Zeventiende les

186 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
186
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
20
Actions
Shares
0
Downloads
4
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Zeventiende les

  1. 1. Welkom in de zeventiende les!
  2. 2. Wat doe jij het liefst op zondag? - Uitslapen of niet? - Pistolets of brood? - Koffie of thee? - Lang aan tafel of niet? - Rustige of drukke zondag? - Familiebezoek of niet? - Zelf koken of restaurant? - Lezen of tv kijken? - Werken of luieren? - Vroeg in bed of niet?
  3. 3. Stofadjectieven 1. stofadjectief = substantief + -en de wol het katoen het leer het leder de zijde de wollen rok de katoenen broek de leren jas de lederen jas het zijden hemd de nylon het plastic de nylon kousen de plastic zak 2. stofadjectieven krijgen nooit een -e de blauwe rok de wollen rok
  4. 4. Stofadjectieven 3. structuur: Dit is een zijden hemd. substantief Dit is een wollen trui. Dit is een plastic tas. stofadjectief voor Dit hemd is van zijde. rest: van + substantief Deze trui is van wol. Deze tas is van plastic.
  5. 5. Vragen over kleren - Welke maat heeft u? - Maat 44. Small/medium/large. - Mag ik het jasje even passen? - Natuurlijk! - Past dit jasje? - Het past goed. Het zit goed. Het is te groot. Het is niet groot genoeg. - Hoe vind je dit jasje? Wat vind je van dit jasje? - Het staat je uitstekend. De kleur past goed bij je broek.
  6. 6. Een oordeel vragen en geven - Hoe vind je mijn nieuwe jasje? Wat vind je van mijn nieuwe jasje? - Het is een mooi jasje. Ik vind het een mooi jasje. Ook: Hij/zij is een gemakkelijke klant. Ik vind hem/haar een gemakkelijke klant. Dit is een dure winkel. Ik vind dit een dure winkel. Dat zijn mooie kleuren. Ik vind dat mooie kleuren.
  7. 7. Wat vind jij van hun kleren?
  8. 8. Wat vind jij van hun kleren?
  9. 9. Zoek het in de tekst! 1. Papier waarop staat wat je kan eten = … 2. - Hebt u …? - Ja, Cerulus is de naam. 3. Het substantief van kiezen = … 4. . =… 5. Als je begint te eten, dan zeg je … 6. Als je begint te drinken, dan zeg je …
  10. 10. Zoek het in de tekst! 7. Droge wijn … wijn 8. Je bent verrast omdat de gerechten zo heerlijk zijn, dus zeg je .... 9. Je bent verrast omdat het zo gezellig is in de klas, dus zeg je … 10. Je bent verrast omdat de chocolade die je eet, zo lekker is dus zeg je …
  11. 11. Verrassing uitdrukken 1. wat + adjectief hoe + adjectief Wat gezellig, hier! Hoe gezellig, hier! 2. wat een + (adjectief +) substantief EV of MV Wat een heerlijke gerechten! Wat een heerlijke avond! OPGELET! Wilt u nog wat wijn? een beetje Ik wil wat warms. iets
  12. 12. Drinken en eten - Op je genezing! - Smakelijk! - Gezondheid! - Dank je/u. Smakelijk! - Op je gezondheid! - Eet smakelijk! - Schol! - Dank je/u. Eet smakelijk! - Proost! - Smakelijk eten! - Proost! - Dank je/u. Smakelijk eten!
  13. 13. Volg jij de mode? Naar de winkel!

×