen. Vrede, vrede voor ons land, vrede voor ons volk. Vrede, vrede voor ons land, vrede voor ons volk. Bidden voor ons land, voor vrede, amen, amen. Ik wil graag vrede, vrede, vrede. Wij willen geen stamverdeling meer, 51
  51. 51. maar ‘t algemeen belang voor ons volk. Vrede, vrede voor ons land, vrede voor ons volk. Bidden voor ons land, voor vrede, amen, amen. 52
  52. 52. Maria Elisabeth Thwaites El otoño a llegado El otoño a llegado Dias grises y nublados los dias lluviosos han comensado y la hora a cambiado. El otoño a llegado y las hojas se han secado sopla el viento y las hojas caen lentamente en un momento Las las hojas caen sobre las setas comemos castaña comemos granada comemos de todo hasta manzanas llueve en toda holanda y el tiempo nos hacompaña El sol se escondio y la lluvia volvio las hojas se cayeron por que de color maron se volvieron. Las chaquetas volvieron y los bañadores se fueron. 53
  53. 53. Maria Elisabeth Thwaites De herfst is binnen gekomen De herfst is binnen gekomen. De dagen zijn grijs en donker. Het begint te regenen. en het uur is gewijzigd. De herfst is binnengekomen. De bladeren zijn gedroogd. De wind waait hard. De bladeren vallen op de paddenstoelen. Wij eten kastanjes. Wij eten granaatappels. Wij eten alles en ook appels. Het regent in heel Nederland. De herfst houdt ons vast. De zon gaat weg en de regen keert weer. De bladeren vallen. Omdat ze bruin zijn geworden. De warme jassen zijn terug En de bikini’s zijn verdwenen. 54
  54. 54. Dora Eeuson Kompa Nanzi I e baka pintá Shon Arei tabatin un tereno grandi, ku tabata yen di bringamosa. Nada e no por hasi ku e tera. P'esei el a bai buska un hende, ku ker a rosa e luga. Esun ku por rosa e tera, sin grawata su kurpa, lo hana un baka grandi i gordo. Ma esun ku grawata, lo mester kaba su bida na palu di horka. Ningun hende no ker a bai purba. Tur tin gana di hana e baka, ma ora nan korda so, ku kasi sigur Shon Arei lo laga horka nan, nan ta laga e kos ei para. Nanzi tambe a pensa e kos ei masha bon. Te un dia e no por a wanta mas. El a konta Shi Maria, ku awe lo e bai purba su suerte. Shi Maria a yora: "Nanzi, nunka mas lo mi weta bo. Ta kon bo tin asina gana di kos? Laga e baka keda na su luga." Ma Nanzi tabata terko, el a bai tog. Yegando palasio, Shon Arei a lague bini serka dje. E ker a mira e hende ku a bin buska su morto. Shon Arei a hari chikichiki, ora el a mira Nanzi. Sin embargo e di kune: "Ta gana di muri bo tin? Ni bieu bo no ta." "No, Shon Arei, mi no tin gana di muri, ni lo mi no muri tampoko. Ma e baka si lo mi hana. Mi tin un fabor si di pidi Shon Arei. Prome ku mi rosa e tera, lo mi ke skohe mi baka. Mi ta spera ku Shon Arei lo no tin nada kontra." "Wel, no, Nanzi. Sigui mi." 55
  55. 55. Nanzi a kana bon mucha tras di Shon Arei, te ora nan a keda para dilanti di algun baka bunita i gordo. "Shon Arei, lo mi por hana esun bunita aki?" Nanzi a mustra un baka gordisimo i tur pinta. "Sigur no, Nanzi, ta bon. Mira pa bo gana e baka, tende! Hasi bo best!" Un kopra a bin buska Nanzi p'e rosa e tera. Nanzi a kuminsa traha, ma e bringamosanan a dun'e masha gana di grawata su kurpa. El a hisa kara mira di banda p'e wak e kopra. Esaki tabata wak e bon. Poko mas aleu el a mira su baka. "Kopra, kopra, bo sa ta kua baka ta pa mi? Ta esun ku tin un mancha aki, un mancha aya, un mancha p'aki, un mancha p'ei." Turesten Nanzi tabata grawata na su smak e luganan ku e ta mustra. Kada be ku e ta sinti ku e mester grawata, e ta mustra e kopra kaminda e baka ta pinta. Den menos ku mei ora el a rosa e tereno. E kopra i soldanan mester a deklara ku Nanzi no a grawata su kurpa niun ora so. Nan no a kompronde, ku ta grawata Nanzi tabata grawata, kada be ku e ta papia ku nan. Asina Nanzi a gana su baka grandi i gordo. Kantando kontentu na bos haltu el a bolbe kas. Shi Maria i e yunan a kore bin kontr'e. Nan a bras'e, sunchi e ku masha grasia. Tur e tempu nan tabatin miedu, ku nunka mas nan lo no mir'e. P'esei nan a grita: "Biba Papa Nanzi!" 56
  56. 56. Dora Eeuson Nanzi en de gevlekte koe De koning had een groot stuk grond vol brandnetels. Hij kon er niets mee beginnen. Daarom ging hij op zoek naar iemand die de plek wilde wieden. Wie het stuk land kon schoonmaken zonder zich te krabben, zou een grote vette koe krijgen. Maar wie zich krabde, zou zijn leven aan de galg eindigen. Niemand durfde het aan. Ze wilden wel allemaal de koe krijgen, maar als ze er alleen al aan dachten, dat de koning hen zo goed als zeker zou laten ophangen, zagen ze ervan af. Ook Nanzi dacht erover na. Totdat hij het op een dag niet langer kon uithouden. Hij vertelde aan Shi Maria dat hij van daag een gokje zou gaan wagen. Shi Maria huilde: ‘Nanzi, nooit zal ik je meer terugzien. Hoe kun je toch zo hebberig zijn? Laat die koe toch waar ze is.’ Maar Nanzi was koppig: hij ging toch. Toen hij bij het paleis kwam, liet de koning hem bij zich komen. Hij wilde de man wel eens zien die zijn dood kwam opzoeken. De koning lachte in zijn vuistje toen hij Nanzi zag. Maar hij zei tegen hem: ‘Heb je nu al zin om dood te gaan? Je bent nog niet eens oud.’ ‘Nee, meneer de koning, ik heb geen zin om te sterven en ik ga ook niet dood. Maar die koe zal ik krijgen. Alleen moet ik U om een gunst vragen, meneer de koning. Voordat ik de grond schoonmaak, zou ik mijn koe willen uitkiezen. Ik hoop dat U daar niets op tegen hebt.’ ‘Nee hoor, Nanzi,’ zei de koning. ‘Kom maar mee.’ Nanzi liep braaf achter de koning aan, totdat ze bleven staan bij een paar mooie, vette koeien. 57
  57. 57. ‘Meneer de koning, zou ik deze mooi kunnen krijgen?’ Nanzi wees een enorm dikke koe aan, die helemaal gevlekt was. ‘Natuurlijk, Nanzi, het is goed. Zorg dat je de koe verdient, hè? Doe je best!’ Een korporaal kwam Nanzi halen om de grond schoon te maken. Nanzi begon te werken, maar de brandnetels bezorgden hem veel jeuk zodat hij zin kreeg om zich te krabben. Met een schuin oog keek hij naar de korporaal. Deze hield hem goed in de gaten. Een eindje verderop zag hij zijn koe staan. ‘Korporaal,’ zei Nanzi, ‘weet je welke koe voor mij is? Het is die ene met een vlekje hier, een vlekje daar, een vlekje hier, een vlekje daar.’ Terwijl hij dat zei, krabde Nanzi zich naar hartenlust op de plekken die hij aanwees. Elke keer dat hij zo’n jeuk had dat hij zich moest krabben, wees hij de korporaal de plekken aan, waar de koe gevlekt was. Binnen een half uur had hij het stuk grond gewied. De korporaal en de soldaten móésten wel verklaren dat Nanzi zich geen enkele keer gekrabd had. Ze begrepen niet dat elke keer als Nanzi met hen praatte, hij zich ook aan het krabben was. Zo verdiende Nanzi zijn dikke vette koe. Vrolijk zingend ging hij naar huis. Shi Maria en de kinderen renden hem tegemoet. Ze omhelsden en zoenden hem hartelijk. Zij waren al die tijd bang geweest dat zij hem nooit meer terug zouden zien. Daarom riepen ze: ‘Leve Papa Nanzi!’ 58
  58. 58. 59
  59. 59. 60

×