Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

Effectiever communiceren met DISC

224 views

Published on

Deze presentatie werd bewerkt in opdracht van het van 'Informatica Vakdidactiek 1'.

Published in: Education
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Effectiever communiceren met DISC

  1. 1. Deel 3: feedback 1
  2. 2. 2 Wat is feedback? Waarom feedback? Hoe feedback geven? Een aantal vuistregels Corrigerende feedback Tips Samengevat
  3. 3. Mededeling aan iemand; Informatie over hoe zijn gedrag wordt:  Begrepen;  Ervaren;  Ervaren. 3
  4. 4. Positief gedrag wordt ondersteund en bevestigd Persoon blijft positief gedrag vertonen 4
  5. 5. Negatief gedrag wordt gecorrigeerd Persoon zal gedrag veranderen 5
  6. 6. Verduidelijkt relatie Elkaar beter begrijpen Samenwerking wordt positief beïnvloed 6
  7. 7. Verbaal Non-verbaal “Dat vind ik leuk van je.” Een instemmende knik. 7 Bewust Onbewust “Ik ben het niet met je eens.” Geeuwen.
  8. 8. Spontaan Op verzoek Knipoog. “Wat vind je ervan?” 8 Formeel Informeel Applaus na voorstelling. Schouderklopje.
  9. 9. IK  Gedrag van ander beschrijven;  Effect van gedrag op jou;  Gevoel bij dat gedrag;  Welk gedrag als reactie. 9
  10. 10. JIJ  Verzoek voor ander gedrag;  Herkenning;  Correctheid;  Mening van ander. 10
  11. 11. 11
  12. 12.  Geef aan wat je ziet;  Niet waardeoordelen;  Niet moraliseren. 12
  13. 13.  Korte tijd tussen waarneming en feedback;  Kijk naar emotioneel moment. 13
  14. 14.  Intentie om ander te informeren;  Gevoelsmatige gelijkheid;  Veilig voelen;  Moeten willen ontvangen;  Ruimte in tijd, omgeving en omstandigheden 14
  15. 15.  Ongewenst gedrag corrigeren;  Kan confronteren;  Jij-vorm: kritiek en beschuldiging;  Beter ik-vorm;  Informeren en leren;  Niet dwingen. 15
  16. 16.  Feedback is kritiek;  In verdediging;  Motieven feedbackgever;  Geldigheid feedback;  Verklaren;  Tegenaanval plaatsen. 16
  17. 17.  Vraag open naar bedoeling;  Wees oprecht;  Combineer ondersteunen en corrigerende feedback;  Toon waardering. 17
  18. 18. 18

×