Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

Seminar 15 01-2009 - maakt het uit waarmee men osteoporose behandelt

384 views

Published on

Published in: Health & Medicine
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Seminar 15 01-2009 - maakt het uit waarmee men osteoporose behandelt

  1. 1. Maastricht UMC & UHasselt Maakt het uit waarmee men osteoporose behandelt? Piet Geusens, MD, PhD Interne Geneeskunde, Subdivisie Reumatologie, MUMC+, Maastricht, Nederland & Biomedisch Onderzoekscentrum, Universiteit Hasselt, België
  2. 2. UHasselt azMaastricht Van osteoporose (verminderde BMD) naar fracuurrisico (gestoorde architectuur en materiaaleigenschappen) NormaalNormaal OsteoporoseOsteoporose Draagkracht 1000 kg L Mosekilde. In Osteoporosis in daily practice, P Geusens, Elsevie 120 - 200 kg
  3. 3. UHasselt azMaastricht Structuureigenschappen • Geometrie •Grootte •Vorm • Microarchitectuur • Trabeculaire • Corticale dikte/porositeit Materiaaleigenschappen • Mineraal • Mineraal/matrix ratio • Kristalgrootte • Collageen • Type • Cross links • Microschade/microfractuur Botombouw Weerstand van bot tegen breuken
  4. 4. MUMC & UHasselt Basic Multicellular Unit (BMU) www.courses.washington.edu/ bonephys/opalgo.gif
  5. 5. UHasselt azMaastricht Botombouw vòòr de menopauze
  6. 6. MUMC & UHasselt Botombouw na de menopauze
  7. 7. Maastricht UMC & UHasselt Oorzaken van secundaire osteoporose bij 100 patiënten met een klinische fractuur 85 vrouwen, 15 mannen Gekend Nieuwe diagnose % % • Vitamine D tekort (<50 nmol/l) 0 42 • Hyperparathyroïdie 1 5 • Nierinsufficiëntie 8 6 • Hypogonadisme bij mannen 0 3 • Schildklierpathologie 13 5 ontregeld • Inflammatoir reuma 6 0 • Alcohol abuse 0 3 mannen* • Anorexia nervosa 0 2 vrouwen* • Totaal 18% 42% *Vooaf gekend maar niet herkend als risico voor osteoporose
  8. 8. Calcium inname en Vitamine D status bij patiënten met recente fractuur en osteoporose (n=100) (azM, 2006-2007) Maastricht UMC & UHasselt 50,00 100,00 150,00 serum 25-OHD3 (nmol/L) 0,00 500,00 1000,00 1500,00 2000,00 2500,00 3000,00 Calciumintake(mg/day) 1200 75
  9. 9. Pyramidale benadering ter preventie van fracturen bij patiënten met een hoge kans op fracturen (the US Surgeon General) Aanpassing leefwijze: dieet (calcium, eiwit), vitamine D oefeningen, valpreventie stop sigaretten roken, matig alkohol cosumptie Differentieel diagnose secundaire Osteoporose (ziekten en medicaties) Overweeg medicatie: resorptieremmers, anabole middelen Maastricht UMC & UHasselt
  10. 10. Maastricht UMC & UHasselt Maanden Resorptie Formatie TeriparatideBisfosfonaten % Verandering vs. baseline Veranderingen in botombouw met medicaties Strontium Ranelaat -100 -50 0 50 100 150 200 250 0 1 3 6 12
  11. 11. Maastricht UMC & UHasselt Antifractuur effecten van medicaties in de primaire analyse van gerandomizeerde, gecontroleerde klinische studies Fracturen Wervel Niet-wervel Heup Alendronaat x x x Risedronaat x x x Ibandronaat x Zoledronaat x x x Raloxifene x Strontium ranelaat x x Teriparatide (rhPTH 1-34) x x Proteact (rhPTH 1-84) x
  12. 12. Maastricht UMC & UHasselt Antifractuur effecten van medicaties in de primaire analyse van gerandomizeerde, gecontroleerde klinische studies en post-hoc analyses Fracturen Wervel Niet-wervel Heup Alendronaat x x x Risedronaat x x x Ibandronaat x als T<-3.0 als T<-2.5 + recente fract. ACE *> 10.8 mg Zoledronate x x x Raloxifene x Strontium ranelaat x x als T<-2.4 + >74 jr Teriparatide (rhPTH 1-34) x x Proteact (rhPTH 1-84) x *ACE: annual cumulative exposure
  13. 13. Risico voor eerste en volgende fractuur tijdens een opvolging van 20 jaar bij postmenopauzale vrouwen Maastricht UMC & UHasselt Van Geel, Geusens et al, ASBMR, 2008, oral presentation & Ann Rheum Dis, 2008 --- First fracture --- Subsequent fracture from menopause on from 1st fracture on --- First fracture --- Subsequent fracture from menopause on from 1st fracture on
  14. 14. Maastricht UMC & UHasselt Reductie in klinische wervelfracturen met alendronaat bij bestaande wervelfractuur of T-score <-2.5 in femurhals Black DM, et al. JCEM. 2000; 85: 4118-4124. 6 12 18 24 30 36 Maanden * * * * 59% reductie (P = 0.03) Placebo Alendronaat 5.0 4.0 3.0 2.0 1.0 0 CumulativeIncidence(%) 0 *
  15. 15. Maastricht UMC & UHasselt %Patiëntes VERT MN/NA10 1010 Roux C. et al., Current Med Research and Opinion 2004; 20(4):433-439Roux C. et al., Current Med Research and Opinion 2004; 20(4):433-439 0.0 1.0 2.0 0 3 6 9 12 Placebo Risedronaat ** ** ** 69% P<0,05 Gegevens afkomstig uit de gepubliceerde basisstudies. . Vermindering van risico op een klinische wervelfractuur tijdens het 1ste jaar van behandeling Risedronaat
  16. 16. Maastricht UMC & UHasselt Risedronaat: Reductie het risico op nonvertebrale fracturen 0 2 4 6 8 10 6 12 18 24 30 36 Maanden Percentage(%)Patiënten Placebo Risedronaat 5mg/d Vrouwen met Lumbale BMD T-score <-2.5 59% P=0.002 NNT=22 Bensen et al, Osteoporos Int 2002; 13 (Suppl1): S18 (P46MO) * * * * * *
  17. 17. Maastricht UMC & UHasselt Antifractuur effecten van medicaties Effecten op korte termijn (in maanden) Fracturen Wervel Niet-wervel Alendronaat 12 12 Risedronaat 6 6 Ibandronaat 12 36 Zoledronaat 12 36 Raloxifene 12 Strontium ranelaat 12 36, 12 als > 80 jr Teriparatide (rhPTH 1-34) 18 18 Proteact (rhPTH 1-84) 18
  18. 18. Fundamental Components of Bisphosphonate Anti-resorptive Activity HAPOH Ca Bone Surface Both Properties Contribute Independently to Pharmacological Potency in vivo FPPS Enzyme within Osteoclast C=O Mg Mg OH Bone Mineral Affinity FPPS Enzyme Inhibition Maastricht UMC & UHasselt
  19. 19. greengreen = analogue with= analogue with higher bone affinityhigher bone affinity redred = labelled analogue with= labelled analogue with lower bone affinitylower bone affinity Roelofs, Kashemirov, McKenna, Lundy, Ebetino, Coxon, Rogers et al, 2008 Potential Evidence of Differential Distribution If there was little differentiation, we would have seen more yellow young rats 24 hours old rats 24 hours
  20. 20. Verschillen in bisfosfonaten in affiniteit voor bot mineraal en enzyme inhibitie Affiniteit voor botmineraal FPPS Enzyme Inhibitie FPPSInhibitionPotency HigherLower AffinityforBone HigherLower Mineral Binding Affinity RIS IBN ALN ZOL KL/106 Lmol-1 0.0 1.0 2.0 3.0 4.0 Enzyme Inhibition Potency ALN IBN RIS ZOL IC50(nM) 0 5 10 15 20 25 30 200 300 400
  21. 21. OPTAMISE Study Design Prior Risedronate 5 mg/d or 30-35 mg/wk Prior Alendronate 10 mg/d or 70 mg/wk Teriparatide Only 20 μg/d sc Prior Bisphosphonate Therapy ≥2 years Daily TPTD for 12 months Miller P, et al. JBMR 2007;22(Suppl 1)s26. Delmas P, et al. JBMR 2007;22(Suppl 1)s27. Screening Subgroup Stratification Bisphosphonate discontinued during 2-wk screening period
  22. 22. 1 2 3 4 5 P1NP BSAP OC CTX NTX RatiotoBaseline Prior RIS (n=146) Prior ALN (n=146)† ** † BSAP, n=145 *p<0.01 **p<0.001 ** * ** ** OPTAMISE Month 3 Bone Turnover Markers* 0 20 40 60 80 100 P1NP MeanChangefromBaseline(ng/mL) Prior RI S (n= 146) Prior ALN (n= 146) Primary Endpoint 41% difference * *Completer Population Delmas P, et al. JBMR 2007;22(Suppl 1)s27. Maastricht UMC & UHasselt
  23. 23. Disintegration times in water at 37°C of different preparations of non- Fosamax alendronate (NFA) Maastricht UMC & UHasselt Disintegration time: Faster Slower
  24. 24. Leeftijdsspecifieke incidentie van radiografische wervel, heup en voorarm fracturen bij vrouwen Sambrook and Cooper, Lancet, 2006, 2010; European Prospective Osteoporosis Study General Practice Research Database Maastricht UMC & UHasselt
  25. 25. Maastricht UMC & UHasselt Risedronaat: fractuurreductie bij ouderen >80 jaar Risico voor wervelfracturen • na 1 jaar: -81%* • na 3 jaar: -44%* Boonen S et al, JAGS, 2004, 1832 *p<0.01
  26. 26. Maastricht UMC & UHasselt Wervelfractuureductie bij patiënten van 80 jaar en ouder In favour of strontium ranelate over 3 yearsover 3 years - 32% P=0.013New vertebral fracture New vertebral fracture P=0.002- 59% ↓ RR Over 1 yearOver 1 year 0 0.5 1 1.5 over 5 yearsover 5 years - 31% P=0.010New vertebral fracture t.o.v. placebo Seeman E et al, JBMR, 2006 Seeman E et al. Osteoporos Int. 2006;18:1-13 (OC39).
  27. 27. Maastricht UMC & UHasselt Niet-wervel fractuureductie bij patiënten van 80 jaar en ouder - 31% All non vertebral fractures All non vertebral fractures- 41% ↓ RR 0 0.5 1 1.5 - 26% All non vertebral fractures P=0.011 P=0.027 P=0.019 t.o.v. placebo over 3 yearsover 3 years Over 1 yearOver 1 year over 5 yearsover 5 years In favour of strontium ranelate Seeman E et al, JBMR, 2006 Seeman E et al. Osteoporos Int. 2006;18:1-13 (OC39).
  28. 28. Maastricht UMC & UHasselt Therapietrouw •Bisfosfonaten, na 1 jaar therapie: 40% met dagelijkse inname 50% met wekelijkse inname 60% met maandelijkse inname 70% met wekelijkse dosis in fractuurpoli met osteoporose verpleegkundige •Barrières bij artsen en patiënten
  29. 29. Maastricht UMC & UHasselt Strontium ranelaat Effecten na 5 jaar behandeling ↓ RR 0 0.5 1 1.5 P=0.03- 15% Alle niet-wervelfracturen P=0.025- 18% Belangrijkste niet-wervelfract. P<0.001- 24% Alle wervelfracturen Reginster JY et al, Osteoporos Int, 2006 TROPOSTROPOS Over 5 yearsOver 5 years
  30. 30. Maastricht UMC & UHasselt Risedronaat: jaarlijkse incidentie van nieuwe morfometrische wervelfracturen 0 2 4 6 8 10 12 14 Placebo Ris 5mg Placebo Ris 5mg Ris 5mg Ris 5mg jaar 0-3 jaar 4-5 Jaarlijkseincidentie(%) jaar 6-7 17 Sorensen et al. ECTS, 2004
  31. 31. Maastricht UMC & UHasselt 10 jaar Alendronaat Trochanter BMD 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 0 12 24 36 48 60 72 84 96 108 120 Gemiddeld%stijginginBMD Maanden ALN 5 mg ALN 10 mg ALN 20 mg/ALN 5 mg/Placebo
  32. 32. Maastricht UMC & UHasselt Strategie na 5 jaar behandeling met bisfosfonaten Start Fractuur T-score Absoluut Strategie tijdens 5 jr F.U. na 5 jr fractuurrisico (geen EBM*) Geen fractuur T<-2.5 neen T>-2.0 laag stop + opvolging ** neen T<-2.5 hoog continueren ** Fractuur Wervel neen any hoog continueren ** ja any hoog switch naar PTH *** Niet-wervelfract. Neen T<-2.5 hoog continueren T>-2.0 intermediair stop /continueren? ja any hoog switch naar PTH *EBM: bewijsgestoeld ** op basis van de FLEX studie *** op basis van terugbetalingscriteria
  33. 33. Maastricht UMC & UHasselt Serum C-Telopeptide (Mean ± SD) for Anti-RANKL Every 6 Month Dosing at 12 Months Phase 2: Postmenopausal Women with Low BMD McClung MR, et al. N Engl J Med. 2006;354:821-831 12 NS vs placebo P < 0.001 vs alendronate P < 0.001 vs placebo -100 -80 -60 -40 -20 0 20 0 2 4 6 8 10 Time (Months) MeanPercentChange fromBaseline Placebo, N = 46 Denosumab 14 mg, N = 53 Denosumab 60 mg, N = 47 Denosumab 100 mg, N = 41 Denosumab 210 mg, N = 46 Alendronate 70 mg/wk, N = 46
  34. 34. Maastricht UMC & UHasselt Fractuurpreventie bij osteoporose Conclusies • Calcium en vitamine D: navragen en bij deficiëntie corrigeren • Medicatie: bij patiënten met osteoporose, rekening houdend met risicoprofiel, snelheid van effect en aangetoonde risicoreductie • Aandacht voor therapietrouw • Grondige evaluatie na 5 jaar therapie

×