Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

Zestiende les

225 views

Published on

  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Zestiende les

  1. 1. Welkom inde zestiende les!
  2. 2. DISCUSSIEWat is de grootste stad van jouw land?Hoe hoog is de hoogste berg van jouw land?Wat is het lekkerste gerecht in jouw land?Wat is de mooiste bestemming in jouw land?Wat is de warmste maand in jouw land?
  3. 3. SUPERLATIEFVORM Adjectief Comparatief Superlatief = moeilijk het moeilijkst - het + adjectief + -st dik het dikst - het + meest + adjectief wijs wijst op -isch pessimistisch het meest pessimistisch Adjectief Comparatief Superlatief = goed het best speciale vorm dikwijls het vaakst graag het liefst veel het meest weinig het minst
  4. 4. SUPERLATIEFGEBRUIK1. De nachten duren het langst. Zo gaat de dag het snelst voorbij. superlatief zonder substantief Bert is het ongelukkigst.2. 21 december is de kortste dag. Hij heeft de minste fouten gemaakt. superlatief met substantief De winter is het natste seizoen. Zij heeft het meeste geld van ons allemaal.3. Bert zit op de voorste rij. Els staat op de achterste rij. superlatief van preposities Het boek ligt op het bovenste rek. De stofzuiger staat op het onderste rek.
  5. 5. RELATIEF PRONOMEN HOOFDZIN BIJZINSUBJECT VERBUM REST LINK SUBJECT REST VERBUM Dit is de man die ik gisteren heb gezien. Dit is de vrouw die jou zoekt Dit is het gerecht dat hij vanochtend heeft gegeten. Dit is een bedrijf dat niet zo groot is. Dit zijn de boeken die hij mij heeft getoond Dit zijn de mensen die al het werk doen.PAS OP! 1. de-woorden en meervoud  die het-woorden  dat 2. Structuur van de bijzin!
  6. 6. EEN DOEL UITDRUKKENEls en Peter gaan naar een restaurant om eens lekker te eten.Paolo wil een dag vakantie om helemaal te genezen.Bert wil in bed blijven om uit te rusten.We nemen een pauze om even goed na te denken. PAS OP! 1. om (+ extra informatie) + te + infinitief 2. scheidbare werkwoorden in twee delen!
  7. 7. COMPLEXE VRAAGWOORDENWaarnaar ben je aan het kijken?Waaraan ben je aan het denken?Naar wie ben je aan het kijken?Aan wie ben je aan het denken? PAS OP! 1. prepositie + wat  waar + prepositie MAAR: Waarmee schrijf je? 2. prepositie + wie 3. waar voor een locatie
  8. 8. Waarmee eet je soep?Met een lepel!

×