Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.
Welkom in de derde les!
DISCUSSIEGa je graag winkelen?Vind jij het eten duur in België?Is het eten duurder in jouw land?Wat is een feestmaaltijd i...
DE PRIJS VRAGEN- Wat is de prijs van de koffie hier?- 3,45 euro per pak.-   Hoeveel kost volle melk?-   1,20 euro per lite...
SUPERMARKTAFDELINGEN             groenten en fruit
SUPERMARKTAFDELINGEN                       slagerijvisafdeling
SUPERMARKTAFDELINGEN                    brood en banketzuivel
SUPERMARKTAFDELINGEN                     drankafdelingsnoepafdeling
LIGGEN EN LEGGEN                  ACTIE                                    RESULTAATIk zet het glas op tafel.             ...
Het perfectumONEGELMATIGE VORMEN   Infinitief         Stam      Imperfectum MV     Perfectum =      zijn             ben  ...
NEGATIE  GEEN                         POSITIEF                      NEGATIEF   een + substantief     Paolo is een Italiaan...
NEGATIE  NIET                      POSITIEF                           NEGATIEF   werkwoord          Paolo kan morgen komen...
VRAGEN1. Twee types:     1.     Vraagwoordvraag     - Hoe heet jij?                                - Ik heet Sven.     2. ...
VRAGEN- Hoe heet je?- Ik heet Sven.- Hoe oud ben je?- Ik ben 30 jaar.- Waar kom je vandaan?- Ik kom uit België.- Welke taa...
Boodschappen doenAan de slag!
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Derde les

357 views

Published on

  • Be the first to comment

Derde les

  1. 1. Welkom in de derde les!
  2. 2. DISCUSSIEGa je graag winkelen?Vind jij het eten duur in België?Is het eten duurder in jouw land?Wat is een feestmaaltijd in jouw land?
  3. 3. DE PRIJS VRAGEN- Wat is de prijs van de koffie hier?- 3,45 euro per pak.- Hoeveel kost volle melk?- 1,20 euro per liter.- En magere melk?- 1,05 per liter.- Hoe duur zijn de citroenen?- 25 cent per stuk.- En hoeveel kosten de tomaten?- 2,20 euro per kilo.
  4. 4. SUPERMARKTAFDELINGEN groenten en fruit
  5. 5. SUPERMARKTAFDELINGEN slagerijvisafdeling
  6. 6. SUPERMARKTAFDELINGEN brood en banketzuivel
  7. 7. SUPERMARKTAFDELINGEN drankafdelingsnoepafdeling
  8. 8. LIGGEN EN LEGGEN ACTIE RESULTAATIk zet het glas op tafel. Het glas staat op tafel.Ik leg het mes op de tafel. Het mes ligt op de tafel.Els steekt alles in haar tas. Alles zit in de tas.Ik stop mijn zakdoek in mijn zak. Mijn zakdoek zit in mijn zak.Ik hang het schilderij aan de muur. Het schilderij hangt aan de muur. ATTENTIE! Ik doe de bloemen in de vaas. (= ik zet de bloemen in de vaas) Ik doe mijn zakdoek in mijn tas. (= ik steek mijn zakdoek in mijn tas) Ik doe de messen in de lade. (= ik leg de messen in de lade)
  9. 9. Het perfectumONEGELMATIGE VORMEN Infinitief Stam Imperfectum MV Perfectum = zijn ben geweest - totaal anders hebben heb gehad - vocaalwissel gaan ga gegaan / geweest doen doe gedaan drinken drink gedronken kijken kijk gekeken schrijven schrijf geschreven gaan ga gegaan / geweest eten eet gegeten liggen lig gelegen zitten zit gezeten
  10. 10. NEGATIE GEEN POSITIEF NEGATIEF een + substantief Paolo is een Italiaan Paolo is geen Italiaan. + substantief EV Els drinkt koffie. Bert drinkt geen koffie. + substantief MV Hij heeft twee koffers. Hij heeft geen twee koffers.ATTENTIE! 1. Adjectief Dit is een groot huis. Dit is geen groot huis. 2. geen wel (een) Paolo is geen Belg, maar Bert is wel een Belg. Paolo drinkt geen bier, maar Bert drinkt wel bier.
  11. 11. NEGATIE NIET POSITIEF NEGATIEF werkwoord Paolo kan morgen komen. Paolo kan morgen niet komen. prepositie Peter woont in die kamer. Peter woont niet in die kamer. adjectief Dit huis is groot. Dit huis is niet grootATTENTIE! 1. positie Paolo kan morgen niet komen. Peter woont niet in de kamer. Dit huis is niet groot. 2. niet wel Leuven is niet groot, maar Milaan is wel groot.
  12. 12. VRAGEN1. Twee types: 1. Vraagwoordvraag - Hoe heet jij? - Ik heet Sven. 2. Ja/nee-vraag - Werk jij in Leuven? - Ja, ik werk in Leuven.2. Altijd inversie3. Je/jij Jij woont in Leuven. En jij? Waar woon jij?
  13. 13. VRAGEN- Hoe heet je?- Ik heet Sven.- Hoe oud ben je?- Ik ben 30 jaar.- Waar kom je vandaan?- Ik kom uit België.- Welke taal spreek je?- Ik spreek Nederlands.- Wat doe je?- Ik ben leraar.
  14. 14. Boodschappen doenAan de slag!

×