Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

Impactgedreven werken

465 views

Published on

Presentatie 'Impactgedreven werken' ikv. decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk (Marc Jans - Socius) (april 2018)

Published in: Government & Nonprofit
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Impactgedreven werken

  1. 1. IMPACTGEDREVEN WERKEN Marc Jans – 2018 SOCIUS vzw, steunpunt sociaal-cultureel volwassenenwerk
  2. 2. PROGRAMMA § Speelveld § Impact § Impactgedreven werken § Stappenplan impactevaluatie § Veranderingstheorie § Waarde en verhalen § Methoden en technieken 2
  3. 3. SPEELVELD § De “Wat werkt” beweging § Overheid – middenveld § Overheid – SCvW 3
  4. 4. 4 WAT WERKT BEWEGING praktijkontwikkeling / verantwoording / legitimering wetenschap, praktijk evidence based practice EBP Wetenschap Ervaring en vakmanschap Kenmerken, voorkeuren doelgroep Missie en visie overheidsbeleid evidence based public management nieuw publiek management NPM Competitie Responsa- bilisering Resultaat- gerichtheid Efficiëntie
  5. 5. 5 OVERHEID – MIDDENVELD beperkte invloed NPM verzakelijking, contractualisering § Competitie: sociale economie, arbeidsmarkt, daklozenopvang in Antwerpen § Resultaatfinanciering (projecten): ontwikkelingssamenwerking § Voorzichtige tendens in de richting van NPM: cultuur ▫ Beleidsplan ▫ Efficiënt inzetten subsidies ▫ Klantgerichtheid ▫ Goed bestuur
  6. 6. OVERHEID – SCvW “In ruil voor de toegekende middelen verwacht de overheid dat een SCvW-organisatie zijn ‘governance’ – hoe ze de middelen inzet om vanuit de missie, doelen en principes te komen tot effectieve praktijken – helder kan verantwoorden en dat ze kan aantonen dat ze ook bereikt wat ze wil bereiken.” Sven Gatz Conceptnota 2016 6
  7. 7. 7 Civiel perspectief OVERHEID – SCvW
  8. 8. OVERHEID – SCvW In het domein van het SCvW organisaties subsidiëren die, vanuit een civiel perspectief en met respect voor de gemeenschappelijke sokkel van waarden, fundamentele rechten en vrijheden, een betekenisvolle bijdrage leveren aan de emancipatie en dialoog van mensen en groepen én aan de versterking van een duurzame, inclusieve, solidaire en democratische samenleving door sociaal- culturele participatie en gedeeld burgerschap van volwassenen te bevorderen en gedeelde samenlevingsvraagstukken tot publieke zaak te maken. Hiervoor ontwikkelen en verspreiden zij praktijken die hierop een werkend antwoord kunnen bieden. 8
  9. 9. OVERHEID – SCvW DOELORIENTERING § sociaal-culturele participatie § emancipatie van mensen en groepen § gedeeld burgerschap § dialoog tussen mensen en groepen van mensen § publiek gemaakte gedeelde samenlevingsvraagstukken en een werkend antwoord hierop § een sterkere democratische, duurzame, inclusieve en solidaire samenleving 9
  10. 10. OVERHEID – SCvW AANPAK § in de vrije tijd van volwassenen § op basis van drie rollen en een functiemix § inclusief en/of categoriaal § vanuit een civiel perspectief § met respect voor een gemeenschappelijke sokkel van waarden § met relevantie en uitstraling voor Vlaanderen – al dan niet ook Brussel – of een bepaalde regio 10
  11. 11. IMPACT § Definitie § Complexiteit § Drie benaderingen 11
  12. 12. DEFINITIE IMPACT = effecten § op lange termijn § gevolg van een sociaal- culturele praktijk § MINUS wat toch zou gebeurd zijn zonder die praktijk § positief en negatief § bedoeld en onbedoeld § direct of indirect 12
  13. 13. DEFINITIE Sociaal-culturele praktijk § Bedoeld ▫ missie- en visiegedreven ▫ doeloriëntering en aanpak (decreet) § In een gemeenschap, relatie tussen gemeenschappen = complex systeem ▫ verschillende dynamieken en invloeden ▫ tegenstellingen 13
  14. 14. COMPLEXITEIT Zekere kennis Onzekere kennis Duidelijke waarden Eenvoudige (beleids)uitvoering Complexe studie en onderzoek Onduidelijke waarden, discussie Maatschappelijk omstreden publiek en politiek debat Lastige maatschappelijke maatschappelijk innoveren 14 SAMENLEVINGSVRAAGSTUKKEN
  15. 15. COMPLEXITEIT complex simpelchaotisch ingewikkeld uitproberen – waarnemen – reageren waarnemen – analyseren – reageren ageren – waarnemen – reageren waarnemen – inrichten – reageren goede praktijken innovatieve praktijken beste praktijken praktijkontwikkelin g relaties tussen oorzaken en gevolgen niet vanzelfsprekend relatie tussen oorzaak en gevolg voorspelbaar geen oorzaken en gevolgen diverse invloeden zonder duidelijke relaties tussen oorzaken en gevolgen Dave Snowden, cynefin-model 15
  16. 16. DRIE BENADERINGEN Attributie 16
  17. 17. DRIE BENADERINGEN ATTRIBUTIE Zeldzaam in SCvW § Eenvoudige uitdaging in simpel systeem § Gestandaardiseerde praktijk met controle over randvoorwaarden § Voldoende aantallen voor impactevaluatie
  18. 18. 18 Vooronderstellingen impactdenken Ondertussen in de werkelijkheid Oorzaak - gevolg Open systeem Positieve bedoelde resultaten Onverwachtte positieve en negatieve resultaten Focus op ultieme effecten Samenspel van veel tussenliggende effecten Toewijzen aan één actor, programma Samenstroom van veel actoren, programma’s en factoren Eindpunt (succes geboekt) Never ending veranderingsprocessen Het geworstel met impact DRIE BENADERINGEN
  19. 19. DRIE BENADERINGEN Contributie 19
  20. 20. DRIE BENADERINGEN Praktijk Effecten Impact Controle- sfeer Invloed- sfeer Interesse- sfeer 20
  21. 21. DRIE BENADERINGEN CONTRIBUTIE § Realistisch maar complex § Eenduidige oorzaak-gevolg relaties blootleggen is onmogelijk § Mechanismen verklaren en vooronderstelde mechanismen toetsen 21
  22. 22. DRIE BENADERINGEN Waarde § Geen na te streven effect § Praktijk zelf is het doel § Peilen naar impact = waarden en betekenissen van een praktijk vanuit verschillende invalshoeken duiden. 22
  23. 23. DRIE BENADERINGEN § Attributie: geen sprake van :-) § Contributie: “betekenisvolle bijdrage leveren aan …” § Waarde: geen expliciete aanknopingspunten Activiteiten die op zichzelf waardevol zijn voor een democratische, duurzame, solidaire en inclusieve samenleving vallen mits een goede duiding van die waarde in principe binnen de scoop van het decreet. 23
  24. 24. IMPACTGEDREVEN WERKEN § Intuïtief werken § Impactgedreven werken § Input ➔ Impact § Definitie § Groeipad 24
  25. 25. 25 INTUÏTIEF WERKEN PLAN INPUTS ACTIVITEIT IMPACT
  26. 26. 26 IMPACTGEDREVEN WERKEN context beginsituatie visie en gewenst effect input activiteit output outcome impact tussenliggend lange termijn wat we investeren gerealiseerde diensten en producten wat we doen wat gebeurt omwille van onze activiteiten efficiëntie effectiviteit
  27. 27. 27 IMPACTGEDREVEN WERKEN PLAN INPUT ACTIVITEIT OUTPUT OUTCOME IMPACT
  28. 28. 28 IMPACTGEDREVEN WERKEN INPUT INPUT INPUT INPUT OUTPUT ACTIVITEIT OUTPUT OUTPUTACTIVITEIT ACTIVITEIT ACTIVITEIT OUTPUT OUTCOME OUTCOME OUTCOME OUTCOME INPUT ACTIVITEIT OUTPUT INPUT ACTIVITEIT OUTPUT INPUT ACTIVITEIT OUTPUT
  29. 29. 29 29 input activiteit output outcome impact Middelen, personeel Activiteiten (sociaal- cultureel) Tastbare kenmerken van (een) activiteit(en) Verandering, leereffecten als gevolg van de activiteit Lange termijnbijdrage aan maatsch. veranderingen subsidies, begeleider, groepen, lokaal, vrijwilligers, netwerken, platforms, media,... ontmoeting, vorming, actie, lobbywerk, campagne, ... Al dan niet expliciet ikv een beleidsplan aantal deelnemers, bezoekers, gepresteerde uren, likes, kliks, persmeldingen, links, ... Effect op de deelnemers (betrokkenheid, inzicht en competenties, verandering houding, gedrag, ...) Emancipatie, sterkere maatschapp. positie Nieuwe regels, voorzieningen plannen beoogde resultaten INPUT ➔ IMPACT
  30. 30. 30 INPUT ➔ IMPACT Controle- sfeer Invloed- sfeer Interesse- sfeer inputs activiteiten outputs outcomes impact
  31. 31. DEFINITIE = 31 Vooraf, tijdens de uitvoering en achteraf uitleggen en aantonen hoe je praktijk bijdraagt aan de beoogde resultaten. De verbanden tussen context, doelstellingen, input, activiteiten, output, outcome en impact voortdurend duiden en aantonen met gegevens.
  32. 32. 32 GROEIPAD WERKZAAM PLAUSIBEL DOELTREFFEND VEELBELOVEND VOORWAARDELIJK EFFECTIEF GOED ONDERBOUWD GOED BESCHREVEN
  33. 33. 33 GROEIPAD ontwikkelingsniveau praktijk bewijskracht effectiviteit omschrijving bronnen VOORWAARDELIJK descriptieve aanwijzingen, geen bewijskracht de aanleiding, doelstellingen, inputs, activiteiten, outputs van de praktijk en de verbanden daartussen zijn duidelijk omschreven beleidsplan, projectplan, SISCA, … VEELBELOVEND theoretische aanwijzingen + geloofwaardige veranderingslogica (TOC) onderbouwd met modellen, theorie en/of literatuur literatuurstudie, deskundigen, … DOELTREFFEND eerste empirische aanwijzingen ++ onderzoek toont aan dat outcomes bereikt zijn: tevreden deelnemers, minder problemen, sterkere vaardigheden, betere participatie outcome mapping, outcome harvesting, … PLAUSIBEL goede empirische aanwijzingen +++ het is enigzins aannemelijk dat de outcomes veroorzaakt zijn door de praktijk veranderingstheoretisch onderzoek (TOC) WERKZAAM sterke empirische aanwijzingen ++++ het is zeer aannemelijk dat de outcomes veroorzaakt zijn door de praktijk. experimenteel onderzoek
  34. 34. STAPPENPLAN IMPACTEVALUATIE § Stappenplan § Scope § Stappenplan 34
  35. 35. STAPPENPLAN http://www.socius.be/publicatie/peilen-naar- de-impact-van-sociaal-culturele-praktijken/ 35
  36. 36. STAPPENPLAN ê Keuzes Doel van impactevaluatie Design van impactevaluatie è Observaties Kenmerken organisatie Kenmerken praktijk 36 36
  37. 37. STAPPENPLAN 37
  38. 38. SCOPE § Werkende antwoorden op samenlevingsvraagstukken lopen vaak over langdurende processen waarbij verschillende inspanningen van verschillende actoren samenstromen. § Geen cultuur en (infra)structuur om impactgedreven te werken in onze sector. § Volledig beleidsplan als scope voor impactevaluatie ligt niet voor de hand. 38
  39. 39. SCOPE Klein begonnen is half gewonnen! § Focus op concrete en specifieke tussendoelen (zeker bij beoogde effecten als emancipatie van mensen en groepen en versterking van een democratische, duurzame, inclusieve en solidaire samenleving) § Focus op cruciale doelen uit je beleidsplan § Focus op één activiteit of een samenhangend geheel van activiteiten (vaak in lijn met 1 operationeel doel). § Focus eerst op outcome en in een volgende stap eventueel op impact § Focus op een haalbare reikwijdte (buurt, gemeente, streek, regio, Vlaanderen, …) 39
  40. 40. 40 STAPPENPLAN
  41. 41. 41 STAPPENPLAN
  42. 42. 42 STAPPENPLAN
  43. 43. VERANDERINGSTHEORIE § Waarom? § Wat is het? § Stappen § Stap 1: doelstellingen en aannames identificeren § Stap 2: veranderingslogica mappen § Stap 3: relevante indicatoren ontwikkelen § Stap 4: ondersteunende interventies identificeren § Stap 5: narratief uitschrijven § Praktijkvoorbeeld 43
  44. 44. WAAROM? 44 NIET ALLES IS OBSERVEERBAAR EN VERALGEMEENBAAR EBP verandering aantonen en vergelijken op basis van empirische observaties wat werkt? activiteit resultaat
  45. 45. WAAROM? 45 KRITISCH REALISME wat werkt, voor wie, waarom en onder welke omstandigheden? veranderinsgtheorie ontwikkelen op basis van empirische observaties
  46. 46. WAT IS HET? 46 PROCES wijze van plannen specifiek voor inspanningen met oog op maatschappelijke veranderingen § een aanpak voor ontwerp, planning en evaluatie van sociale veranderingsprogramma’s § een gestructureerde wijze van denken en plannen om gewenste veranderingen in een logisch kader (oorzaken – gevolgen) te vatten § participatief en collaboratief proces § stap voor stap achterhalen (backwards mapping process) van essentiële voorwaarden om een verandering te realiseren
  47. 47. WAT IS HET? 47 PRODUCT, een plan van aanpak om een concrete vooropgestelde maatschappelijke verandering te bewerken § het resultaat van een TOC-proces § een schematische en een narratieve weergave
  48. 48. STAPPEN 1. Doelstellingen en aannames identificeren 2. Veranderingslogica mappen 3. Relevante indicatoren ontwikkelen 4. Ondersteunende interventies identificeren 5. Narratief uitschrijven 48
  49. 49. STAP 1 doelstellingen en aannames identificeren 49 Ultieme doel verantwoordingsplafond Tussenliggende outcomesTussenliggende outcomes Tussenliggende outcomes Langetermijn outcome logica
  50. 50. § Deelnemers (sociale dienstverleningsinstelling, tewerkstellingsbureau en opvangcentrum voor slachtoffers van huiselijk geweld) debatteren en beslissen over de lange-termijn doelen en hun ambities ‘Duurzaam werk voor vrouwelijke slachtoffers van huishoudelijk geweld’ § Op basis van onderzoek, literatuur, eigen ervaring basisvoorwaarden bepalen nodig voor het behalen van de doelstellingen ▫ Vrouwen hebben ‘coping’ vaardigheden ▫ Vrouwen hebben professionele vaardigheden die goed in de markt liggen ▫ Vrouwen hebben een aangepast gedrag om adequaat te werken in een professionele omgeving SCHOOLVOORBEELD 50
  51. 51. Aannames A. Jobs in niet traditionele sectoren (elektriciteit, loodgieter, ...) garanderen een beter salaris, zijn sociaal beschermd en bieden jobzekerheid B. Er zijn jobs beschikbaar voor vrouwen met niet traditionele vaardigheden C. Vrouwen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld hebben meer nodig dan professionele vaardigheden – ook sociale en psychologische ondersteuning D. Vrouwen kunnen niet traditionele vaardigheden aanleren en competitief zijn SCHOOLVOORBEELD 51
  52. 52. STAP 2 veranderingslogica mappen 52 Voorwaarde Ultieme doel VoorwaardeVoorwaarde VoorwaardeVoorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde verantwoordingsplafond Tussenliggende outcomesTussenliggende outcomes Tussenliggende outcomes Langetermijn outcome logica logica
  53. 53. STAP 2 veranderingslogica mappen § Veranderingen die leiden tot de doelstelling mappen en met elkaar linken § Kader voor een coherent en plausibel verhaal ontwikkelen Verschillende niveaus van veranderingen (hoofdoorzaken van een probleem, gevolg, tussentijdse resultaten, korte -en lange termijn, ...) Proces § Iteratief proces: resultaten wijzigen, toevoegen, verwijderen tot een veranderingsmodel waar iedereen zich kan in vinden. § Individuele logica en aannames expliciteren, debatteren en beslissen over de logica. 53
  54. 54. SCHOOLVOORBEELD 54
  55. 55. § Logica verder uitbouwen tot aan de initiële condities: coalitie van drie organisaties die zich engageren om samen te werken aan een job programma voor vrouwelijke slachtoffers van huiselijk geweld. § Aannames en basisvoorwaarden expliciteren, bijvoorbeeld: niet voor alle vrouwen – minimum competenties, voldoende graad van stabiliteit in hun leven. SCHOOLVOORBEELD 55
  56. 56. SCHOOLVOORBEELD 56
  57. 57. STAP 2 veranderingslogica mappen Ken Wilber: vier kwadranten om beoogde veranderingen te bepalen 57
  58. 58. STAP 2 veranderingslogica mappen 58 CONTEXT sociaal en cultureel (stimulansen, drempels, …) leefwereld (relaties, rollen en functies) interventie (controlesfeer, invloeden van buitenaf) omgevingsdynamieken (sociaal-economisch, gemeenschap, groep) ACTOREN sociaal-cultureel werker deelnemers andere betrokkenen INTERVENTIES van sociaal-cultureel werker, van deelnemers, van anderen MECHANISMEN sociale, sociaal-psychologische, psychologische mechanismen RESULTATEN outputs outcomes (direct, indirect, op lange termijn, bedoeld, onbedoeld) CAIMeR
  59. 59. POLITIEKE VERANDERING MAPPEN 59 Ultieme doel Tussenliggende outcomes Langetermijn outcome Politiek Praktijk Representatie Welke beleidsmaatregelen bevorderen of remmen het bereiken van de tussenliggende outcome? Welke praktijken en instituties bevorderen of remmen het bereiken van de tussenliggende outcome? Welke culturele betekenissen en vormen (geloof, overtuigingen, gewoonten, media, …) bevorderen of remmen het bereiken van de tussenliggende outcome? PPR
  60. 60. POLITIEKE VERANDERING MAPPEN 60 Ultieme doel Tussenliggende outcomes Langetermijn outcome Politiek Praktijk Representatie Macht Tegenwerking Governance Wie heeft meest macht en invloed om de beleidsmaatregelen te veranderen? Welke weerstanden, besparingslogica’s en tegenkantingen zijn er en waar situeren ze zich? Hoe wordt de zaak bestuurd? Wie speelt welke rol?
  61. 61. GEDRAGSVERANDERING MAPPEN 61 Ultieme doel Tussenliggende outcomes Langetermijn outcome boodschap kennis attitude gedrag
  62. 62. GEDRAGSVERANDERING MAPPEN 62 Ultieme doel Tussenliggende outcomes Langetermijn outcome
  63. 63. GEDRAGSVERANDERING MAPPEN 63 Ultieme doel Tussenliggende outcomes Langetermijn outcome
  64. 64. STAP 3 relevante indicatoren ontwikkelen Voorwaarde Ultieme doel VoorwaardeVoorwaardeVoorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde verantwoordingsplafond Tussenliggende outcomesTussenliggende outcomes Tussenliggende outcomes Langetermijn outcome logica logica indicato r Voorwaarde 64
  65. 65. Welke indicatie(s) tonen wanneer een noodzakelijk voorwaarde voldaan is? § resultaatsindicatoren (geen inspanningsindicatoren) § indien mogelijk gedragsindicatoren STAP 3 Relevante indicatoren ontwikkelen 65
  66. 66. Outcome 1: Langetermijn en inkomenszekere jobopportuniteiten § Indicator: tewerkstelling § Populatie: vrouwen die programma doorlopen hebben § Norm: minstens zes maanden tewerkgesteld aan 12 euro per uur Outcome 2: Vrouwen uit de doelgroep beschikken over gevraagde competenties voor niet traditionele jobs § Indicator: kwalificatie / verworven competenties specifiek voor bouwsector § Populatie: vrouwen die programma doorlopen hebben § Norm: opleiding met succes doorlopen (Ja/Nee) Outcome 3: Vrouwen uit de doelgroep nemen deel aan training voor niet traditionele jobs § Indicator: deelname § Populatie: vrouwen die programma doorlopen hebben § Norm: Vrouwen missen niet meer dan 3 sessies uit de opleiding SCHOOLVOORBEELD 66
  67. 67. STAP 4 relevante interventies identificeren Voorwaarde Ultieme doel VoorwaardeVoorwaarde VoorwaardeVoorwaarde Voorwaarde Route Route Route Route Route Route Route Route Route Route Route Route verantwoordingsplafond Tussenliggende outcomesTussenliggende outcomes Tussenliggende outcomes Lange termijn outcome interventie 67
  68. 68. Sommige veranderingen/stappen/linken gebeuren vanzelf als de basisaannames juist zijn: Geen interventie nodig Andere veranderingen/stappen/linken zullen nooit plaatsvinden: Interventie noodzakelijk STAP 4 relevante interventies identificeren 68
  69. 69. § Interventie moet voldoen aan de vereiste kwaliteit en passen binnen de globale logica van het plan? (bv. participatief) § WANNEER: ideaal moment om zo veel mogelijk effect te halen met de interventie? § WIE: wie voert de interventie? STAP 4 relevante interventies identificeren 69
  70. 70. SCHOOLVOORBEELD 70
  71. 71. 1. Promotiecampagne 2. Screening van de vrouwen 3. Opzetten van individuele adviessessies 4. Faciliteren van groepssessies 5. Ondersteuning bieden voor kortetermijncrisissen 6. Individuele begeleiding 7. Ontwikkeling van aangepaste lespakketten 8. Zoeken van geschikte werkplaatsen 9. Regelen van stageplaatsen 10. ... SCHOOLVOORBEELD 71
  72. 72. § Metabeschrijving van een programma of initiatief § Uitgeschreven tekst (zonder boxen, pijltjes, logica’s, nummers) § Communiceren naar buitenstaanders § Back-up van het veranderingsmodel STAP 5 narratief uitschrijven 72
  73. 73. PRAKTIJKVOORBEELD 73 verantwoordingsplafond
  74. 74. PRAKTIJKVOORBEELD 74 Verhoogde schoolparticipatie van jonge kleuters school thuis buurt
  75. 75. PRAKTIJKVOORBEELD 75
  76. 76. PRAKTIJKVOORBEELD 76 Initiële voorwaarde die moet voldaan zijn om met een buurtschool van start te gaan. § Criteria? § Wat als voorwaarde niet voldaan is?
  77. 77. PRAKTIJKVOORBEELD 77 1. Het schoolteam heeft een flexibele, cultuursensitieve en oudergerichte houding à De school kiest spel- en leersituaties die aansluiten om de leefomgeving van kinderen thuis. Actie Indicator Type indicator (inspannings- /resultaatsindicator) Meetmethode Wanneer voldaan? / Opmerkingen Tijdens een sessie van Spring mee worden ouders betrokken bij het opzetten van een uitleensysteem van speelmateriaal. Ouders denken mee na over het ontwerpen en uitrol van het speelmateriaal en helpen bij de praktische organisatie ervan. Resultaatsindicator Kwalitatief – Focusgesprek ouders Evaluatievraag: ‘Wie heeft de tassen gemaakt’? Tijdens een Spring mee sessie maken de ouders kennis met het spelmateriaal van de klas Aantal ouders die naar de sessie komen Ouders geven feedback over het speelgoed in de klas Resultaatsindicator Resultaatsindicator Kwantitatief – Deelnemerslijst Kwalitatief – Storytelling (adhv veldnotities) Ouders en leerkrachten doen samen een buurtwandeling en wisselen ervaringen en tips uit over opgroeien in de buurt De leerkrachten laten zich inspireren door ervaringen van ouders in de buurt (vb kind gaat vaak naar een bepaalde speeltuin spelen, de leerkracht praat over deze speeltuin tijdens de les) Resultaatsindicator - gedragsindicator Kwalitatief – Evaluatief interview zorgco
  78. 78. PRAKTIJKVOORBEELD 78 Rationele opvatting van social(-cultureel werk) Dagelijkse reraliteit waarin sociaal(-cultureel) werkers functioneren Spanning tussen ‘hoe sociaal (-cultureel) werk verondersteld wordt te werken’ en ‘hoe sociaal (-cultureel) werk moet kunnen werken (Roose, R. (2008). Beheersen van het onbeheersbare? Het belang van ruimte voor onvoorspelbaarheid in het social werk.)
  79. 79. WAARDE EN VERHALEN § De kracht van verhalen § Narratieve methoden 79
  80. 80. 80 DE KRACHT VAN VERHALEN Verhalen geven weer hoe de verteller gebeurtenissen ervaart. Vertellers geven actief betekenis aan gebeurtenissen, praktijken, relaties, plaatsen, dingen, … Verhalen veranderen praktijken, relaties, plaatsen, dingen, …
  81. 81. NARRATIEVE METHODEN Data kwalitatief (een deel van) de levenservaringen en herinneringen van je deelnemers of doelgroep 81
  82. 82. NARRATIEVE METHODEN Dataverzameling Deelnemers of staal uit je doelgroep vertellen mondeling of schriftelijk in eigen woorden over voor hen relevante ervaringen (kan tekst, foto of film zijn) Vraagstelling § open en breed (wat gebeurde er tijdens de wandeling?) Of § gesloten en sturend (hoe was het om tijdens de wandeling nieuwe mensen te leren kennen?) § Peilen naar: ▫ een tijdstip of periode ▫ een specifieke gebeurtenis ▫ een extreme gebeurtenis (kritisch incident) ▫ een keerpunt 82
  83. 83. NARRATIEVE METHODEN Analyse § de verhalen duiden (onderzoeker, evaluator, team) om ze te gebruiken binnen een specifieke context § verhalen opdelen in losse onderdelen en – gestuurd door de (evaluatie)vraag – een nieuwe synthese maken ▫ vertikale analyse (één respondent/deelnemer) ▫ horizontale (vergelijken van respondenten/deelnemers) § daarbij zoveel mogelijk recht doen aan het verhaal ▫ resultaat terugkoppeling aan verhalenvertellers 83
  84. 84. METHODEN EN TECHNIEKEN § Vergelijkend overzicht § Narratieve methoden § TOC § Impact Wizard § Sensemaker § Outcome mapping § Outcome harvesting 84
  85. 85. 85 VERGELIJKEND OVERZICHT Informatie uit de organisatie van een praktijk halen en valideren met leden uit de gemeenschap: gemeenschap gemeenschap praktijkpraktijk Informatie uit gemeenschap halen Learning history, EXPLORE!THESTORY deelnemers Sensemaker, babbelbox, review, digital storytelling Outcome harvesting outcome mapping
  86. 86. NARRATIEVE METHODEN § Mobiele applicatie waarop deelnemers een persoonlijke videoboodschap kunnen achterlaten § En om achteraf een digitale deelnemersboek te maken en te delen. 86
  87. 87. 87 NARRATIEVE METHODEN
  88. 88. 88 NARRATIEVE METHODEN Rapporteren Workshop deelnemers betekenis geven Workshop initiatiefnemers betekenis geven perspectieven vergelijken Verhalen verzamelen bij deelnemers
  89. 89. NARRATIEVE METHODEN § Digital story = montage van foto’s, geluiden, muziek, tussentitels en/of eigen stem § Digital story = persoonlijk verhaal of persoonlijke kijk op een bepaald onderwerp § Digital storytelling = eenvoudige en toegankelijke manier om zonder specifieke technische kennis en vaardigheden via een filmpje een verhaal te vertellen https://maksvzw.org/v2/wp- content/uploads/2017/05/vertel_je_eigen_verhaal_met_digital_stories.pdf 89
  90. 90. NARRATIEVE METHODEN LEARNING HISTORY Veranderingsprocessen gestructureerd vastleggen Data: § verhalen (herinneringen en ervaringen van sleutelmomenten) § verschillende betrokkenen, perspectieven § documenten (plannen, verslagen, publicaties, studies, …) 90
  91. 91. 91 NARRATIEVE METHODEN
  92. 92. TOC Voorwaarde Ultieme doel VoorwaardeVoorwaarde VoorwaardeVoorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde Voorwaarde verantwoordingsplafond Tussenliggende outcomesTussenliggende outcomes Tussenliggende outcomes Lange termijn outcome logica logica indicator interventie 92
  93. 93. TOC 93
  94. 94. IMPACT WIZARD 94
  95. 95. IMPACT WIZARD 95
  96. 96. SENSEMAKER § Groot aantal verhalen (> 300) en ervaringen van mensen rond een bepaald thema, verandering of moment verzamelen § Verhalen uitlokken met één goed geformuleerde vraag § De verhalenverteller codeert zelf zijn of haar verhaal § Kwantitatieve en kwalitatieve analyse 96
  97. 97. SENSEMAKER ONTWERP § Doel bepalen § Respons bepalen: hoeveel, wie § Vragenlijst ontwerpen (Signification framework) § Planning 97
  98. 98. 98 SENSEMAKER Hoe maken we vakantie mogelijk voor mensen die minder vakantiekansen ervaren?
  99. 99. SENSEMAKER DATA VERZAMELEN § Interview (individueel of in groep), schriftelijk, online, § Één week tot enkele maanden 99
  100. 100. SENSEMAKER 100
  101. 101. SENSEMAKER 101
  102. 102. SENSEMAKER 102
  103. 103. SENSEMAKER 103
  104. 104. SENSEMAKER 104
  105. 105. 105 SENSEMAKER
  106. 106. SENSEMAKER ANALYSE § Basispatronen van de vragen visualiseren § Verdere interpretatie § statistische analyse § verhalen lezen § vergelijkingen maken naar leeftijd, afkomst, … 106 Wat heeft bijgedragen aan mijn verhaal is ...
  107. 107. 107 SENSEMAKER
  108. 108. 108 SENSEMAKER
  109. 109. 109 SENSEMAKER
  110. 110. SENSEMAKER 110
  111. 111. SENSEMAKER * Bijkomende kost voor consult aangewezen: 750 à 900 euro/dag (10 tot 25 dagen) licentie gebruik Prijs* gebruik 1 toepassing 1.225 euro + 325 euro/maand voor datacollectie organisatie ongelimiteerd 8.150 euro/jaar pool 15 toepassingen/jaar 8.150 euro/jaar of 545 euro/toepassing 111
  112. 112. OUTCOME MAPPING Outcomes – invloedsfeer Veranderingen in gedrag, relaties, activiteiten van mensen, groepen of organisaties direct betrokken bij de praktijk in kaart brengen. Vooronderstelling: De gedragsveranderingen bij die mensen, groepen of organisaties (outcomes – invloedsfeer) dragen bij tot duurzame effecten op langere termijn (impact – interessesfeer). 112
  113. 113. 113 OUTCOME MAPPING Controle- sfeer Invloed- sfeer Interesse- sfeer inputs activiteiten outputs outcomes impact
  114. 114. 114 OUTCOME MAPPING inputs activiteiten outputs outcomes impact
  115. 115. 115 OUTCOME MAPPING Praktijk Effecten Impact Control e-sfeer Invloed- sfeer Interesse - sfeer Ultieme bereik: wie we allemaal voor ogen hebben om impact te hebben
  116. 116. 116 OUTCOME MAPPING Praktijk Effecten Impact Control e-sfeer Invloed- sfeer Interesse - sfeer Ultieme bereik: wie we allemaal voor ogen hebben om impact te hebben Partners: beïnvloed door praktijk
  117. 117. 117 OUTCOME MAPPING Praktijk Effecten Impact Control e-sfeer Invloed- sfeer Interesse - sfeer Effectief bereik: rechtstreeks betrokken bij de praktijk Ultieme bereik: wie we allemaal voor ogen hebben om impact te hebben Partners: beïnvloed door praktijk, maar niet als deelnemer
  118. 118. 118 OUTCOME MAPPING
  119. 119. OUTCOME MAPPING Waarom? Wie? Wat? Hoe? 1. beoogde langetermijnverandering beschrijven 3. identificeren van indiviuen, groepen, organisaties rechtstreeks betrokken bij activiteiten 4. ideale gedrags- veranderingen deelnemers bepalen 5. indicaties voor tussen- liggende gedragsverander- ingen bepalen • Expect to see • Like to see • Love to see 2. bijdrage praktijk aan visie? 6: acties die leiden tot verwachte outcomes 7: interventielogica: bijdrage activeiteiten aan missie?
  120. 120. 120 OUTCOME MAPPING
  121. 121. 121 OUTCOME MAPPING 11. uitvoering 9. gedrag 10. strategie efficiëntie - effectiviteit - outcomes
  122. 122. OUTCOME MAPPING 122
  123. 123. OUTCOME HARVESTING 123 ≈ Outcome mapping = focus op gedragsverandering bij deelnemers activiteiten ≠ retrospectief: geen vooraf bepaalde indicatoren, achteraf gedragsveranderingen vaststellen en relateren aan de activiteiten. 1. Actoren die beïnvloed zijn en veranderingen identificeren (gedrag, relaties, beleid, praktijken) 2. Bepalen of en hoe de geïndentificeerde veranderingen verband houden met de activiteiten
  124. 124. 124 OUTCOME HARVESTING 1. sleutelvragen en methode (documenten, interviews, focusgroepen, …) bepalen 2. oogst 1: documentanalyse, gedragsveranderingen en verband met de activiteit(en) zoeken 3. oogst 2: interviews, focusgroepen met informanten om eerste oogst aan outcomes en verbanden aan te vullen 4. bevindingen verder uitdiepen met hulp van deskundige buitenstaanders 5. analyse en interpretatie 6. resultaten valoriseren
  125. 125. Sainctelettesquare 19・1000 Brussel・www.socius.be

×