Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

De Sneuper nummer 127, september 2017

216 views

Published on

De Sneuper nummer 127, september 2017, met Friese Admiraliteit en Tweede Wereldoorlog
Inhoudsopgave:
HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS
ZEEROVERS GEHANGEN BIJ DE KETTINGBRUG
ADMIRALITEITSSJONGERS OP PIRATENJACHT
HET WAPEN VAN DE FRIESE ADMIRALITEIT
VLUCHTELINGEN IN OOSTDONGERADEEL (3)
GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS
DE BRUIDSSCHAT VAN FETTJE MEINDERSMA
CRIMINELE AALTJE JANS UIT DOKKUM

Published in: Education
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

De Sneuper nummer 127, september 2017

  1. 1. DE SNEUPER nummer 127 jaargang 30 nr. 3 SEPTEMBER 2017 losse nummers € 3,95 DE FRIESE ADMIRALITEIT
  2. 2. © Niets uit deze uitgave mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen. COLOFON 148 16 20 29 4 De Historische Vereniging Noordoost-Friesland is een Algemeen Nut Beogende Instelling. 7 correspondentie uitsluitend via: Brokmui 62 9101 EZ Dokkum kopij via e-mail: redactie@hvnf.nl website www.hvnf.nl weblog http://sneuperdokkum.blogspot.com FOTO OMSLAG: VLAGGENSCHIP ‘GROOT FRISIA’ ONDER BEVEL VAN TJERK HIDDES DE VRIES EN DE ‘POSTILJON’, OOK EEN SCHIP VAN DE FRIESE ADMIRALITEIT GESCHILDERD DOOR ABRAHAM STORCK  1665 COLLECTIE FRIES SCHEEPVAARTMUSEUM MET DANK AAN JEANNETTE TIGCHELAAR redactie Warner B. Banga Dokkum Nykle Dijkstra Leeuwarden Piet de Haan Dokkum Lisette Meindersma Burgwerd JacobRoep Hollum (Ameland) Hans Zijlstra Amsterdam opmaak Warner B. Banga
  3. 3. prijs losse nummers € 3,95 (exclusief porto) dertigste jaargang nr. 3 september 2017 verschijnt in maart, juni, september en december in een oplage van 750 exemplaren nummer 127 INHOUD Och! Maets wy moeten sterven Te samen heel bevreesd En hebben menichwerven Oock vrolijck ’t saem gheweest uit Beclach-Liedt van de vijf Zee-Roovers HISTORISCH CITAAT: SNEUPERDE 5 6 7 8 13 14 20 16 29 4 18 19 34 REDACTIONEEL LEDENNIEUWS 2017-03 VAN DE BESTUURSTAFEL HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS ZEEROVERS GEHANGEN BIJ DE KETTINGBRUG ADMIRALITEITSSJONGERS OP PIRATENJACHT HET WAPEN VAN DE FRIESE ADMIRALITEIT VLUCHTELINGEN IN OOSTDONGERADEEL (3) GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS DE BRUIDSSCHAT VAN FETTJE MEINDERSMA CRIMINELE AALTJE JANS UIT DOKKUM RUBRIEKEN & COLUMNS COLUMN: Je mutte mar hoare... VELDPOST WO I: Einde en nieuw begin HERALDIEK: wapens Niawier & Oosternijkerk DIGITAAL & ACTUEEL & VARIA DIGITAAL VERHAAL: Sneupers helpen! WARNER B. BANGA ARJEN DIJKSTRA GOSSE BOOTSMA NYKLE DIJKSTRA PIETER ZUIDEMA EIMERT SMITS & HANS ZIJLSTRA DOEDE DOUMA & REINDER TOLSMA SAKE MEINDERSMA ANTONIA VELDHUIS IHNO DRAGT HILDA BOUTA RUDOLF J. BROERSMA HANS ZIJLSTRAADMIRALITEITSWAPEN
  4. 4. COLUMN SHARED SPACE In mijn woonplaats zijn ze de doorgaande weg aan het veranderen. Rotondes, ooit de favoriete oplossing van verkeersdeskun- digen die altijd het beste met ons voor hebben, moeten wijken voor een soort pleintjes, shared spaces genaamd. Voor mij een nieuw fenomeen, dus maar eens opgezocht waar deze noviteit vandaan komt. Het blijkt zowaar een Fries concept te zijn, dat tot in het buitenland belangstelling opwekt (een gemiste kans natuurlijk voor de promotie van het Fries). ‘Verkeerssituaties regu- leren op basis van de eigen verantwoordelijkheid van mensen, in plaats van regels en verkeersborden.’ Dat gaat leuk worden, is mijn spontane gedachte, zo’n situatie van geven en nemen zonder duidelijke regels. Ik hoef maar te denken aan de situatie die ik jarenlang heb mogen observeren: de lange wegversmalling bij de Halvemaanspoort- brug in Dokkum. Komend van buiten de stad moet men zo’n tweehonderd meter ver kijken of er om de bocht al een auto ver- schijnt (die voorrang heeft). Velen hadden dat natuurlijk niet in de gaten en werden halverwege de brug geconfronteerd met een tegenligger die van geen wijken wist. Dit is mijn space en dat zul je weten ook. Ik heb nooit een handgemeen gezien, maar wel dikwijls automobilisten die uitstapten en een scheldkanonnade ten gehore brachten. Of oudere mensen die in paniek, met akelig gekras van onder hun auto, over de betonnen geleidingsrand probeerden te ontkomen aan de woede in woord of gebaar van hun tegenligger. Gelukkig wordt deze situatie momenteel (juli) ook aangepakt en hoe het ook uitpakt: erger dan het jaren- lang was, kan het niet worden. Toch? L’HISTOIRE SE RÉPÈTE Dat dacht ik ook van de Trekweg, waarbij – geheel haaks op het concept van eigen verantwoordelijkheid en minder overheids- regulering – een verbijsterende variatie van kronkelingen, wegversmallingen, obstakels, onlogische voorrangssituaties en wat dies meer zij, werd gerealiseerd. Ik meende dat aan dit opus magnus niets toegevoegd kon worden en was altijd blij als ik, komend vanaf Kollum, het laatste rechte stuk had bereikt. Eindelijk verlost van dat verkeerskundig zo verantwoorde keurslijf dat geen ruimte laat voor eigen verantwoordelijkheid. Maar nee. Ook de laatste twee T-splitsingen zijn nu voorzien van een merkwaar- dige wegversmalling aan beide kanten, die naar ik heb geconstateerd, voor de nodige verwarring zorgt over wie het eerst mag slalommen. Niet dat ik bang ben voor veranderingen, die houd je toch niet tegen, zijn van alle tijden en – zoals de geschiedenis leert – zijn ze ook zeker niet blijvend. Ik voorspel een omvorming van de shared space tot divided space over tien tot twintig jaar. Dat men vanaf de zuidelijke Centrale As niet meer - zoals voorheen – direct na het oversteken van het water kan afslaan richting Halvemaanspoort, doet me denken aan de situatie van rond 1580. Toen werd Dokkum omgevormd tot een vestingstadje en werd de aloude aanvoerroute voor boeren en handelaars over de Harddraversdijk afgesloten. Die moesten maar via het noorden de stad binnenkomen, vond de overheid. Pas na veel protesten kwam er alsnog een oostelijke stadspoort (de Halvemaanspoort) met een brug over de stadsgracht daarbij. In het Museum Dokkum hangt een meters-lang schilderij uit circa 1775 met daarop die afgedwongen poort en brug. Het kon, door financiële steun van velen, onlangs gerestaureerd kon worden. Dat wilde ik nog even met u delen (shared knowledge)... 4 door IHNO DRAGT giwdragt@museumdokkum.nl JE MUTTE MAR HOARE... EERLIJK ZULLEN WE (DE OPENBARE RUIMTE) DELEN LANGSTE SCHILDERIJ VAN DOKKUM VAN HALVEMAANSPOORT 245 x 90 CM - CA. 1775 FOTO:TOONBEELDI.O.MUSEUMDOKKUM
  5. 5. 5 REDACTIONEEL DE A VAN ADMIRALITEIT Van 7 tot en met 10 september zijn in Dokkum de Admiraliteitsdagen. Vandaar dat op het omslag van De Sneuper 127 het vlaggenschip van de Friese Admiraliteit, de ‘Groot Frisia’ prijkt en dat wij van dit nummer een ‘special’over de Admiraliteit hebben gemaakt. Redactielid Nykle Dijkstra ontdekte namelijk in de archieven van de British Library het ‘Beclach- Liedt van de v[ijf Zee-Roovers,] die door capiteyn Hendrick Tijmens [ende Wouter van Anjum] zijn gecregen op ’t Norder Wat / Binnen Doccum ge- bracht ende daer ghehangen den 18. Augusti 1630.’ Het complete verhaal over die beruchte hangpartij in Dokkum leest u hierachter. Piet de Haan ging met de oude tekst naar ‘De Admiraliteitszangers’ en zorgde ervoor dat het beklaglied over de ophanging van de zeerovers nu weer in Dokkum te horen is tijdens de Admiraliteitsdagen. DE B VAN BIER-SNEUPER Het zal u niet ontgaan zijn: op 17 mei werd in het historische stadhuis van Dokkum het jubileumnummer van De Sneuper gepresenteerd en aangeboden aan burgemeester Marga Waanders. Het is een nummer vol informatie over het bierbrouwen in Dokkum, op verzoek van de stich- ting Dockumer Biergilde geschreven door Warner B. Banga en Piet de Haan. Dankzij de steun van het Dokkumer Stadsfonds, de Rabobank en het Biergilde kon dit nummer in een oplage van 5000 exemplaren ( ! ) uitgegeven worden om op grote schaal verspreid te worden. Het is de bedoeling dat er binnenkort een dik boek over dit onderwerp verschijnt. DE G VAN GENEALOGIE Een tijdje geleden kocht lid Hilda Bouta de vierdelige Nieuwe Encyclopedie van Fryslân, in 2016 uitgegeven door uitgeverij Bornmeer en Tresoar onder hoofdredactie van Meindert Schroor. Een mooie, eigentijdse beschrijving van allerlei zaken die op Fryslân betrekking hebben. Hilda is die encyclopedie nu letterlijk van A tot Z aan het doorlezen. Expres niet alleen opzoeken wat ze denkt dat interessant is, zoals je op Internet zoekt, maar echt àlles lezen, want dan kom je tot de meest onverwachte ontdekkingen. Momenteel is Hilda bij de letter G en daarbij wordt de HVNF genoemd. Niet onder het kopje ‘Geschiedenis’, maar bij ‘Genealogie’. Eerst een beschrijving van de term genealogie en met welke gebieden die raak- vlakken heeft. Dan geschiedenis van de Friese genealogische werken en welke officiële organen zich daarmee bezig hielden / houden, zoals Ryksar- gyf, FAF, Tresoar, Fryske Akademy, Stichting Friedoc. Daarna komt de tekst over historische verenigingen, waarin onze vereniging als enige vereniging genoemd wordt: ‘Verder doen vele lokale historische verenigingen aan stam- boomonderzoek, zoals de Historische Vereniging Noordoost-Friesland, die het tijdschrift De Sneuper (1986 - ) uitgeeft’. DE S VAN (DE) SNEUPER 127 In dit nummer van De Sneuper naast het verhaal over het beklaglied opnieuw een artikel van Eimert Smits F.Azn. dat al een paar jaar in onze kopijmap zat: in een themanummer over de Admiraliteit mag een uitleg over het wapen van de Admiraliteit niet ontbreken. Sake Meindersma neemt weer een genealogisch artikel voor zijn rekening over de bruidsschat van Fettje D. Meindersma en Antonia Veldhuis vertelt hoe het de criminele Aaltje Jans uit Dokkum verging. Natuurlijk het vervolg en derde deel over vluchtelingen en evacués in Oostdongeradeel tijdens de laatste wereldoorlog door Doede Douma en Reinder Tolsma, die ook aan een boek over dat onderwerp werken. Hilda Bouta mag dan nog maar bij de letter G zijn, haar schrijfwerk voor de rubriek ‘Veldpost uit WO I‘ zit erop; wie neemt het stokje over met een nieuwe rubriek in De Sneuper? Hilda bedankt! Vergeet u niet om uw artikel, onderzoek of familieverhaal te publiceren in ons verenigingsorgaan? DAT ZOEKEN WE OP!door WARNER B. BANGA warner.b.banga@knid.nl © Niets uit deze uitgave mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen. Deredactieheefternaargestreefddeauteursvanillustratiesopdejuistewijzetevermelden,daar waar afbeeldingennietdoordeschrijvers zijn gemaakt of werden aangeleverd. Zij die menen nog rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich tot de redactie wenden.
  6. 6. LEDENVERGADERING 15 APRIL De ledenvergadering van 15 april jl. in de Posthoorn te Dokkum was zeer geslaagd. Piet de Haan ver- zorgde in het middagprogramma een virtuele rond- gang langs het Dokkumer Binnendiept. In de ochtendvergadering werd besloten dat De Praatstoel, deel 2, voortaan voor leden verkrijgbaar is ad €10. Haije Talsma attendeerde ons op de Stich- ting Interieurs in Friesland: bijzondere oude interieurs dienen voor het nageslacht behouden te blijven. Uit het financieel jaarverslag bleek dat de vereniging er prima voorstaat. LEDEN VAN VERDIENSTE Tijdens de jaarvergadering werden Piet de Haan, WarnerB.BangaenHansZijlstra tot Lid vanVerdien- ste van de vereniging benoemd; een eerbetoon dat hen voor hun vele werk voor De Sneuper en onze vereniging ten volle toekwam. JUBILEUMNUMMER BIERBROUWEN IN DOKKUM Het jubileumnummer, we bestaan immers 30 jaar, beschrijft de geschiedenis van de Dokkumer bierbrouwerijen. Het is in juni extra dik (52 pagina’s) als “De Biersneuper” in een grote oplage verschenen. Om de kosten beheersbaar te houden is een aantal sponsoren aangetrokken. De presentatie van dit speciale nummer vond plaats op woensdag 17 mei door het aanbieden van het eerste exemplaar aan burgemeester Marga Waanders in het historische stadhuis van Dokkum. ‘DOKKUM’ IN HISGIS Op vrijdag 19 mei werd ook in het stadhuis van Dokkum de invoering van ‘Dokkum’ in het digitale informatie systeem HisGis van de Fryske Akademy gepresenteerd. Een mooi succes voor ons verenigingslid Piet de Haan en nog meerdere vrijwilligers. Het plan om ‘Dokkum in 3D’ te realiseren gaat voorlopig niet door vanwege onvoldoende financiering en te weinig vrijwilligers die zich hiervoor wilden inzetten; met andere woorden: er was te weinig draagvlak. Tegenwoordig beschikt de vereniging ook over een Facebook-pagina, o.a. te benaderen via de website van de vereniging. LEDENDAG 14 OKTOBER 2017 Hierbij wordt u uitgenodigd voor de najaarsledendag. Ditmaal gaan we naar het Museum Kollum Mr. Andreae, (voorheen Oudheidkamer Mr. Andreae) aan de Oostenburgstraat 2, 9291 EM in Kollum. Programma: 10.00 -10.15 uur Ontvangst met koffie / thee en oranjekoek. 10.15 - 12.00 uur Rondleiding Museum Kollum Mr. Andreae. 12.00 - 13.15 uur Lunch met broodjes, soep en kroket. vanaf 13.15 uur Wandeling door Kollum met uitleg over de historie door een vrijwilliger van het museum. Tevens een bezoek aan de Maartenskerk met oude schilderingen en de Oosterkerk met bijzonder interieur. 15.15 uur: De Colle afsluiting van de ledendag met koffie / thee. U kunt zich aanmelden bij Arjen Dijkstra: penningmeester@hvnf.nl of via telefoonnummer 0519-589674 (graag na 19.00 uur). De kosten voor deze dag bedragen € 15. De Museumjaarkaart is niet geldig in dit museum. TOT ZIENS OP ONZE LEDENDAG! 7 BESTUURSTAFEL VAN DEVOORZITTER VERENIGINGSNIEUWS door GOSSE BOOTSMA LEDEN VAN VERDIENSTE WARNER B. BANGA, HANS ZIJLSTRA EN PIET DE HAAN MONUMENTAAL GEBOUW OOSTENBURG, WAARIN MUSEUM KOLLUM MR. ANDEAE NU GEVESTIGD IS
  7. 7. 8 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS FOTO:FRIESSCHEEPVAARTMUSEUM KAPERS OP DE KUST 17 juni 1629: nog geen jaar nadat Piet Hein in de baai van Matanzas de Spaanse zilvervloot buit maakt, raakt hij in de buurt van Calais slaags met drie kaperschepen uit Oostende. Hij schuift zijn schip tussen twee vijan- dige schepen, zodat hij ze beide tegelijkertijd de volle laag kan geven. Na een halfuur vechten wordt Piet Hein echter geraakt door een kogel van acht pond; hij is op slag dood. Maarten Tromp neemt het bevel over en verovert twee vijandelijke schepen. De bemanning daarvan wordt met- een opgehangen. Dit incident stond niet op zichzelf. Na afloop van het Twaalfjarig Bestand in 1621 waren de vijandelijkheden tussen de Nederlandse Republiek en de Spaanse Nederlanden weer volop hervat. De Spaanse vloot was een geduchte tegenstander en bestond naast marineschepen uit een enorm aantal kaperschepen. Deze opereerden voornamelijk vanuit Duinkerken, Oostende, Nieuwpoort en Grevelingen. De Staatse vloot ondernam diverse kruistochten tegen deze kapers, maar kon slechts mondjesmaat weerstand bieden tegen dit gevaar. In de periode 1627-1646 maakten de kapers per jaar gemiddeld 229 schepen buit.[ 1 ] Ook de Admiraliteit van Dokkum hielp mee met de bestrijding van Duin- kerker kapers. Met slechts negen schepen was het de kleinste Admirali- teitskamer, maar ze droeg haar steentje bij. Zo gebeurde het dat op 29 juni 1630 een schip met Duinkerker kapers werd veroverd door de kapi- teins HendrickTymensDonckerenWolterJeppesvanAngium (Anjum). De gevangenen werden naar Dokkum gebracht en daar verhoord. Op 18 augustus werden vijf van de zes opgehangen. Na hun dood werd in de Spaanse Nederlanden ‘het Beclach-Liedt van de vijf Zee-Roovers’ uitgegeven. Door deze bron te combineren met de verhoren van twee gevangengenomen kapers, kan dit bijzondere verhaal vrij gedetailleerd worden beschreven. OP STROOPTOCHT NAAR FRIESLAND De eerste gevangen kaper die verhoord werd was Gerben Tjerks uit Workum. Hij was 30 jaar oud en had overal tussen de Oostzee en de Middellandse Zee gevaren. Zeven maanden geleden had hij als bootsman gevaren op een Dansicker man, een schip dat naar het huidige Gdánsk voer. Hij was toen gevangen genomen door de Duinkerker kaper Arien Jaques en naar een gevangenis in Oostende gebracht. Daar had hij weer de vrijheid gekregen door aan te monsteren op het kaperschip van Pieter Jansz. de Noorman / van Noorwegen. Naar eigen zeggen had Gerben in Workum een vrouw en drie kinderen. De tweede gevangene was Jan Jansz van Danzig. Hij was 25 jaar oud en ook hij had een vrouw en drie kinderen. Net als Gerben Tjerks was hij ongeveer zeven maanden geleden gevangen genomen door een Duinkerker kaper, dus mogelijk heeft hij bij Gerben Tjerks aan boord gezeten en had Jan Jansz zich daarna eveneens aangesloten bij Pieter Jansz van Noorwegen. ZEEROVERS GEHANGEN BIJ DE KETTINGBRUG door NYKLE DIJKSTRA nykledijkstra@hotmail.com VLAGGENSCHIP ‘GROOT FRISIA’ FRIESE ADMIRALITEIT Op roovery wy voeren Met ons ghesetten sin En sochten te beloeren Der Coopluyden ghewin Zo waren Pieter Jansz en zijn kornuiten op dinsdag 18 juni vanuit Oostende op strooptocht gegaan. Ze war- en langs de kust van Holland gezeild en vervolgens het Vlie op gevaren. Op Griend waren ze aan land ge- weest; het eiland werd destijds nog bewoond door enkele boerenfamilies. De kapers hadden hier tegen betaling wat gegeten en gedronken. De volgende dag voeren ze verder langs de kust van Friesland. Ze voeren op een chaloupe, een klein scheepje met een zeiltje, twaalf roeiriemen en een bewapening van der- tien musketten en twee kleine kanonnen. ZEVENTIENDEEEUWS ZIJAANZICHT VAN EEN CHALOUPE VAN 28 VOET ONGEVEER 8 METER BRON:COLLECTIEHETSCHEEPVAARTMUSEUM
  8. 8. IN DE VAL GELOKT De riemen hadden ze gebruikt toen ze ’s nachts over de zandbank de Abt bij Terschelling voeren. Daar lag een oorlogsschip, waar ze op ongeveer 200meterafstandlangswarengevarenzonderopgemerktteworden.[A] Bij Schiermonnikoog waren ze een groep schelpenvissers tegengeko- men. Die vertrouwden het scheepje niet en hadden gezegd: ‘Wy mein- den ghij Duijnkerckers waeren’ [aldus het verhoor van Gerben Tjerks]. Kapitein Pieter Jans had geantwoord dat zij geen zeerovers waren, maar eerlijke handelaren die vanuit Den Briel naar Hamburg wilden varen. Ver- volgens waren ze verder gevaren naar de Borkumerbalg. Daar hadden ze twee cruysseilen en twee of drie boeiers zien liggen. Ze hadden de schepen aangevallen, maar niet beschadigd. Wel hadden ze ‘naer syn [GerbenTjerks’] gissinge 738 rycxdaelers’ geroofd. Ze waren daarna verder gevaren en hadden nog een kaagschip en een barxman (een barke is een licht vaartuig) of een smakschip beroofd. In het liedje schrijft men daarover: [B] Even later was het uit met de pret. Op de Meemsbalg onder het eiland Juist werden ze aangevallen door twee kapiteins van de Dokkumer Ad- miraliteit. Het lijkt erop dat ze in de val waren gelokt. De kapers hadden op dat moment twee vaartuigen, namelijk hun eigen chaloupe en een veroverde boot. De chaloupe werd aangevallen. Aan het liedje te zien dachten ze weer een handelsvaartuig aan te vallen toen plotseling een groep soldaten op het dek kwam te staan. [C] 9 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS BRON:BRITISHLIBRARY tijd van regenten en vorsten Ons Schuytjen was lichtvaerdich Gemaeckt nae ons verstant Om lustich ende aerdich Te roven langhs de strant Wy waren wel versien Met riemen twee en thien Derthien Musketten ree. En twee Steen-stuckjes mee. Noch creghen wy twee Kagen En noch dese buyt Twee kruys-zeyls met behaghen Plonderden wy gantsch uyt Twee Capiteyns seer moedich Van ‘d Admiraliteyt Van Doccum hebben spoedich Haer cours op ons gheleyt [...] Wy quamen op haer dringhen En dachten dits weer Buyt Mits quamen boven springhen Een deel Soldaten uyt [A] [B] [C]
  9. 9. VOETENSPOELEN OF GEVANGEN? De kapers zijn toen snel gevlucht, maar kwamen vast te zitten op een zandbank. Kaperkapitein Pieter Jansz voer even verderop met vier man in het kleinere bootje. Zij waren net bezig een ander schip aan te vallen toen zij de geweerschoten hoorden. In plaats van hun vrienden te hulp te komen roeiden ze zo snel mogelijk naar het vasteland en wisten te ontkomen. De acht kapers, die op de zandbank vastzaten, probeerdendevolgendeochtendnogzwemmendte ontsnappen. GerbenTjerks vertelde dat hij probeerde om 120 rijksdaalders te redden‘Die hy om zyn lyff met een bant had gehaect in twee sacken d’eene moest [hij] loshaecken ende in Juster diep sinckelaeten om zyn leven te bergen.’ Eén van de twee zakken met 60 rijksdaalders is blijkbaar voor het eiland Juist kwijt- geraakt, omdat er met al dat gewicht niet was te zwemmen. Misschien ligt het geld daar nog altijd er- gens op de bodem... Maar de vluchtpoging was tevergeefs. De Dokkumer kapiteins voeren er meteen achteraan en namen alle acht kapers gevangen. Officieel was het niet toegestaan om gevangenen te maken. Vanaf 1626 moesten marine- kapiteins ieder jaar een eed afleggen, waarin ze beloofden dat ze gevan- gen kapers meteen zouden voetenspoelen, oftewel overboord gooien. [* = passen is overzwemmen of doorwaden] De Hoogmogende Heren van de Staten Generaal wilden graag dat dit gebeurde in de hoop dat het mensen zou ontmoedigen zich bij de kapers aan te sluiten. Veel marinekapiteins vonden dit echter te wreed en ze waren bang voor de represailles vanuit Duinkerken. Vaak namen ze dus toch gevangenen en lieten ze de Staten Generaal beslissen wat er met hen moest gebeuren.[ 2 ] Hendrick Tymes Doncker en Wolter van Angium deden dat ook. Op een bepaald moment zijn toen nog twee gevangenen ontsnapt, zodat er uiteindelijk zes berecht konden worden. STRAFPROCES & EXECUTIE Het strafproces verliep vervolgens niet helemaal zoals het hoorde. Daarover klaagden Gerrit Brouwer (gedeputeerde van de Dokkumer Admiraliteit) en Rudolph Wicheringe (raadslid van de Admiraliteit) in een brief van 31 juli. De problemen waren volgens hen dat het grootste deel van de rechtszaak was gedaan zonder dat de gevangenen daarbij aanwezig waren, en dat de bekentenissen slechts door marteling waren verkregen: ’...haer confessie op den 12 julij gedaen als doen eenige van de haeren tot den turtuuren geleit waeren.’ Gerrit Brouwer vond dat het proces moest plaatsvinden in bijzijn van de gevangenen, maar dit werd door de andere raadsleden tegengewerkt:‘[Gerrit Brouwer] versocht dat die heere fiscal tegens die gevangenen int college gebracht zijnde t’ schriftel[yck] pro- ces soude voorleessen ’t welc d’meerdre heeren refuseerden’ [= tegenwerkten]. Het protest had geen effect. Hoewel eerder soms uitwisselingen van krijgsgevangenen hadden plaatsgevonden kon daarvan nu geen sprake zijn. Er was namelijk net een dergelijk akkoord afgelopen toen de kapers gevangen waren genomen. Daarnaast waren de kapers wel erg brutaal geweest door zo dicht langs de kust te varen, zodat ‘daerom veel eer met rigeur [= strengheid] tegen de voorsz. gevangenen soude behooren geprocedeert te worden’, aldus het advies van de Hoogmogende Heeren.Vijf van de zes gevangenen kregen de strop. De zesde, de kok, kwam er met een lijfstraf vanaf wegens zijn jeugdige leeftijd. VERWESEN TOTTER DOOT Over de executies zelf wordt geschreven in de Hesmankroniek: ‘Als deze zes geregt wierden, was de toeloop van menschen zeer groot, dat de keetenbrug instorte. Het scheepje van deze rovers heeft hier zoo lang gelegen tot dat geheel verrot was; te dier tijd stond de zuiderbint van de galg in ’t water.’ Het feit dat dit in de Hesmankroniek vermeld wordt, geeft wel aan dat het best een bijzondere gebeurtenis moet zijn geweest. Er is voor zover bekend dan ook maar één andere vermelding van een galgenplaats in Dokkum en die komt uit 1492. Het lijkt er dus niet op dat executies hier vaak plaatsvonden. Van de Dokkumer galg weten we alleen dat hij in de buurt van de Kettingbrug stond en dat de zuiderbint, dus de zuidelijke balk, op een bepaald moment half onder water stond. Aangezien de galgenplaats vaak net buiten de stad lag, doet dat vermoe- den dat hij in Dokkum net over de Oosterbrug buiten de stad stond, aan het Dokkumer Grootdiep. De locatie is ook te zien via de topografisch-historische atlas van HisGis.nl onder Kaartlagen > Galgen Fryslân. 10 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENISBRON:AMSTERDAMSHISTORISCHMUSEUM BOEIER  FRAGMENT GRAVURE REINIER NOOMS  CA. 1650 HENDRICK TYMES DONCKER EN WOLTER JEPPES VAN ANGIUM VOEREN OP EEN BOEIER VAN 36 LAST EN RUIM 20 METER LANG MET 4 GOOTLINGEN KLEINE KANONNEN EN 4 STEENSTUKKEN KLEINE KANONNEN DIE STENEN KOGELS AFVUURDEN EN EEN BEMANNING VAN 35 KOPPEN. Daer wy ’s nachts laghen vaste Op drooghe vol ghevaer Maer ’s morghens yder p[a]ste * Om te ontcomen haer Wy vijf blijven in noodt Verwesen totter doot Onse seste Cameraet Die crijght alleen ghenaedt.
  10. 10. 11 OCH! MAETS WY MOETEN STERVEN De vijf gehangenen worden zowel in het liedje als in de Hesmankroniek en de bronnen van de Staten Generaal genoemd. Uit een vergelijking van de ver- schillende bronnen komen de volgende gegevens: - Bartolomeus Luchting van Brugge, 18 jaar oud - Gerbrandt Tjerks van Workum, 30 jaar oud - Marten Michiels van Neus in Noorwegen, 20 jaar De Neus was de benaming voor het meest zuidelijke punt van Noorwegen, vlakbij Kristiansand. In het lied- je staat overigens dat Michiels uit Enkhuizen kwam. - Johan Starckels van Sønderborg in Denemarken, 26 jaar oud -FrancoisGodefroijvanColchesterinEngeland,23jaar In de Hesmankroniek wordt over Francois Godefroij geschreven: deze beklaagde zich zeer en zijn vrouw kwam nog om voor hem te bidden, doch te laat. De zesde kreeg een lijfstraf. Dit was Gerrit Hendricx van het Eiland Norderney. Leeftijd onbekend, maar waarschijnlijk jonger dan 18, omdat hij vanwege zijn leeftijd niet de doodstraf kreeg. In het liedje beklagen de gevangenen één voor één hun lot. Gerben Tjerks zingt: RUDOLPH WICHERINGE De brief met de verhoren die aan de Staten Generaal werd gestuurd, werd ondertekend door Gerrit Brouwer en Rudolph Wicheringe. Wicheringe was in 1560 in Groningen geboren en aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog met zijn ouders naar Denemarken gevlucht, waar hij onder andere bij de sterrenkundige Tycho Brahe had gewoond. In 1595 was hij teruggekeerd. Hij studeerde in Franeker en werd later raads- lid van de Friese Admiraliteit. Onderstaande gravure toontWicheringe op een deel van de begrafenisstoet bij de dood van Ernst Casimir in 1633. Over de twee Dokkumer kapiteins is weinig bekend. Hieronder een kort overzicht van de bekende feiten: WOLTER JEPPES VAN ANJUM Op 14 januari 1609 wordt schipper Wolter Jeppes ingeschreven in de burgerboeken van Dokkum. In 1624 trouwt hij met ene Antie Douwes. Hij woont dan in Harlingen en zij in Dokkum. Verder komen we hen niet tegen in de DTB-registers. Een hypotheekakte van 8 november 1624 vermeldt dat Wolter van Angium 950 gulden schuldig is aan Jan Reilofsz en Wick Nannedr, wonende op de Olde- galileeën te Leeuwarden, vermoedelijk voor de aan- schaf van een schip of scheepsbenodigdheden. In 1627 komt Wouter van Angium twee keer voor in de besluiten van de Staten Generaal. Op 3 november kennen de Hoogmo- gende Heeren hem 60 gulden toe voor zijn uitgaven in Den Haag en tijdens de reis. Hij komt dan net terug uit Hamburg. Op 22 november wordt hij nog een keer genoemd wanneer hij klaagt dat de Admiraliteit te Dokkum zijn bemanning heeft laten afdanken en hem strafbaar heeft verklaard, omdat hij zich door resident Aissema heeft laten ophouden en naar Den Haag is geko- men om verslag te doen van de stand van zaken bij de Elbe. De Hoogmogende Heeren schrijven de Admiraliteit vervolgens dat de kapitein alles in hun opdracht gedaan heeft. Zij moet hem dus niet beschuldigen, maar in dienst nemen net als andere kapiteins. HENDRICK TYMENS DONCKER HendrickTymens Doncker heeft mogelijk aan de universiteit van Franeker gestudeerd. In 1599 en 1600 betaaltTymen Hendricks daar voor de studie van zijn zoon. De zoon wordt echter niet bij naam genoemd. Op 28 februari 1613 doopt Hendrick een kind met de naam Atie en op 25 oktober 1615 nog een zoon met de naam Tiebbe. Tiebbe Donckers wordt in 1640 ingeschreven in het burgerboek van Dokkum. Hij is dan konvooimeester bij de Dokkumer Admiraliteit en woont op de plek waar nu Vlasstraat 5 is. In een koopbrief van 4 mei 1641 wordt het pand ‘Capitein Donckers huis’ genoemd. Tiebbe is waarschijnlijk nog maar net in dienst als in 1645 de Admiraliteit naar Harlingen verhuist. Hij gaat niet mee naar Harlingen. In 1648 doopt hij in Dokkum een dochter met de naam Antie. Op 30 maart 1628 komt Hendrick Doncker bij de Hoogmogende Heeren langs om hen te informe- ren over de toestand bij de Elbe. Vervolgens vertrekt hij weer met een brief, waarin de Hoogmogende Heeren de Admiraliteit te Dokkum aanschrijven hem zijn afwezigheid niet aan te rekenen. HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS Och! Maets wy moeten sterven Te samen heel bevreesd En hebben menichw[erven] Oock vrolijck ’t saem [ghewe]est Ick sal u treden voor Mijn woorden geeft gehoor Gy sterft doch met gedult Soo ghy aen my sien sult. BRON:2BP.BLOGSPOT.COM DE KETTINGBRUG OP DE KAART VAN GEELKERCKEN  1616 VERMOEDELIJK STOND DE GALG TEN OOSTEN VAN DEZE BRUG RUDOLPH WICHERINGE IN DE BEGRAFENISSTOET VAN ERNST CASIMIR  1633 BRON:HISTORISCHCENTRUMLEEUWARDEN
  11. 11. 12 GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENISBRON:FRIESMUSEUM ADMIRALITEITSGEBOUWEN De Admiraliteit van Dokkum had de beschikking over eengrootaantalgebouwen.Zowasereenruimteno- dig voor vergaderingen, de ontvangst van gasten en om recht te spreken, er waren pakhuizen nodig voor de uitrusting van schepen. Er waren een scheeps- werf nodig en een arsenaal voor de munitieopslag. Als vergaderruimte gebruikte de Admiraliteit aanvan- kelijk het zogenaamde ‘Blauwhuis’: een groot pand aan de Diepswal, dat eerder bewoond was geweest door Botte Mockema. In 1618 werd een nieuw pand opgericht, dat het ‘Nieuwe College’ werd genoemd. Hier werden voortaan de vergaderingen gehouden. Ten oosten van het Oude College / ‘Blauwhuis’ stond een hoekpand, dat ook door de Admiraliteit werd ge- bruikt, mogelijk als dienstwoning. Volgens een koop- akte uit 1646 was in dit gebouw een gevangenis aan- wezig:‘seeckereschoonehuisingecumannexis[…]met het gevangenhuis de camer daarboven ende een seker loods achter aende selve huisinge’. Dit pand is in 1804 gesloopt. Het Oude College werd in 1684 afgebroken. Het Nieuwe College staat er nog steeds; hier is streek- museum Het Admiraliteitshuis gevestigd. ADMIRALITEITSHOF DOOR JACOB STELLINGWERF  1724 BRONNEN Beclach-Liedt van de v[ijf Zee-Roovers,] die door capiteyn Hendrick Tijmens [ende Wouter van Anjum] zijn gecregen op ’t Norder Wat/ Binnen Doccum gebracht ende daer ghehangen den 18. Augusti 1630 - British Library, Shelfmark 1870.d.1 Nationaal Archief, Den Haag, Staten-Generaal, - nummer toegang 1.01.02, inventarisnummer 5502 / NL-HaNA, Staten-Generaal, 1.01.02, inv.nr. 5502 - nummer toegang 1.01.02, inventarisnummer 8050 / NL-HaNA, Staten-Generaal, 1.01.02, inv.nr. 8050 Besluiten van de Staten-Generaal, 1626-1630 via resources.huygens.knaw.nl Informatie en hulp bij transcriptie Reinder Tolsma www.Allefriezen.nl Gerrit Hesman, Kroniek van Dokkum tot en met het jaar 1711, (Collectie Streekmuseum Het Admiraliteitshuis te Dokkum). Wiebe H. Keikes De voormalige admiraliteitsbehuizingen te Dokkum, (De Vrije Vries 45, 1962) blz. 166-181. A.P. van Vliet, Vissers en Kapers: De zeevisserij vanuit het Maasmondgebied en de Duinkerker kapers, ca. 1580-1648 (Den Haag: Stichting Hollandse Historische Reeks, 1994). J.A. Mol, Galgen in laatmiddeleeuws Friesland, De Vrije Fries 86 (2006) blz. 95-140. Ihno Dragt, De Admiraliteit in Dokkum: 1597-1645 (Dokkum: Streekmuseum Het Admiraliteitshuis, 2012). NIEUWE COLLEGE - NU MUSEUM DOKKUM / HET ADMIRALITEITSHUISRECHTHUIS DOOR JACOB STELLINGWERF  1724 BRON:FRIESMUSEUM FOTO:MUSEUMDOKKUM
  12. 12. DOKKUMER SHANTYKOOR Het Dokkumer shantykoor ‘De Admiraliteitssjongers’ repeteert momen- teel onder leiding van dirigent Ridzert Beetstra uit Stiens hard, gedegen en, zoals het betaamt, gezellig aan een nummer omtrent de ophanging van vijf Duinkerker zeerovers. De zangvereniging telt momenteel 38 zangers; één van die zangers be- speelt tevens de percussie. Daarnaast is er een viertal accordeonisten, die er tevens aan bijdragen dat er nog enig vrouwvolk in het koor aanwezig is, samen met een fluitiste die bij speciale optredens de muziekgroep komt versterken. Het koor heeft zijn eigen professionele geluidsinstallatie, die dikwijls bij diverse festivals wordt gebruikt. Deze wordt dan bediend door André Roersma. Dirigent Ridzert Beetstra is 37 jaren jong en staat sinds januari 2017 voor het koor. Hij is daarmee meteen de jongste van het gehele gezelschap. De jongste, maar muzikaal zeer zeker de wijste van het geheel. Bijna ie- dere donderdagavond laat hij dat blijken tijdens de repetitieavonden in het Vincentiusgebouw. Het shantykoor is in november 2003 opgericht tijdens een korte bijeen- komst in de bovenzaal van café Van der Meer. Besluiten waren toen snel genomen en het bestuur werd samengesteld, waardoor de sjongers in januari 2004 los konden gaan met zingen. KALMTE, STORMEN EN GEVAREN Een shantykoor zingt over de zee, de kalme rustige zee, de stormen, de gevaren op die zee, over het verlaten van vrouwlief, over de liefde voor die vrouw. Maar ook over in ieder stadje een schatje, het ruwe leven aan boord en het niet vermijden van die ver- maledijde drank. Een shantykoor, althans zeker ‘De Admiraliteitssjongers’, beleeft ook zeker die kalmte, stormen en gevaren. Het koor heeft in de afgelopen 14 jaar al veel meegemaakt. Prachtige gebeurtenissen, zoals een weekend in Travemunde, waar op de promenade bij de Oostzee maar liefst vier keer werd gezongen. Eerlijk is eerlijk, het was in die 14 jaar niet altijd pais en vree aan boord, onenigheid was er af en toe ook. Momenteel drijft het schip van de Dokkumer sjongers duidelijk in kalm water, met de wind mee en af en toe komt die wind volop in de zeilen. De leden heb- ben zich uitgesproken over het nieuw repertoire voor het koor in de komende jaren. Er werd gekozen voor feestelijke nummers, Duitstalig repertoire, maar duidelijk op nummer 1 staat voor de leden het Ierse en Schotse repertoire, verwant aan de folklie- deren. De wind in de zeilen, daar heb je mooie optredens voor nodig, publiek dat meedeint en meezingt, maar ook uitdaging. En die uitdaging werd het koor geboden... BECLACHLIEDT VIJF ZEEROOVERS VanuitdeHistorischeVerenigingNoordoost-Friesland kwam een verzoek om een lied te schrijven en uit te voeren, omtrent het verhaal van de Duinkerker zeerovers, van wie een aantal werd opgehangen door de Dokkumer Admiraliteit. Op het verzoek werd door bestuur en zeker ook door leden van het Dok- kumer shantykoor enthousiast gereageerd. De opdracht aannemen is één. Tekst en melodie zijn twee. De nieuwe dirigent was ook meteen te porren voor deze opdracht, maar werd bij zijn nieuwe club wel meteen‘met de kloten voor het blok’gezet. Maar zie daar, vanaf de maand juni wordt er in het Vincentiusgebouw iedere donderdagavond gewerkt door zangers, muzi- kanten en dirigent om het zeeroverslied er goed in te krijgen. Mocht u er bij zijn op zaterdag 9 september, ’s middags op de Breedstraat, alwaar ‘De Admiraliteitssjongers’ optreden tijdens de Admiraliteitsdagen, dan zult u horen en zien hoe het zeeroverslied een mooi Iers uiterlijk heeft gekregen. De sjongers, muzi- kanten, geluidsman en dirigent van ‘De Admiraliteitssjongers’ ontmoeten u dan graag! 13 ADMIRALITEITSSJONGERS REPETEREN BEKLAGLIED ADMIRALITEITSSJONGERS door PIETER ZUIDEMA secretaris ‘De Admiraliteitssjongers’ OP PIRATENJACHT FOTO:PETERSAUERMANN
  13. 13. POGING TOT RECONSTRUCTIE Er is in de loop van de jaren nogal wat te doen geweest over het wapen van de Friese admiraliteit. Daarom een poging tot reconstructie van dit wapen. In 1579 werd de Unie van Utrecht opgericht, waarbij de provincies een bondgenootschap aangingen en de ‘Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden‘ ontstond. Het embleem van de Unie bestond uit de gene- raliteitsleeuw met zeven pijlen, een kroon boven het schild, geflankeerd door twee leeuwen. In de diverse admiraliteitswapens, zegels, gedenk- penningen en muntstukken kwam dit ook voor. De kleuren waren de kleuren van het oude graafschap Holland: een gouden veld met rode leeuw. In 1663 werd besloten de kleuren te verwisselen, zodat een gouden leeuw op een rood veld onstond. Tot 1596 werden de zeezaken van Friesland geregeld door Amsterdam. Door verschil van inzicht over het financieel beleid, de in- en uitvoer- rechten en bescherming van de zeegaten, besloten de Staten van Friesland tot het oprichten van een eigen Kamer of Raad ter Admiraliteit. Bij instructie werd dit op 1 april 1596 bekrachtigd. Als de Staten van de stad Groningen en de Friese Ommelanden er behoefte aan hadden, konden zij bij de nieuwe Admiraliteit van Friesland aansluiten. Over- duidelijk blijkt dat het een Friese Admiraliteit was. Groningen was ver- tegenwoordigd door raadsleden bij het college, evenals later andere pro- vincies. De raadsleden werden voor een periode van drie jaar benoemd. OVERKOEPELENDE ORGANISATIE Bij instructie van 13 augustus 1597 werd door de Staten-Generaal een overkoepelende organisatie, het Generaliteits-colllege, in het leven geroepen, waaronder de vijf nu bestaande admiraliteiten behoorden. Het Generaliteits-College is gebleven tot 1795, tot de val van de Republiek. Toen werden de vijf admiraliteitscolleges opgeheven en daarvoor in de plaats kwam het Commitee van de Marine, met‘s Gravenhage als zetel. Bij het Generaliteits-College van 1795 behoorden de onderstaande admiraliteiten: - Admiraliteit van Amsterdam te Amsterdam. - Admiraliteit van Rotterdam of Maze te Rotterdam. - Admiraliteit van het Noorderkwartier of Westfriesland te Hoorn en/of Enkhuizen - Admiraliteit van Zeeland te Middelburg. - Admiraliteit van Friesland te Dokkum, na 1645 te Harlingen. WAPEN VAN DE ADMIRALITEIT In 1771 werden door een grote brand bij het Admiraliteitscollege in Har- lingen bijna alle archieven vernietigd. Hierdoor is het zegel of wapen van de Friese Admiraliteit moeilijk te achterhalen. Iedere admiraliteit had zijn eigen zegel en wapen. Dat zegel werd gebruikt op alle geschreven stuk- ken van de admiraliteit, het wapen op gebouwen en schepen. Hoewel er in de loop van de jaren wel kleine verschillen te zien zijn, waren ze toch gebaseerd en afgeleid van het generaliteitswapen van 1579. Het wapen was vanaf de 'nieuwbouw' in 1618 aanwezig boven de ingangspartij in de nu binnenplaats of tuin van het admiraliteitsgebouw ( zeekantoor of zeemanshuis ) aan de Diepswal te Dokkum. Op foto’s uit de beginjaren van de vorige eeuw is te zien hoe het er toen uitzag. In 1925 werd het wapen van de Admiraliteit van Friesland door Hallema in een artikel als volgt beschreven: 'Een gevierendeeld schild, waarvan I en III het wapen van Friesland, ll en lV dat van Groningenland voorstellen, bedekt door een hartschild, waarin een naar rechtsgewende gekroonde leeuw, met zwaard in de rechter- en samengebonden pijlen in de linker voorpoot.' 14 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS BRON:COLLECTIEFRIESMUSEUMZEGEL & WAPEN VAN DE FRIESE ADMIRALITEIT door EIMERT SMITS F.Azn. & HANS ZIJLSTRA er.dokkum@knid.nl sneuperdokkum@yahoo.com DETAIL WAPENBORD MET ADMIRALITEITSWAPEN HERMANUS VAN ARNHEM  CA. 1760 BRON:MUSEUMDOKKUM HOOFDINGANG ADMIRALITEITSHUIS MET WAPENSCHILD ROND 1906 EN BODE FEYCKE CLAESZENS MET ADMIRALITEITSWAPEN OP ZIJN MANTEL  1633
  14. 14. 15 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS IK VECHT VOOR HET VADERLAND Het schild is gedekt door een scheepskroon en geplaatst tegen twee kruisgewijs staande ankers, van welke de beide ankerstokken, met hun ringen, aan de bovenste schildhoeken en de beide benedenste delen, met hun bladen, aan de onderste schildhoeken uitsteken. Als schild- houder dient de links geplaatste leeuw uit het hartschild. Aan elke zijde, en boven de kroon van het schild is de letter P geplaatst, welke drie let- ters Pro Patria Pugno betekenen: 'Ik vecht voor het vaderland'. In het boek 'Wapens, vlaggen en zegels in Nederland', verzameld door T. van der Laars en uitgegeven in 1913 te Amsterdam, is ook een wapen getekend, voorkomende op het Zeemanshuis. Hij beschrijft het als pro- vinciewapens van Friesland, Groningen en der Generale Staten in een schild verenigd. Op diverse foto’s van de laatste 100 jaar zijn verschil- len te zien o.a. wel en niet in reliëf, geen gekroonde leeuw, geen P.P.P.- letters en op een foto van 1935 geen middenschild. A.I.F. = 'Admiraliteit in Friesland' is aan het wapen toegevoegd in 1748 of zoveel eerder. In De Vrije Fries deel 45 van 1962, 'De voormalige admiraliteitsbehuizingen in Dokkum', noot 17, schrijft W.H. Keikes: 'Over een wapensteen boven deze toegang is destijds nogal het een en ander te doen geweest. In 1947 kwam men tot de ont- dekking, dat het afgebeelde wapen niet in reliëf aanwezig was, doch slechts een beschildering op een volkomen vlakke ondergrond. De betrouwbaarheid van het geschilderde wapen werd door dr.A.L.Heerma van Voss, de toenmalige rijksarchivaris, sterk in twijfel getrokken. Daar het orginele in steen gehakte schild vermoedelijk in 1795 op radicale wijze is afgevlakt, tast men over de vroegere heraldische samenstelling van het wapen in het onzekere. Het admiraliteitswapen is alleen uit de 18e -eeuwse bronnen overgeleverd, zodat dr. Heerma van Voss heeft gepleit voor het blanco laten van het schild: “men bereikt dan een aesthetisch minder fraaie, doch historischinelkgevalteverdedigenoplossing.'(Schrijven vanderijksarchivarisaandeburgemeestervanDokkum,d.d.14juli1947). CONCLUSIE Als we de gegevens die nu bekend zijn bestuderen, komen we tot de conclusie dat de verwijdering in 1947 juist was. Uit vergelijking met de andere admira- liteiten blijkt dat het zegel en wapenschild heel dicht bij het generaliteitswapen van 1579 komt, vooral zoals ze zijn afgebeeld in boeken van de 'Geschiede- nis van het Nederlandsche Zeewezen', vijfde deel uit- gave 1862, geschreven door Jhr. Mr. J.C. de Jonge. Ook komt het voor op een natuurstenen fronton met het gebeeldhouwde wapen van de Admiraliteit van Friesland, vervaardigd circa 1730, en afkomstig van het huis Leeuwenburg bij de Noorderhavenpoort te Harlingen, nu in de binnenplaats van het Noordelijk Scheepvaart Museum in Groningen. De afbeeldin- gen van de Harlinger Admiraliteits Almanach 1776 en 1784 geven een zelfde beeld. Mijn conclusie is dat, als het wapen weer aangebracht wordt, het er ongeveer zo uit zal moeten zien. tijd van regenten en vorsten IMPRESSIE WAPENSCHILD ADMIRALITEITSHUIS FOTO:MUSEUMDOKKUM/FOTOBEWRKING:WARNERB.BANGA GENERALITEITSWAPEN 1579 ADMIRALITEITSWAPEN 1614 - 1677 ADMIRALITEITSWAPEN HARLINGER ALMANAK 1784 PROVINCIEWAPENS ZEEMANSHUIS DOKKUM 1913 RECONSTRUCTIE ADMIRALITEITSWAPEN NOORDELIJKSCHEEPVAARTMUSEUM NATUURSTENEN FRONTON MET ADMIRALITEITSWAPEN UIT LEEUWENBURG BIJ DE NOORDERHAVENPOORT HARLINGEN
  15. 15. EEN BESCHEIDEN INVENTARIS Bij Tresoar ligt een bescheiden inventaris: Boerenbedrijf fam. Meindersma in Ee. Daarin is een register opgenomen met aantekeningen betreffende de uitgaven voor de bruidsschat voor Fettje Douwes Meindersma, opgemaakt door haar broer Eelke Douwes Meindersma. Van dezelfde uitgaven is ook een opsomming, of meer een samenvatting gemaakt en geschreven door een geoefende hand. Deze lijst heeft gediend als bijlage bij een document dat niet meer aanwezig is in de inventaris. De laatste drie posten en de staart van de opsomming zijn alleen in dit officiële stuk opgenomen en toegevoegd aan de door Eelke gemaakte staat. Hoewel geen nota’s, met uitzondering van Tulleners, in het register zijn opgenomen, is met Alle Friezen, De Krant van Toen en de wijkkaarten van het Historisch Centrum Leeuwarden achterhaald waar zeer waarschijnlijk de inkopen zijn gedaan. Er is vooral in Leeuwarden gekocht, blijkbaar kon men in Dokkum niet slagen. Fettje Douwes Meindersma trouwt op 23 juni 1851 in Metslawier met Jacobus Nicolaas Witteveen. DE BRUID Fettje is geboren op 19 december 1822 in Ee als eerste kind van Douwe Eelkes Meindersma (1791-1844), landbouwer, en Tietje Klazes Nauta (1793-), kasteleinsdochter van Dokkumer Nieuwezijlen. Het is Douwes tweede huwelijk. Zijn eerst huwelijk met Trijntje Tjallings de Boer bleef kinderloos en duurde slechts vier maanden en twaalf dagen. Fettje wordt geboren op Unia Sate in Ee, in deze tijd Omgong nummer 7. Ze groeit op met een broer Eelke (1824-1883 ) en een zuster Rikstje (1831-1901). Eelke trouwt met Elisabeth Douma en wordt boer op de ouderlijke boerderij, Unia Sate. Riktsje trouwt met Minne Douma, een broer van Elisabeth. Zij worden boer en boerin in Ee. DE BRUIDEGOM Jacobus Nicolaas Witteveen is de zoon van Frederik Witteveen, secretaris van Oostdongeradeel en notaris in Metslawier, en Jacoba GertruideTalma. Hij is het tweede kind in een gezin met vijf kinderen. Zijn oudere broer Jouwert (1818-1874) wordt later notarisinMetslawier,ZijnjongerebroerSybrand(1823-1893)wordtgemeentesecretarisenlaterburgemeesterinMetslawier.Zijn zuster Trijntje van Eizinga Witteveen (1826-1857) trouwt met Mr. Johannes Jacobus Bolman, gemeentesecretaris in Kollum, zijn zuster Tettje (1829-1875) trouwt met een marineofficier. 16 GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENIS DE BRUIDSSCHAT VAN FETTJE D. MEINDERSMA door SAKE MEINDERSMA smeindersma@kpnplanet.nl AANGEKOCHT VOOR FETTJE MEINDERSMA 6 stuks bovenlakens van 7 El groot per El 60 cents f 25,20 Het maken van bovenstaande lakens ieder 25 cents f 1,50 18 stuks lakens ieder 5 El per El 50 cents f 45,00 dito 50 El toe lakens per El 60 cents f 30,00 Het maken van bovenstaande lakens ieder 25 cents f 2,25 Aan Stegermans dopjes toe handdoeken f 6,00 Aan Sytsma voor pastelijn, koper, en tin * f 15,00 Aan Keuning voor een Klederkist * f 6,90 Idem ijzer aan de Zelve f 0,50 Aan Gerke Ganzinga voor een mangel * f 13,00 Veer van Talma f 100,00 Tulleners Juwelen Naald f 540,00 Aan Borman Betaald * f 10,50 Idem dekens etc f 24,87½ Aan Wouda wegens een Gardderobe f 110,00 Idem een handdoek f 1,50 Idem aan van der Wielen wegens een Kookkaggel * f 36,00 Idem drie stalen vorken f 0,45 Idem een vork f 0,15 Idem een Koekepan en een Koekmes f 1,10 Een Koffiemolen f 2,30 15 Ellen zwarte tafzijde f 33,75 1 5/8 dikte voor Schoot f 4,87½ Aan van Assen 1 chale f 50,00 Aan J. Plet wegens een grote mahonie Tafel * f 50,00 12 stoelen met matten f 36,00 Een schuiftafel f 18 ,00 Aan Heeger een deken f 15,00 Aan Markus Bedden * f 100,80½ Aan Hamstra Eetservies f 116,92 Aan Aman oogjesgoed f 5,60 Idem 83 1/2 El Servetgoed à 70 cts f 58,45 Van ons een halfsleten bed met toebehoren f 40,00 4 keuken stoelen f 4,80 Hekken Palen en leggers f 86,50 Een jaar huur van 4 pondemaat greide Jouswier mei 1852 f 65,00 f 1657,92½ Daaraf Procuratie f 1,31½ f 1656,61 . Payemend betaald f 5,61 . Rest zuiver f 1651, ,, . H... Payemend f 1, ,, . Blijft zuiver f 1650, ,, . BRON:WWW.ALLEFRIEZEN.NL TROUWAKTE FETTJE & JACOBUS
  16. 16. DE WINKELIERS* Stegerman = Stegemann is een familie van kramers in Leeuwarden, die afkomstig waren uit Mettingen (Westfalen). Sytsma = J. Sytsma, koopman in Ee. Keuning = Hendrik Pieters Keuning is timmerman in Ee. Gerke Ganzinga = Gerke Ganzinga, schilder in Ee. Tulleners = H.C. Tulleners Goud en Zilverwerk, Juwelen in het Nauw N 42 Leeuwarden, later Nauw 159. Van der Wielen = J. van der Wielen, Koopman en Kagchelfabrikant in Leeuwarden E 31, nu Nieuwestad 80. Van Assen = A. van Assen, Damesmantels, Stoffen en Kleding, bij de Koornbeurs Leeuwarden, J 338, nu Voorstreek 37-39. J.Plet = Jacs Plet Meubel en Spiegelfabriek, F no. 9 Leeuwarden, later Nieu- westad nummer 91. Heeger = H.E.Heeger, Hoeden en Mutsen Leeuwarden E 18,nu Nieuwe- stad 102, afkomstig uit Mettingen (Westfalen). Markus = J. Marcus, bij de Korfmakerspijp B 25, nu Over deKelders 218. Opvallend in de lijst is, naast de forse bedragen voor de uitzet en kleding, het bedrag van 540 gulden voor een briljante juwelen naald.Tweemaal het jaarinkomen van een arbeider. Het zal hier gaan om een voorhoofdsnaald. Een sieraad dat op het voorhoofd werd gedragen en aan één kant onder het oorijzer werd vast gestoken. Aan de linkerkant als de vrouw nog ongehuwd was en aan de rechterkant als de vrouw getrouwd was. Zo’n naald werd alleen door de zeer welgestelden gedragen. Zoals, zeker bij een gegoede boerenfamilie gebruikelijk, bleven kinderen na het verlaten van de lagere school thuis wonen tot ze gingen trouwen. Ze spaarden een dienstmeid of knecht uit. Ze verdienden niets, ze werden door hun ouders gekleed en aten thuis mee. Als ze gingen trouwen, kregen dochters een uitzet mee en zonen werden 'boer gemaakt' als beloning voor hun werkzaamheden. Bij de hogere boerenstand, de herenboeren, waren zonen meestal vrijgesteld van het zware werk. Als Fettje trouwt, is zij 28 jaar en 6 maanden. Als ze op 12-jarige leeftijd van school is gegaan, op 1 mei 1835, heeft ze 16 jaar thuis meegewerkt. Met een bruidschat van f1650 heeft zij gemiddeld ruim f100 per jaar verdiend, ofwel ongeveer f 2,- per week. In die tijd verdiende een dienstmeid 25 cent per week als ze van school kwam, tot 2½ gulden per week als ze volleerd en volwassen was. NAAR METSLAWIER & LEEUWARDEN Het bruidspaar gaat na hun trouwen in Metslawier wonen. Vijf maanden na de huwelijksdatum betrekken ze een nieuw gebouwde boerderij, volgens het kadaster in eigendom bij Jacobus Nicolaas Witteveen. De plaats van de boerderij is nu bekend als 'De Reigerhof', Roptawei 25. De boerderij die er nu staat, is gebouwd nadat de oorspronkelijke boerderij in 1936 door brand werd verwoest. In de huwelijksakte staat als beroep van Jacobus Nicolaas: Lid van de raad van deze Grietenij. Bij de geboorte van zijn eerst kind wordt hij vermeld als landbouwer. Bij het laatste kind als grondbezitter. In 1859 wordt Ja- cobus Nicolaas lid van Provinciale staten en in 1875 van Gedeputeerde Staten van Friesland. Hij stopt dan als landbouwer. Hij houdt boeldag en de boerderij, dan groot 114 pondemaat, wordt verhuurd. Het gezin ver- huist naar Leeuwarden. Het huis waar ze gaan wonen, is nu bekend als Weerd 9. Daar wonen ze nog als Fettje in 1895 overlijdt. Na de aanleg van het Nieuwe Kanaal, in 1894-1896, betrekt Jacobus Nicolaas met zijn beide jongste dochters een nieuwbouw- woning aan dit kanaal, Emmakade zz 20. Jacobus Nicolaas blijft met een onderbreking van vier weken gedeputeerde tot 1909 en overlijdt in 1915. Hij wordt onderscheiden met een benoeming tot Ridder in de Orde van de Nederlandsche Leeuw en tot Commandeur in de Orde van Oranje Nassau. Na zijn overlijden verkopen zijn dochters de boerderij in Metslawier. Fettje en Jacobus krijgen vijf kinderen: Jacoba Geertruida (1852-1929), Tietje (1854-1899), Tetje (1856-1931), Douwe (1858- 1912) en Frederika (1862-1925). Jacoba Geertruida huwt in 1883 in Leeuwarden met Meester Anthony Hylle de Muinck, kassier en effectenhandelaar in Groningen. In 1899 overlijdt Antony en Jacoba hertrouwt in 1902 met Doctor Johann Heinrich Diephuis, arts, in Groningen. In 1905 wordt een scheiding van tafel en bed uitgesproken. Tietje trouwt in 1880 in Leeuwarden met haar achterneef Pieter Meindersma, predikant. Zij overlijdt in 1899 in Leeuwarden, maar woont dan in Slochteren. Tetje, Douwe en Frederika blijven ongehuwd. Douwe wordt gemeente ontvanger in Zelhem. Hij overlijdt in Arnhem. Tetje en Frederika blijven bij hun ouders wonen. Na het overlijden van hun vader verhuizen ze in 1916 naar Arnhem, waar ze uiteindelijk overlijden. 17 GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENIS VOORHOOFDSNAALD MET DIAMANTEN - 1847 BOERDERIJ 'DE REIGERSHOF' IN 1906 BRON:NATIONAALOPENLUCHTMUSEUMARNHEM tijdvanburgersenstoommachines BRON:COLLECTIEDOEDEDOUMA
  17. 17. HOE GAAT HET VERDER MET JAN BOUTA? Op 23 maart 1918 stuurt Jan zijn laatste kaart per militaire post naar huis. Hij vertrekt op 25 juli 1918 naar Leiden. Het land heeft dringend be- hoefte aan politiemensen; zelfs zonder diploma is hij meer dan een jaar werkzaam in Leiden. Misschien is die tijd wel een soort vervangende diensttijd. Wanneer hij precies is afgezwaaid uit militaire dienst is mij niet bekend. Pas in september 1919 haalt hij zijn politiediploma. Van de 50 kandidaten zijn er 26 afgewezen! Op 21 juni 1919 trouwt Jan Bouta inTernaard met Sijpkje van der Zee uit Wierum, dochter van Willem Siebes van der Zee en Hiltje Tjipkes Poutsma. Bij hun trouwen zijn haar ouders niet aanwezig; moeder is overleden; vader, die de Wierumer zeeramp van 1893 overleefde, is toch op zee gebleven. Op 10 april 1918 liep hij met zijn vissersschip op een zeemijn en is nooit gevonden. Het echtpaar gaat in Leiden wonen, waar zij twee zoons (Minne en Willem) en een dochter (Hillegonda) krijgen. Jan Bouta doet in maart 1938 nog een examen en klimt op tot brigadier van politie. In juni 1938 koopt hij een groot, dubbel woonhuis in Leiden, waar zijn zus Mathilde / Tjeerdtje (een vrouw over wier leven ik eerder een serie schreef in ‘De Koffer van tante Mathilde’ ) als weduwe een paar jaar bij hen woont. Hij blijft daar de rest van zijn leven wonen, ook als zijn vrouw Sijpkje overlijdt op 27 januari 1966. Zelf sterft hij daar op de leeftijd van 90 jaar. EEN HEEL ANDER LEVEN Jan Bouta (17 mei 1893 Nes - 11 oktober 1983 Leiden). Hij die eerst land- arbeider was en nooit buiten Friesland kwam, heeft door de drie jaren die hij als soldaat van 1915 to 1918 gemobiliseerd was, een heel ander leven gekregen. Wietze Bouta (27 oktober 1896 Anjum - 20 november 1960 Hilversum), Jan’s jongste broer, is na zijn diensttijd buiten Friesland gaan wonen in Hilversum. Hij wordt radio-technicus. Hij trouwt daar en krijgt een dochter, Tilly. Eelze Bouta (Nes 30 november 1874 - Engwierum 16 maart 1963), Jan’s oudste broer, is de enige die in Friesland blijft ploeteren in de Friese klei rond Ee en Engwierum. Hij trouwt daar en krijgt een dochter, Tjeerdtje. Als op 11 november 1918 de wapenstilstand ondertekend wordt, zijn er 500.000 mannen gemobiliseerd. Een paar jaar eerder weggehaald uit hun vroegere leven, gebied en werkzaamheden om het land te gaan dienen. Velen van hen zullen net als Jan verder le- ren voor een ander beroep en een beter bestaan; een nieuw begin maken ver van hun geboortegrond vandaan. Zo kan een verschrikkelijke oorlog toch ook goede gevolgen hebben. 18 EINDE VAN DE OORLOG EN EEN NIEUW BEGIN VELDPOSTUITWOI VELDPOST VAN JAN BOUTA door HILDA BOUTA hildabouta@hetnet.nl 1915 - 1918 JANS POLITIEDIPLOMA UIT 1919 Zoals wij nu contact onderhouden via Skype, e-mail of telefoon, zo stuurde Jan Minnes Bouta tijdens zijn mobilisatie 100 jaar geleden steeds trouw beschreven ansichtkaarten naar huis, die een mooi beeld geven van een Friese jongen die in de Eerste Wereldoorlog ver van huis gestuurd werd. Veldpost van Jan Bouta uit de periode 1915 - 1918. JAN BOUTA ALS POLITIEAGENT FOTO’S:COLLECTIEHILDABOUTA
  18. 18. 19 HERALDIEK DE DORPSWAPENS VAN door RUDOLF J. BROERSMA tekenaar Fryske Rie foar Heraldyk NIAWIER & OOSTERNIJKERK NIAWIER De groene heuvel in het wapen staat voor het deel ‘wier’ in de dorps- naam. Het figuur dat een plaats boven de heuvel heeft gekregen is een zogenaamd jeruzalemkruis. Het is in het wapen opgenomen als verwij- zing naar het klooster Sion, dat in de buurt van het dorp heeft gestaan. De rode kleur is een verwijzing naar de wapens van Oostergo en het Oudbisdom Utrecht, die beide het metaal zilver en de kleur rood bevat- ten. Voor het veld van het dorpswapen is echter om esthetische reden voor goud gekozen, omdat zilver te kil zou worden. Hierbij kan nog worden opgemerkt dat het jeruzalemkruis, of soms ook wel kruisvaar- derskruis, meestal als van zilver op goud of van goud op zilver wordt af- gebeeld. Deze twee kleuren (eigenlijk‘metalen’) worden dan ook wel de pauselijk kleuren genoemd en zijn onder andere terug te vinden in de vlag van het Vaticaan. Deze combinatie is eigenlijk de enige algemeen aanvaarde‘overtreding’van de heraldische regel geen metaal op metaal of kleur op kleur, of zou mogelijk de aanleiding kunnen zijn geweest om deze regels op te stellen, (zie ook De Sneuper 105, blz. 19). De vlag heeft de gebruikelijke schuindeling van Oostdongeradeel gekregen in de kleuren van het wapen en waarin ook het jeruzalemkruis een plaats heeft gekregen. OOSTERNIJKERK. Omdat Nijkerk, zoals het dorp vroeger heette, een buurdorp is van Nes aan de ander kant van de voor- malige grens tussen Oost- en Westdongeradeel, heeft het dezelfde‘noord-zuid’-deling gekregen. De kleuren zijn ontleend aan de wapens van Oostergo (rood en zilver) en Dongeradeel (blauw en zilver) In het heraldisch rechterdeel werd de windhond uit het familiewapen Sjoorda (ook wel Sjoerda, Siorda) geplaatst. Ook de rozen in het linker schilddeel ko- men uit het wapen van deze familie. Van het wapen Sjoerda zijn verschillende varianten bekend, zoals bijv. die in de kerk van Hantumhuizen als wapen van Bieuck Sioerda. De orgelpijp vormt als pars pro toto een verwijzing naar de patroonheilige van de dorpskerk Sint Cecilia (Lat.: Caecilia), die als patrones van de muziek vaak met een orgel als attribuut wordt afgebeeld. In de vlag heeft de windhond van Sjoerda een prominente plaats gekregen over de vlagdeling, die uiteraard weer die van Oostdongeradeel is in de kleuren van het dorpswapen. NIAWIER OOSTERNIJKERK BRON:HESMANHCL TEKENINGEN:J.C.TERLUINFRYSKERIEFOARHERALDYK BRON:THINGLINK.COM BRON:DVC.NL BRON:WIKIPEDIA SINT CECILIA MET ORGELTJE JERUZALEMKRUIS VLAG VATICAAN FAMILIEWAPEN SJOERDA
  19. 19. HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS 20 5. VLUCHTELINGEN UIT ROERMOND EN OMGEVING Dagboek Klazina van Dijk, 31 januari 1945: ‘In het oosten van ons land is het ook alles behalve rustig. Zo kwam Jaap Brouwer en zijn gezin uit Roermond vluchten. Ze waren in een trein voor veevervoer door Duitsland naar Buitenpost gebracht. Zo dicht stonden de mensen opeen gepakt, dat er geen plaats was om te zitten, of ook maar brooduitdekofferstehalen.Ruim40urenhaddenzeindietreingestaanen per slede van Buitenpost naar Dokkum gebracht. Een baby van 4 maanden maakte deze bezwaarlijke reis ook mee en kwam gezond en wel hier aan.’ Dit verslag van Klazina van Dijk is de aankondiging van de komst van de laatste groep evacués, die in de weken daarna in Oostdongeradeel een veilige plaats zocht. Het gezin Brouwer reisde met een van de eerste treinen vanuit Limburg richting het noorden, de andere Lim- burgers kwamen eind februari pas aan. NA DE SLAG OM ARNHEM OPERATIE MARKET GARDEN Het was de geallieerden in de laatste weken van september 1944 niet gelukt om vanuit België in één ruk door te stoten naar Arnhem, om daar de brug over de Rijn te veroveren en daarna vanuit het noorden, het ten oosten van de rivier de Rijn gelegen Ruhrgebied, het hart van de Duitse oorlogsindustrie, binnen te vallen. De gevolgen voor Nederland waren desastreus. Niet alleen volgde daarna vooral voor het westen van het land een vreselijke hongerwinter, de niet-veroverde gebieden beneden de rivieren gingen eveneens een zware tijd tegemoet. De Duitsers bleven taaie tegenstand bieden, waardoor Zeeuws Vlaanderen na een strijd van dorp tot dorp pas op 1 november bevrijd werd en Walcheren nog weer een week later, nadat de geallieerden de dijken daar hadden gebombardeerd, waardoor de bevolking alweer op de vlucht moest. In de Betuwe, (daar hadden juist de Dúitsers dijken doorgestoken), werd in het drassige gebied waar tanks niet‘uit de voeten’konden eigenlijk de hele winter door gevochten. Zo werd het dorp Huissen, waar veel inwoners in Noordoost-Friesland verbleven, pas op 2 april 1945 bevrijd; in het hele dorp was geen bewoner meer over, vrijwel alle huizen waren beschadigd en wegen vernield na langdurige bombardementen van vriend en vijand. In november 1944 brandde de strijd om Roermond en Venlo los. De Duitsers hadden de Maasbruggen vernield en waren niet van plan om deze steden aan de oostkant van de Maas op te geven. De burgers zaten tussen twee vuren en leefden wekenlang grotendeels in kelders. Slechts als er een gevechtspauze was, kon er voor eten en drinken gezorgd worden. EVACUATIE NAAR HET NOORDEN Nadat op 19 november het burgerlijk bestuur al was weggestuurd en een Duitse majoor de leiding in de stad had overgenomen, volgde op 19 januari 1945 een rechtstreeks bevel van Himmler: Roermond moet worden geëvacueerd. Eerst de stad en daarna de dorpen in de omgeving, te beginnen op 21 januari aanstaande: verzamelen op het Wilhelminaplein. Echter, de Roermondenaren wilden, nu de bevrijding nabij leek, hun stad niet op het laatste moment verlaten en dus bleef het Wilhelminaplein die middag helemaal leeg! De Duitsers pikten dat niet, kamden diezelfde dag nog straat na straat uit en stuurden een 500 mensen naar het Wilhelminaplein, die vandaar werden begeleid naar het 18 kilometer verderop gelegen Duitse stadje Brüggen. Die afstand moest te voet worden afgelegd in bar winterweer. In Brüggen diende een voormalige fabriek, voordien Russisch krijgsgevangenkamp, als opvangkamp. IN OOSTDONGERADEEL (3) VLUCHTELINGEN 1940 - 1945 door DOEDE DOUMA & doededouma@gmail.com REINDER TOLSMA r.tolsma01@knid.nl BRON:BEVRIJDINGSBLOESEM INLEIDING Momenteel zijn er wereldwijd zo’n 65 miljoen mensen op de vlucht voor oorlogssituaties; alleen al in 2015 kwamen er in ons eigen land ongeveer 60.000 vluchtelingen binnen. Het werpt de vraag op hoe het was met de vluchtelingen die tijdens deTweedeWereldoorlog in onze eigen omgeving onderdak zochten: Hoe was hun opvang geregeld? Hoeveel kwamen er? Waren ze welkom? Hoe lang bleven ze hier? In een viertal artikelen wordt geprobeerd een antwoord op deze vragen te geven. Het onderzoek werd beperkt tot de voormalige ge- meente Oostdongeradeel, maar Dokkum zal als opvangcentrum ook vaak aan bod komen. BRON:30.000EVACUÉS (1)BEELD VAN HET COMPLEET VERWOESTE HUISSEN BRÜGGEN: DOOR DE DUITSERS IN SCENE GEZETTE FOTO
  20. 20. (Ook andere gebouwen en huizen in Brüggen werden gebruikt als onderdak: veel Brüggenaren waren daarom verplaatst naar Beieren!) De mensen moesten in Brüggen blijven tot er een trein beschikbaar kwam. Die treinen kwamen erg onregelmatig, bestonden meestal uit goederenwagons en leken daarom nog het meest op een veetransport. De eerste van de in totaal 16 treinen naar het noorden (Groningen en Friesland waren aangewezen als opvangprovincies; bij Enschede ofWin- terswijk werd de grens weer overgestoken) vertrok op 23 januari en de laatste op 23 februari. Het is schrijnend te bedenken dat Roermond op 1 maart werd bevrijd, een week nadat de laatste trein was vertrokken! In totaal zijn er ongeveer 32.000 mensen uit Roermond en omgeving geë- vacueerd, waarvan er ongeveer 20.000 in Friesland terecht zijn gekomen. De familie Geraeds (vader, moeder en acht kinderen) uit het nabij Roer- mond gelegen plaatsje Maasniel moest ook zo’n reis maken, voordat ze in Lioessens een veilig onderdak vond in het wat armoedige buurtje De Vrolijkheid (intussenafgebroken). InMaasnielhaddefamilieeenboerderij, maar de Duitsers hadden eerst al de helft van hun veestapel gevorderd en door de gedwongen evacuatie raakten ze ook de rest nog aan de Duitsers kwijt. Ze moesten eerst lopend naar Roermond naar het verzamelpunt de Roermondse Eiermijn, een afstand van ongeveer 4 kilometer (de jongste kinderen waren 1 en 3 jaar oud) en liepen van daar in een lange stoet de 18 kilometer naar Brüggen. Ze zijn waarschijnlijk met de trein van 12 of 13 februari vertrokken en hadden daardoor geluk, want toen duurde hun reis maar 1 of 2 dagen richting Zwolle. Andere treinen zijn wel 8 dagen onder- weg geweest, moesten steeds stoppen door bombardementen, som- mige treinen zijn ook geraakt waardoor tientallen doden en gewonden vielen. In de trein van 12 februari hebben ook twee bevallingen plaats- gevonden, één van de baby’s overleefde de treinreis niet. DOORGANGSPLAATS LEEUWARDEN Bij de evacuatie van Roermond en omstreken werd deze keer gebruik gemaakt van treinen die Zwolle als tussenstop aandeden, waar betrokken inwoners de reizigers zo goed mogelijk verzorgden, waarna de treinen óf naar Groningen óf naar Leeuwarden werden doorgestuurd. De organisatie was echter ook nu weer verre van ideaal, zoals een van de leidinggevenden in Leeuwarden na de oorlog schreef: ‘Zooals alles in die tijd wisten wij ook dit weer veel te laat. De CAB, mr. B.Ph. baron van Harinxma thoe Slooten, kreeg in het algemeen pas 2 uren voor de aankomst van de trein bericht. Zo snel mogelijk werden dan alle mogelijke mensen ge- waarschuwd om bij de aankomst te assisteren. (...) De treinen kwamen altijd aan in de nacht of vroege ochtenduren. Soms bevatte een trein wel 2300 mensen; er zijn verscheidene geweest, naar ruwe schatting een 30-tal. (...) Verschillende treinen zijn door ons rechtstreeks naar Franeker, Sneek en andere plaatsen gedirigeerd, omdat soms zoveel mensen aankwamen, dat Leeuwarden niet allen verwerken kon. Het ergste is geweest, dat wij 3 treinen in 24 uur kregen.’ (2) HethoogsteaantalmensendatinéénkeerinFriesland aankwam, zat in de trein van 15 februari toen er 3355 evacués tegelijk aankwamen. De mensen werden in Leeuwarden eerst onderge- bracht in de Harmonie of de cafés aan de Vee- markt, waar ze een maaltijd voorgeschoteld kregen. Daarna werden de mensen gekeurd in de Beurs. De goedgekeurden kregen een plaatsje in een van de scholen aan de Schoolstraat, waarna ze getranspor- teerd werden naar plaatsen in de omgeving of onder- gebracht in Leeuwarden zelf, waar gidsen de evacués naar hun kwartieren brachten. De mensen met ‘on- gerechtigheden’(ongeveer 30%, geen wonder na de onhygiënische toestanden die ze hadden meege- maakt), werden naar een andere school gebracht, waar ze moesten wachten op reiniging of direct naar de barak voor besmettelijke ziekten werden gebracht. 21 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS tijd van de wereldoorlogen BRON:COLLECTIEDOEDEDOUMABRON:30.000EVACUÉS HOEK EN WAD TE LIOESSENS IN 1906; LINKS HUIZEN VAN DE VROLIJKHEID WAAR DE FAMILIE GERAEDS TERECHTKWAM BRÜGGEN: DOOR DE DUITSERS IN SCENE GEZETTE FOTO BRON:COLLECTIEREINDERTOLSMA LEEUWARDEN: SOPHIALAAN MET OP DE ACHTERGROND HET TREINSTATION, 1938
  21. 21. HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS DOKKUM ALS DISTRIBUTIEPLAATS Hoe ze dit keer naar Dokkum werden gebracht, is (nog) niet bekend, maar waarschijnlijk zal dat op dezelfde manier zijn gebeurd als met de Arnhem- mers. In totaal zijn er volgens de bewaard gebleven lijsten een drietal transporten geweest met bijna 660 personen.(3) Van deze personen gingen er 63 naar Oost- dongeradeel, 47 naar Westdongeradeel, 8 bleven er in Dokkum achter en de anderen gingen allemaal naar Dantumadeel. Johan Baumfalk, ordonnans bij de evacuatiecom- missie in Oostdongeradeel, moest weer in actie ko- men. Hij schreef op maandag 19 februari 1945: ´Vanmorgen even naar Dokkum geweest naar het distributiekantoor. Er zijn hier ong. 70 evacués aangekomen die over de dorpen verdeeld moeten worden waar nog open plaatsen zijn. Ze komen geloof ik uit de Betuwe (Driel) en uit Limburg. Het transport is ook beschoten (20 doden). Dat die mensen dat nu ook nog moeten meemaken.´ ONDERGEBRACHT IN VIER DORPEN Blijkbaar waren er in Anjum, Engwierum, Lioessens en Oosternijkerk nog ´open plaatsen´ want daar werden de Limburgers ondergebracht. Geert Jongeling zag ze op 19 februari 1945 in Oosternijkerk aankomen: ´Ca. 25 nieuwe evacuees in het dorp aangekomen. Deze komen uit Limburg en komen door Duitsland hierheen. Hoewel ze langer onderweg zijn geweest, zien ze er over ‘t algemeen netter uit dan de vorige evacuees. Terwijl de evacuees aankomen buldert de lucht als nooit te voren van zware geallieerde vliegtuigen die naar Duitsland gaan te bombarderen.´ Bij bakker Reinder Buwalda in Oosternijkerk kwam het gezin van Wilhelmus Jacobus Rietra terecht. Hij zat zelf bij Jacob W. Holwerda een paar honderd meter verderop, maar was geregeld bij zijn gezin te vinden. Toen het geallieerde offensief vlak voor Roer- mond stil viel, (volgens Rietra stonden ze voor een greppel), probeerde het gezin door de linies heen de Amerikanen te bereiken, maar werden ze tegenge- houden door de Duitsers. Die zetten hen op de trein naar het noorden; een langdurige reis met veel tus- senstops en angst vanwege geallieerde vliegtuigen was hun deel. Rietra sprak zeven talen en probeerde ook de Friese boeken van zoon Piet Buwalda te lezen. Hij was in Roermond een koopman die veel zaken deedmetDuitsland.Hijslaagdeerinomopzijnterug- reis naar Roermond op zijn wagen volgeladen met botervaatjes en zo nu en dan krijgsgevangenen mee terug te smokkelen: gepakt is hij nooit. Hij kreeg door dit werk veel (hoge) relaties en na de oorlog werd zijn gezin met een legerauto, bestuurd door een vriend van hem die in de staf van prins Bernhard zat, terug- gebracht naar Roermond. Zijn vrouw en twee kinderen hadden het prima bij bakker Buwalda en dat was nodig ook, want de jongste, Christiaan Joseph, werd geboren in een schuilkelder tijdens een bombardement op 28 november 1944 en was dus nog geen twee maanden oud, toen ook hij die vreselijke reis naar het noorden met zijn ouders moest ondernemen. Moeder Johanna Ida Hamans zag er even- eens niet goed uit, hetgeen goed te begrijpen is na enkele uitputtende weken. Boer Kobus Noordenbos van Bollingawier hoorde van de proble- men in het gezin Rietra en kwam Buwalda vertellen dat hij elke dag twee liter melk kon halen voor dit gezin. Moeder Minke Buwalda en dochter Renske Buwalda namen de zorg van moeder en kind dag en nacht op zich en zorgden zo dat zij beiden de ontberingen te boven kwamen. Een ander gezin uit Limburg, de familie Jansen-Bremmers met twee kinderen, had in Oosternijkerk een tijdlang een eigen plek- je. Zij kwamen terecht in het hervormde verenigingslokaal, voordat dat de kerkvoogd Anne Ages de Jong toch te gek werd en hij hen een plaatsje bood in zijn royale boerderij. Het lokaal kon wel in twee gedeelten gebruikt worden, maar ideaal was dat niet, ook al omdat er gebrek aan hout was om het lokaal te kunnen verwarmen. 22 HERVORMD VERENIGINGSLOKAAL IN 1958 s p - n a - r al - - EERSTE TRANSPORTLIJST VAN LIMBURGERS, MET DAAROP FAMILIE GERAEDS 3 DE BUORREN IN OOSTERNIJKERK  AUGUSTUS 1942 MET RECHTS DE BAKKERIJ VAN REINDER BUWALDA BRON:ARNHEM'44'45BRON:COLLECTIEREINDERTOLSMA BRON:COLLECTIEREINDERTOLSMA
  22. 22. 23 Een bijzonder geval betrof twee gezinnen Verhoeven. Zij waren afkomstig uit Driel en Hedel, twee plaatsen tegenover Arnhem aan de zuidkant van de Rijn. Toch zijn zij niet in september 1944 met de Arnhemmers naar het noorden getrokken, maar de bevrijders tegemoet naar het zuiden. Het is hen niet gelukt om de geallieerde linies te bereiken en zo kwamen ook zij in Roer- mond terecht. Van daar ging het met de anderen per trein alsnog naar het noorden des lands waar zij in Oosternijkerk een plekje vonden. Zij werden echter over het hele dorp verspreid. Deze 13 personen zaten op 10 verschillende adressen, immers de laatste open plaatsen moesten worden opgevuld! 6. GEREPATRIEERDEN De laatste groep vluchtelingen die naar Oostdongeradeel kwam, be- stond uit mannen die op de een of andere manier in Duitsland terecht waren gekomen en in de laatste oorlogsdagen van daar naar huis terug wilden. Er bestaat een (voorlopige) lijst met 64 gerepatrieerden naar Oostdongeradeel, van wie er 29 van buiten de gemeente kwamen.(4) De autoriteiten waren beducht voor de terugkeer van grote aantallen Nederlanders, die in Duitsland hadden moeten werken of er gevangen hadden gezeten. Men schatte dat het er wel eens 450.000 zouden kun- nen zijn. Nog niet bekend was destijds dat meer dan 100.000 Joden niet terug zouden komen. Deze mensen zouden besmettelijke ziekten kunnen meebrengen, hetgeen een ramp zou betekenen voor de door voedselgebrek verzwakte bevolking van Nederland. Ook een groot pro- bleem was het gebrek aan transportmiddelen, middelen die vooral ge- bruikt moesten worden voor de aanvoer van voedsel naar het westen.Tel daarbij op dat er in die dagen nog steeds een militaire operatie gaande was en de verwachte problemen zijn duidelijk. Geopperd werd om de stroom mensen tegen te houden voor het Dortmund-Eemskanaal en ze vandaar geleidelijk door te laten naar de grens van Nederland waar ze geregistreerd en gekeurd konden worden. Politiek onbetrouwbare per- sonen konden daar ook beter herkend worden en ingerekend.(5) De voormalige dwangarbeiders lieten zich echter niet tegenhouden en zo kwamen er al vanaf eind maart, maar vooral midden april en begin mei, velen terug naar het vaderland en in dit geval naar Oostdongeradeel. De meesten woonden hier ook en gingen dus terug naar huis, naar hun familie, maar 29 gerepatrieerden konden nog niet naar huis terug: het was streng verboden om op eigen houtje naar het westen te reizen. Daar was een vergunning voor nodig. Daarom zochten ze hier voorlopig onderdak en wel om verschillende redenen. Zo waren er twaalf gerepatrieerden afkomstig uit Arnhem en omgeving en drie uit Zeeland, van wie hun ouders of gezin naar Oostdongeradeel waren geëvacueerd. De broers Hendrik en Paulus Plat moesten zich melden voor de Arbeidsdienst. Hendrik al in juni 1943 in Arnhem en Paulus pas in april 1945 vanuit Ee. Omdat ze wisten dat hun ouders in Ee waren ondergebracht, kwamen ze op 14 april en 8 mei naar dat dorp. Albertus Smits zat sinds juni 1943 in krijgsgevangenschap vlak bij Wittemberg en kon zich op 6 juni 1945 weer bij zijn vrouw en kinderen voegen die in Anjum zaten. Er waren acht gerepatrieerden die onderdak zochten bij familie. Jan Douma woonde in Rijswijk waar hij op 21 november 1944 werd opgepakt bij een razzia. Hij werd naar Bockholt in Duitsland gestuurd waar hij graafwerkzaamheden moest verrichten. Hij wist op 15 april 1945 naar Nederland terug te keren. Omdat Rijswijk nog niet be- vrijd was, ging hij naar zijn zwager Machiel Talsma in Aalsum. Tijdens de Meistaking was Fedde de Vries uit Oosternijkerk opgepakt, opgesloten en daarna veroordeeld tot drie jaar gevan- genisstraf, eerst in het Oranjehotel in Scheveningen, later in gevangenissen in Duitsland, waar hij dwangarbeid moest verrich- ten. Hij overleefde alles en kwam op 13 mei 1945 terug naar de slagerij van zijn vader. Hij was echter niet alleen, want hij nam drie vrienden(?) mee: Johannes Marjee uit Den Haag, Carolus van den Berg en Jo- sephes van Wattingen uit Haarlem. Deze drie waren opgepakt tijdens razzia’s in de laatste oorlogswinter en voor dwangarbeid naar Duitsland gestuurd. Fedde nam ze mee naar zijn ouderlijk huis, vanwaar ze op 5 juni 1945 alledrie tegelijk naar huis terugkeerden. Via de NVH (Nederlands Volks Herstel) werd er zo goed mogelijk voor de gerepatrieerden, die er vaak lichamelijk slecht aan toe waren en nauwelijks kleren om het lijf hadden, gezorgd. Tot voorbeeld diene het naaststaande briefje dat Ds. Van Andel, voorzitter van de NVH afdeling Oostdongeradeel, uit Oosternijkerk schreef. VERPLICHTE AANMELDING GEREPATRIEERDEN 4 BRON:ARCHIEFNVHINSTREEKARCHIEF HUMALDAWEI NAAR EE BRON:ARCHIEFHVNF BRIEFJE DS. VAN ANDEL, VOORZITTER NVH OOSTDONGERADEEL BRON:ARCHIEFNVHINSTREEKARCHIEF
  23. 23. 24 TERUGKEER Het valt te begrijpen dat de vluchtelingen zo snel mogelijk weer naar hun eigen huis wilden terugkeren. Noordoost-Friesland was al op 16 april 1945 bevrijd, de bevrijdingsfeesten waren gevierd en nu naar huis! Maar zo snel ging dat niet. In de rest van het land werd nog gevochten en vooral het vervoer was een groot probleem. In de eerste Dokkumer Courant die na de bevrijding van Dokkum en omgeving door de Ca- nadezen is verschenen, staat dan ook een waarschuwing dat het ver- boden is om op eigen gelegenheid naar huis terug te keren op straffe van opsluiting in een kamp. Toch waren er genoeg mensen die het probeedren. Op zijn website schrijft Arnold (Nol) Holtkamp, sinds 12 november 1944 ondergebracht bij Klaas Lolkema in Paesens, hoe hij al op 17 april met zijn vader een poging waagt om op de fiets naar Arnhem te gaan om te zien hoe het er met hun huis voorstaat. Ze fietsen eerst naar familie in Enschede en Doetinchem en probeerden een vergunning te verkrijgen om Arnhem te mogen bezoeken. Dat lukt maar niet en dus proberen ze het zonder: ‘Maandag 23 april Het was nog steeds slecht weer maar we wilden verder richting Arnhem. En dat liep uit op een grote teleurstelling. We kwamen tot Westervoort, maar je kon onmogelijk over de IJssel komen in Velp. En we waren niet de enigsten. Alles bij elkaar was het natuurlijk één grote chaos, Arnhem was totaal leeg en onbewoond en op de wegen waren mensen van allerlei plui- mage. Iedereen was verdacht. Ondergedoken Duitse militairen, N.S.B.’ers, zwarthandelaren en weet ik veel, we hadden meer dan 200 km afgelegd en er bleef niets anders over dan terug naar Paesens.’ Na de bevrijding van heel Nederland kwam de re-evacuatie maar lang- zaam op gang. Op 9 mei stond in de krant dat mensen uit Limburg voor- rang hebben en dat vooral bouwvakkers verzocht worden om zo snel mogelijk naar huis terug te keren. Intussen hadden ze in het al eerder bevrijde Limburg ook niet stilgezeten en daar vandaan werden voer- tuigen gestuurd om hun ‘eigen’ mensen uit Friesland op te halen. Er werden 60 vrachtauto’s gebruikt om in de weekeinden mensen op te halen. In totaal zijn er zo’n 1500 ritten nodig geweest. De eerste vrachtwagen vanuit Oostdongeradeel (voor zover bekend) vertrok op 25 mei om vier gezinnen (de families Johannes Bongaerts, Willem Cox, Hendrikus Crins en Hendrikus Janssen) naar Beesel terug te brengen. Het was een vrachtwagen van Douwe Tilkema uit Oosternijkerk, die op de open laadbak 25 mensen vervoerde. In juni waren alle Limburgers weer thuis. Van de mensen uit Arnhem en omgeving werd veel geduld gevraagd. Het probleem was dat er heel veel vernield was en dat er eerst het een en ander hersteld moest worden, ook aan de infrastructuur, voordat de overheid de mensen weer terug kon roepen. Immers alleen met een vergunning, een zogenaamde ‘permit’, mocht je de stad binnenkomen. Op 17 mei blijkt dat er weer vertraging is opgetreden en op 29 mei wordt geschat dat er in heel Nederland nog steeds een 400.000 evacués niet zijn teruggekeerd naar hun eigen huis. Aan de vertreklijsten is te zien dat heel veel gezinnen eerst een ‘verken- ner’naar Arnhem stuurden, soms de oudste zoon, maar meestal de vader van het gezin. Als die de boel een beetje in orde had gebracht, kon de rest van het gezin overkomen. Nol Holtkamp was ook zo’n verkenner, op 6 juni kreeg hij een permit: ‘Donderdag 7 juni 1945 Ik kan met de vrachtauto met open laadbak van Ger van der Ley mee naar Arnhem. De auto is geladen en mijn fiets is hier en daar wat vastgebonden en daar sta ik dan midden op de laadvloer. Daar blijf ik de hele dag staan tot ik op de Apeldoornseweg bij de ingang van Sonsbeek gedropt wordt. Er is niets of niemand te zien. Van al die woningen staan deuren en ramen open. (...) Er woont nog geen sterveling in Arnhem. Sint Peterlaan, Sloetstraat, Sta- ringstraat, Staringsplein, Hommelseweg, Onder de Linden, Vijverlaan nooit iemand gezien, zelfs geen hond. Ja, en daar kom je het pad op naar je huis. Droevig om te zien. Een redelijk stuk dak weg, maar wel vrij entree. Alles open en bloot. En daar stond letterlijk niks meer.‘ HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS TERUGKERENDE EVACUÉS OP DE UTRECHTSEWEG NIEUWEDOCKUMERCOURANTNOODUITGAVE24APRIL1945BRON:ARNHEM'44'45BRON:ARNHEM'44'45 OEVERSTRAAT IN ARNHEM  ZOMER 1945
  24. 24. Wat Holtkamp aantreft bij zijn terugkeer zal naderhand heel veel terug- kerende evacués overkomen: een volkomen leeggeplunderd huis, geen ruit meer heel, een verschrikkelijke stank en een ongelofelijke rotzooi. Holtkamp besluit om eerst het dak van hun huis dicht te maken, waar- voor hij wat dakpannen van een huis in de buurt‘leent’. Nog niet alle door de Duitsers uit de huizen opgehaalde goederen waren al naar Duitsland weggebracht. Sommige lagen nog opgeslagen in pak- huizen. Terugkeerders kregen toestemming om hun eerste benodigd- heden daar vandaan op te halen. Wilhelmus Löwental, hij was met zijn hele gezin ondergebracht in het braakhok te Ee waar op 28 november 1944 zijn jongste dochter geboren was, schreef in een brief aan zijn voor- malige buurman in Ee, Jan Dijkstra, wat hem bij thuiskomst overkwam: ‘Toen kwam ik bij mijn huis, alles was weg, niets dan puin. Maar wat moest ik toen beginnen. Maar u weet wel, moed verloren is veel verloren. Maar ziel verloren alles verloren. Ik dacht maar naar het Hoofdkantoor van de Veluwe Zoom, die kwam met mij mede, verschafte mij een woning voor hulp. Daar heb ik 9 nachten op de grond geslapen toen kwam mijn hulp van boven. Ik kreeg toen voorschot bonnen toen kon ik gaan halen 3 stel bedden, beddengoed en Tornhuis stoelen en Tafel met alle toebehoor toen was ik daar mee gered.’ In totaal zijn er vanuit Oostdongeradeel in 45 ritten 1017 personen in opdracht van de gemeente door verschillende vracht- rijders naar hun huizen teruggebracht. Meestal betrof dat 20-25 personen per keer. Daarbij moet in hoofdzaak gedacht worden aan open vrachtwagens. Eén keer werden er 60 personen tegelijk vervoerd en dat zal waarschijnlijk een autobus geweest zijn. Dat aantal van 1017 lijkt heel veel, maar volgens officiële gegevens van de gemeente waren er op 6 april 1945 nog steeds 1562 vluchtelingen. Daaruit blijkt dat er heel veel mensen op eigen gelegenheid zijn gereisd óf dat de vervoersgegevens niet com- pleet zijn ( of beide! ). De laatste vluchteling werd volgens gemeentelijke gegevens op 22 januari 1946 teruggebracht, maar het armbestuur ontving nog in mei 1947 geld van de gemeente voor één vluchteling in het Buma Hûs. OPGENOMEN IN BEVOLKINGSREGISTER Echter niet alle evacués vertrekken weer naar hun eigen huizen, op som- mige kaartjes van het evacuatieregister staat: in BR van OD (= in Bevolk- ingsregister van Oostdongeradeel). Het betreft 19 personen en de re- denen om te blijven zijn nogal divers. Maartje Rozenboom komt op 15 november 1944 vanuit Renkum naar het kleine Oostrum, waar zij onderdak vond op de royale boerderij van de Mellema’s. Het klikt blijkbaar goed tussen Maartje en zoon Klaas Mellema, want Maartje gaat niet terug naar Renkum, maar blijft op de boerderij en trouwt met Klaas Mellema. Ook Alberdina Roelofse en Hendrika Erdhui- zen trouwen met mannen uit Oostdongeradeel. Reiniera Bloemendaal is al oud als zij vanuit Arnhem in Morra terecht komt bij de familie Lieuwe Sijtsma. Zij is de 77-jarige weduwe van Anto- nius van Beers. Zij wordt genoemd in een brief die burgemeester Sijtsma op 15 oktober 1945 schrijft naar zijn collega in Arnhem die had gevraagd of er nog Arnhemse evacués in Oostdongeradeel waren. Sijtsma noemt twee namen en zegt dat‘opvang in een tehuis’voor beiden wenselijk is. Nicolaas Peters gaat in januari 1946 inderdaad nog naar Arnhem terug, maar Reiniera blijft in Morra wonen. Bouke Kalma en Goitske Edema komen vanuitTiel naar Friesland. Kalma was daar agent van politie, maar deed ook illegaal werk. Door de bom- bardementen, het risico van het verzetswerk en de herhaalde oproepen om te evacueren, besluiten ze naar hun ouders in Nijbeets te verhuizen. Begin 1945 komen ze in Metslawier terecht, waar Kalma werk vindt bij de politie. Anna Christina Almoes komt na omzwervingen vanuit Voorburg in Kol- lum en vandaar verhuist ze naar Engwierum naar Jan van der Meer. Pieter Duinker en Cornelia van Dok komen vanuit Den Helder in Dok- kum terecht en vinden op 9 oktober 1944 een leegstaand huis in Aalsum. Bootje Heegstra vlucht met haar man Egbert Veenstra vanuit Rhenen naar haar ouders Machiel en Grietje Heegstra-Bij de Leij in Morra. Zij komt daar op 26 november 1945 te overlijden. Een aantal vluchtelingen zoekt een plekje bij ouders of andere familie en blijft op deze manier in Oostdongeradeel hangen en van een aantal is onbekend gebleven wat de reden was om opgenomen te worden in het Bevolkingsregister van Oostdongeradeel. 25 OP OPEN VRACHTWAGENS KEREN DE EVACUÉS TERUG BRON:ARNHEM'44'45 TROUWFOTO EGBERT VEENSTRA EN BOOTJE HEEGSTRA BRON:COLLECTIEMACHIELHEEGSTRA
  25. 25. 26 FINANCIËN In het eerste deel van deze artikelenreeks is al iets gezegd over de financiering van de evacuatie. Over de kwartiergelden, het zak- geld, maar ook over vervoerskosten en opslag van meubelen, huur van woonruimte enz. Nu nog even in het kort over de totale bedragen die ermee gemoeid waren. In de grootboeken van 1942 worden voor het eerst dergelijke kosten vermeld, daarna loopt dat door tot en met 1945. De post‘kosten van hulpverleening aan geëvacueerden’vermeldt in: 1942 - f 203,32 1943 - f 1047,14 1944 - f 138.755,39 1945 - f 582.611,90 Het is opvallend dat op de begroting van 1944 maar een bedrag van f 650 is gereserveerd voor hulp aan geëvacueerden; in 1945 denken ze het beter te doen door f 900.000 hiervoor te reserveren! De gemaakte kosten kunnen gedeclareerd worden bij het Gewestelijk Evacuatie Bureau ‘De drie Noordelijke Provinciën’te Groningen. Waarvoor de uitbetaalde bedragen in 1944 gebruikt worden, staat in een brief van burgemeester AukeYkema aan de CAB te Leeuwarden(7) : Kosten huisvesting, voeding en zakgeld aan oorlogsgeweldvluchtelingen f 117.035,75 Idem aan geëvacueerden f 2.717,64 Kosten ‘eigen huisvesting’ geëvacueerden f 578,58 Kosten verleende Kerstgaven f 1.488,73 Kosten aan B.-steun (een soort crisisuitkering) f 7.104,00 Kosten eerste inrichting voor ‘eigen huisvesting’ f 23,85 Kosten geneeskundige keuring f 66,00 Kosten personen- en goederenvervoer f 75,50 Kosten begraving f 137,50 Kosten voorbereiding evacuatie, drukwerk enz. f 228,12 Idem voor de Zeeuwse evacués f 4.432,28 STATISTISCHE GEGEVENS Bijna aan het slot van de eerste drie artikelen gekomen, dient de vraag te worden gesteld hoeveel evacués er eigenlijk zijn op- gevangen, hoeveel in elk dorp en waar de evacués vandaan kwamen. Deze vragen zijn moeilijk te beantwoorden, omdat in de loop van het onderzoek duidelijk werd dat de evacuatieregisters in de gemeente niet goed zijn bijgehouden, zeker in het begin niet. De‘wilde evacués’, waarmee in het Buma Hûs in Anjum werd kennisgemaakt en de daar in de boeken voorkomende evacués van wie geen namen bekend zijn geworden, maken dat eveneens duidelijk. Ook komen er in de lijsten personen voor wier inschrijfdatum onbekend is. Slechts een kaartje waarop staat dat ze – op die en die datum bij die en die persoon – ingekwartierd zijn. In een aantal gevallen is komen vast te staan dat dit kaartjes zijn van onderduikers, die niet in de kaartenbak horen. De schrijvers zijn in goed gezelschap, want de gemeente wist zelf de juiste aantallen óók niet: In een schrijven van de burgemeester van Oostdongeradeel aan het NVH op 15 juni 1945 (toen was de re-evacuatie nog aan de gang!) staat: ‘onderduikers 325, gerepatrieerden 45, evacués 2550’. Veel later, in It Beaken 1964 bij het afscheid van burgemeester Sijtsma, komen andere aantallen voor: 1594 evacués, 897 hongervluchtelingen, 2491 totaal. Beide aantallen zijn aantoonbaar on- juist gebleken. Daarnaast moeten er nogal wat evacués geweest zijn die zich helemaal niet lieten registreren. Nog op 8 mei 1945 doet de teruggekeerde burgemeester Sijtsma een oproep om zich vooral te laten registreren! Met inachtneming van het bovenstaande is toch geprobeerd tot een zo goed mogelijke weergave te komen. De tabel hieronder laat het aantal evacués zien dat in de verschillende dorpen onderdak gevonden heeft en het aantal kwartiergevers dat daarmee gepaard ging. Als die aantallen vergeleken worden met het aantal huisnummers in de dorpen dan kan gesteld worden dat in bijna de helft van alle huizen in Oostdongeradeel mensen werden opgevangen. Bij het samenstellen van de lijsten is het adres waar de evacué voor het eerst genoemd wordt als leidraad genomen. Zo is voorkomen dat een evacué vaker zou worden meegeteld, omdat bekend is dat er vele verhuizingen plaatsvonden, ook naar andere dorpen. Het werkelijke aantal evacués dat ooit in een dorp werd opgevangen kan dus nog hoger uitvallen. Ook moet wor- den vastgesteld dat niet alle evacués de gehele periode bij dezelfde kwartiergever zijn gebleven; sommige kwartiergevers kregen wel drie keer andere vluchtelingen toebedeeld. Op deze manier heeft bijvoorbeeld het gezin van Philippus Bakker in Engwierum in totaal aan 13 personen een plaatsje gegeven. De oudste evacué was Willemina JohannaWiggers uit 1856, zij was 88 jaar. Er waren trouwens maar liefst 67 vluchtelingen ouder dan 70 jaar. In Oostdongeradeel zijn tijdens de evacuatieperiode 9 mensen gestorven en 24 kinderen geboren. Aantallen evacués Aantal kwartiergevers per dorp per dorp Aantal huisnummers Aalsum 76 45 98 45,9 % Anjum 355 188 384 49 % Ee 273 175 331 52,8 % Engwierum 227 118 168 70,2 % Jouswier 13 7 20 35 % Lioessens 151 91 163 55,8 % Metslawier 121 85 155 54,8 % Morra 126 64 113 56,6 % Niawier 82 60 129 46,5 % Oosternijkerk 183 110 255 43,1 % Oostrum 67 44 79 55,6 % Paesens 109 64 129 49,6 % Wetsens 20 16 31 51,6 % Onbekend 1 1 Totaal aantal 1803 1068 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENISNIEUWEDOCKUMERCOURANT11MEI1945 KAARTENBAK OOSTDONGERADEEL
  26. 26. Er moet ook nog rekening worden gehouden met de zogenaamde ‘eigen huisvesting’ van gezinnen. Dat gebeurde in leegstaande woningen, maar ook als een gezin terecht kon in een in tweeën te bewonen woning. Zelfs het als gezin bijeenwonen boven een koeienstal van een boerderij werd gezien als ‘eigen huisvesting’. Het betrof 18 gezinnen met in totaal 81 personen. Even een vergelijking maken met de hedendaagse situatie bij de opvang van vluchtelingen: Er woonden in 1944 in Oostdongeradeel 8624 ‘zielen’. Dat betekent dat de evacués zorgden voor 20,9% extra inwoners, oftewel op elke vijf inwoners kwam er één evacué bij. In maart 2016 telde de ge- meente Dongeradeel 23.891 inwoners. Dat bete- kent dat er nu verhoudingsgewijs 4993 asielzoekers opgevangen zouden moeten worden. Navraag bij de gemeente leert dat er sinds 2013 aan 142 vergun- ninghouders een plaats moest worden gegeven, hetgeen ook gelukt is trouwens. Dat is in vier jaar tijd 0,6% extra inwoners. Het asielzoekerscentrum dat ooit bij het Tolhuispark stond, bood plaats aan 600 asielzoekers, dat is 2,5%. Dat steekt schril af tegen de 20,9% van destijds. Waar kwamen de evacués vandaan? Arnhem en omgeving 1575 Angstvluchtelingen 100 Zeeuwen 74 Limburgers 54 In totaal 1803 De 28 gerepatrieerden zijn verdeeld naar plaats van herkomst. Drie mensen uit Swalmen (Limburg) zijn met de Arnhemmers deze kant op gekomen. Zeven mensen uit Driel en zes mensen uit Hedel zijn met de Limburgers mee gekomen. DANK AAN DE KWARTIERGEVERS Aan de evacuatietijd herinnert nog een aantal dingen. Zo staat er in het nieuwe gemeentehuis van Dokkum een gedenksteen met als opschrift: ‘In dankbare herinnering van geëvacueerden in de kerstdagen 1944’ In de absis van de RK Sint Bonifatiuskerk te Dokkum zijn vijf gebrandschilderde ramen geplaatst, waarvan de meest linkse het wapen van Limburg toont met een banderol waarop staat: ‘Uit dankbaarheid aangeboden door de evacuees uit Limburg, 1945.’ De meest rechtse toont het wapen van Gelderland met eveneens een dergelijke spreuk op de banderol. Pastoor Graafsma en het kerkbestuur waren al voor de oorlog bezig met plannen om de verweerde en op sommige plaatsen met planken dichtgemaakte ramen te vervangen. Toen de terugkerende evacués pastoor en parochie een blijvend aandenken wilden schenken, kwam het idee op om dat in de vorm van twee gebrandschilderde ramen te doen. Giften van parochianen vulden een en ander aan en zo konden in de eerste week van oktober 1946 de ramen, gemaakt door de Roermondse glaskunstenaar MaxWeiss (zelf ook evacué in Friesland), geplaatst worden, voorstellende heiligen die in Friesland hebben gewerkt: Bonifatius, Liudger, Willibrord, Martinus en Fredericus. Kortgeleden dook er een schilderij op, waarschijnlijk de kerk te Jouswier voorstellende (maar het kan ook gewoon fantasie zijn!), met achterop een papiertje met de tekst: ‘Dit schilderij is aangeboden door dankbare Evacué’s van Arnhem en Omstreken, voor de prettige Kerstdagen hier in Dockum doorgebracht – Dockum, 26 Dec. 1944.’ Het schilderij komt van de zolder van de Burgerschool en stond op het punt om weggegooid te worden, toen een van de oprui- mers de tekst op de achterkant ontdekte. De Burgerschool was een van de lokaliteiten waar vluchtelingen gedurende één nacht werden opgevangen voor ze doorreisden naar de dorpen in de omgeving.( 8 ) 27 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS BOERDERIJ BAKKER - ENGWIERUM ENGWIERUM VING VERHOUDINGSGEWIJS DE MEESTE EVACUÉS OP. HIER DE BOERDERIJ VAN PHILIPPUS BAKKER WAAR IN TOTAAL 13 PERSONEN EEN VEILIG PLEKJE VONDEN FOTO:COLLECTIEREINDERTOLSMA SCHILDERIJ JOUSWIER GEVONDEN OP DE ZOLDER VAN DE BURGERSCHOOL 8
  27. 27. STUGGE FRIEZEN & LICHTZINNIGE LIMBURGERS Als de eerste evacués weer teruggekeerd zijn naar hun woonplaatsen verschijnen ook de eerste bedankjes in de Nieuwe Oostergo. Natuurlijk zullen er bij het afscheid ook dankwoorden gesproken zijn, maar deze kleine advertenties laten toch zien dat er waardering is voor de ‘Boeren in het Hoge Noorden’die voor opvang zorgden. Men heeft in het begin vast aan elkaar moeten wennen: de wat‘stugge, protestantse Friezen’en de ‘lichtzinnige, katholieke Limburgers’, zoals J.H. Beek in zijn herinner- ingen aan de evacuatie schrijft. Er zullen vast hevige debatten geweest zijn bij kleine oliepitjes en niet alles verliep even gladjes, te zien aan de vele verhuizingen. Daarbij speelde ook de taal, zeker in het begin, een rol. De Arnhemmers waren vast nog goed te verstaan, maar als de Limburgers in hun eigen taaltje spraken, was er voor de Friezen geen touw aan vast te knopen. Anders- om natuurlijk ook: er waren genoeg (oudere) Friezen die echt geen ABN verstonden en spraken. Als voorbeeld diene Martsje Holwerda in Oosternijkerk, die het Nederlandse woord voor ‘wurch’ niet kende en probeerde met pantomime duidelijk te maken wat ze bedoelde: ze zuchtte heel diep, wandelde met hangende schouders naar een luie stoel waar ze languit op ging zitten, en maar zuchten. Het hielp niet, Wilhelmus Rietra uit Roermond sprak zeven talen, maar snapte er niks van en Jacob Holwerda moest erbij komen om uit te leggen dat ze ‘moe’ was. Ondanks dit alles moet er een gevoel van ‘samen iets te hebben door- leefd’ ontstaan zijn, gezien de vele contacten die er ook na de oorlog nog geweest zijn. Brieven en foto’s getuigen daarvan, verhalen van wederzijdse bezoeken eveneens. Johan Baumfalk is waarschijnlijk de eerste die naar Arnhem gaat om daar Willem Hermeling te bezoeken die met zijn vrouw ondergebracht was bij Johans ouders in Metslawier. Dat was al op 24 augustus. Hij weet niet wat hij ziet: ‘Om ongeveer kwart over twee stond ik bij Herme- ling in huis. Of die raar keken! En ik niet minder! Goeie mensen wat een armoe! Ik bedoel van wat ze nog over hadden. Het kleine voorkamertje met glaspapier en hout dichtgemaakt, zag er nog wat toonbaar uit. (...) En overal lekken. Als ’t regende moesten ze naar alle hoeken van ’t huis met pannetjes en doeken, weck- glazen en teilen om ’t water op te vangen. ’t Was verschrikkelijk. ”’t Is met geen pen te beschrijven”, zegt men wel eens, maar dat slaat hier zeker op.’ De meeste contacten zijn langzamerhand verflauwd. Er moest hard gewerkt worden om na de oorlog de draad weer op te pakken, maar sommige contacten bleven, werden overgedragen op kinderen en zelfs kleinkinderen en duren tot aan de dag van vandaag toe voort. BRONNEN & NOTEN ( 1 ) Vooral: ’30.000 evacués. Limburg en Friesland verbonden door de oorlog’, Eddy van Noord, 2011. ( 2 ) J.H. Beek in: Ged. Staten van Friesland archief 12-01 nr. 3448 ( 3 ) Stadsarchief Dokkum, dossier 491 ( 4 ) Aanvullingen Archief Oostdongeradeel 87 ( 5 ) ‘De Meelstreep, terugkeer en opvang na de Tweede Wereldoorlog’, Martin Bossenbroek, 2001 ( 6 ) http://www.aholtkamp.nl ( 7 ) Ged. Staten van Friesland archief 12-01 nr. 3448 ( 8 ) Met dank aan Robert Ubels voor deze inlichtingen 28 BEDANK-ADVERTENTIE ALS GERRIT EN CATHARINA GEURTSENDERKSEN MET HUN KIN DEREN GERRIT JR. EN CATHARINA JR. WEER THUIS ZIJN IN DE SOPHIASTRAAT IN ARNHEM LATEN ZIJ DIT IN DE KRANT ZETTEN BRON:NIEUWEOOSTERGO29JUNI1945 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS BEVRIJDINGSOPTOCHT IN DOKKUM TIJDENS DEZE ‘BEVRIJDINGSOPTOCHT’ DEDEN OOK EVACUÉS MEE GEHEEL LINKSBOVEN BRON:COLLECTIESTREEKARCHIEFNOF
  28. 28. CRIMINELE GLOBETROTTER Omdat ik op zoek was naar enige Friezen van wie ik het vermoeden had dat ze - na het uitzitten van hun tuchthuisstraf - Friesland hadden verlaten, keek ik even over de provinciegrens. Het moge bekend zijn dat men, vooral na het vonnis verbanning, zijn / haar geluk elders in den lande zocht. Zo kwam ik ook in Utrecht terecht.[1] De door mij gezochte delin- quenten vond ik er niet, wel kwam ik Aaltje Jans uit Dokkum tegen. Ze verbleef op ‘huijse van Hazenberg’ in Utrecht. Aaltje heeft een, genealogisch gezien, interessant en gevarieerd leven gehad. Hoewel ik betwijfel of ze het zelf ook zo heeft ervaren. Ze is op veel plaatsen in Nederland geweest en ging met mensen uit alle lagen van de bevolking om. Op het moment dat ik haar in Utrecht ‘tegenkwam’, in 1768, zat ze in detentie in afwachting van het vonnis van justitie. Ze was aangehouden wegens het plegen van diverse diefstallen. Volgens haar proces was ze ongeveer 28 jaar; nader onderzoek leerde me dat men er tien jaar naast zat. Ze bekende de te laste gelegde delicten ‘buiten pijn en banden van ijser’. Het Hof had informatie over Aaltje ingewonnen, waaruit bleek dat ze was opgevoed in het weeshuis van Dokkum en dat ze voor haar slechte gedrag al diverse keren was veroordeeld. Verder worden haar le- vensloop, delicten en haar omzwervingen uitgebreid beschreven. Heel veel informatie komt tevoorschijn uit getuigenverslagen en uit Aaltje haar eigen verklaringen. Hoe heeft het zover kunnen komen? Lag het aan het vroege overlijden van haar ouders? Had ze haar jeugd als slecht ervaren? Verkeerde vrienden? Zucht naar avontuur? DE JEUGD VAN AALTJE Aaltje werd op 22 april 1731 in Dokkum gedoopt als oudste dochter van Jan Maurits en Grietje Arents. Haar vader was bij het aangaan van dit huwelijk[2] weduwnaar van Sjoerdje Ydes en had bij haar twee kinderen: Sibbeltje en Ibele, resp. gedoopt in Dokkum op 25 juli 1723 en 6 december 1724. Waarschijnlijk zijn deze beide kinderen jong overleden. De moeder van Aaltje was afkomstig van Kollum. Ze had in het jaar van haar huwelijk, 1729, een kleine erfenis gehad uit de verkoop van het door haar ouders Arend Dirks en Siouckien Jans aangeërfde huis in de Arnoldusstraat in Kollum.[3] Op 16 september 1733 was de doop van dochter Clara. Het jaar erna (24 augustus 1734) vertrok vader Jan Maurits om als sol- daat op het schip Oostrust te gaan varen. Het was een schip van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) van de kamer Amsterdam. In de VOC-database kunnen we lezen dat het schip 228 dagen later, op 9 april 1735, aankwam op de Kaap. Vader Jan was aan boord van het schip overleden op 16 november 1735, 342 dagen na zijn vertrek uit Nederland. Op bladzijde 238[4] van het scheepssoldijboek staat op 24 augustus 1734 genoteerd dat Jan 150 gulden schuld heeft aan Sara Blom. De kist kostte 4:50. Op 16 november 1735 is de notitie dat hij is overleden zonder testament of goederen na te laten; hem is ‘te quaat’ 172:5:00. Eronder staat dat op 22 januari 1737 betaald is aan V.V. Nieveld op de schuld. Wanneer de moeder van Aaltje en Clara overleed is onbekend. HET WEESHUIS VAN DOKKUM Het weeshuis in Dokkum, waar Aaltje en haar zus Clara een groot deel van hun jeugd doorbrachten, was gevestigd aan de westkant van de Markt. Tegenwoordig zit restaurant De Abdij in het gebouw. Het werd in 1614 in neoclassicistische stijl gebouwd. In 1758 werd het, Aaltje was toen al vertrokken, van een fraaie gevelsteen voorzien, met de tekst: ‘Deelt rycklyk uit en wagt een hemelsche beloning’. Afgebeeld zijn (links) een weesmeisje en (rechts) een weesjongen, gekleed in de kleuren rood en blauw/zwart. Ze flankeren het wapen van Dokkum: de halve maan en drie sterren.[5] Weeshuizen namen gewoonlijk kinderen onder de vijf jaar niet op; ze moesten zichzelf een beetje kunnen redden. Bij Aaltje lijkt dat het geval, zus Clara was vier jaar bij haar eerste inschrijving. Voor die tijd zullen de zusjes elders hebben gewoond. Mogelijk werden ze door de diaconie ondergebracht bij pleegouders, misschien waren ze bij familie. Geërfd goed kwam toe aan het weeshuis. Hieruit werden de kosten van kleding en een opleiding gehaald. Of dat bij de beide meisjes het geval is geweest weten we niet. 29 CRIMINELE AALTJE JANS UIT DOKKUM GEDENKSTEEN IN GEVEL WEESHUIS - 1758 GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENIS DE WEESMOEDER DOOR DOUWE HANSMA  CA. 1856 FOTO:MUSEUMDOKKUM door ANTONIA VELDHUIS antonia.veldhuis@hetnet.nl FOTO:RANDOMARTS

×