Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.
Een presentatie voor 2f.G
<ul><li>Vr.: Welke naamvallen kennen we inmiddels? </li></ul><ul><li>Antw.: Deze vijf: </li></ul><ul><ul><li>nominativus  ...
<ul><li>Vr.: Hoe herken je de naamval van een woord? </li></ul><ul><li>Antw.: Aan de  uitgang  die het woord heeft. </li><...
Groep 1  Groep 2  Groep 3 ev  nom (1)  serv- a serv- us puer bell- um nav- is gen (2) serv- ae serv- i puer- i bell- i nav...
<ul><li>Vr.: Welke woorden kunnen  niet  in een naamval staan? </li></ul><ul><li>Antw.: </li></ul><ul><ul><li>werkwoorden ...
<ul><li>Vr.: Wat heeft een naamval voor nut? </li></ul><ul><li>Antw.: Het laat de  functie  van het woord in de zin zien. ...
<ul><li>De nominativus </li></ul><ul><ul><ul><li>a.  onderwerp  (= subject) </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>De kon...
<ul><li>Naamwoordelijk deel van gezegde (NDvG) </li></ul><ul><li>Deze staat altijd in de nominativus, maar is niet het ond...
<ul><li>De genitivus </li></ul><ul><ul><ul><li>bijvoeglijke bepaling </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>De koets  van...
<ul><li>Bijvoeglijke bepaling </li></ul><ul><li>Een  bijvoeglijke bepaling  </li></ul><ul><ul><ul><ul><ul><li>geeft  extra...
<ul><li>De dativus </li></ul><ul><ul><ul><li>a.  indirect object  (noodzakelijke aanvulling) </li></ul></ul></ul><ul><ul><...
<ul><li>Indirect object </li></ul><ul><li>Een  indirect object  is een  noodzakelijke aanvulling . </li></ul><ul><li>Dat w...
<ul><li>Bepaling ‘voor wie’ </li></ul><ul><li>Een  bepaling ‘voor wie’  is  extra informatie . </li></ul><ul><li>Dat wil z...
<ul><li>Dativus-object </li></ul><ul><li>Bij een  dativus-object  is de functie van het woord  object. </li></ul><ul><li>E...
<ul><li>De accusativus </li></ul><ul><ul><ul><li>object  (lijdend voorwerp) </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Hij sl...
<ul><li>De ablativus </li></ul><ul><ul><ul><li>a.  bijwoordelijke bepaling     extra informatie over:  </li></ul></ul></u...
<ul><li>Bijwoordelijke bepaling </li></ul><ul><li>Een  bijwoordelijke bepaling  geeft extra informatie bij de handeling va...
<ul><li>Ablativus-object </li></ul><ul><li>Bij een  ablativus-object  is de functie van het woord  object ; </li></ul><ul>...
<ul><li>Voorzetsels + bijvoeglijke naamwoorden </li></ul><ul><li>Na sommige  voorzetsels  krijg je een bepaalde naamval: <...
nr naam functie 1 nominativus a. onderwerp ( subject ) b. naamw. deel van gezegde 2 genitivus bijvoeglijke bepaling 3 dati...
nr naam functie / gebruik vertaling 1 nominativus a. onderwerp ( subject ) b. naamw. deel van gezegde als onderwerp als na...
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Naamvallen Latijn

2,289 views

Published on

Een presentatie over de naamvallen in Latijn.
Niveau: Klas 2 Latijn.
Gebaseerd op Roma 1.

Published in: Education
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Naamvallen Latijn

  1. 1. Een presentatie voor 2f.G
  2. 2. <ul><li>Vr.: Welke naamvallen kennen we inmiddels? </li></ul><ul><li>Antw.: Deze vijf: </li></ul><ul><ul><li>nominativus (1e naamval) </li></ul></ul><ul><ul><li>genitivus (2e naamval) </li></ul></ul><ul><ul><li>dativus (3e naamval) </li></ul></ul><ul><ul><li>accusativus (4e naamval) </li></ul></ul><ul><ul><li>ablativus (5e naamval) </li></ul></ul>
  3. 3. <ul><li>Vr.: Hoe herken je de naamval van een woord? </li></ul><ul><li>Antw.: Aan de uitgang die het woord heeft. </li></ul><ul><ul><li>serv- os puer- i nav- ibus </li></ul></ul><ul><ul><li> serv- ae bell- i serv- is </li></ul></ul><ul><ul><li>bell- i puer- os Graec- i </li></ul></ul>
  4. 4. Groep 1 Groep 2 Groep 3 ev nom (1) serv- a serv- us puer bell- um nav- is gen (2) serv- ae serv- i puer- i bell- i nav- is dat (3) serv- ae serv- o puer- o bell- o nav- i acc (4) serv- am serv- um puer- um bell- um nav- em abl (5) serv- a serv- o puer- o bell- o nav- e mv nom (1) serv- ae serv- i puer- i bell- a nav- es gen (2) serv- arum serv- orum puer-o rum bell- orum nav- ium dat (3) serv- is serv- is puer- is bell- is nav- ibus acc (4) serv- as serv- os puer- os bell- a nav- es abl (5) serv- is serv- is puer- is bell- is nav- ibus slavin slaaf jongen oorlog schip
  5. 5. <ul><li>Vr.: Welke woorden kunnen niet in een naamval staan? </li></ul><ul><li>Antw.: </li></ul><ul><ul><li>werkwoorden </li></ul></ul><ul><ul><li>voorzetsels </li></ul></ul><ul><li>Vr.: Welke woorden kunnen wel in een naamval staan? </li></ul><ul><li>Antw.: </li></ul><ul><ul><li>zelfstandige naamwoorden, waaronder namen </li></ul></ul><ul><ul><li>voornaamwoorden (aanwijzende, persoonlijke, bezittelijke, etc.) </li></ul></ul><ul><ul><li>bijvoeglijke naamwoorden </li></ul></ul>
  6. 6. <ul><li>Vr.: Wat heeft een naamval voor nut? </li></ul><ul><li>Antw.: Het laat de functie van het woord in de zin zien. </li></ul><ul><li>Voorbeeld van functies die een woord kan hebben: </li></ul><ul><ul><ul><ul><li>subject (onderwerp) </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>object (lijdend voorwerp) </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>indirect object </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>bijwoordelijke bepaling </li></ul></ul></ul></ul>
  7. 7. <ul><li>De nominativus </li></ul><ul><ul><ul><li>a. onderwerp (= subject) </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>De koning doet een dutje. </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Man bijt hond. </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>b. naamwoordelijk deel van het gezegde </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Willem-Alexander is bijna koning . </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Hij is goedgemutst . </li></ul></ul></ul></ul>
  8. 8. <ul><li>Naamwoordelijk deel van gezegde (NDvG) </li></ul><ul><li>Deze staat altijd in de nominativus, maar is niet het onderwerp. </li></ul><ul><li>Het NDvG komt achter een koppelwerkwoord. </li></ul><ul><ul><li>zijn , worden, blijken, schijnen, blijven, etc. </li></ul></ul><ul><ul><li>Voorbeelden: </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>Aeneas is een Trojaan . </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Hij wordt sterk . </li></ul></ul></ul>
  9. 9. <ul><li>De genitivus </li></ul><ul><ul><ul><li>bijvoeglijke bepaling </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>De koets van de koning . </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Het tsjilpen van de vogels. </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Het tellen van de leerlingen. </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>De genitivus vertaal je dus met: ‘van ….’ </li></ul></ul></ul>
  10. 10. <ul><li>Bijvoeglijke bepaling </li></ul><ul><li>Een bijvoeglijke bepaling </li></ul><ul><ul><ul><ul><ul><li>geeft extra informatie </li></ul></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><ul><li>bij een ander deel van de zin </li></ul></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><ul><li>waar het bij hoort. </li></ul></ul></ul></ul></ul><ul><li>De bijvoeglijke bepaling kan een woord in de genitivus zijn, of </li></ul><ul><li>een bijvoeglijk naamwoord . </li></ul><ul><li>Vb: de meester van de slavin (genitivus) </li></ul><ul><li>de rijke meester ( bijvoeglijk naamwoord ) </li></ul><ul><li>Je kunt je bij een bijvoeglijke bepaling afvragen: ‘welke?’ </li></ul><ul><li>- Welke meester? De rijke meester </li></ul><ul><li>- Welke meester? De meester van de slavin . </li></ul>
  11. 11. <ul><li>De dativus </li></ul><ul><ul><ul><li>a. indirect object (noodzakelijke aanvulling) </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Hij geeft (aan) hem een compliment. </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>b. bepaling ‘voor wie’ (extra informatie) </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Wat lief dat je dat voor mij doet. </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>c. object bij bepaalde werkwoorden (dativus-object) </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Regina servo credit - De koningin gelooft de slaaf . </li></ul></ul></ul></ul>
  12. 12. <ul><li>Indirect object </li></ul><ul><li>Een indirect object is een noodzakelijke aanvulling . </li></ul><ul><li>Dat wil zeggen: zonder deze aanvulling is de zin eigenlijk </li></ul><ul><li>niet compleet. </li></ul><ul><ul><li>Vb: Hij geeft (aan) hem een compliment. </li></ul></ul><ul><li>Je kunt niet een compliment in de lucht geven; </li></ul><ul><li>je geeft het altijd aan iemand . </li></ul><ul><li>Je vertaalt een indirect object dus met ‘ aan … ’ </li></ul>
  13. 13. <ul><li>Bepaling ‘voor wie’ </li></ul><ul><li>Een bepaling ‘voor wie’ is extra informatie . </li></ul><ul><li>Dat wil zeggen: zonder deze informatie is de zin ook compleet. </li></ul><ul><li>Je vertelt er als extra info bij voor wie de handeling bestemd is. </li></ul><ul><ul><ul><li>Vb: Wat mooi dat je dat lied voor mij speelt. </li></ul></ul></ul><ul><li>Je kunt ook gewoon iets spelen, zonder dat je dat per se </li></ul><ul><li>voor iemand doet. </li></ul><ul><li>Je vertaalt een bepaling ‘voor wie’ met: ‘ voor … ’ </li></ul>
  14. 14. <ul><li>Dativus-object </li></ul><ul><li>Bij een dativus-object is de functie van het woord object. </li></ul><ul><li>Echter, het woord staat niet in de accusativus maar in de dativus . </li></ul><ul><ul><ul><ul><li>Vb Regina servo credit - De koningin gelooft de slaaf . </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>de koningin = onderwerp </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>de slaaf = lijdend voorwerp / object </li></ul></ul></ul></ul><ul><li>Zoals je kunt zien staat het object in de dativus . </li></ul><ul><li>Een dativus-object komt voor bij werkwoorden die altijd een dativus bij zich hebben. Achter deze woorden staat: + dat </li></ul><ul><li>Voorbeelden: credere (geloven), persuad e re (overtuigen), </li></ul><ul><ul><li>instare (achterna zitten), etc. </li></ul></ul>
  15. 15. <ul><li>De accusativus </li></ul><ul><ul><ul><li>object (lijdend voorwerp) </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Hij slaat de bal . </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Man bijt hond . </li></ul></ul></ul></ul>
  16. 16. <ul><li>De ablativus </li></ul><ul><ul><ul><li>a. bijwoordelijke bepaling  extra informatie over: </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><ul><li>* waar? </li></ul></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><ul><li>* wanneer? </li></ul></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><ul><li>* hoe? </li></ul></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><ul><li>* waarmee? </li></ul></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><ul><li>* waarvandaan? </li></ul></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>‘ s Morgens kwam hij met het vliegtuig in een goed humeur op Schiphol uit Londen aan. </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>b. object bij bepaalde werkwoorden </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Regina viro caret - De koningin mist een man . </li></ul></ul></ul></ul>
  17. 17. <ul><li>Bijwoordelijke bepaling </li></ul><ul><li>Een bijwoordelijke bepaling geeft extra informatie bij de handeling van de zin. </li></ul><ul><li>Dat wil zeggen: zonder deze informatie is de zin ook compleet. </li></ul><ul><li>Deze extra informatie dient als antwoord op één van de volgende vragen: </li></ul><ul><ul><ul><ul><ul><li>waar? </li></ul></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><ul><li>wanneer? </li></ul></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><ul><li>hoe? </li></ul></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><ul><li>waarmee? </li></ul></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><ul><li>waarvandaan? </li></ul></ul></ul></ul></ul><ul><li>Je vertaalt de ablativus dan met: </li></ul><ul><ul><ul><li>1. met, door (bij ‘waarmee?’ en ‘hoe?’) </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>2. vanaf (bij ‘waarvandaan?’) </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>3. in, op, tijdens (bij ‘waar?’, ‘wanneer?’) </li></ul></ul></ul>
  18. 18. <ul><li>Ablativus-object </li></ul><ul><li>Bij een ablativus-object is de functie van het woord object ; </li></ul><ul><li>echter, het woord staat niet in de accusativus maar in de ablativus . </li></ul><ul><ul><ul><ul><li>Regina viro caret - De koningin mist een man . </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>de koningin = onderwerp </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>een man = lijdend voorwerp / object </li></ul></ul></ul></ul><ul><li>Zoals je kunt zien staat het object staat in de ablativus. </li></ul><ul><li>Een ablativus-object komt voor bij werkwoorden die altijd een ablativus bij zich hebben. Achter deze woorden staat: + abl </li></ul><ul><li>Voorbeelden: car e re (missen), eg e re (nodig hebben) </li></ul>
  19. 19. <ul><li>Voorzetsels + bijvoeglijke naamwoorden </li></ul><ul><li>Na sommige voorzetsels krijg je een bepaalde naamval: </li></ul><ul><ul><ul><ul><li>apud + acc bij </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>in + acc naar </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>+ abl in, op </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>ex + abl uit </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>ad + acc naar </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>pro + abl voor; in plaats van </li></ul></ul></ul></ul><ul><li>Na sommige bijv. naamwoorden krijg je een bepaalde naamval: </li></ul><ul><ul><ul><ul><li>ignarus + gen niet wetend </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>cupidus + gen begering naar </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>similis + dat gelijkend op </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>adversus + acc tegen(over) </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>dignus + abl waard </li></ul></ul></ul></ul>
  20. 20. nr naam functie 1 nominativus a. onderwerp ( subject ) b. naamw. deel van gezegde 2 genitivus bijvoeglijke bepaling 3 dativus a. indirect object b. bepaling ‘voor wie’ c. object bij bep. werkwoorden 4 accusativus lijdend voorwerp ( object ) 5 ablativus a. bijwoordelijke bepaling b. object bij bep. werkwoorden
  21. 21. nr naam functie / gebruik vertaling 1 nominativus a. onderwerp ( subject ) b. naamw. deel van gezegde als onderwerp als naamw. deel v. gez. 2 genitivus a. bijvoeglijke bepaling b. na bep. bijv. naamw. ‘ van …’ 3 dativus a. indirect object b. bepaling ‘voor wie’ c. object bij bep. werkwoorden d. na bep. voorzetsels / bijv. naamw. ‘ aan …’ ‘ voor…’ als object 4 accusativus a. lijdend voorwerp ( object ) b. na bep. voorzetsels / bijv. naamw. als object 5 ablativus a. bijwoordelijke bepaling b. object bij bep. werkwoorden c. na bep. voorzetsels / bijv. naamw. 1) met, door 2) vanaf 3) in, op, tijdens als object

×