Visitatie woningcorporaties interview steven de waal

449 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
449
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
2
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Visitatie woningcorporaties interview steven de waal

  1. 1. MPfl3InterviewStevendeWaal.docSteven de Waal, Public SPACE Foundation‘Had u niet meer kunnen doen?’‘Raden van toezicht zouden verplichte visitatie moeten omarmen’, vindt Steven de Waal. ‘Wantdaarmee heeft het toezicht een beoordelingsinstrument in handen.’ De Waal heeft onlangs vanHet Netwerk en de SEV de opdracht gekregen om een onafhankelijk en gezaghebbendvisitatiestelsel voor de woningcorporatiebranche te ontwerpen. De visitatie moet bovendienverplicht worden, zoals ook de Commissie-Sas adviseerde.Tekst: Margriet Pflug, foto’s Arie Wapenaar, Vlaardingen.Ruim tien jaar houdt Steven de Waal zich nu bezig met het thema maatschappelijk ondernemen. Hij isbestuurder en oprichter van de Public SPACE Foundation, een internationale denktank op het gebiedvan maatschappelijk ondernemerschap. Onlangs kreeg De Waal de opdracht een nieuw, onafhankelijken gezaghebbend visitatiestelsel voor woningcorporaties te ontwikkelen. De opdracht komt van tienwoningcorporaties verenigd in Het Netwerk. Zij hebben het verdere initiatief daarvoor en deondersteuning overgedragen aan de SEV. Steven de Waal werkt aan de opdracht als voorzitter van eencommissie met Paul Koster, bestuurslid van de Autoriteit Financiële Markten en Ferdinand Mertens,lid van de Onderzoeksraad voor veiligheid.De Waal: ‘In het denken over maatschappelijk ondernemen heb ik een ontwikkeling doorgemaakt: vande maatschappelijke onderneming via maatschappelijk ondernemen naar de maatschappelijkeondernemer zelf. Een maatschappelijke onderneming wordt tegenwoordig niet meer altijd geleid dooreen maatschappelijk ondernemer. In een flink aantal ondernemingen, waaronder woningcorporaties,gelukkig toch nog wel.’Welke kenmerken heeft een maatschappelijk ondernemer volgens u?‘Dat zijn mensen die leiderschap tonen met een visie op de samenleving. Zij doen meer dan strikt vanhen verwacht wordt, omdat ze maatschappelijke noden zien die gelenigd moeten worden. Desnoodsbuiten de gebaande paden. De vraag die mij interesseert is: hoe hou je dit type mensen op debestuurdersstoel van maatschappelijke ondernemingen. Volgens mij lukt dat met een goedemaatschappelijke ondernemingsconstructie en met een raad van toezicht die is toegerust om op demaatschappelijke missie van de onderneming te blijven letten.’Heeft een maatschappelijk ondernemer visitatie nodig?‘Nee, op zichzelf niet. Maar als hij opereert met maatschappelijk kapitaal, met een maatschappelijkeopdracht en onder een toenemende maatschappelijk druk? Ja, dan heeft een maatschappelijkondernemer wel visitatie nodig. Hij heeft verantwoordingsinstrumenten nodig. En als het jaarverslagdaarvoor niet toereikend is, het overleg met belanghouders te diffuus en er onvoldoendebeoordelingsnormen voor de raad van toezicht zijn. Dan is er dus iets extra’s nodig: visitatie.’Welke opdracht heeft u van Het Netwerk gekregen?‘Ik heb opdracht gekregen om voor de woningcorporatiebranche een onafhankelijk systeem vanvisitatie te ontwikkelen, vooral gericht op de maatschappelijke prestaties en de transparantie. Hetsysteem moet straks oordelen over corporaties opleveren waar zij niet alleen zelf wat aan hebben,maar ook hun belanghouders.De drie belangrijkste begrippen van dat visitatiesysteem zijn onafhankelijk _ om die reden bemoeitHet Netwerk zich verder ook niet met de manier waarop ik mijn opdracht uitwerk _ gezaghebbend enverplicht. Daarbij zou niet alleen de visitatie zelf verplicht moeten zijn, maar ook de publicatie, hetopenbaar maken. Hoe die verplichting wordt opgelegd en bewaakt, is een van de punten van studie.Daarom beperk ik me niet tot de meetlat, maar houd ik me ook bezig met de manier van rapporteren.Dat moet op een eenduidige, onderling zo vergelijkbaar mogelijke manier gaan gebeuren. Uiteindelijkkan ik me voorstellen dat je een visitatierapport elke keer samenvat in tien punten die altijd
  2. 2. terugkomen. Adviseren over en opleggen van sanctiemogelijkheden hoort in mijn ogen niet tot hetvisitatie instrument.Er is geen tijdpad, maar er is wél een urgentie uitgesproken. We zitten nu middenin de oriëntatiefase.We willen het systeem niet ontwikkelen vanuit een ivoren toren. Er moet uiteindelijk wel draagvlakvoor zijn. Dus we spreken veel verschillende maatschappelijke partijen. Verder kijken we naar anderevisitatiesystemen in binnen en buitenland.De afronding van deze oriëntatie verwacht ik in maart. Op basis daarvan werken we in grote lijnen eensysteem uit, waarmee we dan hopelijk al voor de zomer van 2006 in pilots kunnen gaan proefdraaien.De praktijk moet uitwijzen wat wel en wat niet werkt. De visitaties kunnen uiteindelijk uitgevoerdgaan worden door een aantal onafhankelijke en gecertificeerde partijen. Dat kunnen bestaande partijenzijn, zoals Raeflex, maar ook nieuwe partijen.’Welke visitatiestelsels leveren inspiratie en waar let u dan op?‘In Nederland kijken we zeker naar het visitatiestelsel in de universitaire wereld. In het buitenland isvooral Engeland interessant. Daar hebben ze voor social housing associations een auditsysteemontwikkeld met aantal interessante criteria voor maatschappelijk presteren. Zoals voor prestaties ophet gebied van achterstandsbestrijding, leefbaarheidsbevordering maar ook prestaties in de preventievesfeer. In hoeverre benutten ze hun kennis van de bewoners om een wijk beter te maken, of om andereinstanties in te schakelen? Dat soort maatschappelijke vragen.Het wordt voor ons nog een speurtocht. Ik wil zeker niet naar een systeem waarin woningcorporatiesmaar alle mogelijke gegevens moeten gaan leveren.’Wat moet het nieuwe visitatiestelsel toevoegen aan de bestaande situatie?Mijn verwachting is dat het stelsel niet alleen iets toevoegt maar ook iets vermindert: namelijk debureaucratische last van karrenvrachten in te vullen papier waar uiteindelijk niet zoveel mee gebeurt.In het huidige stelsel valt niemand je lastig als je keurig binnen de lijntjes van het BBSH blijft. Treed jedaar buiten, dan is het mis. De WRR, de SER en ook het RIGO hebben er uitvoerig over geschreven inhun rapporten over maatschappelijk ondernemen. Dit nieuwe visitatiestelsel wil hierin veranderingbrengen. De hoofdvraag is straks niet meer: “Bent u te ver gegaan?” Nee, die is: “Had u niet meerkunnen doen?” Het is een rendementsvraag: ingezette of beschikbare middelen versus bereikte(maatschappelijke) resultaten. Daarover met de billen bloot naar de directe lokale belanghouders datbrengt een branche in beweging. Want het bevestigt innoverende corporaties, het stimuleert de grotemiddenmoot van corporaties tot nog veel betere prestaties en het laat heel goed zien welke corporatiesecht slecht presteren. Veel corporaties komen nu iets te gemakkelijk weg met “Van de tien dingen dieik had kunnen doen, heb ik er twee gedaan.” En die acht andere dingen daar heeft niemand het danmeer over, want ja, die twee gerealiseerde projecten zijn toch wel goed.Naast dit visitatiestelsel zou ik overigens wel willen dat het werkveld van woningcorporatiesduidelijker gedefinieerd wordt (dit kan wat mij betreft weg, staat er een beetje los en onuitgelegd bij)’U noemde net al ‘verplicht’ als een van de kenmerken van het visitatiestelsel waaraan u nu werkt. Noglang niet alle woningcorporaties zijn ervan overtuigd dat visitatie verplicht moet worden. Hoe zou dieweerstand weg te nemen zijn?‘Die weerstand kan ik me voorstellen. In veranderingsprocessen kom ik dit altijd tegen. In die zinverbaast het me ook niet. Ik begrijp best dat directeur-bestuurders niet volmondig roepen: ha fijn, weereen oordeel over mijn werk Zij zullen ongetwijfeld roepen dat ze al transparant zijn, dat ze aljaarverslagen maken en aan de raad van toezicht rapporteren.Ik denk daarom dat de omarming van verplichte visitatie vooral van de raden van toezicht moet komenen niet zozeer van directeur-bestuurders. Toezichthouders moeten toezien op het financiële maarvooral ook het maatschappelijk presteren van de corporatie. Visitatie is daarbij een hulpmiddel. Inmijn visie hoort de raad van toezicht de opdrachtgever voor de visitatie te zijn en de rapportage teontvangen. Dit past in het Rijnlands bestuursmodel: het strikt scheiden van de bestuurlijke macht en deraad van toezicht. In de branche is dat nog lang niet overal de praktijk. Als het om governance gaatlopen de maatschappelijke ondernemingen behoorlijk achter op de ontwikkelingen in hetbedrijfsleven, vind ik. Daar is de positie van de raad van commissarissen tegenwoordig veelkwetsbaarder omdat zij stevig en met consequenties verantwoording moeten afleggen aan de
  3. 3. aandeelhouders. In het huidige model in de corporatiebranche is de raad van toezicht een intern orgaandat in sterk gericht op alleen de directeur-bestuurder zijn werk doet. (een-tweetje suggereert te veelverkeerd achterkamertjesgedoe e.d.)Waarna de bestuurder naar buiten treedt. Dat zal enorm gaanveranderen. De raden van toezicht zullen. analoog aan het bedrijfsleven, veel meer naar buiten gaantreden om zelf verantwoording af te leggen. Bijvoorbeeld over de uitkomst van een visitatie en wat deraad vindt dat daarmee moet gaan gebeuren.’Wat levert een stelsel van verplichte visitatie de individuele corporatie aan voordelen? En welkevoordelen zijn er voor de branche als geheel?‘Het maakt de verhouding tussen de raad van toezicht en de raad van bestuur zuiverder. En visitatielevert een sterke verbetering van het interne toezicht. Die krijgt echt iets in handen om zijn werk beterte doen. Dat is een. Verder denk ik dat visitatie kan helpen de dialoog met belanghouders normatieveren daardoor simpeler te maken. Het helpt de corporatie beargumenteerd en met gezag zijn keuzes teverantwoorden.Ik verwacht niet dat verplichte visitatie het imago van de branche als geheel zal verhogen. Ik geloofniet in collectieve imagocampagnes. Het maakt wel duidelijk wat indieviduele woningcorporatiesprecies doen. Welke corporaties goed bezig zijn en welke niet. Die laatsten zullen het dus ook eenvervelend instrument vinden.Verder denk ik dat visitatie ook de accentverschillen tussen woningcorporaties blootlegt. Voorbelanghouders in de samenleving wordt daarmee veel duidelijker wat ze van een corporatie kunnenverwachten en wat niet.’U maakt ook deel uit van het partijbestuur van de PvdA. Uw partijgenoot Staf Depla noemde u in eeninterview met Aedes-Magazine (19-2004, p10-13) een van de belangrijkste denkers overmaatschappelijk ondernemen binnen de PvdA. Maar hij zei ook dat u uw ideeën daarover vaak beterkwijt kon binnen andere partijen. Hoe is dat nu?‘Dat is wel verschoven. In een themanummer van S&D _ het opinietijdschrift van de PvdA _ over deondernemende verzorgingsstaat, word ik uitgebreid geïnterviewd. De twijfel of we aan de bruteringwel goed hebben gedaan is er nu wel uit. De PvdA beschouwt de maatschappelijke onderneming alseen goed model. Of het helemaal omarmd wordt, dat weet ik niet. Want er zitten wel haken en ogenaan. Hoe stel je bijvoorbeeld prestaties veilig. Klassiek een belangrijk punt voor de PvdA, ook in mijneigen denken. Voor prestaties op de woningmarkt heeft de PvdA woningcorporaties heel hard nodig.Dus PvdA-ers worden heel link als die prestaties uitblijven.Hieruit komt mijn grootste kritiek op het rapport van de commissie-De Boer voort, waarin de ministergepositioneerd wordt als systeemverantwoordelijke. Politiek is dat natuurlijk onzin. Dat levert je geenprestaties op en geen politiek succes. Het arrangement dat minister Dekker in haar Toekomstvisie opde woningcorporaties heeft biedt voor prestaties wel een basis. Het systeem van een woonvisie van degemeente met een bod van corporaties wordt van onderop opgebouwd, want daar is de marktkennis.Maar ik vind wel dat de minster sanctiemogelijkheden in handen moet houden in het geval deprestaties achterblijven. Zowel bouwprestaties, als governanceprestaties. Ik pleit daarbij voor eenoplopend rijtje wettelijk vastgelegde sanctiemogelijkheden. (dit is expliciet NIET de bedoeling: desancties worden door andere partijen in een eigen afweging opgelegd en de visitatierapporten kunnendaarin een rol spelen)De Nederlandse bestuurder in het bedrijfsleven moet toch ook voor zijn bestaanvrezen als hij zijn werk niet goed doet. Wen er maar aan dat de samenleving in toenemende mate eenmening over u heeft. En nog ventileert ook. En dat in dat ventileren vervolgens de politieke druk hoogop kan lopen.’Steven de Waal is bestuurder en oprichter van Public SPACE Foundation, een internationale denktankop het gebied van maatschappelijk ondernemerschap. Hij heeft als extern strategie-consultant gewerktvoor vele verschillende maatschappelijke organisaties, van omroepen tot zorginstellingen enbrancheverenigingen. Momenteel bereidt De Waal een promotieonderzoek voor over civicleaderschip. (dit is vervallen per december 2005)‘Ik geloof niet in collectieve imagocampagnes’
  4. 4. ‘Wen er maar aan dat de samenleving een mening over u heeft’‘Ik begrijp best dat directeur-bestuurders niet volmondig roepen: ha fijn, weereen oordeel over mij’‘Visitatie levert een sterke verbetering van het interne toezicht’Inhoud:Steven de Waal‘Raden van toezicht zouden verplichte visitatie moeten omarmen’, vindt Steven de Waal. ‘Wantdaarmee heeft het toezicht een beoordelingsinstrument in handen.’ De Waal heeft onlangs van HetNetwerk en de SEV de opdracht gekregen om een onafhankelijk en gezaghebbend visitatiestelsel voorde woningcorporatiebranche te ontwerpen. De visitatie moet bovendien verplicht worden, zoals ook deCommissie-Sas adviseerde.Cover:Steven de Waal over visitatie:‘Had u niet meer kunnen doen?’

×