Kinderradiologie

3,738 views

Published on

0 Comments
1 Like
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total views
3,738
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
3
Actions
Shares
0
Downloads
19
Comments
0
Likes
1
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • Oorzaak wrs multifactureel: premature ruptuur van de membranen, preeclampsie, DM, multiparieteit, vroege voeding, ateriele en veneuze navellijnen. Therapie bestaat uit NPO en AB. Perforatie (vaak binnen 36 uur), operatie. Blickman, Req 70 en Donnelly 86
  • Bij perforatie verdenking: li laterale decubitus opname Perforaties: 2/3 gaat gepaard met vrij lucht, 1/3 gepaard met vrij vocht
  • Karateristiek vanwege het feit dat dit de neige vasculaire anomalie tussen trachea en oesophagus.
  • Laterale X maak je om epiglottitis uit te sluiten. (primer 827) Weissleder 827, blickman 14
  • Gezien DD Xthorax bubblelike lucencies.
  • ) Abdominal scout radiograph shows marked distention of the small bowel and a "soap bubble" appearance in the right side of the abdomen (arrows), a finding suggestive of mottled air and feces Weissleder 846, radiograhics, donnelly 92
  • Dit ittt tot meconium plug syndroom: functioneel immatuur colon.
  • Dus probleem met septumplaatsing: asymmetrisch en beide tussenschotten ontmoeten elkaar niet.
  • Donelly 113, weisleder 852, blickman 103
  • Rectum en viarable amount van meer proximale colon zijn aangedaan. GEEn skip lesions Donelly 94, weissleder 850
  • Radiopaedia.org
  • Arch Dis Child Educ Pract Ed 2007; 92: ep152-ep158 doi:10.1136/adc.2007.126680 Illuminations Renal revision: from lobulation to duplication—what is normal? Helen Williams
  • Learningradiology.com Weissleder857 Donelly 132
  • Soms kan je op X tekenen zien van iets wijdere gewrichtsspleet, verplaatsing van het femur en afwezige fatplanes tussen spieren. Donnelly 193
  • Radiologyassistant Donnelly 215
  • Subarachnoidale ruimte-laterale centrikel. Bevat liquor. Migratie anomalie
  • Porenecpahalie: post infarct of post hemorrhagisch
  • Schizencephaly associated with psychosis Robert C Alexander a , Ashwin A Patkar b , Jocelyne S Lapointe c , Sean W Flynn d , William G Honer d
  • www.pedsoncologyeducation.com
  • : CT angiography axial image showing enlarged median prosencephalic vein ( large arrow) with multiple arterial feeders ( small arrows). www.ispub.com
  • http://www.ajronline.org/content/194/3_Supplement/S26/F35.expansion
  • Kinderradiologie

    1. 1. Kinderradiologie VGT voorjaar 2011 CGouw
    2. 2. Vraag 53 <ul><li>Stricturen na een necrotiserende enterocolitis (NEC) komen vaker voor in het rechter hemi-colon dan in het linker hemi-colon. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    3. 3. NEC (1/2) <ul><li>Enterocolitis, waarschijnlijk multifactorieel. </li></ul><ul><ul><li>Mn distale ileum & colon ascendens </li></ul></ul><ul><li>Voornamelijk bij prematuren op IC, eerste 1-3wkn </li></ul><ul><li>Patho: afname darmwandperfusie> ischemie>afbraak mucosa>ingang voor bacterien en lucht. </li></ul>
    4. 4. NEC (2/2) <ul><li>X-boz: </li></ul><ul><ul><li>normaal </li></ul></ul><ul><ul><li>dilatatie </li></ul></ul><ul><ul><li>pneumatosis intestinalis & portaal veneus gas </li></ul></ul><ul><ul><li>vrij lucht </li></ul></ul><ul><li>Therapie: </li></ul><ul><ul><li>NPO </li></ul></ul><ul><ul><li>Operatie indicicatie: perforatie </li></ul></ul><ul><li>Strictuur (30-60 dgn! erna): </li></ul><ul><ul><li>80% colon, mn flexura lienalis </li></ul></ul>
    5. 5. Vraag 53 <ul><li>Stricturen na een necrotiserende enterocolitis (NEC) komen vaker voor in het rechter hemi-colon dan in het linker hemi-colon. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    6. 6. Vraag 54 <ul><li>In het geval van een pulmonary sling verloopt de linker arteria pulmonalis tussen de trachea en de oesophagus. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    7. 7. Pulmonary sling (1/2) <ul><li>Linker a pulm komt uit de rechter en verloopt tussen oesophagus en trachea en comprimeert rechter hoofdbronchus. </li></ul><ul><li>Karakteristieke compressie: achterzijde trachea, voorzijde oesophagus. </li></ul>Radiologyassistant.nl
    8. 8. Pulmonary sling (2/2) <ul><li>Anomalie van Li a.pulm </li></ul><ul><li>Karakteristieke compressie: achterzijde trachea, voorzijde oesophagus </li></ul><ul><li>Asymmetrische longinflatie tnv Re </li></ul><ul><li>Geassocieerd met congenitale hartzkt, complete trachearingen,anomalie Re bronchus </li></ul>Donnelly 16
    9. 9. Vraag 54 <ul><li>In het geval van een pulmonary sling verloopt de linker arteria pulmonalis tussen de trachea en de oesophagus. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    10. 10. Vraag 55 <ul><li>Karakteristiek voor acute laryngotracheobronchitis (virale croup) is de zwelling van de epiglottis en aryepiglottische plooien </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    11. 11. Acute laryngotracheobronchitis (1/2) <ul><li>Meest voorkomende bovenste luchtweg obstructie bij kinderen </li></ul><ul><li>6 md-3 jaar (dus jonger dan bij epiglottitis!) </li></ul><ul><li>Parainfluenxa, RSV </li></ul><ul><li>Blafhoest </li></ul><ul><li>Spontane genezing na 3-7 dgn </li></ul><ul><li>X: </li></ul><ul><ul><li>subglottische vernauwing ‘steeple sign’(AP) </li></ul></ul><ul><ul><li>distentie van hypopharynx (lateraal) </li></ul></ul><ul><ul><li>normale epiglottis (lateraal) </li></ul></ul>
    12. 12. Acute laryngotracheobronchitis (2/2 )
    13. 13. Vraag 55 <ul><li>Karakteristiek voor acute laryngotracheobronchitis (virale croup) is de zwelling van de epiglottis en aryepiglottische plooien </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet NB: Verdikte aryepiglottische plooien en epiglottis bij epiglottitis Zeer ernstige bacteriële infectie
    14. 14. Vraag 56 <ul><li>Zowel pulmonaal interstitieel emfyseem (PIE) als bronchopulmonale dysplasie (BPD) is een gekende complicatie bij beademde neonaten. </li></ul><ul><li>PIE ontstaat eerder dan BPD. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    15. 15. PIE vs. BPD (1/2) <ul><li>PIE: </li></ul><ul><ul><li>Interstitieel lucht in peribronchiale en perivasculaire ruimte. </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>Verhoogde alveolaire druk > perforatie </li></ul></ul></ul><ul><ul><li>Beademde neonaten <1 e week </li></ul></ul><ul><ul><li>X: lucencies bubblelike/lineair </li></ul></ul><ul><ul><li>Complicaties: </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>Pneumothorax. –medist, -pericard. </li></ul></ul></ul>Donelly 32,Weissleder837
    16. 16. PIE vs. BPD (2/2) <ul><li>BPD </li></ul><ul><ul><li>Longchade door O2-toxiciteit en barotrauma van respiratoire therapie. </li></ul></ul><ul><ul><li>Prematuren met langduring O2 support </li></ul></ul><ul><ul><li>Ontstaat na 2 e week. </li></ul></ul><ul><ul><li>X: </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>Hazy density en na x wkn bubblelike lucencies </li></ul></ul></ul>
    17. 17. Vraag 56 <ul><li>Zowel pulmonaal interstitieel emfyseem (PIE) als bronchopulmonale dysplasie (BPD) is een gekende complicatie bij beademde neonaten. </li></ul><ul><li>PIE ontstaat eerder dan BPD. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    18. 18. Vraag 57 <ul><li>Meconium ileus is geassocieerd met cystic fibrosis. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    19. 19. Meconium ileus <ul><li>Accumulatie van taai meconium in distale ileus </li></ul><ul><li>Vrijwel alleen bij CF kind. </li></ul><ul><li>X: </li></ul><ul><ul><li>Dunnedarm obstructie </li></ul></ul><ul><ul><li>‘ zeepbellen’ patroon (lucht-meconium mix) </li></ul></ul>
    20. 20. Vraag 57 <ul><li>Meconium ileus is geassocieerd met cystic fibrosis. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    21. 21. Vraag 58 <ul><li>Een metafyse hoekfractuur is sterker geassocieerd met kindermishandeling dan een epifysiolysis </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    22. 22. Kindermishandeling # Radiologyassistant.nl
    23. 23. Corner en bucket handle## Corner# Bucket handle# <ul><li>T ibia, dist femora, prox humeri </li></ul><ul><ul><li>Vaak bilateraal </li></ul></ul>
    24. 24. Vraag 58 <ul><li>Een metafyse hoekfractuur is sterker geassocieerd met kindermishandeling dan een epifysiolysis </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    25. 25. Vraag 59 <ul><li>Een onderdeel van Tetralogie van Fallot is linkerventrikel hypertrofie. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    26. 26. Normale cor ontwikkeling Tetralogievanfallot.nl
    27. 27. Tetralogie van Fallot (1/2) <ul><li>Meest voorkomende cyanotische congenitale hartziekte </li></ul><ul><li>X: boot-shaped heart </li></ul>
    28. 28. Tetralogie van Fallot (2/2) <ul><li>Rechter ventrikel outflow tract obstructie </li></ul><ul><li>Ventrikel septum defect </li></ul><ul><li>Overrijdende aorta </li></ul><ul><li>Rechter ventrikel hypertrofie </li></ul>
    29. 29. Vraag 59 <ul><li>Een onderdeel van Tetralogie van Fallot is linkerventrikel hypertrofie. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    30. 30. Vraag 60 <ul><li>Biliaire atresie wordt gekenmerkt door vrijwel afwezige intrahepatische galwegen . </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    31. 31. Biliaire atresie <ul><li>Congenitale obstructie van biliaire systeem. </li></ul><ul><ul><li>Focale/totale afwezigheid van extrahepatische galwegen. </li></ul></ul><ul><ul><li>Wel aanwezige intrahepatische galwegen. </li></ul></ul><ul><ul><li>Meerdere subtypes </li></ul></ul><ul><li>Geassocieerd met trisomie 18 en polysplenie </li></ul><ul><li>AO: </li></ul><ul><ul><li>hepatobiliare scintigrafie: geen visualisatie v radiopharmacon excretie in duodenum. </li></ul></ul><ul><li>T/ chirurgie </li></ul>
    32. 32. <ul><li>Belangrijkste DD bij persisterende icterus bij 4 wkn oude baby is neonatale hepatitis, hiervoor namelijk geen operatie geïndiceerd. </li></ul>
    33. 33. Vraag 60 <ul><li>Biliaire atresie wordt gekenmerkt door vrijwel afwezige intrahepatische galwegen . </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    34. 34. Vraag 61 <ul><li>Een rectum/sigmoid index van >1 maakt de diagnose Hirschsprung zeer onwaarschijnlijk. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    35. 35. M Hirschprung (1/2) <ul><li>Afwezigheid van ganglioncellen (incomplete craniocaudale migratie van embryologische neuroblasten) in distale deel van het colon: denervatie>hypertoniciteit en obstructie </li></ul><ul><li>Smal kaliber ter plaatse, proximaal gedilateerd. </li></ul><ul><li>Veel vaker bij jongens </li></ul><ul><li>Diagnosestelling dmv rectumbiopsie </li></ul>
    36. 36. M Hirschprung (2/2) <ul><li>Normaal heeft het rectum de breedste diameter van linkszijdige colon </li></ul><ul><li>Bij m Hirschprung: rectum-sigmoid ratio <1 </li></ul>
    37. 37. Vraag 61 <ul><li>Een rectum/sigmoid index van >1 maakt de diagnose Hirschsprung zeer onwaarschijnlijk. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    38. 38. Vraag 62 <ul><li>Soms zijn intrekkingen zichtbaar in de buitencontour van een nier. Dit kan zijn ter plaatste van een papil of tussen twee papillen . </li></ul><ul><li>Bij foetale lobulatie is de intrekking tussen twee papillen in gelegen. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    39. 39. Foetale lobuatie <ul><li>Embryologisch bestond de nier uit meerdere lobules die fuseren en groeien. Foetale lobualatie,incomplete fusie van de renale lobules, wordt soms gezien bij volwassenen. </li></ul><ul><li>US/CT/MR: gladde indentaties van niercortex tussen de pyramides. </li></ul><ul><li>DD corticale scarring. Dit wordt gezien thv de pyramiden. </li></ul>
    40. 41. Vraag 62 <ul><li>Soms zijn intrekkingen zichtbaar in de buitencontour van een nier. Dit kan zijn ter plaatste van een papil of tussen twee papillen . </li></ul><ul><li>Bij foetale lobulatie is de intrekking tussen twee papillen in gelegen. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    41. 42. Vraag 63 <ul><li>Als een nier een compleet dubbelsysteem heeft, treedt reflux eerder op in het onderpoolssysteem dan in het bovenpoolssysteem. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    42. 43. Dubbelsysteem <ul><li>Twee ureteren draineren 1 nier </li></ul><ul><li>Incomplete vs. Complete duplicatie. </li></ul><ul><li>Complete duplicatie </li></ul><ul><ul><li>Orthotopische ureter: draineert onderpool en mondt in op normale plek. </li></ul></ul><ul><ul><li>Ectopische ureter: draineert bovenpool en mondt in mediaal-inferior tov orthotopische ureter(Weigert-Meyer regel). </li></ul></ul>
    43. 44. Reflux Onderpool Ectopische inmonding Ureterocele Obstructie Bovenpool
    44. 46. Vraag 63 <ul><li>Als een nier een compleet dubbelsysteem heeft, treedt reflux eerder op in het onderpoolssysteem dan in het bovenpoolssysteem. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    45. 47. Vraag 64 <ul><li>De ossificatiekernen rond de elleboog verschijnen volgens een vrij vast patroon. </li></ul><ul><li>De ossificatiekern van de radiuskop verschijnt eerder dan de ossificatiekern van de trochlea. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    46. 48. CRITOE <ul><li>Volgorde: </li></ul><ul><li>Capitellum </li></ul><ul><li>Radius </li></ul><ul><li>Internal epicondyle </li></ul><ul><li>Trochlea </li></ul><ul><li>Olecranon </li></ul><ul><li>External epicondyle </li></ul>
    47. 49. Vraag 64 <ul><li>De ossificatiekernen rond de elleboog verschijnen volgens een vrij vast patroon. </li></ul><ul><li>De ossificatiekern van de radiuskop verschijnt eerder dan de ossificatiekern van de trochlea. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    48. 50. Vraag 65 <ul><li>Een normaal X-bekken sluit een septische arthritis van de heup met een 95% waarschijnlijkheid uit. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    49. 51. Septische arthritis <ul><li>Meest urgente diagnose om te excluderen in patiënt met een pijnlijk gewricht vanwege gewrichtsdestructie </li></ul><ul><ul><li>(dus tijdens de dienst en het Woord valt = aan de bak) </li></ul></ul><ul><li>X-bekken: </li></ul><ul><ul><li>insensitief en een normale X sluit het niet uit. </li></ul></ul><ul><li>Echo: </li></ul><ul><ul><li>intra-articulair vocht </li></ul></ul><ul><ul><li>Afwezigheid van intra-articulair vocht sluit septische arthritis uit. </li></ul></ul>
    50. 52. Vraag 65 <ul><li>Een normaal X-bekken sluit een septische arthritis van de heup met een 95% waarschijnlijkheid uit. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    51. 53. Vraag 66 <ul><li>Bij een prematuur wordt 4 dagen na de moeizame geboorte een MRI van de hersenen gemaakt. Er is een gebied zichtbaar met hoog signaal op de DWI en laag signaal op de ADC-map. </li></ul><ul><li>Dit past bij ischaemie. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    52. 54. Ischemie en DWI (1/2) <ul><li>Diffusion-weighted imaging </li></ul><ul><ul><li>Beweging van watermoleculen in weefsel. </li></ul></ul><ul><ul><li>Bij bewegingsvrijheid > signaalverlies </li></ul></ul><ul><ul><li>Bij bewegingsrestrictie > meer signaal </li></ul></ul><ul><li>Apparent diffusion coefficient map </li></ul><ul><ul><li>Correctie voor andere factoren dan diffusie, die invloed hebben op het DWI beeld. </li></ul></ul><ul><li>Dus bij diffusierestrictie=hoog signaal op DWI en laag op ADC </li></ul>
    53. 55. Ischemie en DWI (2/2) <ul><li>Voorbeelden van diffusie restrictie </li></ul><ul><ul><li>Acute infarct </li></ul></ul><ul><ul><li>Abces </li></ul></ul><ul><ul><li>Epidermoid cyste </li></ul></ul>
    54. 56. Vraag 66 <ul><li>Bij een prematuur wordt 4 dagen na de moeizame geboorte een MRI van de hersenen gemaakt. Er is een gebied zichtbaar met hoog signaal op de DWI en laag signaal op de ADC-map. </li></ul><ul><li>Dit past bij ischaemie. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    55. 57. Vraag 67 <ul><li>Bij schizencephalie verloopt een spleet van het ventrikelsysteem naar het hersenoppervlak. </li></ul><ul><li>Kenmerkend voor schizencephalie is dat deze spleet bekleed is met gliotisch hersenweefsel. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    56. 58. Schizencephalie <ul><li>Karakteristiek: </li></ul><ul><li>Spleet wordt begrensd door grijze stof. </li></ul><ul><li>Dit itt porencephalie waarbij de spleet met gliotisch weefsel wordt begrensd. </li></ul>
    57. 59. Schizencephalie
    58. 60. Vraag 67 <ul><li>Bij schizencephalie verloopt een spleet van het ventrikelsysteem naar het hersenoppervlak. </li></ul><ul><li>Kenmerkend voor schizencephalie is dat deze spleet bekleed is met gliotisch hersenweefsel. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    59. 61. Vraag 68 <ul><li>Kenmerkend voor een ponsglioom is een cysteuze tumor met een aankleurende randnodule. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    60. 62. Ponsglioom <ul><li>Vergroting van hersenstam of exofytische groei </li></ul><ul><li>Homogeen hyperintens op T2 </li></ul>
    61. 63. Ponsglioom <ul><li>T1 T2 </li></ul>
    62. 64. Achterste schedelgroeve RIP’s <ul><li>Komt vaker bij kinderen dan volwassenen voor </li></ul><ul><li>Top4: </li></ul><ul><ul><ul><li>Cerebellair astrocytoom </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Medullablastoom </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Ponsglioom </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Ependymoom </li></ul></ul></ul><ul><li>Nb: cerebellair astrocytoom: </li></ul><ul><li>Cysteus +/- aankleurende wandstandige nodule. </li></ul><ul><li>Volledig solide </li></ul>
    63. 65. Vraag 68 <ul><li>Kenmerkend voor een ponsglioom is een cysteuze tumor met een aankleurende randnodule. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    64. 66. Vraag 69 <ul><li>Bij een à terme pasgeborene mag de conus medullaris reiken tot niveau L3-L4. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    65. 67. Conus medullaris <ul><li>Normaal bij kinderen: </li></ul><ul><ul><li>craniaal of tot niveau L2-L3. </li></ul></ul><ul><li>Bij tethered cord syndroom ligt het onder niveau L2-L3. </li></ul><ul><ul><li>Thetered cord: neurologische en orthopedische aandoeningen geassocieerd met kort dik filum en lage conus </li></ul></ul>
    66. 68. Vraag 69 <ul><li>Bij een à terme pasgeborene mag de conus medullaris reiken tot niveau L3-L4. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    67. 69. Beeld 170 <ul><li>CT-opnames voor en na intraveneus contrast van een 3-jarig meisje met hoofdpijn. </li></ul><ul><li>De beelden passen bij een vena Galeni aneurysma. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    68. 70. <ul><li>Arterioveneuze fistel tussen een of meerdere cerebrale arterielen en v. van Galen </li></ul>
    69. 71. Beeld 170 <ul><li>CT-opnames voor en na intraveneus contrast van een 3-jarig meisje met hoofdpijn. </li></ul><ul><li>De beelden passen bij een vena Galeni aneurysma. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    70. 72. Beeld 171 <ul><li>Jongen van 2 jaar. Beschaduwing op X-thorax gezien. </li></ul><ul><li>Een neurenterogene cyste is de meest waarschijnlijke diagnose. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    71. 73. Beeld 171 <ul><li>Jongen van 2 jaar. Beschaduwing op X-thorax gezien. </li></ul><ul><li>Een neurenterogene cyste is de meest waarschijnlijke diagnose. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    72. 75. Beeld 172 <ul><li>De pijl staat bij de tip van de umbilicale arterielijn. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
    73. 77. Beeld 172 <ul><li>De pijl staat bij de tip van de umbilicale arterielijn. </li></ul>A. Juist B. Onjuist C. Weet niet

    ×