Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.
VGT nov 2009 Hoofd-hals Joffrey van Prehn
<ul><li>91. De arteria ophthalmica ontspringt meestal uit de arteria carotis externa. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist ...
<ul><li>91. De arteria ophthalmica ontspringt meestal uit de arteria carotis externa. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist ...
 
A. Opthalmica <ul><li>Meestal van a. carotis interna ACI </li></ul><ul><li>Anastomose ACI + ACE </li></ul><ul><ul><li>Temp...
<ul><li>92.  Bij verdikte extraoculaire oogspieren is de differentiaaldiagnose tussen pseudotumor en de ziekte van Graves ...
<ul><li>92.  Bij verdikte extraoculaire oogspieren is de differentiaaldiagnose tussen pseudotumor en de ziekte van Graves ...
<ul><li>Graves:   </li></ul><ul><li>depositie glycoproteinen en mucopolysacchariden in orbita door langdurige thyroidstimu...
Minimale Response Goede Respons Steroiden Vergroot Lacrimal gland Toename hoeveelheid Ontsteking/infiltratie Vet Vergroot:...
 
 
<ul><li>94.  Op een MRI ziet u een suprasellaire laesie en twijfelt u tussen een craniopharyngioom en een Rathke cleft cys...
<ul><li>94.  Op een MRI ziet u een suprasellaire laesie en twijfelt u tussen een craniopharyngioom en een Rathke cleft cys...
<ul><li>Rathke’s Cleft cyste: </li></ul><ul><li>Embryologisch achterblijfsel van Rathke’s pouch (rostrale outpouching, ect...
<ul><li>Rathke’s Cleft cyste: </li></ul><ul><li>intra- + suprasellair 70%;  volledig intrasellair 20% </li></ul><ul><li>Hy...
<ul><li>Craniopharyngeoom: </li></ul><ul><li>Benigne, vanuit plaveisel epitheel langs Rathke’s duct / pouch.  </li></ul><u...
 
 
 
<ul><li>95. De musculus tensor tympani hecht aan op de incus. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
<ul><li>95. De musculus tensor tympani hecht aan op de incus. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
m. Tensor tympani     m. stapedius n. Tensor tympani (n. mandibularis / trigeminus)  n. facialis Trommelvlies / malleus   ...
<ul><li>97. Een osteoom van de sinus frontalis is op T2-gewogen MRI opnamen moeilijk te detecteren. </li></ul><ul><li>A Ju...
<ul><li>97. Een osteoom van de sinus frontalis is op T2-gewogen MRI opnamen moeilijk te detecteren. </li></ul><ul><li>A Ju...
<ul><li>Osteoom: </li></ul><ul><li>Benigne </li></ul><ul><li>Vaak asymptomatisch </li></ul><ul><li>Klachten: hoofdpijn / s...
 
<ul><li>99.  De lymfklierstations in de hals worden verdeeld in 7 niveaus . </li></ul><ul><li>Niveau 3 omvat de lymfkliere...
<ul><li>99.  De lymfklierstations in de hals worden verdeeld in 7 niveaus . </li></ul><ul><li>Niveau 3 omvat de lymfkliere...
<ul><li>Lymfeklierstations levels: </li></ul><ul><li>I: submentaal en submandibulair (tot hyoid) </li></ul><ul><li>II: hoo...
<ul><li>100. De a priori kans dat een tumor van de glandula parotis goedaardig is, bedraagt ongeveer 80%. </li></ul><ul><l...
<ul><li>100. De a priori kans dat een tumor van de glandula parotis goedaardig is, bedraagt ongeveer 80%. </li></ul><ul><l...
<ul><li>Parotis tumor: </li></ul><ul><li>80% benigne </li></ul><ul><ul><li>70% pleimorf adenoom </li></ul></ul><ul><ul><li...
<ul><li>Pleimorf adenoom: </li></ul><ul><li>goed omschreven </li></ul><ul><li>Ingekapseld </li></ul><ul><li>80% oppervlakk...
<ul><li>101. De plexus brachialis verloopt tussen de musculus scalenus anterior en musculus scalenus medius. </li></ul><ul...
<ul><li>101. De plexus brachialis verloopt tussen de musculus scalenus anterior en musculus scalenus medius. </li></ul><ul...
 
 
Thoracic outlet syndrrom <ul><li>beknelling van de zenuwbanen en/of bloedvaten in schoudergebied </li></ul><ul><li>M.  sca...
<ul><li>102. Carotico-caverneuze fistels in de sinus cavernosus zijn geassocieerd met een gedilateerde vena opthalmica sup...
<ul><li>102. Carotico-caverneuze fistels in de sinus cavernosus zijn geassocieerd met een gedilateerde vena opthalmica sup...
Ned Tijdschr Geneeskd. 1991;135:1322-5 Ballonembolisatie  van  een   grote   carotico-caverneuze   fistel J.P.J. van Schai...
 
180. Het pijltje staat bij de processus uncinatus. A Juist B Onjuist C Weet niet
180. Het pijltje staat bij de processus uncinatus. A Juist B Onjuist C Weet niet
Concha media Concha superior E M Concha inferior
infundibulum Processus uncinatus
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Vg tnov2009 hoofdhals

2,110 views

Published on

  • Be the first to comment

Vg tnov2009 hoofdhals

  1. 1. VGT nov 2009 Hoofd-hals Joffrey van Prehn
  2. 2. <ul><li>91. De arteria ophthalmica ontspringt meestal uit de arteria carotis externa. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  3. 3. <ul><li>91. De arteria ophthalmica ontspringt meestal uit de arteria carotis externa. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  4. 5. A. Opthalmica <ul><li>Meestal van a. carotis interna ACI </li></ul><ul><li>Anastomose ACI + ACE </li></ul><ul><ul><li>Temporalis superficialis (supratrochlearis / supraorbitalis / palpebralis interna) </li></ul></ul><ul><ul><li>Maxillaris interna (ant.temp.prof / meningea media / infraorbitalis/sphenopalatine) </li></ul></ul><ul><ul><li>Facialis (angularis / lateral nasalis) </li></ul></ul><ul><li>Mogelijk gezichtsveldverlies bij </li></ul><ul><ul><li>Occlusie carotis externa tijdens CEA </li></ul></ul><ul><ul><li>Embolisatie a. meningea media </li></ul></ul>
  5. 6. <ul><li>92. Bij verdikte extraoculaire oogspieren is de differentiaaldiagnose tussen pseudotumor en de ziekte van Graves soms moeilijk. </li></ul><ul><li>Indien deze verdikking unilateraal wordt gezien pleit dit voor een pseudotumor. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet </li></ul>
  6. 7. <ul><li>92. Bij verdikte extraoculaire oogspieren is de differentiaaldiagnose tussen pseudotumor en de ziekte van Graves soms moeilijk. </li></ul><ul><li>Indien deze verdikking unilateraal wordt gezien pleit dit voor een pseudotumor. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet </li></ul>
  7. 8. <ul><li>Graves: </li></ul><ul><li>depositie glycoproteinen en mucopolysacchariden in orbita door langdurige thyroidstimulatie </li></ul><ul><li>Pijnloze proptosis </li></ul><ul><li>Pseudotumor: </li></ul><ul><li>Onsteking weke delen orbita e.c.i. </li></ul><ul><li>Pijnlijke proptosis </li></ul>
  8. 9. Minimale Response Goede Respons Steroiden Vergroot Lacrimal gland Toename hoeveelheid Ontsteking/infiltratie Vet Vergroot: Inf>Med>Sup>Lat Vergroot Spier Normaal Mn spierbuik Doet mee Pees Bilateraal 85% Unilateraal 85% Uni/Bi Graves Ophtalmopathie Pseudotumor
  9. 12. <ul><li>94. Op een MRI ziet u een suprasellaire laesie en twijfelt u tussen een craniopharyngioom en een Rathke cleft cyst (cyste van het zakje van Rathke). Een aanvullende CT-scan laat kalk in de laesie zien. </li></ul><ul><li>Dit pleit voor de diagnose Rathke cleft cyst. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  10. 13. <ul><li>94. Op een MRI ziet u een suprasellaire laesie en twijfelt u tussen een craniopharyngioom en een Rathke cleft cyst (cyste van het zakje van Rathke). Een aanvullende CT-scan laat kalk in de laesie zien. </li></ul><ul><li>Dit pleit voor de diagnose Rathke cleft cyst. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  11. 14. <ul><li>Rathke’s Cleft cyste: </li></ul><ul><li>Embryologisch achterblijfsel van Rathke’s pouch (rostrale outpouching, ectoderm, 4e wk embryogenesis; voorloper anterior lobe and pars intermedia hypofyse) </li></ul>
  12. 15. <ul><li>Rathke’s Cleft cyste: </li></ul><ul><li>intra- + suprasellair 70%; volledig intrasellair 20% </li></ul><ul><li>Hypodens CT, geen / mogelijk randaankleuring </li></ul><ul><li>DD: </li></ul><ul><li>Craniopharyngioom </li></ul><ul><li>Cystic adenoom, arachnoid / epidermoid cyste </li></ul>
  13. 16. <ul><li>Craniopharyngeoom: </li></ul><ul><li>Benigne, vanuit plaveisel epitheel langs Rathke’s duct / pouch. </li></ul><ul><li>Meest voorkomende tumor suprasellaire cisterne </li></ul><ul><li>7% supra- + intrasellair; compleet intrasellair zeldzaam </li></ul><ul><li>Cysteuze massa + murale nodule </li></ul><ul><li>Calcificatie (90% kinderen; 50% volwassen) </li></ul><ul><li>Solide / nodulaire aankleuring </li></ul>
  14. 20. <ul><li>95. De musculus tensor tympani hecht aan op de incus. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  15. 21. <ul><li>95. De musculus tensor tympani hecht aan op de incus. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  16. 22. m. Tensor tympani m. stapedius n. Tensor tympani (n. mandibularis / trigeminus) n. facialis Trommelvlies / malleus stapediusreflex (minder gevoelig gehoorsysteem)
  17. 23. <ul><li>97. Een osteoom van de sinus frontalis is op T2-gewogen MRI opnamen moeilijk te detecteren. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  18. 24. <ul><li>97. Een osteoom van de sinus frontalis is op T2-gewogen MRI opnamen moeilijk te detecteren. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  19. 25. <ul><li>Osteoom: </li></ul><ul><li>Benigne </li></ul><ul><li>Vaak asymptomatisch </li></ul><ul><li>Klachten: hoofdpijn / sinusitis </li></ul><ul><li>Associatie Gardner Syndroom (autosom.dom., polyposis colon, weke delen tumoren: inclusie cysten, desmoids, fibrose) </li></ul><ul><li>Meestal sinus frontalis (etmoid, schedel) </li></ul><ul><li>CT Hyperdense botmassa, rond of gelobuleerd, goed omschreven </li></ul><ul><li>Dense bot component vaak onzichtbaar op MRI </li></ul>
  20. 27. <ul><li>99. De lymfklierstations in de hals worden verdeeld in 7 niveaus . </li></ul><ul><li>Niveau 3 omvat de lymfklieren langs de vena jugularis tussen het hyoid en het cricoid. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  21. 28. <ul><li>99. De lymfklierstations in de hals worden verdeeld in 7 niveaus . </li></ul><ul><li>Niveau 3 omvat de lymfklieren langs de vena jugularis tussen het hyoid en het cricoid. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  22. 29. <ul><li>Lymfeklierstations levels: </li></ul><ul><li>I: submentaal en submandibulair (tot hyoid) </li></ul><ul><li>II: hoog jugulair (schedelbasis tot hyoid) </li></ul><ul><li>III: mid jugulair (hyoid tot cricoid) </li></ul><ul><li>IV: laag jugulair (cricoid tot clavicula) </li></ul><ul><li>V: posterior triangle (ant. rand trapezius – post rand SCM – clavicula) </li></ul><ul><li>VI: visceraal (tussen carotiden - hyoid – manubrium) </li></ul><ul><li>VII: (manubrium – mediastinum superius) </li></ul>
  23. 30. <ul><li>100. De a priori kans dat een tumor van de glandula parotis goedaardig is, bedraagt ongeveer 80%. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  24. 31. <ul><li>100. De a priori kans dat een tumor van de glandula parotis goedaardig is, bedraagt ongeveer 80%. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  25. 32. <ul><li>Parotis tumor: </li></ul><ul><li>80% benigne </li></ul><ul><ul><li>70% pleimorf adenoom </li></ul></ul><ul><ul><li>5% papillair cystadenoom lymphomatosum </li></ul></ul><ul><ul><li>Zeldzaam: Hemangioom, oncocytoom, adenoom </li></ul></ul><ul><li>20% maligne </li></ul><ul><ul><li>Mucoepidermoid ca 5%, ca van pleimorf adenoom 5%, adenoid cystic ca 2%, adenoca 4%, PCC 2%, oncocytic ca 1% </li></ul></ul>
  26. 33. <ul><li>Pleimorf adenoom: </li></ul><ul><li>goed omschreven </li></ul><ul><li>Ingekapseld </li></ul><ul><li>80% oppervlakkig posterior lokatie </li></ul><ul><li>Echo hypoechoisch </li></ul><ul><li>CT matige aankleuring </li></ul><ul><li>MRI: T1 hypo, T2 hyper moderate </li></ul><ul><li>Calcificatie is suggestief voor pleimorf adenoom </li></ul><ul><li>5% maligne transformatie </li></ul><ul><li>Maligne: </li></ul><ul><li>Necrose, invasief, lymfkliermetastasen </li></ul>
  27. 34. <ul><li>101. De plexus brachialis verloopt tussen de musculus scalenus anterior en musculus scalenus medius. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  28. 35. <ul><li>101. De plexus brachialis verloopt tussen de musculus scalenus anterior en musculus scalenus medius. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  29. 38. Thoracic outlet syndrrom <ul><li>beknelling van de zenuwbanen en/of bloedvaten in schoudergebied </li></ul><ul><li>M. scalenus anterior en medius : Spieren te kort en hypertoon. Extra halsrib kan icm m. scalenus anterior een beknelling geven van de plexus: Oprekken, mobilisatie costa 1 en 2. Zeldzaam klieven. </li></ul><ul><li>costa 1 en clavicula : Mobilisatie / resectie costa 1. </li></ul><ul><li>m. pectoralis minor en thorax : spier te kort en hypertoon: oprekken. </li></ul>
  30. 39. <ul><li>102. Carotico-caverneuze fistels in de sinus cavernosus zijn geassocieerd met een gedilateerde vena opthalmica superior. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  31. 40. <ul><li>102. Carotico-caverneuze fistels in de sinus cavernosus zijn geassocieerd met een gedilateerde vena opthalmica superior. </li></ul><ul><li>A Juist B Onjuist C Weet niet </li></ul>
  32. 41. Ned Tijdschr Geneeskd. 1991;135:1322-5 Ballonembolisatie van een grote carotico-caverneuze fistel J.P.J. van Schaik, C.A.F. Tulleken, A.C. van Huffelen, W.P.Th.M. Mali, J.P. ter Bruggen en L.M.P. Ramos <ul><li>‘ high flow’– en ‘low flow’-carotico-caverneuze fistels. </li></ul><ul><li>high flow: directe verbinding carotis-sifon en sinus cavernosus door een scheur in de arteriewand. Deze fistels treden meestal op door een schedeltrauma, soms spontaan (door ruptuur van een intracaverneus gelegen aneurysma van de carotis-sifon). Behandeling dmv ballonembolisatie </li></ul><ul><li>low flow fistels: treden meestal spontaan: zeer veel kleine, in de dura gelegen bloedvaten, die de arteriën met de sinus cavernosus verbinden: ‘durale arterioveneuze malformaties’ genoemd. Ze zijn niet toegankelijk voor ballonembolisatie. </li></ul><ul><li>Omdat de arteriële bloeddruk van de A. carotis zich via de fistel voortplant naar het veneuze systeem, komen de op de sinus cavernosus aangesloten venen onder arteriële druk te staan (onder andere de V. ophthalmica superior, de sinus sphenoparietalis en de sinus petrosus superior en inferior). De aldus ontstane veneuze hypertensie geeft aanleiding tot een scala van klinische verschijnselen, mede afhankelijk van de anatomische configuratie van de desbetreffende venen. </li></ul><ul><li>veneuze drainage voornamelijk naar ventraal: vooral stuwing orbitale veneuze systeem; oogverschijnselen belangrijk: dilatatie van orbitale venen, chemosis, pulserende exophthalmus, vermindering van de visus (slechts bij patiënten met zeer kort durende stuwing is deze reversibel – bij onze patiënt niet), dubbelzien en glaucoom. </li></ul><ul><li>afvloed voornamelijk naar dorsaal plaatsvindt, vooral stuwing venen rotsbeenregio en eventueel van de venen van de hersenschors ter plaatse op. Dan zijn gehoorstoornissen belangrijk: subjectief geruis en gehoorverlies. Vaak bestaat het klinisch beeld uit een combinatie van deze verschijnselen. </li></ul>
  33. 43. 180. Het pijltje staat bij de processus uncinatus. A Juist B Onjuist C Weet niet
  34. 44. 180. Het pijltje staat bij de processus uncinatus. A Juist B Onjuist C Weet niet
  35. 45. Concha media Concha superior E M Concha inferior
  36. 46. infundibulum Processus uncinatus

×