Spelen met Vuur<br /> <br />Atheïsme als spel met religie.<br />Klaas Hendrikse<br />Zou mezelf graag enigszins speels int...
Spelen met Vuur_nov2010_lezing Klaas Hendrikse
Spelen met Vuur_nov2010_lezing Klaas Hendrikse
Spelen met Vuur_nov2010_lezing Klaas Hendrikse
Spelen met Vuur_nov2010_lezing Klaas Hendrikse
Spelen met Vuur_nov2010_lezing Klaas Hendrikse
Spelen met Vuur_nov2010_lezing Klaas Hendrikse
Spelen met Vuur_nov2010_lezing Klaas Hendrikse
Spelen met Vuur_nov2010_lezing Klaas Hendrikse
Spelen met Vuur_nov2010_lezing Klaas Hendrikse
Spelen met Vuur_nov2010_lezing Klaas Hendrikse
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Spelen met Vuur_nov2010_lezing Klaas Hendrikse

612 views

Published on

Atheïsme als spel met religie, lezing van Klaas Hendrikse tijdens 'Spelen met vuur'.

Published in: Spiritual
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
612
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
40
Actions
Shares
0
Downloads
11
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Spelen met Vuur_nov2010_lezing Klaas Hendrikse

  1. 1. Spelen met Vuur<br /> <br />Atheïsme als spel met religie.<br />Klaas Hendrikse<br />Zou mezelf graag enigszins speels introduceren, maar dat zal niet meevallen, want ik sta aangekondigd als “predikant in de PKN”,<br />en dat belooft spelenderwijs weinig goeds. De godsdienst is daar een ernstige zaak.<br />Dat bleek maar weer eens tijdens de laatste synodevergadering,<br />waarin een dag lang is gesproken over God.<br />Citaat uit de gespreksnotitie, die uiteindelijk unaniem werd goedgekeurd: ‘..waar het om verkondiging en dienst gaat, kan over God niet alles gezegd worden. (..) <br />Grenzen zijn er ter wille van het heil en daarmee van de ware menselijkheid. <br />Die is immers gegeven met het genadige ja-woord van God tot in zichzelf verloren mensen. <br />God heeft zich ons lot aangetrokken door Jezus Christus. <br />Hij heeft ons bevrijd van de duistere machten. <br />Wie dat – in zijn/haar kerkelijke dienst – ontkent, laat toe dat de schaduw over het leven komt.<br />In de wandelgangen werd deze strofe een ‘vermanende knipoog’ in de richting van Hendrikse genoemd.<br />Dat lijkt me een te speelse kwalificatie.Het is evengoed te beschouwen als een spijkerharde beschuldiging, en niet alleen aan mijn adres: wie ontkent dat God ons heeft bevrijd van de duistere machten, laat toe dat de schaduw over het leven komt<br />en hoort hier niet thuis.<br />Ik vind dat, en dan druk ik me zo diplomatiek mogelijk uit,<br />getuigen van een weinig pastorale houding: elke dag vallen er schaduwen over mensenlevens, ook over die van trouwe PKN-gelovigen.<br />De synode besloot unaniem dat er maar één juiste manier geloven is, en dat is de manier zoals die in het rapport ‘Spreken over God’ is verwoord. Daarmee is, in de definitie van André Droogers, <br />alle speelsheid verdwenen.<br />Hij omschrijft het spel (juist) als: ‘verschillende repertoires tegelijkertijd uitproberen’. En hij voegt er aan toe:<br />In het spel draait alles om zachte macht, die alleen uit is op voortgang van het spel, op mogelijkheden van zingeving en voortgang van het leven. Tegenover de zachte macht staat de doelmacht die zichzelf wil handhaven. In religies gebeurt dat door een priesterkaste als hoeder van de absolute waarheid.<br />Ik zou het niet beter kunnen zeggen.<br />In termen van spel en macht is er nog wel wat meer over te zeggen. Spel en macht staan tegenover elkaar.<br />Ik citeer even vrij uit wat AD daarover heeft geschreven en gezegd:<br />(zoals hij deed tgv de oratie van Cees van der Kooij in 2008. En in: Secularisatie, een vloek voor de kerk, een zegen voor religieuze flexibiliteit.)<br />Macht heeft te maken met het sturen van andermans gedrag.<br />Kerkelijk machthebbers beroepen zich vaak op een legitimatie van hogerhand die ze roeping noemen. Zij nestelen zich tussen God en de gelovige in, resp. richten namens God het woord tot de gelovige.<br />Dat woord is –krachtens haar goddelijk gezag- al snel een machtswoord: zo dien je te geloven. De institutie pretendeert de macht van God te vertegenwoordigen en kent zich het recht toe het godsbeeld in te vullen. Eén stapje verder en de institutie God schept naar haar eigen beeld en gelijkenis.<br />Zo kan uiteindelijk een godsbeeld ontstaan dat verdacht veel kenmerken vertoont van de institutie en haar bestuurderen. En zo kan een machtig instituut een machtige God creëren.<br />Een almachtige zelfs.<br />Bij dat begrip almacht -het tegendeel van speelsheid-<br />wil ik iets langer stilstaan. De kerk ligt zwaar onder vuur.<br />En dat heeft daar m.i. alles, of heel veel, mee te maken. Herhaalde onderzoeken tonen aan dat mensen in deze tijd niet minder gelovig worden/zijn, maar dat ze niet meer kunnen geloven wat er in kerken over God wordt beweerd.<br />Dat is waarschijnlijk al veel langer het geval,maar na twee wereldoorlogen was ‘de maat vol’, en begonnen mensen massaal de kerk uit te lopen. Hoe/Wat is er fout gegaan?<br />Het woord almacht komt van het Hebreeuwse woord “sjaddaj”. Eigenlijk is dat onvertaalbaar, maar “almachtig” is wel erg ver uit de buurt. Martin Buber vertaalde het met “Der Gewaltige”: <br />de geweldige, de aangrijpende, iets waar je (bij wijze van spreken) U tegen zegt. Het woord sjaddaj wordt wel gebruikt voor een berg: <br />machtig indrukwekkend, daar kun je niet omheen, geweldig. <br />Daar kom je ook uit als je probeert een naam te geven aan wat er met en tussen mensen kan gebeuren, dat er zoiets bestaat als vriendschap, als trouw: geweldig! Oorspronkelijk moet sjaddaj dan ook een ervaringswoord zijn geweest. De latere kerkelijke theologie nam het in beslag om God op te tuigen tot een wezen dat alles kan. “Almachtig” werd een goddelijke eigenschap en God een supermogendheid: De Almachtige. Vanuit het oogpunt van macht was dat een goeie zet, religieus gesproken was het niet slim. Er waren genoeg goede voorbeelden voorhanden.<br />Even terug naar vroeger: Wat zouden mensen pakweg 4/5000 jaar geleden gezien hebben als zij om zich heen keken? <br />Net zoiets als wat wij nu op het journaal zien: elkaar bestrijdende stammen en volken, het recht van de sterkste, mensen die elkaar naar het leven staan, bedriegerij, haat en nijd. Ofwel: overal goed en kwaad, de wereld als een strijdtoneel van goede en kwade krachten die elkaar bestrijden. Als je van die krachten machten maakt, of goden, dan ben je bij het begin van godsdienst: goden van goed en kwaad, van licht en duisternis, <br />die elkaar bestreden zoals mensen dat doen. <br />Mensen zagen die vroeger niet op de televisie, maar buiten: <br />in de natuur, in zon en maan, in droogte en regen, in dag en nacht, enz.<br />Kennelijk kwam er niemand op het idee dat er ergens een God in z’n eentje aan het roer zit die het zo bedoeld heeft ..<br />We zien het bij de oude Egyptenaren: cyclus van de zon, stralend overdag, in gevecht ’s nachts. En we zien het ook bij de oude Perzen: vechtende goden van licht en duisternis.<br />Dat mag in onze ogen ‘primitief’ zijn, met evenveel recht is het te beschouwen als godsdienst in zijn oorspronkelijkste en zuiverste vorm: de god die vandaag wint, is morgen de verliezer, en andersom. Goede en kwade goden zijn nooit uitgevochten. <br />Het ons vertrouwde idee van één God was aanvankelijk niet aan de orde. Dat zien we ook in de bijbel: Het volk Israël hield er –naast JHWH- vele goden op na. Vooral de Baäls waren populair. De bijbel noemt dat afgoderij, maar het is natuurlijk maar net vanuit welke hoek je kijkt. Het idee van één God, een zgn. opperwezen, is van later. Dat ontstond pas toen er grootmachten ontstonden:<br />grote landen die anderen overheersten.<br />Heel kort samengevat: goddelijke opperwezens zijn altijd nauw verbonden met menselijke grootheidswaanzin. In termen van vandaag: géén almachtige god zonder mensen die denken dat ze machtig zijn.<br />De oude Grieken doorzagen dat:<br />*Politiek/Bestuurlijk: “Wachters” in plaats van dictators (je moet mensen niet te machtig maken); stad-staten ipv een groot rijk; constante oorlog tussen Athene en Sparta; dan eens winnen, dan eens verliezen, geen mens die zou denken aan almacht.<br />*Religieus: meerdere goden die samen het zogenoemde “pantheon” vormden. <br />De macht was gedeeld, iedere god had een eigen specialisme en begrensde macht. Zeus was de oppergod. Hij kon wel veel, maar niet alles wat de anderen konden. <br />En de fout die de kerk later zou maken, maakten de Grieken niet: in één God werden geen onverenigbare eigenschappen verenigd.<br />Goed en kwaad bleven apart. Ofwel: de vraag naar het mysterie van goed en kwaad werd niet beschouwd als een probleem dat opgelost moest worden. Heel wijs: sommige dingen weet je gewoon niet. Veel mooier en zuiverder ook: En eigenlijk is het dat nòg.<br />Wie om zich heen kijkt, of in de spiegel, ziet dat dat nog steeds zo is: het kwaad blijft de kop opsteken, laat zich niet eenmalig verslaan of definitief overwinnen.<br />Kijk maar naar je eigen gevecht met goed en kwaad. Is dat ooit definitief opgelost? Ik mag toch hopen van niet. Want je kunt nog zo’n goeierd of zo’n engerd zijn, je bent en blijft een onnavolgbaar mengsel van goede en kwade neigingen. Alsof er tegengestelde krachten in jou en mij werkzaam zijn. <br />Zie ook bijbel:<br />Jakob & Ezau, Kaïn & Abel, De VZ+broertje, broertjes, of tweelingen, één goeie en één kwaaie, zij verbeelden de tweespalt die in elk mens te vinden is, alsof een mens verdeeld is in twee helften: een goeie en een kwade.<br />We zijn ermee opgegroeid, maar wie zou uit zichzelf op het idee komen dat er maar 1 god is, en geen 2, goed en kwaad, die het met elkaar aan de stok hebben en even sterk zijn?<br />Op dat idee kun je alleen maar komen als je de macht in handen hebt.En zo geschiedde toen de kerk verscheen.<br />Het was de tijd van het grote Romeinse Rijk met een almachtige keizer aan het hoofd. Ik schets het nu even kort en ietwat romantisch: de kerk werd verliefd op de keizer.<br />Of het andersom ook zo was, is nooit opgehelderd,<br />maar zij werd niet afgewezen. De deuren gingen open naar menselijke grootheidswaanzin, en zo kon God almachtig worden.<br />Het is wat mij betreft de grootste blunder uit de kerkgeschiedenis.<br />Daar moet ik wel bij zeggen dat als die blunder niet was gemaakt,<br />er misschien wel helemaal geen kerkgeschiedenis was geweest. Als ik de blunder mag omschrijven: God werd een goede/liefdevolle god die het kwade kan voorkomen, maar het niet doet.<br />Het was en is op voorhand onoplosbaar: als God het kwaad niet kan voorkomen, is hij niet almachtig. En als hij het wel kan, maar niet doet, is hij een sadist. Almacht en goedheid gaan niet samen, <br />en dat is precies waar de kerk zichzelf de das mee omdeed: <br />die twee tegenstrijdige eigenschappen werden aan God toegekend. <br />Eeuwenlang liep het op rolletjes: De macht van het kerkelijk instituut en de almacht van God liepen tot en met de Middeleeuwen hand in hand. Inquisitie en kerkelijke tuchtprocedures waakten ervoor dat er geen individuen vrij rondliepen die probeerden buiten de lijntjes te kleuren.<br />Het vervolg in het kort: Na de ME kwam de Verlichting,<br />20e eeuw, 2 Wereldoorlogen > God is dood-theologie - massale leegloop.<br />2010: De kerk en haar almachtige god liggen op apegapen.<br />Theologen hebben nog geprobeerd te redden wat er te redden viel:<br />Almacht werd afgezwakt tot “weerloze overmacht”, <br />of “zwakke krachten die uiteindelijk zullen overwinnen”. <br />Slappe thee, geschonken door theologen die met hun rug tegen de muur staan, die donders goed weten dat er niets te redden valt,<br />maar het niet durven toe te geven omdat ze daarmee ook <br />het kleed onder hun machtspositie wegtrekken. Of, erger nog, <br />het kleed onder hun eigen identiteit zou worden weggetrokken.<br />Ze zitten er nog en doen gewoon hun werk. Natuurlijk, het zijn ook gewoon mensen.<br />Maar de rest van de mensheid laat zich door hen niet overtuigen.<br />Dat is wel gebleken, want de uittocht uit de kerk <br />gaat tot op de dag van vandaag onverminderd door.<br />Voor veel mensen betekent het afscheid van almacht <br />ook het afscheid van God en kerk. <br />Ik juich die ontwikkeling toe, niet alleen als atheïst, maar ook als predikant: liever geen kerk dan een kerk waarin tegen beter weten in wordt volgehouden wat onmogelijk is.<br />Wat we nu zien / synode, enigszins gechargeerd, is dat een instituut dat al lang niet meer almachtig is, zich nog als almachtig gedraagt. Of, milder: niet in staat is de bakens te verzetten.<br />Of, erger: machteloos toeziet hoe mensen massaal vertrekken.<br />En hoe de kloof tussen binnen en buiten/kerk en wereld,<br />almaar groter wordt.<br />De reactie is omgekeerd aan wat je zou verwachten: de deuren naar buiten gaan niet open, maar de grenzen tussen binnen en buiten worden juist angstvallig bewaakt.<br />Zo kan anno 2010 een synode met droge ogen beweren<br />dat grenzen er zijn ter wille van het heil.<br />Dat wil zeggen: Wij –hier in de bossen van Lunteren in vergadering bijeen- bepalen wat heil is en wat de grenzen zijn.<br />Een lid van de commissie die de gespreksnota had voorbereid,<br />verwoordde het machtswoord aldus:<br />(ik citeer het ND) <br />De kerk kan zich 'de luxe niet permitteren dat mensen <br />de ruimte nemen slechts voor zichzelf te spreken, <br />zonder zich af te vragen of dat het getuigenis van de kerk versterkt of verzwakt'. <br />De tijdgeest wordt met man en macht buiten de deur gehouden.<br />Individualisme is zo ongeveer het sleutelwoord in onze huidige samenleving, en de PKN proclameert dat mensen niet <br />voor zichzelf mogen spreken, denken of geloven. De vraag of er onder het dak van het instituut ook ruimte zou kunnen zijn voor méér dan één manier om te geloven,<br />wordt beschouwd als bedreigend, subordinatie, vloeken in de kerk,<br />het is de vraag van een ketter…<br />Deze ketter houdt ondertussen vol dat hij net zoveel PKN-rechten heeft als iemand anders, en hij zal niet nalaten dat te blijven verkondigen.<br />In kerkelijke ogen doet hij dat niet erg speels, soms grimmig. <br />Zit wel iets in. Maar stel nu –wel héél speels-<br />stel nu dat de partijen hun visie anders <br />(in termen van AD) hadden geformuleerd:<br />De PKN speelt het spel alsof het bestaat dat God bestaat<br />Hendrikse speelt het spel alsof het niet bestaat dat God bestaat.<br />Zou het dan anders zijn gegaan? Zouden ze samen hebben kunnen spelen.., samenspelen? Het is maar een vraag hoor.<br />..<br />(En ik acht mezelf te partijdig <br />om ook maar een antwoord te suggereren)<br />----------------<br />> atheïsme – veel speelser, veel leuker.<br />..<br />Daarom ben ik tenslotte hier, en laat ik me mezelf dan nòg maar een keer introduceren: als predikant en atheïst. Ik zou hier waarschijnlijk niet gestaan hebben als er op die combinatie niet zo heftig was gereageerd. De inkt van mijn boek was nog niet droog<br />of ik werd vergeleken met een medewerker van AH <br />die tegen zijn klanten roept: hier moet je niet zijn. Terwijl ik bedoelde: hier moet je juist wèl zijn: Kijk eens wat we nog meer in de aanbieding hebben! Ik vond het wel heel speels dat juist een kerkleider het beeld van een kruidenier gebruikte.<br />Anderen reageerden nog heftiger: deze man speelt gevaarlijk spel,<br />we starten een procedure om hem uit de kerk te zetten.<br />Vanwaar die heftigheid? Omdat het woord ‘atheïst’ geassocieerd wordt met, of gelijkgesteld wordt aan een ‘godloochenaar’.<br />Achteraf kan ik wel zeggen dat ik het een en ander niet goed heb ingeschat. Niet alleen de hedendaagse kerkvaders, ook anderen spraken er schande van:<br />deze man speelt wel héél hoog spel: Een dominee die niet in God gelooft. (Pfff…)<br />Natuurlijk heb ik het woord ‘atheïst’ bewust gebruikt, ik zou niet anders kunnen. En natuurlijk heb ik me gerealiseerd <br />dat dat kerkelijk gesproken een nogal provocerende term is.<br />Maar wat ik had gehoopt was dat ik duidelijk had gemaakt wat ik ermee bedoel. En dat er van dááruit kritiek en debat zou komen. <br />..<br />Anderen hebben me gewaarschuwd: <br />ze zullen proberen een karikatuur van je te maken. Zij hebben gelijk gekregen, van een inhoudelijke discussie is nooit iets gekomen de uitwisseling beperkte zich tot het gooien met modder.<br />Al met al: ik moet het nog steeds uitleggen, ook al staat het glashelder in mijn boek. En dat was nou juist een poging om er geen spel-d tussen te laten krijgen.<br />Ook André Droogers kiest voor een andere omschrijving van het begrip atheïst:<br />(Op p.20 van zijn boek definieert hij een atheïst als)<br />iemand die alle religie afwijst als een illusie.<br />..<br />In mijn terminologie zou dat een godloochenaar zijn.<br />En verder zou ik er voor willen pleiten om voorzichtig om te gaan met het woord illusie: als religie niet een illusie is,<br />wat heeft het dan met leven te maken?<br />..<br />Want: hoe zouden we kunnen leven zonder illusies? Hoe zou je zonder illusies een relatie kunnen aangaan, verhuizen, of kinderen op de wereld zetten? Maar dat terzijde, en alleen maar om wat tegenspraak op te roepen.<br />..<br />Ik was bezig in te leiden dat ik hier vandaag de vraag<br />toch ook maar zal stellen: wat is een atheïst?<br />Een a-theïst is een niet-theïst, of anti-theïst. <br />..<br />Een theïst is iemand die in God gelooft op een “theïstische manier”: <br />in een persoonachtig “wezen” dat over eigenschappen beschikt, <br />zoals almacht, alwetendheid, barmhartigheid, alomtegenwoordigheid, enz. Een atheïst ontkent dat die God bestaat. Méér is er niet aan.<br />..<br />Een atheïst is dus géén godloochenaar. Hij ontkent namelijk niet God, maar een bepaalde opvatting over, of een bepaald beeld van God.<br />..<br />Atheïsme is niet méér dan een ontkenning: het betekent niets anders dan dat iemand niet gelooft dat wat iemand anders God noemt, bestaat.<br />Bijvoorbeeld: Jantje-Pietje-Keessie-Klaas<br />Sta ik alleen?<br />..<br />Zo voelt het wel een beetje. Niet alleen in de kerk, maar ook tussen atheïsten.<br />Ik voel me bijv. niet thuis bij Philipse:<br />HPh bijv. beweert dat zijn atheïsme een “originele levensbeschouwing” is. Dat is letterlijk onzin: HPh de eerste…..<br />En ik voel me al helemaal niet thuis bij mensen als Kousbroek, Maarten ’t Hart of Cliteur. Ze zijn wel representatief voor heel veel zgn. atheïsten.<br />..<br />Je hebt vast wel iemand in je kennissenkring die zichzelf als een verklaard atheïst beschouwt.<br />Je moet eens vragen; hoe is dat nou gekomen..??<br />……………….<br />En ik voel me nog minder thuis bij iemand als Richard Dawkins,<br />auteur van het boek The God Delusion (God als misvatting).<br /> Je kent ze wel: teksten op bussen, billboards langs snelwegen:<br />God bestaat waarschijnlijk niet. Durf zelf te denken en geniet van het leven.<br />..<br />Dàt is nou wat je noemt: non-atheïsme. Het woord “waarschijnlijk” houdt iets openje weet het niet zeker. Dat is typisch agnostisch: niet-weten.<br />Ik zou bijna zeggen: beste atheïsten, laat je niet op het verkeerde been zetten.<br />Het been van Dawkins dus, ongetwijfeld als evolutie-bioloog een groot geleerde, maar als atheïst een watje, een slap aftreksel, en een taalvervuiler. Als atheïst schaam ik me ervoor.<br />En, erger nog, het is allemaal zo weinig speels.., zo agressief.<br />Maar, het kan ook tè speels. Atheïsten spelen het spel dat het niet bestaat dat God bestaat, zegt Droogers.<br />Dat is zelfs mij te speels. Ik speel wel, maar geen spelletjes.<br />..<br />Wat ik met atheïsme bedoel, is alles behalve spel<br />Ik speel met atheïsten en theologen ja.<br />..<br />Met allebei ben ik het even hartgrondig oneens:<br />-volgens atheïsten is het onzin om in God te geloven<br />-volgens veel theologen is het onzin om te geloven in een niet-bestaande God.<br />Wat ik duidelijk wil maken, en dat is me ernst: <br />dat een atheïst een gelovige kan zijn.<br />..<br /><dankt zijn atheïstische identiteit aan een ontkenning,<br />ruimte zat.<br />Een atheïst kan wel degelijk een gelovige zijn.<br />..<br />Bewijs: hier staat er een. Aanvullend bewijs: Boeddhisten. <br />niet ongelovig - wel atheïsten. En ik zou nog iets verder willen gaan: een atheïst kan zelfs in God geloven. <br />Dat wil zeggen : in een God die niet bestaat. Dat zou ik natuurlijk nu graag uitgebreid willen toelichten; de tijd verbiedt dat – zie het boek.<br />Ik kom nog even terug op wat ik eerder –mede namens André- zei:<br />Kerkelijke machthebbers nestelen zich <br />tussen God en de gelovige in, resp. richten namens God het woord tot de gelovige. De institutie schept God naar haar eigen beeld en gelijkenis. Zo kan uiteindelijk een godsbeeld ontstaan dat verdacht veel kenmerken vertoont van de institutie en haar bestuurderen.<br />Hier zit wat mij betreft de pijn, niet alleen bij de PKN,<br />maar bijv. ook bij de RKK met een ‘onfeilbare’ paus,<br />of bij elk kerkelijk instituut dat andere belangen heeft dan zuiver religieuze.<br />God is wat mij betreft niet een e.o.a. wezen, maar een woord voor menselijke ervaringen. En die zijn per definitie individueel.<br />Als de één zegt: Ik ben een dankbaar mens, en de ander: Ik ben God dankbaar, dan geven ze verschillende woorden <br />aan misschien wel dezelfde ervaring, nobody knows.<br />..<br />Of iemand het woord God gebruikt, hangt af van wat zhij zelf aan ervaringen heeft opgedaan, en hoe zhij zelf het woord God daarmee heeft verbonden.<br />..<br />Als jij het woord God gebruikt, dan is dat jouw manier om woorden te geven aan ervaringen die door iemand anders op een andere manier wordt verwoord, zonder god.<br />Jouw woord God zegt dus niets over God, maar alleen over jouw God.<br />.. <br />Wanneer je het woord God in algemene zin gebruikt, dus niet “mijn God” maar “God”, dan sla je maar een slag. <br />..<br />Je reinste ketterij natuurlijk, want de kerk heeft bepaald dat de relatie god-mens<br />via de kerkstructuur loopt.<br />..<br />Ofwel: het moet passen in wat de kerk heeft bepaald <br />over wat jij onder God mag verstaan.<br />..<br />Maar het mag dan ketterij zijn, ik zie niet hoe het anders zou kunnen:<br />..<br />“God” is altijd “jouw God”, is wat jij in de loop van jouw leven tot hiertoe onder God bent gaan verstaan. “Tot hiertoe”,<br />want het ligt niet vast. - De loop van je leven is nog niet afgelopen De God van een volwassene is niet die van zijn kleuterjaren of puberteit. M.a.w: God verandert, omdat wij veranderen. <br />..<br />God trekt om zo te zeggen een levenlang met je mee: <br />als een woord dat je niet zelf hebt verzonnen, waarvan de inhoud onderweg steeds verandert en waarvan de betekenis dus nooit vastligt. <br />Als we dat van elkaar zouden kunnen respecteren,<br />dan hoeven er geen kerkelijke machtswoorden meer gesproken te worden.<br />..<br />Dan wordt de kerk -zo sprak hij met onuitroeibaar optimisme-,<br />dan wordt de kerk misschien ooit een speeltuin voor volwassenen.<br />

×