Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.
DE
DE AANNEMERSFAMILIE
EGAS VAN HOLWERD
SNEUPER
jaargang 28 nr. 1 MAART 2015
2I¿FLHHO RUJDDQ YDQ GH
+LVWRULVFKH 9HUHQLJLQJ...
© Niets uit deze uitgave mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.
COLOFON
138
18 22 24
4
correspondentie...
prijs losse nummers € 3,95
(exclusief porto)
achtentwintigste jaargang nr. 1
maart 2015
verschijnt in maart, juni,
septemb...
COLUMN
MANKELYK
Het is eind januari dat ik deze column schrijf en ik voel me een beetje
melancholiek, oftewel mankelyk zoa...
5
REDACTIONEEL
HOE WERKT DAT MET EEN NIEUW ARTIKEL?
Regelmatig roepen wij als redactie onze leden op om de resultaten
van ...
7
BESTUURSTAFEL
LEDENDAG 2015 OP 25 APRIL IN HANTUM
Tijdens de donkere winterdagen, waarbij we geen tijd nodig hadden
voor...
8
VAN HOLWERD deel 1
INLEIDING
Vanuit Holwerd nam de heer Patroulje in 2011
contact met mij op over het ruimen van graven ...
9
ONDERAANNEMER BIJ DE SPOORWEGEN
Een krantenbericht uit 1864 vermeldt de voortgang van ‘de uitbakening
van de spoorweg Zw...
10
VOORSTRAAT HOLWERD ROND 1910
MOEKE EGAS
In Holwerd was natuurlijk ook een kleine middenstand en een aantal notabelen. G...
11
MODISTE CORNELIA
Op 1 april 1893 vertrok Cornelia eerst naar Ferwerd en later naar Franeker.
Misschien had zij geen zin...
12
BAKKER JAN
Jan zocht na het basisonderwijs zijn weg in het bakkersvak. Zijn grootva-
der kwam uit een bakkersgezin en d...
13
HISTORIESTREEKGESCHIEDENIS
PETRUS JORRITSMA
SIGARENFABRIKANT
door JAN KOOISTRA
jkooistra3@knid.nl
EENE TABAKS / SIGAREN...
14
LINNENWEVER JOHANNES FRANCISCUS CLAUS
Petrus Josephus Claus is geboren op 29 januari 1749 in Bever, België.
Waarschijnl...
15
GENEALOGIEFAMILIEGESCHIEDENIS
GELEENDE IDENTITEIT
Willem leent dus het paspoort en de identiteit van zijn overleden bro...
16
HET HUISTERNOORD
Naast de Mûntsewei in Veenklooster loopt een sloot.
Vroeger was die sloot veel dieper en breder en lie...
ONGEVAL
Het is zondag 29 januari 1879. Sybe Starkenburg is nu 42 jaar, getrouwd
met Jeltje Klaver en vader van een leuk st...
18
DE KOFFER
WORDT GESLOTEN
DEKOFFERVANOUDTANTEMATHILDE
DE KOFFER VAN MATHILDE
MATHILDE BACH, GEBOREN BAUTA-DE JONG
Dit is...
HERALDIEK
19
door RUDOLF J. BROERSMA
tekenaar Fryske Rie foar Heraldyk
EENE AFTEEKENING VAN DE WAPENS
Na de Franse Revolut...
20
SIGNALEMENT MET FOTO
VEENHUIZEN:
door PIET DE HAAN
p.dehaan01@knid.nl
BONIFATIUSBEELDEN
STUDIEFONDS VOOR BEGAAFDE KINDE...
INGEBOEKT
21
SA LANG AS DE WYN
door YVONNE TE NIJENHUIS
rhpostma@planet.nl
FAN DE WOLKENS WAAIT
DE GESCHIEDENIS VAN ‘WINDL...
22
HISTORIESTREEKGESCHIEDENIS
VAN DANTUMAWOUDE
KOMT DIT WOL KLEAR?
Jaren geleden kwam ik op het gemeentearchief te Driesum...
23
HISTORIESTREEKGESCHIEDENIS
‘LANGE JAMMER’ - TEGENWOORDIG DONIAWEG 105 DAMWÂLD
PROBLEEMGEVALLEN  RODDELS
Een voorbeeld v...
GEBOREN IN FRANKRIJK
Nadat Frankrijk de Amerikaanse kolonisten te hulp schoot in de
Onafhankelijkheidsoorlog, (een oorlog ...
NAAR NEDERLAND TUSSEN 1806 EN 1811
In 1806 lijfde Napoleon Nederland bij het Franse Rijk in. In november
van 1806 voerde h...
26
HISTORIESTREEKGESCHIEDENIS
CANTINIERE VOOR DE KEIZER
Was het normaal dat de luitenant de administratieve handelingen
bi...
27
HISTORIESTREEKGESCHIEDENIS
DE SLAG BIJ SMOLENSK
Smolensk, 16 augustus: Franse houwitsers beschieten de hooggelegen stad...
28
HISTORIESTREEKGESCHIEDENIS
VAN WILNAU NAAR FULDA
De 21e
vertrokken ze uitWilnau en arriveerden de 24e
in Kowena, waar z...
29
HISTORIESTREEKGESCHIEDENIS AMBULANT MARINE HOSPITAAL IN HARLINGEN
Op het kaartje staat de route tot Keulen van meer dan...
30
HISTORIESTREEKGESCHIEDENIS
EEN HERBERG IN EZUMAZIJL
Op 13 december 1819 kregen ze een zoon, Jan Etienne. Hier onderteke...
De Sneuper 117, maart 2015
De Sneuper 117, maart 2015
De Sneuper 117, maart 2015
De Sneuper 117, maart 2015
De Sneuper 117, maart 2015
De Sneuper 117, maart 2015
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

De Sneuper 117, maart 2015

1,063 views

Published on

Het voorjaarsnummer van 2015 van ons verenigingsblad De Sneuper, nummer 117, heeft een bijzonder verhaal over een Fransman, Etienne Babois, die als soldaat naar Friesland kwam, daar trouwde en vervolgens met zijn echtgenote in het leger van Napoleon tot diep in Rusland raakte en gewond weer terug kwam. Op basis van dagboeken uit verschillende generaties is een prachtige reconstructie van de barre tocht gemaakt door Linda Moes.

De aannemersfamilie Egas uit Holwerd siert de cover en Jan Kooistra vertelt ons over Dokkumer sigarenfabrikant Jorritsma te Murmerwoude. Het eilandgevoel krijgt u met het artikel van André Staal over Hein de Bruin op Ameland.
Reinder Postma licht de geschiedenis van de ijsherberg te Oudwoude toe en Henk Plantinga biedt inzicht in de altijd lastige huisnummering, nu van Dantumawoude.
Onze vaste rubrieken staan weer vol met onderhoudende verhalen en verrassende foto's.

Published in: Education
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

De Sneuper 117, maart 2015

  1. 1. DE DE AANNEMERSFAMILIE EGAS VAN HOLWERD SNEUPER jaargang 28 nr. 1 MAART 2015 2I¿FLHHO RUJDDQ YDQ GH +LVWRULVFKH 9HUHQLJLQJ 1RRUGRRVW)ULHVODQG nummer 117 losse nummers € 3,95
  2. 2. © Niets uit deze uitgave mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen. COLOFON 138 18 22 24 4 correspondentie uitsluitend via: Postbus 369 9100 AJ Dokkum kopij via e-mail: redactie@hvnf.nl website www.hvnf.nl weblog http://sneuperdokkum.blogspot.com De Historische Vereniging Noordoost-Friesland is een Algemeen Nut Beogende Instelling. redactie Warner B. Banga Dokkum Hilda Bouta Neerijnen Atze Glas Gerkesklooster Piet de Haan Dokkum Jacob Roep Leeuwarden Hans Zijlstra Amsterdam opmaak Warner B. Banga 7 ACHTERGRONDFOTO OMSLAG: PIET DE HAAN INZETFOTO: COLLECTIE JAN VAN DER VELDE
  3. 3. prijs losse nummers € 3,95 (exclusief porto) achtentwintigste jaargang nr. 1 maart 2015 verschijnt in maart, juni, september en december in een oplage van 650 exemplaren 2I¿FLHHO RUJDDQ YDQ GH +LVWRULVFKH 9HUHQLJLQJ 1RRUGRRVW)ULHVODQG WH 'RNNXP nummer 117 INHOUD Hier maakt men wielen daar vrouwen mé spinnen, om voor de mans de eerelijke kost te winnen. Doch als sy somtijds uit gaan te naayen, dan zit ik op mijn gat om wielen te draayen. Luifelschrift op een wieldraayershuis op de Turfmarkt te Dockum HISTORISCH CITAAT: SNEUPERDE 5 6 7 13 16 22 24 32 8 14 4 18 19 20 21 34 REDACTIONEEL LEDENNIEUWS 2015-01 VAN DE BESTUURSTAFEL HISTORIE STREEKGESCHIEDENIS SIGARENFABRIKANT PETRUS JORRITSMA DE IJSHERBERG VAN OUDWOUDE HUISNUMMERING DANTUMAWOUDE ETIENNE BABOIS: FRANSMAN WERD FRIES HEIN DE BRUIN EN AMELAND GENEALOGIE FAMILIEGESCHIEDENIS DE FAMILIE EGAS UIT HOLWERD DEEL 1 HET GELEENDE PASPOORT RUBRIEKEN COLUMNS COLUMN: Je mutte mar hoare... DE KOFFER: DE KOFFER WORDT GESLOTEN HERALDIEK: WAPEN EN VLAG VAN DOKKUM 3 VEENHUIZEN: SIGNALEMENT MET FOTO DIGITAAL ACTUEEL VARIA INGEBOEKT: Windlust, Burum WEBNIEUWS: VirtuelereizenvanKollumtotIndia WARNER B. BANGA JOHANNES DIJKSTRA HAIJE TALSMA JAN KOOISTRA REINDER H. POSTMA HENK PLANTINGA LINDA MOES ANDRE STAAL KLAAS EGAS KLAAS PERA IHNO DRAGT HILDA BOUTA RUDOLF J. BROERSMA PIET DE HAAN YVONNE TE NIJENHUIS HANS ZIJLSTRA TWEEDE LUITENANT
  4. 4. COLUMN MANKELYK Het is eind januari dat ik deze column schrijf en ik voel me een beetje melancholiek, oftewel mankelyk zoals dat zo mooi in het Fries heet. Misschien komt het doordat we net weer in een nieuw jaar zitten en ik bovendien zojuist 62 ben geworden. De pensioendatum komt al dreigend dichterbij en ik wil nog lang niet weg. Of doordat er juist ie- mand uit de familie overleden is. Weliswaar oud en ziek, zonder hoop op genezing, maar helder van geest: het zal je overkomen, denk ik dan. Zou het te maken hebben met mijn partner, al jaren depressief? Ik ben zo positivissimo van aard dat ik me dat eigenlijk niet kan voorstellen, maar misschien onbewust toch? EEN EIGEN HUIS Nee, ik denk dat het vooral komt omdat ik mogelijk binnenkort mijn huis na 25 jaar zal verlaten. Want enige weken geleden ging ’s avonds de bel en ik met wat kleingeld naar de deur. Het was echter niet een collecte, maar een mevrouw die zei: ‘Rare vraag misschien, maar is dit huis te koop?’ Nou, ja dus, komt u binnen, want ik wil wat kleiner gaan wonen in deze levensfase en wat wil een mens nog meer (zeker tegenwoordig) dan dat de kopers zichzelf aanmelden? Toch gaat dat pijn doen, want ik heb heel veel van mezelf in dat huis en grote tuin gestoken, om het zo maar eens uit te drukken. En waar laat ik al die spullen die ik in de loop der jaren ijverig verza- meld heb? Ik ben nog niet zo ver heen als een kennis die zelfs moeite heeft om stapels (nog?) niet gelezen tijdschriften weg te doen, maar toch. Als museumman zit verzamelen én behouden me in het bloed. Bij al mijn spullen heb ik wel een herinnering en die doe je dan in feite ook weg. AFSCHEID Ik vraag me wel af waarom ik er eigenlijk zo’n moeite mee heb, want na afscheid wordt iets een stukje afgesloten geschiedenis, persoonlijke geschiedenis. Ik ben dol op geschiedenis: ik heb het gestudeerd, ik schrijf erover en ik bezie het leven door een geschiedenisbril. Natuurlijk ben ik niet zo’n history-nerd dat ik geen oog heb voor het heden of de toekomst (plannen genoeg). Toch kan ik, om een voorbeeld te noemen, de Markt in Dokkum niet zien zonder me ervan bewust te zijn dat daar ooit een prachtige abdijkerk en een grote toren stonden. Daardoor mist er voor mijn gevoel altijd wat aan die Markt. Dus gek op geschiedenis, maar, realiseer ik me, dan vooral op andermans ge- schiedenis. Want je eigen geschiedenis heeft de eigenschap steeds zwaarder te gaan wegen. Waarmee en passant proefondervindelijk aangetoond is dat ge- schiedenis een soortelijk gewicht heeft en dus gewichtig oftewel belangrijk is. Ik wil, zodra mijn huis verkocht is, wel weer naar Dokkum, waar ik al eens 10 jaar woonde ( ‘Ich bin ein Dokkumer’ ); dat me zo vertrouwd is, omdat ik de geschie- denis ervan en van veel inwoners goed ken. Maar ik moet er niet aan denken om daar nog veel langer te leven dan, laten we eens onbescheiden zijn, zo’n 25 jaar, totdat ik zelf geschiedenis word. Ik heb er nu al zoveel mensen gekend die inmiddels dood zijn, dus dat worden er dan alleen maar meer. Daar kan een man toch mankelyk van worden? 4 door IHNO DRAGT giwdragt@museumdokkum.nl JE MUTTE MAR HOARE... 19E -EEUWSE MEMENTO-MORI VOUWBRIEF VAN DE EIGEN GESCHIEDENIS DE LASTCOLLECTIE:MUSEUMDOKKUM BRON:GEMEENTEDONGERADEEL
  5. 5. 5 REDACTIONEEL HOE WERKT DAT MET EEN NIEUW ARTIKEL? Regelmatig roepen wij als redactie onze leden op om de resultaten van hun genealogisch of historisch onderzoek te publiceren in ons verenigingsbladDeSneuper.Somsbenadertderedactiebewustmensen van buiten de vereniging, waarvan wij weten dat zij professioneel of hobbymatig bezig zijn met een interessant deel van de geschiedenis van Noordoost-Friesland. Soms komen mensen ook naar ons toe met een vraag of een verzoek om hulp... Zo ook Klaas Egas uit Lisse. Hij nam in de zomer van 2013 contact op met het streekarchief vanwege zijn onderzoek naar de familiegeschiedenis van de familie Egas en kwam zo in contact met oud-redactielid Reinder Tolsma, die hem hielp bij het zoeken naar genealogische gegevens en weer in contact bracht met ons lid en Holwerd-kenner Jan van der Velde. Gelukkig was Reinder niet te beroerd om ook nog even te vragen of er misschien een artikeltje voor ons contactblad De Sneuper in zat... NETTO, BRUTO OF TARRA Dat hebben we geweten. Klaas Egas hapte toe en kreeg vanuit de redactie Piet de Haan als‘coach’en begeleider toegewezen. Binnen de redactie hebben wij namelijk afgesproken dat een ( potentiële ) auteur een begeleider krijgt toegewezen, omdat niet alle artikelen‘drukklaar’worden aangeleverd. Sterker nog, regelmatig krijgen wij enige kwartierstaten of losse familiegegevens toegestuurd met de toevoeging: ‘Maak er maar wat moois van...!’ Gelukkig had Klaas Egas een andere insteek. Er ontspon zich een mooie correspondentie tussen Piet en Klaas over de eventuele inhoud, omvang en diepgang van het artikel: ‘Ik wil graag weten hoe breed of smal de redactie het artikel had gedacht c.q. willen hebben. Want tussen netto en bruto kun je in de ‘tarra’ ook nog selectief te werk gaan. Bijv. passage over cichoreidrogerij weglaten, wel ietsoverdeHolwerdermerkeopnemen,geenverhaaloverdelandarbeid,welietsoverdeSDAPenAJC(verbondenmetmijnvader),enz.’ Schrijvers krijgen wel een aantal technische instructies, waaraan de aan te leveren kopij moet voldoen: - lever de tekst in als een Word-document (lettergrootte 11 of 12 punt) - schrijf uw teksten in dezelfde tijd, dus of verleden tijd of tegenwoordige tijd. - lever Nederlandstalige teksten aan, maar Friese bijdragen zijn ook welkom (met Nederlandstalige samenvatting) - lever foto’s en afbeeldingen in als losse jpg-bestanden (liefst 300 dpi / ongeveer 1MB) - lever ook een Word-document aan waarin duidelijk aangegeven staat waar welke foto ongeveer moet staan BEDANKT VOOR UW GEDULD Als het artikel klaar is, wordt het bij de eindredacteur (mijn persoon dus) ingeleverd en in de kopijportefeuille bewaard. Afhankelijk van de omvang, de soort (streek- of familiegeschiedenis) en het thema van het artikel worden artikelen zo veel mogelijk op vol- gorde van binnenkomst gepubliceerd. Helaas (of gelukkig?) is onze kopijportefeuille zo goed gevuld dat dit bij een kwartaalblad soms een wachttijd van een half jaar tot een jaar op kan leveren! Een enkele keer worden auteurs daardoor ongeduldig en raken ze gefrustreerd, want je wilt natuurlijk graag het resultaat van je inspanningen zien. Als een bijdrage eindelijk aan beurt is, wordt deze door de eindredacteur opgemaakt en als PDF-bestand naar de schrijver gestuurd voor een laatste kritische blik en een ak- koord voor publicatie. De bedoeling van dit redactionele artikel is niet om u af te schrikken, maar om duidelijk te maken dat er heel wat aan de publicatie van een artikel vooraf gaat, voordat er weer zo’n mooi exemplaar van ons contactblad bij u in de brievenbus valt. Wij zijn en blijven echter blij met al uw bijdragen en inzendingen en die bepalen ook de inhoud van ons blad! DE SNEUPER 117 In dit nummer van De Sneuper, naast het eerste deel van een drieluik over de Holwerder familie Egas door Klaas Egas, bijdragen van Klaas Pera en Joop Claus over de linnenwever Johannes Claus, van Reinder Postma over de IJsherberg van Oudwoude, een verzoek om informatie over de sigarenfabrikant Petrus Jorritsma van Jan Kooistra, een artikel van Henk Plantinga over het huisnummeringsonderzoek in Dantumadiel door meester Albert Woudstra en Linda Moes over haar Franse voorvader Etienne Babois die Fries werd. Natuurlijk zijn er weer onze vaste bijdragen en rubrieken, met helaas voor de laatste keer de koffer van Hilda Bouta, want die gaat nu dicht. Deze bladzijde is weer vol en ook De Sneuper 117 heeft weer 4 extra pagina’s! VOOR DE SNEUPER ‘EEN STUKJE’ door WARNER B. BANGA warner.b.banga@knid.nl © Niets uit deze uitgave mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen. Deredactieheefternaargestreefddeauteursvanillustratiesopdejuistewijzetevermelden,daar waar afbeeldingennietdoordeschrijvers zijn gemaakt of werden aangeleverd. Zij die menen nog rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich tot de redactie wenden. HEISTELLING OP HET WAD COLLECTIE:JANVANDERVELDE
  6. 6. 7 BESTUURSTAFEL LEDENDAG 2015 OP 25 APRIL IN HANTUM Tijdens de donkere winterdagen, waarbij we geen tijd nodig hadden voor ijs- en sneeuwpret maar alle energie konden gebruiken voor onze hobby, zijn we ook weer gestart met de voorbereidingen voor onze ledenvergadering. Het plan is dit jaar om naar Hantum te gaan. Bij de presentatie van het tweede boek over de H-dorpen hebben we al even kennis gemaakt met de faciliteiten in Hantum en die zijn uitstekend. De historische vereniging van de dorpen Hantum, Hantumhuizen, Han- tumeruitburen en Hiaure is bereid gevonden om ons te helpen met de voorbereidingen en zal proberen het middagdeel van de ledendag te verzorgen. De excursie gaat deze keer naar de Sint Annakerk van Hantumhuizen. De zadeldaktoren van deze (voormalige) Nederlands hervormde kerk dateert uit ca. 1200, in de 13e eeuw is de eenbeukige kerk gebouwd. In de 18e eeuw is het koor toegevoegd. De kerk is een voor Friesland zeldzaam voorbeeld van romanogotiek. Opvallend zijn de tweekleurige patronen (rechthoeken en bloemmotief) waarmee al het pleisterwerk is beschilderd, alsmede de cirkels van siermetselwerk. Ons lid Hilda Bouta neemt deze dag de grote koffer van tante Mathilde mee. Die koffer is bekend van de acht artikeltjes in De Sneuper, waar- van in dit nummer 117 het laatste zal staan. We nodigen ook graag alle leden uit om spullen mee te nemen, zodat we weer veel informatie kun- nen uitwisselen, maar ook kunnen ruilen. De verkoop van overtollige boeken is eveneens toegestaan. Onze penningmeester Johannes Dijkstra nodigt de laatste leden die hun contributie zelf betalen en dit voor 2015 nog niet hebben overgemaakt, graag uit om dit alsnog te doen. Door de verhuizing en vertrek uit ons bestuur van Gerard de Weger is er een vacature ont- staan. Wij zijn druk bezig om deze plaats weer in te vullen. Uiteraard geven we de leden ook graag de kans om kandidaten voor te dragen. Dit kan bij onze secretaris Arjen Dijkstra. PROGRAMMA LEDENDAG HANTUM  HANTUMHUIZEN 10.00 tot 10.30 Inloop 10.30 tot 10.45 Opening door de voorzitter 10.45 tot 11.30 Verslag ledenvergadering 2014, jaarverslag 2014, verslag 2014 van de penningmeester, verslag kascontrole commissie, verslag redactie en webmaster. 11.30 tot 11.45 Bestuurszaken en aanstellen nieuwe kascommissie 11.45 tot 12.00 Rondvraag 12.00 tot 13.30 Lunch en informatiemarkt 13.30 tot 14.00 Lezing over de historie van de H-dorpen 14.00 tot 15.30 Bezichtiging van de Sint Annakerk van Hantumhuizen. De kerk staat op ca. 3 km afstand van de vergaderlocatie. Graag, indien mogelijk, carpoolen. 15.30 Afronding met een kopje koffie of thee en cake. Let op, dit is de enige uitnodiging die u krijgt! Als u wenst deel te nemen dan vragen wij u zich aan te melden vóór 19 april bij onze penningmeester: penningmeester.hvnf@gmail.com De kosten voor deze dag (inclusief lunch) zijn € 15,= Doarpshûsd’AldSkoalle vindtunaastdehervormdekerkvanHantum.Erisvoldoendeparkeergelegenheidindedirecteomgeving. VAN DEVOORZITTERVERENIGINGSNIEUWS door HAIJE TALSMA OPROEP JIDDISH WAVES IN DOKKUM Redacteur Jacob Roep doet voor zijn opleiding onderzoek naar Joodse families die in de periode 1900 tot 1950 in Dokkum leefden. Het onderzoek is onderdeel van het project Jiddish Waves en wordt in samenwerking met het Verzetsmuseum in Leeuwarden enTresoar uitgevoerd.Voor het project doen studenten van de opleiding geschiedenis van de NHL onderzoek naar Joodse families in Friesland. Het doel van het project is om zoveel mogelijk informatie over Joden in Friesland te ver- zamelen, zoals wat voor werk ze deden, waar ze woonden, maar ook verhalen over hun dagelijks leven. Mocht u informatie of tips over Joodse families uit Dokkum hebben, dan kunt u dit mailen naar jacobroep@gmail.com
  7. 7. 8 VAN HOLWERD deel 1 INLEIDING Vanuit Holwerd nam de heer Patroulje in 2011 contact met mij op over het ruimen van graven bij de Nederlands-hervormde kerk. Het betrof graven met de naam Egas en hij kon mij als nazaat traceren. Ik kon toen afstemmen met enkele andere nazaten. Daarvan zijn er nog wel vele, maar weinig meer met de naam Egas. Ruim een eeuw geleden behoorden ‘Mijnheer en Mevrouw Egas’ tot de notabelen van Holwerd. Momenteel wonen er in Holwerd geen Egassen meer. Op zoek naar de herkomst van deze familie-naam ontdekte ik een groot aantal verre familieleden elders in ons land. In (Noordoost-) Friesland was maar een klein aantal overgebleven en die stammen allen uit Holwerd. In een serie van drie artikelen beschrijf ik de diverse generaties in en vanuit Holwerd. DE KOMST VAN EGAS Govert Egas vestigde zich op 11 oktober 1872 in Holwerd, waar hij voor eigen rekening en risico aannemer was van wegenbouw- en zeewerings- werken (meest onderhoud en reconstructies). Voor zover in de familie nog bekend was hij er nooit in loondienst en had hij ook geen boerenbedrijf. Wel had – volgens het familieverhaal – zijn vrouw een kruidenierswinkeltje aan huis. Dat was misschien van belang om het inkomensniveau op peil te houden, maar het was ook ‘voor de gezelligheid’ (zei kleinzoon Kees), want Govert was vaak veel en lang van huis voor zijn werk. Zijn transportmiddel was in het algemeen: de benenwagen. Misschien is dat winkeltje pas mogelijk geworden in 1888, nadat Govert – blijkens een akte van notaris Biense KlaasznYpma - een ‘woonhuismeterf’en veel ruimte aan de Voorstraat kocht van Gerrit Gerbens Koopmans, graanhandelaar te Holwerd. Na 1900 had dat pand de huisnummers 148, 151 en 182. Thans is het Voorstraat 14, zij het dat het toenmalige pand niet meer in dezelfde vorm bestaat. VAN HARDINXVELD NAAR STAPHORST Govert Egas was op 10 mei 1839 geboren in Hardinxveld (Zuid-Holland). Daar is hij opgegroeid in een dorp van griendwerkers, hoepelmakers[1] , vissers, schippers en dijkwerkers. Zijn vader was Klaas Egas, de jongste van de vijf zonen van de eerste familie Egas in ons land. De grootvader van Govert was Antonie Eichas, die afkomstig was uit Duitsland en in Hardinxveld trouwde en een broodbakkerij begon. Lokaal werd de naam Eichas waarschijnlijk zelden geschreven en (in dialect) uitgesproken of verstaan als Egas. Sinds de tweede zoon van Antonie werd in het doopregister en later in de burgerlijke stand steeds de naam Egas genoteerd. Antonie was van huis uit rooms-katholiek, maar is in Hardinxveld als Nederlands-hervormd getrouwd. Antonies jongste zoon Klaas was aanvankelijk arbeider en later aannemer. Hij was dienstplichtige in het leger van Koning Willem I en ging mee op de Veldtocht (1830-1831) tegen de Belgische opstand. Hij trouwde in 1834 met Cornelia Sondervan [Zondervan], ook uit Hardinxveld. Hun eerste kind, een zoon, overleed na zeven dagen. Daarna kwamen er twee dochters en Govert.We weten niets van de scholing van Govert, maar waarschijnlijk is die vooral praktisch geweest en gericht op het verwerven van brood op de plank.Vermoedelijk heeft hij meegewerkt aan griendwerk, dijksonderhoud en het maken van zinkstukken in de omgeving van Hardinxveld. Mogelijk heeft hij daar ook al eens ‘werk aangenomen’, maar hij stond ingeschreven als ‘arbeider’. In elk geval is hij begin september 1865 vertrokken naar Meppel, omdat hij daar werk had gekregen. DE FAMILIE EGAS door KLAAS EGAS klaasjanneke@casema.nl VOORSTRAAT 14 ACHTER DE LEILINDEN ZOALS HET PAND ER ROND 1900 UITZAG KADASTRALE KAART 1887 ROODOMRANDE PERCEEL DOOR GOVERT EGAS GEKOCHT BRON:TRESOARBRON:TRESOAR GENEALOGIEFAMILIEGESCHIEDENIS
  8. 8. 9 ONDERAANNEMER BIJ DE SPOORWEGEN Een krantenbericht uit 1864 vermeldt de voortgang van ‘de uitbakening van de spoorweg Zwolle-Leeuwarden’. Dat is het werk van landmeters. Daarna volgt de fase van het grondwerk.Ter plaatse besloot Govert zich in Staphorst te vestigen, dat dichter bij het werk lag. Bij de inschrijving aldaar gaf hij ‘aannemer’ op als beroep. In de geboorteakte van zijn eerste kind noemde hij zich‘onderbaas bij de Staatsspoorwegen’, maar in de archieven van de Staatsspoorwegen is hij niet terug te vinden. Dat werk moet hebben bestaan uit het de aanleg van de nieuwe spoor- lijn Zwolle-Leeuwarden, met name grondwerk en het verleggen van watergangen en duikers. Die werkzaamheden werden toen uitgevoerd ter hoogte van Staphorst, zodat hij daar woonruimte huurde. Zijn zuster Dingena ging als huishoudster mee. Hij ontmoette daar een aardige jonge vrouw: Aaltje Zweers [Sweers], geboren op 7 februari 1845 als dochter van de lokale smid Gerrit Zweers. Dat gezin was Nedederlands hervormd en haar moeder had een kruidenierswinkeltje aan huis... WERK BIJ HOLWERD! Het stel is op 15 februari 1867 te Staphorst getrouwd en enkele weken later werd Cornelia geboren. Zus Dingena ging terug naar Hardinxveld.Twee jaar later volgde Gerrit (maart 1869), maar hij stierf binnen een half jaar. In juli 1871 volgde weer een zoon: Klaas. Inmiddels was het werk aan het spoor klaar. In de geboorteakte van Klaas heet Govert‘winkelier’. Er was voor Govert als aannemer blijkbaar geen of te weinig perspectief in die omgeving. Maar in 1871 werd begonnen een dam door het wad aan te leggen van Holwerd naar Ameland[2] . De techniek daarvan was gebaseerd op zinkstukken van rijshout met daarop stortsteen en basalt. Met die zinkstukken had Govert wellicht ervaring opgedaan in Hardinxveld. Vaklui voor dat werk ontbraken in Noordoost-Friesland. Hij is misschien van dit project op de hoogte geweest uit de krant. Hier lag blijkbaar een kans op werk! Het jonge gezin pakte zijn spullen en verhuisde. Misschien wel met de trein naar Leeuwarden en dan met paard-en-wagen van Klaas de Kuur van het Logement‘AmelanderVeerhuis’, tevens stalhouder. De Kuur onderhield immers een geregelde dienst met‘de lange wein’– een lange wagen met zitplaatsen en paardentractie - op Leeuwarden. Het‘Dokkumer Lokaaltsje’was er pas vanaf 1901 en dan nog eerst alleen tot Ferwerd. HET GEZIN IN HOLWERD Govert vond blijkens belastingkohieren van vóór 1888 een woning in het dorp, met huisnummer 74. Waar dat was, is niet meer achterhaald. Het ondernemersrisico van een aannemer bracht uiteraard met zich mee, dat er regelmatig inschrijvingen op werken mislukten en dat het inkomen schommelde[3] . Zo is er ook een akte van notaris Biense Klazes Ypma over de verkoop in 1889 van een partij bomen en kaphout van Govert aan de Alewal, waarschijnlijk een restpartij van een geleverd werk aan de dijk. De op- brengst was f 42 en de kopers moesten 10% opgeld betalen aan de notaris. Er zijn in het archief van de Leeuwarder Courant na 1880 vele vermeldingen bekend, waarin Govert zeker niet de laagste inschrijver was. Genoemd wordt onder meer het uitdiepen van de Damwoudster vaart met het maken van een houten brug over die vaart in 1904. Was hij een voorzichtig man, die op zeker speelde? In 1902 en 1908 belast hij zijn huis met hypotheek om geld te kunnen lenen, waarschijnlijk voor aannemerswerk. Zulk geld kwam er dan ook weer uit, want in 1910 was het huis onbelast. In elk geval stond het bedrijfsrisico de groei van het gezin niet in de weg: er werden nog vijf kinderen geboren. Aaltje bracht acht kinderen ter wereld: 1. Cornelia geboren 23-3-1867 te Staphorst en overleden 15-4-1945 Leeuwarden 2. Gerrit geboren 3-3-1869 te Meppel, overleden 25-8-1872 te Staphorst, als 3-jarige 3. Klaas geboren 1-7-1871 te Staphorst en overleden 19-7-1946 te Holwerd 4. Gerrit geboren 2-11-1873 te Holwerd en overleden 18-5-1901 te Holwerd, 27 jaar 5. Aaltje geboren 23-2-1876 te Holwerd en overleden 10-2-1932 te Rotterdam 6. Jan geboren 15-3-1878 te Holwerd en overleden 13-8-1963 te Leeuwarden 7. Govert geboren 2-5-1879 te Holwerd en overleden 21-1-1957 te Haarlem 8. Antonia Adriana geboren 8-3-1882 te Holwerd en overleden 20-9-1972 te Dokkum In de geboorteakten van de kinderen vanaf Gerrit – ingeschreven door burgemeester Jilles Klaassesz – noemt vader Govert zich ‘opzigter van werken’. In de huwelijksakte van dochter Aaltje (1901) noemt hij zich ‘aannemer van werken’. tijdvanburgersenstoommachines KAARTJE STAPHORST E.O. 1867 MET DE NIEUWE SPOORLIJN GENEALOGIEFAMILIEGESCHIEDENIS
  9. 9. 10 VOORSTRAAT HOLWERD ROND 1910 MOEKE EGAS In Holwerd was natuurlijk ook een kleine middenstand en een aantal notabelen. Govert Egas sr. werd er gezien als van de betere stand; hij en zijn vrouw Aaltje werden aangesproken met ‘Mijnheer en Mevrouw’. Ze bewoonden (vanaf 1888) een groot pand met bedrijfsruimte in het hart van het dorp. Thuis werd Staphorsts dialect gesproken. Moeder werd niet aangesproken met ‘Mem’, maar met ‘Moeke’. Ook nu nog is de uitdrukking Moeke Egas bekend bij oudere Holwerders. De kinderen werden in een sfeer van zelfstandigheid en ondernemerschap opgevoed, want ze vonden elk een richting. Zoon Klaas werd in het bedrijf van Govert sr betrokken en al in de jaren 1890 noemt ook hij zich‘aannemer’. Govert sr werd in 1886 ouderling van de Nederlands-hervormde kerk en als zodanig was hij daar armvoogd. Hij had dus de verantwoordelijkheid voor de soepuitdeling. In een strenge winter eind jaren ’90 was de armoede zo groot, dat hij soep tekort kwam. Hij verzocht het bestuur om extra middelen. Het verzoek werd afgewezen; het bestuur vond dat hij er maar een emmer water bij moest doen! Govert sr was woedend, trok zich terug uit de kerk [4] en sloot zich aan bij de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP). En dat, terwijl hij een gezien werkgever was en de samenleving nog geheel volgens standen en geloofs- richting was georganiseerd! Ook de rest van het gezin schaarde zich toen achter de SDAP. Van het gezinsleven zijn overigens geen bijzonderheden bewaard gebleven. De kleinzoons herinnerden zich Opa Govert als een zwijgzaam man. In de navolgende generaties was men – in elk geval de mannen – ook niet van het gezellige praten... Wel is uit de bevolkingsregistratie af te leiden, dat er ‘commensaals’ waren, zowel voor als na Govert’s overlijden. Zij woonden er voor een korte periode ‘en pension’ en waren onderwijzer, notarisklerk of ontvanger, dus denkelijk voor zo’n periode bij een lokale werkgever in dienst. Zij waren vaak afkomstig uit andere delen van Nederland. Het betekende natuurlijk extra inkomsten voor het gezin Egas. BURGERHUIZINGE WAARIN WINKELZAAK Een maand of vijf na zijn overlijden won ‘G. Egas’ de aanbesteding van het uittrekken van 107 oude en het inheien van 100 nieuwe dijkpalen van het polderbestuur. In feite moet dit al een inschrijving van zoon Klaas zijn geweest.Vader Govert overleed op 19 januari 1910. Volgens zijn kleinzoon Kees stierf hij aan de Spaanse griep. Dat kan echter niet, want die griep trad pas op in 1918. Het zal dus wel door ‘de gevolgen van een griep’ (longontsteking?) zijn geweest. De nalatenschap bestond blijkens de Memorie van Successie d.d. 4 mei 1910 uit het woonhuis/winkelpand met inhoud ter waarde van f 1.500 en f 300 contanten. Weduwe Aaltje bleef er in wonen als winkelierster en pas na de latere verkoop kon er sprake zijn van verdeling ten gunste van de kinderen. Toen bleek ook, dat de waarde van het pand aanzienlijk hoger was. Op 10 januari 1919 om 19.00 uur werd Voorstraat 14, ‘een burgerhuizinge, waarin winkelzaak met pakhuis, erf, bleek en tuintje’ bij opbod verkocht in herberg‘De Klok’van de erven Jacob Dijkstra. De hoogste bieder bleek Jacob Geerts Bijlstra, grossier in lederwaren te Leeuwarden, als gemachtigde van Geert Geurts Bijlstra jr., postbeambte te Holwerd, voor de som van f 4.129. De koper moest bovendien f150 betalen voor de overname van winkelinventaris: toonbank met koffiemolen en verder aanbehoren, waaronder betimmering (borden, bakjes enz.) en een ‘ijzeren hanger’. In de dertig jaar tussen 1888 en 1919 was de waarde van Voorstraat 14 dus verdubbeld. Aaltje Egas-Zweers kon met ongeveer f 2.000 naar Munnikeburen verhuizen. DE KINDEREN VLIEGEN UIT Cornelia heeft haar basisonderwijs in Holwerd geno- ten. Gezien de vrijzinnige opvattingen thuis zal dat wel de Openbare Lagere School zijn geweest. Zij heeft als jonge meid wellicht thuis moeten helpen in het huis- houden. In 1887 is Cornelia ver- trokken naar Kollum en zij werd na anderhalf jaar opnieuw in Holwerd ingeschreven, nu als ‘modiste’. Daar- mee noemde zij zich een gediplo- meerd kledingnaaister. In 1890 ging zij ook nog een half jaar naar Sneek. OPENBARE LAGERE SCHOOL HOLWERD  1907 BRON:TRESOARBRON:JANVANDERVELDE CORNELIA ‘DE MODISTE’ GENEALOGIEFAMILIEGESCHIEDENIS
  10. 10. 11 MODISTE CORNELIA Op 1 april 1893 vertrok Cornelia eerst naar Ferwerd en later naar Franeker. Misschien had zij geen zin in het huwelijk, met een rol voor haar als moe- derenhuisvrouw.Zijwerkteperapril1896alsnaaivrouwbijhetKlaarkamp- sterWeeshuis te Franeker, deed later een cursus (1909/’10) bij de weduwe Hoekstra te Franeker, en adverteerde daarna als zelfstandig modiste. In september 1901 ging ze in Hollum wonen, maar op 31 augustus 1911 keerde zij als ‘huishoudster’ vanuit Herbaijum naar Holwerd terug om in november dat jaar te vertrekken naar Beetsterzwaag. Daarna was zij in dat beroep werkzaam in diverse gemeenten in Friesland. Waarschijnlijk in 1930 verhuisde zij naar het Oud St. Anthonie Gasthuis te Leeuwarden, Wiggamagang kamer 7. Nadat zij in het huwelijk was ge- treden met de weduwnaar Oege van der Meulen verhuisde zij begin 1931 in dat Gasthuis intern naar de Abbamagang kamer 8. AANNEMER KLAAS Klaas was, waarschijnlijk als oudste zoon, bestemd om het bedrijf over te nemen. Van een vervolgopleiding na de lagere school is niets bekend. Hij moest het vak van aannemer in de praktijk leren, om te beginnen de daarbij aan de orde zijnde uitvoerende werkzaam- heden. Dat leidde tot een prima lichamelijke ontwik- keling, want Klaas was voor die tijd zeer sportief. Im- mers: eind 19e eeuw kwam sportbeoefening voor de gewone man pas ‘in de mode’. Denk aan het baan- brekend werk van Jaap Eden e.a. Klaas was een geducht kaatser – zo won zijn par- tuur het kermistoernooi 1890 in Holwerd - en hij beoefende de turnsport. Al vrij jong werd hij de leider (‘directeur’) van de lokale gymnastiekvereniging ‘Chariëtto’ en bleef dat vele jaren. Hij was meer dan vijftig jaar lid. Eind 1931 kreeg hij ook de leiding van de gymnastiekvereniging van Ternaard. Bij een brand in 1909 in huize Egas gingen helaas notulenboeken en gewonnen prijzen verloren. In december 1946 werd Klaas Egas als gyminstructeur herdacht in de jaarvergadering van deTurnkring Leeuwarden van het KNGV. Klaas nam inderdaad het aannemersbedrijf over. In juni 1908 was hij de laagste inschrijver voor het uithalen van 130 oude en het inheien van 200 nieuwe heipalen en het vernieuwen van 80 meter‘postwerk’voor de West-Holwerder polder, waarmee hij dat werk verwierf voor f 1.828. We zullen in deel 2 nog zien hoe het hem verder verging. SCHRIJNWERKER GERRIT Gerrit werd na de lagere school opgeleid in de houtbewerking. Hij was bij de oprichting lid van de gymnastiekvereniging ‘Chariëtto’ en blijkbaar ook sportief. Hij werd schrijnwerker, maar bij welk bedrijf hij dat vak heeft uitgeoefend is niet bekend. Vol- gens overlevering in de familie bleek hij‘kunstzinnig creatief’.Waarschijnlijk betekent dit, dat hij houten sier- en kunstvoorwerpen maakte, misschien als een soort huisvlijt? In moeders winkeltje kon je tenslotte van alles verkopen! Het familieverhaal zegt ook, dat hij een beetje mensenschuw was. In elk geval was hij niet getrouwd. Hij vertrok in april 1896 naar Medemblik en verhuisde in februari 1899 naar Amsterdam. Per 28 december 1899 keerde hij terug in Holwerd en heette toen ‘klompenmaker’ te zijn. Hij overleed op 27-jarige leeftijd ‘zonder beroep’ en had blijkbaar een zwakke gezondheid. Er is geen foto bewaard gebleven. HUISVROUW AALTJE Aaltje zal na de lagere school ook wel in het huishouden hebben geholpen. Ze kan ook elders dienstbode zijn geweest, waar zij haar aanstaande man Abe Roorda Gal ontmoette, die toen ‘rijkscommies’ te Beek (Gld) was. Mogelijk was hij tot belasting- ambtenaar opgeleid in Leeuwarden en zijn ze elkaar ergens op een jaarlijkse kermis tegen gekomen. Toen zij op 25 augustus 1901 in het huwelijk trad, heette zij ‘zonder beroep’. Was zij dan toch al die tijd bij moeder thuis gebleven? In elk geval was zij niet uitgeschreven geweest in de burgerlijke stand. Het stel vestigde zich per sept. 1901 in Beek, gemeente Ubbergen. Het gezin vertrok in mei 1905 naar Schiedam; in 1926 woonden ze in Den Haag en tenslotte had Abe Gal een drogistwinkel te Rotterdam. De familiebanden met Holwerd werden zeer beperkt onderhouden; Abe was bij de neven en nichten in Holwerd e.o. bekend als‘Oom Gal’. De overlijdensadvertentie van Aaltje zegt:‘overleed zeer onverwacht…’ (56 jaar). Misschien door een hersenbloeding? Ook van haar hebben wij geen foto meer. OEGE VAN DER MEULEN EN CORNELIA EGAS KLAAS EGAS MET BOLHOED ALS LEIDER VAN DE GYMNASTIEKVERENIGING IN MEI 1916 DE NAMEN VAN DE TURNSTERS ZIJN BEKEND. JONGENS IN ZWART: GOVERT L EN KLAASR GENEALOGIEFAMILIEGESCHIEDENIS BRON: JAN VAN DER VELDE
  11. 11. 12 BAKKER JAN Jan zocht na het basisonderwijs zijn weg in het bakkersvak. Zijn grootva- der kwam uit een bakkersgezin en dat heeft hij misschien geweten. In elk geval heeft hij ambitie gehad en rond zijn twintigste jaar een vakopleiding in de praktijk gezocht. Daarvoor verhuisde hij in mei 1899 naar Franeker en daarna naar Halfweg en Minnertsga, maar steeds keerde hij in Holwerd terug. Jan was een goed kaatser en in de jaren 1899 t/m 1903 haalde hij de uitslagen in de Leeuwarder Courant – o.a. als deelnemer aan de P.C. te Franeker! Al vóór 1910 opende hij een banketbakkerszaak in Franeker en eind augustus 1915 vestigde hij zich in Leeuwarden - Voorstreek A 354. Later kocht hij een prominente zaak aan de Voorstreek nummer 100, voor bijna de helft met geld van zijn schoonvader. Hier vond Jan zijn bestem- ming en hij bemoeide zich ook met de stadsontwikkeling – al was het maar ten behoeve van de klandizie. Als lid van een actiecomité bepleitte hij de demping van de grachten ten behoeve van het wegverkeer. Ook was Jan ‘accuraat en zuinig’ penningmeester van de winkeliersvereniging. In de jaren 1919/1920 heeft zijn nicht Aaltje Egas (dochter van broer Klaas) bij hen ingewoond, vanwaar zij naar Ameland vertrok. Blijkens het bevolkingsregister 1922-1939 werd Jan per 1 mei 1932 handelsagent. Hij was per 1 augustus 1931 verhuisd van de Voorstreek naar de Emmastraat. Hij zal dus de zaak (lucratief?) hebben verkocht en een fysiek wat rustiger tweede loopbaan hebben gekozen. Jan trouwde op 28 april 1910 te Oostdongeradeel met Antje Meirink, geboren in ‘Nieuwezijlen onder Engwierum’. Moeder Aaltje Egas- Zweers was net weduwe geworden en heet in de akte ‘winkelierster’. Jan en Antje kregen vier kinderen: Govert, Fokeltje, Jorrit en Gerrit Jan. Bij de begrafenis van Jan in 1963 werd gezegd dat hij in zijn laatste levensfase aan genealogie heeft gedaan, maar de resultaten daarvan zijn blijkbaar bij het oud papier terechtgekomen. In onze familietak is er niets van bekend. BELASTINGAMBTENAAR GOVERT Govert heeft als jongste zoon waarschijnlijk ook voortgezet onderwijs genoten. We hebben weinig informatie over hem en er is ook geen foto bekend. Misschien heeft ook hij in Leeuwarden de opleiding tot belastingambtenaar genoten. In elk geval verhuisde hij eind september 1897 naar Hardegarijp. Hij werd later in ’s Hertogenbosch aangesteld op het belastingkantoor en heeft daar ook zijn gezin gevormd. Hij trouwde op 11 mei 1908 te Breda met Maria Elisabeth Parlevliet, die waarschijnlijk katholiek was. Er kwamen drie kinderen: Govert Gerrit, Herman en Maria Christina. Het gezin kwam medio 1926 naar Haarlem, waar Govert op 21 januari 1957 overleed. MODISTE ANNA Antonia Adriana (geboren 8 maart 1882) werd Anna genoemd. Haar officiële naam was die van de jongste zus van haar vader. Zij had een sterke familieband en is lang in het huishouden van moeder gebleven, hoewel ook zij blijkens het bevolkingsregister van 1910 ‘modiste’ is geworden. Zij trouwde op haar zesendertigste in 1918 met Pieter Doekes van der Zwaag, onderwijzer te Hijlaard, maar toen wonende in Holwerd. Op 11 februari 1919 verhuisden zij met (schoon-)moeder Aaltje Egas-Zweers naar Mun- nikeburen. De Weduwe Egas-Zweers was toen formeel nog ‘winkelierster’. Pieter had of kreeg in Munnikeburen een betrekking en moeder Aaltje woonde bij het jonge stel in. Zij overleed in 1932. Pieter maakte promotie, werd in 1934 benoemd in Leeuwarden en eindigde als schoolhoofd teWarns. Na zijn dood in 1950 was Anna eenzaam en keerde zij terug naar de familie in Holwerd. Alie Kuipers (dochter van nicht Antje Adema van Nes, Ameland – zie deel 2) herinnert zich haar als‘een broze, lieve oude dame in het zwart’. Anna overleed in 1972 te Dokkum. MET DANK AAN Het provinciaal archief Tresoar te Leeuwarden, het Streekarchivariaat Noordoost-Fryslan te Dokkum en Reinder Tolsma van de Historische Vereniging Noordoost-Friesland. De Holwerder Jan van der Velde heeft mij vele (oude) afbeeldingen bezorgd en inzage gegeven in diverse thema ’s van zijn omvangrijke archief. Ook het digitaal archief van de Leeuwarder Courant leverde informatie op. Verder maak ik gebruik van het manuscript van Cornelis (Kees) Egas (1913-2001) met zijn levensverhaal, be- schikbaar in het Rijksarchief te ’s Gravenhage en van informatie van twee nichtjes: Geertje Wijmenga-van Dijk en Alie Kuipers. NOTEN [1] - Hoepels van wilgentenen werden gemaakt voor de fabricage van vaten en kuipen (verpakkingsmateriaal van hout, pas laat in de 19e eeuw verdrongen door metaal). [2] - Zie ook André Staal: ‘De dam van Berkhout’ in De Sneuper nr. 99. Deze dam heeft het maar een jaar of tien uitgehouden en verloor toen de slag van de natuurkrachten. De latere veerdam is op ongeveer hetzelfde tracé aangelegd. [3] - In het bevolkingsregister treffen we van Govert het beroep ‘opzigter’ aan, en later: ‘winkelier’. Bij zijn benoeming tot ouderling heet hij ‘gardenier’ te zijn, maar dit is de enige plek waar dat voorkomt. [4] - In de notulenboeken van de Nederlands-hervormde Kerk van Holwerd is van deze episode niets te vinden. Wordt vervolgd in De Sneuper 118 GENEALOGIEFAMILIEGESCHIEDENIS FOTO:KLAASEGAS BAKKERIJ AAN DE VOORSTREEK 100 TE LEEUWARDEN
  12. 12. 13 HISTORIESTREEKGESCHIEDENIS PETRUS JORRITSMA SIGARENFABRIKANT door JAN KOOISTRA jkooistra3@knid.nl EENE TABAKS / SIGARENFABRIEK In een artikel uit de Leeuwarder Courant van 13 december 1880 las ik over ene P. Jorritsma, sigarenfabrikant uit Dokkum, ‘die winter en zomer aan een 40 tal knechten en jongens werk verschaft, ook te Murmerwoude, een uur afstands van hier, ene sigarenmakerij opgerigt, voorloopig met een 20 tal jongens boven de 12 jaren. Aldus uit de Wouden. Te hopen is dat de zaak goed zal gaan en het bedelen langzamerhand zal ophouden.’ Inmiddels is bekend waar dat sigarenfabriekje heeft gestaan dat in sep- tember-oktober 1880 door Petrus Jorritsma is gebouwd, namelijk op het terrein van thans Molenweg 2 in Damwoude. Bij een schrijven van 8 november 1880 aan de gemeente Dantumadeel verzocht Jorritsma ‘medewerking bij de inrichting van een sigarenfabriek, tevens ook tot het verrigten der andere werkzaamheden, in een woord wat tot eene tabaks/ sigarenfabriek behoort en het daarin plaatsen van een eest, niet groter dan een fornuis.’ OPRICHTER BEDRIJFSLEIDER Van de oprichter van het sigarenfabriekje in Murmerwoude zijn de vol- gende gegevens bekend: Petrus Splinterus Hendricus Jorritsma werd geboren te Dokkum op 15 september 1841. Het gezin woonde in Mur- merwoude vanaf 12 mei 1883 tot zijn vertrek naar Wateren op 4 mei 1890 op het adres G88, aan de huidige Voorweg nr. 84. Hij zou te Wateren (Gron.) zijn overleden op 30 december 1915. Petrus was te Dokkum ge- trouwd op 20 juni 1867 met Jesina Johanna Demes geboren op 2 okto- ber 1837 te Dokkum. Zij overleed te Dokkum op 23 november 1911. Een flink aantal jongens van de daar gelegen Hale vond er werk. De bedrijfsleider was Hendrik Bernar- dus Blumers die op de hoek Molenweg /De Haleweg woonde. Hendrik Blumers was getrouwd met Aukje Sipkes Sijtsma die op 25 september 1843 te Driesum werd geboren en overleed op 16 februari 1932. Blumers was heel geschikt voor zijn taak, maar over- leed plotseling op 30 juni 1881. MEER INFORMATIE? Zijn opvolger werd Gerardus Berends Pijper, getrouwd met (zus) Jantje Bernardus Blumers, die minder goed met de jongens overweg kon. Jor- ritsma en zijn personeel werden eind jaren 1880 geconfronteerd met bedrijfssluiting. Het fabriekje heeft hierna nog enige tijd gediend als noodwoning voor de familie Van der Wal, wiens woning door brand was verwoest. Tot slot deed het sigarenfabriekje nog dienst voor Johannes Gerardus Bruining, die stoelwinder van beroep was en er zogenaamde ‘russen’ droogde. Het pand werd in 1890 of 1891 afgebroken. Nu staan er op het internet wel enige gegevens over Petrus zijn ouders, maar niet over deze fabrikant. Mocht u meer informatie of foto’s hebben dan ontvang ik graag een reactie via info@regionaalnet.nl BRONNEN Gosse Minnema, ‘De Moarmwâldster Hale’ Koos Scherjon en eigen archief Foto’s: Gemeentearchief Dantumadiel PRIJSLIJST UIT 1920 LINKS DE LOCATIE VAN SIGARENFABRIEKJE AAN DE HALEWEG RECHTS DE WONING AAN DE HALEWEG VANAF ANDERE KANT IJSLIJST UIT 1920 FOTO:GEMEENTEARCHIEFDANTUMADIEL
  13. 13. 14 LINNENWEVER JOHANNES FRANCISCUS CLAUS Petrus Josephus Claus is geboren op 29 januari 1749 in Bever, België. Waarschijnlijk is hij seizoenarbeider. Hij is een zoon van Guillaume Claus en MarieThérèse Deschreve. Petrus overlijdt in 1810 in Galmaarden. Hij trouwt op 31 januari 1778 in Bever met Johanna Catherina Sirjacobs, die is geboren op 07 november 1748 in Galmaarden. Zij is een dochter van Johannes Baptiste Sirjacobs en Maria Anna Vanderoost. Johanna overlijdt in 1809 in Galmaarden. Binnen het gezin van Petrus Josephus Claus en Johanna Catherina Sirjacobs worden zes kinderen geboren, drie jongens en drie meisjes. Als zij worden gedoopt, is de vader telkens afwezig. Twee kinderen uit dit gezin zullen later in Friesland opduiken. Dat zijn Johannes Franciscus en Guillaume Claus. De 20-jarige linnenwever Johannes Franciscus Claus, geboren op 27 mei 1781 te Bever, moet in 1801 gekeurd worden voor de militaire dienst. Hij wordt goedgekeurd en moet vijf jaar dienen in het leger van Napo- leon. In 1806 komt hij terug in Galmaarden. Zijn vader is dan werkloos. Er zijn in Galmaarden erg veel linnenwevers; dus er wordt weinig verdiend. Een medesoldaat komt bij Johannes langs en vertelt, dat er ook wel lin- nenwevers in de Nederlandse gemeenten Achtkarspelen en Tietjerks- teradeel werkzaam zijn; daar wordt meer verdiend. Hij besluit om naar Oostermeer te verhuizen en daar aan het werk te gaan. Hij gaat daar in de plaatselijke kazerne wonen en levert linnen af aan de commandant. Dat komt goed van pas. De textiel kan gebruikt worden voor kleding, maar ook voor tentdoeken. LINNENWEVER GUILLAUME FRANCISCUS CLAUS Zijn broer Guillaume, die ook linnenwever is, wordt geboren op 18 maart 1787 te Galmaarden. Hij moet in 1807 in militaire dienst. Hij vecht vier jaar lang in het leger van Napoleon in Duitsland en Oostenrijk. Na vier jaar krijgt hij verlof en besluit niet naar Galmaarden, maar naar Oos- termeer te gaan. Daar noemt men hem Willem Claus. Zijn broer Johannes is daar dan niet meer, die heeft net weer voor vier jaar bijgetekend. Willem ontmoet in Oostermeer Aukje Halbes van der Heide en wordt verliefd op haar. Na zeven weken van herstel en goede voeding gaat ook hij weer in het leger. Hij moet mee op veldtocht naar Rusland, trekt over de Berezina, maar besluit dan om te deserteren met nog drie andere soldaten (de Groningse soldaat Harke Wristers de- serteert daar ook en loopt terug naar Grijpskerk). Na veel omzwervingen en ontberingen komt Willem weer terug in Oostermeer bij Aukje. Zij doet dan de huishouding bij haar opa en oma aan te Teatswei. Zijn broer Johannes Claus is op dat moment net weer vertrokken naar Galmaarden met een verlofpas op zak. Als de Kozakken komen, verstopt Willem zich en vlucht vervolgens naar het Belgische Galmaarden. DAAR IS WILLEM WEER! Het is onduidelijk wat er in de tussentijd is gebeurd met zijn broer Johannes Franciscus. Wat overkomt hem op de reis van Oos- termeer naar Galmaarden? Wordt hij overvallen door dieven? Wordt hij vermoord? Nergens is een overlijdensakte van Johannes Franciscus Claus te vinden. Een voorbijganger vindt ergens in Noord-Brabant de verlofpas van de soldaat Johannes Franciscus Claus. Dat document wordt naar Galmaarden gebracht. Daar is Willem intussen ook gearriveerd, maar hij voelt hij zich er toch niet veilig, vooral niet als Napoleon weet te ontsnappen uit gevangenschap en weer een leger nodig heeft. Hij besluit terug te gaan naar het Friese Oostermeer; dat is verder bij Frankrijk vandaan en dichter bij zijn geliefde Aukje. AlsWillem Claus weer terugkomt in Oostermeer, klautert hij over een hek, samen met een zekere Douwes. De mensen herkennen hem daar als een Claus en zeggen: ‘Hé, daar is Willem Claus weer!’, maar hij laat het document van zijn broer Johannes Franciscus zien als bewijs, dat ze het mis hebben.Vermoedelijk lijken ze veel op elkaar, ook al bedraagt het leeftijdsverschil toch nog zes jaar. Hij mag weer gaan wonen bij Aukje in het huisje bij opa en oma Van der Heide. In februari 1815 wordt de baby Halbe Johannes Claus geboren en de vader is volgens de geboorteakte:‘Johannes Franciscus Claus’. PASPOORT door KLAAS PERA JOOP CLAUS pera@hetnet.nl HET GELEENDE GENEALOGIEFAMILIEGESCHIEDENIS KAART BEWONERS LANGEWYK TE ROTTEVALLE IN 1824 BRON: WEBSITE SAKE WAGENAAR LINNENWEVER  VINCENT VAN GOGH
  14. 14. 15 GENEALOGIEFAMILIEGESCHIEDENIS GELEENDE IDENTITEIT Willem leent dus het paspoort en de identiteit van zijn overleden broer Johannes Franciscus. In officiële stukken gebruiktWillem Claus steeds de voornamen Johannes Franciscus. De omgeving neemt het niet zo nauw en weet wel degelijk, dat hij eigenlijk Willem Claus heet. In die tijd is het nogal ongewoon om samen te wonen.Willem Claus kiest toch voor die samenlevingsvorm, omdat bij een huwelijk waarschijnlijk zal gaan uitkomen, dat zijn identiteit niet klopt; dan zal hij maar door de mand gaan vallen. Hij gaat dus samenwonen met zijn vriendin Aukje Halbes van der Heide. Zij is een dochter van HalbeTjeerds van der Heide en Minke (Menke) Jochums. Ze is geboren op 22 december 1792 in Oostermeer. Het stel woont zeer waarschijnlijk aan de Teatswei. Later verhuizen ze naar de Langewyk, de betonnen weg van Harkema naar Rottevalle. Willem Claus overlijdt in 1841 in het huis aan de Langewyk te Rottevalle, dat hij in 1824 van zijn schoonvader heeft gekocht voor f 60. Deze kleine arbeiderswoning staat er nog steeds. WARE IDENTITEIT BEKEND? Uit enkele voorbeelden blijkt, dat men in Friesland Johannes’ware identiteit wel kent: - In 1828 koopt een zekere Nieuwenhuis een stukje land naast het huis van Willem Claus (alias Johannes Franciscus). In de verkoopakte wordt hij WILLEM Pieters Claus genoemd! - Die naam staat ook vermeld op de HISGIS-kaart van 1832. In dat jaar komen ambtenaren uit Buitenpost de kadastrale gegevens opmeten. Op hisgis.nl staat bij het huisje van Claus, vlakbij café‘It Jachtfjild’, dat de eigenaar is WILLEM CLOUWTS. - Als zijn dochter Minke trouwt in 1839, staat ze in de huwelijksakte per ongeluk vermeld als Minke WILLEMS Klaus. Willem Claus (alias Johannes Franciscus Claus) is overleden op 18 april 1841 in Harkema-Opeinde. Hij ging vóór 1815 samen- wonen met Aukjen Halbes van der Heide. Aukjen is gedoopt op 24 februari 1793 in Oostermeer, Tietjerksteradeel. Aukjen is overleden op 22 december 1832 in Rottevalle. De kinderen van Willem en Aukjen zijn: 1. Halbe Johannes Claus, geboren op 19-02-1815 in Oostermeer, Tietjerksteradeel. 2. Minke Klaus, geboren op 23-12-1816 in Rottevalle, Smallingerland. 3. Sijke Johannes Claus, geboren op 20-11-1819 in Rottevalle, Smallingerland 4. Pieter Johannes Claus, geboren op 05-06-1822 in Achtkarspelen. 5. Jochum Johannes Claus, geboren op 31-12-1824 in Rottevalle, Smallingerland. 6. Hendrik Johannes Claus, geboren op 15-08-1827 in Achtkarspelen. 7. Bintje Johannes Claus, geboren op 08-09-1831 in Achtkarspelen. tijdvanpruikenenrevoluties HUIS AAN DE LANGEWYK 14 TE ROTTEVALLE KOPIE VAN HET PASPOORT
  15. 15. 16 HET HUISTERNOORD Naast de Mûntsewei in Veenklooster loopt een sloot. Vroeger was die sloot veel dieper en breder en liep hij van Fogelsanghstate in Veenklooster naar de Trekvaart bij Huisternoord. Het was een zogenaamde opvaart. Waar de opvaart en de Trekvaart bij elkaar kwamen, stond een boerderij annex herberg die de naam‘Het Huisternoord’droeg. Van die herberg voer wekelijks een beurtschip op Dokkum en Leeuwar- den. Door de opvaart kon het beurtschip bijna tot aan het slot varen om goederen te laden en te lossen. Wie zelf met het beurtschip naar Dokkum of Leeu- warden wilde, kon op ‘Het Huisternoord’ instappen. Het was een ideale plaats om elkaar te ontmoeten, niet alleen in de zomer, maar ook in de winter. Als het streng vroor, kon het beurtschip niet varen, maar dan werd‘Het Huisternoord’een plek waar schaatsers koek-en-zopie konden halen, de koude voeten en handen weer op konden warmen, andere schaatsers ontmoetten, de laatste nieuwtjes uitwisselden en ga zo maar door. Van sommige pleisterplaatsen aan het water is bekend dat het ijsherbergen waren, zoals de Froskepôle bij Leeuwarden en de IJsherberg in Dokkum. Ook Huisternoord is een ijsherberg geweest, zoals blijkt uit een artikel in het blad‘It Heitelân’uit december 1940. Daarin lezen we dat er in Friesland heel wat van deze herbergen zijn geweest. De journalist noemt ook Oudwoude: ‘Ik tink oan ‘e Galamadam- men, oan Birdaerd, oan Huisternoord by Aldwâld, oan Spoorzigt to Dokkum, oan De Thébus to Wier, oan de Headammen, oan ‘e Birgumerdaem, oan Aldskou, oan Rien, oan Grou en Wiergea, de Jirnsumersyl en oare.’ LIEFDE IN DE HERBERG Rond 1830 is Johannes Tjeerds Algra de pachter van ‘Het Huisternoord’. Daarnaast is hij ook beurtschipper. Dat is een mooie combinatie. Hij beheert zelf de herberg waar zijn passagiers kunnen wachten als ze met het schip willen reizen. Het is druk, dus heeft hij een dienstmeisje om zijn gasten te bedienen. Ze heet Antje Douwes Boersma, komt uit Dokkum en is een leuke meid die van een grapje houdt, maar ook van aanpakken weet. In de winter, als de opvaart en deTrekvaart dichtgevroren zijn, rijdt Anne Sybes Starkenburg uitVeenklooster meerdere keren op zijn schaatsen langs de herberg. Johannes Algra ziet hem vaak komen. Is Anne zo’n enorme schaatsliefhebber? Ja, dat zeker, maar het is niet voor niks dat hij deze route maar steeds weer neemt! In de gelagkamer mag hij zo graag naar Antje kijken en even een praatje met haar maken. Als blijkt dat de verliefdheid wederzijds is, kan Anne zijn geluk niet op. Hij vraagt Antje of ze met hem wil trouwen en zij wil maar al te graag. In de winter van 1835 worden ze man en vrouw en gaan in Oudwoude wonen. Een jaar later wordt hun zoon Sybe geboren. Het gaat zo goed met het gezin dat ze een huis kunnen kopen in Westergeest. Anne werkt als koemelker. Later betrekt het gezin een boerderijtje in Oudwoude. WEDSTRIJD De jaren gaan voorbij, Sybe gaat naar school. Als de winter komt, schaatst hij tegen de jongens uit zijn klas en komt steeds meer in vorm. Daarom durft hij zich voor de hardrijderij van 2 maart 1858 in Kollum op te geven. Het gaat hard tegen hard, wie wil niet de eerste prijs? De toe- schouwers juichen als een plaatsgenoot wint, ze joelen als het iemand van buiten het dorp is. Sybe schaatst geconcentreerd door; hij ziet zijn moeder aan de zijkant en daarachter zijn vader. Die lacht en knikt naar hem. Het geeft hem nog meer energie en als op vleugels gedragen, schiet hij over het ijs! Sybe Starkenborg wint! Als ze na afloop van de wedstrijd door Kollum lopen, voelt hij zich trots en triomfantelijk. De trommen slaan, het koper blaast en bloed van Sybe bruist onstuimig door zijn aderen: Hij heeft gewonnen! In de herberg wordt hem met ere de prijs uitgereikt: een zilveren tabaksdoos. Daar kun je mee thuiskomen! De premie, een zilveren horlogeketting met sleutel, wordt door Gerben Ferwerda uit Kollum gewonnen. DE IJSHERBERG VAN OUDWOUDE door REINDER H. POSTMA rhpostma@planet.nl IJSHERBERG ‘HET HUISTERNOORD’ HISTORIESTREEKGESCHIEDENIS BRON:ISGESCHIEDENIS.NL
  16. 16. ONGEVAL Het is zondag 29 januari 1879. Sybe Starkenburg is nu 42 jaar, getrouwd met Jeltje Klaver en vader van een leuk stel kinderen. Samen wonen ze in het huis dat nu Foarwei 32 is. Nog steeds is Siebe een groot liefheb- ber van sneeuw en ijs. Vannacht is er een mooi pak sneeuw gevallen. De kinderen willen graag even naar buiten. De oudste twee jongens, Anne en Hessel, zijn er met vrienden op uit om te schaatsen. Dat hebben ze niet van een vreemde. Sybe haalt de slee van zolder, kleedt zichzelf en zijn kinderen Antje van acht en Lubbert van vier goed aan. Moeder Jeltje haalt nog snel even een lekkere warme sjaal voor de kinderen en knoopt die zorgvuldig om hun hals. Buiten willen Antje en Lubbert op de slee. Met rode konen zitten ze te genieten als heit de slee door de sneeuw laat zwieren. Kleine Fokke van bijna 2 is nog te klein voor dit vermaak. Hij moet binnen blijven, bij mem, maar hij staat verlangend voor het raam te kijken naar die wonder- lijke witte wereld en de capriolen die zijn vader, broer en zus uithalen. Hij wijst met zijn kleine mollige handje: ‘Sûker?’ vraagt hij verwonderd. Maar nee, dat witte spul is sneeuw. ‘Dat is snie’ leert zijn mem hem een nieuw woordje. In huis brandt de kachel behaaglijk. Sybe zal net weer naar binnen gaan met de kinderen, als de oudste twee druk gebarend komen aanhollen. ‘Heit, der is in ûngelok bard, by Hústernoard,’ begint Hessel. ‘Ja, en dy man wie sa dronken as in kroade,’ vult Anne hem aan. ‘As jimme no net troch elkoar prate, mar ien foar ien en dan fertelle wat der geande is,’ kalmeert Sybe de twee jongens. ‘No, wy wiene oan it riden op de Trekfeart en doe gie de doar by Hústernoard iepen,’ vertelt Anne, de oudste van de beide, ‘en doe kaam der in man op redens nei bûten. Dat wie al nuver, want hy hie de redens binnen al ûnder. Hy stiek de Trekwei oer en soe nei de brêge. Ik tink dat er dêr nei it iis woe.’ ‘Ja, en doe glide er út; hy stie op de brêge en hâlde him beet oan de leuning, it like wol oft er duzelich waard en samar ynienen smakte er oer de leuning rjocht nei ûnderen op it iis, wol in meter as twa, trije…’ giet Hessel troch. ‘Dat heart net goed, hoe is ’t ôfrûn? en wa wie it?’ freget Sybe. ‘No dat witte we net krekt. Se ha him mei in ljedder nei boppen brocht, werom nei Hústernoard. Der lei al noch bloed op it iis en ik hearde ien sizzen dat it net bêst like, der wie ek wat stikken, de earm of ‘t skouder, ik wit net krekt. Mar wa’t it wie, koe ’k sa hurd net sjen.’ ‘Nee,’ vult Hessel aan, ‘se soene om in wein om him thús te bringen, heit moat aanst mar ris sjen, se sille hjir wol lâns komme.’ Het lijkt Sybe beter om tot die tijd eerst maar lekker weer naar binnen te gaan bij de warme kachel. ‘It wurdt tsuster, we geane yn ‘e hûs. We sille ite en dan heare we letter grif ris hoe as wat, kom!’ De afloop van dit voorval is niet bekend. Het ging om een niet met name genoemde boerenarbeider die in beschonken toestand over de brugleuning op het ijs is gesmakt. De krant meldt dat hij‘in hoogstbedenkelijke toestand’naar zijn woning is vervoerd. DE HERBERG Zoon Anne Starkenburg wordt later directeur van de zuivelfabriek. En de ijsherberg? Na 1900 heeft Pieter Veenstra samen met Pier Bosma het beurtschip in de vaart. Zij wonen niet op‘Het Huisternoord’. De herberg en de beurtdienst komen in verschillende handen. Na de oorlog wordt het vervoer over water langzaam maar zeker minder; het vrachtverkeer over de weg neemt toe en in 1956 gaat het beurtschip uit de vaart. De herberg verliest zijn horecafunctie en wordt na verloop van tijd afgebroken. 17 LEEUWARDER COURANT 29 JANUARI 1879 HISTORIESTREEKGESCHIEDENIS tijdvanburgersenstoommachines LEEUWARDER COURANT 2 MAART 1858 ZILVEREN TABAKSDOOS BRON: GEHEUGENVANNEDERLAND.NL
  17. 17. 18 DE KOFFER WORDT GESLOTEN DEKOFFERVANOUDTANTEMATHILDE DE KOFFER VAN MATHILDE MATHILDE BACH, GEBOREN BAUTA-DE JONG Dit is de laatste aflevering van de serie over de koffer van mijn oudtante Mathilde. Laten we eens kijken naar de grafsteen, die Mathilde heeft laten maken voor het graf van haar man Ludwig Bach, toen deze in 1937 in Hamburg overleed. Daarop staat: + Ruhestätte für + Ludwig V.ltl.Bach ~ geb.d.1.April 1867 ~ gest.d.1.februar 1937 ~ und frau ~ Mathilda Bach geb. Bauta-de Jong geb.d.22.Oktbr.1876 Er vallen een paar dingen op: 1. Rustplaats voor... en dan hun beider naam. Ze hoopte dat ze bij hem begraven zou worden. Het is maar zeer de vraag of dat ook gebeurd is. Mathilde heeft de laatste zes jaar in Kopenhagen gewoond in een hotel. Dat waren meteen de oorlogsjaren. Toen zij daar in 1945 overleed was de oorlog net afgelopen. De spoorwegen en Duitse steden waren ge- bombardeerd. Er moesten wel belangrijker zaken geregeld worden dan een dergelijk transport, is mijn vermoeden. Omdat ik niet weet op welk kerkhof het graf is, kan ik daar ook niet meer achter komen. 2. Zij noemt zichzelf Mathilda Bach, geboren Bauta-de Jong. Dus zo- wel met de achternaam van haar man Ludwig Bach, als van haar vader Minne Bouta, alsook van haar moeder Tjeerdtje de Jong. 3. Misschien is het u opgevallen, dat ik de namen Ludwig/Ludvig en Mathilde/Mathilda door elkaar gebruikte in mijn artikelen. Dat deden ze zelf nl. ook! Mathilde schreef ook Bouta vaak met AU. Ook op het graf deed ze dit, terwijl ze toch echt als Tjeerdtje Bouta met OU in het geboorteregister van Westdongeradeel staat ingeschreven. HOTEL HOLMENKOLLEN Tot slot een foto, waar deze serie eigenlijk mee begonnen is. Daarop staan Mathilde en Ludwig in 1910 voor hotel Holmenkollen. Ik was benieuwd of dat hotel nog bestond en ben gaan zoeken op Internet. Het bestaat nog steeds als groot, duur superhotel hoog in de bergen met fantastisch uitzicht op Oslo. Ik stuurde de foto op naar het hotel. Al snel kreeg ik ant- woord, dat ze de foto en een deel van mijn e-mail graag wilden gebruiken in een nieuwe luxe brochure van het hotel. Zo gebeurde het, dat Mathilde en Ludwig in een hotelbrochure van 2013 staan. Deze kreeg ik toegestuurd. Hierover kwam weer een stukje op het Weblog van de vereniging en zo ontstond het idee om meer verhalen voor De Sneuper te schrijven over de koffer van Mathilde. Er zit nog veel meer in, dus heb ik een keuze gemaakt van de meest in het oog spring- ende dingen om met u te delen. Ik heb er zelf ook veel plezier aan gehad om deze verhaaltjes te schrijven, want daardoor was ik wel gedwongen om eens goed te kijken en alles op een rijtje te zetten. Zo kwam de bijzondere geschiedenis van deze Friezin ook voor mij tot leven. Door deze artikelen en de hotelbrochure is ze bekender geworden dan enig ander familielid. Nu gaat alles terug in de koffer, ook de brochure, en dan sluit ik deze serie en de koffer van oudtante Mathilde af. door HILDA BOUTA hildabouta@hetnet.nl Van mijn opa‘s oudste zuster heb ik een grote dikleren koffer geërfd. Die zit vol met herinneringen aan haar avontuurlijke leven. Mijn oudtante Mathilde ( geboren in Nes in 1876, overleden in Kopenhagen in 1945 ) is de hele wereld rondgereisd. Nu is dat niets bijzonders , maar in haar tijd wel...
  18. 18. HERALDIEK 19 door RUDOLF J. BROERSMA tekenaar Fryske Rie foar Heraldyk EENE AFTEEKENING VAN DE WAPENS Na de Franse Revolutie werd door Koning Willem I bij soeverein besluit van 24 december 1814 aan de Hoge Raad van Adel opdracht gegeven dat ‘alle steden, dorpen en heerlijkheden, districten en corpo- ratiën, welke voorheen of tot dusverre het gebruik van wapens gehad hebben, zullen worden opgeroepen, om eene afteekening van dezelve wapens aan den voor-noemden Raad in te zenden, ten einde daarop Onze confirmatie en registratie derzelve te erlangen’. Op 5 januari 1815 kregen publiekrechtelijke lichamen de oproep om voor 1 mei een afbeelding, beschrij- ving en toelichting in te zenden van het te bevesti- gen wapen. Dit gold ook voor het verkrijgen van een nieuw wapen. Na deze oproep zond burgemeester Goslings van Dokkum op 26 februari 1815 een afbeelding van het wapen, zoals dat ook op de gedenkpenning van 1582 voorkwam. Hij schreef daarbij nog dat het wapen voorheen bestond uit drie sterren en dat het wapen, ter nagedachtenis van de overwinningen op de Saracenen tijdens de kruistochten in 1217, waarin de Dokkumers geen gering aandeel schenen te hebben gehad, was vermeerderd met een kwartiermaan. Deze wetenschap ontleende hij aan De Hedendaagsche Historie of tegenwoordige Staat, deel 24, blzadzijde 261 en 262. Ook de kleuren van het wapen zal hij hieruit hebben overgenomen. De legende van de wapenvermeerdering is te vergelijken met die van Haarlem, waar het oude wapen, met vier sterren, bij gelegenheid van de overwinning bij Damiate werd vermeerderd met een zwaard en een kruisje. Bij besluit van de Hoge Raad van Adel werd op 25 maart 1818 voor Dokkum het volgende wapen bevestigd:‘Van lazuur, beladen met drie sterren van goud, ge- plaatst een en twee vergezeld van boven van een omgekeerde liggende halve maan van zilver; het schild gedekt met een goude kroon’ MET VLAG WIMPEL De oudste bron voor de vlag is het vlaggenboek van Hesman. Hij tekende hierin een vlag op van vier horizontale banen blauw, wit, rood en geel. Zoals Sierksma stelt in zijn Nederlands vlaggenboek is het eigenaardig de kleur rood in de vlag aan te treffen, daar deze kleur in het geheel niet in het wapen voorkomt. Doch Hesman was een Dokkumer, dus van hem mag ver- wacht worden dat hij wist hoe de vlag van zijn stad er uit zag. De vlag is bij raadsbesluit van 29 januari 1948 bevestigd en wapen en vlag werden na de ge- meentelijke herindeling van 1984 als stadswapen en -vlag gevoerd. De wimpel voor de stad Dokkum werd gelijktijdig vastgelegd met de vlag en wimpel voor de nieuwe gemeente Dongeradeel en wel op 27 oktober 1983: ‘een vierkante broeking van blauw, waarin een witte omgekeerde wassenaar; een (split)wimpelvlucht van twee banen blauw en geel’. WAPEN VLAG VAN DE STAD DOKKUM 3 BRON:GEMEENTEDONGERADEELBRON:HISTORISCHCENTRUMLEEUWARDEN
  19. 19. 20 SIGNALEMENT MET FOTO VEENHUIZEN: door PIET DE HAAN p.dehaan01@knid.nl BONIFATIUSBEELDEN STUDIEFONDS VOOR BEGAAFDE KINDEREN Regelmatig worden er via Hans Zijlstra vragen aan de redactie gesteld. Hans stuurt ze dan door naar redactieleden en leden waarvan hij weet dat die dezelfde interesse hebben als de vraagsteller. Deze vraag kwam op een mooie zondagmorgen binnenzweven: Hans Zijlstra antwoordde als volgt: Beste heer ……… , De Maatschappij van Weldadigheid was niet zozeer een instelling voor hoogbegaafde kinderen. Misschien waren ze er wel, maar het had een taak ter heropvoeding. Ziet u de artikelen op ons blog maar eens: Ik cc enkele kenners die u mogelijk iets verder kunnen helpen, hoewel de links in de artikelen op ons blog u al een heel eind op weg kunnen helpen! De antwoorden op de vragen werden binnen een uur gevonden en de vragensteller ontving de volgende mededeling: Beste heer ……… , Het goede nieuws is dat er mooie foto’s van Jongsma bewaard gebleven zijn, zie bijlagen. Het slechte nieuws is dat die gemaakt zijn, omdat hij wegens landloperij en dronkenschap in Veenhuizen terecht kwam. Ach ja, het leven is niet altijd rozengeur en maneschijn. SIGNALEMENTKAARTEN VEENHUIZEN In de signalementkaarten van Jense Jongsma lezen we over veroordelingen voor insubordinatie en openbare dronkenschap. Tevens twee keer veroordelingen voor landlopen en bedelen. Voor de signalementkaarten geldt dat deze zijn vervaardigd tus- sen 1895 en 1901. Slechts een klein deel van de bevolking van Veenhuizen is derhalve gefotografeerd. Op de Sneuperwebsite onder indexen bij: MaatschappijvanWeldadigheid,NoordoostFriezeninVeenhuizen/Ommerschans staan een groot aantal Friezen vermeld, waarvan ook signalementen en foto’s op de site van AlleDrenten.nl te vinden zijn. Toevalstreffers op de site van Alle Drenten leverden nog de volgende treffers uit de regio met een naam en een signalement op: Geachte archivaris of een ander die dit leest, In de hoop dat ik dit bericht aan het goede adres zend, zou ik graag een uitleg krijgen over het volgende. In het jierboekje 1995 gevonden onder de kop ‘Maatschappij van Weldadigheid, Noordoost Friezen’ zag ik: Jense Jongsma, geboren te Dokkum 14 december 1860, zn Pieter Jongsma en Henke Kingma. Deze Pieter en Henke zijn voorouders van mijn grootmoeder. Wilt u zo vriendelijk zijn om mij uit te leggen wat de reden is waarom zij daar vermeld staan? Heeft dit eventueel ook te maken met een studiefonds voor begaafde kinderen gevestigd te Bolsward? Als kind hebben mijn ouders daar wel eens over verteld. Uw antwoord wordt door mij zeer op prijs gesteld. met vriendelijke groet, ………… Bakker Sjoerd geb. 27-05-1867 Hardegarijp Dijkstra Andries geb. 24-10-1867 Hallum Douma Pieter geb. 16-03-1845 Anjum Elzinga Sjoerd geb. 12-02-1870 Kollum Hoekstra Klaas geb. 22-04-1858 Hallum Jong de Jan geb. 29-12-1841 Birdaard Jong de Klaas geb. 05-12-1836 Hardegarijp Veenstra Ringe geb. 10-10-1855 Surhuisterveen Visser Thomas geb. 03-10-1859 Dokkum Vries de Bauke geb. 26-11-1853 Dokkum Vries de Kornelis geb. 08-09-1841 Dokkum Voorfoto’suithetGeheimregistervanontslagengevangenen1882-1890: http://sneuperdokkum.blogspot.nl/2008/05/crimineel-interessant.html BRON:ALLEDRENTEN.NL SIGNALEMENTKAART JENSE JONGSMA
  20. 20. INGEBOEKT 21 SA LANG AS DE WYN door YVONNE TE NIJENHUIS rhpostma@planet.nl FAN DE WOLKENS WAAIT DE GESCHIEDENIS VAN ‘WINDLUST’- BURUM ‘Sa lang de wyn fan de wolkens waait’, een zinsnede uit de oud-Friese rechtspraak, met als betekenis: het zal altijd doorgaan, eeuwigdurend. Daaraan moest ik denken bij het lezen van het in 2014 verschenen boek ‘De geschiedenis van koren- en pelmolen Windlust, Burum’ van Warner B. Banga, bij uitstek de kenner van molens in Noordoost-Friesland. Hij beschrijft daarin, zoals de titel al aangeeft, de molen ‘Windlust’ van Burum en zijn geschiedenis. Deze molen lijkt eeuwig door te gaan. Al twee keer is hij uit de as herrezen: de eerste keer na een brand in 1785 en nu voor de tweede keer, nadat hij in april 2012 een prooi van de vlammen werd en tot de grond toe afbrandde. Op 6 september 2014 werd de hernieuwde molen geopend en bij die heropening werd dit schitterende boek gepubliceerd. Allereerst het uiterlijk: het boek is stevig ingebonden, heeft een hard kaft, is fraai vormgegeven door Jacqueline Brauwer, is duidelijk gedrukt en beslaat bijna 200 pagina’s. Maar dan ook nog de inhoud: het boek is bijzonder goed gedocumenteerd en leest vlot. De auteur neemt ons in zijn zoektocht mee naar de oudste geschiedenis van de molen, die al begint in de middeleeuwen. Inwoners van Burum doen zaken met omliggende kloosters; Warner heeft uit de kloosterarchieven namen en feiten opgedoken. De eerste keer dat er in Burum sprake is van een molen of een molenaar is al in 1552. Daarna wandelt hij met de lezer door de proclamatieboeken, waarin koop en verkoop zijn genoteerd, autorisatieboeken waarin testamenten worden beschreven... en zo komt hijuiteindelijkbijdetijdvandenotariëlearchievenenhetkadastertijdperk. WAARDEVOL DOCUMENT Het boek is in feite in drie delen te verdelen: De oudste geschiedenis; de standerdkorenmolen van voor 1565 tot 1785, met seijl ende treijl, so die swaijt en draijt. De tijd van na 1800; de koren- en pelmolen ‘Windlust’ van 1786 tot 2012, eenen uitmuntenden en zeer beklanten molen. De huidige tijd waarin de brand en de wederopbouw van de molen centraal staat en verhalen van nog levende getuigen. Bij het zoeken in de oude bronnen vindt Warner, geholpen door mede-onderzoekers Gerard Mast en Piet de Haan, soms alleen een naam of melding van verkoop.Toch is het eerste deel geen droge opsomming van feiten; de schrijver plaatst de feiten in een context, licht toe wat de bron betekent, hoe de belasting werkte of hoe het op andere plaatsen ging bij molens. In het tweede deel legt hij bijvoorbeeld heel mooi uit hoe de molen van Burum aan zijn naam is gekomen en hoe hij uiteindelijk het graf van een zoekgeraakte molenaar op de begraafplaats voor zijn huis (!)heeft teruggevonden. We volgen de speurder dus ook af en toe in zijn zoektocht naar details. Het derde deel met de getuigenverhalen geeft een andere dimensie, namelijk de emoties van de betrokkenen, zoals oud-mole- naar Gerrit Bremer, wanneer hij bij de afgebrande molen staat, waar hij een groot deel van zijn leven heeft gewerkt. Het boek bevat kort samengevat veel genealogisch materiaal, gegevens uit diverse bronnen en orale geschiedenis. De informatie wordt verlevendigd door het gebruik van talrijke afbeeldingen: archiefstukken, tekeningen en unieke foto’s van de molen en zijn bewoners. De reconstructie is uitvoerig in beeld gebracht en laat zien hoe een aantal zeer betrokken mensen met grote inzet de molen weer aan het dorp heeft teruggegeven. In dit boek vanWarner B. Banga zien we een auteur aan het werk, die zich met hart en ziel, met passie, stort op het creëren van een waardevol document. Dat de molen ‘Windlust’ van Burum opnieuw een monu- mentstatus heeft gekregen, zou volgens ingewijden deels aan dit boek te danken zijn. VERNUFT VOLHARDING Op 21 maart kreeg de auteur tijdens de algemene jaarvergadering van de Vereniging De Hollandsche Molen in Amersfoort de jaarprijs van de stichting Molengiftenfonds voor Vernuft en Volharding toegekend; een eervolle erkenning uit de molen- wereld, dat het boek ook daar goed ontvangen is en gewaardeerd wordt. Windlust - Burum is uitgegeven door uitgeverij Bornmeer, kost 25 euro en is te bestellen via info@bornmeer.nl OMSLAG VAN HET BESPROKEN BOEK
  21. 21. 22 HISTORIESTREEKGESCHIEDENIS VAN DANTUMAWOUDE KOMT DIT WOL KLEAR? Jaren geleden kwam ik op het gemeentearchief te Driesum Albert Woudstra, mijn oudonderwijzer aan de OLS te Akkerwoude en later hoofd van de OLS te Broeksterwoude tegen. Hij vertelde mij bezig te zijn met het schrijven van een boek over de Broek (Broeksterwoude), De Valom, Murmerwoude en Dantumawoude. Ik vroeg hem waarom hij Akkerwoude er niet bij deed. Het antwoord was dat hij dat graag zou willen, doch daarvoor handen en voeten tekort kwam. Ik heb hem toen aangeboden om de bewoning van Akkerwoude voor hem uit te zoeken. MeesterWoudstra ging met een dermate grote precisie te werk dat ik mij allengsbegonaftevragen:‘Komtditwolklear?’Opeengegevenmoment trok ik de conclusie dat ik dat niet meer zou meemaken. AlbertWoudstra waakte over zijn gegevens als een kloek die op eieren zit. Aangezien ik zelf ook graag de beschikking over de bebouwingsgegevens van Dantumawoude, Murmerwoude, Broeksterwoude en De Valom zou willen hebben, ben ik zelf maar eens aan de slag gegaan. Dantumadiel bestaat uit drie kadastrale gemeenten, t.w.: Akkerwoude (omvattende Driesum, Wouterswoude, Damwoude, Broeksterwoude en De Valom), Birdaard (omvattende Birdaard, Janum, Roodkerk, Rinsumageest, Janum en Sijbrandahuis, en Veenwouden (omvattende Veenwouden, Kuikhorne en Zwaagwesteinde). De dorpsgrenzen liepen vroeger van Noord naar Zuid. Zo kon het gebeuren dat van Kuikhorne vier woningen onder Akkerwoude vielen. Op het archief van Dantumadeel liggen overzichtskaarten van alle dorpen in Dantumadeel van 1876. Die kaarten zijn ruim 1,5 meter breed en 80 cm hoog. Van Dantumawoude zie je dan dat Sectie B loopt van het Dokkumer Diep tot de Doniaweg. Sectie C loopt vervolgens van de Doniaweg tot de Bovenweg (naar Zwaagwesteinde). Rond 1880 is het kadaster over de ‘kop’gegaan en zijn er nieuwe Kadastrale secties gekomen en uiteraard andere kadastrale nummers. Het probleem daarbij was dat het raadplegen van het kadaster nogal omslachtig was en je bovendien maar de beschikking had over een overzichtskaart van 1876 op het archief van Dantumadeel. Aan de hand van de Volkstellingen 1829, 1839 en de gezinsbladen 1850 tot 1940 alsmede de woningkaarten 1940-1963 ben ik toch maar aan de slag gegaan. Over het resul- taat Dantumawoude was ik niet geheel tevreden. De woningen werden tot 1940 doorlopend genummerd. Pas rond 1963 is in Dantumadeel de huisnummering per straat ingevoerd. Het probleem met de doorlopende nummering was om grip te krijgen op het pad dat daarbij gevolgd was. Bovendien week dat pad wel eens wat af. GESLEEP MET KADASTERBOEKEN Waar ik eigenlijk aandacht aan heb besteed, zijn Dantumawoude, Mur- merwoude, Akkerwoude, de Broek en de Valom. De Broek viel vroeger grotendeels onder Akkerwoude en Murmerwoude en een zeer klein deel Dantumawoude. De Valom viel onder Dantumawoude en Mur- merwoude en een stukje langs de Valomstervaar ten westen van de‘lijn vanaf de Auke Jansstraat’ tot het Goddeloas Tolhús onder Akkerwoude. De aanwezigheid van een nieuwe kadastrale kaart van 1887 was al een vooruitgang. Bovendien is de toegang op Tresoar tegenwoordig een stuk handiger dan het voortdurende gesleep met kadasterboeken op het archief van Dantumadeel. Het ontbreken van recentere kadastrale overzichtskaarten van na 1887 blijft echter een gemis en zorgt voor de nodige problemen. HUISNUMMERING 1850-1963 door HENK PLANTINGA AlbertWoudstra is geboren op 1 september 1930 te Murmerwoude en is overleden op 1 september 2013 te Dokkum. Hij was gedurende lange tijd lid van onze vereniging en deed o.a. onderzoek naar kadaster en geschiedenis van de dorpen Valom, Broeksterwoude, Murmerwoude en Dantumawoude. Woudstra ging minutieus en gedegen te werk en heeft ontzettend veel materiaal achter gelaten. Helaas heeft het jarenlange onderzoek niet tot een eindresultaat geleid. BRON:TRESOARBRON:TRESOAR KADASTERKAART 1887  SECTIE G7H1 DANTUMAWOUDE DETAIL GRIETENIJKAART DANTUMADIEL  WOPKE EEKHOFF 1849
  22. 22. 23 HISTORIESTREEKGESCHIEDENIS ‘LANGE JAMMER’ - TEGENWOORDIG DONIAWEG 105 DAMWÂLD PROBLEEMGEVALLEN RODDELS Een voorbeeld van een ‘probleem geval’is de Lange Jammer bij Dantumawoude, waar oorspronkelijk negen woningen waren, vermoedelijk gesticht door de Burgemeester Pieter Adrianus Bergsma. Langzamerhand zijn er een aantal samengevoegd en is stijf erachter een boerderijtje gebouwd, dat er tot mijn verrassing thans nog staat. Dat boerderijtje is ook meegegaan in de huisnummering van de Lange Jammer. De Lange Jammer was vermoedelijk een eerste vorm van wat zou je kunnen zeggen ‘bejaardenhuisvesting’ c.q. ‘huisvesting mindervermogenden’. Ook de situatie rond de Woudweg te Dokkum is problematisch, omdat het kadaster daar te weinig houvast biedt (te weinig eigenaren die tevens bewoner zijn). Interessant is overigens de geschiedenis rondom de gemeentelijke herindeling met Dokkum per 1 januari 1925. Dokkum was uit zijn jasje gegroeid en bouwde eigenlijk al in Dantumadeel (Bonifatiusbuurt). De buurgemeenten stonden niet bepaald te springen om gebied af te staan. De trein reed bijvoorbeeld tot Aalsum in Oostdongeradeel. Wat maakte dat voor verschil? De tram reed van Veenwouden tot de Woudpoort tegenover café Van der Meer. Sommi- gen dachten dat de gebiedsuitbreiding van Dokkum om de ‘bron’ ging en spraken zelfs van een‘katholieke samenzwering’. Aan de Trekweg naar Dantumawoude (bij de Mearsloot) stond een tol- huis. Moesten de mensen die ten noorden van dat tolhuis nog in Dantu- mawoude woonden ook tol betalen als ze naar Dantumawoude of Dok- kum gingen? Een Burgemeester van Dantumadeel, Ties Nauta woonde bijvoorbeeld op de Hogedijken! Hij had daar zijn‘nering’, de betonfabriek, en om die reden schijnt de Patrimoniumbuurt gebouwd te zijn. De be- tonfabriek van Nauta schijnt ook de betonplaten voor de weg van Broek- sterwoude naar Roodkerk te hebben geleverd. Wat ik daar over hoor, zijn wellicht voor een groot deel fabels of roddels. HUISNUMMERING DANTUMAWOUDE 1850 - 1963 FOTO:PIETDEHAAN Het eindresutaat van mijn onderzoek staat in een Exel overzicht op de site van onze vereniging http://www.hvnf.nl/indexen/ Het betekent echter niet dat er niets te wensen overblijft; aanvullingen en correcties zijn dan ook van harte welkom. Veel dank is verschuldigd aan de medewerkers van het Archief van de gemeente Dantumadiel. Zij zijn, waar ze konden, altijd zeer behulpzaam geweest. BRON:TRESOAR tijdvanburgersenstoommachines KADASTERKAART 1887  AKKERWOUDE VERZAMELKAART 16640A
  23. 23. GEBOREN IN FRANKRIJK Nadat Frankrijk de Amerikaanse kolonisten te hulp schoot in de Onafhankelijkheidsoorlog, (een oorlog tussen Groot-Brittannië en de koloniën die later Amerika zouden worden), werd Frankrijks machtige positie verzwakt door ernstige problemen. In het Frankrijk van de 18e eeuw had het volk het zwaar te verduren. Door de aanhoudende economische crisis, het groeien van sociale tegenstellingen en onvrede onder de bevolking leidde dit tot een groeiend verzet tegen de zittende macht. Deze onvrede werd nog extra gevoed door de houding van het koninklijk gezin, dat er in de ogen van de bevolking een schijnbaar zorgeloze en extravagante levensstijl op na hield, terwijl het land honger had. De mensen moesten steeds meer geld voor hun eten betalen, terwijl de lonen gelijk bleven. In dit oude Frankrijk, werd Etienne Babois geboren, op 9 oktober 1784 in Montreal, Ardeche, als zoon van Jean Babois en Anne Durand. Net als zijn broers en zussen werd hij in de Saint Marc-kerk van Montreal katholiek gedoopt. Op 14 juli 1789 was de bevolking het zat en met de bestorming van de Bastille was de revolutie een feit. De monarchie werd afgeschaft en de Eerste Franse Republiek was geboren. De Franse Revolutie verliep met horten en stoten en kwam in 1795 tot stilstand door de succesvolle militaireoperatiesinhetbuitenland.In1799greep NapoleonBonaparte door middel van een staatsgreep de macht en het Napoleonistische tijdperk begon. IN HET LEGER VAN NAPOLEON Toen Etienne Babois in 1804 twintig was geworden, moest hij de dienstplicht vervullen. Het is niet duidelijk waar hij precies allemaal is geweest, maar hij kwam uiteindelijk met de legers van Napoleon naar Nederland en is hier gebleven. In 1812 kreeg Etienne een oproep om te vechten in Rusland. Omdat hij pas getrouwd was, met Jacoba Johanna Bakker (1789- 1859), mocht zij mee. Etienne was toen 2e luitenant in het Franse Leger. Van die periode is een dagboek gemaakt door Jacoba, waar echter helaas maar de helft van bewaard is gebleven. Deze bevindt zich in Frankrijk bij de heer Rensing, maar een digitale versie is te lezen op de site Friezen-onder-Napoleon. Hoewel slechts 75.000 Fransen het bij Austerlitz opnamen tegen 90.000 tegenstanders, bleek het militair genie van Napoleon beslissend in de slag: door een opstelling in het dal te kiezen boven de strategisch beter gelegen hoogte, lokte hij de Oostenrijkers naar een minder verdedigde flank, waardoor bij de hoofdmacht van de tegenstanders de aandacht verschoof. Na te hebben afgewacht tot de hoofdmacht uitdunde, startte Napoleon in de mist zijn befaamde‘sprong van de leeuw’. Een Franse troepenmacht van 17.000 man bezette de hoogte en splitste zo de troepen van de tegenstander in twee delen, die vervolgens vanaf de hoogte beide werden aangevallen. Als noodgreep wierp de Russische tsaar zijn keizerlijke garde in de strijd, die veel schade aanrichtte, maar te laat kwam om de Fransen te verdrijven. De tsaar van Rusland en de keizer van Oostenrijk tekenen een wapenstilstand met Napoleon. Bij de vrede van Pressburg, een paar weken later, stond Oostenrijk grondgebied in Duitsland en Italië af aan Frankrijk. Napoleon was tevreden over het resultaat. Hij zei tegen zijn soldaten: ‘Soldaten, ik ben tevreden over u. Voor u zal het voortaan voldoende zijn te zeggen: Ik heb meegevochten bij Austerlitz, en men zal uitroepen: Daar staat een held.’ 24 HISTORIESTREEKGESCHIEDENIS SAINTMARC DE MONTRÉAL ARDÈCHE ETIENNE BABOIS EEN FRANSMAN DIE FRIES WERD door LINDA MOES haw.moes@home.nl JAARLIJKSE HERDENKING VAN SLAG BIJ AUSTERLITZ
  24. 24. NAAR NEDERLAND TUSSEN 1806 EN 1811 In 1806 lijfde Napoleon Nederland bij het Franse Rijk in. In november van 1806 voerde hij het Continentaal Stelsel in, dat elke handel met Engeland verbood. Hierdoor moesten de grenzen meer bewaakt wor- den om smokkel te voorkomen. Broer Lodewijk werd koning van Neder- land, maar kreeg sympathie voor de Nederlanders en liet oogluikend de handel/smokkel naar Engeland toe. Dit was Napoleon een doorn in het oog en hij ontsloeg Lodewijk. Bovendien stuurde Napoleon meer soldaten naar Nederland voor de bewaking van de Nederlandse kust vanwege de oorlog met Engeland. Middelpunt van de smokkelhandel in het noorden werd de kust van Noordoost-Friesland. Door de vele baaien en inhammen, was dit van oudsher een oord voor zeerovers en smokkelaars. DOUANIERS IMPERIALES De soldaten die de grens bewaakten, behoorden tot de Douaniers Imperiales. Om in dienst te komen van de douaniers moest men een militaire achtergrond hebben van minimaal zes jaar. Etienne zal dan dus ergens tussen 1810 en 1811 naar Nederland zijn gekomen. In Dokkum was een Douaniers Bureau, dat onder andere de kustgebieden van de Zuiderzee controleerde. Etienne was één van de soldaten die de kust moest bewaken en kwam zo in Anjum terecht, waar toentertijd twee Franse kazernes gevestigd waren. In verhouding was het werk van een douanier, dat Etienne nu dus deed, veel gevaarlijker dan dat van een gewone soldaat. De kans dat een soldaat gewond zou raken of gedood zou worden, was alleen tijdens een veldslag aanwezig. Daarnaast had hij een relatief veilig leven tussen zijn kameraden. Een douanier kwam elke dag in een situatie waarin hij ge- wond of gedood kon worden, in een vaak vijandige omgeving en naar verhouding vaak in de minderheid tegenover bijvoorbeeld een bende smokkelaars. De douaniers waren natuurlijk ook geen lieverdjes en door hun militaire achtergrond waren ze gehard en gewend aan geweld, door wat ze hadden meegemaakt en gezien. In het door Tine Cupido toegestuurde dagboekje Rijf-Babois wordt beschreven dat Etienne een 2e luitenant was, een sous lieutenant. Etienne was ondertussen een schermmeester en, zoals het reisverslag van zijn vrouw laat weten, tevens een goede ruiter. Hij behoorde tot het actieve gedeelte van de douaniers, de Brigade. Etienne nam de taken van de luitenant over als deze afwezig was. Wat hield dat eigenlijk in? Een luitenant van de Douaniers was eigenlijk een 2e Controleur. De controleur was verantwoordelijk voor de algehele gang van zaken binnen het arrondissement, maar was ook verantwoordelijk voor de discipline binnen de brigades. Hij hield de veranderingen bij, controleerde en legde vast of deze ook werden uitgevoerd. Hij kon Preposes (gewone douaniers) naar voren schuiven voor bevorderingen, maar hen ook bestraffen. Etienne deed deze taken wanneer de controleur en de luitenant afwezig waren, verder moest hij actief de kustgebieden bewaken. Dit was in het begin het controleren van in- en uitgaande goederen, uitoefenen van ordebewaking en grensbewaking. Later kwam er het opsporen van deserteurs en dienstweigeraars, beschermen van hoge functionarissen en legerofficieren, bewaking van krijgsgevangenen en de steeds terugkerende militaire inzet van de brigades bij. 25 HISTORIESTREEKGESCHIEDENIS VOORMALIGE FRANSE KAZERNE IN ANJUM tijdvanpruikenenrevoluties FRAGMENT UIT DAGBOEKJE RIJFBABOIS UM DOUANIER TE PAARD
  25. 25. 26 HISTORIESTREEKGESCHIEDENIS CANTINIERE VOOR DE KEIZER Was het normaal dat de luitenant de administratieve handelingen bijhield, in de praktijk werd deze taak steeds vaker overgenomen door de belastinginner, die zijn ronde deed over verschillende posten en soms ook enkele dagen bleef. De schoonvader van Etienne, Jan Bakker (1764- 1832), was ook een ontvanger of belastinginner. Uit de overlijdensakte van zijn eerste vrouw weten we dat hij in 1806 in Anjum woonde. Hij hertrouwde later en in 1812 werd opnieuw een kind van hem gedoopt in Anjum. Alles bij elkaar genomen zwierf Jan met zijn gezin langs het grensgebied van Groningen en de waddenkust. Op deze manier heeft Etienne waarschijnlijk zijn Jacoba, kortweg Coba, ontmoet en is de vonk overgesprongen. Coba ging blijkbaar vaak met haar vader mee en heeft zo leren schrijven en ze kon een beetje Frans, Pools en Duits spreken. In 1812 trouwden Etienne en Jacoba in Anjum. In het leger werden huwelijken snel voltrokken, vaak met beider mondelinge toestemming, en meestal werd er niet eens een akte opgemaakt. Kort na hun huwelijk werd Etienne opgeroepen om te vechten in Rusland. Omdat ze pas getrouwd waren, kreeg Coba toestemming om met haar man mee te reizen naar Rusland. Door de verscherpte regels van Napoleon mochten er per bataljon of eskadron maar vier vrouwen mee. Deze vrouwen werden cantinière genoemd en verkochten, dus ook Coba, vaak alcohol, zoals bier, wijn of brandy. Wanneer er een lastdier beschikbaar was, werd er ook brood, kaas of vlees verkocht. Onderweg en tijdens veldslagen diende een transportwagen als kantine, bij langer verblijf werd er een tent opgezet. Tijdens veldslagen verpleegden de cantinières de gewonden en namen zij grote risico’s door in het heetst van de strijd de troepen van drank te voorzien. Velen van hen konden met wapens omgaan en sommigen vochten zelfs mee. Na afloop van de slag stelden zijn hun wagens beschikbaar voor vervoer van de gewonden. VELDTOCHT NAAR RUSLAND In 1812 was het regiment van Etienne onderdeel van de Grande Armée, dat wel het grootste leger ter wereld werd genoemd. Napoleon wilde met dit leger Rusland innemen en onder zijn leiding trok het op naar Moskou. Op 24 juni 1812 begon de veldtocht naar Moskou en gingen 690.000 soldaten op weg. Aanvankelijk leek de tocht nog soepel te verlopen, maar toen men Litouwen bereikte, bleken de wegen niets meer te zijn dan zand- en modderpaden. De Franse wagens met voedsel raakten steeds verder achterop, waardoor de soldaten genoodzaakt waren hun voedsel te verzamelen onder de plaatselijke bevolking. Het is broeiend warm. Honderden paarden liggen langs de kant van de weg – verpestend is de stank van die kadavers – als gevolg van de hitte, de dorst, het onrijpe koren... Dagenlangwordtgemarcheerdlangsplatgebrandedorpen,afgebrokenbruggenenverlatengebieden.Velenzitten,uitgeput,kreunend langs de kant van de weg. Na dagen van hitte, droogte en versmachtende dorst is het weer plotseling omgeslagen. Wolkbreuken, regen overspoelde de colonnes. Vele wegen zijn veranderd in modderpoelen. Hevige dysenterie heeft duizenden vermoeide soldaten in hun modderige bivak op hun harde leger geworpen! Door de extreem warme zomer en een gebrek aan sanitaire voorzieningen vormden de dorpen in de omgeving een ware broedplaats voor allerlei ziekten en infecties. De lokale boeren hadden zich al geruime tijd niet gewassen en zaten onder de vlooien en luizen. De meeste soldaten droegen tijdens de veldtocht steeds dezelfde kleren, waardoor de luizen zich konden nestelen in de kleren van het slachtoffer. In de uitwerpselen van de luizen zat een bacterie die epidemische tyfus veroorzaakte. Eén wond of schram was vaak voldoende voor de bacteriën om in het lichaam van de soldaat door te dringen. De luizeninfectie kon zich bovendien gemakkelijk verspreiden door het gebruik van de Franse soldaten om zo dicht mogelijk bij elkaar te slapen, vanwege een mogelijk vijandelijke aanval. Gevolg: binnen een maand waren 80.000 soldaten overleden aan de tyfus! Eind juli gaven de Franse officieren Napoleon het advies om de campagne stil te leggen vanwege de ernstig verzwakte soldaten, maar omdat er weinig weerstand was, negeerde hij dit advies. Het leger trok steeds verder Rusland in, met kleine gevechten en schermutselingen.Verlaten gebieden vonden ze, maar alles was kaal en platgebrand. Dysenterie, uitputting, dorst, deserteurs en een vijand die steeds verder bleef wijken. Waar waren de Russen? De Fransen bezetten Witebsk. Enkele officieren vroegen de keizer om hier in winterkwartier te gaan. Er waren reeds 150.000 soldaten uitgevallen door ziekte, overlijden of desertie... De officieren wezen op de gevaren van verder trekken, maar de keizer weigerde. Na een rustpauze en hergroepering beval Napoleon om verder te trekken: bij Smolensk zou de vijand zijn! PAGINA UIT HET DAGBOEK VAN JACOBA BAKKER
  26. 26. 27 HISTORIESTREEKGESCHIEDENIS DE SLAG BIJ SMOLENSK Smolensk, 16 augustus: Franse houwitsers beschieten de hooggelegen stad en slaan gaten in de muren. Ze zetten een stormaanval in, bloedige gevechten met de blanke bajonet beginnen. Zo gingen 17 en 18 augustus voorbij. In de gracht lagen vlak langs de muren de lijken hoog opgestapeld. Maar plotseling zagen de Fransen tot hun ontzetting grote rookpluimen uit de stad opstijgen! Een rode gloed verlichtte in de nacht de torens van de kerken en kloosters. Toen de Fransen de volgende dag opnieuw stormliepen, volgde geen weerstand... De Russen hadden de stad verlaten en Smolensk brandde. Drie dagen lang lagen achtergebleven zieken en gewonden in een hospitaal, voordat men hen ontdekte! Bij de zware veldslag bij Smolensk op 17-18 augustus raakte Etienne gewond; zijn arm was er afgeschoten. Als je was getroffen in een arm of been, volgde vaak al snel een amputatie. Dat gebeurde zonder gesteriliseerde instrumenten en zonder narcose. Tenten waren vaak vol gewonden en broedplaatsen voor bacteriën. Etiennes verwondingen aan zijn arm waren zo erg, dat deze inderdaad geamputeerd moest worden. Daarna werd Etienne ongeschikt verklaard voor het leger en mocht hij gaan waar hij wilde. Achteraf is dat zijn geluk geweest en is hem de Slag bij Borodino en verder bespaard gebleven. NAAR HUIS! Ze mochten dus naar huis! Etienne liet die keuze over aan Coba. Er werd druk overlegd, want, zoals Etienne aan Coba vertelde was in Frankrijk alles rooms, maar haar vader in Friesland was ondertussen ook overleden. Uiteindelijk koos Coba voor Friesland. Zo vertrokken ze op 8 oktober 1812 uit Polotsk terug naar Friesland, elk op een paard.‘s Avonds arriveerden ze bij een transport van gewonde militairen, bleven daar bivakkeren en sliepen onder de blote hemel. De tiende oktober konden ze overnachten bij een baron die twee leeuwen had. Daar vertelden ze over hun ervaringen uit de oorlog, met in het bijzonder de Slag bij Austerlitz. De volgende dag vertrokken ze weer. Ze kwamen door verschillende kleine dorpjes en probeerden hier en daar aan eten en drinken te komen. De 14e oktober werd een van hun paarden gestolen, wat een lokale baron te weten kwam. Deze ging op zoek naar de dief, wat een boer bleek te zijn. Hij gaf het paard terug, maar moest het wel bekopen met stokslagen. Van de baron kregen Etienne en Coba een geleidebrief mee, een schriftelijke verklaring dat zij onder zijn bescherming vielen en dus vrij konden reizen door de volgende dorpen. Deze waren allen van de baron. De 18e oktober hielden ze een rustdag in Newstad, waar ze een lichtgewonde grenadier ontmoetten die met hen mee wilde reizen. De volgende dag vertrokken ze vroeg, want ze wilden nu snel naar Wilnau. Coba reed voorop, daarna kwam Etienne en wat verderop de grenadier. Ze reden een berg af, toen ze een boer aan de kant van de weg zagen zitten. Ze vroegen hem: ‘Kunnen wij iets voor je doen?’ Etienne vertrouwde het niet en zei in het Frans tegen Coba: ‘Pas goed op, deze man heeft niet veel goeds in de zin.’ Hij was nog niet uitgesproken of de boer sprong op en viel Coba aan met de bedoeling haar van het paard af te gooien. Etienne was snel van zijn paard afgegleden en gooide een dikke stok naar Coba en riep: ‘Bate don la bouger!’ Maar Coba smeet de stok weg en trok hard aan de teugels ondertussen roepend naar de grenadier. Toen de boer de grenadier in het zicht kreeg, koos hij eieren voor zijn geld en vluchtte weg. Zo konden ze hun paard behouden en met de reis doorgaan. ‘s Avonds kwamen ze aan in Wilnau en hielden daar de volgende dag een rustdag. wordt vervolgd in De Sneuper 118 SLAG BIJ SMOLENSK DOOR ALEXANDER AVERYANOV
  27. 27. 28 HISTORIESTREEKGESCHIEDENIS VAN WILNAU NAAR FULDA De 21e vertrokken ze uitWilnau en arriveerden de 24e in Kowena, waar ze hun paarden verkochten. De 26e oktober vertokken ze per schip naar Koningsbergen. Op het schip lagen nog 16 personen, waaronder een officier en zijn vrouw. Allen waren hun vriendelijk gezind. Ze keken raar op dat Coba, Etienne zelf verpleegde, gezien de grote wond die hij had. Op 28 oktober kwamen ze aan in Tilsit. Coba schrijft dat ze op de brug heeft gestaan waar Napoleon de vrede heeft gesloten met de keizerlijken. Dit was op 25 juni 1807. De 5e november, om 12 uur, arriveerden ze in Koningsbergen. Daar bleven ze twee dagen rusten. De 8e november met transportwagens verder door verschillende dorpen en plaatsen waar soms ook Duits gesproken werd. Daar was Coba erg blij mee, want ze vond dat Pools maar een vreemde taal. Op3decemberkwamenzeaaninBerlijn.Daarbleven ze dertien dagen. De 16e december vertrokken ze weer, want het was toen zo koud dat de paarden ijspegels aan hun bek hadden en de voerlieden (de begeleiders van de paarden of koetsiers) twee extra mutsen droegen onder hun hoed. Op 20 december kwamen ze aan in Maagdenburg, waar zij hun oude slaapkwartier opzochten. Dit was bij een bierbrouwer. Deze mensen waren blijkbaar vrienden, want in het dagboek wordt beschreven dat deze mensen erg schrokken van de wond van Etienne. Ze vertrokken de 22e december en kwamen op woensdag de 30e december aan in Fulda. Een grote sterke stad met een mooi burgerziekenhuis. MET DANK AAN WILLEM I Hier moest Etienne zeven weken blijven, want hij was ziek geworden. In dit ziekenhuis, het Wilhelmhospitaal, een Landkrankenhaus, was ook een rijke graaf die tegen de Koning van Pruisen was opgestaan en daardoor drie jaar arrest had gekregen in dit ziekenhuis. Deze man heeft zijn hele verhaal verteld aan Etienne en moest nog twee jaar blijven voordat hij terug kon naar zijn heerlijkheid. Een leuk weetje is dat dit ziekenhuis is opgericht door Wilhelm Friedrich van Oranien, onze soeverein koning (1813-1815) en later Koning Willem I van 1815-1840. Grappig eigenlijk dat aan deze Wilhelm Etienne (door het oprichten van het ziekenhuis) zijn leven te danken heeft en tegelijkertijd ook de oorzaak, met hulp van de Kozakken, dat alle Franse soldaten later uit Friesland verjaagd zijn. Maandag 15 februari 1813 vertrokken ze uit Fulda en kwamen een week later aan in Meyns (Mainz) aan de Rijn. Hier bleven ze acht dagen en reisden op 2 maart, per schip, over Worms en Speir naar Landauw, waar Etienne een paspoort kreeg en beiden een reispas. De 14e april terug naar Speir en de 15e naarWorms waar ze even bleven om op de 19e weer uit Meyns te vertrekken. Per schip vertrokken ze naar Coblens (Koblenz) waar ze de 27e aankwamen. De 30e kwamen ze aan in Keulen en dan... dan houdt het reisverslag op. Uit het verslag bleek dat ze op de rivier de Rijn voeren. Als ik dit op de kaart bestudeer zijn ze hoogst waarschijnlijk doorgevaren naar Arnhem. Arnhem was sinds 1810 de hoofdstad van het departement van de Boven-IJssel (Yssel-Supérieur). De stad lag op de opmarsroute van het ‘leger van het Noorden’. Blijkens een toegezonden kopie van een dagboek, geschreven door een dochter van Maria Therese Babois (Maria was de dochter van Etienne en Jacoba) heeft Jacoba in de winter van 1812-1813 het leven geschonken aan een tweeling, die door de extreme kou niet langer dan twee dagen heeft geleefd. VREDE VAN TILSIT  25 JUNI 1807 WILHELMHOSPITAAL IN FULDA
  28. 28. 29 HISTORIESTREEKGESCHIEDENIS AMBULANT MARINE HOSPITAAL IN HARLINGEN Op het kaartje staat de route tot Keulen van meer dan 2300 km die Eti- enne en Jacoba hebben gelopen. In totaal hebben ze meer dan 3000 kilometer afgelegd! De plaatsnamen zijn bijna allemaal nog hetzelfde. Uiteindelijk kwamen ze in Harlingen terecht, waar Coba op 1 september 1813 het leven schonk aan een dochtertje, Johanna. Uit de geboorteakte blijkt dat Etienne op dat moment portier was bij het Hospitaal der Ma- rine. Onderzoek en navraag wijst uit dat er tot 1810 een herberg gebruikt werd als hospitaal. Deze was vanaf 1810 weer een herberg.Vanaf dat mo- ment had Harlingen een ambulant hospitaal. Bij navraag meldde de heer Wingelaar, schrijver van het artikel Marine Hospitalen van 1813 tot heden, in het Nederlands Militair Geneeskundig Tijdschrift (NMGT, juli 2013), het volgende: Het feit dat de Marine in Harlingen een hospitaal heeft gehad was zeer beperkt bekend. De Marine maakte veel gebruik van schepen die uit de vaart waren genomen. Deze werden dan ingericht als hospitaal. Het woord ambulant doet vermoeden dat het schip in Harlingen naar andere schepen toeging en geen of beperkt patiënten opnam. Bewaking van de schepen was in die tijd zeker nodig. Daarom denk ik dat poortier inderdaad een be- waker van het schip betrof. Zodra het schip de loopplank uit had, werd er voor bewaking gezorgd. Komt nu ook nog voor in bijv. Egypte. Er was in 1813 een marine hospitaal in Enkhuizen. Hier zal Harlingen toen in verbinding mee hebben gestaan. Op 28 november 1813 kwam er een einde aan de Franse overheersing in Harlingen. De familie Babois bleef in Harlingen wonen tot 1815-1816, toen ze naar Ezumazijl vertrokken. Waarschijnlijk hield toen ook het Marine Hospitaal op te bestaan in Har- lingen. Op de een of andere manier moet Etienne zich niet helemaal veilig heb- ben gevoeld als Fransman in Friesland. Bij een geboorteakte of overli- jdensakte van één van zijn kinderen geeft hij aan niet te kunnen schri- jven, behalve bij de geboorteakte van dochtertje Grietje. In deze periode, 1816, heeft Etienne geprobeerd zijn naam te veranderen in Steven Laag- bos, een meer Nederlandse naam (en letterlijke vertaling van Babois, bas = laag, bois = bos), en ondertekende hij de geboorteakte met S. Laagbos. Hij kon dus wel schrijven, maar deed dat niet. KOOPMAN WINKELIER IN ANJUM Helaas mocht Grietje niet oud worden, ze was maar zeven weken toen zij op 12 april 1816 overleed in het huis van haar ouders, huis nummer 103 in Anjum. Etienne was op dat moment koopman van beroep. Kort daarna, op 6 mei 1816, kochten Etienne en Jacoba voor f 200, huis num- mer 196 van Theunis Klases Eintema en zijn vrouw Baukjen Lieuwes. Het verdriet bleef hen niet bespaard toen hun dochtertje Johanna over- leed op 27 mei 1817. Etienne was ten tijde van het overlijden van Johanna winkelier van beroep. Volgens het dagboekje van Rijf waren ze een aardappelhandel begonnen. In 1818 beginnen er betere tijden voor het gezin Babois. Op 26 februari 1818 werd opnieuw een dochtertje geboren, dat de naam Johanna zou dragen. Een paar maanden later, in juni 1818 kocht Etienne voor f 50 een kamer, zolder en een regenbak van Jan Roelofs Dijkstra. In de Leeuwarder Courant van 18 augustus 1819, stond een lijst van personen, die nog geldelijke rente te goed hadden van de Republiek Frankrijk. Deze personen moesten zich melden voor de laatste dag van de aankomende maand september 1819. Dit kon zijn voor schadeclaims, gemaakte kosten, pensioen etc.. In het geval van Etienne (nr. 4649) ging het om achterstallig pensioen. Het zal wel even geduurd hebben, voor- dat het gezin Babois het geld gekregen heeft. ROUTEKAARTJE VAN SMOLENSK NAAR KEULEN HANDTEKENING ETIENNE BABOIS  1819 HANDTEKENING STEVEN LAAGBOS  1816 BRON:GOOGLEMAPS LIQUIDATIELIJST LEEUWARDER COURANT  1819
  29. 29. 30 HISTORIESTREEKGESCHIEDENIS EEN HERBERG IN EZUMAZIJL Op 13 december 1819 kregen ze een zoon, Jan Etienne. Hier ondertekende Etienne voor het eerst een geboorteakte met zijn eigen naam. Hij was toen waarschijnlijk over zijn wantrouwen heen, maar dit was voor mij de eerste handtekening die ik tegenkwam van Etienne Babois (zie vorige pagina). Het gezin werd later verrijkt met de geboorte van dochtertje Maria Terese op 30 juni 1821. Op 13 april 1822 trad Etienne Babois op als cessionaris bij de verkoop van een woning in Anjum door Diederik Hendriks Kroonstra aan Adolf Hemminga. Op 2 september 1823 werd hun tweede zoon Pieter Etienne geboren. Ze deden het goed daar in Ezumazijl. Ze kochten op 24 april 1824 een huis, bakkerij en herberg voor f 1201. Waarschijnlijk ontvingen ze het geld van het achterstallige pensioen en namen ze hun kans waar. Hier begonnen zij een aardappelhandel en ook een herberg, voor de doortrekkende reizigers. Eigenlijk een heel logisch verhaal, als men nagaat dat zij dit in de veldtocht naar Rusland ook al deden, althans Jacoba dan: mensen voorzien van eten en drinken. Door het hebben van een herberg kwamen ze met diverse mensen in aanraking. Regelmatig werd er gebruik gemaakt van de herberg om boelgoed te verkopen. In dorpen waren herbergen vaak de enige openbare gelegenheden. De toekomst zal er rooskleurig uitgezien hebben voor de Babois. De foto hierboven (1901-1910) laat de herberg van Ezumazijl zien. Deze is in de jaren dertig van de 20e eeuw afgebroken vanwege het nieuw te bouwen gemaal. Er is in Ezumazijl altijd maar één herberg geweest en maar op één plek. Of de herberg er honderd jaar eerder ook zo uitzag, is de vraag, maar heel veel anders zal het wel niet zijn geweest. PAGINA UIT HET DAGBOEK VAN JACOBA BAKKER HUIDIGE SITUATIE IN EZUMAZIJL

×